CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag Leerplicht 2022-2023

RAAD 9 oktober 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het Jaarverslag Leerplicht 2022-2023 en de bijbehorende raadsinformatiebrief VN2024-01277713.367 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Jaarverslag Leerplicht 2022-2023 Samen voor aanwezigheid

Voorwoord Beste lezer, Voor u ligt het jaarverslag Leerplicht 2022-2023. Hierin geven we een overzicht van de resultaten van het afgelopen schooljaar op gebied van verzuim, het aantal thuiszittende kinderen en jongeren, het aantal afgegeven vrijstellingen voor de Leerplicht en de inzet van medewerkers binnen het team Leerplicht. Het uitbrengen van dit jaarlijkse verslag is een wettelijke verplichting1. Maar daarnaast maakt het verslag voor ons als gemeente inzichtelijk wat er goed gaat en waar juist extra investering en aandacht voor nodig is. Al onze kinderen en jongeren hebben recht op onderwijs. De inzet van onze leerplichtorganisatie helpt bij het waarborgen hiervan. Een stabiele schoolloopbaan is van cruciaal belang voor de toekomst van een kind of jongere. De school is een plek om te leren. Een plek om jezelf te ontwikkelen. Èn een plek waar leeftijdsgenoten met verschillende achtergronden en culturen elkaar ontmoeten. Leerplicht heeft het afgelopen schooljaar weer hard gewerkt om ervoor te zorgen dat alle kinderen en jongeren in beeld zijn en onderwijs volgen. Uitdagingen liggen er daarbij genoeg. Zo valt bijvoorbeeld het veelvuldig verzuim van leerplichtige studenten op het mbo op. Daarnaast is het aantal thuiszitters toegenomen ten opzichte van vorig schooljaar. Daarom is de aanpak samen met ketenpartners geïntensiveerd.

We kijken nog meer dan voorheen met de samenwerkingsverbanden naar wat er wél mogelijk is voor deze thuiszittende kinderen en jongeren. Dat kunnen we niet alleen. Samen met de scholen en ketenpartners staan we voor de gezamenlijke uitdaging om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk kinderen en jongeren aanwezig zijn op school. De titel van dit jaarverslag is daarom Samen voor aanwezigheid. Namens het college bedanken wij de collega’s van Leerplicht voor hun grote inzet voor onze jonge Amsterdammers. Met hartelijke groet, Marjolein Moorman (wethouder Onderwijs) Sofyan Mbarki (wethouder Mbo)

1 Leerplichtwet artikel 25 lid 1.

2

Inhoud Inleiding4 1. Hoofdpunten jaarverslag Leerplicht 2022-2023

5

2. Kerngetallen Leerplicht 

7

Verhalen over begeleiding Het verhaal van Othalia Sordam, ervaringsdeskundige

9

Het verhaal van Faisel Ahmadali, projectondersteuner Samenwerkingsverband

14

Het verhaal van Marlies Oonk en Pascal Riet, directie basisschool Pro Rege

18

Het verhaal van Evelien Mulder, teammanager Leerplicht

21

Het verhaal van Selda van Geene - Demirci, senior leerplichtambtenaar 

30

Het verhaal van Mirjam Vonk, Officier van Justitie Openbaar Ministerie

34

3. Speerpunten 

38

4. Begrippenlijst

39

Colofon41 Contact41

Inleiding In dit rapport treft u de cijfers over het schooljaar 2022-2023. Op veel plekken in dit verslag vergelijken we deze laatste cijfers met de cijfers van vorige jaren. Zijn er wetmatigheden te zien? Of wijken cijfers juist af van voorgaande jaren? Is daar een logische verklaring voor? Cijfers zijn voor ons een belangrijke informatiebron om te sturen op ons beleid en op onze werkwijze. Aan de hand van de cijfers passen wij, waar nodig, onze werkwijze aan. Dat doen wij onder meer aan de hand van een leer- en ontwikkelaanpak binnen ons team en door aanpassingen van onze werkwijzen in de uitvoering. Scholing van onze medewerkers is daarnaast een belangrijk aandachtspunt. Daarmee kunnen we de kwaliteit van ons werk verder verbeteren – en daarmee de dienstverlening aan de Amsterdammer.

Wat werkt. Wat niet werkt. Hoe we uitval kunnen voorkomen, en hoe we samen kunnen werken om een kind op school te houden. Dit jaarverslag heeft daarom de titel Samen voor aanwezigheid meegekregen. We wensen u veel leesplezier. Leerplicht gemeente Amsterdam

We houden alle ontwikkelingen in de stad nauwlettend in de gaten. Dat doen we door goed samen te werken met al onze ketenpartners in de stad. Hun signalen uit het veld zijn belangrijk voor ons werk. Het laat zien wat er nodig is. Het laat zien wat een kind of jongere nodig heeft om succesvol te zijn. We zijn er voor ieder Amsterdams kind en zijn of haar gezin. De toekomst van het kind staat daarbij centraal. De gemeente Amsterdam hanteert enkele belangrijke leidende principes als het gaat om goede kwaliteit van dienstverlening richting al haar inwoners. Gelijke kansen voor ieder Amsterdams kind is daarbij een belangrijk credo. Om dat voor elkaar te krijgen, moeten we soms zoeken naar creatieve en ongewone oplossingen. Veel kinderen en jongeren vragen om een individuele aanpak. Om maatwerk. Dus zullen we waar nodig ongelijk handelen om te zorgen voor gelijke kansen. Cijfers vertellen veel maar lang niet altijd alles. Omdat geen leerling of student hetzelfde is, is geen enkel casus hetzelfde. Ter illustratie treft u in dit verslag zes verhalen uit de praktijk aan. We laten onder meer twee schooldirecteuren aan het woord. Een oud leerling. Een leerplichtambtenaar. Een teammanager. Een Officier van Justitie. Allemaal vertellen ze in hun rol hoe ze bij verzuim, en bij mogelijke preventie betrokken zijn.

4

1. Hoofdpunten jaarverslag Leerplicht 2022-2023 De kerngetallen van dit schooljaar zijn vergeleken met de kerngetallen van het vorige (schooljaar 2021-2022). De belangrijkste bevindingen van het jaarverslag Leerplicht 2022-2023 worden weergegeven in onderstaande tabel. Deze bevindingen lichten we in de opeenvolgende hoofdstukken verder toe.

Doelgroep

2021-2022

2022-2023

Verschil

Leerplichtig

102.498

103.182

0,7%

9.895

9.547

-3,5%

Bovenleerplichtig

Relatief verzuim leerplichtig

Absolute aantallen

Relatieve percentages t.o.v. doelgroep

2021-2022

2022-2023

Verschil

2021-2022

2022-2023

Verschil

Verzuim PO

92

128

39,1%

0,2%

0,2%

0,0%

Verzuim SO leerplichtig

206

150

-27,2%

8,1%

5,9%

-2,2%

Verzuim SO bovenleerplichtig

17

31

82,4%

12,1%

20,4%

8,3%

1.378

1.474

7,0%

3,6%

3,8%

0,2%

151

169

11,9%

17,5%

17,4%

-0,1%

Verzuim MBO leerplichtig

1.625

1.531

-5,8%

33,3%

31,8%

-1,5%

Verzuim MBO bovenleerplichtig2

3.193

1.681

-47,4%

44,0%

24,3%

-19,7%

Totaal

3.301

3.285

-0,5%

3,20%

3,20%

0,0%

Verzuim VO leerplichtig Verzuim VO bovenleerplichtig

2 De cijfers met betrekking tot het verzuim van bovenleerplichtigen op het mbo geven een vertekend beeld vanwege de nieuwe aanpak voor studenten van 18 jaar en ouder. Zie hoofdstuk 2.4.1.

5

Overig

Absolute aantallen

Relatieve percentages t.o.v. doelgroep

2021-2022

2022-2023

Verschil

2021-2022

2022-2023

Verschil

Thuiszitters

149

222

49,0%

0,10%

0,20%

0,10%

Absoluut verzuim

900

1.077

19,7%

0,90%

1,00%

0,10%

1.071

1.209

12,9%

1,04%

1,18%

0,13%

Vrijstellingen 5 sub c (onderwijs in buitenland)

432

528

22,2%

0,42%

0,52%

0,09%

Vrijstellingen artikel 15

80

121

51,3%

0,08%

0,12%

0,04%

Vrijstellingen (totaal)

Twee van de drie streefwaarden3 zijn in 2022-2023 behaald: 1. Het percentage absoluut verzuim bedraagt 1,0% (streefwaarde is 1,0%). 2. Het percentage relatief verzuim bedraagt 3,2% (streefwaarde is 3,5%).

3 De streefwaarden komen uit de begroting van de gemeente Amsterdam. Zie https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/financien/begroting-2023/

6

2. Kerngetallen Leerplicht In dit hoofdstuk presenteert Leerplicht de resultaten over het schooljaar 2022-2023. We geven daarbij inzicht in de cijfers over de volgende onderwerpen: de leerling populatie, het aantal thuiszitters, absoluut verzuim, relatief verzuim, vrijstellingen, halt-verwijzingen, processenverbaal en deurbezoeken. 2.1 Algemene kerngetallen

De cijfers in dit jaarverslag laten dan ook alleen het gemelde verzuim zien. Na gemeld verzuim begeleidt de leerplichtambtenaar het kind of de jongere met als doel om aanwezigheid op school te bevorderen. De leerplichtambtenaar doet dit door onder andere in gesprek te gaan met ouders/verzorgers, het kind of de jongere zelf en de verschillende ketenpartners, zoals de school.

2.1.1 Inzicht in de leerling populatie Bij de kerngetallen gaat het om alle leerplichtige kinderen en jongeren tot 23 jaar woonachtig in Amsterdam, zonder startkwalificatie. Dat waren er 112.729 in dit schooljaar. Dit betekent ten opzichte van het schooljaar 2021-2022 een stijging van ruim 626 leerlingen en studenten. Leerlingen en studenten die in Amsterdam onderwijs volgen, maar in een andere gemeente wonen, vallen onder de Leerplicht van hun eigen woonplaats. Amsterdamse kinderen en jongeren, die buiten Amsterdam naar school gaan, zijn dus wel meegenomen in deze kerngetallen. Scholen zijn wettelijk verplicht en verantwoordelijk voor het melden van ongeoorloofd verzuim aan Leerplicht.

Veruit de meeste kinderen worden niet bij Leerplicht gemeld. Dit betekent dat ze normaal naar school gaan en werken aan hun toekomst. In dit hoofdstuk hebben we het over leerplichtigen en bovenleerplichtigen. Leerplichtigen zijn kinderen in de leeftijd van 5 tot 16 jaar en jongeren in de leeftijd van 16 tot 18 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. Zij hebben een kwalificatieplicht. Bovenleerplichtigen zijn jongeren van 18 tot 23 jaar zonder startkwalificatie.

Figuur 1: Leerlingpopulatie schooljaar 2022-2023

112.729

In het schooljaar 2022-2023 waren er 103.182 kinderen en jongeren leerplichtig. Hiervan is 4,7% (4.896) in begeleiding geweest bij Leerplicht (zie tabel 1). Ten opzichte van het schooljaar 2021-2022 (4,6%) is dit een stijging van 0,1% (zie tabel 2). Gelet op de stijging van het aantal leerlingen in schooljaar 2022-2023 betekent dit dat het aantal leerplichtigen in begeleiding bij Leerplicht stabiel is gebleven.

Op peildatum 1 oktober 2022

9.547

0

103.182

20.000

40.000

60.000

80.000

Bovenleerplichtig

In het schooljaar 2022-2023 waren er 9.547 jongeren bovenleerplichtig. Hiervan is 38,8% (3.707) (zie tabel 1) bij Leerplicht in begeleiding geweest. Ten opzichte van het schooljaar 2021-2022 (48,7%) is dit een daling van 9,9% (zie tabel 2).

100.000 120.000

Leerplichtig

7

Tabel 1: Aantal leerplichtige en bovenleerplichtige Amsterdamse kinderen en jongeren die in begeleiding zijn geweest bij Leerplicht

Leerplichtig Bovenleerplichtig Totaal

Doelgroep

Begeleiding in aantallen

Begeleiding in percentage

103.182

4.894

4,7%

9.547

3.707

38,8%

112.729

8.603

7,6%

Tabel 2: Ontwikkeling aandeel leerplichtige en bovenleerplichtige Amsterdamse jeugdigen in begeleiding 2018-2019

2019-2020

2020-2021

2021-2022

2022-2023

Leerplichtig

4,8%

3,9%

3,7%

4,6%

4,7%

Bovenleerplichtig

50,5%

41,5%

44,4%

48,7%

38,8%

Aandeel

10,7%

8,4%

7,6%

8,5%

7,6%

2.1.2 Begeleidingsresultaat naar school Uit het begeleidingsresultaat blijkt dat Leerplicht alle kinderen en jongeren die leerplichtig en bovenleerplichtig zijn, in beeld heeft. Het resultaat van de begeleiding zou moeten zijn dat het verzuim stopt en de kinderen weer naar school gaan. Waar nodig zet Leerplicht daarvoor andere of aanvullende begeleiding in. Van de leerplichtige kinderen en jongeren die bij Leerplicht in begeleiding zijn geweest vanwege verzuim gaat 74,7% (3.657) een jaar na begeleiding naar school. Leerplicht heeft 4,2% (204) van deze jongeren overgedragen aan het Jongerenpunt. Het Jongerenpunt is een onderdeel van de gemeente Amsterdam en begeleidt jongeren die voortijdig uitvallen naar werk, naar een andere opleiding of naar een passende dagbesteding. 1,6% (78) van de leerplichtige jongeren heeft een startkwalificatie behaald en behoort niet meer tot de doelgroep van Leerplicht. Het aantal leerplichtige kinderen

en jongeren die niet meer onder de doelgroep vielen - omdat ze in de tussentijd waren uitgeschreven uit de Amsterdamse gemeentelijke basisadministratie - bedroeg 2,3% (2.365) van het totaal aantal leer­ plichtige kinderen en jongeren (103.182). Van de bovenleerplichtige jongeren die bij Leerplicht in behandeling zijn geweest vanwege verzuim gaat 38,1% (1411) 1 jaar na de begeleiding naar school. Leerplicht droeg hierbij 36,3% (1.344) van de jongeren die in behandeling zijn geweest over aan het Jongerenpunt. 5,5% (203) van de bovenleerplichtige jongeren heeft een startkwalificatie behaald en behoort niet meer tot de doelgroep van Leerplicht. Het aantal leerplichtige kinderen en jongeren dat niet meer onder de doelgroep viel - omdat ze in de tussentijd waren uitgeschreven uit de Amsterdamse gemeentelijke basisadministratie - bedroeg 9,6% (920) van het totaal aantal bovenleerplichtige jongeren (9.547).

Tabel 3: Begeleidingsresultaat op 1 oktober 2023 van de leerplichtigen en bovenleerplichtigen, uitgesplitst naar leerplichtstatus Startkwalificatie

Schoolgaand

Vrijstelling

Niet schoolgaand

Jongerenpunt

Leerplichtig

78

1,6%

3.657 74,7%

26

0,5%

322

6,6%

204

4,2%

609

12,4% 4.896 100%

Bovenleerplichtig

203

5,5%

1.411 38,1%

0

0,0%

168

4,5% 1.344 36,3%

581

15,7% 3.707 100%

Totaal

281

3,3%

5.068 58,9%

26

0,3%

490

5,7% 1.548 18,0% 1.190 13,8% 8.603 100%

* De percentages geven weer hoeveel kinderen en jongeren naar school zijn begeleid

8

Geen doelgroep

Jeugdigen

Het verhaal van Othalia Sordam, ervaringsdeskundige

“Na mijn afstuderen? Misschien wel een baan bij de gemeente Amsterdam.”

Othalia kan makkelijk leren. Ze is leergierig. Op de basisschool doet ze het erg goed. Ondanks haar havo/vwo-advies gaat ze naar het vmbo. En ook daar leert ze gemakkelijk. Er breekt een periode aan dat het haar veel moeite kost om op tijd op school te komen. En dat blijft bij leerplicht niet onopgemerkt. Tijdens de gesprekken die ze daar voert, valt haar vooral de persoonlijke benadering op. De oprechte belangstelling in haar als persoon. Dat heeft haar uiteindelijk bij de les gehouden, denkt ze. Othalia vertelt:

boven mijn niveau, wat misschien niet erg goed was voor mijn motivatie. Soms dacht ik te makkelijk dat ik het allemaal al wel wist, als ik toch al aan de late kant was. Tja, dat dacht ik toen. Maar daar beslis jij als leerling natuurlijk niet over. Je bent leerplichtig.”

Oproep leerplicht “Dat te laat komen werd dus geregistreerd, en op een moment gebeurde dat zo vaak dat ik een eerste oproep voor het spreekuur thuiskreeg. Aan mij gericht, maar mijn moeder zag natuurlijk die brief met drie rode kruizen op de mat liggen en maakte hem open. Daar was ze totaal niet blij mee. Mijn ouders zijn heel streng op naar school gaan, en op schoolprestaties. Ik ging dus naar het spreekuur. Wat ik toen niet wist, was dat mijn moeder al contact had opgenomen met de leerplichtambtenaar. “Maak haar maar flink bang!” Zoiets heeft ze vermoedelijk gezegd. Ikzelf had niet zo’n beeld bij wat ik van leerplicht kon verwachten. Een hele strenge instantie dacht ik. Iets waar je terecht komt als je niet meer te redden bent.”

Drie gesprekken “Ik denk dat ik alles bij elkaar drie gesprekken bij leerplicht heb gevoerd tijdens mijn schoolperiode.

“De Leerplichtambtenaar voerde het gesprek op een goede manier. Dat is ergens wel binnen gekomen bij mij. Het heeft me aan het denken gezet.”

“Al op de basisschool wist ik dat ik rechten wilde gaan studeren. Ik was toen al dol op lezen, dus las ik alles wat ik maar kon vinden. Ook de juridische studieboeken van mijn broer, die bijna tien jaar ouder is dan ik. En dat vond ik interessant! Toen ik met leerplicht in aanraking kwam, werd vooral gevraagd naar mijn toekomstverwachtingen, naar wat ik voor mezelf voor ogen had. Jurist dus, al zat ik toen nog op het vmbo.”

Het verwonderde me dat de toon van de gesprekken totaal niet intimiderend was. Er was heel veel aandacht voor mijn persoonlijke situatie. In stilte dacht ik: ik ben nu bij een instantie die over mij kan beslissen. Dat maakt dat je bijzonder eerlijk zo’n gesprek ingaat. Er werden vragen gesteld die ik totaal niet verwachtte: Wie ben jij nu eigenlijk precies als mens? En hoe zie je dat voor je? Er werd me voorgehouden dat ik, in het echte leven, bij een baas ook niet zomaar te laat kon komen. Ik kreeg positieve feedback van de leerplichtambtenaar. Hij voerde het gesprek op een goede manier. Dat is ergens wel binnen gekomen bij mij. Het heeft me aan het denken gezet.”

Moeite met op tijd komen “Zonder mijzelf te willen vrijpleiten: het kwam misschien ook een beetje door de thuissituatie. Mijn moeder is chronisch ziek, wij waren thuis altijd gewend om daar rekening mee te houden en gewend om soms wat extra’s te doen thuis. Ik was daardoor al vroeg erg zelfstandig. Daarnaast presteerde ik op het voortgezet onderwijs flink

“Het verwonderde me dat de toon van de gesprekken totaal niet intimiderend was. Er was heel veel aandacht voor mijn persoonlijke situatie.”

Stage leerplicht “Niets dan goeds over de leerplichtambtenaren, die bij leerplicht op mijn pad kwamen. Bij ons laatste gesprek vertelde de leerplichtambtenaar dat ik hem

10

altijd mocht bellen, als dat nog eens nodig zou zijn. Meende hij dat? Of zeggen alle leerplichtambtenaren dat standaard? Ik was nog te jong om die inschatting te maken. Maar toen ik eenmaal op een juridische vervolgopleiding op het mbo zat, had ik een stageplek nodig en trok de stoute schoenen aan. Ik heb gesolliciteerd bij Leerplicht. Ik was daarmee de eerste mbo student die bij leerplicht stage mocht lopen. Ik voelde me vereerd. Maar zij zagen iets in mij. Ze zorgden dat ik met de juiste mensen kon meekijken en meewerken. Er werd mij het gevoel gegeven dat ik er toe deed. Het was een geweldige ervaring. Die periode heeft voor mij echt het verschil gemaakt.”

“Ik was daarmee de eerste mbo student die bij leerplicht stage mocht lopen. Ik voelde me vereerd. Maar zij zagen iets in mij.”

Blik naar de toekomst “Omdat ik op het mbo goede cijfers haalde, mocht ik meedoen aan een uitwisseling met In Holland, waarbij je op hbo-niveau studiepunten kon verdienen. Dat doorliep ik allemaal. Vervolgens maakte ik de stap naar de universiteit. Ik startte met de opleiding Notarieel recht aan de Radboud Universiteit, maar in verband met mijn leven in Amsterdam, maakte ik de switch naar de VU. Ik hoop over ongeveer anderhalf jaar af te studeren. Ik heb geluk gehad dat er op het juiste moment zulke goede mensen op mijn pad kwamen. Ik heb geluk gehad dat ik thuis gestimuleerd werd om het beste uit mijzelf te halen. Na mijn afstuderen? Misschien wel een baan bij de gemeente Amsterdam. Ik heb er goede herinneringen aan.”

11

2.2 Thuiszitters

Figuur 2: Aantal thuiszitters

In deze paragraaf beschrijven we de ontwikkelingen en resultaten rondom thuiszitters.

222

Een thuiszitter is een leerplichtige jongere tot 18 jaar die vier weken of langer geoorloofd (langdurig ziek) of ongeoorloofd niet naar school gaat.

In schooljaar 2022-2023

Landelijk wordt een thuiszitter gedefinieerd als een leerling die ingeschreven staat op school, maar langer dan 4 weken thuiszit. Daarnaast is er een kleine groep leerlingen die zonder schoolinschrijving thuiszit. Deze groep behoort ook tot de Amsterdamse definitie van thuiszitters. De leerplichtambtenaar heeft de mogelijkheid om voor de meest zorgelijke casussen maatwerk te leveren. Het gaat dan om situaties waarin leerlingen niet (volledig) kunnen deelnemen aan regulier of speciaal onderwijs. Op die manier waarborgen we samen met het onderwijs en ketenpartners het leer- en ontwikkelrecht van alle thuiszitters.

Ook is de afgelopen jaren een duidelijke verschuiving in de verdeling van het aantal thuiszitters op basis van leeftijd te zien. Het aantal thuiszitters in de PO leeftijd (5 t/m 11 jaar) is toegenomen van 28 (12%) in het schooljaar 2018-2019 naar 64 (29%) in 2022-2023. Enerzijds komt dit doordat deze kinderen door de nog nauwere samenwerking tussen onderwijs en leerplicht beter in beeld zijn gekomen. Anderzijds komt dit doordat de ondersteuningsbehoefte van deze kinderen is toegenomen. Dit laatste is ook terug te zien bij een verdere afname aan jeugdhulpverlening.

In het schooljaar 2022-2023 zijn er 222 thuiszitters geregistreerd. In tabel 4 is te zien dat in het schooljaar 2022-2023 in totaal 79 kinderen en jongeren korter dan 3 maanden hebben thuisgezeten. 143 kinderen en jongeren hebben langer dan 3 maanden thuisgezeten. In het schooljaar 2022-2023 is het aantal thuiszitters toegenomen met 73 (48,9%) ten opzichte van het schooljaar 2021-2022. Ook landelijk neemt het aantal thuiszitters toe, al is een vergelijking met landelijke cijfers moeilijk te maken. Dit komt omdat het ministerie van OCW een andere definitie van een thuiszitter hanteert dan de G4. Ook zijn er landelijk geen exacte cijfers bekend over de oorzaken van het thuiszitten. De achterliggende redenen van het thuiszitten zijn vaak meervoudig en complex en hierdoor moeilijk in cijfers te vatten.

Bij de aanpak van het terugdringen van thuiszitters heeft Leerplicht de afgelopen twee jaar de focus gelegd op nauwkeurige registratie en versterking van toezicht. Samen met de Samenwerkingsverbanden PO en VO doorloopt Leerplicht alle casussen. Beide partijen lopen daarbij ook elkaars registratie door, om ervoor te zorgen dat beide partijen dezelfde kinderen en jongeren in beeld hebben. Door deze werkwijze zijn nu alle thuiszitters in beeld. Deze interventie heeft ertoe geleid dat het aantal thuiszitters bekend bij Leerplicht en de Samenwerkingsverbanden is toegenomen. Leerplicht zet zich samen met de ketenpartners in op het verder terugdringen van thuiszitters. Hierbij zetten we verschillende interventies in, zoals het overbruggen naar een speciale klas. De Amsterdamse school is hier een voorbeeld van: dit is een speciale klas voor kinderen tussen 5 en 7 jaar oud die een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) hebben binnen het reguliere onderwijs. Dit voorkomt dat de kinderen thuis komen te zitten vanwege gebrek aan beschikbare plaatsen. Dit initiatief is er gekomen om de lange wachtlijsten binnen de hulpverlening en het passend onderwijs op te vangen

Voor de toename van het aantal thuiszitters zijn verschillende verklaringen denkbaar. Leerplichtambtenaren constateren in de casuïstiek dat een deel van deze kinderen en jongeren problemen ervaren zoals armoede, schulden of een instabiele thuissituatie. Voor deze kinderen en jongeren is naar school gaan hierdoor minder vanzelfsprekend. Daarnaast geven scholen aan dat hun leerlingen en studenten na de coronacrisis moeite hebben om goed te functioneren in een normale klassikale setting. Leerlingen en studenten ervaren ook meer psychische klachten en de behoefte van scholen om meer passend onderwijs te organiseren neemt toe. Hierdoor wordt er vaker een beroep gedaan op het speciaal onderwijs en de (psychische) hulpverlening, waar lange wachtlijsten voor bestaan. Het aantal thuiszitters is, mede hierdoor, toegenomen.

Daarnaast wordt het leerplichtregistratiesysteem ERISA momenteel doorontwikkeld met als doel leerlingen met een risico op thuiszitten eerder in beeld te brengen. Wanneer het verzuim zover oploopt dat er bijna sprake is van thuiszitten gaat er een extra melding naar de betrokken leerplichtambtenaar.

12

Tabel 4: Ontwikkeling aantal leerplichtige thuiszitters Duur

2018-2019

2019-2020

2020-2021

2021-2022

2022-2023

28-84 dagen

88

59

53

55

79

Meer dan 84 dagen

140

136

76

94

143

Totaal

228

195

129

149

222

Tabel 5: Ontwikkeling aantal leerplichtige thuiszitters naar bestaand (leerlingen die in het vorig schooljaar als thuiszitters zijn geregistreerd) en nieuw (leerlingen die dit schooljaar nieuw als thuiszitters geregistreerd zijn) Aanleiding

2018-2019

2019-2020

2020-2021

2021-2022

2022-2023

Bestaand

33

43

37

37

63

Nieuw

195

152

92

112

159

Totaal

228

195

129

149

222

13

Het verhaal van Faisel Ahmadali, projectondersteuner Samenwerkingsverband

“Ik wil graag zien dat de kinderen die ik help, weer trots op zichzelf worden!” 14

“Bij het samenwerkings­verband heb ik de laatste jaren vooral kinderen en gezinnen met complexe problematiek begeleid. Hieronder veel langdurig thuiszitters.”

“Ik wist al rond mijn 12e dat ik het onderwijs in wilde gaan. Dat heeft vermoedelijk te maken met mijn jeugd, waar ik vandaan kom: uit een middenstandsgezin in Suriname. We hadden het thuis niet slecht, maar we werden omringd door buurten waar veel achterstandsgezinnen woonden. Als kind was ik altijd op straat. Vrijwel niemand heeft meer gespijbeld in zijn leven dan ik, echt waar. Ik speelde met de jongens uit de andere buurten. We voetbalden. Zo jong als ik was, zag ik op straat al enorme verschillen. Die kwetsbare groepen zijn me mijn hele leven blijven triggeren. Zo is het dus gelopen.”

problematiek begeleid. Hieronder veel langdurig thuiszitters. Ik ken het onderwijs en hulpverleningsland intussen erg goed, en weet dat bij langdurig schoolverzuim vaak iets anders nodig is dan alleen sancties. De protocollen die er zijn, creëren deels ook problemen, en zo blijf je dweilen met de kraan open. Ik heb me mijn hele werkzame leven verbaasd over het feit dat er zo weinig werd ingezet op verzuimpreventie. We blijken heel slecht in staat om buiten kaders te handelen al proberen we wel op die manier te denken. Maar het een met het ander verbinden lijkt vervolgens een brug te ver.”

Dit vak vereist levenservaring “En dat wordt op het hoogste niveau weleens vergeten. Ik zie soms dat net afgestudeerde collega’s naar zware casussen worden gestuurd. Dat vertaalt zich in ziekte en verzuim, en vervolgens in veel wisselingen onder hulpverleners. Dat is voor een gezin of een kind met een hulpvraag rampzalig. Zij hebben behoefte aan dat vertrouwde gezicht dat ze bij de hand neemt. Alleen met vertrouwen bereik je iets in dit vak. Valt dat weg, dan raakt een gezin in veel gevallen uit beeld en stapelen problemen zich alleen maar verder op. Op die manier worden deels nieuwe problemen gecreëerd door het systeem zelf. Leerplicht verschuilt zich soms te veel achter proto­ collen, wat mij betreft. En dat kost tijd die je niet kunt verliezen. Bij iedere casus waar een dreigend uit­valler in het spel is, moet je razendsnel handelen. Iedere dag die je verliest, maakt dat een kind verder kan afglijden.”

Van gemeente naar Samenwerkingsverband “Ik ging op een moment bij de gemeente Amsterdam werken en had er verschillende functies. Ik werd vervolgens leerplichtambtenaar. Daar heb ik ongelofelijk veel kennis en ervaring opgedaan die me later in mijn werk voor het Samenwerkingsverband enorm hebben geholpen. Ik was altijd een zeer kritische leerplichtambtenaar. Protocollen waren niet heilig voor mij, ik keek altijd naar wat er werkelijk aan de hand was en handelde vervolgens zoals ik dacht dat het goed was. Ik vond het nodig om spreekuren op school te hebben dus organiseerde ik dat. Dat leverde me destijds een berisping op van mijn eigen organisatie, want dat kon niet. Vandaag de dag doen we niet anders. Op school ben je immers dicht bij de mensen voor wie je het allemaal doet. In 2008 heb ik de overstap gemaakt naar het Samenwerkings­ verband, op verzoek van toenmalig directeur Frits Otto, die wel wat in mijn aanpak zag.”

Jij past hier niet “Dat zeggen we als samenleving naar mijn smaak veel te vaak tegen een kind. Kinderen met bepaalde gedragsproblemen krijgen dat meer dan eens te horen. Er is geen school die ze wil opnemen. Omdat ze er niet passen. En wat blijkt dus? Een kind moet in ons systeem passen, terwijl het in mijn beleving juist andersom hoort te zijn: we moeten het systeem aanpassen aan een kind met een specifieke hulpvraag! In mijn hele carrière heb ik veel programma’s tegen schooluitval voorbij zien komen. Ze mislukken meer dan eens bij gebrek aan consensus van onderop. Daar wordt vaak niet over nagedacht door de mensen die deze projecten bedenken.”

Buiten kaders denken en handelen “Bij het Samenwerkingsverband heb ik de laatste jaren vooral kinderen en gezinnen met complexe

15

Ik wens mijn collega’s die dit mooie vak nog een tijd zullen vervullen, veel praktische wijsheid toe. Wijsheid om oplossingen te forceren. Om een kind toe te leiden naar een plek waar het zich kan ontwikkelen. Dat kan een school zijn, maar ook een heel andere plek. Kijk kritisch als professional naar wat er schort aan het systeem zoals we dat nu met elkaar hebben ingericht. Durf onconventionele beslissingen te nemen. En boven alles: zorg ervoor dat je zo weinig mogelijk achter je bureau bent. Ben daar, waar je het hardst nodig bent. Dicht bij de mensen.

“We blijken heel slecht in staat om buiten kaders te handelen al proberen we wel op die manier te denken. Maar het een met het ander verbinden lijkt vervolgens een brug te ver.” Hier haal ik voldoening uit “Een kind, een gezin verder helpen, daar ligt mijn passie. De bevestiging dat de manier waarop ik dingen aanpak, werkt. Ik hoor vaak: “Meneer Faisel, u ben de enige die hier zit en naar ons luistert. Die niet zegt wat ik moet doen. En die ook niet zegt dat u over een uur weer naar een volgende afspraak moet.” In iedere casus die op mijn pad kwam, stak ik de tijd om precies te weten te komen wat er aan de hand was. Oprechte interesse in een kind, in een gezin werkt. Mensen weten meteen dat jij het beste met hen voorhebt. En dat heeft gemaakt dat ik altijd voor vrijwel ieder probleem een oplossing heb weten te vinden. Vrijwel altijd bracht ik het tot een goed einde. Daarbij hield ik me vaak zo min mogelijk aan regels en instituties, als ik dat nodig vond. Een keer is het me niet gelukt. Ach, trots is misschien een verkeerd woord. Ik wil graag zien dat de kinderen die ik help, weer trots op zichzelf worden!”

“Alleen met vertrouwen bereik je iets in dit vak. Valt dat weg, dan raakt een gezin in veel gevallen uit beeld en stapelen problemen zich alleen maar verder op.”

Dit ga ik straks zeggen bij mijn afscheid “Ik heb de speech al een beetje in mijn hoofd: Wat moet je doen als samenleving, als een kind niet in een hokje past Maar het wel recht heeft op onderwijs, in welke vorm dan ook Dan komt leerplicht in beeld Uw kind zit thuis, dat mag niet Maar op geen enkele school past deze leerling Op die manier ontnemen we een kind het recht om zijn leerplicht te kunnen vervullen Het kind wil best wel, zijn ouders ook, maar hoe Zo belanden ze in een hele ambtelijke molen, buiten hun schuld.

Dit gesprek vond plaats op de dag dat Faisel met pensioen ging, vlak voor zijn afscheidsfeest. Hij gaat vanaf nu vooral genieten van de mooie dingen die het leven te bieden heeft. Reizen in de Cariben, en in Azië bijvoorbeeld. Veel van de wereld zien nu zijn gezondheid dat nog allemaal toelaat. Geregeld zal hij daarbij Suriname aandoen, het land waar hij zijn roots heeft liggen. En vooruit, af en toe is er dan best nog plek om de handen uit de mouwen te steken. Bij een project voor schoolverlaters bijvoorbeeld. We wensen Faisel een mooie toekomst!

16

2.3 Absoluut verzuim

Figuur 3: Aantal absoluut verzuimers

In deze paragraaf beschrijven we de ontwikkelingen en resultaten rondom absoluut verzuim.

1%

Er is sprake van absoluut verzuim als leer- of kwalificatie­plichtige kinderen of jongeren niet op school staan ingeschreven, zonder dat daarvoor op grond van de Leerplichtwet een vrijstelling voor is afgegeven. Scholen zijn op grond van artikel 18 van de Leerplichtwet verplicht om in- en uitschrijvingen te melden.

In schooljaar 2022-2023

In het schooljaar 2022-2023 was bij 1.077 leerplichtige kinderen en jongeren sprake van absoluut verzuim. In het schooljaar 2021-2022 ging het om 900 kinderen en jongeren. Deze stijging is onder andere toe te schrijven aan de komst van nieuwkomers. Onder die nieuwkomers bevinden zich veel kinderen en jongeren. Zij hebben recht op onderwijs. Het aandeel absoluut verzuim onder nieuwkomers was op peildatum 1 oktober 2023 40% (426). Dit is een momentopname. Het werkelijke aantal verandert continu door onder meer:

Wanneer er sprake is van absoluut verzuim zoekt de leerplichtambtenaar uit waarom dit kind of deze jongere (nog) geen schoolinschrijving heeft. Een registratie van absoluut verzuim kan verschillende redenen hebben. Een kind of jongere: n n

n n

n

n

Is net 5 jaar geworden, en daarmee leerplichtig, maar de schoolinschrijving is nog niet definitief. Is recent naar Amsterdam verhuisd vanuit een andere gemeente en staat nog niet ingeschreven op een school in Amsterdam, maar is wel al uitgeschreven door de school uit de andere gemeente. Is een nieuwkomer/statushouder en kortgeleden in Amsterdam komen wonen. Is in afwachting van een (nieuwe) vrijstelling en staat om die reden niet ingeschreven op een school. Maakt de overstap naar een andere onderwijs­ sector (po-vo, vo-mbo, overstap naar so). De vertrekkende school heeft al uitgeschreven, terwijl er nog geen nieuwe inschrijving is. Is in afwachting van een passend onderwijsaanbod.

n n

n

De doorlopende toestroom van nieuwkomers. Door kinderen die een schoolinschrijving kregen en dus niet meer als absoluut verzuimers geregistreerd staan. Door kinderen en ouders die de gemeente verlieten, maar nog ingeschreven staan in de gemeentelijke basisadministratie.

Om voor alle nieuwkomers een plek in het onderwijs te garanderen, zijn er meer plekken in nieuwkomersklassen gerealiseerd. De goede samenwerking tussen de ketenpartners zoals opvangcentra, schoolbesturen, samenwerkingsverbanden en Leerplicht heeft geholpen om de nieuwkomers sneller te plaatsen.

2.3.1 Cijfers absoluut verzuim In het schooljaar 2022-2023 was het streven dat het aantal meldingen van leerplichtige kinderen en jongeren vanwege absoluut verzuim tot een maximum van 1% beperkt zou blijven. Dit is in het schooljaar 2022-2023 uitgekomen op 1,0%. De streefwaarde is daarmee behaald. Ten opzichte van het schooljaar 2021-2022 is er een stijging van 0,1% te zien.

De stijging is ook toe te schrijven aan een personeelstekort binnen Leerplicht. Hierdoor hebben sommige absoluut verzuim dossiers vertraging opgelopen. Inmiddels is er binnen Leerplicht extra inzet gerealiseerd onder ander door middel van externe inhuur. We hopen daarmee deze dossiers alsnog zo spoedig mogelijk op te pakken.

Tabel 6: Ontwikkeling van het aantal en aandeel absoluut verzuimers Verzuimduur

2018-2019

2019-2020

2020-2021

2021-2022

2022-2023

Aantal absoluut verzuimers

896

554

520

900

1.077

Aandeel verzuimers

0,9%

0,5%

0,5%

0,9%

1,0%

17

Het verhaal van Marlies Oonk en Pascal Riet, directie basisschool Pro Rege

“We zien veel goede wil bij onze samenwerkingspartners.”

Sinds 2020 vormen Marlies en Pascal samen de tweekoppige directie van basisschool Pro Rege in Amsterdam Nieuw West. Daarvoor stonden zij zelf jarenlang voor de klas, voor verschillende groepen. Dat doen zij nog steeds wel af en toe, wanneer er een vaste leerkracht uitvalt. Op de locatie Hemsterhuis wordt les gegeven aan zo’n 560 leerlingen. Op locatie Noorderhof zijn dat er ongeveer 110. De school heeft de basis goed op orde, ook als het gaat om verzuim. Daarbij is onvoorwaardelijk vertrouwen van alle ketenpartners die bij verzuim betrokken zijn, onontbeerlijk.

kan missen. Vraagt een ouder meer dan tien dagen verlof voor zijn kind, dan overleggen wij met leerplicht.”

Vaste leerplichtambtenaar Pascal: “Ja, wij hebben ook een vaste contactpersoon voor onze school. Aan het begin van het schooljaar voeren wij meestal een startgesprek – dan weten we wat we van elkaar kunnen verwachten. Soms maken we met de leerplichtambtenaar afspraken over op-tijd-kom acties bij ons op school. We overleggen bij veelvuldig verzuim. Ook als een kind langdurig ziek is, overleggen we met leerplicht en kijken we wat we in een individueel geval kunnen betekenen. De leerplichtambtenaar schuift vaak aan bij onze zorg overleggen.”

Een ongewenste ontwikkeling Marlies: “De wachtlijsten bij jeugdzorg zijn een grote bedreiging voor de ontwikkeling van veel van onze kinderen! Een kind dat extra zorg en aandacht nodig heeft, kan dat niet altijd op het juiste moment krijgen. En daar kunnen medeleerlingen in een klas veel last van hebben. We proberen dat als school zo goed mogelijk op te vangen, met alle middelen die we in huis hebben. Maar soms is een kind niet te hand­ haven in zo’n situatie. Het is een zware beslissing om zo’n kind te schorsen en te zoeken naar alternatieven. We doen het niet graag. Het gebeurt dan ook zelden – en als het gebeurt, dan is dat altijd in overleg met onze ketenpartners. Met leerplicht bijvoorbeeld.” Pascal: “Soms kan zoiets leiden tot langdurig thuiszitten, en dat is wel het laatste wat je wilt. Het is voor een kind – in welke situatie dan ook – niet goed om thuis te zitten. Het is ook niet goed voor de ontwikkeling – een kind mist in zo’n geval het contact met leeftijdsgenootjes. Ik denk dat we de extra aandacht voor de kinderen die dat nodig hebben, goed georganiseerd hebben hier op school. Soms nemen we ook kinderen op die op hun vorige school niet te handhaven waren. En ook deze kinderen kunnen we vaak iets bieden.”

Onze rol bij schoolverzuim Marlies: “Als directie zijn wij verantwoordelijk voor het bijhouden van verzuim van leerlingen. Verzuim begint altijd met de inschatting of dit geoorloofd is of niet. Pas als het niet lukt om contact met ouders of leerling te krijgen om het hier over te hebben, schakelen wij leerplicht in. Soms benaderen ouders ons rechtstreeks om extra verlof te vragen voor een kind. Dat kan heel uiteenlopende redenen hebben. Onder de tien dagen bepalen wij dat als school zelf. We kijken dan vooral of een leerling de lessen wel

Een betrouwbare zorgketen Marlies: “Ook dat is van invloed op de ontwikkeling van een kind. Als school moeten wij op onze keten­ partners aankunnen. We zien veel goede wil bij onze samenwerkingspartners. Maar soms is het eenvoudig­weg allemaal te veel. We zien overbelaste mede­werkers. We zien soms dat belangrijke signalen daardoor niet adequaat worden opgepakt. Mensen van het OKT kunnen een grote rol spelen bij het voorkomen van erger bij schoolverzuim. Die functie zou vast aan de buurt en de school verbonden moeten zijn, denken we. Misschien zou een vaste ouder- en kind adviseur wel in dienst van het schoolbestuur moeten zijn.”

“De wachtlijsten bij jeugdzorg zijn een grote bedreiging voor de ontwikkeling van veel van onze kinderen. Een kind dat extra zorg en aandacht nodig heeft, kan dat niet altijd op het juiste moment krijgen.”

19

hyperdivers. De omgeving is dat ook, je ziet het terug in de ruimtelijke ordening van dit stadsdeel. Je kunt het over afkomst hebben, maar wij zien dat dit hier op school helemaal niet speelt. Sociaal economische status telt. En dat vergt een andere benadering.” Pascal: “Eenduidigheid in regelgeving! Wat te doen met verzuim op regenboog vrijdag? Van verschillende leerplichtmensen kregen we in het verleden soms verschillende adviezen. Bij grote issues wordt van ons als school veel gevraagd. Anticipeer daar dan op als gemeente of als rijk! Bepaalde onderwerpen niet behandelen omdat het heikel is? Dat doen wij als school niet. Jonge kinderen moeten worden opgevoed tot volwaardige burgers. Daar hoort brede kennis bij over de grondbeginselen zoals ze in onze wet staan. Wat steun daarbij kunnen we als school goed gebruiken.” Marlies: “Misschien is het wel een kwestie van duidelijk rollen afbakenen. We werken goed samen met leerplicht, maar wat is precies de rol van de leerplichtambtenaar en waar ligt precies zijn bevoegdheid? Duidelijke taakafbakening kan laten zien waar iedereen van is. Dan is dat voor iedereen maar duidelijk!”

“We zien het op veel manieren terug in gedrag van ouders en kinderen. Door langdurig onderwijs op afstand nemen mensen het minder nauw met de schooltijden. Op tijd komen lijkt weinig prioriteit te hebben.”

Naweeën van corona Pascal: “We zien het op veel manieren terug in gedrag van ouders en kinderen. Door langdurig onderwijs op afstand nemen mensen het minder nauw met de schooltijden. Op tijd komen lijkt weinig prioriteit te hebben. Mensen leefden een tijd lang in isolatie, en zijn mede daardoor veel individua­ listischer gaan denken, zien wij. Er wordt minder rekening met anderen gehouden. Deels een maatschappelijk probleem denk ik. Hier op school zien we dat terug!” Marlies: “Veel kinderen hebben tijdens die coronaperiode daadwerkelijk een achterstand opgelopen. De jongste kinderen hier op school gingen niet naar de voorschool en dat is op veel manieren te merken. Sommigen hebben echt een achterstand opgelopen. En contact met anderen is juist zo cruciaal! Hier op school staat ontmoeting met anderen centraal, en tja, dat kon een tijd niet. Al begint het wel weer te komen. We staan – net als voor corona – weer bij de voordeur om ouders en kinderen te begroeten, een praatje te maken, even aandacht te hebben. Dat is belangrijk.”

“Misschien is het wel een kwestie van duidelijk rollen afbakenen. We werken goed samen met leerplicht, maar wat is precies de rol van de leerplicht­ambtenaar en waar ligt precies zijn bevoegdheid? Duidelijke taak­ afbakening kan laten zien waar iedereen van is. Dan is dat voor iedereen maar duidelijk!”

Heb vertrouwen in de school! Pascal: “De samenleving verwacht van ons als school dat we veel maatschappelijke problemen oplossen. Dat is iedere dag weer een uitdaging. We worden erop afgerekend. En dat leidt soms tot onaange­ kondigd bezoek van de inspectie. Dat levert vaak de nodige aanbevelingen op. Niet altijd aanbevelingen of adviezen waar we iets mee kunnen, waar we ons in herkennen. Een beetje meer vertrouwen in onze expertise zou wel mogen! Wij kennen onze kinderen als geen ander, we zien ze iedere dag, en weten als geen ander wat ze nodig hebben. Dat vertrouwen hebben wij nodig om ons werk goed te kunnen doen.”

Wat ons zou helpen Marlies: “Een andere kijk op de realiteit. Een frisse blik. Neem onze school. Onze leerling populatie is

20

Het verhaal van Evelien Mulder, teammanager Leerplicht

“Om een jongere op de rit te houden, is het nodig snel te kunnen schakelen.”

Evelien werkt al langere tijd voor de afdeling Onderwijs van de gemeente Amsterdam. Eerst als beleidsadviseur, maar sinds augustus 2020 als teammanager leerplicht in Amsterdam West. Door de jaren heen heeft zij het vak van leerplichtambtenaar zien veranderen. De stad veranderde. Inzet op preventie werd steeds belangrijker. Daarbij is samenwerking met alle partners in de stad cruciaal. We doen het samen. Evelien vertelt.

ambtenaar aan bij de belevingswereld van een jongere, maar heeft daarbij een vrijere rol. Jongeren­ werkers zijn niet gehinderd door wettelijke taken en kaders. Ze zijn er primair voor de jongere. Maar er loopt dus veel meer. En dat kan ik alleen maar toe­juichen. Alles is geoorloofd om zoveel mogelijk jongeren bij de les te houden!”

Tijd is een beperking “Ook in mijn team zitten veel betrokken leerplicht­ ambtenaren die gaan voor de persoonlijke en/of preventieve benadering. Zij kunnen veel voor een kind of jongere betekenen. Maar omdat er een veelheid aan taken wacht, en de bezetting de afgelopen jaren niet altijd goed was, lukt het niet altijd om de persoonlijk aandacht te geven die je zou willen geven. Voor veel bevlogen collega’s is dat jammer. Ze zouden zo graag dat beetje extra willen doen, als ze merken dat ze daarmee het verschil kunnen maken. Binnen de afdeling leerplicht hebben we hier oog voor. We proberen tijdig nieuwe mensen in te werken, we zetten in op kwaliteit. Maar al ons werk moet wel gedaan worden. Meer tijd voor dienst­ verlening aan jongeren en scholen zou mooi zijn. De grootste uitdaging is goede mensen vinden!”

“Leerplichtteam West heeft haar thuisbasis op het Bos en Lommerplein. Ons team bedient Amsterdam West, Nieuw-West en het havengebied. In de coronaperiode was alles anders. Na die periode van vooral digitaal werken, was het voor iedereen omschakelen naar het nieuwe normaal. En dat zien wij ook terug in Amsterdam West. Scholen hebben een grote behoefte aan fysiek contact met leerplicht. Het heeft dan ook de voorkeur van de leerplichtambtenaar om fysiek op school aanwezig te zijn. Dat is belangrijk als je wilt inzetten op preventie voor uitval.”

“De leerplichtambtenaar is liefst ook enkele dagdelen fysiek aanwezig op scholen. Dat is belangrijk als je wilt inzetten op preventie voor uitval.”

Initiatieven op scholen Andere beroepsgroepen

“Op veel scholen doen we al langer preventieve spreekuren, maar nog niet overal. We zien dat dit zijn vruchten afwerpt en dat het bij vele jongeren ook bij preventie blijft! Op het Calandlyceum zijn we in 2023 gestart met preventieve gesprekken. De aanwezigheid van leerplicht in de school wordt door zowel jongeren, ouders als personeel heel prettig ervaren.”

“De afgelopen jaren hebben we bij leerplicht onder meer nieuwe mensen aangenomen die uit andere beroepsgroepen afkomstig zijn. Hulpverlening. Politie. Maatschappelijk werk. Verfrissend, want de aanwezigheid van deze mensen in onze teams brengt iets teweeg. Ze kijken anders. Het zorgt voor meer casuistiekbesprekingen. Die andere blik is een waarde­volle aanvulling. Maar ook deze nieuwe collega’s lopen tegen dilemma’s op als de werkdruk hoog is en het beschikbaar aantal handen beperkt. Focus van alle collega’s is en blijft het leveren van kwaliteit.”

Simpelweg er zijn, aanspreekbaar zijn, het gezicht in de school zijn, dat maakt de afstand klein en dat wordt enorm gewaardeerd. Een oud-collega van mij zei altijd: ‘Vissen van je op zee.’ Dat is me altijd bijgebleven en daarom vind ik aanwezigheid op scholen ook zo belangrijk. – Willem, leerplichtambtenaar

Het draait om communicatie “Jazeker! Om een jongere op de rit te houden, is het nodig je netwerk te kennen en snel te kunnen schakelen. We lopen vaak tegen complexe pro­ blemen aan. Het ouderwetse spijbelen zien we niet zo vaak meer. Verzuim is een veelkoppig monster en

“Op Marcanti zijn overigens ook jongerenwerkers op de school aanwezig. Dat blijkt behoorlijk succesvol – ook mede door de bijzondere rol die een jongerenwerker heeft. Hij of zij sluit net als de leerplicht­ 22

kan vele oorzaken hebben. We zien vaak dat er problemen op meerdere leefgebieden aan ten grondslag liggen. We kunnen dat onmogelijk in ons eentje oplossen. Daar hebben we al onze keten­ partners bij nodig. Er zijn de komende jaren nog genoeg uitdagingen om met elkaar op te pakken. Krijg maar eens grip op de werkelijke reden van verzuim. Zijn de lessen bijvoorbeeld wel aantrekkelijk genoeg en is dat wellicht de reden waarom jongeren afhaken? Of zijn er problemen op andere leef­gebieden waardoor de aanwezigheid op school wordt belemmerd? We zijn op de goede weg met elkaar, maar het kan altijd beter.”

“Simpelweg er zijn, aanspreek­ baar zijn, het gezicht in de school zijn, dat maakt de afstand klein en dat wordt enorm gewaardeerd. Een oud-collega van mij zei altijd: ‘Vissen vang je op zee.’ Dat is me altijd bijgebleven en daarom vind ik aanwezigheid op scholen ook zo belangrijk.”

23

2.4 Relatief verzuim

2.4.1 Cijfers relatief verzuim leerplichtigen In schooljaar 2022-2023 streefden we ernaar dat voor maximaal 3,5% van de leerplichtige kinderen en jongeren een relatief verzuimmelding zou worden gedaan. Dit is 3,2% (3.285). Zie tabel 7. De streefwaarde is daarmee behaald. Leerplicht zet in het schooljaar 2023-2024 in op het vernieuwen en implementeren van het werkproces rond relatief verzuim. Daarmee brengen we onze aanpak in lijn met de Methodisch aanpak schoolverzuim4. In het schooljaar 2022-2023 is er ingezet op preventieve spreekuren en het structureel voeren van start- en eindgesprekken met scholen en ketenpartners.

In deze paragraaf beschrijven we de ontwikkelingen en resultaten rondom relatief verzuim. Er is sprake van relatief verzuim als leer - of kwalificatieplichtige kinderen of jongeren ingeschreven staan op school, maar tijdens schooltijd verzuimen. Ook veelvuldig te laat komen rekenen we hiertoe. Scholen zijn op grond van artikel 21 van de Leerplichtwet verplicht om relatief verzuim te melden. Bij verzuim vanaf 16 uur in vier weken stelt de leerplichtambtenaar een onderzoek in. Daar hoort een gesprek met ouders/verzorgers en (vanaf 12 jaar) het kind en/of jongere bij. Uit het onderzoek moet blijken wat de oorzaak is. Samen met het kind en/of jongere, ouders/verzorgers, school en andere ketenpartners wordt een oplossing gezocht om het verzuim te stoppen. Doen ouders onvoldoende om het verzuim te stoppen, dan zijn zij wettelijk gezien verwijtbaar. Dit geldt ook voor een kind van twaalf jaar en ouder. De leerplichtambtenaar kan dan een proces-verbaal opmaken. Dit gebeurt in het uiterste geval met als doel om een doorbraak te bewerkstelligen. Het Openbaar Ministerie en de rechtbank beslissen over het opleggen van eventuele geldboetes, begeleiding door de jeugdreclassering of een taakstraf.

Het ongeoorloofd verzuim is toegenomen bij zowel leerplichtigen in het primair- als voorgezet onderwijs. Bij het primair onderwijs steeg het verzuim van 0,2% (92) kinderen en jongeren in schooljaar 2021-2022 naar 0,2% (128) kinderen en jongeren en bij het voorgezet onderwijs van 3,6% (1.378) naar 3,8% (1.474). Anderzijds zien wij dat het ongeoorloofd verzuim is afgenomen bij leerplichtigen in het speciaal onderwijs van 8,1% (206) naar 5,9% (150) en het middelbaar beroepsonderwijs van 33,3% (1.625) naar 31,8% (1.531). Zie tabel 7.

Figuur 4: Kinderen en jongeren in schooljaar 2021-2022

3,2% In schooljaar 2022-2023

Primair Onderwijs Speciaal Onderwijs Voortgezet Onderwijs Middelbaar Beroepsonderwijs Particulier Onderwijs 0

200

400

600

800

1.000

1.200

1.400

1.600

4 De methodisch aanpak schoolverzuim beschrijft in een stappenplan vier routes bij melding van ongeoorloofd verzuim: vrijwillige jeugdhulp, HALT-straf, dwang in civielrechtelijk of dwang in strafrechtelijk kader. Bij verzuim met achterliggende problematiek staat de inzet van jeugdhulp voorop.

24

Tabel 7: Percentage aantal leerplichtige leerlingen en studenten waarvoor een relatief verzuimmelding werd gedaan, per onderwijssoort Schoolsoort

2018-2019

2019-2020

2020-2021

2021-2022

2022-2023

Primair Onderwijs

0,2%

0,1%

0,2%

0,2%

0,2%

Speciaal Onderwijs

13,0%

7,9%

8,8%

8,1%

5,9%

Voortgezet Onderwijs

3,4%

3,1%

3,6%

3,6%

3,8%

Middelbaar Beroepsonderwijs

34,6%

28,5%

26,9%

33,3%

31,8%

Particulier Onderwijs

0,3%

0,1%

0,0%

0,0%

0,1%

Aandeel

3,3%

2,8%

3,0%

3,2%

3,2%

Tabel 8: Ontwikkeling aantal leerplichtige verzuimers met herhaalde begeleiding in afgelopen schooljaren naar schoolsoort Schoolsoort

2018-2019

2019-2020

2020-2021

2021-2022

2022-2023

Primair Onderwijs

7

3

10

9

15

Speciaal Onderwijs

159

76

104

102

51

Voortgezet Onderwijs

383

275

412

454

452

Middelbaar Beroepsonderwijs

840

619

600

757

769

1

1

0

0

0

Aantal herhaald

1.390

974

1.126

1.322

1.287

Aantal verzuimers

3.307

2.807

2.982

3.301

3.285

Aandeel herhaald

42,0%

34,7%

37,8%

40,0%

39,2%

Particulier Onderwijs

25

2.4.2 Cijfers relatief verzuim bovenleerplichtigen De naam van het RMC (Regionale Meld- en Coördinatie­functie Voortijdig Schoolverlaten (RMC) is per 1 mei 2023 door Ingrado en OCW aangepast naar Doorstroompunt. Jongeren van 18 tot 23 jaar vallen niet meer onder de Leerplichtwet, maar onder de wet- en regelgeving van het Doorstroompunt. Het Doorstroompunt voert de wettelijke opdracht van gemeenten uit om jongeren die voortijdig de school verlaten in beeld te brengen en begeleiding te bieden. Het doel daarbij is het behalen van een startkwalificatie - door een passende opleiding en/of baan te bieden.

Vanuit de gemeente is een projectleider aangesteld om het verzuimbeleid van de scholen en de inzet van Leerplicht door te ontwikkelen. Daarbij wordt ook gekeken naar de rol en de inzet van Leerplicht. Dit schooljaar wordt daarom als overgangsjaar beschouwd. Leerplicht blijft zich intussen inzetten om de 18+-studenten de ondersteuning te bieden die zij nodig hebben. Bij het voorkomen van schooluitval wordt ook samengewerkt met het Jongerenpunt. Op elke mbo-locatie is een jongerenadviseur van het Jongerenpunt van de gemeente aanwezig. Jongeren die voortijdig stoppen met hun opleiding kunnen er begeleiding krijgen naar werk of naar een andere opleiding. Deze samen­ werking dient een belangrijk gemeenschappelijk doel: voorkomen van schooluitval.

In het schooljaar 2022-2023 is het totaal aantal geregistreerde meldingen van relatief verzuim van bovenleerplichtige leerlingen en studenten 19,7% (1.881) ten opzichte van 34% (3.361) in het schooljaar 2021-2022. Deze daling is vooral toe te schrijven aan de cijfers op het mbo. Dit komt door de nieuwe aanpak voor studenten van 18 jaar en ouder die per 1 augustus 2022 wordt gehanteerd. Tot 1 augustus deden mbo-instellingen een melding bij ongeoorloofd verzuim van 16 uur in 4 weken. Dit leidde tot een zeer hoog aantal meldingen. Dit was onwerkbaar voor de leerplichtambtenaar. Mbo-instellingen stuurden automatisch gegenereerde meldingen naar Leerplicht zonder zelf met de student in gesprek te gaan en op zoek te gaan naar achterliggende oorzaken. Leerplicht heeft zelf niet de capaciteit om al deze meldingen te onderzoeken en op te pakken. Daarom heeft de gemeente met de mbo-instellingen afgesproken dat er nu wordt gemeld bij: n

n

Naast de samenwerking met het Jongerenpunt intensiveren we de inzet van Leerplicht op het mbo. Leerplichtambtenaren die aan een mbo-locatie zijn verbonden, worden specialisten. Zij kennen de doelgroep goed en krijgen extra instructie en training om hun werk zo goed mogelijk te doen. Zij zijn zichtbaard op de scholen zodat de studenten en de medewerkers ze beter weten te vinden. In het speciaal onderwijs is het verzuim onder bovenleerplichtige leerlingen en studenten met 8,3% toegenomen. Deze cijfers komen goeddeels overeen met de cijfers van vóór de coronapandemie. Leerplicht zal aankomend schooljaar inzetten op een onderzoek naar de vraag waar deze stijging vandaan komt.

Wettelijk verzuim van studenten van 18 jaar en ouder zonder startkwalificatie bij vier aaneengesloten lesweken (onder de noemer ‘RMC-verzuim’). Zorgen of risico’s over het verzuim van de student eerder dan bij vier aaneengesloten lesweken (onder de noemer ‘overig verzuim’).5

Figuur 5: Aantal bovenleerplichtige relatief verzuimers in schooljaar 2022-2023

19,7%

In schooljaar 2022-2023

Speciaal Onderwijs Voortgezet Onderwijs Middelbaar Beroepsonderwijs 0

200

400

600

800

5 Bron: Aanpak verzuim gewijzigd voor studenten van 18 jaar en ouder

26

1.000

1.200

1.400

1.600

Tabel 9: Percentage aantal bovenleerplichtige leerlingen en studenten waarvoor een relatief verzuimmelding werd gedaan, per onderwijssoort Schoolsoort

2018-2019

2019-2020

2020-2021

2021-2022

2022-2023

Primair Onderwijs

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Speciaal Onderwijs

28,6%

16,6%

16,2%

12,1%

20,4%

Voortgezet Onderwijs

19,9%

12,2%

16,9%

17,5%

17,4%

Middelbaar Beroepsonderwijs

50,9%

41,9%

40,4%

44,0%

24,3%

Particulier Onderwijs

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Aandeel

25,5%

22,8%

28,9%

34,0%

19,7%

Tabel 10: Ontwikkeling van het aantal bovenleerplichtige verzuimers naar schoolsoort Schoolsoort

2018-2019

2019-2020

2020-2021

2021-2022

2022-2023

Primair Onderwijs

0

0

0

0

0

Speciaal Onderwijs

44

27

23

17

31

Voortgezet Onderwijs

170

101

128

151

169

3.570

3.024

2.867

3.193

1.681

0

0

0

0

0

Aantal verzuimers

3.784

3.152

3.018

3.361

1.881

Aantal verzuimers

14.814

13.816

10.427

9.895

9.547

Middelbaar Beroepsonderwijs Particulier Onderwijs

27

2.5 Vrijstellingen

vrijstelling 5 sub b uitgenodigd voor een gesprek met de leerplichtambtenaar. Leerplicht ervaart hierin dat de ouders/verzorgers terughoudend zijn in het voeren van dit gesprek. Als een gesprek eenmaal toch gevoerd is, blijkt een groot deel van de ouders/verzorgers blij met de zorg en aandacht van de gemeente Amsterdam. Leerplicht hecht veel waarde aan het voeren van deze gesprekken: tijdens de gesprekken kan met de ouders/verzorgers meer informatie over het onderwijsprogramma en dagbesteding van het kind en jongere wordt gedeeld.

In deze paragraaf beschrijven we de ontwikkelingen en resultaten rondom vrijstellingen. In de Leerplichtwet is een aantal criteria opgenomen op grond waarvan vrijstelling van de leerplicht kan worden aangevraagd. Dit zijn: n

Vrijstelling artikel 5 sub a: vrijstelling om lichamelijke of psychische redenen.

n

Vrijstelling artikel 5 sub b: vrijstelling op basis van bedenkingen tegen de richting van het onderwijs.

n

Vrijstelling artikel 5 sub c: vrijstelling op basis van een inschrijving op een school in het buitenland.

n

Artikel 5 sub c In het schooljaar 2022-2023 zijn 528 vrijstellingen van rechtswege toegekend op grond van artikel 5 sub c. Dit is een toename van 96 vrijstellingen ten opzichte van het schooljaar 2021-2022. Naar aanleiding van deze toename heeft Leerplicht dossieronderzoek gedaan.

Vrijstelling artikel 15: vrijstelling wegens het volgen van ander onderwijs, bijvoorbeeld een bedrijfsopleiding of een speciale vakopleiding.

Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen zorg­ wekkende redenen voor deze toename zijn. Artikel 15 In het schooljaar 2022-2023 zijn 121 vrijstellingen van rechtswege toegekend op grond van artikel 15. Dit is een toename van 41 vrijstellingen ten opzichte van het schooljaar 2021-2022. Naar aanleiding hiervan heeft Leerplicht een dossieronderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat de vrijgestelde jongeren vervangend onderwijs volgen en/of tijdelijk aan het werk zijn.

We zien een stijging van 30% in het totale aantal vrijstellingen ten opzichte van het schooljaar 2021-2022. Deze trend blijft aanhouden, na twee schooljaren van daling. De grootste stijgingen, zowel in absolute aantallen als in percentage, doen zich voor in artikel 5 sub c en in artikel 15. Artikel 5 sub a In het schooljaar 2022-2023 zijn er 502 vrijstellingen verleend op grond van artikel 5 sub a. Dit is een toename van 18 vrijstellingen vergeleken met het voorgaande schooljaar. De trend van een stijgend aantal vrijstellingen is al meerdere jaren gaande. Dit schooljaar is door het Kohnstamm Instituut op verzoek van de G4 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) een onderzoek6 gedaan hiernaar. Het onderzoek heeft voor de gemeente Amsterdam geen nieuwe inzichten opgeleverd. Na overleg met het Samenwerkingsverband en de GGD heeft Leerplicht het werkproces vrijstelling sub a aangescherpt. Artikel 5 sub b In het schooljaar 2022-2023 zijn 54 vrijstellingen van rechtswege op grond van artikel 5 sub b toegekend. Dit is een daling van 12 vrijstellingen ten opzichte van het schooljaar 2021-2022. Daarnaast is het aantal vrijstellingen het afgelopen vijf jaar stabiel gebleven. Het vernieuwde werkproces artikel 5 sub b is dit schooljaar geïmplementeerd. In het nieuwe werkproces worden ouders/verzorgers bij het beroep op

6 Dit onderzoek is te lezen via: openresearch.amsterdam/image/2023/6/15/onderzoek_vrijstellingen_leerplichtwet_g4.pdf

28

Tabel 11: Ontwikkeling aantal leerplichtigen vrijgesteld van leerplicht naar vrijstellingsgrond (artikel van de Leerplichtwet) Wetsartikel

2018-2019

2019-2020

2020-2021

2021-2022

2022-2023

Totaal

Artikel 3a7

2

0

0

0

2

0%

Artikel 3b

2

5

2

9

2

1%

Artikel 5 sub a

373

419

448

484

502

30%

Artikel 5 sub b

61

50

55

66

54

4%

Artikel 5 sub c

355

274

319

432

528

56%

Artikel 15

37

52

48

80

121

11%

Totaal

830

800

872

1.071

1.209

100%

Tabel 12: Aantal leerplichtigen vrijgesteld van leerplicht naar schoolsoort en vrijstellingsgrond schooljaar 2022-2023 Schoolsoort

7

Art. 3a

Art. 3b

Art. 5 sub a

Art. 5 sub b

Art. 5 sub c

Art. 15

Totaal

Primair Onderwijs

0

0

5

1

211

0

217

Speciaal Onderwijs

0

0

21

0

5

4

30

Voortgezet Onderwijs

1

0

7

0

69

33

110

Middelbaar Beroepsonderwijs

1

2

1

0

3

15

22

Particulier Onderwijs

0

0

0

0

15

1

16

Geen onderwijs

0

0

468

53

225

68

814

Totaal

2

2

502

54

528

121

1.209

Artikel 3a en 3b zijn geen vrijstellingen. Ouders kunnen hier beroep doen op vervangend leerplicht.

29

Het verhaal van Selda van Geene - Demirci, senior leerplichtambtenaar

“Het leuke van het leerplichtwerk is dat het zo veelzijdig is.”

Leerplichtambtenaar wilde Selda zeker niet worden toen ze na de middelbare school aan een hbo vervolgopleiding begon. Maar een collega bij het vrijwilligerswerk dat ze deed, kende zo iemand, en die persoon was op zoek naar een stagiair. Ze besloot het gesprek aan te gaan. Selda had nogal een streng beeld van leerplichtambtenaren, maar dit bleek juist een hele lieve vrouw te zijn met veel passie en grote betrokkenheid bij haar werk. Dat inspireerde haar. Oprechte aandacht voor ieder kind. Zo probeert zij nu zelf ook invulling aan haar werk te geven.

mijn hoede. Dat deed ik tot een half jaar geleden, toen ik de overstap maakte naar de functie van senior. Het leuke van het leerplichtwerk is dat het zo veelzijdig is. Je hebt met heel uiteenlopende onderwerpen te maken. Zo ben ik bijvoorbeeld lid van de werkgroep vrijstellingen en absoluut verzuim (Amsterdamse kinderen zonder schoolinschrijving). Het is een mooie afwisseling.

Vrijstellingen Dat is er in verschillende categorieën. Artikel 5 sub A bijvoorbeeld voorziet in vrijstelling wanneer een kind een handicap of beperking heeft waardoor het geen onderwijs kan volgen. Een onafhankelijk arts van de GGD doet dan een onderzoek naar wat mogelijk wel kan. Wanneer het niet mogelijk blijkt om onderwijs te volgen dan is het uiteindelijk de leerplicht­ambtenaar die de vrijstelling verleent. Dan hebben we sub C, vrijstelling van onderwijs vanwege schoolbezoek in het buitenland. Dat komt veel voor. Als een gezin bijvoorbeeld tijdelijk naar het buitenland gaat. Ik zie op dit moment een enorme toename in het aantal aanvragen. Misschien dat mensen na corona en de reisbeperkingen een keer een lange reis willen maken, nu het weer kan? Of het digitale werken zorgt er wellicht voor dat ouders ook vanuit het buitenland hun werk kunnen doen? Het betekent niet, dat een kind in tussentijd geen onderwijs hoeft te volgen. We checken dat door een inschrijvingsbewijs van een buitenlandse school te vragen. Aan het einde van de periode van vrijstelling willen we vervolgens een verklaring zien dat het kind daadwerkelijk onderwijs heeft gevolgd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14588688/1