Raadsadres ELZO bomenbeleid in Amsterdam
Tekst van het document
13 april 2021 Raadsadres ELZO inzake bomenbeleid Gemeente Amsterdam De verdwijntruc: Op dit moment staan er in Amsterdam 300.000 bomen in de openbare ruimte. Als de notitie Projectgebonden Herplantfonds Elzenhagen-zuid stadsbreed wordt toegepast zijn er over 50 jaar nog maar 124.000 bomen over.1 In de afgelopen maanden zijn bij de bewoners in Noord de zorgen gegroeid over het groenbeleid en bomenbeleid van de Gemeente Amsterdam. Aanleiding is het feit dat van de 2578 bomen in Elzenhagen-zuid (EHZ) slechts ca 950 terugkomen. Meer dan 120 mensen die een bezwaarschrift indienen tegen de bomenkap, 560 omwonenden die een kaalslagpetitie tekenen, een demonstratie van ruim 200 mensen tegen de plannen voor een evenemententerrein in het Noorderpark, en felle en kritische inbreng van zo’n 34 verschillende bewoners tijdens een bijeenkomst van de Stadsdeelcommissie Noord over groenbeleid - leidend tot een Ongevraagd Advies vanuit de Stadsdeelcommissie (zie bijlage). Die onrust op straat, bij vergaderingen en in de media wordt gevoed doordat steeds meer mensen zien dat het van oudsher groene Noord steeds meer versteent onder invloed van grote infrastructurele projecten en woningbouwprojecten. Trots verkondigt het DB van Noord dat de 23.000 extra woningen als gevolg van Koers 2025 Noord zullen doen uitgroeien van 90.000 naar ca 150.000 – 160.000 inwoners.
Bij vragen over de gevolgen klinken steeds opnieuw geruststellende woorden, ‘want de gemeente Amsterdam heeft een fantastisch groenbeleid’. Leg je de woorden van het College van B&W en van het DB van stadsdeel Noord naast de maatschappelijke onrust dan zie je een enorme kloof tussen de papieren werkelijkheid van de gemeente en de realiteit die elke Noorderling ervaart. Beelden maken meer duidelijk dan beleidsnota’s. Om een indruk te geven van de verstening in Noord in de periode 2004 - 2020 hebben we voor vier gebieden langs de Noord-Zuidlijn, alle satellietbeelden van Google Earth gebundeld tot een korte video ‘De ontgroening van Noord’ https://www.youtube.com/watch?v=Dbd8lye1ciM Deze video toont duidelijk de ingrijpende gevolgen van woningbouw en van de aanleg van de NZ-lijn voor het groene middengebied van Noord. We hopen dat u de moeite neemt om deze video te bekijken. Bij de inspreekronde van de Raadscommissie Bouwen en Wonen van 24 maart jl. sprak ELZO-vertegenwoordiger en oud-wethouder Piet Jonker in zijn kritiek op de notitie Projectgebonden Herplantfonds EHZ over een ‘verdwijntruc’. Met dit Raadsadres willen we duidelijk maken dat het Bomenbeleid op papier mooi oogt, maar in de praktijk zo ondoorzichtig en tegenstrijdig is dat er, na de kaalslag van de afgelopen periode, in versneld tempo steeds meer bomen in de hele stad zullen verdwijnen – niet alleen in EHZ.
Wij verzoeken de gemeenteraad om de Notitie Projectgebonden Herplantfonds Elzenhagenzuid af te wijzen op grond van een onjuiste toepassing van de Bomenverordening, het College op te dragen na 7 jaar op korte termijn de bomenboekhouding voor de hele stad eenduidig, controleerbaar en transparant in te richten, consequent te handelen volgens de intentie van de Bomenverordening (1 op 1 herplanten) en woningbouw- en infrastructuurprojecten vooraf te beoordelen op de mogelijkheden voor herplant van niet-herplantbare bomen in de directe omgeving. 1
Uit gemeentelijke cijfers blijkt dat er de laatste twee jaar gemiddeld 5860 bomen gekapt zijn. Op basis van het verschil in waardeberekening tussen bestaande en nieuwe bomen is de herplantfactor 1 nieuwe boom op 2,5 oude bomen. Gevolg: als de notitie Projectgebonden Herplant EHZ stedelijk wordt gehanteerd, leidt dat in 50 jaar tot 293.000 gekapte bomen waarvoor 117.000 herplant worden. Opgeteld bij de 7.000 resterende bomen = 124.000.
1
In het vervolg van dit Raadsadres zullen we ons verzoek nader onderbouwen. Voorgeschiedenis en hoofdlijn van het bomenbeleid Sinds de aankondiging van Koers 2025 (voorjaar 2016) volgen wij als ELZO, platform van bewoners en bewonersorganisaties rondom Elzenhagen-Zuid (EHZ) de ontwikkeling van EHZ op de voet. Vanaf het begin vonden we de plannen onevenwichtig. Ineens stond in Koers 2025 voor EHZ, zonder enige toelichting, een ondoordacht groot aantal woningen, dat tussen januari en april 2016 steeg van 500 naar 1000 naar 2000 woningen. Tegelijk werden we overvallen door een aantal nieuwe bovenwijkse voorzieningen in dit kleine gebied. Vanaf het begin hebben we aandacht gevraagd voor voldoende groen, bezwaar gemaakt tegen de overschrijding van wettelijke geluidsnormen - en aangedrongen op een Integraal Bomenplan. Daarvoor kregen we veel steun bij omwonenden. In die beginfase werden we, waar het de bomen betreft, regelmatig gerustgesteld. De Projektgroep EHZ verwees o.m. naar de Nota Compensatie en herplant van bomen, van oktober 2016. Wij kregen te horen dat, omdat niet alle bomen herplant kunnen worden in EHZ, de overige bomen elders in Noord zouden terugkomen. ‘Een boom voor een boom’ dat is immers de kern van de Bomenverordening. Als je de publicaties van de Gemeente in de Nieuwsbrief Bomen en de Bomenverordening leest, komen we dat motto overal tegen.
In de Nieuwsbrief Bomen staat: “Kap mits herplant Het huidige bomenbestand moet op peil blijven. Want ondanks boomziekten of bouwopgave in de stad, willen we graag het huidige bomenaantal behouden. Daarom moet iedereen die bomen weghaalt deze ook compenseren. De gemeente heeft de aanpak voor kappen, snoeien en herplanten vastgelegd in de bomenverordening. (...) Amsterdam heeft de ambitie om de verwijderde bomen 1 op 1 te herplanten.(...).” En dit staat er in de inleiding van de Nota Compensatie en herplant: “De algemene Herplantplicht, in de bomenverordening van 2014, schrijft voor dat een te kappen boom wordt vervangen door één of meer bomen van in totaal gelijke ‘boomwaarde’. Ook voorziet de verordening in een gemeentelijk herplantfonds, dat financiële compensatie van bomen mogelijk maakt. Wanneer gekapte bomen niet fysiek gecompenseerd kunnen worden, word de geldwaarde die deze bomen vertegenwoordigen, in het fonds gestort. Deze middelen worden vervolgens benut voor aanplant van bomen elders in de stad. Op 1 oktober 2016 is de nieuwe Bomenverordening van kracht. Hierin staat in artikel 7 de Herplantplicht, waarbij het mogelijk is om bomen fysiek (één op één) te compenseren of als dat niet mogelijk is dat de monetaire waarde wordt gestort in het gemeentelijk herplantfonds.” Inmiddels weten we beter.
Pas nu - nu het in EHZ op uitvoering aankomt, wordt helder hoe dit bomenbeleid er in het echt uit ziet. Daarom hopen we dat u de tijd neemt om ook de rest van dit Raadsadres te lezen, zodat u weet hoe de vork aan de steel zit. Want Elzenhagenzuid is een van de eerste versnellingslocaties van Koers 2025. Het beleid dat hier wordt toegepast zal ten voorbeeld staan voor de nieuwbouwplannen voor de overige 48.200 woningen die in de komende jaren gerealiseerd worden.
2
De praktijk van het bomenbeleid Hoe meer we erin duiken, hoe duidelijker wordt dat er sinds de eerste Nota Bomenbeleid van 2014 en de nieuwe nota van 2016 nauwelijks echt werk gemaakt is van een beleid dat recht doet aan het motto: ‘een boom voor een boom’. 1. Dat blijkt als eerste uit reacties van de verantwoordelijk wethouder dhr.Ivens en van de portefeuillehouder Noord mw.Groenewoud op raadsvragen, waarbij zij er blijk van geven geen volledig en meerjarig zicht te hebben op de precieze omvang van de bomenkap en de aanplant van bomen. Op onze vraag om een meerjarig overzicht van aanplant en kap in Noord kregen we recent als antwoord dat Stadsdeel Noord ‘geen sluitend overzicht heeft.’ Gemeentelijke monitors spreken elkaar regelmatig tegen waarbij soms beweerd wordt dat in 2020 1500 bomen erbij gekomen zijn en vervolgens uit een Nieuwsbrief blijkt dat er per saldo in heel Amsterdam 1700 bomen verdwenen zijn (zie bijlage 2). Steeds opnieuw verschuilt de gemeente zich daarbij achter administratieve problemen waarvan je had mogen verwachten dat deze al lang opgelost waren, zeven jaar na de eerste Bomenbeleidsnota van 2014. 2. Daarnaast blijkt uit een recent gepubliceerde notitie Projectgebonden Herplantfonds Elzenhagen-Zuid dat de Bomenverordening onjuist wordt toegepast.
Uit navraag bij de projectleider EHZ blijkt opnieuw dat zij ervan uitgaat dat eerst van alle bomen de monetaire waarde berekend wordt, en dat daarna bekeken wordt hoeveel nieuwe bomen uit dat budget betaald kunnen worden. Wat dat voor EHZ betekent kunnen we u heel precies voorrekenen: In 2016 werd gesteld dat van de 2000 bomen in EHZ ongeveer 950 herplant konden worden. De rest zou elders herplant worden. In december 2020 hoorden we plotseling dat er zelfs 2578 bomen staan in EHZ – waarvan 2283 vergunningplichtig - die allemaal gekapt worden. Omdat er uiteindelijk slechts 961 bomen terugkomen, wordt het gat 1617 bomen! (1327 als je alleen uitgaat van de ‘vergunningplichtige bomen). Toen we de Herplantnotitie EHZ ontvingen, zagen we dat die 1617 resterende bomen helemaal niet herplant kunnen worden. Dat zit zo: a) Om te beginnen worden vooraf alle bestaande bomen omgerekend in een bedrag. Voor een bestaande boom wordt ca € 650 gerekend. Het planten van een nieuwe boom kost € 1.650: € 1.000 meer. Dat is een verhouding van 1 op 2,5. Zo kunnen uit het bedrag van 2578 bestaande bomen maar 1015 nieuwe bomen betaald worden! b) Er worden 961 bomen herplant. Het resterende bedrag van 54 bomen (1015 - 961) wordt gebruikt voor heesters, groene daken, grondverbetering enz. Op zich best zinvol, maar in strijd met de Bomenverordening waarvan de kern is: een boom voor een boom.
Bovendien is het tegenstrijdig dat bij de berekening van het herplantfonds vooraf de waarde van bestaand ‘overig groen’ niet wordt meegeteld, maar achteraf daar wel geld aan mag worden uitgegeven. Het is nog gekker: in het budget van EHZ was al een post opgenomen voor groen! Bezwaren tegen de notitie Projectgebonden Herplantfonds Elzenhagen-Zuid Wij hebben de moeite genomen om door middel van vragen aan de projectleider van EHZ een beter beeld te krijgen van de Herplantnotitie. Die vragen worden, anders dan onze vragen over een totaaloverzicht van kap en herplant, snel en helder beantwoord. Maar ook na die beantwoording blijft onze kritiek overeind. Die kritiek valt uiteen in vier punten: -
3
De Herplantnotitie handelt in strijd is met doel en spelregels van de Bomenverordening. Omrekening van bomen in geld leidt ALTIJD tot minder nieuwe bomen. Het geld van het bomenfonds wordt ten onrechte ook gebruikt voor ander groen En de projectgebonden aanpak maakt blind voor herplantmogelijkheden in de omgeving.
1. In strijd met doel Bomenverordening In de reactie van wethouder Van Doorninck aan de Raadscommissie over de notitie Projectgebonden Herplantfonds Elzenhagen-Zuid wordt onder punt 5 gesteld dat de wanverhouding tussen het aantal te kappen bomen (2578) en het aantal te herplanten bomen (ca. 950) niet in tegenspraak is met artikel 7 van de Bomenverordening. Bij de Bomenverordening hoort een toelichting hoe deze gelezen dient te worden. In de toelichting bij artikel 7 staat: Met het tweede lid wordt beoogd om bij herplant zoveel mogelijk te streven naar herplant met vergelijkbare aantallen bomen van vergelijkbare leeftijd en dikte. De omschrijving geeft het bestuur de ruimte om al naar gelang de omstandigheden het meest haalbare resultaat na te streven. Denkbaar is bijvoorbeeld het plaatsen van een aantal jonge bomen van dezelfde soort als equivalent van een dikke boom die geveld moet worden. Als dat niet mogelijk is, dan dient er een herplantfonds te worden ingesteld.
De toelichting zegt daarover: “Het geld moet echt worden gebruikt om nieuwe bomen te planten en dus daadwerkelijk tot herplant over te gaan.” Samenvattend stelt de toelichting: “Uitgangspunt is dat het bomenbestand zoveel mogelijk in stand gehouden wordt.” De conclusie kan geen andere zijn dan dat deze en de daaropvolgende kapvergunningen in strijd zijn met wat beoogd wordt met artikel 7 van de Bomenverordening, het in stand houden van het bomenbestand. 2. Te late vaststelling van onjuiste spelregels, met als gevolg minder herplant De notitie Projectgebonden Herplantfonds Elzenhagen-Zuid is in het College van B&W pas vastgesteld op 12 januari 2021. Allereerst constateren we dat dit fonds dus is ingesteld nadat de kapvergunning voor honderden bomen in EHZ is verleend en er al honderden bomen gekapt zijn. Dat is in strijd met de richtlijnen waaraan bestuurlijk handelen hoort te voldoen: eerst de spelregels vaststellen – pas daarna toepassen. In de notitie Projectgebonden Herplantfonds Elzenhagen-Zuid wordt de monetaire waarde van de te kappen bomen op ongeveer € 650 vastgesteld en aangegeven dat het de bedoeling is om 961 bomen terug te planten van een vergelijkbare dikte en grootte met een monetaire waarde van ongeveer € 1.650. Deze redenering is in strijd met artikel 7 van de Bomenverordening.
Die schrijft immers voor dat allereerst moet worden gekeken of er een nieuwe boom kan worden herplant. Dat betekent dat eerst de 961 bomen herplant worden, zonder de monetaire waarde te berekenen. Vervolgens moet alleen voor de resterende bomen waarvoor een kapvergunning nodig is (2283 van de 2578) de monetaire waarde worden berekend. In dit geval zou een bedrag van € 860.000 (2283 – 961 = 1322 x € 650) moeten worden gestort in een herplantfonds waarmee daadwerkelijk bomen elders zouden moeten worden herplant. Volledigheidshalve zou ook de monetaire waarde van de te kappen bomen waarvoor geen kapvergunning nodig is (295 bomen, ongeveer € 0,2 miljoen) in het fonds moeten worden gestort om te voldoen aan het uitgangspunt dat het bomenbestand zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. Daarmee kom je op ruim € 1 miljoen. De conclusie kan geen andere zijn dan dat deze wijze van omgaan met de herplant van de te kappen bomen in strijd is met artikel 7 van de Bomenverordening. Het vergelijken van het kappen van goedkoop gewaardeerde oude bomen met het planten van duur begrote nieuwe bomen zal, als alleen op de monetaire waarde wordt gelet, altijd leiden tot verkleining van het bomenbestand. 3.
Onjuiste besteding bomenfonds In de notitie Projectgebonden Herplantfonds Elzenhagen-Zuid wordt verder gesteld dat bij de besteding van het theoretisch berekende bedrag van het bomenfonds niet alleen gekeken moet worden naar aantallen bomen maar ook naar de ecosysteemdiensten die bomen verlenen. Ecosysteemdiensten is een ruim begrip. Het is (internationaal)
4
geïntroduceerd om aandacht te krijgen voor de functionele betekenis van natuur en die door daaraan een monetaire waarde toe te kennen een rol te laten spelen in een maatschappelijke kosten-batenanalyse. Er is veel kritiek op het arbitraire karakter van het in geld uitdrukken van diensten die niet via de markt lopen. Desondanks kan het wel degelijk waarde hebben om goed in beeld te brengen welke waarde de natuur heeft voor bijvoorbeeld zaken als waterveiligheid, drinkwatervoorziening, recreatie en volksgezondheid. Maar in het projectgebonden herplantfonds Elzenhagen-Zuid wordt wel heel selectief gebruik gemaakt van het begrip ecosysteemdiensten. Gesteld wordt namelijk dat de monetaire waarde van de te kappen bomen ook goed gebruikt kan worden voor het realiseren van groen in het plangebied. En onder groen wordt dan ook verstaan het realiseren van groene daken, het aanleggen van een atletiekbaan en wandel- en fietspaden in het gebied. Maar ook hier is het weer van tweeën één: of we doen het consequent of we doen het niet. Het consequent toepassen van de redenering van systeemdiensten zou betekenen dat ook de monetaire waarde van het teloorgegane groen, inclusief de vele voetbalvelden en de verwijderde voet- en fietspaden in het gebied in het fonds zou moeten worden gestopt.
Wij zijn van mening dat de Bomenverordening voorschrijft dat het herplantfonds zich uitdrukkelijk dient te beperken tot de herplant van bomen. De financiering van de te realiseren groenvoorzieningen dient gewoon via exploitatiebegroting van het gebied plaats te vinden. De uitbreiding tot ecosysteemdiensten van alleen bomen tot bomen plus groen vindt geen grondslag in de Bomenverordening Amsterdam. 4. Onvoldoende oog voor herplantmogelijkheden direct buiten het projectgebied. Ons vierde kritiekpunt op de notitie Projectgebonden Herplantfonds Elzenhagen-Zuid, dat door dit ‘Projectgebonden’ herplanten alleen gekeken wordt naar de herplantmogelijkheden binnen het projectgebied zelf. Daarmee worden mogelijkheden in direct aangrenzende gebieden (in dit geval: het talud van de Nieuwe Leeuwarderweg, het Noorderpark, de Buiksloterdijk en andere plekken in de omgeving) over het hoofd gezien en neemt de verstening toe. Wij hebben daar als ELZO concrete ideeën over, maar de wethouders Ivens en Van Doorninck vinden het niet nodig daarover met ons te praten. Ons voorstel van 29 januari jl. om met elkaar om tafel te gaan werd afgedaan met een verwijzing naar de portefeuillehouder in Noord, mevrouw Groenewoud.
Ondanks herhaalde pogingen, en onze inbreng in de Stadsdeelcommissie Noord van 10 maart jl., heeft ook mevrouw Groenewoud nog geen poging ondernomen om met ons tot een afspraak te komen. Conclusie Tot nu toe vertrouwden we op een degelijk en consciëntieus uitgevoerd bomenbeleid, juist nu er sprake is van een bestuurlijk akkoord tussen Rijk en Gemeenten over een Deltaplan Klimaatadaptatie en waarin een brede coalitie van maatschappelijke organisaties via een Manifest Bouwen voor Natuur oproept tot een nieuwe en betere balans tussen natuur en ruimtelijke ambities. Niet alleen uit de notitie projectgebonden Herplantfonds EHZ zelf, maar ook uit de wijze waarop de verantwoordelijke portefeuillehouders in stadsdeel en gemeente op vragen en opmerkingen ingaan, trekken we de conclusie dat zij niet doordrongen zijn van de urgentie om het al in 2014 ingezette Amsterdamse Bomenbeleid consequent, transparant en met ambitie vorm te geven en recht te doen aan een Klimaatadaptief beleid bij de realisering van de ambities op het gebied van woningbouw en infrastructuur. Dat zij dit kunnen doen komt vooral door de nog steeds tekortschietende bomenboekhouding, waarbij de kap en de aanplant van bomen nu eens op een fictief administratief adres, dan weer op een kadastrale aanduiding wordt geregistreerd.
Maar daarnaast lijkt het er ook op dat doel en spelregels van de Bomenverordening bewust worden opgerekt, zodat er meer ruimte komt voor andere ambities.
5
Dat laatste klinkt tussen de regels door in de beantwoording van vragen van bewoners, Satdsdeeelcommissie en Raadscommissie door de verantwoordelijke wethouders en portefeuillehouder. Maar nergens is een dergelijke politieke afweging expliciet gemaakt. Dat is niet zoals politiek hoort te zijn. Dit schaadt het vertrouwen van burgers in de politiek. Daarom zijn we erg blij met het politieke signaal dat uitgaat van het ongevraagde advies van de Stadsdeelcommissie Noord en met het feit dat een Raadsmeerderheid dit onderwerp heeft ‘gepiept’ zodat het geagendeerd wordt voor de Raadsvergadering van 21/22 april. We roepen hierbij de Gemeenteraad van Amsterdam op om
de notitie Projectgebonden Herplantfonds Elzenhagen-Zuid af te wijzen op grond van een onjuiste toepassing van de Bomenverordening het College op te dragen na 7 jaar op korte termijn de bomenboekhouding voor de hele stad eenduidig, controleerbaar en transparant in te richten, met terugwerkende kracht tot 2014 (het jaar van de Bomenverordening) consequent te handelen volgens de intentie van de Bomenverordening (1 op 1 herplanten) en woningbouw- en infrastructuur-projecten vooraf te beoordelen op de mogelijkheden voor herplant van de resterende bomen in de directe omgeving.
Amsterdam, 13 april 2021. Namens ELZO, Pieter Hettema (voorzitter) E-mail
pieterhettema@planet.nl
Telefoonnummer
0651145561
Piet Jonker en Gwenda Steekelenburg (Bewonersvereniging Ninteman) Marieke Oomen en Alvaro Manzanares (Bewonersvereniging Buiksloterdijk) Kees Daalder (Vereniging Bewonersbelangen Loenermark) Judith Vermeij en Gaston Remmers (Wijkraad Elzenhagen-Noord) Lucas Huikeshoven en Juha van ’t Zelfde (Verdedig Noord)
6
Bijlage 1. Uit de Gemeentelijke Nota Compensatie en herplant (oktober 2016) Een gezond bomenbestand helpt de stad aantrekkelijk te maken voor bewoners, bedrijven en investeerders. Met behulp van de bomenverordening zorgt de gemeente ervoor dat het volume van het bomenbestand in de stad op peil blijft en zorgvuldig wordt omgesprongen met de bomen. De algemene Herplantplicht, in de bomenverordening van 2014, schrijft voor dat een te kappen boom wordt vervangen door één of meer bomen van in totaal gelijke ‘boomwaarde’. Ook voorziet de verordening in een gemeentelijk herplantfonds, dat financiële compensatie van bomen mogelijk maakt. Wanneer gekapte bomen niet fysiek gecompenseerd kunnen worden, word de geldwaarde die deze bomen vertegenwoordigen, in het fonds gestort. Deze middelen worden vervolgens benut voor aanplant van bomen elders in de stad. Op 1 oktober 2016 is de nieuwe Bomenverordening van kracht. Hierin staat in artikel 7 de Herplantplicht, waarbij het mogelijk is om bomen fysiek (één op één) te compenseren of als dat niet mogelijk is dat de monetaire waarde wordt gestort in het gemeentelijk herplantfonds. Een grondslag voor compensatie Hoeveel bomen hebben we in Amsterdam nodig? De huidige bomenverordening stelt impliciet - het huidige bomenbestand als norm. Dit bestand is ongeveer wat Amsterdam wil behouden.
Nieuwe bomen kunnen vaak alleen met behulp van technische hulpmiddelen worden ingepast.
Wanneer we niet aantallen, maar de diensten die bomen aan de stad leveren centraal stellen, kan de grondslag voor het bomenbeleid als volgt worden geformuleerd: Amsterdam wil de capaciteit van ecosysteemdiensten door bomen op peil houden, waarbij het huidige aantal bomen in de stad als richtsnoer wordt aangehouden. Daarmee is niet gezegd dat Amsterdam verzadigd is met groen. Gevels, daken en delen van de openbare ruimte bieden nog veel ruimte die, dankzij nieuwe technieken, benut kan worden voor begroeiing (Singapore bijvoorbeeld excelleert op dit terrein). Maar als we ons beperken tot bomen is Amsterdam min of meer op maximale capaciteit en dat willen we, gelet op de vele baten die bomen opleveren, vooral zo houden. Om die reden wordt in het bomenbeleid het uitgangspunt ‘kap mits herplant’ gehanteerd. Dit uitgangspunt houdt in dat op microniveau bomen kunnen komen en gaan, mits op de schaal van de stad het volume van het bomenbestand op peil blijft. Dit principe maakt een flexibeler bomenbeheer mogelijk.
7
8
Bijlage 3: Ongevraagd advies stadsdeelcommissie Stadsdeel: Noord Portefeuille: Openbare ruimte Opgesteld door (leden commissie):PvdA, Groen Links en PvdO Gericht aan: DB Datum commissievergadering: 24 maart 2021 Datum dagelijks bestuur: … Over ongevraagde adviezen: de toelichting op de verordening (art. 19) stelt dat de stadsdeelcommissie het DB ongevraagd kan adviseren. Deze adviezen kunnen ook de bevoegdheden van B&W en raad betreffen (toelichting art. 30), de twee organen aan wie de commissie niet direct adviseert. Als het ongevraagd advies de taken en verantwoordelijkheden betreft die B&W niet aan het DB heeft gemandateerd, geleidt het DB het ongevraagd advies via de betreffende wethouder door aan het college van B&W. Ongevraagd advies stadsdeelcommissie:
9
Ga voor een gezonde balans in Amsterdam Noord. Bomenkap, -herplant en groen in Noord. Afgelopen jaren zijn er in verband met nieuwbouw, aanleg/verbetering infrastructuur en/of ziektes heel veel bomen gekapt in Noord. Daarnaast heeft Amsterdam gekozen voor een grote verdichting wat betekent dat er veel gebouwd wordt. We begrijpen de urgentie van bouwen maar vinden het kwalijk dat groen hierbij telkens weer het onderspit delft. We moeten bouwen aan een toekomstsbestendige stad, een daarvoor is een gezonde openbare ruimte noodzakelijk. En juist in coronatijd hebben we gemerkt hoe belangrijk ruimte en groen voor ons allemaal is. Te veel stenen en te weinig groen is niet goed voor klimaatverandering en stikstofproblematiek. Te weinig groen kan fijnstof problemen veroorzaken, hitte stress, wateroverlast et cetera. Zowel bij de woningbouw als bij herinrichting openbare ruimte horen we dus beter rekening te houden met groen. We moeten ons meer inzetten om huidig groen te behouden en nieuw groen aan te planten. En mocht het uiteindelijk toch tot een kap of verwijdering komen, moeten we dat zo snel mogelijk vervangen. Jammer genoeg is de bomenmap van de Gemeente waar bomenkap en -herplant bijgehouden wordt, erg onoverzichtelijk. Bomen hebben nummers in de boekhouding maar bij kap krijgt zo’n boom vaak een ander nummer en dan gaat het meestal ook nog om het kadastrale nummer.
Dus een boom volgen is erg lastig en herplante bomen koppelen aan eerder gekapte bomen is onmogelijk. Daarbij is groen een rekbaar begrip geworden in Amsterdam. Alles wordt als groen aangewezen, van geveltuintjes, privétuinen, gevels en daken van gebouwen, volkstuinen, kunstgras sportvelden tot en met de begraafplaatsen. Hierdoor lijkt het alsof het verdwijnen van bomen en struiken gecompenseerd wordt, dat vinden we misleidend. Dit groen bestond namelijk al. Met een nieuw bedachte rekensom dit groen erbij tellen geeft een verkeerd beeld. Het lijkt alsof we vergroenen ipv ontgroenen maar niets is minder waar. Kort door de bocht is het zo dat echt groen verdwijnt en er fopgroen voor in de plaats komt.
Pagina 1 van 3
10
Er is in Amsterdam een norm voor maatschappelijke voorzieningen en groen, deze laatste noemen we ook wel de groennorm en bestaat uit normen voor gebruiksgroen, ecosysteemgroen en de afstandsnorm. De norm voor gebruiksgroen zorgt voor stedelijk aantrekkelijk groen waarin bewoners kunnen verblijven en recreëren. De oppervlakte dient minimaal een 0,5 ha aaneengesloten te zijn en dient voor 60% te bestaan uit levend groen. De resterende oppervlakte is bedoeld voor paden, water en andere voorzieningen als sport en spel. Het gebruiksgroen kent ook een afstandsnorm. Zowel buurtgroen als stadsparken dienen lopend binnen circa 10 minuten te bereiken zijn. Voor buurtgroen is een norm gesteld van 250 meter. Stadsparken kennen een afstandsnorm van 750 meter. De norm voor ecosysteemgroen heeft als belangrijkste doel de buurt klimaatbestendig te maken, maar draagt ook bij aan de beleving en gezondheid van de Amsterdammer. Van deze norm mag maximaal 25% op de kavel of het dak worden gerealiseerd. In de praktijk blijkt dat deze groennorm vaak niet wordt gehaald, met als argument de noodzaak tot verdichting. Daarmee is het groen in de openbare ruimte een ‘sluitpost’ die te makkelijk van tafel valt.
Daarom willen het Dagelijks Bestuur adviseren om; • Aandacht en zorg te dragen voor bestaand en nieuw groen in Noord; • Groen niet als sluit stuk maar als integraal onderdeel van woningbouw en herinrichting van openbare ruimte te zien en de groennorm (zowel voor gebruiksgroen als ecosysteemgroen) daarbij altijd te handhaven; • Ontwikkelen van een goede en overzichtelijke bomenkaart van Noord waarop bomenkap en -herplant duidelijk weergeven wordt vanaf 2018; • De herplant plicht serieus te nemen en eventuele achterstand zo snel mogelijk weg te werken; Een unieke bomennummering in te voeren zodat een boom van kap tot en met herplant gevolgd kan worden, • Betrek bewoners, organisaties en onderzoekers bij kap en herplant van bomen en verwijderen en bijplaatsen van groen in de buurt. Zorg voor een transparant, open participatietraject en gebruik kennis en expertise van onze bewoners; • Herplant bomen ter plekke van bomenkap als dat niet kan plant ze dan in aangrenzende wijken maar zeker in Noord; • Amsterdam werkt al met het principe van boomjaren, gebruik dit ook bij de herplant. Dus bij kap van 1 grote boom betekent dat bijvoorbeeld 3 jonge middelgrote bomen terug planten. Zorg voor een integraal herplantplan, maar gebruik heesters, vaste planten en struiken niet ter vervanging van bomen.
Dat zijn ze nl niet, wanneer ze verdwijnen hoeft er niet herplant te worden; • Onze nieuwe wijken Elzenhagen-Zuid, Buiksloterham, NDSM en Overhoeks zo snel mogelijk te vergroenen met in acht neming van verdwenen bomen en het niet af te doen met heesters. Wacht niet af tot de bouw klaar is, kijk nu al waar groen kan worden aan geplant; • Bij herinrichting van gebieden, zoveel mogelijk een MER (rapportage waarmee je de impact op het milieu meet) te gebruiken. Alleen dan kan een integrale visie worden gemaakt voor het gebied; • Voer een visueel en getalsmatig onderzoek uit vanaf 2000 tot en met 2020 om een inschatting te maken hoeveel bomen/groen verdwenen is en wat daar in de plaats is gekomen in Noord; Voor ecosysteemgroen zouden we graag een nadere omschrijving zien uitgewerkt. Hier zou beter op moeten worden gehandhaafd en getoetst; • Onderzoek of een koppeling kan worden gemaakt tussen de toegestane FSI (Floor Space Index, geeft aan hoeveel er gebouwd wordt op een bepaald oppervlak) en de hoeveelheid groen: hoe meer bebouwing (hoe hoger de FSI), hoe meer groen er wordt gevraagd. Voor wat betreft verblijfsgroen gaan we ervan uit dat het uitgangspunt moet zijn dat dit: in openbaar gebied ligt; op maaiveld moet liggen en voor minimaal 60% onverhard oppervlak is in volle grond; Behoud zachte grond voor het ‘groen', voor het opnemen van regenwater. Met zachte grond
11
kun je de stad actief en decentraal 'vergroenen'. Haal daarom op de goede plekken bestrating en verharding weg en geef die zachte grond terug aan de buurt of wijk. Daarmee organiseer je 'groene' kracht in de wijk; Onderzoek of het mogelijk is om een Groen Prestatie Coëfficiënt toe te wijzen aan wijken; Informeer de stadsdeelcommissie uiterlijk eind 2021 over het resultaat en uitvoering van dit advies.
Reactie DB op ongevraagd advies stadsdeelcommissie: …
12
Bijlage 4: Manifest Bouwen voor Natuur
Drie bouwstenen voor natuurrijke dorpen en steden
13
De ondertekenaars van dit manifest willen een natuurstandaard voor nieuwbouw. Daarmee houden we steden en dorpen in Nederland leefbaar met voldoende biodiversiteit. Waarom natuurinclusief bouwen? Nederland staat voor een enorme woningbouwopgave: voor 2030 worden er 1 miljoen woningen gebouwd. Dat is slechts een van de uitdagingen waar we voor staan in steden en dorpen: we moeten de komende decennia bijvoorbeeld ook alle wijken klimaatadaptief maken en ruimte maken voor natuur. De opstellers van dit manifest willen de aanpak van deze uitdagingen combineren en natuurinclusieve nieuwbouw realiseren. Dat kan, bouwers doen het al langer en realiseren natuurinclusieve projecten. Het blijkt mogelijk om mensen, dieren en planten in hetzelfde bouwproject een plek te geven. Veel dieren, waaronder vogel- en vleermuizensoorten, zijn afhankelijk van een stedelijke omgeving. Door ook voor deze dieren te bouwen kan nieuwbouw leiden tot een verbetering van de biodiversiteit in de stad. De mens is afhankelijk van de natuur. Niet alleen omdat de natuur zuurstof en voedsel produceert, maar ook omdat zij water en weersextremen opvangt, fijnstof bindt, ontspanning biedt en welzijn bevordert. Toen Nederland in het voorjaar van 2020 massaal thuis moest blijven, gingen mensen hun directe leefomgeving, natuurgebieden en de unieke Nederlandse landschappen opnieuw waarderen.
Niet eerder genoten we zo intensief van de natuur in de stad en vonden we stedelijke natuur zo belangrijk. De opstellers van dit manifest zien natuurinclusief bouwen als een antwoord op een aantal uitdagingen. Toch worden maatregelen voor natuur helaas nog niet standaard toegepast in alle bouwprojecten. Natuurinclusief bouwen is nog niet vanzelfsprekend en kan zelfs nadelig werken voor bouwers, wanneer hun opdrachtgevers alleen op kosten selecteren. Het ontbreekt aan een gelijk speelveld, normen en eisen verschillen per gemeente en project. Dit is nadelig voor natuur, bewoners, bouwers en ontwikkelaars. Voor natuur is aandacht bij bouwers gemeenten en ook bij politici. Zo nam de Tweede Kamer op 1 december 2020 met brede steun een motie aan over natuurinclusief bouwen, van Bromet en Von Martels. Daarin vraagt de Tweede Kamer de regering te onderzoeken of natuurinclusief bouwen opgenomen kan worden in het Bouwbesluit. Eerder dat jaar schreef minister Schouten in een brief aan de Tweede Kamer: “Het mag niet zo zijn dat bouwontwikkelingen ten koste gaan van de natuur, deze zouden de natuur juist moeten versterken” (17 juni 2020). maart 2021 Manifest bouwen voor natuur 2
Hoe bouwen we natuurinclusief? De opstellers van dit manifest streven naar natuurinclusieve bouw, met als resultaat natuurrijke steden en dorpen. Overal waar gebouwd wordt, worden natuurmaatregelen vanzelfsprekend: in wijken, tuinen en in of op de gebouwen. Net als mensen horen planten en dieren in de stad en net als mensen willen zij daar voedsel vinden, zich voortplanten, kunnen rusten, groeien en schuilen. Daarom moet in iedere fase van het bouwproces slim worden nagedacht over kansen voor natuur. Voor een deel is dat maatwerk. De invulling is afhankelijk van lokale omstandigheden en lokaal aanwezige soorten. Maar er zijn drie maatregelen die zonder meer goed zijn voor biodiversiteit, waterberging, tegengaan van hittestress, gezondheid en die dus in ieder bouwproject thuis horen. Dit zijn:
Drie bouwstenen voor alle nieuwe woningen
14
Natuur in de woning: verblijfruimtes of nestelstenen in de gevels en daken voor gebouwafhankelijke soorten zoals de huismus, gierzwaluw en diverse vleermuizen; Natuur rondom de woning: groene daken en/of groene gevels (met ecologische waarde) en ecologisch groen in de tuin; Natuur in de buurt: groene publieke ruimte in de nabijheid van iedere woning en verbindingsroutes voor dieren. Helaas is het nu zo dat de toepassing van deze maatregelen op vrijwillige basis gebeurt en volledig afhankelijk is van initiatieven van partijen in de bouwketen. Door deze maatregelen wel te gaan verplichten is natuur geen sluitpost meer, maar een vanzelfsprekend ingrediënt voor een gezonde, biodiverse en leefbare wijk. Daarmee leggen we een zinvol fundament voor natuurinclusief bouwen. Voor de bouwsector ontstaat zo een gelijk speelveld en investeringszekerheid. Dit zijn eenvoudige maatregelen, die veel meerwaarde creëren: ze dragen bij aan het herstel van biodiversiteit, het opvangen van hittestress en wateroverlast en een gezonde
leefomgeving. De opstellers van dit manifestpleiten voor de toepassing van deze bouwstenen in alle nieuwbouwprojecten. Wij gaan daarbij zelf het goede voorbeeld geven en steunen anderen die hetzelfde doen. We vragen alle partijen die een rol hebben in nieuwbouw om deze maatregelen over te nemen in hun beleid of plannen.
15
Vastleggen in de wet Aan de Rijksoverheid vragen we om de toepassing van deze drie bouwstenen te verplichten voor ieder nieuwbouwproject door ze in wet- en regelgeving vast te leggen. De Omgevingswet biedt hiervoor een uitgelezen kans: gebouwgebonden eisen kunnen in het Besluit bouwwerken leefomgeving worden opgenomen en regels voor natuur rondom de woning en in de openbare ruimte in de eisen voor gemeentelijke omgevingsplannen. Zo verbeteren we in alle 355 gemeentes in heel Nederland de biodiversiteit, de leefbaarheid, de waterberging en de gezondheid. We vragen de ministers van Landbouw Natuur en Voedsel en Binnenlandse Zaken om, in hun onderzoek naar het opnemen van natuurinclusief bouwen in het bouwbesluit, deze drie bouwstenen expliciet mee te nemen. De deelnemers aan dit manifest laten zien dat het kan. Zo maken we alle nieuwe woningen natuurinclusief, beter bestand tegen wateroverlast en leefbaarder! Manifest bouwen voor natuur
16