CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit 2023-166A Begroting 2024

RAAD 8 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Begroting 2024 Gemeente Amsterdam VN2023-02101549.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Niet gevonden in dit document.

Begroting 2024

Colofon

Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: OBT, Den Haag Fotografie: Fotobank Datum: 28 september 2023

Begroting 2024

2

Inkomsten

Inkomsten Waar komt het vandaan?

€ 3.304,1

€ 3.749,2

miljoen Inkomsten binnen de gemeente

700 600 500 400 300 200 100 0

3000 12 8

1

13

1800

11

1200

2

9

4 5

3

Lokale heffingen

6

€ 1.408,0 miljoen

600 7

10

14

0

Andere inkomstenbronnen

€ 1.896,1 miljoen

Inkomsten uit het Rijk

€ 3.749,2 miljoen

1

Parkeergelden

€ 322,4 miljoen

8

Grondopbrengsten en winstnemingen

€ 505,0 miljoen

13

Gemeentefonds

2

OZB

€ 297,8 miljoen

9

Erfpacht

€ 246,5 miljoen

14

Specifieke uitkeringen

3

Afvalstoffen-heffing

€ 167,6 miljoen

10

Dividend

€ 67,3 miljoen

4

Toeristenbelasting

€ 242,5 miljoen

11

Overig

€ 495,9 miljoen

5

Drinkwater

€ 167,6 miljoen

12

Onttrekkingen aan reserves

€ 581,5 miljoen

6

Leges

€ 115,0 miljoen

7

Rioolheffing

Begroting 2024

miljoen

Inkomsten uit het Rijk

€ 95,1 miljoen

€ 2.959,5 miljoen € 789,7 miljoen

Inkomsten TOTAAL

€ 7.053,3 miljoen

3

Uitgaven

Uitgaven Waar gaat het naar toe?

€ 7.053,3

miljoen

1400 2

1200 1000

6 7

1 B

800 600 400

C 5

3

200 0

8 A

4

1

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid

€ 923,2 miljoen

7

Sociale zaken en Armoede­ bestrijding

2

Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer

€ 1.265,0 miljoen

8

Veiligheid

€ 290,0 miljoen

3

Economie, kunst, cultuur en erfgoed

€ 247,9 miljoen

A

Algemene dekkingsmiddelen

€ 118,2 miljoen

4

Sport

€ 85,6 miljoen

B

Bestuur en organisatie

€ 797,7 miljoen

5

Onderwijs

€ 323,9 miljoen

C

Toevoegingen aan reserves

€ 570,5 miljoen

6

Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit

De gemeente Amsterdam heeft de grootste gemeentebegroting van Nederland. De begroting geeft een beeld van de inkomsten en uitgaven van de gemeente Amsterdam. Zo is inzichtelijk waar onze inkomsten vandaan komen en waar we deze weer aan uitgeven. Hiervoor wordt het geld verdeeld over acht beleidsprogramma's. Deze programma's lichten we verder toe in hoofdstuk 3 van de begroting, waar we per programma­ onderdeel onder andere ingaan op de belangrijkste ontwikkelingen, de beoogde resultaten en de financiële toelichtingen.

€ 1.142,9 miljoen

€ 1.288,3 miljoen

Uitgaven TOTAAL Begroting 2024

€ 7.053,3 miljoen

4

Inhoudsopgave

Voorwoord6

5

Verplichte en overige paragrafen

334

5.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 5.2 Financiering  5.3 Lokale heffingen 5.4 Verbonden partijen 5.5 Onderhoud kapitaalgoederen 5.6 Grondbeleid 5.7 Investeringsparagraaf  5.8 Subsidieoverzicht 5.9 Bedrijfsvoering 5.10 Gebiedsgericht werken 5.11 Openbaarheidsparagraaf

335 341 352 360 368 385 390 405 411 420 427

6

Afkortingen- en begrippenlijst

429

7

Bijlagen439

Leeswijzer7 1

Bestuurlijke hoofdlijnen

9

2

Financiële hoofdlijnen

15

3

Programma's31 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.A 3.B

4

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid  Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed Sport Onderwijs Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit Sociale zaken en armoedebestijding Veiligheid Algemene dekkingsmiddelen Bestuur en organisatie

32 67 113 137 147 159 188 208 222 235

Wijzigingen in de programma’s

259

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.A 4.B

260 273 289 295 297 300 307 314 318 324

Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed Sport Onderwijs Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit  Sociale zaken en Armoedebestrijding  Veiligheid Algemene dekkingsmiddelen Bestuur en organisatie

Begroting 2024

7.1 Overzicht van baten en lasten 7.2 Baten en lasten per programmaonderdeel 7.3 Taakveldenraming 7.4 Reserves 7.5 Voorzieningen 7.6 Begrotingsregels 7.7 Overzicht incidentele baten en lasten 7.8 Brugstaat 7.9 Doelenrealisatie 7.10 Budgetten Stadsdelen 7.11 Projectenportfolio

440 442 456 459 469 474 479 485 490 505 509

5

Voorwoord

Voorwoord Beste Amsterdammer, Voor u ligt de Begroting 2024 met alle begrote inkomsten en uitgaven van de gemeente voor het komende jaar. De begroting kent een totale omvang van € 7,1 miljard. Het is de tweede begroting van dit college. In deze begroting werken we net als vorig jaar verder aan het uitvoeren van het Amsterdams Akkoord 2022-2026. Vorig jaar, bij de eerste begroting, koos dit college ervoor om meer Amsterdammers met een laag inkomen te ondersteunen. Ook stelden we extra geld beschikbaar voor maatschappelijke voorzieningen en organisaties en boden we noodhulp voor instellingen en ondernemers die te maken krijgen met hoge energieprijzen. Dit jaar kampen velen van ons nog altijd met de hogere kosten voor levensonderhoud. We passen de inkomsten en uitgaven in onze begroting aan als gevolg van de stijgende lonen en prijzen. De lasten voor de bewoners verhogen we verder niet. De toeristen­ belasting gaat wel omhoog, bezoekers betalen zo mee aan de grote opgaven van de stad. Hierdoor kunnen we de gevolgen van overtoerisme aanpakken, zorg- en welzijns­ instellingen ondersteunen en extra investeren in de stad, zoals het schoon houden van de straten en het oplossen van acute problemen in buurten en wijken. In deze begroting zijn ook de voorstellen uit de voorjaarsnota en de gemaakte keuzes binnen de fysieke investeringen verwerkt.

We blijven investeren in woningen, bereik­ baarheid, duurzaamheid, in sport- en cultuurvoorzieningen en in de stadsdelen en bewoners die dit het hardst nodig hebben. Ook houden we oog voor een financieel gezonde en wendbare positie. Zo is de algemene reserve, die tijdens corona slonk, eind 2023 weer volledig op niveau en behouden we een verantwoorde schuld­ ontwikkeling. Ik dank alle medewerkers van de gemeente die net als vorig jaar weer hard hebben gewerkt om een solide en leesbare begroting te maken en ik zie uit naar het gesprek over de keuzes en koers van onze stad. Met vriendelijke groet, Hester van Buren Wethouder Financiën

Begroting 2024

6

Leeswijzer

Leeswijzer Dit is de begroting van de gemeente Amsterdam. Voor een groot deel kent deze begroting dezelfde opzet als die van vorig jaar. In deze leeswijzer lichten we kort alle onderdelen van de begroting toe. De Begroting 2024 bestaat uit de volgende onderdelen:

Hoofdstukken 1 en 2 - De bestuurlijke en financiële hoofdlijnen In deze hoofstukken is een beschrijving van de bestuurlijke en financiële hoofdlijnen voor 2024 en de daaropvolgende jaren opgenomen. In de bestuurlijke hoofdlijnen geven we een beeld van de bestuurlijke keuzes die ten grondslag liggen aan deze begroting. In de financiële hoofdlijnen wordt op hoofdlijnen een beeld gegeven van de budgettaire situatie en de keuzes die zijn gemaakt om tot een meerjarig sluitende begroting te komen.

Hoofdstuk 3 - Programma’s De Begroting 2024 is opgebouwd uit 8 genummerde beleidsprogramma’s (onder­ verdeeld in programmaonderdelen), het overzicht A (Algemene dekkingsmiddelen) en het overzicht B (Bestuur en organisatie). Alle programma’s beginnen een samenvatting van de programmaonderdelen, de belangrijkste investeringen en de thema’s per programma. Vervolgens wordt per programmaonderdeel beschreven welke doelen we hebben voor 2024, welke activiteiten we uitvoeren om deze doelen te bereiken en welke verbonden partijen we daarvoor inschakelen. Ook wordt per programmaonderdeel inzicht gegeven in de financiën, in de risico’s en beheersmaatregelen, en welke beleidskaders er gelden.

Hoofdstuk 4 - Wijzigingen in de programma’s

• Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Financiering • Lokale heffingen • Verbonden partijen • Onderhoud kapitaalgoederen • Grondbeleid • Bedrijfsvoering • Openbaarheidsparagraaf Daarnaast kent deze begroting een aantal niet-verplichte paragrafen: • Investeringsparagraaf • Subsidieoverzicht • Gebiedsgericht werken

Hoofdstuk 6 - Afkortingen en begrippen In hoofdstuk 6 worden de afkortingen en veelvoorkomende begrippen uit de begroting opgesomd en toegelicht.

Hoofdstuk 7 - Bijlagen In de bijlagen zijn de financiële overzichten op detailniveau opgenomen. In bijlage 7.1 is een overzicht van de baten en lasten per programma opgenomen. In bijlage 7.2 worden de baten en lasten weergegeven op één aggregatieniveau lager: op het niveau van programmaonderdeel. Bijlage 7.3 bevat de taakveldenraming (de verdeling van de baten en lasten over de taakvelden zoals voorgeschreven in het BBV). In de bijlagen 7.4 en 7.5 geven we een overzicht van de reserves en voorzieningen. De begrotingsregels zijn opgenomen in bijlage 7.6. Bijlage 7.7 bevat de incidentele baten en lasten. Bijlage 7.8 bevat de brugstaat. In bijlage 7.9 geven we de doelenrealisatie weer met het saldo baten en lasten per programmadoel. In bijlage 7.10 geven we de budgetten per stadsdeel weer. Tot slot bevat bijlage 7.11 het projecten­portfolio waarin we het overzicht van de investeringsprojecten weergeven.

In de programmabladen in hoofdstuk 3 is een toelichting geschreven op de (stand van) baten en lasten per programmaonderdeel voor 2024. In het verdiepende hoofdstuk 4 gaan we verder in op de ontwikkelingen in de baten en lasten in 2024 ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting bij de Voorjaarsnota 2023 (voor het jaar 2023) en de Begroting 2024 (voor de jaren 2024-2027).

Hoofdstuk 5 - Paragrafen De begroting bevat naast programma’s ook een toelichting op programmaover­ stijgende onderwerpen, zoals investeringen die de gemeente heeft gedaan of van plan is te doen. Deze programmaoverstijgende onderwerpen worden beschreven in de paragrafen. Een deel van deze paragrafen is verplicht vanuit het BBV (art. 9 lid 2 BBV):

Begroting 2024

7

1

H1

Bestuurlijke hoofdlijnen De Begroting 2024 is net als in voorgaande jaren tot stand gekomen in tijden die economisch en financieel onzeker zijn. De vreselijke oorlog in Oekraïne duurt voort en veel prijzen en kosten, uiteenlopend van de boodschappen tot de rente, blijven onverminderd hoog of nemen zelfs toe. Armoede, ook bij werkenden, ligt op de loer. De val van het kabinet maakt dat we voorlopig ook in onzekerheid blijven over de voorgenomen korting op de middelen die gemeenten van het Rijk krijgen. Het is goed dat het kabinet in 2024 ondanks de val toch maatregelen wil nemen om de armoede te bestrijden. De opgaven waar Amsterdam voor staat zijn groot: de groeiende armoede en ongelijkheid, de woon- en klimaatcrisis. Een wendbare begroting is nodig om te kunnen blijven investeren in deze opgaven. Bij de Voorjaarsnota 2023 hebben we op hoofdlijnen al verteld hoe we verder vorm willen geven aan een solidaire stad met kansen voor iedereen, aan een verantwoorde groei van de stad en aan een duurzame toekomst van ons allemaal. Met deze begroting worden de plannen verder toegelicht en ter besluitvorming voorgelegd. De budgettaire consequenties staan in de financiële hoofdlijnen.

Solidaire stad met kansen voor iedereen We willen dat Amsterdam een solidaire, diverse en ongedeelde stad is, die iedereen gelijke kansen biedt. Daarom investeren we extra in groepen die zich in een kwetsbare positie bevinden: • De bestaanszekerheid van een grote groep Amsterdammers staat al meerdere jaren onder druk. De ontwikkelingen als gevolg van de energieprijzen en inflatie hebben dit verder versterkt. Daarom is de doelgroep voor alle minimaregelingen in 2023 uitgebreid naar huishoudens met inkomens tot 130% van het sociaal minimum. Daarnaast is de inkomensnorm voor de kindregelingen met ingang van schooljaar 2023-2024 verhoogd naar 150% voor de duur van twee schooljaren. Amsterdam wil een stad zijn die niet alleen zegt vertrouwen te hebben in haar bewoners maar hen dat vertrouwen ook echt geeft. We doen daarom mee met het project Gezin & Geld waarbij mensen in armoede krijgen waar ze behoefte aan hebben: geld. Hobbels in wet- en regelgeving brengen we daarbij in beeld. • We breiden het aantal familiescholen uit van 10 naar 25. Vanuit de familieschool bieden we een brede ondersteuning aan het hele gezin, waarbij een koppeling wordt gemaakt met de thuissituatie en de leefomgeving van het kind. Ook het succesvolle programma High Dosage Tutoring waar leerlingen sinds 2019 intensieve één-op-één begeleiding krijgen zetten we voort.

Begroting 2024

• Nu we als samenleving meer hybride leven, werken en leren wordt aandacht (en actie) voor digitale ongelijkheid ook steeds belangrijker in het tegengaan van kansen­ ongelijkheid. Het college wil zich inzetten voor het dichten van de digitale kloof. • Met het programma Iedereen Kans op Werk investeren we daarom de komende jaren extra in Amsterdammers in de bijstand. Dit doen we met om- en bijscholing, een ruimere inzet van loonkostensubsidie, gesubsidieerd werk en jobcoaching. • Door de wooncrisis en gebrekkige bestaanszekerheid blijft dakloosheid een groot probleem in Amsterdam. Daarom zetten we ons de komende jaren in om tussen de 300 en 400 extra opvang- en woonplekken te creëren. Met zorgaanbieders en buurtteams zorgen we voor intensievere begeleiding en snellere oplossingen voor mensen die (dreigend) dakloos zijn. In de wintermaanden worden aanvullend 250 plekken beschikbaar gesteld voor mensen die kwetsbaar zijn. Daarnaast zoeken we samen met mensen die geen huisvesting in Amsterdam kunnen vinden ook naar plek buiten de stad. We investeren ook extra in kwetsbare gebieden in de stad: • Vanaf 2024 zetten we meer jeugdhulp en jeugdzorg gebiedsgericht in de kwetsbare stadsdelen en werken we met onze partners aan het terugdringen van de wachtlijsten.

Daarmee committeren we ons aan de afspraken uit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en zorgen we ervoor dat we de kinderen en gezinnen die hulp het hardst nodig hebben ook hulp kunnen blijven bieden, ondanks de rijksbezuinigingen. • In de gebieden waar onvoldoende (kwalitatieve) sportvoorzieningen zijn en/of de sport-en beweegparticipatie achterblijft investeren we extra in duurzame en toekomstbestendige voorzieningen. Deze investeringen gaan hand in hand met extra ondersteuning van de sportverenigingen die het met name in de aandachtsgebieden moeilijk hebben (Amsterdamse Voetbal Agenda/Plan van aanpak vitale sportclubs). Te veel kinderen bewegen onvoldoende. Daarom investeren we ook meer middelen in de aanleg of het vernieuwen van speelplekken verspreid over de hele stad afgestemd op de behoefte van onze jeugd. • Het college gaat extra inzetten op afvalinzameling en reiniging in Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Er worden extra buurtconciërges ingezet, extra veegploegen en twee reclyclepunten worden op zondag opengesteld. • We trekken extra geld uit voor het verbeteren van de fysieke omgeving in kwetsbare buurten in Noord. Het gaat dan bijvoorbeeld om het toevoegen van extra groen of een speelvoorziening. We dekken de komende drie jaar de huur- en programma­ kosten van 11 buurtkamers, 2 jongerencentra en 1 speeltuingebouw in met name Zuidoost, Nieuw-West en Noord.

9

H1

• Voor de drie stadsdelen met een integrale aanpak (Noord, Nieuw West en Zuidoost) komt extra geld voor het verbeteren van de basisdienstverlening en het aanpakken van acute problematiek in bijvoorbeeld openbare ruimte en het groen of de sociale basis. • Stadsdelen en het stadsgebied Weesp krijgen een eigen budget om deze college­ periode lokale problemen aan te pakken. De dagelijks besturen bepalen in overleg met de stadsdeelcommissie/bestuurscommissie waar het geld naar toe gaat. • De opkomst bij de laatste verkiezingen was historisch laag. Er waren ook grote verschillen in opkomst tussen verschillende delen in de stad. Dit vormt een bedreiging voor de lokale democratie. We maken een plan voor opkomstbevordering bij de Europese verkiezingen in 2024 en de gemeenteraadsverkiezingen in 2026. We willen dat alle inwoners van Amsterdam in gezondheid leven. Te veel Amsterdammers voelen zich echter niet gezond, hebben mentale klachten of kampen met langdurige ziekte of aandoeningen. Daarbij zijn de verschillen in gezondheid tussen groepen inwoners groot. Samen met onze regiopartners zoals de GGD en GGZ-instellingen investeren we in mentale gezondheid. Dat doen we onder meer met het programma Thrive.

We gaan steviger inzetten op de positie van ouderen, bijvoorbeeld op het terrein van valpreventie, veerkracht van ouderen (zoals het tegengaan eenzaamheid en depressie) en de fysieke leefomgeving (age friendly city). We willen de activiteiten op het terrein van seksuele gezondheid uitbreiden (o.a. PrEP). Ter bestrijding van seksueel geweld willen we een fysieke plek op een vaste locatie realiseren waar slachtoffers terecht kunnen voor hulp. Verder zet het college in op het verhogen van de nu nog te lage vaccinatiegraad van onze Amsterdamse kinderen. Het college maakt zich zorgen over de personeelstekorten in de zorg. Die spelen nu al, maar dreigen gezien de vergrijzing een nog groter probleem te worden. Daarom werkt het college er samen met de zorgaanbieders aan het werk in de zorg aantrekkelijk te houden. Ook zet het college in op het anders organiseren van de zorg: van zorg naar preventie en zorgzame buurten. Niet alleen om de problemen met de huidige tekorten aan te pakken, maar ook om de zorg goed te houden en toekomstbestendig te maken. In deze begroting maakt het college € 11 miljoen vrij om salarissen van medewerkers in welzijn- en (jeugd)zorg te kunnen verhogen. De zorg- en welzijnsaanbieders ontvangen daartoe in 2024 een extra vergoeding, zodat de zorg volgens de afspraken geleverd kan blijven worden. Het gaat dan om bijvoorbeeld Hulp bij Huishouding en Dagbesteding.

Het lerarentekort is een ernstige bedreiging voor de onderwijskwaliteit en is bovendien ongelijk verdeeld over de stadsdelen. Daarom hebben wij tot 2027 extra geld vrijgemaakt om huidige leraren te behouden en nieuwe leraren op te leiden door fors te investeren in imago en instroom.

Begroting 2024

Zonder goed opgeleide vakmensen kan onze samenleving niet draaien. We investeren samen met de Amsterdamse mbo-instellingen in een krachtig mbo met toekomst­ perspectief voor jongeren en volwassenen. We geven daarbij extra prioriteit aan studenten niveau 1 en 2, het stimuleren van innovatieve projecten en de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost. We versterken en intensiveren de Amsterdamse aanpak schoolveiligheid. We breiden de aanpak uit van v(s)o-scholen naar alle mbo’s en po-scholen die aanlopen tegen veiligheidsproblematiek op en om school. De openbare orde en veiligheid blijven onverminderd hoog op de agenda staan voor het college. De drukte in de stad vraagt veel van onze handhavers, politieagenten en hulpdiensten. Of het nu gaat om zakkenrollers in de binnenstad, festivals, demonstraties, voetbalwedstrijden of de jaarwisseling: het is hard werken met een beperkte bezetting en dat heeft gevolgen voor de veiligheid op straat en voor de opsporing. Het blijft dus van groot belang om te investeren in de veiligheid. Boven op de bestaande programma’s tegen ondermijning, geweld en jeugdcriminaliteit trekt het college geld uit om intimidatie, discriminatie en geweld tegen LHBTIQ+ Amsterdammers te bestrijden en om seksuele intimidatie van en seksueel geweld tegen meiden en vrouwen in de stad te bestrijden.

Tegelijkertijd trekt het college samen met de andere Nederlandse gemeenten op om de steeds nijpendere tekorten bij de politie onder aandacht te blijven brengen in Den Haag. De komende jaren wordt een toenemende groei van het aantal asielzoekers en ontheemden uit Oekraïne verwacht. Bovendien heeft Amsterdam een uitdaging om voldoende huisvesting voor statushouders te realiseren. Samen met het COA zetten we in 2024 in op 4.500 opvangplekken voor asielzoekers en 2.870 opvangplekken voor Oekraïners (waarvan 70% in semipermanente locaties). De 500 opvangplekken voor ongedocumenteerden worden gecontinueerd. Evenementen, groot of klein, voegen op veel manieren iets toe aan de stad, door bij te dragen aan belangrijke doelstellingen op het gebied van cultuurparticipatie, sociale cohesie, economie, levendigheid en het versterken van kernwaarden van de stad. Het is tijd voor een nieuwe koers in het evenementenbeleid waarbij voorop komt te staan wat evenementen kunnen brengen voor de stad. Voorwaarde daarbij blijft dat de impact van die evenementen voor omwonenden acceptabel is en dat de voordelen van evenementen opwegen tegen de nadelen. In 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. In 2024 werken we verder aan de voorbereiding. Juist in lastige tijden is vieren belangrijk.

We zetten in op nieuwe verbintenissen, dierbare herinneringen én blijvende nalatenschappen met bijzondere aandacht voor de jonge generatie aan wie we de stad doorgeven en met behulp van Amsterdams talent.

10

H1

Amsterdam heeft zich kandidaat gesteld als speelstad voor het WK voetbal voor vrouwen in 2027 als onderdeel van het gezamenlijke bid van Nederland, België en Duitsland. We staan samen voor een grote en complexe opgave om de culturele infrastructuur van Amsterdam overeind te houden, te versterken en te vernieuwen. De noodzaak om scherpe keuzes te maken en nieuwe kansen optimaal te benutten is groot. Dit nieuwe Kunstenplan 2025-2028, wordt in oktober 2023 door het college gepresenteerd. In 2024 zetten we samen met de hiervoor aangestelde kwartiermakers vervolgstappen om te komen tot een Nationaal Slavernijmuseum. Eind 2023 presenteren de kwartier­ makers ondernemingsplan. Dit vormt de basis voor het definitieve besluit over de realisatie en de bouw van het museum. We blijven organisaties in de stad subsidiëren om samen aan de slag gaan met de prioriteiten voor inclusie en antidiscriminatie. Duurzame samenwerking maakt hun impact groter.

Duurzame toekomst Met de brief ‘Onze stad van morgen’ heeft het college een heldere, stevige en urgente opdracht aan zichzelf (en de gehele gemeentelijke organisatie) gegeven hoe de klimaatcrisis te bestrijden. Het principe ‘duurzaam, tenzij’ wordt leidend in ons handelen. De nadruk komt te liggen op de uitvoering van de energietransitie zoals het uitvoeringsprogramma voor het isolatieoffensief, waarbij we inzetten op het stimuleren van het verbeteren en versnellen van het isolatietempo van bestaande woningen. Dat levert energiebesparing op korte termijn op in de strijd tegen energiearmoede. Het verlaagt de energievraag van woningen structureel en verbetert het comfort. In 2024 gaan we woningeigenaren en bewoners op verschillende manieren hierbij begeleiden, stimuleren en helpen. Zwaartepunt hierbij ligt bij bewoners in kwetsbare buurten en/of in een kwetsbare positie. Met corporaties, zorginstellingen, en de onderwijssector maken we afspraken over het verduurzamen van hun woningen/ gebouwen. Ook hebben we geld vrijgemaakt om de verduurzaming van de gemeentelijke panden te versnellen. Het vergunningsverleningsproces voor windturbines bij de NoorderIJplas wordt in 2024 afgerond. Het Programma Wind Amsterdam , waarin wordt onderzocht waar windturbines ontwikkeld kunnen worden en onder welke voorwaarden, wordt begin 2024 ter visie gelegd en later dat jaar vastgesteld.

De aanstaande veranderende landelijke regelgeving (Wet Collectieve Warmte­ voorziening) omtrent de eigendom van warmtenetten heeft invloed op de geplande uitbreiding van de warmtenetten. Mede daarom verbreden en onderzoeken we de aanpak van de warmtetransitie door ook naar andere technieken te kijken.

Begroting 2024

Voor de vereiste uitbreiding van het elektriciteitsnet maken we met Liander en Tennet afspraken. Ook over hoe het huidige netwerk slimmer en efficiënter kan. Met de oprichting van een gemeentelijke uitvoeringsorganisatie ‘Energie voor de Stad’ richten we ons in eerste instantie vooral op de uitvoering van elektriciteitsinfrastructuur en warmtenetten. Met de strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en de uitvoeringsagenda Circulair 2023-2026 richten we ons op de verplichte afname met 50% van het gebruik van nieuwe, niet-herwinbare grondstoffen Dat doen we in samenwerking met bewoners, bedrijven en instellingen. Op het gebied van economie heeft groei decennialang centraal gestaan. Steeds meer wordt duidelijk dat we tegen grenzen aanlopen, zowel sociaal-maatschappelijk als in relatie tot het klimaat. Dat vraagt om een andere visie op de (lokale) economie. Eind 2023 wordt deze gepresenteerd en daar wordt vervolgens in 2024 uitvoering aan gegeven. We gaan verder met het uitvoeren van maatregelen tegen overlastgevende bezoekers en overtoerisme en voor het terugdringen van het aantal overnachtingen. Hier trekken we ook extra geld voor uit. Met de beperkende maatregelen wil Amsterdam de stad leefbaar houden voor de bewoners. Een van die maatregelen is het verhogen van de toeristenbelasting.

Omdat de verwachte groei de maximum bandbreedte van 20 miljoen toeristenovernachtingen overstijgt, heeft de raad heeft bij de voorjaarsnota een motie aangenomen om de toeristenbelasting forser te verhogen dan het voorstel zoals geformuleerd in de Voorjaarsnota 2023. De toeristenbelasting stijgt daarom vanaf 2024 naar 12,5% van de kamerprijs. Bij een gemiddelde kamerprijs van € 175 en kamerbezetting van twee personen gaat de belasting omhoog van afgerond € 18 nu naar € 22 per kamer per nacht in 2024. De belasting voor dagtoeristen wordt verhoogd van € 8 naar € 11 per bezoeker per dag (of deel van een dag). Toeristen gaan daarmee fors meer bijdragen aan de stad. De opbrengst van de toeristenbelasting neemt toe met € 65 miljoen vanaf 2027, in plaats van met € 30 miljoen zoals bij de Voorjaarsnota 2023 voorgesteld.

Verantwoorde groei Amsterdam werkt hard aan de bouw van nieuwe woningen, want de woningnood is en blijft groot in Amsterdam. Voor deze collegeperiode geldt de doelstelling om 7500 woningen per jaar bij te bouwen. In 2022 is dit aantal ruimschoots gehaald, maar in 2023 heeft de bouwcrisis toegeslagen. Projecten komen onder druk te staan door hoge bouwprijzen en stijgende rentes. Dat verandert in 2024 naar verwachting niet. Het college blijft zich in 2024 inspannen om toch zoveel mogelijk woningen voor Amsterdammers te realiseren, voortbouwend op het Woningbouwplan 2022-2028.

11

H1

Een vervolgstap is zeer recent gezet met het ondertekenen van het Doorbouwakkoord, samen met marktpartijen. Het Doorbouwakkoord bevat ook acties om in 2024 de woningbouw te versnellen. Amsterdam wil een stad zijn met voldoende betaalbare en goede woningen voor iedereen. In 2024 gaan we daarom aan de slag met de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting. Dit is een woonvisie (met daarin de Woonzorgvisie geïntegreerd) én een actieplan om de grote vraagstukken over volkshuisvesting in Amsterdam aan te pakken. Ook na deze collegeperiode groeit de stad door. Hoe en waar dit kan, werken we uit in de Ontwikkelstrategie 2035. Daarin komt te staan op welke bestaande en nieuwe locaties de buurten van de toekomst kunnen worden gemaakt. In het tweede kwartaal 2024 wordt de Ontwikkelstrategie ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Bij de aanpak van de openbare ruimte verleggen we de focus van het verbeteren naar het behouden van de stad. Dit is ook één van de afspraken uit het coalitieakkoord. Nieuwe projecten in de openbare ruimte worden alleen uitgevoerd bij noodzakelijk onderhoud. Met deze nieuwe insteek in achterhoofd is gekeken naar de programma’s Stadsverbetering en Stadsbehoud en zijn keuzes gemaakt. De verbeteringen die we daarbij wel standaard meenemen zijn (verkeers)veiligheid en toekomstbestendigheid (klimaatadaptatie).

Zo zorgen we dat de investeringen die we doen een tijd mee kunnen. Ondanks de financiële verschuiving blijft de onderhoudsopgave groot en is het budget op sommige onderdelen niet toereikend voor het gestelde onderhoudsniveau. We hebben keuzes gemaakt waardoor de achterstalligheid aan het onderhoud van de openbare ruimte, groen en water zo min mogelijk verder oploopt en vooral beperkt blijft tot onderdelen waar dat geen grote gevolgen heeft voor de veiligheid. Daarbij geven we voorrang aan het oplossen van achterstallig onderhoud in Noord, NieuwWest en Zuidoost. We zetten, samen met bewoners en ondernemers, in op een schone stad met afvalvrije straten, parken en pleinen. Dit wordt bereikt door gerichte reiniging, efficiënte en duurzame afvalinzameling, en het bevorderen van afvalscheiding en hergebruik. In 2023 zijn de afvalplannen per stadsdeel opgesteld, die in 2024 tot uitvoering worden gebracht. Per stadsdeel zetten we in op de specifieke opgaven per gebied, met name de plekken die hardnekkig vuil blijven. In onze activiteiten werken we veel samen met de Amsterdammers en stimuleren we hen ook het gewenste gedrag te vertonen. Er is een groot rattenprobleem in de stad. Daar zetten we extra op in. Preventie staat daarbij voorop, om dieronvriendelijke maatregelen zoveel mogelijk te voorkomen.

Begroting 2024

De verdere groei van het aantal bewoners en bezoekers zorgt voor meer druk op de openbare ruimte en dus ook op het water. We trekken extra geld uit voor onder andere de gemeentelijke organisatie op het onderwerp water, dat betreft ook het opdrachtgever zijn voor Waternet. De Inspectie Leefomgeving en Transport en de Rekenkamer MRA hebben ook aangedrongen op een betere invulling van dat opdrachtgeverschap. In 2024 zetten we verder in op het verbeteren van de verkeersveiligheid in de stad. Het verlagen van de maximumsnelheid op veel wegen naar 30km/u gaat hieraan bijdragen, net als het verder autoluw maken van de stad, het toevoegen van schoolstraten, verbeteringen voor fietsers en fietsstimulering. Veel Amsterdammers zijn voor hun werk en sociale leven afhankelijk van het openbaar vervoer. Het ov moet daarom toegankelijk en betaalbaar mogelijk zijn. Het openbaar vervoer zit in zwaar weer, onder andere door hogere kosten en personeelsgebrek. Het college heeft extra geld beschikbaar gesteld om zodat het ov-netwerk goed en betrouwbaar blijft in 2024.

Noodzaak van een wendbare begroting Vanaf 2027 komen we jaarlijks € 40 miljoen tekort. Dit tekort wordt veroorzaakt door een forse terugval in het geld dat we van het rijk krijgen via het Gemeentefonds. Zodra er een nieuw kabinet is, zetten we het gesprek hierover voort. Vorig jaar zijn we de bestuursopdracht inzicht in beleid, geld en keuzes gestart, mede om voorbereid te zijn op dit structurele tekort. De inzichten uit de bestuursopdracht moeten ons helpen om bij te kunnen sturen als de financiën of de ambities daarom vragen. De bestuursopdracht heeft als doel om beter inzicht te hebben in de inhoudelijke opbouw van de uitgaven en de keuzemogelijkheden die daarin zitten. In het voorjaar 2024 willen we alle onderdelen van de begroting gebenchmarkt hebben en medio 2024 hopen we het dashboard gereed te hebben dat de begroting inzichtelijker en toegankelijker maakt. Ook voor de investeringen werken we aan meer inzicht in de keuzemogelijkheden. Bij de Voorjaarsnota 2023 heeft de raad de kaders voor de schuldontwikkeling vastgesteld en daarmee de ruimte om te investeren. De ambities om te investeren zijn groter dan de mogelijkheden die we hebben, zowel voor de korte als voor de lange termijn. In deze begroting wordt de investeringsruimte voor de periode 2024-2027 vastgesteld en de invulling daarvan. De invulling is opgenomen in de investeringsportfolio’s.

Bij de Voorjaarsnota 2023 zijn al een aantal grote keuzes aan de raad voorgelegd voor de grote beeldbepalende investeringen. Ook hierover neemt de raad met deze begroting een besluit.

12

H1

Veel en grootschalige wensen voor investeringen vinden plaats voorbij de horizon van onze meerjarenbegroting. Er is meer integraal inzicht en overzicht nodig van de benodigde investeringen om de groei van de stad te accommoderen. Inzicht in het meerjarig investeringsportfolio geeft de mogelijkheid om tot verantwoorde keuzes te komen die aansluiten bij de groei van de stad. In het voorjaar van 2024 hopen we hierin een vervolgstap gezet te hebben.

Begroting 2024

13

2

H2

Financiële hoofdlijnen Inleiding De ontwikkelingen van de financiën hangen sterk samen met ontwikkelingen om ons heen. De aanhoudende oorlog tussen Rusland en Oekraïne heeft voelbare gevolgen voor Amsterdam. Hoge energiekosten, hoge kosten voor levensonderhoud en hoge inkoop- en bouwkosten raken zowel de gemeente als de inwoners van Amsterdam. Ook klimaatverandering dwingt ons allemaal tot het nemen van maatregelen waarbij kosten, opbrengsten en duurzaam effect soms onzeker zijn. Nederland is in de loop van 2023 in een milde recessie geraakt. Toch zijn de verwachtingen van het Centraal Plan Bureau in de concept Macro Economische Verkenning 2024 dat de economie groeit in 2024. Ook zal de koopkracht herstellen na een eerdere forse daling. Tegelijkertijd kan het aantal mensen dat leeft in armoede juist stijgen wanneer aanvullend beleid uitblijft. De inflatie is in 2023 gedaald maar blijft hoog en dat zet door in 2024. De rente is gestegen naar een relatief hoog niveau van 3,5%. Dat zorgt voor extra rentelasten bij herfinanciering van onze schulden. Natuurlijk weten we niet zeker hoe de marktrentes zich de komende jaren gaan ontwikkelen, maar dit onderstreept wel de noodzaak om onze begroting wendbaar te houden en voorzichtig te zijn met het verhogen van de structurele lasten. Onze lasten nemen de komende jaren ook toe door de stijgende lonen en prijzen.

Om onze begroting mee te kunnen laten bewegen met de inflatie reserveren we daar geld voor. Dat geld ontvangen we uit het gemeentefonds, maar dekken we ook voor een deel uit onze eigen inkomsten. De afgelopen jaren zagen we dat de groei van inkomsten en uitgaven met elkaar uit de pas gingen lopen. Hierdoor loopt de bestedingskracht van onze begroting terug. In deze begroting harmoniseren we de indexering van de lokale heffingen. Dit betekent dat de belastingen en de tarieven zoveel mogelijk op eenzelfde wijze aan de loon- en prijsontwikkelingen worden aangepast. Hierdoor wordt onze begroting voorspelbaarder en stabieler.

En wat gebeurt er aan de batenkant van de begroting? De belangrijkste ontwikkeling betreft de toeristenbelasting. We vereenvoudigen de heffingssystematiek en verhogen de toeristenbelasting naar 12,5% van de overnachtingsprijs. In samenhang daarmee verhogen we de dagtoeristenbelasting voor cruisepassagiers van € 8 naar € 11. Hiermee komen we tegemoet aan de wens van de raad om de toeristenbelasting forser te verhogen dan in de voorjaarsnota werd voorgesteld. We kiezen ervoor om de lasten te verzwaren voor onze bezoekers, niet voor Amsterdammers. Ondanks de stijging van de geraamde baten is er in deze begroting sprake van een structureel tekort van € 40 miljoen vanaf 2027. De oorzaak van dit tekort ligt in de terugval van de gemeentefondsuitkering in 2026, het bekende ravijn. De inkomsten uit het gemeentefonds groeien vanaf 2026 niet meer mee met de rijksuitgaven, maar zijn vastgeklikt op een vast bedrag. Waar het rijk de laatste jaren telkens incidenteel een bijdrage gaf voor het tekort, bevat de Meicirculaire 2023 voor het eerst een structurele bijdrage. Daarmee is het structurele tekort behoorlijk verkleind, maar niet opgelost. We zullen onder deze omstandigheden stappen blijven zetten naar duurzame, sociale en rechtvaardige oplossingen en blijven streven naar een sterke en solidaire stad.

De financiële hoofdlijnen gaan in op de volgende onderwerpen: • Het financieel beeld van de programmabegroting en de belangrijkste bestuurlijke keuzes die we daarbij maken. • De gemeentebalans, oftewel de gemeentelijke bezittingen en de financiering daarvan. • De ontwikkeling van het risicobeeld.

Desondanks zien we eigenlijk over de hele linie van de begroting afwijkingen tussen de door het Rijk en gemeente vergoede, en de daadwerkelijke loon- en prijsontwikkeling. Net als in onze persoonlijke huishoudboekjes: de boodschappen worden duurder, de rente en huren stijgen, maar ons inkomen groeit niet even hard mee. Voor gemeenten komt daar nog bij dat de grondslag voor de vergoeding van de loon- en prijsstijgingen in het gemeentefonds vanaf 2026 daalt. Het was de bedoeling dat er een nieuwe financieringssystematiek zou volgen voor de financiering van gemeenten. Hierover was tot de val van het kabinet nog geen besluit genomen. Op dit moment is het daarom afwachten of, en zo ja, met welke oplossing een nieuw kabinet komt.

Begroting 2024

15

H2

2.1

Financieel beeld en bestuurlijke keuzes

Tabel 2.1 Financieel beeld van de begroting (bedragen x € 1 miljoen) 2023*

2024

2025

2026

2027

1. BEGINSALDO Startstand

0,0

0,0

0,0

-90,0

-90,0

Actualisatie exploitatielasten investeringen

27,7 0,0

0,0

0,0

-90,0

-62,3

Exploitatielasten extra investeringsruimte jaarschijf 2027

2. ONTWIKKELINGEN IN HET ALGEMENE BEELD Nominale ontwikkeling

9,8

-56,4

-47,9

-53,1

-128,7

wv. Actualisatie

9,8

-69,7

-80,2

-105,0

-206,0

13,3

32,3

51,9

77,3

17,2

54,7

128,4

191,5

85,5

87,4

86,4

96,7

68,0

55,5

55,5

65,6

9,5

23,3

23,3

23,3

8,0

8,6

7,6

7,8

-0,3

-8,6

-18,1

-45,1

EU-subsidies

-10,0

-10,0

-10,0

-10,0

Subsidies

-8,5

-8,5

-8,5

-8,5

Referentienormen groen en sport

-2,0

-5,0

-10,0

-10,0

wv. Harmonisatie indexatie eigen middelen 3,8

wv. Structurele bijdrage ravijn

81,9

Belastingen wv. Toeristenbelasting wv. Parkeerbelasting

0,5

wv. Overig Rente

12,3

Overig

15,8

-6,7

-2,9

-1,3

0,1

Totaal ontwikkelingen algemeen beeld

41,7

18,8

59,2

113,8

86,0

-90,0

-78,2

-58,4

-46,5

3. ONTWIKKELINGEN IN DE BELEIDSPROGRAMMA’S Totaal

Begroting 2024

2024

2025

2026

2027

-2,0

17,0

22,9

19,3

-17,2

4. INVESTERINGEN

Extrapolatie

Gemeentefonds

2023*

-7,2

-4,4

Totaal investeringen

-2,0

17,0

22,9

19,3

-21,6

SALDO VOOR KASSCHUIVEN

32

-54

4

-15

-44

66,1

-57,1

-8,9

-8,1

-2,1

111

5

23

6

0

0

0

-40

5. KASSCHUIVEN Totaal kasschuiven

6. ALGEMENE RESERVE (+ is onttrekking; -/- is toevoeging) Verwacht rekeningresultaat 2023

-99

Mutaties Algemene reserve EINDSALDO

99

* wijzigingen ten opzichte van Voorjaarsnota 2023

1. Beginsaldo Startstand De startstand van deze begroting voor het jaar 2023 is de eindstand van de Voorjaarsnota 2023. De startstand van de jaren daarna wordt gevormd door de eindstand van de Begroting 2023. Dat betekent dat we deze begroting starten op nul in de jaren 2023 tot en met 2025, en voor 2026 met een structureel tekort van € 90 miljoen. De oorzaak van dit tekort ligt in de terugval van onze gemeente­ fondsuitkering van 2025 op 2026 –het bekende ‘ravijn’.

16

H2

Extrapolatie In deze begroting voegen we de jaarschijf 2027 toe. Aangezien het tekort uit de Begroting 2023 een structureel karakter heeft, geldt dat ook als uitgangspunt voor het jaar 2027. Daarnaast bekijken we voor alle budgetten en inkomsten of deze bij ongewijzigd beleid vanuit 2026 moeten worden doorgetrokken naar 2027. Per saldo levert die extrapolatie een voordeel op van € 27,7 miljoen.

2. Ontwikkelingen in het algemene beeld

In deze begroting doen we dat voor de jaren 2024 tot en met 2027, en verwerken we voor alle jaren de meicirculaire van dit jaar. Het opgetelde effect van deze circulaires is opgenomen in tabel 2.1. Dit effect betreft enkel de ontwikkeling van het algemene deel van het gemeentefonds. Het beeld daarvan bij deze begroting wordt grotendeels bepaald door een compensatie in het gemeentefonds voor de inflatie. Dit heet ook wel het accres. Daarnaast ontvangen we vanaf 2027 een structurele toevoeging aan het gemeentefonds van € 81,9 miljoen, die bedoeld is om de tekorten voor gemeenten vanaf 2027 deels te dempen.

Nominale ontwikkeling Met nominale ontwikkeling bedoelen we het stijgen van de lonen en prijzen. Om onze begroting mee te kunnen laten groeien met de ontwikkeling van lonen en prijzen, reserveren we daar geld voor. Een doorrekening op basis van de op 17 augustus gepubliceerde cpb-cijfers voor loon- en prijsontwikkeling laat zien dat we op dit structureel zo’n € 206 miljoen moeten reserveren om onze begroting mee te kunnen laten bewegen met de nominale ontwikkeling.

Naast dit algemene en vrij door gemeenten besteedbare deel kent het gemeentefonds ook een aantal gerichte uitkeringen. Dit zijn de integratie- en decentralisatieuitkeringen. Deze uitkeringen worden door het rijk geoormerkt voor besteding met een bepaald doel of op een bepaald terrein. De ontwikkelingen op deze uitkeringen zijn niet opgenomen in tabel 2.1, aangezien die uitkeringen worden doorvertaald naar de beleidsprogramma’s en dus niet zorgen voor ruimte in de begroting.

Daarnaast harmoniseren we vanaf deze begroting de indexering van onze lokale heffingen. Dit betekent dat de belastingen en de tarieven zoveel mogelijk op eenzelfde wijze aan de loon- en prijsontwikkelingen worden aangepast. Tot op heden gebruikten we daarvoor verschillende indexen op verschillende momenten, of indexeerden we beperkt of helemaal niet. Dit is vaak historisch zo gegroeid. Uiteindelijk leiden deze verschillen ertoe dat de inkomsten en uitgaven met elkaar uit de pas gaan lopen en de bestedingskracht van de begroting afneemt. Door eenduidigheid in de indexering wordt de begroting stabieler.

Belastingen In deze begroting vereenvoudigen we de heffingssystematiek voor de toeristen­ belasting voor verblijfsbezoekers. Vanaf 2024 heffen we de toeristenbelasting alleen nog via een percentage van de overnachtingsprijs. Het vaste bedrag per persoon per overnachting komt daarmee te vervallen. Tegelijkertijd verhogen we de toeristen­ belasting naar 12,5% en de dagtoeristenbelasting die betaald wordt door cruise­ passagiers van € 8 naar € 11. Dit zorgt voor hogere opbrengsten van ruim € 65 miljoen vanaf 2027.

In de Begroting 2023 is besloten om het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF) op te heffen en de parkeeropbrengsten over te hevelen naar de algemene dekkingsmiddelen. Zoals in de Voorjaarsnota 2023 vermeld is met het opheffen van het SMF het gesloten systeem vervallen. De gevolgen hiervan zijn tweeledig. Enerzijds nemen we de indexatie van de lasten voor het innen van de parkeeropbrengsten mee in de actualisatie van de nominale ontwikkeling. Daarvoor moeten we dus extra middelen opzij zetten. Anderzijds landen de parkeerinkomsten nu in de algemene middelen, en geldt dat ook voor de indexatie van die inkomsten. Dit is verwerkt in de harmonisatie van de indexatie van de eigen middelen.

Daarnaast verwerken we in deze begroting het meerjarige effect van twee ontwikkelingen die in de voorjaarsnota al voor 2023 zijn verwerkt. Dit betreft aanpassingen in de ramingen van de onroerendezaakbelasting (OZB) en de reclamebelasting. De bijstelling van de verwachting van de OZB aan de hand van de laatste inzichten leidt tot een structurele meevaller van ongeveer € 12 miljoen, terwijl we de verwachte opbrengsten van de reclamebelasting verlagen met circa € 5 miljoen.

Gemeentefonds Het rijk publiceert jaarlijks in mei, september en december de zogenaamde circulaires van het gemeentefonds. In deze circulaires wordt de gemeentefondsuitkering voor alle Nederlandse gemeenten geactualiseerd. In de Voorjaarsnota 2023 zijn de gevolgen voor het lopende jaar van de September- en Decembercirculaire 2022 verwerkt.

Begroting 2024

De verwachte parkeerinkomsten nemen vanaf 2025 met ruim € 23 miljoen toe. Deze stijging heeft een aantal oorzaken. Allereerst is de raming op basis van de ervaringen uit 2022 bijgesteld. Daarnaast is betaald parkeren uitgebreid naar Nieuw-West en Zuidoost, en zijn tarieven, tijden en dagen van betaald parkeren en de bezoekers­ regeling aangepast.

17

H2

Ook is na een aanbesteding het contract voor de handhaving per 1 januari 2024 gegund aan een nieuwe partij. De handhaving wordt door de nieuwe parkeer­ beheerder geïntensiveerd. Hierdoor worden er meer naheffingsaanslagen opgelegd en zal naar verwachting de betalingsbereidheid van de parkeerbelasting toenemen. Daardoor stijgen de parkeerinkomsten in 2024 met € 6,2 miljoen en vanaf 2025 structureel met € 9,4 miljoen. Tegenover deze stijging van de geraamde baten staat een toename van de lasten die samenhangen met inning en handhaving van het parkeren. Die toename loopt op tot zo’n € 12 miljoen in 2027. Deze lasten landen in programma 2 Openbare ruimte, groen, water, vervoer en worden verderop in deze hoofdlijn – en in het programmablad – in meer detail toegelicht. Rente De rente is het afgelopen jaar verder gestegen. Ten tijde van de Begroting 2023 was de marktrente voor nieuw aan te trekken langlopende (10-jaars) leningen 2,75%. Dit voorjaar was dat 3,25%, inmiddels is de rente voor langlopende leningen verder gestegen naar 3,5%. Er is momenteel ongeveer € 6,1 miljard aan langlopende leningen afgesloten tegen een vaste rente van gemiddeld 1%. Hierdoor werkt het effect van de rentestijging op de totale externe schuld vertraagd door. Het gemiddelde rentepercentage over de schuld stijgt stapsgewijs naar 2,4% in 2027.

Dat zorgt in deze begroting voor een tegenvaller die bij ongewijzigde omstandigheden oploopt tot ruim € 45 miljoen in 2027. De verwachting is dat onze schuld in 2027 uitkomt op € 8,7 miljard. In de jaren daarna zal onze gemiddelde rente, bij ongewijzigde omstandigheden, verder oplopen tot uiteindelijk 3,5%. Op termijn zijn de effecten van de stijgende rente daardoor nog een stuk groter, aangezien we uiteindelijk onze volledige schuld moeten herfinancieren. Uitgaande van een rentetarief van 3,5% zou dat nog eens ongeveer € 100 miljoen hogere rentelasten betekenen. EU-subsidies In de Begroting 2024 verwerken we het meerjarige effect van het niet invullen van de ombuigingsopgave op Europese subsidies uit het coalitieakkoord. Het effect in 2023 is al verwerkt en toegelicht in de voorjaarsnota. Subsidies In het coalitieakkoord is een ombuiging opgenomen op subsidies van € 8,5 miljoen vanaf 2024. We hebben ruimte gevonden in deze begroting om de subsidies op peil te houden. De taakstelling wordt gecorrigeerd vanuit de algemene middelen voor een bedrag van € 8,5 miljoen structureel vanaf 2024.

Begroting 2024

Referentienormen groen en sport In het coalitieakkoord is een herijking opgenomen van de normen voor de hoeveelheid groen en sport in een gebied. Daaraan is ook een besparing gekoppeld. We gaan door met de herijking van de normen, maar we dekken de besparing vanuit de algemene middelen. Op die manier kunnen we voldoende blijven investeren in groen en sport. Overig De regel ‘overig’ in tabel 2.1 is een optelling van een aantal ontwikkelingen: • Dividenden: de voornaamste ontwikkeling is een kleine bijstelling in het verwachte rendement van Alliander. Oorzaak hiervan ligt in de oplopende investeringen en kosten, en het duurder worden van de zogeheten netverliezen door stijgende energieprijzen. • Erfpacht: De verwachte inkomsten uit erfpacht wijzigen in de jaren 2024-2026 door een aantal verschillende kleine effecten dat in tegengestelde richting werkt. Vanaf deze begroting gaan we meeropbrengsten uit erfpacht sparen om de groei van onze schuld te dempen. Hierdoor is de wijziging in 2027 in deze begroting nul; we reserveren de kleine stijging van het verwachte erfpachtresultaat. • Leges: Het coalitieakkoord bevat een ombuiging op de leges van € 2 miljoen vanaf 2024. Die wordt in deze begroting voor € 1,5 miljoen ingevuld door het verhogen van een aantal leges. De invulling via de evenementenleges start in 2025, en wordt in 2024 gedekt vanuit de algemene middelen.

Dit geeft ons de tijd om de invulling van deze ombuiging in samenhang met het ontwikkelen van het evenementenbeleid op te pakken. • Vrijval rentevoorziening AEB: Er zijn lagere lasten door het vrijvallen van de voorziening voor de verstrekte lening aan AEB. Deze voorziening was getroffen voor het geval AEB werd verkocht en daarmee de begrote rentebaten niet werden gerealiseerd. De geplande verkoop van AEB aan AVR heeft helaas geen goedkeuring van de ACM gekregen. Er wordt een nieuw verkoopproces gestart maar het is niet de verwachting dat AEB in 2023 nog verkocht gaat worden. Daarom zullen de rentebaten van de verstrekte lening aan AEB in 2023 wel worden gerealiseerd en kan deze voorziening vrijvallen (€ 11,1 miljoen). • Gedeeltelijke vrijval Amsterdams noodfonds: In de Begroting 2023 hebben we in het Amsterdamse noodfonds twee keer € 10 miljoen beschikbaar gesteld voor het MKB en maatschappelijke organisaties. We laten € 1,8 miljoen uit het noodfonds vrijvallen, en zetten deze middelen in als compensatie voor de sterk gestegen energiekosten van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Deze lasten zijn terug te vinden in programma 8 Veiligheid. • Correctie amendementen Begroting 2023: Bij de raadsbehandeling van de Begroting 2023 zijn twaalf amendementen aangenomen, waarvan elf met financiële consequenties.

Deze consequenties zijn gedekt door de veronderstelde ruimte in een aantal reserves. Het verwerken van deze amendementen in de begroting kan

18

H2

leiden tot knelpunten in de taken die normaliter vanuit deze reserves gedekt worden. De raad is hierover in een brief geïnformeerd op 6 december 2022. Het tekort in 2023 (€ 4,5 miljoen) hebben we in de voorjaarsnota aangevuld. In deze begroting doen we dat voor de tekorten in 2024 (€ 1,7 miljoen).

2.2

Ontwikkeling baten en lasten

De gemeentelijke baten (exclusief onttrekkingen reserves) zijn in 2024 € 6,5 miljard. In onderstaande figuur geven we de gemeentelijke inkomsten grafisch weer.

3. Ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s

Figuur 2.1. Baten per categorie Begroting 2024

De ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s worden toegelicht in paragraaf 2.3 van deze Financiële hoofdlijnen.

(bedragen x € 1 miljoen)

4. Investeringen In de begroting actualiseren we de exploitatielasten die samenhangen met onze investeringen. De exploitatielasten bestaan uit kosten die we maken voor rente, afschrijving, beheer en onderhoud van investeringen. Deze lasten zijn bijgesteld, in lijn met het uitvoeringstempo van onze investeringen. Vanaf 2027 is een toename zichtbaar van ruim € 17 miljoen. Daarbovenop reserveren we in deze begroting ruim € 4 miljoen voor exploitatielasten vanaf 2027. Hierdoor maken we in onze begroting de benodigde ruimte vrij om in de Voorjaarsnota 2024 de investeringsruimte te kunnen laten groeien met circa € 50 miljoen.

5. Kasschuiven We verwerken het incidentele effect van de voorgestelde kasschuiven. Een kasschuif is een (beleidsarme) verschuiving van budgetten van het ene naar het andere jaar. In het voorjaar hebben we het effect van de in de voorjaarsnota voorgestelde kasschuiven voor 2023 reeds verwerkt. In deze begroting verwerken we dus de meerjarige effecten van de kasschuiven uit de voorjaarsnota, naast de kasschuiven uit de begroting zelf. In tabel 2.1 is de optelling van die twee zaken per jaar weergegeven.

6. Algemene reserve In de voorjaarsnota voegden we het positieve saldo van € 122 miljoen over 2023 toe aan de algemene reserve. Dat deden we om dit bedrag in latere jaren als dekking in te kunnen zetten. Deze onttrekkingen verwerken we nu in de begroting. In totaal onttrekken we in de jaren 2024 – 2027 € 146 miljoen aan de algemene reserve. In deze begroting zien we onderaan de streep een positief saldo van € 99 miljoen in 2023. Dit saldo zal aan het eind van het jaar onderdeel uitmaken van het rekeningresultaat, dat we in de voorjaarsnota toevoegen aan de algemene reserve.

Begroting 2024

Overig Grond- en erfpachtopbrengsten

558 2.961

751 Afvalstoffen-, rioolheffing, drinkwater, leges

Gemeentefonds

560

851 Parkeren, OZB en toeristenbelasting

790 Specifieke uitkeringen

De baten kunnen globaal worden onderverdeeld in drie categorieën: • Inkomsten van het Rijk • Lokale heffingen • Overige eigen middelen De inkomsten van het Rijk bestaan uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds en specifieke uitkeringen. De algemene uitkering mogen gemeenten vrij besteden aan de gemeentelijke taken en we mogen hierin dus eigen afwegingen maken. Dit in tegen­ stelling tot de specifieke uitkeringen, die gemeenten moeten besteden aan bepaalde taken. De lokale heffingen bestaan uit heffingen voor enerzijds specifieke wettelijke taken zoals riool-, drinkwater- en afvalstoffenheffing en anderzijds uit gemeentelijke belastingen die in principe vrij besteedbaar zijn zoals onroerendezaakbelasting (OZB), toeristenbelasting en parkeerbelasting.

19

H2

De overige eigen middelen zijn de inkomsten uit bezit zoals erfpacht, dividend en grondopbrengsten door verkopen. De categorie overig in de figuur 2.1 en 2.2 bestaat uit huuropbrengsten, dividend en andere kleinere inkomstenbronnen van de gemeente. Meerjarig laten de baten het volgende beeld zien:

Figuur 2.2 Ontwikkeling baten meerjarig (bedragen x € 1 miljoen) 4.000 3.500

940

757

790

735

748

3.000 2.500

624

616

599

751

728

730

721

558

2.000 1.500

558

2.946

624 530

1.000

3.098

2.961

570

560

3.052

2.976 578

581

920

948

De verdeling van de lasten (uitgaven) over de programma’s in de begroting maakt duidelijk aan welke opgaven het geld wordt besteed. We onderscheiden zes categorieën: • Personele lasten: salarislasten inclusief werkgeverslasten voor het gemeentelijk personeel en inhuur. • Goederen en diensten: uitgaven voor de aanschaf van goederen en diensten, zoals beheer en onderhoud. • Inkomensoverdrachten: dit zijn uitgaven die de gemeente heeft aan uitkeringen (met name bijstand), vergoedingen (met name aan instellingen voor de Wet maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg) en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. De gemeenschappelijke regelingen bestaan uit samenwerkende bestuursorganen zoals gemeenten, provincies en waterschappen. • Kapitaallasten: rente- en afschrijvingslasten voor gemeentelijke bezittingen die meerdere jaren meegaan (gebouwen, bruggen, werktuigen). • Subsidies: de lasten voor subsidies in de programma’s. • Overige lasten: bijvoorbeeld toevoegingen aan voorzieningen. Onderstaande twee figuren laten zien hóe we het geld in de begroting inzetten. De totale uitgaven (exclusief de toevoegingen aan reserves) bedragen in 2024 € 6,5 miljard.

Figuur 2.3. Lasten Begroting 2024 (bedragen x € 1 miljoen)

Overig 500 0

758

891

851

Subsidies

226

Personele lasten

751 2023

2024

2025

2026

Gemeentefonds

Specifieke uitkeringen

Parkeren, OZB en toeristenbelasting

Afvalstoffen-, rioolheffing, drinkwater, leges

Grond- erfpachtopbrengsten

Overig

2027

De bedragen geven we in twee kolommen per jaar weer; links de inkomsten van het Rijk en rechts de eigen inkomsten. In bovenstaande grafiek zien we een gestage verhoging van de lokale heffingen (parkeren, OZB en toeristenbelasting) in de komende jaren, dit is in lijn met het coalitieakkoord. Op de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt de stijgende lijn na 2025 onderbroken, door de terugval van de inkomsten. De kosten stijgen vanaf 2026 echter wel door. Hierdoor ontstaat het ‘ravijn’ voor gemeenten.

Begroting 2024

1.556

Goederen en diensten

2.045 1.565 Inkomensoverdrachten

340 Kapitaallasten

20

H2

In het meerjarig beeld blijven de begrote lasten exclusief toevoegingen aan reserves in de begroting de komende jaren vooralsnog stabiel. Het aandeel kapitaallasten zien we gestaag toenemen als gevolg van het hogere investeringsvolume in de afgelopen jaren en stijgende rente.

Tabel 2.2 Ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s (bedragen x € 1 miljoen) 2023*

2024

2025

2026

2027

1 - Bouwen, wonen en duurzaamheid

0,6

-13,2

-21,0

-25,0

-20,4

Figuur 2.4 Ontwikkeling lasten meerjarig per kostensoort

2 - Openbare ruimte, groen, water, vervoer

-1,3

-19,9

-17,4

-17,4

-19,3

(bedragen x € 1 miljoen)

3 - Economie, kunst, cultuur en erfgoed**

0,0

-0,6

0,0

0,0

-4,4

4 - Sport en bewegen

-3,2

-3,4

-0,4

1,3

0,0

5 - Onderwijs

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

6 - Gezondheid, zorg, jeugd, opvang en diversiteit

0,0

-11,9

-1,0

-1,1

0,0

7 - Sociale zaken en armoedebestrijding

0,0

0,5

2,0

3,0

3,0

8 - Veiligheid

-0,9

-5,6

-4,8

-5,8

-3,1

B - Bestuur en organisatie

-2,5

-0,4

-0,4

0,0

0,0

Ongelijk investeren

0,0

-15,0

-15,0

0,0

0,0

Migratie, asiel en ongedocumenteerden

0,0

-6,0

-9,0

-9,0

0,0

Amsterdam 750 (incl. SAIL/overige evenementen 2025)

0,0

-2,8

-4,9

0,0

0,0

Bezoekerseconomie en afvalinzameling

0,0

-12,0

-6,0

-4,0

-2,0

Jongerenadviesraad Amsterdam

0,0

-0,3

-0,3

-0,3

-0,3

Totaal ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s

-7,2

-90,0

-78,2

-58,4

-46,5

9.000 8.000

Dotaties reserves

7.000 6.000

764

734

751

797

781

2.160

2.045

1.989

2.010

2.046

3.000

281

340

400

464

538

2.000

1.490

1.565

1.548

1.569

1.524

1.475

1.556

1.568

1.589

1.577

5.000 4.000

1.000 0

2023

2.3

2024

2025

2026

Personele lasten

Inkomensoverdrachten

Kapitaallasten

Goederen en diensten

Subsidies

Overig

2027

Ontwikkelingen in de beleidsprogramma’s

De tabel hieronder geeft een overzicht van de ontwikkelingen in de programma’s. Het gaat om wijzigingen waarover we een bestuurlijke keuze hebben gemaakt, die een gevolg hebben voor het saldo van onze begroting. Onder de tabel lichten we per programma de belangrijkste bestuurlijke keuzes toe. In hoofdstuk 4 van deze begroting lichten we alle mutaties in de programma’s toe. Dat zijn de bestuurlijke keuzes én de neutrale en technische mutaties. Net als in tabel 2.1 tonen we de wijzigingen ten opzichte van de Begroting 2023 voor de jaren 2024-2027. De kolom 2023 bevat de mutaties sinds de Voorjaarsnota 2023.

Begroting 2024

* Wijzigingen ten opzichte van Voorjaarsnota 2023 ** De knelpunten Kunstenplan en Publieke omroep Amsterdam zijn incidentele knelpunten in 2027 en 2028. De bedragen zijn hier opgeteld weergegeven in 2027.

Programma 1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Voor de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting maken we in totaal € 2,7 miljoen in 2024, € 5,4 miljoen in 2025 en € 5,5 miljoen in 2026 vrij. De aanpak wordt voor € 10 miljoen gedekt vanuit de algemene middelen, wat wordt aangevuld met geld dat in het coalitieakkoord voor wonen is geoormerkt. Met de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting willen we alle middelen aangrijpen om de wooncrisis het hoofd te bieden. De aanpak is gericht op de hele woningmarkt: op nieuwbouw en op bestaande bouw, en in alle prijssegmenten. Het gaat om meer dan alleen een woning: het gaat ook over woningkwaliteit en over leefbaarheid in wijken en buurten. Veel huisvestings­ problemen grijpen in elkaar en zijn complex. Dat vraagt om een bredere blik om betaalbaarheid, kwaliteit en leefbaarheid te verbeteren.

21

H2

Om vanuit het vereveningsfonds te kunnen bijdragen aan de schaalspronginvesteringen en tegelijkertijd een gezond vereveningsfonds te behouden, draaien we de extra structurele onttrekking van € 20 miljoen uit het vereveningsfonds terug. Dit hebben we ook in de voorjaarsnota toegelicht. In de investeringsparagraaf gaan we hier verder op in. Er is een groot rattenprobleem in de stad. Het omgaan met de overlast door ratten is een structurele beheeropgave die inzet vraagt op diverse taakvelden zoals het verkeerd aanbieden van (eetbaar) afval, zwerfafval op straat, slecht onderhouden groen, gebreken aan het rioolstelsel, het voeren van dieren en bouwkundige gebreken aan woningen. Wij zetten daarom het programma Meerjarenplan omgang overlast­ gevende dieren 2019-2022 voort en verhogen het budget vanaf 2024 met € 0,5 miljoen per jaar.

Programma 2 Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer De reiziger weet het Amsterdamse openbaar vervoer weer te vinden, maar de aantallen blijven nog wel achter ten opzichte van voor corona (95% ten opzichte van 2019). De (financiële) uitdagingen voor het openbaar vervoer zijn daarmee nog niet achter de rug, onder andere door stijgende kosten en personeelskrapte. We maken € 7,5 miljoen vrij voor het openbaar vervoer in 2024, samen met de Vervoerregio Amsterdam gaat het in totaal om € 27,5 miljoen. Het geld is bedoeld om ook volgend jaar verzekerd te zijn van een betrouwbaar openbaarvervoernetwerk dat klaar is om de verwachte reizigersgroei na 2024 op te vangen. Daarnaast gaan we in gesprek met de Vervoerregio Amsterdam over de nieuwe concessieperiode. Zo kunnen we ook vanaf 2025 goed openbaar vervoer blijven bieden. Vanuit de programma’s Stadsverbetering en Stadsbehoud wordt nu in gezamenlijkheid gewerkt aan een toekomstbestendige openbare ruimte. Beide programma’s zijn voor het eerst gezamenlijk geprioriteerd en geprogrammeerd. Onderhoud is leidend voor de programmering van werken in het domein Verkeer en Openbare Ruimte. Er gaat in 2024 € 2 miljoen extra naar het programma Stadsverbetering voor kortetermijnmaatregelen voor kwetsbare buurten in Noord. Naar aanleiding van het coalitieakkoord is vanaf juli 2023 een aantal aanscherpingen van het parkeerbeleid doorgevoerd.

Het betreft onder meer een verhoging van de kortparkeertarieven, een harmonisatie van de tarieven van parkeervergunningen en verruimingen van de bloktijden van betaald parkeren (24 uur betaald parkeren in het centrum en een verruiming van de venstertijden in gebieden met een hoge parkeer­ druk). De structurele uitvoeringslasten in programma 2 stijgen met € 4,6 miljoen en de structurele baten in programma A met € 9,5 miljoen. Daarnaast leidt het nieuwe contract voor de fiscale parkeerhandhaving voor de periode 2024-2032 tot hogere parkeer­ inkomsten en uitvoeringskosten. Dit komt onder andere door intensievere handhaving.

Begroting 2024

Water is onderdeel van de Amsterdamse openbare ruimte en kent haar eigen opgaven. Er is een beperkt budget uit bestaande middelen beschikbaar voor het uitvoeren van de wettelijke watertaken. Daardoor is achterstalligheid ontstaan. De urgentie van goed waterbeheer is zichtbaar en voelbaar: klimaatverandering gaat sneller dan gedacht en heeft grote gevolgen voor de leefbaarheid, de biodiversiteit, de economie en de infrastructuur. Het vergt goed onderhoud en investeringen in de asset water om de leefomgeving toekomstbestendig te maken en te houden. Voor het uitvoeren van de wettelijke watertaken, de bestuurlijk afgesproken strategische wateragenda met waterschap Amstel, Gooi en Vecht en voor het inrichten van het opdrachtgeverschap van Waternet is extra budget nodig. Voor al deze watertaken stellen wij € 2,1 miljoen in 2024, € 5,1 miljoen in 2025 en 2026 en € 7,1 miljoen vanaf 2027 beschikbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13476649/1