Nota van beantwoording deff.pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording ONT2023140
Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Analyse inspraakreacties
5
3
Analyse Adviezen
6
4
Totaaloverzicht reacties en aanpassingen inspraak
7
5
Totaaloverzicht adviezen en aanpassingen
31
2 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
1
1 Inleiding
De doelstellingen die de gemeente heeft voor de sociale basis voor de komende jaren zijn uitgewerkt in het beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030. Aan de totstandkoming van dit beleidskader is een traject van meespraak en inspraak vooraf gegaan waarin partners en bewoners hun ideeën en input hebben kunnen meegeven. De vertaling van de doelstellingen voor de sociale basis naar opgaven in gebieden krijgt vorm in de meerjarige gebiedsopgaven sociaal. Bij de totstandkoming van deze opgaven worden bewoners en partners ook betrokken.
1.1 De inspraakprocedure Op 26 september 2023 heeft het college van B&W de conceptversie van het beleidskader vrijgegeven voor inspraak en advies. De wettelijke inspraakperiode bedraagt zes weken en liep van 27 september 2023 tot en met 15 november 2023. De herfstvakantie is hierbij niet meegerekend. De mogelijkheden voor inspraak zijn kenbaar gemaakt via: • Een advertentie in het Parool • Publicatie in het gemeenteblad via Overheid.nl en via de website van Amsterdam onder bekendmakingen: Gemeenteblad 2023, 423366 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) • Publicatie op de website van de gemeente: https://www.amsterdam.nl/socialebasis Een papieren versie van het concept beleidskader lag ter inzage op de stadsloketten. De mogelijkheid tot inspraak is daarnaast breed onder de aandacht gebracht bij partners via hun contactpersonen. Inspraak was op verschillende manieren mogelijk. Er kon schriftelijk worden gereageerd, digitaal of per post. Daarnaast zijn er vijf inspraakbijeenkomsten georganiseerd waar mensen naartoe konden komen om mondeling hun inspraakreactie mee te geven.
3 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Deze bijeenkomsten hadden plaats op de onderstaande data en locaties: • 9 oktober: de Uilenburgersjoel (Centrum) • 16 oktober: Tolhuistuin (Noord) • 17 oktober: No Limit (Zuidoost) • 19 oktober: Ru Paré (Nieuw West) • 1 november: Meevaart (Oost) In totaal zijn deze bijeenkomsten door ongeveer 120 mensen bezocht. De bijeenkomsten bestonden uit een korte toelichting op het kader en ruimte voor verduidelijkende vragen gevolgd door de mogelijkheid om in te spreken. De verwoording van de inspraakreacties is steeds getoetst bij degene die insprak. Van de bijeenkomsten zijn verslagen gemaakt. De reacties die in de verslagen zijn opgetekend zijn verzameld in het totaaloverzicht aan inspraakreacties in het vierde deel van deze nota. Naast reacties uit de bijeenkomsten zijn veel schriftelijke inspraakreacties ontvangen, verdeeld over de verschillende hoofdstukken van het beleidskader. Veelal bestonden die reacties uit meerdere vragen of opmerkingen. Ook deze reacties zijn verzameld in het totaaloverzicht aan inspraakreacties in het vierde deel van deze nota. In totaal zijn er 112 reacties in dit overzicht verwerkt.
1.2 Adviesaanvragen Bij het vrijgeven van het concept beleidskader heeft het college advies gevraagd aan de Dagelijks Besturen van stadsdelen en stadsgebied en aan de Wmo-Adviesraad. Deze hebben allemaal binnen de daarvoor gestelde termijn advies uitgebracht. Daarnaast heeft Cliëntenbelang Amsterdam ongevraagd advies uitgebracht. Aangezien deze organisatie ook een adviserende rol heeft verwerken we het door hen uitgebrachte advies in het totaaloverzicht van adviezen in het laatste onderdeel van deze nota.
1.2.1
Dagelijks Besturen
In de Verordening op de stadsdelen en stadsgebied is vastgelegd dat Dagelijks Besturen altijd om advies wordt gevraagd in de totstandkoming van beleid dat betrekking heeft op aan hen gemandateerde taken en bevoegdheden. Voor de sociale basis geldt dat de gehele uitvoering tot dit mandaat behoort. Verlengd bestuurders sociaal zijn vanaf het begin actief betrokken in het opstellen van het beleidskader. Zij hebben ingestemd met het concept voor dat dit werd vrijgegeven voor inspraak en advies. Na het vrijgeven voor advies hebben de Dagelijks Besturen een concept-advies geformuleerd. Dit advies hebben zij vervolgens aan de stadsdeelcommissies voorgelegd. Deze commissies hebben advies uitgebracht dat is meegenomen in de definitieve adviezen van de Dagelijks Besturen. Er is unaniem sprake van instemming met het conceptbeleidskader. Wel hebben alle Dagelijks Besturen aandachtspunten en adviezen meegegeven voor aanpassing van het kader en/ of de verdere uitwerking en uitvoering hiervan. In het derde hoofdstuk van deze nota wordt een korte analyse gegeven van de definitieve adviezen van de Dagelijks Besturen. De adviezen worden ook verwerkt in een totaaloverzicht in hoofdstuk 5.
1.2.2
Wmo-Adviesraad
De Wmo-Adviesraad heeft een adviserende rol als het gaat om beleid dat raakt aan de Wmo. Aangezien de sociale basis onderdeel uitmaakt van de in de Wmo beschreven taken van gemeenten, is de Wmo-Adviesraad om advies gevraagd. In de totstandkoming van het beleidskader is de Wmo-Adviesraad betrokken in de meespraak. Zo waren zij aanwezig bij de bijeenkomst in de Bazel en heeft er voor de zomervakantie van 2023 een gesprek met hen plaatsgehad om te verkennen welke aandachtspunten zij wilden meegeven. In de inspraakperiode zijn eerst schriftelijke vragen van de Wmo-Adviesraad beantwoord. Daarna heeft ook een gesprek plaatsgehad. De Wmo-Adviesraad heeft uiteindelijk een schriftelijk advies uitgebracht. Op dit advies zal een schriftelijk reactie namens het college worden gegeven en het advies wordt meegenomen in het totaaloverzicht in hoofdstuk 5.
4 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
1.2.3
Cliëntenbelang Amsterdam
Zoals gezegd heeft Cliëntenbelang een ongevraagd advies ingediend. We nemen dit advies als onderdeel van deze nota op in het totaaloverzicht van adviezen. Er wordt geen losse reactie naar Cliëntenbelang verstuurd.
2
2 Analyse inspraakreacties
Er zijn 121 inspraakreacties gegeven. Daar waar reacties precies hetzelfde waren of in een bijeenkomst een gegeven reactie door meerdere mensen werd ondersteund zijn meerdere initialen/initiatieven opgenomen in het overzicht. Bij veel reacties ging het om een opsomming van opmerkingen of vragen. Wat opvalt is dat er veel vragen zijn gesteld. Soms maakt dat, dat er verduidelijking in het beleidskader nodig is. In andere gevallen gaat het om vragen die in een later stadium worden beantwoord, bijvoorbeeld in de subsidieregeling of nog later in de uitvoering. De belangrijkste rode draden die uit de inspraakreacties zijn gehaald staan hieronder benoemd: 1.
2. 3.
4.
5.
6.
Pas de definitie voor de sociale basis zo aan dat het aspect van samenredzaamheid en het vormen van sterke netwerken daarin sterker naar voren komt. Zorg voor een goede balans: rust in het veld is belangrijk, maar het is ook belangrijk om mee te kunnen bewegen op de opgaven. Betrek bewoners op alle vlakken: bij het definiëren van de opgaven in gebieden, maar ook bij het evalueren hoe het gaat in een gebied en of het aanbod aansluit op wat er nodig is. Zorg voor financiële versteviging van de sociale basis; alleen op die manier kan de ambitie die uit dit conceptbeleidskader spreekt worden waargemaakt. Bouwen aan Kansengelijkheid bestaat uit 4 onderdelen: gelijke kansen op gezondheid, bestaanszekerheid, voor de jeugd en op een veerkrachtige zorgzame buurt De laatste is in het conceptbeleidskader niet uitgewerkt. Werk deze alsnog uit: besteed hier aandacht aan de raakvlakken met de fysieke/groene leefomgeving en hoe die bijdraagt aan welzijn en aan gezond leven, aan de rol van het Buurt(opbouw)werk in het bouwen aan stevige buurten waarin mensen naar elkaar omzien. Bij de gezondheidsdeterminanten wordt aandacht gevraagd voor verslaving: middelengebruik, maar ook gokken en gamen.
5 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
7.
8. 9.
Verduidelijk de verschillende onderdelen van de herinrichting. De beschrijving in het conceptbeleidskader biedt onvoldoende houvast op een vertaling van de huidige situatie naar te toekomstige situatie. Het is onvoldoende duidelijk dat alle bestaande partners in de techniek van de nieuwe structuur zouden passen. Bij partnerschap hoort ook samen leren en ontwikkelen. Laat dit nadrukkelijker terugkomen in het beleidskader. In bijeenkomsten en haast alle schriftelijke inspraakreacties werd waardering uitgesproken voor het voornemen van de gemeente om met meerjarige subsidies te gaan werken.
3
3 Analyse Adviezen
De gegeven adviezen laten een aantal rode draden zien die hieronder per hoofdstuk worden weergegeven: • Algemeen: • zorg voor voldoende ruimte voor inbreng door sleutelfiguren, ervaringsdeskundigen en bewoners in zowel het definiëren van de opgaven, het evalueren van aanbod en het uitvoeren van activiteiten. • zorg voor financiële versterking • Hoofdstuk 2: De opgave en inzet voor de komende jaren • hou de belasting van vrijwilligers en daarmee de grenzen aan vrijwillige inzet goed in de gaten en zorg voor voldoende ondersteuning. • werk gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt verder uit, zet daarin samenredzaamheid, cohesie, verbindingen in buurten en de rol van het Buurt(opbouw) werk daarin nadrukkelijker neer en maak verbinding met maatschappelijke voorzieningen (in de context van het gebied) • voeg bij inclusie fysieke toegankelijkheid toe en geef duidelijker aan dat je van partners verwacht dat ze zichtbaar maken hoe ze werken aan inclusief aanbod.
• voeg verslaving en middelengebruik toe aan determinanten • voeg jonge mantelzorgers toe als doelgroep • voeg ergens onafhankelijke cliëntondersteuning toe • Hoofdstuk 3: Naar een nieuwe inrichting • voeg op sommige plekken buurtniveau toe aan gebiedsniveau voor de juiste schaalgrootte • hou in de nieuwe inrichting voldoende ruimte voor bestaande samenwerking en informeel initiatief • verduidelijk de onderdelen van de nieuwe structuur • benadruk de rol van kernfuncties: de kernfuncties zijn faciliterend, niet bepalend naar de rest van de partners • ruimte voor vernieuwing versus rust in het veld
6 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
• Hoofdstuk 4: Bestuurlijke en ambtelijke samenwerking • voeg toe dat de DB’s eens per jaar met de stadsdeelcommissies in gesprek zijn over de voortgang op de sociale basis • Hoofdstuk 5: Sturing en monitoring: • werk sturing en monitoring uit met de stadsdelen • neem ervaringen van bewoners ook mee in sturing en monitoring
4
4 Totaaloverzicht reacties en aanpassingen inspraak Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
Hoofdstuk 1 1
A.W
Vrouwen Vooruit
1
definitie sociale basis te instrumenteel van aard: gaat ook over menselijke waardigheid, zingeving, sociale kwaliteit (conform definitie Movisie)
Deels; samenredzaamheid toegevoegd.
2
S.E
Regenboog groep
1
Amsterdammers, wie zijn dat? Ook ongedocumenteerden, asielzoekers?
NEE: ongedocumenteerde Amsterdammers zijn ook Amsterdammers. Zij kunnen gebruik maken van activiteiten in de sociale basis. Specifieke inzet voor deze groep wordt buiten de sociale basis, vanuit het Programma ongedocumenteerden georganiseerd. Voor mensen die in een AZC of noodopvang verblijven wordt vanuit de sociale basis geen apart aanbod georganiseerd. Zolang deelname van Amsterdammers die in de stad wonen (ook dak- en thuislozen) niet wordt belemmerd, kunnen deze groepen deelnemen aan aanbod.
3
M. vd L.
Venzo/ Swazoom
1
idem
Idem
4
M.S
Knooppunt TV
1
neem lokale media mee in het beleidskader: Lokale media zijn het bindmiddel tussen de vele initiatieven in buurt en stad dat mensen met vergelijkbare ideeën kan samenbrengen.
NEE: lokale media horen niet tot de sociale basis. Lokale Media is onderdeel van Kunst & Cultuur in de stadsdelen. Er is subsidie vanuit de begroting van Kunst en Cultuur voor buurtmedia tot 2026
5
P.J
Resto van Harte
1
ruimte houden voor inspelen op actualiteiten versus rust in het veld: hoe verhoudt zich dat?
NEE: binnen relaties ruimte houden om mee te bewegen op wat er nodig is
6
S.W F.W & J.S
Sexmatters Vooruit
1
Idem + ruimte voor nieuw initiatief
NEE: er is beperkt ruimte voor nieuw initiatief van nieuwe partners. Wel binnen jaarlijkse afwegingen op sociaal weefsel. Tegelijkertijd zijn daar ook andere mogelijkheden voor zoals binnen instrumentarium democratisering.
7 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
7
S.B
Netwerk Amsterdamse Stadsdorpen
1
definitie Movisie is beter: vrij toegankelijke formele en informele activiteiten en voorzieningen gericht op het elkaar ontmoeten en ondersteunen, ontplooien en ontspannen die zorgen dat mensen kunnen samenleven en meedoen. Het versterken van de sociale basis gaat over het omzien naar elkaar in de wijken, buurten en dorpen. Maar ook over het autonoom kunnen leiden van het leven met eigen regie en een netwerk vanuit die basis.
Deels: samenredzaamheid is toegevoegd
8
J.B
SB020
1
Benoem dat er gestreefd wordt naar het zo laag als mogelijk beleggen van zeggenschap en middelen, zonder dat dit tot interne concurrentie leidt. Eigenaarschap: niets zonder bewoners, zoveel mogelijk door bewoners zelf en op zo klein mogelijke schaal.
NEE: Bewoners worden betrokken bij het definiëren van de opgave en het periodiek toetsen hoe het met de sociale basis is gesteld. We vragen ook van partners om met input van bewoners hun aanbod vorm te geven, aan te passen en te verbeteren. Daarnaast hebben partners in kernfuncties de opdracht om initiatief in de rest van de sociale basis te faciliteren en ondersteunen.
9
I.Z
ANMEC
1
Herken en erken de effecten van groen en natuur als middel voor goede gezondheid, gelijke kansen en prettige leefomgeving. Zet dit middel in en betrek de cruciale gebiedspartners, vertegenwoordigt door ANMEC voor het uitvoeren van beleid. Door het unieke aanbod worden kwetsbare doelgroepen bereikt en wordt het netwerk versterkt.
Deels: dit leidt niet direct tot een aanpassing, maar dit effect wordt zeker herkend en is onder andere onderdeel van Welzijn op Recept. In de uitwerking van gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt komt dit ook terug.
10
E.W
Venzo/ Swazoom
1
1. Zit brede talentontwikkeling ook in de sociale basis? 2. Waarom is onveiligheid /criminaliteit / overlast geen cluster? 3. Hoe zit het met de brugfunctie van huisartsen? Waar is de brug tussen het paramedische en het sociale domein? 4. Hoe zit het met het thema ongedocumenteerden? Hoe verwerven organisaties die zich buigen over dit thema zich een plekje in de sociale basis?
NEE: 1. Ja; zie paragraaf “gelijke kansen voor jeugd”. 2. Deze thema’s zijn geen onderdeel van de sociale basis 3. Welzijn op recept speelt hierin een belangrijke rol: daarin kunnen huisartsen verwijzen naar welzijn. 4. Ongedocumenteerde Amsterdammers kunnen deelnemen aan aanbod in de sociale basis. Er wordt geen aanbod specifiek voor deze groep georganiseerd; daarvoor is het programma ongedocumenteerden.
11
S.U
Eigenwijks
1
1. gemis in definitie sociale basis: het stimuleren en faciliteren van bewoners om gemeenschappen te vormen rondom een gedeeld belang of doel: suggestie voor aanpassing: De sociale basis is het fundament van ons stelsel voor zorg, ondersteuning, belangenbehartiging en meedoen. 2. Hou voldoende ruimte binnen meerjarige afspraken om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen
NEE: 1. Belangenbehartiging als zodanig is geen onderdeel van de sociale basis. Het buurt(opbouw)werk wel en heeft de taak om bewoners te faciliteren te stimuleren en te zorgen voor onderlinge verbinding. Dit wordt verder uitgewerkt in de paragraaf gelijke kans op een veerkrachtige zorgzame buurt. 2. NEE: dit krijgt vorm binnen subsidierelaties, niet in het beleidskader
8 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
12
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
J.v.H.
Permens (namens meerdere partners SB Oost)
alle
1. Veel detailvragen over hoe dingen nu zijn geregeld en hoe het straks allemaal geregeld wordt. 2. Vervang veldwerk door straathoekwerk 3. Werk financiële versterking verder uit
1. Deels: vragen zijn tijdens de bijeenkomst in Oost met partners beantwoord. • Het nieuwe beleidskader gaat over doelstellingen vanaf 2025, daarin wordt niet op detailniveau beschreven hoe dingen nu zijn geregeld. Mochten hierover vragen onbeantwoord zijn gebleven, dan kan het antwoord daarop door Stadsdeel Oost in samenspraak met Team Midden Sociaal worden geformuleerd. • Eerder vastgestelde stukken zoals het raamwerk en de bestuursrapportage zijn te vinden via: https://amsterdam. raadsinformatie.nl. • Informatie over middelen voor de sociale basis en de opgaven in gebieden is te vinden op: amsterdam.nl/ socialebasis • Hoofdstuk 3 van het beleidskader waarin de structuur staat beschreven wordt aangevuld om meer duidelijkheid te geven op de verschillende onderdelen. Een deel van de over de structuur gestelde vragen betreft echter ofwel subsidietechniek ofwel uitvoering: op dat detailniveau wordt dit niet in dit beleidskader uitgewerkt. 2. JA: Omdat veldwerk en straathoekwerk door elkaar worden gebruikt passen we dit aan en maken er veldwerk/ straathoekwerk van. 3. NEE: Er is op dit moment nog geen duidelijkheid met betrekking tot de uitwerking van financiële versterking.
Hoofdstuk 2 13
S.B
Burennetwerk
2
wat is de rol van de platforms informele zorg? Kan dat ergens terugkomen?
NEE: we erkennen het belang van de platforms informele zorg. Omdat de inkleuring van de herinrichting per stadsdeel verschilt, en ook de rol die deze platforms hebben, nemen we hier geen standpunt op in.
14
A.K
St. Diversiteit
2
1. Besteed in het algemeen meer aandacht aan specifieke doelgroepen, en erken en ondersteun daarbij de waarde van sleutelfiguren. 2. Zorg voor een goede aansluiting op het snijvlak van zorg en sociale basis zodat bewoners niet van het kastje naar de muur worden gestuurd
NEE: 1. de doelgroepen die als meest kwetsbaar te identificeren zijn, zijn opgenomen in het beleidskader. Een volledige opsomming is onmogelijk, we laten het daarom hierbij. De waarde van sleutelfiguren is duidelijk benoemd in het kader. 2. Herinrichting moet ervoor zorgen dat dit snijvlak beter wordt ingericht en partners makkelijker en beter op elkaars dienstverlening kunnen aansluiten.
9 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
15
J.Y
Platform Informele Zorg
2
Zorg ervoor dat de buurtteams goed aangehaakt zijn op de nieuwe structuur, en dat ook de juiste doorverwijzing plaatsvindt. Niet alleen bij de allianties, maar ook specifiek per gebied.
NEE: Buurtteams zijn goed betrokken bij de ontwikkeling van dit kader. Herinrichting moet juist zorgen voor kortere lijnen, en betere vindbaarheid over en weer. Ook tussen Buurtteams en gebiedsspecifieke partners in de sociale basis.
16
E.W
Venzo/S wazoom
2
Wat als de meerjarige vastgestelde opgaaf niet alles afdekt?
NEE: De meerjarige opgaven worden in samenspraak met bewoners en partners opgesteld. Er blijft altijd ruimte voor actualiteit. Hierover zijn we periodiek met elkaar in gesprek.
17
S.U.
Eigenwijks
2
Werk uit hoe je de sociale basis financieel gaat versterken: zoals het er nu staat is het vaag en onvoldoende om structureel tot een steviger sociale basis te komen.
NEE: Er is op dit moment nog geen duidelijkheid met betrekking tot de uitwerking van financiële versterking.
18
P.J.
Resto van Harte
2.1
Aandacht voor eenzaamheid als ziekmaker. Kern waar de sociale Deels: eenzaamheid is benoemd onder de paragraaf over mentale basis over gaat: over het zorgen voor elkaar, over ontmoeten, over gezondheid. In de paragraaf een veerkrachtige zorgzame buurt verbinden en over het meedoen van iedereen. zal dit versterkt worden aangezet.
19
A.M
Trias Pedagogica
2.1
digitale participatie en digitale weerbaarheid als thema’s
Deels: digitale weerbaarheid wordt toegevoegd onder de paragraaf maatschappelijke ontwikkelingen. Digitale participatie is op verschillende plekken al benoemd.
20
S.B
Netwerk Amsterdamse Stadsdorpen
1. Wij vinden dat vrijwillige inzet en cohesie pijlers dienen te zijn van een sociale basis. Voorts zijn er nog enkele pijlers meer te noemen, die het fundament van de sociale basis vormen namelijk: • Het is zelforganisatie vanuit de bewoners van een bepaalde wijk, buurt of straat • Ontmoeting, ontspanning en gemeenschapsvorming staan voorop (vorming van cohesie) • Verbetering van de leefbaarheid in de buurt en omzien naar elkaar is de drijfveer • Streven naar een aanbod voor alle bewoners (inclusie), waarbij de activiteiten zelf soms op bepaalde doelgroepen zijn gericht • zelf initiatief en vrijwillige inzet staan centraal bij de organisatie en de activiteiten • De organisaties in de sociale basis zijn autonoom in beleid en uitvoering 2. Tevens geeft u aan dat die sociale basis niet maakbaar is door de overheid of welke instantie dan ook 3. Betrek bewoners bij het maken van beleid ipv bewoners in te zetten voor al gemaakt beleid
1. Deels: alle genoemde onderdelen komen in het beleidskader terug. We beschrijven dit niet als losse pijlers. In de paragraaf gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt komt een aantal zaken nog wat prominenter aan de orde. Autonomie van organisaties in beleid kan en mag zolang deze subsidieonafhankelijk zijn. Aan subsidie vanuit de gemeente zijn voorwaarden verbonden. 2. NEE: er staat: beperkt maakbaar en dus ook beperkte sturing mogelijk. Het kader beschrijft de doelstellingen die de gemeente heeft. Daar waar partijen zich daarvoor willen inzetten kan subsidie worden aangevraagd. Voor kleine subsidies zijn de eisen mbt de mate waarin wordt bijgedragen aan opgaven minder groot dan voor grotere subsidies. 3. Er heeft meespraak en inspraak plaatsgehad op dit beleidskader. De meerjarige opgaven worden gedefinieerd in samenspraak met bewoners en partners. Daarnaast bevragen we (een afvaardiging van) bewoners periodiek op hoe het gaat met de sociale basis. Ook vragen we van partners die worden gesubsidieerd om ervaringen van bewoners mee te nemen in het bijstellen van aanbod.
10 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
21
H.L
St. Kringwijs
2.2
De visie die Amsterdam nodig heeft, heeft veel meer oog voor Deels: nut en noodzaak van cohesie wordt versterkt aangezet hoe sociale cohesie werkt: mensen die ervaren dat het hun stad in de paragraaf gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame is, die zeggenschap ervaren, zich verbonden voelen met buurt en buurt. buurtgenoten en die voor een mooier Amsterdam moeite willen doen. Die daarbij ervaren dat als zij het moeilijk hebben de stad er ook voor hen is. Die ervaren dat als ze hun best doen voor buren of buurt daarin volop gesteund worden.
22
A.R
Venzo/ Swazoom
2.2
Opsomming punten huidige subsidieregeling (2024) Voor jongeren met een niet Westerse achtergrond is het belangrijk dat activiteiten gericht mogen zijn op “doelgroep specifieke kenmerken” zoals aandacht voor slavernijverleden, eigen (niet Nederlandse) taalverwerving, weten waar je vandaan komt en die identiteit versterken.
Aanpassing JA/NEE/Deels
NEE: Deel van ingestuurde stuk gaat over de huidige subsidieregeling: dit wordt niet meegenomen als inspraak op het nieuwe beleidskader. Het versterken van weerbaarheid en identiteit kan onderdeel zijn van activiteiten gericht op jongeren. Verwerving van de eigen taal maakt hier geen onderdeel vanuit. Focus vanuit het college ligt juist op het verwerven van de Nederlandse taal. Het staat initiatieven uiteraard vrij om hier inzet op te plegen, dit is niet subsidiabel vanuit de gemeente. Focus op slavernijverleden is onderdeel van de subsidieregeling allianties anti-discriminatie en inclusie.
23
Mw. K.
St. Datra mi wan aksi wan sani
2.2
Vele Nederlanders van buitenlandse origine zijn van nature religieus en tonen dat op een of andere wijze in hun dagelijkse leven. Erkenning, acceptatie en tolerantie is hierbij noodzakelijk.
NEE: Alle Amsterdammers mogen zijn wie ze willen zijn; dat geldt ook voor religieuze voorkeur. Activiteiten met een religieus karakter zijn echter niet subsidiabel vanwege de scheiding tussen kerk en staat.
24
R.F
Studio 52th
2.2
Geef meer aandacht aan het werven, binden en ondersteunen van vrijwilligers/de vrijwillige inzet: het is heel moeilijk om vrijwilligers te vinden en behouden. Vrijwilligers zijn onlosmakelijk onderdeel van/horen bij de sociale basis.
NEE: dit staat uitdrukkelijk beschreven in het beleidskader
25
J.B
SB020
2.2
Verduidelijk wie de ondersteuning verzorgt voor vrijwilligers en of dat bij de gemeente of de organisaties in de Sociale Basis belegd is.
JA: we scherpen dit aan: De expertise voor de ondersteuning wordt stadsbreed georganiseerd. De ondersteuning en toeleiding (dagelijkse praktijk) is een taak van de kernfuncties en de organisaties die werken met vrijwilligers.
26
J.K
MEE AZ
2.2
Idem: voor mij niet duidelijk wat stadsbreed aan vrijwillige inzet wordt georganiseerd en wat in kernfunctie per stadsdeel. Maak dit onderscheid meer helder in het kader.
Idem – zie vorig antwoord
11 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
27
E.W.
Venzo/Swazoom (namens social pact)
2.2
Voor de bestaanszekerheid is voor vele bewoners van Zuidoost de vrijwilligersonkostenvergoeding een belangrijk element. Hoe ruimhartig wordt dit in de uitvoering van het beleid meegenomen?
NEE: er wordt geen bestuurlijk standpunt ingenomen met betrekking tot het verstrekken van vrijwilligers/onkostenvergoeding. Hoe hiermee wordt omgegaan kan per situatie verschillen.
28
K.H.
Vrijwilligers academie
2.2
• werk uit dát en hóe er aandacht moet zijn voor het ondersteunen en toerusten van vrijwilligers. • werk rollen van partners uit: voldoende toerusten en steunen voorkomt dat vrijwilligers minder gemotiveerd raken, langzaam afhaken of vertrekken. Als daarnaast ook voldoende gezorgd wordt voor leren en inspireren, voor erkennen en waarderen, dan kunnen vrijwilligers beter behouden blijven voor inzet in de sociale basis. Kleine initiatieven worden ondersteund in het zorgen voor hun vrijwilligers (oa vanuit stadsbrede functies/ allianties). Allianties maken gebruik van expertise stadsbrede functies. Voortdurend kennis delen en ontwikkelen over ondersteunen van vrijwilligers. Weeg als gemeente mee hoe ondersteuning vrijwillige inzet vorm krijgt bij verschillende partners.
JA: we zullen dit aanscherpen in de paragraaf over vrijwillige inzet en in de uitwerking van de onderdelen in hoofdstuk 3.
29
P.J.
Resto van Harte
2.3
Prettige leefomgeving is niet alleen fysiek en daarom wel degelijk vanuit sociale basis benaderbaar; werk ook dit punt verder uit!
JA: dit wordt uitgewerkt in een paragraaf over gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt
30
J.B
SB020
2.3
Idem: Werk het doel ‘Gelijke kansen op een prettige leefomgeving’ en de rol van welzijn daarin verder uit.
JA: Idem: de rol van welzijn wordt daarin meegenomen
12 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
31
S.U
Eigenwijks
2.3
Idem: 1. werk prettige leefomgeving uit als 4e focus. Een hoogwaardige leefomgeving bevordert een ondersteunende gemeenschap, waarin buren en buurtgenoten op elkaar kunnen bouwen, resulterend in een stevig sociaal vangnet. Dit vormt niet alleen de basis voor gezondheid, maar draagt ook bij aan algemene levenskwaliteit en welzijn. Bovendien is een positieve leefomgeving cruciaal voor de jeugd. 2. teveel focus op ontlasten van zorg te weinig op brede werking van sociale basis: oa. op veiligheid, leefbaarheid etc. 3. opbouwwerk is een werksoort ansich: speelt een cruciale rol in versterken van gemeenschappen. Dus niet tussen haakjes Buurt(opbouw)werk. 4. in een aanpak voor ouderen: gespecialiseerde aanpak voor diversiteit: migranten/ roze ouderen. 5. expertise mentale gezondheid: verkrijg je niet zomaar als partner; tekstsuggestie; partners binnen de sociale basis moeten ervoor kunnen zorgen dat er voldoende kennis en vaardigheden beschikbaar zijn om dit op een goede manier vorm te geven.
1 & 2. JA: dit wordt uitgewerkt in een paragraaf over gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt 3: NEE: de rol wordt meegenomen, maar tussen haakjes wordt niet aangepast. In veel stadsdelen zijn buurtwerk en opbouwwerk geen aparte werksoorten en worden deze gecombineerd uitgevoerd. 4. NEE: in het kader staat al dat wordt aangesloten op wat van waarde is voor de ouderen zelf; dit kan per groep en zelfs per oudere verschillen. 5. JA: we zullen de formulering aanscherpen en aangeven dat we in het vergroten van expertise en vaardigheden een rol zien voor partners die een stadsbrede functie uitvoeren
32
I.Z
ANMEC
2.3
In het beleidskader Sociale basis wordt ‘ Groen’ niet meegenomen in halen van de doelen. Aangegeven wordt dat gelijke kansen op een prettige leefomgeving geen prioriteit heeft terwijl onderzoeken aantonen dat een prettige groene leefomgeving bijdraagt aan een gezonde leefstijl, gezondheid en toegankelijk is voor iedereen. Daarnaast sluiten de doelen beleidskader sociale basis aan bij de Groenvisie. Uitvoeringsprogramma’s van groenvisie en van beleidskader sociale basis kunnen elkaar aanvullen en versterken
JA: wordt meegenomen in paragraaf gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt
33
S.H
Tante Gerritje
2.3
kansengelijkheid en talentontwikkeling voor (kwetsbare) volwassenen is onvoldoende uitgewerkt
NEE: gelijke kansen op gezondheid en bestaanszekerheid zijn doelen vanuit het college. Talentontwikkeling voor volwassenen, anders dan benodigde basisvaardigheden is geen onderdeel van de doelen voor de sociale basis. Activiteiten kunnen wel als middel worden gebruikt bijvoorbeeld in het tegengaan van eenzaamheid, ontmoeting etc.
13 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
34
M.F.
Dappere Dames
2.3
Je kunt in de maatschappij natuurlijk ook meedoen aan leuke dingen. De sociale basis is er niet alleen voor de kwetsbaren maar voor iedereen, we moeten elkaar helpen. • Gebruik niet de connotatie ‘kwetsbaren’, maar beter: ‘personen in een kwetsbare positie’.
NEE: • activiteiten die bijdragen aan de doelen van de sociale basis kunnen leuk zijn, maar leuke dingen doen ansich is geen doel voor de sociale basis vanuit de gemeente. • de term “kwetsbaren” komt niet in het beleidskader voor.
35
C.de L.
Veerkrachtig Betondorp
2.3
wil binnen de structuur meer aandacht voor chronisch zieken. Onder deze groep is het wantrouwen groot, de drempel naar gemeente en maatschappelijk werk, hoog. Ze leven vaak geïsoleerd. Geef duidelijker aan wat we voor chronisch zieken gaan doen.
NEE: chronisch zieken staat prominent als doelgroep benoemd in het beleidskader. Partijen kunnen oplossing aandragen wat zij voor deze doelgroep gaan doen in hun subsidieaanvragen. Medische ondersteuning valt buiten sociale basis
36
L.V
Hogeschool van Amsterdam
2.3
1. wees voorzichtig met ambitie op zelfredzaamheid: collectieve doelstelling zoals verbinding en cohesie 2. aandacht voor financiële vertaling: vol bord; flinke ambitie: dekking?? Professionele inzet blijft zeker voor specifieke doelgroepen heel noodzakelijk; daar is (extra) geld voor nodig. 3. focus op doelgroepen: mooi! Ouderen kan nog steviger worden uitgewerkt.
1. NEE, deze ambitie is ook geformuleerd in het bredere kader van verbinding en sociale cohesie 2. NEE, Er is op dit moment nog geen duidelijkheid met betrekking tot de uitwerking van financiële versterking. 3. NEE; inzet op ouderen staat ons inziens voldoende uitgewerkt in het beleidskader
37
J.B
SB020
2.3
Beschrijf de visie van de gemeente op de eventuele transitie van de open inloop Dagbesteding vanuit WMO naar de Sociale Basis, en de gevolgen daarvan op dit beleidskader.
NEE: dagbesteding is nu nog via inkoop geregeld. Er loopt een ontwikkelopdracht We kunnen op het vervolg niet vooruitlopen.
38
M.D
Platform Mantelzorg Amsterdam
2.3
ik mis de diversiteit aan mantelzorgers in het kader. Het is te algemeen omschreven. Mantelzorgers en vrijwilligers worden vaak zwaar belast en kunnen eigenlijk alleen helpen als problemen niet te complex zijn.
JA: zie ook de reactie op het advies van cliëntenbelang: we nemen jonge mantelzorgers mee als specifieke aandachtsgroep. Ondersteuning bij complexe problemen wordt niet vanuit de sociale basis gesubsidieerd maar vanuit de afdeling Zorg. Zo is alleen informele respijtzorg onderdeel van de sociale basis, maar formele respijtzorg niet.
39
A.K
Up
2.3
Onze inzet is bewezen effectief, toch houden vooral grote welzijnsinstellingen de deur vaak dicht: zij denken het zelf te kunnen. Hoe komen wij er als partner tussen? En kan een sociale onderneming ook meerjarig subsidie krijgen? En in welke laag horen wij dan thuis?
NEE: een sociale onderneming kan meerjarige subsidie aanvragen, net als alle andere initiatieven. Beoordeling is aan de stadsdelen. U kunt met uw accounthouder bespreken welk onderdeel het meest logisch lijkt voor uw subsidieaanvraag. Het staat u vrij om subsidie aan te vragen, andere organisaties gaan niet over de beoordeling van uw aanvraag. Als er knelpunten zijn in de samenwerking gaan we er vanuit dat u die eerst met betreffende partners bespreekt. Als dat geen gewenst effect heeft kunt u zich tot uw accounthouder richten.
14 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
40
N.V
Buurtteam Centrum
2.3
investeren in de meest kwetsbare gebieden: richt niet alleen op ZO, NW en N: elk stadsdeel kent aandachtsgebieden, natuurlijk het ene stadsdeel meer dan het andere, maar er zijn geen stadsdelen zonder gebieden die extra aandacht nodig hebben.
NEE: er staat al in het kader dat het niet alleen gaat om Zuidoost, Nieuw West en Noord en dat andere stadsdelen ook kwetsbare buurten en gebieden kennen.
41
M.R
IJburg doe je mee
2.3
Stadsdorpen staan nergens genoemd als partner
NEE, in het kader worden geen specifieke partners genoemd.
42
J.W
Ouderen adviesraad Oost
2.3
Mensen moeten tegenwoordig langer thuis blijven wonen, dat NEE: juist vanwege deze ontwikkelingen is ouderen als belangrijke lukt/gaat vaak niet goed. Zorg ervoor dat deze groep oudere doelgroep benoemd. We onderschrijven uw oproep. thuiswonenden in de sociale basis serieuze aandacht krijgen, ‘zorg dat er focus op komt’
43
E.de R.
Elaa
2.3
1. niet alleen aansluiten bij gezondheidsvaardigheden van bewoners, maar ook versterken van die vaardigheden. 2. determinanten: alcohol, medicatie en drugs ook benoemen 3. samenhang armoede, stress en laaggeletterdheid 4. kennis en vaardigheden versterken van partners in normaliseren gesprek mentale gezondheid: hoe? 5. pesten en uitsluiting bij mentale gezondheid jeugd. 6. extra investeren in jongerencentra? 7. veldwerk = straathoekwerk?
1. JA: is aangepast 2. JA, wordt toegevoegd 3. NEE, deze samenhang staat al in het beleidskader benoemd. 4. Deels. Het hoe is juist de vraag waarop de partners hun (subsidie)aanvraag doen. Wel verwachten we van partners in stadsbrede functies dat zij hun expertise beschikbaar maken in de uitvoering. 5. NEE, dan moeten er meer voorbeelden genoemd worden, dit zit ook als belangrijk onderdeel bij het jongerenwerk 6. NEE, Vanuit de opgave worden de prioritieten gesteld, daarnaast zijn er referentienormen voor de stad opgesteld voor maatschappelijke voorzieningen. Dit bepaalt de investering. 7. JA, term wordt aangepast naar veldwerk/ straathoekwerk.
44
F. v. B
Jellinek
2.3
1. middelengebruik en verslavingsproblematiek vormen een groeiende uitdaging in Amsterdam. Het heeft invloed op de gezondheid, de sociale cohesie en het welzijn van veel Amsterdammers. 2. gokken en gamen zijn activiteiten die steeds meer aandacht verdienen, gezien de opkomst van online gokken en de impact van overmatig gamen op de mentale gezondheid van jongeren. Het is van essentieel belang om deze kwesties te adresseren en preventieve maatregelen te nemen om schade te voorkomen.
JA: we voegen verslavingsproblematiek, middelengebruik, gokken en gamen toe als uitdaging. De primaire verantwoordelijkheid om hier een antwoord op te bieden ligt niet bij de sociale basis. In de preventieve sfeer kan hier wel bij worden stilgestaan. Het is niet mogelijk om zonder financiële versteviging extra inzet op deze thema’s te organiseren.
15 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
45
E.D
GGZ InGeest
2.3
Ik mis meer link met de IZA opgaven. De beweging vanuit de sociale basis sluit m.i. heel erg aan bij de opgave vanuit het IZA voor het creëren van een 'dekkend netwerk aan laagdrempelige steunpunten'. Door deze link steviger te leggen ontstaat er meer samenhang en kunnen de daarvoor bestemde middelen ook gerichter worden ingezet.
JA: de vorm die dit krijgt is nog onvoldoende uitgewerkt om concreet op te kunnen nemen. We zullen de beweging wel benoemen.
46
H.L
St Kringwijs
2.3
Lange introductie. Inspraakpunten: • wat als de alliantie op kernfuncties onvoldoende functioneert? • waar kunnen lokale initiatieven terecht als de samenwerking met de alliantie in dat gebied niet goed loopt? • wat als bewoners zelf het heft in handen willen nemen op (delen van) de kerntaken die zijn belegd bij de alliantie? • is dit niet een achteruitgang ten opzichte van beoogde beweging die sommige buurten proberen te maken in meer zeggenschap over de middelen en uitvoering van de sociale basis in eigen buurt? • hoeveel ruimte is er dan voor innovatie op de kerntaken in de sociale basis?
NEE: de kernfuncties worden meerjarig gesubsidieerd. Als er signalen zijn met betrekking tot het slecht functioneren van partners die deze functies uitvoeren, kan daartoe contact worden gezocht met het betreffende stadsdeel. Deze partners zijn zelf ook voortdurend in gesprek met de rest van het veld en bewoners om hun dienstverlening te optimaliseren. Voor de kernfuncties geldt dat deze worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel Wat het college betreft is dit geen achteruitgang. Er is veel ruimte voor bewoners en initiatieven om mee te dingen naar subsidie in de verschillende onderdelen van de sociale basis. Ook wordt periodiek getoetst bij bewoners hoe het gaat in gebieden. In gesprekken met de partners van de alliantie is er zeker ruimte voor innovatie.
47
F.R
Dance Connects
2.3
Hoe wordt gemeten of die 10 extra levensjaren erbij komen?
NEE: dit wordt door de GGD gemonitord
48
M.K.
Open School gemeenschap Bijlmer
onder kopje jeugd en gezin graag toevoegen: • dat gezondheidszorg (mentaal en medisch) 1e lijn op vindplaatsen georganiseerd wordt, zoals schoolarts en -verpleegkundige. • bij bullets HGKM: dialogen; niet alleen kennis vergroten over doelgroepen zoals LHBTI+, maar ook dialoog organiseren voor meer draagvlak.
NEE, dit is geen sociale basis. Uiteraard kan het gesprek gevoerd worden met partners waar dit plaats kan vinden, dit is uitvoering. NEE, staat er in boven de bullets
49
S.U
Eigenwijks
wat belangrijke determinanten zijn kan verschillen van persoon tot persoon en in verschillende levensfases. Hou ruimte voor maatwerk. Concept positieve gezondheid: daar inhaken waar de bewoner zelf winst ziet.
Deels: er is een keuze gemaakt (op basis van onderzoek) dat op deze determinanten de meeste gezondheidswinst te halen is. Uiteraard wordt wel maatwerk geleverd in de benadering van bewoners: daar waar bewoners zelf mogelijkheden zien en energie voelen om aan te werken ligt de focus: de term positieve gezondheid is toegevoegd.
2.3
16 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
50
P.v.D.
Wikistad
2.3
er is een stedelijke organisatie nodig, gevoed door Werk & Participatie en de Sociale Basis, die de ontwikkeling van de buurt als re-integratiekader begeleidt en daarbij aansluit op de ervaringen van en gerealiseerde infrastructuur van de aanjagende organisatie van de buurtbaan.
NEE: elk reïntegratiekader valt onder de verantwoordelijkheid van Werk, Participatie en Inkomen. De sociale basis is een plek waar reïntegratieactiviteiten zoals een Buurtbaan kunnen worden uitgevoerd, maar reïntegratie als zodanig maakt geen onderdeel uit van de sociale basis. Wel nemen we de lessen uit de buurtbanen serieus: hierin zien we een robuuste relatie tussen de buurt als plek waar bewoners kunnen bijdragen aan versterking van de buurt (buurtopbouw van binnenuit) en het bijdragen aan de kansen op de arbeidsmarkt richting (duurzaam) betaalde arbeid.
51
H.L.
St. Kringwijs
2.3
Wees vollediger in wat er is: oa. kledingbank, repaircafé etc.
NEE: dit is niet in elk stadsdeel op dezelfde manier geregeld en kunnen we dus niet als generieke voorziening opnemen.
52
S.U.
Eigenwijks
2.3
er is veel kracht van bewoners op versterken basisvaardigheden: taal/digitaal: maak daar beter gebruik van: ontbreekt nu aan visie.
NEE: dit is een uitwerkingsvraagstuk. We beschrijven welk deel van dit aanbod in de sociale basis hoort, niet hoe we dat organiseren.
53
R.F.
Studio 52th
2.3
Besteed meer aandacht aan de scheidslijn basisschool-middelbare JA: we voegen een zin toe onder paragraaf jeugd school. Hier raken we kinderen vaak “kwijt”.
54
J.B
Combiwel Buurtwerk 2.3
idem
JA: idem
55
I.Z
ANMEC
2.3
Opvallend wordt bij zowel ontwikkelingsstimulering als bij brede talentontwikkeling niets gezegd over de omgeving. Door activiteiten (zoals spelinlopen) plaats te laten vinden op groene plekken in de wijk, kunnen kinderen zich motorisch, sociaal, creatief ontwikkelen en neemt de stress van zowel ouders als kind af. Door het combineren van inrichting openbare ruimte met groen, spelen en welzijn, biedt dit niet alleen kansen voor talentontwikkeling maar ook voor gezond bewegen.
JA: Dit krijgt een plek in de paragraaf over gelijke kansen op een veerkrachtige zorgzame buurt
56
H.L.
St. Kringwijs
2.3
geef in dit gedeelte meer ruimte voor wat jongeren zelf willen organiseren/ nodig denken te hebben
JA: We nemen op dat we van partners vragen om jeugd te betrekken in het ontwikkelen van passend aanbod waarin ook voldoende ruimte is voor initiatief vanuit de jeugd zelf.
17 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
57
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
M.K.
Open School gemeenschap Bijlmer
2.3
1. onder kopje BTO: gaat juist ook om extra cognitieve vaardigheden, zoals debatteren, programmeren 2. onder kopje I&A: denk ook aan situaties waarin een jongere geen eigen huiswerkplek heeft, niet de gewenste ondersteuning kan ontvangen van ouders
1. NEE: Deze vaardigheden kunnen onderdeel uitmaken van brede talentontwikkeling. We doen hier geen aanpassing omdat daarmee het onderscheid met onderwijs zoek raakt. 2. JA: voegen we toe
1. NEE: signalen worden gedeeld onder andere in gebiedsdialogen en/of wijktafels. 2. JA: welzijn op recept is onderdeel van de kernfuncties vanuit het Buurt(opbouw)werk. 3. NEE: partners in kernfuncties zijn eerste aanspreekpunt voor BT/OKT bij vragen en kunnen de rest van het aanbod ontsluiten voor deze partners. 4. NEE: het beleidskader gaat over functies, niet over partijen. Uitwerking volgt in de subsidieverordening.
Hoofdstuk 3 58
E.R
Elaa
3
1. signalen partners hiaten aanbod: waar worden die signalen gedeeld? 2. is WoR onderdeel van kernfuncties Buurtwerk? 3. herinrichten moet Buurtteams/OKT en SB dichter bij elkaar brengen. 4. Stadsbrede functies: hoe zit dat met VCA in Zuidoost?
59
L.V.
Hogeschool van Amsterdam
3
1. Voorzieningenniveau onderbelicht: ruimte is onmisbaar: 1. Deels: we nemen in de paragraaf een veerkrachtige zorgzame genoeg ruimte, kwalitatief goede voorzieningen etc. Een goede buurt hier een passage over op. Binnen de mogelijkheden van sociale basis heeft een goede sociale infrastructuur nodig. de strategisch huisvestingsplannen wordt hierop ingezet. Dit 2. Professionals en vrijwilligers versterken elkaar; het zijn geen doen we langs drie lijnen: communicerende vaten; ene meer, andere minder… juist: ene • we bouwen niet voor leegstand meer, andere ook meer. • focus op ontwikkelbuurten 3. in wijken met veel problematiek, zijn vaak wel veel • op orde houden bestaande stad informele verbindingen. Rekening mee houden bij inrichting. In de bestaande stad zijn beperkt mogelijkheden voor uitbreiding, bovendien zijn de financiële middelen hiervoor ook beperkt. 2. JA: dit nemen we op met een verwijzing naar wetenschappelijk onderzoek dat dit ondersteunt. 3. NEE: de inrichting biedt voldoende mogelijkheden om hieraan tegemoet te komen. We nemen uw signaal wel ter harte in de uitwerking.
60
M.D.
Doras/ Puur Zuid
3
zorg dat je ook goed nadenkt over extra middelen, bijvoorbeeld vanuit het Rijk: deze extra potjes zorgen nu voor veel extra werk en energieverlies voor alle betrokkenen.
18 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
NEE: we doen hier geen aanpassing op, maar dit signaal wordt wel richting Rijk en VNG afgegeven. We delen deze constatering met u.
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
61
C.de.L.
Veerkrachtig Betondorp
3
gebrek aan ruimte: zorg voor voldoende beschikbare vierkante meters
NEE: Zie ook antwoord HvA: we nemen hier wel iets over op in paragraaf een veerkrachtige zorgzame buurt. Tegelijkertijd is het aantal vierkante meters per definitie beperkt. Het uitgangspunt is ruimte delen. Dit betekent dat partners gebruik kunnen maken van een ruimte, maar veelal niet kunnen beschikken over een eigen ruimte.
62
A.W H.K
3
10 weken tussen publiceren subsidieregeling en indienen is kort: zorg voor meer indientijd voor subsidieaanvragen voor partners
C.P M. vd. P. C. v.d.H
Vrouwen Vooruit Samen Wonen Samen Leven The Mall Vrouw en Vaart Studiezalen
NEE: deze termijnen worden niet in het kader opgenomen, en hangen direct samen met de subsidieverordening die moet worden vastgesteld na vaststelling van het beleidskader. De precieze planning is daarmee nog niet duidelijk. We nemen het signaal zoveel mogelijk ter harte en zullen binnen de mogelijkheden partners zoveel mogelijk tijd geven voor het doen van een aanvraag.
63
C.v.d.H
Studiezalen
3
1. omschrijf verschillende lagen duidelijker. Kan je als je in 1. JA: de verschillende onderdelen binnen de nieuwe structuur meerdere lagen en/of meerdere stadsdelen actief bent nog worden verder aangevuld zodat dit duidelijk is beschreven: steeds 1 aanvraag doen, net als nu? Kan het zo zijn dat je voor • Één aanvraag blijft mogelijk dezelfde activiteit in het ene stadsdeel bij de kernfuncties hoort • Kernfuncties zijn overal gelijk, dus of kernfunctie, of en in het andere stadsdeel als cruciale gebiedspartner wordt gebiedsspecifiek. aangemerkt? 2. NEE: Dit nemen we niet op in het beleidskader, maar is wel een 2. Alliantievorming en het aangaan van intensieve samenwerking punt van aandacht. Op dit moment zijn hier geen middelen zoals in het kader gevraagd kost tijd. Tijd kost geld. Zorg voor beschikbaar. Niet alle organisaties hebben hier in gelijke dat iedereen kan investeren in het aangaan van benodigde mate mee te maken. Vaak is er al sprake van samenwerking, we samenwerking. willen dat deze wordt verdiept.
64
S.de H.
Home Empowerment 3
Idem: zorg dat organisaties uren kunnen investeren in gevraagde samenwerking. Daarvoor is ook financiering nodig.
NEE: Idem: zie antwoord hierboven
65
F.W
Vooruit
3
Idem
NEE: Idem
66
J.de.W.
Diaconnie Noord/ Hart voor Noord:
3
Idem
Nee: Idem
67
C.P.
The Mall
3
leg duidelijker de verschillende lagen in het plaatje uit: roept in het veld nu veel discussie op. Belangrijk is om goed uit te werken wat past binnen de kernfuncties en wat cruciaal gebiedsspecifiek is. Je merkt dat in het praten over allianties je snel organisaties beledigt. Als dat duidelijk omschreven is, zal dat helpen in gesprekken tussen partners.
JA: we breiden de verschillende onderdelen in hoofdstuk 3 uit om een duidelijker onderscheid weer te geven.
19 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
68
T.E.
Civic/
3
in 2.2.1 en 2.3.1 wordt wel benoemd dat de sociale basis niet alles kan opvangen, maar dat kan steviger, niet tussen de regels door. Hoe zit het met de afschaling van hulpverlening en zorg naar de sociale basis? Dat baart wel zorgen voor de uitvoering. Het is al druk!!
NEE: de sociale basis kan in preventieve zin bijdragen aan het op een laagdrempelige manier oplossen van hulpvragen. De sociale basis is niet bedoeld voor het afschalen van zorg. We vragen partners om signalen vooral met de gemeente te delen en dit in bijvoorbeeld de gebiedsdialogen bespreekbaar te maken.
69
J.M.
Sezo: Vrouw en Vaart 3
• werk beter uit wat je van samenwerking verwacht, in elke laag, tussen lagen etc. • werk duidelijker uit wat je onder Buurtwerk verstaat? In het geval van SeZo, hoort emancipatie vanuit Vrouw en Vaart/ Daadkracht daar ook bij? • Idem huizen van de wijk; is Vrouw en Vaart een huis van de wijk en dus onderdeel van de kernfuncties of is dit gebiedsspecifiek?
JA: • we werken in hoofdstuk 3 de verschillende onderdelen verder uit. • de rol van buurt(opbouw)werk wordt in de paragraaf over een veerkrachtige zorgzame buurt verder verduidelijkt. • in het kader worden geen uitspraken gedaan over specifieke locaties. Wij raden u aan om met het stadsdeel in gesprek te treden over welke locatie in welk onderdeel valt.
70
A.R
Venzo/ Swazoom
3
• Verduidelijking verschillende onderdelen plaatje nodig: stadsbrede functies ook als alliantie? • Wat is een beperkt aantal partners op de kernfuncties? • Moet je bij meerjarige subsidie wel tussentijds verantwoorden? • Wie is uiteindelijk de baas? Verhouding gemeente, alliantie en andere partners
Deels: de verschillenden onderdelen in hoofdstuk 3 worden verder uitgewerkt. De specifieke subsidievoorwaarden worden in de subsidieverordening opgenomen. De gemeente is opdrachtgever. De alliantie faciliteert partners in andere onderdelen van de sociale basis maar is geen opdrachtgever naar die partijen.
71
V.Z.
Funtrax
3
• Moet je straks een plan en begroting maken voor 8 jaar? Met daarin de focus op de gebiedsspecifieke opgaven? En als de situatie daar om vraagt, kan er in de uitvoering dan nog worden bijgestuurd? Je kan niet precies voorzien wat er voor 8 jaar nodig is. • Ga je wel tussentijds met de gemeente om tafel om te kijken hoe het gaat? • Betrek ook partners buiten de sociale basis; denk aan corporaties/bedrijven
Deels: zie bovenstaand antwoord. Onderdelen hoofdstuk 3 worden verder uitgewerkt. Subsidievoorwaarden komen in de subsidieverordening. Uiteraard is er tussentijds contact over hoe het gaat. Het is aan de stadsdelen om partners te betrekken bij het definiëren van de opgaven en de verbindingen en uitvoering in gebieden.
20 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
72
M. vd L.
Venzo/ Swazoom: social pact
3
1. in Zuidoost heb je al social pact; een samenwerking van 35 partijen; formeel en informeel. Hoe past dat op de nieuwe insteek. Belangrijk dat we samenwerking kunnen behouden. Wees duidelijker over de vorm; penvoerderschap etc. 2. We doen nu veel themagericht, straks moet het meer gebiedsgericht; hoe verhoudt dat zich? 3. Onderscheid sociaal weefsel en bewoners/maatschappelijk initiatief
NEE: 1. Het kader moet bijdragen aan meer en verstevigde samenwerking. De onderdelen in hoofdstuk 3 worden verduidelijkt. De vorm komt deels ook terug in de subsidieverordening. 2. De gebiedsopgaven sociaal zijn het vertrekpunt. Als in verschillende gebieden dezelfde thema’s spelen, kan ook langs thema worden samengewerkt. Insteek is in ieder geval dat aanbod in gebieden goed op elkaar aansluit en partners daarop samenwerken. 3. Middelen voor bewonersinitiatief en maatschappelijk initiatief staan los van de sociale basis. Dit is per stadsdeel verschillend ingericht. Waar wordt bijgedragen aan de doelen voor de sociale basis kan subsidie worden aangevraagd voor het sociaal weefsel.
73
K.Z.
Venzo/ Swazoom
3
1. kan een alliantie op de kernfuncties samen met partners die een cruciale gebiedsspecifieke rol hebben een meerjarige aanvraag doen? 2. onderscheid professioneel/niet professioneel, formeel, informeel, groot/klein; soms lastig uit te leggen; meer invulling mogelijk?
NEE: 1. Dit wordt in de subsidieverordening verder uitgewerkt. De alliantie op kernfuncties moet samen één plan maken. 2. Dit onderscheid wordt niet verder uitgewerkt. Het is juist door de diversiteit aan partners niet mogelijk om harde lijnen te trekken. Ieder initiatief wordt op zijn eigen waarde beoordeeld.
74
C.L.
Medusa
3
1. wanneer is het goed, wie bepaalt dat? 2. Vertrouwen in de overheid is laag, wat gaan jullie daar aan doen? 3. Verschillende regels in verschillende lagen van het stelsel; ingewikkeld voor partners.
NEE: 1. we werken vanuit vertrouwen samen met onze partners. Met partners en Amsterdammers zijn we periodiek in gesprek over hoe het gaat. 2. we proberen zowel naar partners als naar bewoners een betrouwbare overheid te zijn. Daar waar dit niet zo wordt ervaren, hopen we hierover het gesprek te kunnen voeren. 3. we proberen dit binnen de sociale basis zo goed en eenduidig mogelijk te regelen. Tegelijkertijd is het sociaal domein groot en breed. Soms wordt gewerkt met inkoop, soms met subsidie. We zetten er op in om daar waar het kan zo eenduidig mogelijk te opereren richting partners.
75
R.F.
Studio 52th
3
Het wantrouwen richting overheid is groot. Wees je daarvan bewust als gemeente, negeer dit aspect niet maar besteed er serieuze aandacht aan (gedrag, opdrachtgeverschap).
NEE: idem antwoord 2 hierboven.
21 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
76
P.J
Resto van Harte
3
voor kleinere partijen ingewikkeld om in alliantie deel te nemen; kost veel tijd etc.
NEE: we verduidelijken de onderdelen in hoofdstuk 3. Alleen van partners in kernfuncties verwachten we deelname aan een alliantie. Dit zijn veelal de grotere professionele instellingen.
77
A.M.
Trias Pedagogica
3
behoefte aan nadere uitwerking kernfuncties, alliantievorming (ook informele partners??), wanneer meerjarig subsidie, ruimte voor eenmalig initiatief, grens tussen subsidieregimes, strategisch partnerschap.
JA: we verduidelijken de onderdelen in hoofdstuk 3
78
D.vd H.
Protestantse Diaconie Amsterdam
3
• zorgen over druk op kleine organisaties/initiatieven om veel tijd in samenwerking te steken ten koste van activiteiten. • waar pas ik als partner?
NEE: • We vragen van kleine partijen vooral om hun activiteiten aan de voorkant goed op elkaar af te stemmen • vragen over positie kunnen worden gesteld aan uw accounthouder.
79
S.W
Sexmatters
3
verduidelijking van gebiedsspecifiek/ allianties/ stadsbreed: wanneer wat? Hoe moet het samenwerken? Gebiedsspecifiek ook meerjarig?
JA: wordt uitgewerkt in de verschillende onderdelen van hoofdstuk 3.Gebiedsspecifiek wordt ook meerjarig gesubsidieerd
80
R.B
Actieve bewoonster
3
heel veel vragen, geen duidelijke inspraak: rode draad: leg in hoofdstuk 3 beter uit hoe de structuur eruit gaat zien. oa: is de opgave leidend voor subsidie? hoe worden bewoners betrokken bij bepalen opgaven? Opgaven voor 8 jaar? Of tussentijds bijstellen? past iedereen die nu subsidie krijgt straks nog in de nieuwe inrichting? welke onderdelen kunnen meerjarige subsidie krijgen? afbakening bi/mi/lokale media blijft? autonomie partner of samen verantwoordelijk? Ruimte voor nieuw initiatief? Ondersteuning bij alliantievorming?
JA: alle partners die nu subsidie ontvangen vanuit de sociale basis zouden in de nieuwe structuur passen. Dat betekent niet dat ze in de nieuwe structuur ook allemaal weer subsidie krijgen. Aanvragen kan zeker. De afbakening met betrekking tot bewonersinitiatief/maatschappelijk initiatief blijft bestaan. Lokale media vallen buiten de sociale basis. De overige vragen worden uitgewerkt in de verschillende onderdelen van hoofdstuk 3.
81
J de W.
Hart voor Noord
3
1. Minder regeldruk voor kleine initiatieven zeer wenselijk, risico meer vraag om samenwerking, minder tijd voor uitvoering 2. Ondersteuning door Buurtwerk op maat: wat heeft een initiatief nodig en dat faciliteren 3. Afgelopen jaren ervaren: grote verschillen in organisatiegraad een stevige belemmering vormen voor effectieve samenwerking. 4. In nieuwe samenwerkingsverbanden moeten ook nieuwe manieren worden gevonden om met klachten en/of conflicten om te gaan. 5. Kleine initiatieven niet afhankelijk van grote partijen mbt financiering
NEE: 1. We vragen van kleinere partijen vooral aan de voorkant om hun aanbod goed op elkaar af te stemmen zodat aanbod op elkaar aansluit. Dat is vooral aan de voorkant een investering, maar vraagt niet een voortdurende extra belasting. 2. Klopt: we vragen van het Buurt(opbouw)werk om initiatieven te faciliteren; niet iedereen heeft hetzelfde nodig. 3. Dit is een uitvoeringskwestie die niet met een beleidskader wordt opgelost. 4. Eens: dit is een punt voor de uitwerking. 5. Klopt: de gemeente gaat over financiering, niet de grote partijen.
22 | Nota van beantwoording Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030
Initialen inspreker
Organisatie/ initiatief
Hst.
Reactie
Aanpassing JA/NEE/Deels
82
E.W
Venzo/ Swazoom (namens social pact)
3
veel vragen over structuur. oa: alliantievorming: hoeveel partners? met penvoerder? Moet je fuseren? Hoeveel organisaties maximaal? Ook allianties op gebiedsspecifiek? gebiedsspecifiek ook meerjarig? Hoe is het geld tussen lagen verdeeld? Kan je op meerdere onderdelen inschrijven?
Deels: Vragen zijn ook allemaal tijdens inspraakbijeenkomst al beantwoord. Vragen worden deels in onderdelen van hoofdstuk 3 meegenomen en deels in de subsidieregeling.
83
M.V
Stichting Algemene Hulpdienst Buitenveldert
3
grens klein/groot: hoe klein is een kleine organisatie?
NEE: dit is niet nader te specificeren: een partij die klein is in omvang, kan een grote rol spelen. We beoordelen partners op hun bijdrage, niet op hun omvang.
84
D.C
Wijkcentrum d’Oude Stadt
3
veel voorzieningen bedienen niet alleen de directe omgeving. In Centrum komen ook bewoners uit andere stadsdelen naar voorzieningen om elkaar te ontmoeten. Dit geldt met name voor jongeren en ouderen.
NEE: de ervaring leert dat sommige Amsterdammers inderdaad gebruik maken van voorzieningen in andere stadsdelen; de grote meerderheid maakt echter gebruik van voorzieningen in het eigen stadsdeel.
85
L.V
Hogeschool van Amsterdam
3.1
Hoe het gaat met een wijk niet alleen baseren op data; combineren cijfers en verhalen/ kwalitatieve info.
NEE: in het beleidskader staat dat input van stakeholders wordt gecombineerd met cijfers.
86
A.H.
Sezo Buurtteam
3.1
belangrijk dat er een analyse beschikbaar komt met data over NEE: er wordt een meerjarige gebiedsopgave sociaal gemaakt; gebieden/buurten die je kan gebruiken om je inzet op te baseren. hierin wordt ook data opgenomen. Er is veel data beschikbaar, maar dat is geen onderdeel van het kader.
87
F.W.
Vooruit
3.1
meer aandacht voor hoe masterplannen zich verhouden tot wat NEE: we herkennen dat dit soms niet helder is, dit kader gaat over in dit kader wordt beschreven. Voor partners niet duidelijk hoe de sociale basis in Amsterdam, de masterplannen gaan over de masterplannen/aanpak zich verhouden tot overige, reguliere inzet. totale opgave in een gebied.
88
F.R
Dance Connects
3.1
wij werken met professionals, in de hele stad, maar wel gebiedsgericht; waar vallen we dan onder? Graag meer duidelijkheid
Deels: neem contact op met uw accounthouder voor vragen over uw specifieke situatie. We zullen de verschillende onderdelen in hoofdstuk 3 verder uitwerken waardoor uw vraag wellicht wordt beantwoord in algemene zin.
89
L.V.
Hogeschool van Amsterdam
3.2
hoe zorg je dat sociaal weefsel niet wordt ingeperkt maar kan doorontwikkelen/groeien en kennis & ervaring wordt meegenomen in rest vh stelsel?