CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsadres van een burger inzake het omgevingsplan

RAAD 27 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van een burger inzake het omgevingsplan (VN2024-003402)2.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Aan de Gemeenteraad van Amsterdam t.a.v. de raadscommissies RO en SED en de directeur Ruimte & Duurzaamheid, Postbus 2758 1000 CT Amsterdam per site-mail erratum

5-3-2024

Betreft: Zienswijze op het Ontwerp Omgevingsplan

Geachte Raad, Met de bijgaande bekendmaking dd. 31-1-2024 heeft B&W een Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam ter inzage gelegd, een voor de gemiddelde bewoner totaal onbegrijpelijk & ontoegankelijk geheel. Nog wel duidelijk is dat zienswijzen in ieder geval niet moeten worden ingediend bij B&W / R&D maar bij uw Raad; dat is vreemd, voor zo ver ik overzie is uw Raad nog niet aan zet, B&W moet met een Antwoordnota komen en een voordracht aan uw Raad. Bovendien herinner ik me niet dat uw Raad welk besluit dan ook heeft genomen dat voor zienswijze / inspraak in aanmerking komt, maar misschien heb ik iets gemist of betekent de bij R&D de formulering “ naar voren brengen bij “ iets anders dan indienen bij . De wijze waarop B&W de inspraak heeft georganiseerd geeft reden de inspraak over te doen; voor zo ver het Ontwerpbesluit verborgen inhoudelijke wijzigingen omvat en B&W niet zelf komt met een nieuwe inspraak-ronde kan uw Raad B&W daartoe zo nodig oproepen. Hoe één & ander ook zij, de onderstaande zienswijze I, II en III dien ik hierbij in bij uw Raad, zoals door of namens B&W in de bekendmaking is voorgeschreven. Hiermee kom ik bij een ander vreemd punt, het postadres van uw Raad staat niet in de bekendmaking. Voor alle zekerheid hanteer ik uw reguliere postadres, daarnaast zorg ik voor indiening bij de dienst R&D zodat die meteen aan de slag kan.

Nadere toelichting geef ik desgewenst graag. Uitziend naar een nieuwe inspraak-ronde dan wel de Antwoordnota en de raadsvoordracht van B&W, met vriendelijke groet, XXXXXXXXXXXXXXXXXX XXXXXXXXXXXXXXXXXX

bijlage: bekendmaking 31-1-2024

I. De inspraak op het Omgevingsplan is niet goed georganiseerd Eén van de randvoorwaarden voor inspraak op beleidsvoornemens is duidelijkheid vooraf waarover het gaat en welk verschil de insprekers kunnen maken, in uw Beleidskader Participatie en artikel 4 en 5 van 5 de ontwerp-Participatieverordening van B&W aangeduid met het sleutelbegrip beleidsruimte . Helaas, aan die basis-regels voor deugdelijke participatie voldoen de bekendmaking, het Ontwerpbesluit en de verdere stukken ter inzage niet: het Ontwerpbesluit is een ondoordringbaar oerwoud van detail-bepalingen, het lijkt slechts een stapeling van alle bestaande bestemmingsplannen en alle andere wet- & regelgeving fysieke leefruimte van rijk en gemeente en misschien ook de provincie en de waterschappen met een spreekwoordelijk nietje er door, maar is dat wel zo ? Anderzijds, in de bekendmaking en de stukken ter inzage staat niet dat regels in het Ontwerpbesluit inhoudelijk nieuw zijn ten opzichte van de planologisch-juridische situatie die geldt tot het ondeelbare moment op 31-12-2023, 24.00 uur, van het van kracht worden van de Omgevingswet en het Omgevingsplan gemeente Amsterdam op 1-1-2024, 00.00 uur, dus dit lijkt een geruststelling.

Eén & ander heeft tot gevolg dat zelfs gemiddeld ingevoerde bewoners zoals ik al niet weten wat de voorstellen van B&W in het Ontwerpbesluit nu eigenlijk zijn en niet voor hun belangen kunnen opkomen als die ondanks de geruststellende stukken toch wel in het geding zouden zijn, met als gevolg dat de zienswijzen voor zo ver die dan nog wel worden ingediend weinig tot niks zeggen wat de bewoners van de voorstellen van B&W vinden. Als de juristen van de dienst R&D toch wel in de spreekwoordelijke kleine lettertjes inhoudelijke wijzigingen hebben verstopt faalt deze inspraak volledig, dit is dan niet meer terug te draaien, het minste dat het hiervoor verantwoordelijke College van B&W dan nog kan doen is de besluitvorming door uw Raad nog zo goed mogelijk te organiseren, dan wel om bewoners-vertrouwen niet te verspelen de besluitvorming uit te stellen, de bekendmaking in te trekken en een nieuwe inspraakronde te organiseren die alsnog aan de basis-voorwaarden voor deugdelijke inspraak voldoet. Oplossing: A. De bekendmaking dd. 31-1-2024 intrekken, een nieuw Ontwerpbesluit ter inzage leggen waarin of waarbij alsnog in zakelijk-inhoudelijke termen is gespecificeerd of en zo ja welke inhoudelijke wijzingen ten opzichte van de planologisch-juridische situatie op 31-12-2023, 24.00 uur met het Ontwerpbesluit worden voorgesteld en wat de beleidsruimte voor de insprekers is; B.

In de voordracht aan de Raad specificeren tot welke inhoudelijke wijzigingen de voordracht na de inspraak strekt ten opzichte van de planologisch-juridische situatie op 31-12-2023, 24.00 uur; C. Bij de nieuwe inspraakronde sub A en/of bij de raadsvoordracht sub B tevens specificeren welke gemeentelijke regelgeving fysieke leefomgeving reeds met dit Ontwerp Wijzigingsbesluit in het Omgevingsplan wordt overgenomen en welke gemeentelijke regelgeving met volgende wijzigingsbesluiten in het Omgevingsplan worden overgenomen, voorzien van tijds-indicaties van die vervolg-stappen. .

Niet B&W / R&D maar mensen die over de Omgevingswet hebben doorgeleerd attendeerden me op een inhoudelijke wijziging ingaande 1-1-2024, de participatie op vergunning-aanvragen voor veranderingen in de fysieke leefomgeving. Daar heb ik naar gezocht in het Ontwerpbesluit dat nu voor zienswijze / inspraak voorligt maar terwijl de inspraak op het Ontwerp Omgevingsplan nu juist over dergelijke inhoudelijke wijzigingen zou moeten gaan heb ik over de participatie op de vergunning-aanvragen niks kunnen vinden; bizar. Paragraaf III hierna gaat hierop nader in. ook

II. Bezwaar tegen elke inhoudelijke wijziging ten opzichte van de situatie op 31-12-2023, 24.00 uur Indien & voor zo ver het Ontwerpbesluit al zou strekken tot inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de planologisch-juridische situatie op 31-12-2023, 24.00 uur, zijn deze in de bekendmaking en in het Ontwerpbesluit en de verdere stukken ter inzage niet kenbaar gemaakt en niet gemotiveerd, tegen elke inhoudelijke wijziging dien ik bij deze bezwaar in. Intrekking van deze zienswijze zal ik graag overwegen na alsnog kennis te hebben kunnen nemen van de wijzigingen, de motivering daarvan en de beleidsruimte die de insprekers hebben.

III. Participatie op vergunning-aanvragen ten onrechte niet geregeld Hoe onbegrijpelijk & ontoegankelijk dit Ontwerpbesluit Omgevingsplan ook is, zoveel is dan nog wel duidelijk dat in ieder geval een cruciaal onderdeel ontbreekt, de participatie op de vergunningaanvragen fysieke leefomgeving is niet geregeld. Hierover het volgende. De wetgever en uw Raad hebben onderkend dat bewoners onvoldoende invloed hebben op veranderingen in onder meer de fysieke leefomgeving, bewoners-participatie is dan ook een kernpunt in zowel de Omgevingswet ingaande 1-1-2024 als in het wetsontwerp Versterking Participatie op decentraal niveau , dit ligt voor bij de Eerste Kamer. Wat betreft de gemeente wijs ik op uw Beleidskader Participatie uit 2021, de Participatiehandreiking 2024 en de Participatieverordening die uw Raad eveneens binnenkort na inspraak zal gaan vaststellen, naar de bewoners mogen vertrouwen in onderlinge afstemming op en samenhang met het Omgevingsplan, zo mogelijk tegelijk maar ongetwijfeld beide via de commissies SED en RO. Over de participatie op de fysieke leefomgeving zegt B&W / VTH in zijn Nota VTH-beleid 2024: “ De gemeenteraad kan op grond van de Omgevingswet gevallen aanwijzen waarbij het organiseren van participatie verplicht is. Dit kan alleen bij een aanvraag om omgevingsvergunning tot afwijking van het omgevingsplan.

“ ( Raadscommissie RO 7 februari 2024, agendapunt 9, blz. 47 ) https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/13730026/1/09012f9780f8d086

Echter, deze voorstelling van zaken is onvolledig en daardoor ronduit misleidend: een plicht tot participatie kan niet alleen worden ingesteld op vergunning-aanvragen voor buitenplanse afwijking als ( Omgevingswet, artikel 16.55 lid 7 ) maar in beginsel ook op alle andere vergunning-aanvragen. En niet een VTH-nota van B&W maar het Omgevingsplan van uw Raad is het daartoe door de wetgever geboden kader, het voorstel van B&W voor het Omgevingsplan gaat ook hieraan ten onrechte voorbij. Hierbij roep ik u op om deze lacune in het voorstel van B&W voor het Omgevingsplan als volgt te herstellen. als Ook al kan participatie in het Omgevingsplan in beginsel verplicht worden gesteld op alle soorten vergunning-aanvragen, dit lijkt niet nodig, voor de meeste aanvragen kan worden volstaan met de spelregels zoals die al zijn neergelegd in de Handreiking Participatie 2024. een juridische plicht lijkt voor verreweg de meeste vergunning-aanvragen

Handreiking, de

Bovendien, laten we eerst maar eens zien hoe de nieuwe participatie-regels van de Omgevingswet en de aanstaande Participativerordening en aanstaand Omgevingsplan in de praktijk uitpakken, meer participatie-plichten invoeren kan zo nodig altijd nog wel. Echter, in de voorstellen van VTH en R&D ontbreekt de clou, ongetwijfeld in onderlinge afstemming: de landelijke wetgever heeft in de Omgevingswet slechts enkele participatie-plichten opgelegd, de verder benodigde regelgeving is overgelaten aan de gemeenten. Dit mede gezien het voornoemde wetsontwerp Versterking Participatie op decentraal niveau . Op aangeven van VTH en R&D is B&W aan deze systematiek van het landelijke en het lokale bestuur viervoudig voorbij gegaan: in zijn nota VTH 2024, Participatie Handreiking 2024, Ontwerp Participatieverordening en Ontwerpbesluit Omgevingsplan. Het gaat om de volgende soorten van vergunning-aanvragen:

1. Vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving buiten de Omgevingswet De nota VTH-beleid fysieke leefomgeving 2024 omvat op goede gronden ook de vergunningverlening fysieke leefomgeving die nu nog even niet in de Omgevingswet is ondergebracht, zoals de aanvragen voor terrassen, evenementen en woning onttrekken aan de woningvoorraad. Echter, hoe klip & klaar de scope van nota VTH 2024 ook is, de scope van de Handreiking Participatie 2024 is mistig: vallen de aanvragen fysieke leefomgeving voor bijvoorbeeld terrassen, evenementen en woning-onttrekking nu wel of niet onder de Handreiking ? Kortom, deze door uw Raad bij motie nu juist gevraagde richtlijnen om het verkeer in de driehoek tussen omwonenden, vergunning-aanvrager en gemeente in goede banen te leiden schieten alleen al op dit punt danig tekort. Bovendien, zoals de naam al aangeeft, een Handreiking heeft sowieso al geen regel-gevende werking, ook al is de Handreiking ingevoerd bij motie van uw Raad. ( Beleidskader Participatie, motie 689, 7-10-2021 ) Oplossing: A.

In het Omgevingsplan de bepaling opnemen dat de aspirant aanvrager van een vergunning fysieke leefomgeving buiten de Omgevingswet voorafgaand aan de indiening van de aanvraag de omgeving in beginsel participatie moet bieden en dat in ieder geval het verslag van de geboden participatie in de zin van artikel 16.55 lid 6 van de Omgevingswet bij de vergunning-aanvraag moet worden gevoegd; B. In het Omgevingsplan specificeren op welke vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving buiten de Omgevingswet de plicht sub A nog meer van toepassing is, naast de aanvragen in het kader van de APV en de Huisvestingsverordening C. In de Handreiking Participatie 2025 expliciet maken dat de Handreiking mede betrekking heeft op de sub B aangewezen vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving buiten de Omgevingswet. .

2. Vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving binnen de Omgevingswet voor buitenplans afwijken Al in 2022 heeft uw Raad in het aanwijzingsbesluit in de zin van artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet bepaald dat op alle aanvragen voor buitenplans afwijken de aspirant aanvrager aan de omgeving voorafgaand aan de aanvraag participatie moet bieden. Echter, deze plicht ontbreekt ten onrechte in de Participatiehandreiking 2024, evenals de plicht tot indiening van het verslag van de participatie. Oplossing: A. In het Omgevingsplan de bepaling opnemen dat de aspirant aanvrager van een vergunning fysieke leefomgeving binnen de Omgevingswet voor buitenplans afwijken voorafgaand aan de indiening van de aanvraag de omgeving participatie moet bieden en dat het verslag van de geboden participatie in de zin van artikel 16.55 lid 6 van de Omgevingswet bij de vergunning-aanvraag moet worden gevoegd; B. De participatie-plichten sub A expliciet maken in de Handreiking Participatie 2025. NB de oplossingen 1-A en 2-A lijken hetzelfde maar zijn dat niet, ze sluiten aan op lid 6, respectievelijk lid 7 van artikel 16.55 van de Omgevingswet; oplossing 3-A onderstaand sluit weer aan op lid 6. https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/2024-01-01/0#Hoofdstuk16_Afdeling16.5_Paragraaf16.5.1_Artikel16.55

3. Vergunning-aanvragen fysieke leefomgeving binnen de Omgevingswet voor alle activiteiten / werkzaamheden anders dan in buitenplanse afwijking Artikel 16.55 lid 6 van de Omgevingswet omvat de plicht tot indiening van het verslag van de participatie die de aspirant aanvrager heeft geboden aan de omgeving. Dit lijkt voldoende, vooralsnog is er geen reden tot een verdere plicht. Oplossing: A. In het Omgevingsplan de bepaling opnemen dat de aspirant aanvrager van een vergunning fysieke leefomgeving binnen de Omgevingswet voor alle activiteiten / werkzaamheden anders dan in buitenplanse afwijking de omgeving in beginsel participatie moet bieden en dat in ieder geval het verslag van de geboden participatie in de zin van artikel 16.55 lid 6 van de Omgevingswet bij de vergunning-aanvraag moet worden gevoegd; B. De participatie-plicht sub A expliciet maken in de Handreiking Participatie 2025.

NB 2 Indien & voor zover de participatie-regels al zijn neergelegd in de wet- & regelgeving van het rijk is deze zo ontoegankelijk & onoverzichtelijk, óók in het landelijke Omgevingsloket, dat in het Omgevingsplan een overzicht van de formele en de informele participatie-regels zoals die in Amsterdam gelden niet mag ontbreken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14420785/1