CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsadres weeffout in de procedure voor de centrale loting en matching

RAAD 7 juli 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van een burger inzake een weeffout in de procedure voor de centrale loting en matching VN2021-0195541.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Aan de Gemeenteraad van Amsterdam Amstel 1 1011 PN Amsterdam

Amsterdam, 4 juli 2021

Betreft: weeffout in de procedure voor de centrale loting en matching

Geachte leden van de gemeenteraad, Graag vraag ik uw aandacht voor het volgende. Vorig jaar heeft uw raad de volgende vraaq (p.4) gesteld aan het college van B&W in verband met de centrale loting en matching: Het OSVO wijt de daling van het aantal leerlingen dat op hun eerste voorkeursschool is geplaatst aan het hogere leerlingenaantal dat meedeed met de procedure. Hoe duidt het college deze dalende trend? Deelt het college de analyse van het OSVO? Zo ja, hoe verklaart het college dan dat het aantal leerlingen dat buiten de top 3 en 5 is geplaatst is verdubbeld ten opzichte van 2019? Het antwoord van het college luidde als volgt: De daling van het aantal leerlingen dat op hun eerste voorkeursschool is geplaatst kan liggen aan een hoger leerlingenaantal. De procedure was dit jaar ook weer anders ingericht dan andere jaren. Zoals elk jaar laat het OSVO weer een evaluatie doen van de Loting en Matching. De cijfermatige analyse van de Centrale Loting en Matching 2020 wordt nog uitgevoerd. Het is niet wenselijk daar nu al op vooruit te lopen. Het college informeert de raad naar verwachting in juni over de uitkomsten van dit onderzoek. Deze reactie is onbevredigend (en de beloofde cijfermatige analyse ging vervolgens niet of nauwelijks op de kwestie in). Terwijl het antwoord feitelijk vrij simpel is: er zit een weeffout in het systeem. Dat zit als volgt.

Er is bij de invoering van de huidige systematiek nadrukkelijk gekozen voor een systeem dat strategisch kiezen tegen zou gaan. Het idee daarachter was dat leerlingen, als het geen zin heeft om strategisch te kiezen, hun werkelijke school van eerste voorkeur bovenaan zouden zetten. Ik citeer uit het Verslag van een simulatiestudie (p.10) uit 2014 dat aan deze keuze ten grondslag ligt: Bij RSD [i.e. de huidige matchingsmethodiek - tegenwoordig door de OSVO DASTB genoemd] moeten leerlingen een voorkeurslijst van scholen opgeven. Strategisch gedrag loont in het geval van RSD niet. Het beste dat leerlingen voor zichzelf kunnen doen is om hun echte voorkeuren op te geven. Ze hoeven geen rekening te houden met plaatsingskansen en hoeven er ook niet over na te denken voor welke scholen andere leerlingen zich aanmelden. Als leerlingen hun echte voorkeuren opgeven, is het voor scholen en beleidsmakers duidelijk hoe groot de vraag naar elke school is.

Maar waar in de simulatiestudie destijds geen rekening mee is gehouden, is het effect op de langere termijn. Als strategisch kiezen niet loont, als iedereen wordt aangemoedigd zijn echte voorkeur bovenaan te zetten, leidt dat allicht tot grotere druk op de populaire scholen. En als de druk op de populaire scholen toeneemt, dan leidt dat vanzelf tot (op het oog) slechtere resultaten: minder kinderen op hun school van eerste voorkeur. En dat is precies wat er gebeurt. Hieronder een overzicht van het opgetelde tekort aan plaatsen op de scholen die overtekend waren (de scholen dus die minder aanbod hadden dan er vraag was).

2016 2017 2018 2019 2020 2021

tekort aan plaatsen bij overtekende scholen 966 907 845 1042 1178 1536

deelnemers

tekort/deelnemers

7453 7638 7420 7580 7672 7978

13% 11,9% 11,4% 13,7% 15,3% 19,3%

Wat we zien is dat de druk op de populaire scholen, na een aanloopperiode waarin de werking van het nieuwe systeem wellicht nog aan bekendheid moest winnen, sinds 2018 sterk is toegenomen: steeds meer mensen zetten dezelfde scholen op één. Kijken we nu naar de jaren 2017 en 2020, die zich vanwege een nagenoeg gelijk aantal deelnemers goed laten vergelijken, dan blijkt dat het tekort aan plaatsen op de overtekende scholen in die jaren met 271 is toegenomen. Aileen daarom al zullen er in 2020 dus 271 leerlingen minder op hun school van eerste voorkeur zijn geplaatst. En daar komt vervolgens het verdringingseffect nog bij. Want wie niet is geplaatst op zijn school van eerste voorkeur, kan met een volgende keuze een ander met een slechter lotnumnner van zijn of haar eerste plaats verdringen - dat is nu eenmaal hoe het systeem in elkaar steekt. In 2017 was er op de overtekende scholen een tekort van 907 plekken. Door het verdringingseffect konden uiteindelijk 1122 kinderen niet op hun school van eerste voorkeur worden geplaatst. In 2020 was het tekort door de grotere druk op de populaire scholen zozeer toegenomen dat het al boven de 1122 lag die in 2017 pas na verdringing werd bereikt: 1170. Door het verdringingseffect konden uiteindelijk 1464 kinderen niet op hun school van eerste voorkeur worden geplaatst.

Het uitgangspunt bij de introductie van de huidige systematiek was dat rond de 90 procent (p.7) van de leerlingen op hun school van eerste voorkeur zou kunnen worden geplaatst. Dat percentage is in de praktijk nooit gehaald. Kijken we naar het aantal leerlingen die op hun school van eerste voorkeur terecht konden, dan zien we dat dit jaar een nieuw dieptepunt is bereikt - en niemand weet of de bodem inmiddels in zicht is.

2016 2017 2018 2019 2020 2021

geplaatst op 1e voorkeur 83,8% 85,3% 87,1% 83,5% 80,9% 76,8%

Nu de ironie van dit verhaal. Het doel van de matching, aldus de OSVO (p.4, art. 2.5), is dat `zoveel mogelijk leerlingen die zich aanmelden voor plaatsing op een VO-school in Amsterdam kunnen worden geplaatst op een VO-school van zo hoog mogelijke voorkeur'. Maar er is gekozen voor een systeem dat eerder tot het tegendeel leidt. Door strategisch kiezen te ontmoedigen, opteren steeds meer kinderen voor dezelfde scholen, en kunnen dus steeds minder kinderen op hun school van eerste voorkeur terecht. Dit effect, dat toch nogal voor de hand ligt, is bij de keuze voor het huidige systeem niet meegenomen, en ook in de jaarlijkse cijfermatige analyse nooit expliciet gemaakt. Het ene doel is bereikt: strategisch kiezen is tegengegaan. Maar daarmee raakt het andere doel uit beeld: zoveel mogelijk kinderen op een school van zo hoog mogelijke voorkeur.* De beide doelen zijn, kortom, niet met elkaar te verenigen - en dat is de weeffout van dit systeem. Graag verneem ik van uw raad of u deze analyse deelt. Hoogachtend,

* Hierbij is een kanttekening op zijn plaats. De huidige matchingssystematiek vraagt van leerlingen om hun school van werkelijke eerste voorkeur bovenaan te zetten, en slaagt er vervolgens (ervan uitgaande dat strategisch kiezen moet worden tegengegaan, en dat na-optimalisatie daarom niet is toegestaan) wel degelijk in om zoveel mogelijk leerlingen op hun school van werkelijke hoogste voorkeur te plaatsen. Het systeem is (afgezien van verstoringen als voorrang en staartverbetering) goudeerlijk en loepzuiver, maar komt wel tegen een prijs: de resultaten zien er jaar na jaar slechter uit. Als dat niettemin is wat de OSVO beoogt, dan zou die dat moeten uitdragen: dan zou die de op het oog almaar minder resultaten moeten vieren als een succes. Dan zou het jaarlijkse persbericht iets moeten luiden als: 'De resultaten van de centrale loting en matching zijn binnen. Dit jaar kon 76,8 procent van de leerlingen op hun school van eerste voorkeur worden geplaatst; dat was vorig jaar nog 80,9 procent. De populaire scholen werden populairder; meer leerlingen zetten dezelfde scholen bovenaan. Als gevolg daarvan konden minder leerlingen op hun school van eerste voorkeur terecht. Het tekent het succes van het systeem, dat leerlingen in de gelegenheid stelt hun werkelijke voorkeur voorop te zetten.' Dat lijkt mij een moeilijk verkoopbare boodschap.

-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10365892/1