CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsadressen inzake het Hoofdgroenstructuur..pdf

RAAD 26 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadressen van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad inzake het beleidskader Hoofdgroenstructuur (VN2024-008809)6.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

gevestigd in het Aalsmeerder Veerhuis Sloterkade 21-A, 1058 HE Amsterdam Telefoon 020 617 27 35 Email vvab@amsterdamsebinnenstad.nl Website https://www.amsterdamsebinnenstad.nl KvK-inschrijving 405 303 05 Fiscaal nummer 0045.90.399 Bankrekening NL67 INGB 000 1775 369

Aan: Gemeenteraad Gemeente Amsterdam Postbus 202 1000AE Amsterdam

RAADSADRES

Liever meer dan minder bomen langs de grachten Geachte Raad,

Amsterdam, 13 juni 2024

Tijdens het referendum op 6 juni 2024 stemde een ruime meerderheid tegen de groenplannen van de gemeente Amsterdam. De VVAB wil graag dat een nieuw beleidskader Hoofdgroenstructuur wordt vastgesteld, maar wel graag met belangrijke verbeteringen. Al eerder hebben wij onze zienswijze hierop kenbaar gemaakt (zie bijlage 2). Daarin gaven wij aan dat wij de tijd rijp achten om de bomen langs de grachten in de Hoofdgroenstructuur op te nemen. Maar er kan meer gebeuren om de groene longen van de Amsterdamse binnenstad te beschermen en zelfs te versterken. Hieronder beschrijven wij wat volgens ons wenselijk is in deze tijd van klimaatverandering en hittestress.

Samenvatting Ons voorstel luidt niet alleen de bomen aan de grachten op te nemen in de Hoofdgroenstructuur, maar ook om te bewerkstelligen dat er meer bomen aan de grachten worden aangeplant, indachtig het van oudsher bekende beeld.

Inleiding De Amsterdamse binnenstad wordt geroemd vanwege haar unieke en direct herkenbare stadsgezicht. De grachten met hun kades, bruggen en bomen vormen binnen dat stadsbeeld het meest karakteristieke onderdeel: de individuele grachtenhuizen ontlenen er hun context aan. Toch is dat beeld in vergelijking met dat van historische foto’s, tekeningen en schilderijen ingrijpend veranderd. De ruimtelijke kwaliteit van de grachten is sterk afgenomen doordat deze vol staan met objecten als auto’s, woonboten, tuintjes, elektriciteitskasten, e.d. De grachten ogen daardoor voller en onrustiger. Maar er blijken inmiddels ook veel minder bomen langs de grachten te staan. Dit is onlangs vastgesteld in een onderzoek van de afdeling Ruimte en Duurzaamheid van de gemeente Amsterdam. De bomen vormen een belangrijk onderdeel van het ontwerp van de historische grachtengordel. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, hebben deze van begin af aan de grachten gesierd. De misvatting dat de bomen pas later zijn aangeplant, is ontstaan door de bekende schilderijen van Gerrit Berckheyde van de Gouden Bocht van de Herengracht. Hierop zijn wel de pas gebouwde grachtenhuizen afgebeeld, maar niet de bomen. De schilder heeft de bomen echter weggelaten om de huizen beter uit te laten komen. Dat weten we doordat een voorstudie bewaard is gebleven waarop de - nog jonge - aanplant wel is afgebeeld (afb.

1). Dat de bomen een dominante invloed hadden op het Amsterdamse stadsbeeld werd al in de zeventiende eeuw erkend. De Italiaanse diplomaat Tomaso Contarini schreef in 1610, nog voor de grote uitleg van de grachtengordel was begonnen: “De stad wordt doorsneden door vele grachten, evenals Venetië, en in het nieuwe gedeelte [de stadsuitleg van 1585] zijn deze ruim en recht met aan beide zijden zeer brede kaden, zodat ze precies op Cannareggio lijken [een wijk in Venetië die eveneens is opgebouwd uit rechthoekige kunstmatige eilanden], maar heel veel mooier, omdat ze gewoon zijn om langs de hele lengte van de gracht aan de rand van de kaden een rechte rij grote bomen te planten, die ze 'lind' noemen en die door hun groen zeer veel bijdragen aan de fraaiheid van Doelstelling: Het behoud en herstel van de historische bebouwing en stedenbouwkundige structuur; het handhaven van het historisch karakter, het bevorderen van het stedenschoon en het verbeteren van het stadsgezicht; het bevorderen van de kwaliteit waaronder de openbare toegankelijkheid - van de openbare ruimte, het water en het stedelijk groen inbegrepen; het bevorderen van een goed woon-, werk- en verblijfsklimaat.

deze en andere steden”.1 Het zeventiende-eeuwse Amsterdam was dus niet alleen een waterstad, maar ook een groene stad. Ook tijdgenoten zagen dat: de Duitse stadsbeschrijver Philipp von Zesen bijvoorbeeld is bijzonder onder de indruk van de overweldigende schoonheid van de grachtengordel, waarin hij zich "als in een aards paradijs, als in een groot lustwoud" waant. Hij noemt vier elementen in het bijzonder: de lange rechte waterlopen, de regelmatig bestrate voet- en rijwegen, de lange rechte rijen huizen en de rijen bomen.2

Afb. 1. Voorstudie voor de Gouden Bocht van de Herengracht door Gerrit Berckheyde (Stadsarchief Amsterdam).

Amsterdam kan dus vanwege de regelmatige aanplant van bomen langs de grachten - en de enorme grachtentuinen in de gesloten bouwblokken (de ‘keurtuinen’) - een avantla-lettre tuinstad worden genoemd. De stad was hierin zijn tijd ver vooruit; geen andere stad in Europa had zoveel bomen. Zo vraagt de Duitser Friedrich Lucae zich in 1666 af of Amsterdam “een bos in een stad of een stad in een bos” is.3 Toch hebben wij tegenwoordig veel minder het idee dat de Amsterdamse binnenstad een groene stad is. De hittestress als gevolg van klimaatverandering noopt tot het aanplanten van nog veel meer groen, want ook onze binnenstad zou niet groen genoeg zijn. Toch is dat niet het beeld dat uit oude foto’s naar voren komt (afb. 2). Nauwkeurige beschouwing hiervan leert dat er vroeger veel meer bomen langs de grachten stonden dan tegenwoordig nog het geval is. We kunnen dat verifiëren doordat de gemeentelijke dienst Publieke Werken in de jaren 1910-1926 een aantal kaarten heeft Afb. 2. De Herengracht bij de Vijzelstraat. Op een ingekleurde gemaakt waarop alle bomen foto uit het einde van de 19de eeuw (Library of Congress, staan ingetekend, waaronder Washington).

twee kaarten van de grachtengordel tussen de Brouwersgracht en de Raadhuisstraat.4 Deze gegevens zijn door de afdeling Ruimte & Duurzaamheid van de gemeente Amsterdam ingetekend op een moderne kaart waarop ook de huidige bomen staan aangegeven (zie bijlage 1). Hieruit blijkt meteen dat er tegenwoordig veel minder bomen langs de grachten staan dan honderd jaar geleden. Daarbij valt op dat er tegenwoordig, ondanks de grote vermindering van het aantal bomen, nog altijd veel bomen op dezelfde plaats staan. Enkele hiervan zijn al 100 of 120 jaar oud, maar vaak werden nieuwe bomen op dezelfde locatie ingeboet. In totaal 1 Geciteerd door Boudewijn Bakker, in: Jaarboek Amstelodamum 87 (1995), p. 91 2 Geciteerd door Boudewijn Bakker, in de Geschiedenis van Amsterdam, deel II-1, p. 87 3 “Wann man oben vom Raht-Hause die Stadt Amsterdam übersiehet, so weiss man nicht, ob es ein

Wald in einer Stadt, oder eine Stadt in einem Walde ist.” F. Lucae (red.), Der Chronist Friedrich Lucae. Ein Zeit- und Sittenbild aus der IIen Hälfte des XVIIen Jahrh. nach einer von ihm selbst hinterlassenen Handschrift bearbeitet und mit Anmerkungen nebst einem Anhange versehen, Frankfurt a./M. 1854: p. 97. Vriendelijke mededeling van Boudewijn Bakker. 4 https://archief.amsterdam/beeldbank/detail/cbbe55f5-f963-849c-d291-53f80369d155 en https:// archief.amsterdam/beeldbank/detail/97adaaec-d868-7822-4c64-d2d9300c2538 2

stonden er vóór 1930 856 bomen langs de grachten; in hetzelfde gebied staan nu 544 bomen, een vermindering van 36 %. Kenmerkende aan de boomaanplant langs de grachten is de regelmaat hiervan (afb. 3). Een rechte lijn van bomen die allemaal op min of meer op dezelfde afstand tot elkaar staan, is iets dat in de natuur niet voorkomt. Belangrijk hierbij is ook de driedeling en de ruimtelijke werking die hierdoor ontstaat: de ruimte boven het water wordt als het ware ingevangen door de ruimte tussen de bomen en de huizen. Dergelijke klassieke ordeningsprincipes zijn in de renaissance toegepast als een manier om de stad te verfraaien. De Italiaanse bouwmeester Palladio uit de renaissance had in zijn Quattro libri dell'architettura (1570) speciale aandacht besteed aan de Afb. 3. De Doorluchtige School op Oudezijds straat in de stad. “De schoonheid die Voorburgwal (Stadsarchief Amsterdam) sierlijke bouwwerken aan de straat kunnen geven wordt versterkt wanneer aan beide zijden van de weg bomen worden geplant die door hun bladeren de geest verlevendigen en door hun schaduw een groot comfort leveren”.5 De regelmatigheid van de aanplant is ongetwijfeld het gevolg van typische Vitruviaanse idealen als ordinatio en eurytmia. Ook de Amsterdamse binnenstad kan in die zin worden opgevat als een ‘ideale stad’ uit de renaissance.

Uit zeventiende-eeuwse tekeningen blijkt die bij de stadsaanleg werden uitgegeven voor bebouwing, namelijk 20 Amsterdamse voet = 5,6 m. Uit de plattegrond van vóór 1930 volgt volgens Ruimte & Duurzaamheid dat de bomen op een onderlinge afstand van circa 6,5 m te staan. Dat komt aardig overeen. Wanneer tussenliggende bomen zijn weggehaald ten behoeve van parkeerplaatsen, ontstaat de huidige afstand van min of meer 13 m. De gemeente Amsterdam overweegt momenteel het terugplaatsen van dergelijk verdwenen ‘structuurgroen’. Bij het nu nog gangbare streven om ‘snippergroen’ als plantsoentjes, boomkransbeplanting en geveltuintjes aan te leggen, heeft men misschien minder last van kabels en leidingen, maar deze tasten de cultuurhistorische waarde van het werelderfgoed aan en dragen bovendien veel minder bij aan het opvangen van CO2 en het beperken van hittestress etc. De aanplant van bomen is de enige manier om een stedelijke omgeving substantieel te ’vergroenen’ op een wijze die de cultuurhistorie niet aantast, maar juist versterkt. Met het onderzoek van Ruimte & Duurzaamheid is aangetoond dat vergroening en cultuurhistorie elkaar niet hoeven te bijten. Met vriendelijke groet, Hoogachtend, Namens de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad,

Rob Labadie voorzitter

Walther Schoonenberg secretaris

cc. xxxxxxxxxxxxx (stadsdeel Centrum) xxxxxxxxxxx (Monumenten en Archeologie)

5 Geciteerd door Ed Taverne, in: In 't land van belofte: Ideaal en werkelijkheid van de stadsuitleg in de

Republiek, 1580-1680, p. 32. 3

BIJLAGE 1 Kaart van de bomen in de westelijke grachtengordel

Kaart van de westelijke grachtengordel ten noorden van de Raadhuisstraat met ingetekend de bomen vóór 1930 (rood) en de tegenwoordig nog aanwezige bomen (groen)

4

Een hoge versie van deze kaart is hier te downloaden: https://www.amsterdamsebinnenstad.nl/archief/docs/20231012BomenherstelWestelijkeGrachtengordel.pdf

BIJLAGE 2 Inspraakreactie ontwerp-beleidskader Hoofdgroenstructuur van de VVAB, d.d. 13 februari 2022 https://www.amsterdamsebinnenstad.nl/archief/docs/20220213-hoofdgroenstructuur.pdf

5

Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

gevestigd in het Aalsmeerder Veerhuis Sloterkade 21 - 1058 HE Amsterdam Telefoon 020 6172735, Fax 020 8509202 Email vvab@amsterdamsebinnenstad.nl Website http://www.amsterdamsebinnenstad.nl Bankrekening NL67 INGB 000 1775 369

Aan: College van B&W p/a Directeur van Ruimte & Duurzaamheid t.a.v. Hoofdgroenstructuur Postbus 2758 1000 CT Amsterdam PER EMAIL https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/ inspraak-hoofdgroenstuctuur/

Betreft: Inspraakreactie ontwerp-beleidskader Hoofdgroenstructuur Amsterdam, 13 februari 2022 Geacht College, Met belangstelling heeft de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB) kennis genomen van het concept-Beleidskader Hoofdgroenstructuur, waarin wordt allereerst bepaald welke grotere gebieden in Amsterdam een groene bestemming hebben, in die zin dat deze een groen/blauw karakter dragen en niet bedoeld zijn om te wonen, werken of te overnachten. Wij zijn blij met het beleidskader, niet alleen omdat hierin wordt bepaald aan welke voorwaarden plannen dienen te voldoen om in aanmerking te komen voor een omgevingsvergunning, maar ook omdat in de nieuwe Hoofdgroenstructuur meer dan voorheen oog is voor groene verbindingszones. Tevens waardeert de verenging het dat het beleidskader zich niet beperkt tot landschappelijke structuren, stadsparken e.d., maar dat voortaan ook het water onderdeel uitmaakt van de Hoofdgroenstructuur. Wij vinden het bijzonder positief dat het onderscheid tussen groen en blauw in dit beleidskader een stuk kleiner is geworden door uit te gaan van een ‘groenblauw netwerk’. Voor ons is water ook groen, vaak heeft het een grotere ecologische waarde dan menig grasperkje, geveltuintje of plantsoentje, ook omdat de grachten in Amsterdam doorgaans zijn aangekleed met bomen.

In dit licht beschouwd betekent uitbreiding van het wateroppervlak dus ook vergroening en kan de aanleg van nieuwe waterpartijen of de ontdemping van gedempte grachten bijdragen aan de waterberging en daarmee aan de ‘vergroening’ van Amsterdam. In het beleidskader gaat – terecht – veel aandacht uit naar de natuurwaarde van groengebieden, maar ontbreekt tot nu toe een vergelijkbare belangstelling voor het groene erfgoed, dat eveneens vaak een bijzondere bescherming geniet en om die reden in de nota een gelijkwaardige plaats verdient. Veel landschappen en stads- en landschapsparken zijn van cultuurhistorische waarde en binnen alle als zodanig beschermde locaties, zou erfgoed een prioritaire waarde moeten krijgen (hst. 6).

1. Objectieve versus recreatieve groenstructuur Allereerst lijkt de Hoofdgroenstructuur vooral betrekking te hebben op het (openbaar) toegankelijke groen, wat de groenstructuur (onbedoeld) enigszins het karakter verleent van een recreatiestructuur. Om groen te waarderen en te behouden speelt de beleving hiervan een belangrijke rol en tijdens de coronapandemie hebben wij geleerd welke belangrijke functie met name openbare parken vervullen voor onze gezondheid, maar voor ons milieu is niet van belang of groen wel of niet openbaar is; kwetsbare natuur of groen erfgoed is vaak zelfs niet of slechts beperkt toegankelijk. Ontsluiting of verbetering van de openbaarheid en bruikbaarheid dragen niet bij aan de kwalitatieve of kwantitatieve verbetering van het groen in de Hoofdgroenstructuur en kunnen dan ook niet als compensatie dienen voor aantasting of verdwijning daarvan (pag. 24). Doelstelling: Het behoud en herstel van de historische bebouwing en stedenbouwkundige structuur; het handhaven van het historisch karakter, het bevorderen van het stedenschoon en het verbeteren van het stadsgezicht; het bevorderen van de kwaliteit waaronder de openbare toegankelijkheid - van de openbare ruimte, het water en het stedelijk groen inbegrepen; het bevorderen van een goed woon-, werk- en verblijfsklimaat.

Vergelijking van het groen in verschillende stadswijken met in het midden de circa 100m diepe keurblokken (bron: AHN, AHN3 DSM (statisch) + AHN3 DSM Hillshade)

Behalve toegankelijk groen is er in de stad dus ook veel niet-toegankelijk groen, dat eveneens bijdraagt aan het groene karakter van de stad en/of van grote waarde is voor het beoogde groennetwerk. Wij denken dan bijvoorbeeld aan de binnentuinen binnen de 17de-eeuwse stadsuitleggingen, die vanwege de grootte van hun oppervlak en grote bomen als verbindingszone objectief gezien een grotere waarde hebben voor het milieu en biodiversiteit dan de Hoofdbomenstructuur in hetzelfde gebied. Doordat niet-toegankelijke structuren achterwege zijn gelaten, hebben veel wijken eigenlijk een groener karakter dan de Hoofdgroenstructuur doet vermoeden. In het kader van de zorg voor ons leefmilieu lijkt het in eerste instantie van belang ál het structurele groen in de stad objectief in beeld te brengen.

2. Snippergroen kan structuurgroen niet vervangen ‘Rigoreuze vergroening’ is momenteel een populair begrip. In beleidsdocumenten van de overheid dient echter gewaakt te worden voor de promotie van ‘symboolgroen’. Geveltuintjes, kadeplantsoentjes en groene aankleding van gevels en daken e.d. kunnen wijken met weinig bomen of tuinen verlevendigen en een groener aanzien verlenen, maar omdat dit groen niet ‘wijkoverstijgend’ is, maakt dit terecht geen deel uit van de Hoofdgroenstructuur. Zowel kwantitatief als kwalitatief vallen dergelijke groenoplossingen ook in het niet bij de capaciteit van bijvoorbeeld bomenrijen en waterwegen. Als structuurelement zijn bomenrijen ook veel belangrijker dan menig grasveld of sedumdak. Deze dragen niet alleen bij aan het stadsbeeld, maar tevens aan het groenvolume en de biodiversiteit. Een volwassen boom van 20-25 meter hoog is circa 15-20 meter breed. Een dergelijke boom heeft circa 4000 m3 ‘groenvolume’, terwijl een boom van 10 meter doorsnee slechts een groenvolume van 500m3 heeft. Vergeleken hierbij valt de waarde van ‘plat’ gras tussen de tramrails, groene daken, groenperkjes of ander ‘snippergroen’ voor ons leefklimaat volledig in het niet. Buiten waterpartijen is de aanplant van bomen – grote groenvolumes die als het ware in de ruimte boven ons hangen – de enige manier om wijken substantieel te vergroenen.

Dit betekent dat ‘buurt- en wijkgroen’ structuurgroen niet kan vervangen (pag. 23, onderaan). Bovendien doen dergelijke groenoplossingen vaak afbreuk aan bestaande erfgoedwaarden. Binnen beschermde stads- en dorpsgezichten zijn er daarom maar beperkte mogelijkheden voor dergelijke vormen van ‘rigoreuze vergroening’.

3. Fijnmazige groenstructuren binnen de ring Dit brengt ons op de vraag waarom de binnenstad – ondanks de relatief hoge bewonings- en bebouwingsdichtheid objectief gezien toch één van de groenste stadsdelen van Amsterdam – er in dit beleidskader wat bekaaid vanaf komt, terwijl de binnenstad als het ware met groen en blauw is dooraderd. Al sinds de 17de eeuw, toen Amsterdam als eerste stad in Europa systematisch bomen ging aanplanten, vormt het groen een integraal onderdeel van de stedenbouwkundige structuur. De toenmalige stadsuitbreidingen zijn opvallend groen-blauw, veel ‘groener’ dan de middeleeuws stad. 2

Door buitenlandse bezoekers werd zelfs opgemerkt dat het wel leek alsof de stad gebouwd is in een bos. De 19de- en vroeg-20ste-eeuwse stadsdelen binnen de ring zijn weliswaar met minder blauw en blauw doorweven (hoewel veel binnentuinen toch nog 45 m diep zijn), maar dit wordt gecompenseerd door de aanleg van parken – een typisch 19de-eeuws fenomeen, denk aan het Vondelpark (1865 - rijksmonument), Sarphatipark (1884), Westerpark (1890), Oosterpark (1891) en het Wertheimpark (1897). Een eerste vorm van groene schaalvergroting, zou je misschien kunnen zeggen. Toch zijn veel (tuin)wijken nog opvallend groen, denk aan de Apollobuurt, de Watergraafsmeer en de (overigens wel toegankelijke) binnentuinen op de Oostelijke eilanden. De stad binnen de ring is kortom niet minder groen, maar de groenstructuren zijn fijnmaziger. Behalve door de aanleg van nieuwe parken is het ook mogelijk Amsterdam te vergroenen door dit fijnmazige groennetwerk uit te breiden: bijvoorbeeld door systematische boomaanplant langs de zuidelijke oevers van het IJ, de zuidelijke oever van het Java-eiland of langs de randen van sportvelden. a. Als we luchtfoto's van de binnenstad bekijken, vallen niet in de eerste instantie de bomen langs de grachten op, maar de groene binnentuinen in de grachtengordel.

Behalve de met bomen beplante grachten maken ook de keurtuinen integraal onderdeel uit van deze fijnmazige groenstructuur. In het concept-beleidskader zijn een aantal met bomen beplante grachten in de groenstructuur opgenomen, maar hierbij zijn de (beschermde) keurtuinen vergeten: de ‘hoofdgroenstructuur van de 17de eeuw’. Deze dient zeker als wijkoverstijgend structuurgroen te worden opgevat en dus opgenomen te worden in de Hoofdgroenstructuur. b. Grachten maken integraal deel uit van de stadsuitleggingen van Amsterdam. Door alle waterwegen in kaart te brengen ontstaat een goed beeld van de wijze waarop de binnenstad met blauwe aders is doorregen. Het verdient daarom aanbeveling alle grachten als ‘groene corridors’ op te nemen in de Hoofdgroenstructuur, zeker als deze bescherming genieten als beeldbepalende onderdelen van beschermde stads- of dorpsgezichten. c. Om een objectiever beeld te geven van de fijnmazige groenstructuur van de binnenstad stellen wij daarnaast voor alle beeldbepalende bomenrijen, ook die rijen die – vanwege gewijzigde regelgeving zoals de ’25 kubieke meter-norm’ – niet langer deel uit kunnen maken van de Hoofdbomenstructuur, wel op te nemen in de Hoofdgroenstructuur. De bomen langs grachten zijn momenteel niet onbedreigd.

Actueel is de vernieuwing van kades, waarbij veel grote bomen worden gekapt, met name ook de monumentale bomen (aangezien deze te groot zijn om te verplaatsen). Wanneer het college oprecht streeft naar meer en substantieel groen in de stad, zou het ook bereid moeten zijn maatregelen te treffen om de bomen op de kades te behouden, bijvoorbeeld door kades te versterken i.p.v. te vernieuwen, geen zwaar verkeer meer toe te laten in de binnenstad en maatwerk te verrichten om monumentale bomen te behouden, zoals ingrijpende snoei i.p.v. kap.

4. Groene scheggen Veel 20ste-eeuwse wijken buiten de ring hebben een zeer duidelijk groen karakter, omdat de bebouwings- en bewoningsdichtheid beduidend lager is dan in de binnenstad. Amsterdam heeft een belangrijke stedenbouwkundige traditie, waarvan het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Cornelis van Eesteren uit 1934 een in binnen- en buitenland een vermaard voorbeeld is. Van Eesteren was zich sterk bewust van het belang van groen voor onze gezondheid en ontspanning. Door tussen de nieuwe uitbreidingswijken zogenaamde groene scheggen aan te leggen, haalde hij ‘het land in de stad’. Zo hebben de bewoners van deze wijken het groen altijd dicht bij huis. Ook hechtte Van Eesteren veel waarde aan voldoende groen binnen de wijken die hij ontwierp. Wij waarderen het voornemen om de Hoofdgroenstructuur te versterken. Dit betekent volgens ons ook dat de groene scheggen, die door het groeiend aantal inwoners onder druk staan, beter worden beschermd. Gebeurt dit echter wel voldoende? Volgens de natuurwaarde- en biodiversiteitskaarten van de dienst Ruimte en Duurzaamheid vertegenwoordigen de scheggen hoge natuurwaarden; zij vormen als het ware de groene longen van de stad. Toch worden deze voortdurend bedreigd, vooral door versnippering, verarming en transformatie, zoals door verharding en aanleg van toegangswegen, sportterreinen en zogenaamde ‘hotspots’.

Wij zouden het betreuren als op deze manier delen van de groene scheggen verloren gaan.

3

- De meeste sportvelden doen afbreuk aan de natuur- en erfgoedwaarden van (landschaps)parken. Om deze reden vinden wij het een slecht idee dat sportparken steeds meer ruimte krijgen binnen de groene scheggen, zeker als deze worden verhard met asfalt, gravel of kunstgras. In ‘landschapsparken’ zou slechts plaats moeten zijn voor buitensportterreinen en ‘natuursportvelden’, die zich onderscheiden van de sportparkvelden in die zin dat ze onverhard zijn en hier geen plaats is voor autoparkeerplaatsen, clubhuizen en lichtmasten. Bij de aanleg van nieuwe woonwijken dient daarom meer plaats ingeruimd te worden voor sport-accomodaties en indien er in de landschapsparken toch semi-verharde sportvelden worden aangelegd, zou dit gecompenseerd moeten worden door uitbreiding van de Hoofdgroenstructuur op andere locaties.

- Het idee van hotspots, die ten doel hebben ‘de stedelijke betekenis te vergroten’ (pag. 28), laat

zich lastig combineren met gebieden die een hoge natuur- en/of ecologische waarde hebben c.q. waar ‘extensief gebruik’ en ‘rust en stilte’ centraal staan.

Ecologische waardenkaart 2016 (bron: DRO, https://www.amsterdam.nl/bestuur-en-organisatie/ volg-beleid/groen/flora-fauna/)

5. Waarderingskaart groen erfgoed De Hoofdgroen- en de Hoofdbomenstructuur beschermen dus in de eerste plaats de locatie en de bestemming hiervan. De bescherming van de aanleg en het groen binnen deze structuren (bomen en andere planten) wordt geregeld door andere instrumenten. Voorts worden op grond van elf verschillende waarden (als natuur, recreatie, economie, duurzaamheid en gezondheid) binnen de Hoofdgroenstructuur acht verschillende groentypen onderscheiden (zoals natuur-, stads-, landschaps- en sportparken), ieder met hun eigen bestemming en richtlijnen voor gebruik en ontwikkeling. Binnen al deze typen is tevens in kaart gebracht welke gebieden een zogenaamd ‘stadsnatuur-label’ hebben, d.w.z. welke locaties extra bescherming genieten vanwege hun hoge ecologische waarde (kaart 4). Vergelijk ook de Ecologische waardenkaart 2016. 4

- De waardering van het (beschermde) groene erfgoed is echter niet in kaart gebracht. Naast ‘(stads)natuur’ zou ook ‘groen erfgoed’ in het beleidskader een prioritaire waarde moeten krijgen die de andere waarden in hiërarchie te boven gaat (hst. 6). Voor de gebouwde omgeving bestaat een waarderingskaart waarop de gebouwen zijn ingedeeld in monumenten (orde 1), beeldbepalende objecten (orde 2) en overige objecten (orde 3). Door een vergelijkbare waarderingskaart van beschermd groen op te nemen, zal de doelmatigheid van het beleidskader aanmerkelijk worden vergroot. Dit is eenvoudig realiseerbaar door de verschillende groenelementen te waarderen op grond van de bestaande, juridische beschermingsregimes voor (natuur- en) erfgoedwaarden – d.w.z. op basis van de als zodanig aangewezen beschermde (natuur- en) landschapsgebieden, groene monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau.1

- Zo blijkt uit de nota blijkt onvoldoende of en door welke instrumenten de historische cultuurlandschappen rond Amsterdam worden beschermd tegen nieuwe bebouwing of infrastructuur, zoals de Ook- en Lutkemeerpolders, Duivendrechtsepolder, het grootschalige poldergebied in de voormalige gemeente Weesp – dat in deze nota niet mag ontbreken – en in landelijk Noord. In dit kader willen wij erop wijzen dat uit de toetskaart (nr. 4) blijkt dat het weiland ten westen van de begraafplaats Sint Barbara niet als (cultuur)landschap is aangewezen, maar als ‘stadspark’. Aangezien dit weiland een uniek veenweiderelict is waarvan de verkaveling dateert uit de 11de eeuw beschouwt de VVAB dit landschap van onvervangbare cultuurhistorische waarde en achten wij het uiterst ongewenst dat dit wordt ‘ingericht voor een breed publiek met een gevarieerd aanbod aan recreatieve voorzieningen’ (richtlijnen stadspark). Ook het weiland ten zuiden van de begraafplaats Huis te Vraag, dat nu als ‘groene verbinding’ is getypeerd c.q. bestemd tot wandelof fietsroute met grote recreatieve waarde, zou volgens ons als ‘landschap’ met als prioritaire waarde groen erfgoed moeten worden aangewezen.

- In hst. 2, p. 19 en 20 (punt 3: stappen TAC-toets), wordt aangegeven dat adviesaanvragen voor plannen voor locaties met een ‘stadsnatuur-label’ tevens voorzien moeten zijn van een ‘flora- en faunatoets’ en een ambtelijk advies van een stadsecoloog. Hier ontbreekt dat adviesaanvragen voor groen erfgoed en plannen die beschermde waarden van stads- of dorpsgezichten aantasten voorzien zouden moeten zijn van een monumentenadvies.

Samengevat stelt de VVAB in hoofdzaak voor: 1. niet alleen openbaar toegankelijk, maar ook niet-openbaar groen in de Hoofdgroenstructuur op te nemen, zodat de groenstructuur een objectiever beeld geeft van het in de stad aanwezige groen; 2. in het beleidskader duidelijke regels op te nemen die voorkomen dat hoogwaardig structuurgroen wordt vervangen door ‘snippergroen’ als straatplantsoentjes; 3. het groene karakter van de binnenstad beter tot zijn recht te laten komen door een duidelijker beeld te geven van het fijnmazige groen-blauwnetwerk van de stadswijken binnen de ring. Dit wordt (bijvoorbeeld) bereikt door de Hoofdgroenstructuur uit te breiden met: a. de beschermde keurtuinen in de 17de-eeuwse stad (+ bijbehorend toetskader),2 b. alle (door het Werelderfgoed en de stads- en dorpsgezichten beschermde) grachten- en waterpartijen, zoals die in de Jordaan, en c. alle bomenrijen- en lanen, die deel uitmaken van de Hoofdbomenstructuur en (door het Werelderfgoed en de stads- en dorpsgezichten beschermde) bomenrijen langs de (Jordaan)grachten; 4. de landschappelijke aanleg van de groene scheggen beter te beschermen door scherpere regels te stellen ten aanzien van de transformatie van de landschapsparken en volkstuinen, onder meer door: 1 Het monumentenregister van Amsterdam kent de volgende groene monumenten: rijksmonumenten, provinciale

monumenten (vooral zeedijken) en gemeentelijke monumenten, en voorts Unesco Werelderfgoed, rijksbeschermde stadsgezichten, rijksbeschermde dorpsgezichten, gemeentelijk beschermde stadsgezichten, gemeentelijk beschermde dorpsgezichten en de al sinds de 17de eeuw van stadswege beschermde keurtuinen. Zie voor groene monumenten en ander monumentaal groen ook de (incomplete) kaart: https:// maps.amsterdam.nl/monumentaal_groen/?LANG=nl 2 Meer lezen over de keurtuinen: https://amsterdamsekeurtuinen.nl 5

- binnen de ‘landschapsparken’ (en volkstuinen) verharding met asfalt, beton, gravel of kunstgras uit te sluiten, ook voor sportvelden, en - binnen nieuwe wijken meer ruimte op te nemen voor sportvelden (bijvoorbeeld op daken); 5. het beleidskader uit te breiden met een Waarderingskaart voor (natuur- en) erfgoedwaarden, met name ook voor landelijk Noord en de voormalige gemeente Weesp. Wij zijn gaarne bereid met u in gesprek te gaan over een betere inpassing van groen erfgoed in de Hoofdgroenstructuur. Met vriendelijke groet, Namens de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad,

Govert Janssen voorzitter

Walther Schoonenberg secretaris

6

Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

gevestigd in het Aalsmeerder Veerhuis Sloterkade 21-A, 1058 HE Amsterdam Telefoon 020 617 27 35 Email vvab@amsterdamsebinnenstad.nl Website https://www.amsterdamsebinnenstad.nl KvK-inschrijving 405 303 05 Fiscaal nummer 0045.90.399 Bankrekening NL67 INGB 000 1775 369

Aan: Gemeenteraad Gemeente Amsterdam Postbus 202 1000AE Amsterdam

RAADSADRES

Betere bescherming van keurtuinen Betreft: raadsadres inzake de keurtuinen in de Amsterdamse binnenstad Behandeld door: W.M.J. Schoonenberg

Amsterdam, 13 juni 2024

Geachte Raad, Tijdens het referendum op 6 juni 2024 stemde een ruime meerderheid tegen de groenplannen van de gemeente Amsterdam. U gaat zich nu opnieuw buigen over het concept-Beleidskader Hoofdgroenstructuur. Ondertekenaars willen graag dat er een nieuw beleidskader wordt vastgesteld, maar wel graag met belangrijke verbeteringen. Zo achten wij de tijd rijp om de grachtentuinen op te nemen in de Hoofdgroenstructuur. Maar er kan nog meer gebeuren om de groene longen van de Amsterdamse binnenstad te beschermen en te versterken. Hieronder beschrijven wij wat volgens ons is gewenst in deze tijd van klimaatverandering en hittestress.

Samenvatting De bescherming van de grachtentuinen waaronder de zgn. keurtuinen kan beter. In de bestemmingsplannen wordt wel voorkomen dat de tuinen worden bebouwd, maar er is niet of nauwelijks aandacht voor het groene karakter ervan. Zo staan de bestemmingsplannen zelfs algehele verharding van de tuinen toe. Dat is niet meer van deze tijd. Ondertekenaars stellen de volgende verbeteringen voor t.b.v. de bescherming van de grachtentuinen. 1. De bestemmingsplannen te wijzigen, door de bescherming van de keurtuinen uit te strekken tot alle grachtentuinen in de binnenstad. 2. Meer in te zetten op het behoud en herstel van het groene karakter van deze tuinen, door de mogelijkheden voor verharding c.q. betegeling te beperken. 3. De tuinen in de grachtengordel tussen Singel en Prinsengracht en tussen Brouwersgracht en Amstel in zijn geheel op te nemen in de Hoofdgroenstructuur. Het gaat daarbij niet alleen om de bomen langs de grachten en het water van de grachten maar ook om de grachtentuinen die immers een aanzienlijk deel van de bouwblokken innemen. 4. Op proactieve wijze te bevorderen dat betegelde of bebouwde grachtentuinen weer groene oases worden, bijvoorbeeld door hiervoor gemakkelijker een sloopvergunning af te geven en te onderzoeken of er subsidie- of fiscale mogelijkheden zijn.

Inleiding Achter de huizen in de grachtengordel bevinden zich diepe tuinen, waarvan een groot deel nog steeds als zodanig in gebruik is. Deze zogenaamde ‘grachtentuinen’ zijn oases van rust en een paradijs voor vogels, middenin de stad. Al in de zeventiende eeuw werd hier positief over gesproken en nog altijd wordt dit groen ervaren als weldaad voor mens en natuur.

Op luchtfoto’s is te zien hoezeer het groene karakter van de binnenstad bewaard is gebleven (afb. 1). Sinds de aanleg in de 17de eeuw is het groene karakter van deze binnentuinen grotendeels behouden gebleven. In de grachtengordel nemen de binnenterreinen van de gesloten bouwblokken zelfs een groter oppervlak in dan de bebouwing. Mede vanwege de vele, soms eeuwenoude bomen worden deze tuinen van oudsher beschouwd als belangrijke leveranciers van ‘zoete lucht’ (zuurstof). Vandaag de dag waarderen we daarnaast ook de ‘biodiversiteit’ van dit groen; de waarde voor ons leefklimaat is niet te overschatten. Zo is een volwassen boom Afb. 1. Luchtfoto van het bouwblok tussen Heren- en van 20-25 meter hoog circa 15-20 meter Keizersgracht bij de Leidsegracht met bomen langs de breed. Een dergelijke boom heeft circa 4000 grachten en grachtentuinen in het binnengebied. m3 ‘groenvolume’, terwijl een boomkroon van 10 meter doorsnee slechts een groenvolume heeft van 500 m3. In vergelijking hiermee valt de waarde van groene ‘sedumdaken’, gras tussen tramrails, groenperkjes of ander ‘snippergroen’ voor het leefklimaat volledig in het niet. Sinds de 17de eeuw is een groot deel van de grachtentuinen aangewezen als zogenaamde keurtuin.

In 1615 werd er namelijk een ‘keur’ (wet of verordening) uitgevaardigd om de groenbestemming hiervan te garanderen: van de 50 meter diepe bouwkavels mocht slechts 20 meter worden bebouwd; de rest moest worden ingericht als tuin.1 In totaal zijn er 27 keurblokken, het merendeel is gelegen tussen de Herengracht en de Keizersgracht en tussen de Keizersgracht en de Kerkstraat (afb. 2). Als gevolg van dit beleid kan de binnenstad worden beschouwd als een van de groenste delen van de stad, een tuinstad avant-la-lettre (1). De keur bevatte nog meer regels. Zo mocht er wel een ‘speelhuis’ (tuinhuis) worden gebouwd, maar onder de voorwaarde dat dit niet groter was dan 15 voet breed en 12 voet hoog, en dat het aan de achterzijde van de tuin stond, tegen de perceelgrens. Ondanks aantasting door bebouwing op enkele plaatsen, hebben de grachtentuinen de eeuwen getrotseerd. Afb. 2. De 27 keurblokken. De verscholen schoonheid van de grachtentuinen behoort tot het oudste cultureel erfgoed van Amsterdam en vormt tevens een belangrijke drager voor de beschermde stedenbouwkundige structuur van de binnenstad, die in 1999 is aangewezen als beschermd stadsgezicht en in 2010 als Unesco-Werelderfgoed. De bescherming van de tuinen is geregeld in de vanwege het Beschermd Stadsgezicht bij wet verplichte conserverende bestemmingsplannen (afb. 3).

In de huidige bestemmingsplannen is het beschermingsregime vooral gericht op het voorkomen van bebouwing in de grachtentuinen, maar er is niet of nauwelijks aandacht voor het groene karakter ervan. Zo staan de bestemmingsplannen zelfs algehele verharding van de tuinen toe. Dat is niet meer van deze tijd. De klimaatverandering en hittestress vragen om meer aandacht voor het groene karakter van de binnentuinen. Nu de bestaande bestemmingsplannen de komende jaren moeten opgaan in een groot overkoepeld omgevingsplan lijkt een aanscherping op dit vlak op zijn plaats.

1 Zie: Jaap Evert Abrahamse, De grote uitleg van Amsterdam, Amsterdam 2010: p. 218-219.

2

Aanpassing bestemmingsplan Verharding van keurtuinen is momenteel alleen toegestaan ten behoeve van het gebruik als tuin. Wat is verharding voor gebruik als tuin? Hierbij moet men denken aan tuinpaden, terrassen of bijvoorbeeld een bordes achter het huis. Sinds enkele jaren resulteert de gegeven omschrijving echter steeds vaker in geheel betegelde tuinen en ook in de aanleg van zwembaden.2 Heel populair is bijvoorbeeld de ‘onderhoudsvrije tuin’ zonder groen. Om de mogelijkheden voor verharding te beperken lijkt het nodig het begrip ‘tuin’ in de bestemmingsplannen of omgevingsvisie anders te definiëren. In de bestemmingsplannen Westelijke grachtengordel3, Zuidelijke grachtengordel4 en Afb. 3. Voorbeeld van het bestemmingsplan westelijke grachtengordel met de keurtuinen. Oostelijke binnenstad5 vallen de keurtuinen onder ‘Tuin-1’. Het begrip ‘tuin’ is zelf niet gedefinieerd, dus moet worden teruggevallen op de Van Dale. Daarin staat een ‘tuin’ omschreven als een omheinde ruimte, met slechts als één van de mogelijke betekenissen een ruimte “waar bloemen gekweekt of groenten enz. geteeld worden” – een omschrijving die voorbij gaat aan de bedoeling van de keurtuinen. Dit zijn namelijk van oudsher siertuinen waar bomen, heesters of andere planten zijn aangeplant vanwege hun zoete lucht en sierwaarde.

Ook worden de tuinen in de huidige bestemmingsplannen wel aangeduid als ‘erven’, wat evenmin een groene invulling duidt. In het bestemmingsplan lezen we: Art 26.5.3 Verharding. Het aanbrengen van verharding ten behoeve van een ander gebruik dan tuinen is niet toegestaan, met uitzondering van gronden ter plaatse waar op de verbeelding de aanduiding 'specifieke vorm van tuin-parkeren’ voorkomt." Het bestemmingsplan zou dus op dit punt moeten worden aangepast. Er zou bijvoorbeeld kunnen staan: "Art 26.5.3 Verharding. Met uitzondering van gronden ter plaatse waar op de verbeelding de aanduiding 'specifieke vorm van tuin-parkeren' voorkomt, is het aanbrengen van verharding zoals betegeling is niet toegestaan, tenzij deze beperkt blijft tot hooguit 20% van de tuin, bijvoorbeeld ten behoeve van tuinpaden, een terras of bordes achter het huis.” Ook de verschillen die nu bestaan tussen de regels voor grachtentuinen in het algemeen en keurtuinen in het bijzonder zouden kunnen worden opgeheven door het keurtuinen-regime (‘Tuin-1’) tevens uit te strekken over de grachtentuinen die niet als keurtuin zijn aangewezen. Er is immers geen reden meer het zeventiende-eeuwse onderscheid tussen beide nog langer in stand te houden; de grachtentuinen van de Prinsengracht zijn niet minder belangrijk voor het groene karakter van de stad als die van de Heren- en Keizersgracht.

In de praktijk komt dit neer op het toestaan van functies in de hoofdbebouwing in tuinbebouwing, wat vaak als ongewenst wordt gezien en de rust van de groene oases kan aantasten.6

Hoofdgroenstructuur De bomen in de grachtentuinen worden beschermd door de Bomenverordening en (deels ook) door de Lijst van beschermwaardige houtopstanden. Het overige lommerrijke groen valt hier echter niet

2 De VVAB voerde in 2013-2020 een jarenlange juridische strijd tegen de komst van een zwembad in een

keurtuin. Uiteindelijk bleef deze aantasting van de keurtuin beperkt tot een inpandig zwembad in een tuinhuis waarvoor mocht worden afgeweken van het bouwverbod. Zie: https://www.amsterdamsebinnenstad.nl/nieuws/ index.html?nieuws=33 3 Zie: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0363.A1102BPSTD-VG01/ r_NL.IMRO.0363.A1102BPSTD-VG01_2.17.html 4 Zie: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0363.A1006BPSTD-OH01/ r_NL.IMRO.0363.A1006BPSTD-OH01_2.26.html 5 Zie: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0363.A0902BPSTD-OH01/ r_NL.IMRO.0363.A0902BPSTD-OH01_2.14.html 6 Dit speelde bijvoorbeeld recent bij de komst van TrainMore in tuinbebouwing achter een pand op de Prinsengracht. Zie: https://www.amsterdamsebinnenstad.nl/nieuws/index.html?nieuws=422

3

onder en wordt – zoals we hierboven hebben gezien – evenmin beschermd door de bestemmingsplannen. In haar inspraakreactie op het concept-Beleidskader Hoofdgroenstructuur heeft de VVAB daarom in februari 2022 aan het College gevraagd niet alleen de bomen langs de grachten maar ook het niet-openbare groen zoals de grachtentuinen op te nemen in de hoofdgroenstructuur.7 Stadsdeel Centrum heeft er in haar inspraak eveneens voor gepleit de keurtuinen op te nemen in de Hoofdgroenstructuur. Het College stond daar destijds niet afwijzend tegenover, maar stelde ‘op termijn’ een actualisatie van de Hoofdgroenstructuur in het vooruitzicht.8 Wij achten de tijd rijp om de grachtentuinen in de Hoofdgroenstructuur op te nemen en zien geen goede reden daar nog langer mee te wachten.

Bevordering van het groene karakter In de afgelopen decennia heeft de gemeente het groene karakter van de binnentuinen niet altijd bevorderd. Integendeel: door bij de vaststelling van de bestemmingsplannen de bestaande toestand te bevriezen, zijn soms ook niet-wenselijke situaties gelegitimeerd. Vanwege het Overgangsrecht kunnen eigenaren/bewoners niet worden gedwongen, maar zij kunnen wel worden gestimuleerd. Door bewustwording en overreding kunnen eigenaren/bewoners ook stappen ten goede zetten, als zij daarbij door de gemeente worden geholpen. Bijvoorbeeld door een subsidieregeling. Of door een fiscaal instrument als de rioolbelasting te hanteren. Zij die echte groene tuinen hebben dragen immers meer bij tot het vasthouden van regenwater en daardoor nemen de kosten van de regenafvoer af. Ondertekenaars stellen de volgende verbeteringen voor t.b.v. de bescherming van de grachtentuinen. 1. De bestemmingsplannen te wijzigen, door de bescherming van de keurtuinen uit te strekken tot alle grachtentuinen in de binnenstad. 2. Meer in te zetten op het behoud en herstel van het groene karakter van deze tuinen, door de mogelijkheden voor verharding c.q. betegeling te beperken. 3. De tuinen in de grachtengordel tussen Singel en Prinsengracht en tussen Brouwersgracht en Amstel in zijn geheel op te nemen in de Hoofdgroenstructuur.

Het gaat daarbij niet alleen om de bomen langs de grachten en het water van de grachten maar ook om de grachtentuinen die immers een aanzienlijk deel van de bouwblokken innemen. 4. Op proactieve wijze te bevorderen dat betegelde of bebouwde grachtentuinen weer groene oases worden, bijvoorbeeld door hiervoor gemakkelijker een sloopvergunning af te geven en te onderzoeken of er subsidie- of fiscale mogelijkheden zijn. Wij gaan graag met de gemeente in gesprek over deze voorstellen en hopen dat deze zo spoedig mogelijk zijn gerealiseerd. Het opnemen van de grachtentuinen in de Hoofdgroenstructuur kan nu al. Met vriendelijke groet, Hoogachtend, De Nederlandse Tuinenstichting (NTs), voor deze de Amsterdam-commissie,

Rob Labadie (voorzitter)

cc.xxxxxxxxxxxxx (stadsdeel Centrum) xxxxxxxxxxxx(Monumenten en Archeologie)

7 Zie: https://www.amsterdamsebinnenstad.nl/archief/docs/20220213-hoofdgroenstructuur.pdf 8 Zie: https://www.amsterdamsebinnenstad.nl/archief/docs/20221025-beantwoording-hgs.pdf

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14296839/1