CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Horecabeleid 2025 04 feb 2025_WEB-DT.pdf

RAAD 5 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Horecabeleid 2025 (VN2025-001137)23.014 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3 alinea's met “ontwerp”: 320 327 330

52

Horecabeleid 2025

Afhankelijk van separate besluitvorming door de burgemeester en het college in afstemming met de gemeenteraad, over de eventuele voortzetting van de regeling na 1 april 2025.

Bijlage 2. Additionele en paracommerciële horeca Paracommerciële horeca De Alcoholwet kent een afwijkend regime voor zogenaamde paracommerciële rechtspersonen: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze of besloten vennootschap met beperkte aan­spra­ kelijk­heid die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, educatieve, levens­beschouwe­lijke of godsdienstige aard richt op exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf. Het gaat dan bijvoorbeeld om voetbalverenigingen, kerken, buurthuizen en volkstuincomplexen. De Alcoholwet verplicht gemeenten regels te stellen ten aanzien van horeca bij een para­commer­ ciële instelling. In ieder geval ten aanzien van de schenktijden, bijeenkomsten van persoonlijke aard (bijvoorbeeld verjaardagen van leden) en bijeenkomsten die niet gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon zijn betrokken (bijvoorbeeld het verhuren van zalen aan derden). In Amsterdam zijn deze regels opgenomen in (nu) artikel 3.22 van de Algemene Plaatselijke Verordening. De schenktijden zijn voor alle paracommerciële rechtspersonen gelijk: een uur voor en een uur na de activiteiten waar de betrokken rechtspersoon zich op richt. Uiteraard binnen de maximale openingstijden die horen bij de toegekende functieaanduiding.

Ook regelt de APV dat het schenken van alcohol tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bij zaalverhuur aan derden niet is toegestaan.

gemeente Amsterdam

53

Relatie van additionele horeca met paracommerciële horeca en culturele horeca Goed om voor ogen te houden is dat een paracommerciële instelling niet hetzelfde is als een additioneel horecabedrijf. Additionele horeca overlapt deels met paracommerciële horeca en culturele horeca, maar is niet hetzelfde. Paracommerciële en additionele horecabedrijven gaan vaak samen, maar zijn twee verschillende vormen van horeca die niet noodzakelijkerwijs in samenhang voorkomen. Additionele horeca is het uitoefenen van horeca-activiteiten onder­ geschikt aan een andere, zelfstandige hoofdfunctie, bijvoorbeeld bij een bioscoop, theater, zwembad, etc. De exploitant van een additioneel horecabedrijf kan een ‘commerciële’ onder­ nemer zijn, zoals een BV. Het kenmerkende van additionele horeca zit dus in de omvang (onder­ geschikt aan een andere hoofdfunctie), niet in de aard van de ondernemer die de horeca ont­ plooit. Als de horeca-activiteiten een zelfstandige bezoekersstroom trekken is er geen sprake meer van additionele maar van zelfstandige horeca. Bij paracommerciële horeca is dit juist andersom. Het kenmerkende van paracommerciële horeca is niet zozeer de omvang van de horeca-activiteiten maar het karakter van de horeca­ ondernemer.

De horeca­ondernemer is een stichting of vereniging met een recreatief, sportief, educatief, sociaal-cultureel, levensbeschouwelijk of godsdienstig doel die ook horeca-activiteiten in eigen beheer exploiteert en daarbij alcohol schenkt. Omdat dit per definitie betekent dat de paracommerciële instelling een andere hoofdactiviteit kent (sociaal-culturele activiteiten, sport, onderwijs) zullen de horeca-activiteiten vrijwel altijd ondergeschikt zijn aan deze hoofdactiviteit en daarmee additioneel. Wel kunnen deze activiteiten zo nauw met elkaar verwezen zijn, zoals bij een poppodium, dat ze niet goed van elkaar te onderscheiden zijn (het geven van een concert waar je een biertje kunt drinken). De combinatie van additionele horeca en een paracommerciële horecaondernemer komt ook regelmatig voor in buurthuizen, bij sportverenigingen en kerkgenootschappen. Omdat in die gevallen de horeca-activiteiten niet het hoofddoel zijn, maar ter ondersteuning van het buurthuis, de sportvereniging of de kerk, betreft het vaak ondersteunende/additionele horeca, maar dat hoeft dus niet. Een voetbalvereniging kan er bijvoorbeeld voor kiezen de horeca uit te besteden aan een ander bedrijf, bijvoorbeeld een BV. In dat geval is er geen sprake meer van paracommercie. En zal dan aan alle voorwaarden voor het exploiteren van een horecabedrijf voldaan moeten worden om oneerlijke concurrentie te voorkomen.

Denk hierbij aan leiding­ gevenden met SVH, geen subsidietoekenning, geen fiscale vrijstellingen, het toepassen van de horeca-cao, de horeca wordt voor rekening en risico van de BV geëxploiteerd, etc. Het spiegel­ beeld is een paracommerciële horecaondernemer die niet additioneel maar zelfstandig is. Dit is minder voor de hand liggend maar zou zich voor kunnen doen bij een museum waar een restaurant wordt geëxploiteerd dat ook voor niet museumbezoekers toegankelijk is. In dat geval zal het bestemmingsplan zelfstandige horeca toe moeten laten.

54

Horecabeleid 2025

Bijlage 3. Concept Beleidsregel horecaterrassen Nadat het omgevingsplan en de APV zijn gewijzigd, wordt er ook een beleidsregel terrassen vastgesteld door het college van B en W. In deze beleidsregel wordt invulling gegeven aan de bevoegdheid van het college van B en W om een omgevingsvergunning horecaterras te verlenen. Hiermee wordt duidelijkheid gecreëerd voor alle belanghebbenden. Omdat de juridische grondslag voor horecaterrassen verschuift van de APV naar het Omgevingsplan, kan het college de beleidsregels terrassen pas vaststellen nadat het Omgevingsplan is gewijzigd naar aanleiding van het horecabeleid. Mogelijk vinden er nog wijzigingen plaats n.a.v. behandeling in de gemeenteraad. Daarom is de beleidsregels een concept. Het college is voornemens onderstaande beleidsregels vast te stellen. Hierin is rekening gehouden met de inspraak en adviezen op het concept beleid. In de nota van beantwoording staat vermeld welke aanpassingen gedaan zijn ten opzichte van het conceptbeleid uit 2022. Concept besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels over horecaterrassen Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op artikel ..

van het Omgevingsplan, gezien de inspraakreacties, de adviezen van de dagelijks besturen van de bestuurscommissies van alle stadsdelen en stadsgebied Weesp en de nota van beantwoording en het door de gemeenteraad op vastgestelde Beleidskader horeca en terrassen besluit de volgende regeling vast te stellen: Beleidsregels horecaterrassen Amsterdam Artikel 1. Toepassingsbereik Deze beleidsregels gelden ter nadere invulling van de beoordelingsregels zoals opgenomen in het omgevingsplan. Artikel 2. Definitie terras Conform het Omgevingsplan wordt onder het horecaterras verstaan een buiten de besloten ruimte liggend deel van een horecazaak dat als zodanig herkenbaar is als een gelegenheid waar bedrijfsmatig dranken worden geschonken of etenswaren en/of waterpijpen worden verstrekt voor directe consumptie op het horecaterras.

gemeente Amsterdam

55

Toelichting artikel 2: Uit de definitie van het horecaterras vloeit voort dat een terras: • • • • •

altijd verbonden is aan een horecabedrijf en niet op zichzelf staat; zelf niet gelegen is in een besloten ruimte; is ingericht voor het direct consumeren van dranken en/of etenswaren; niet bedoeld is om dranken en etenswaren op te bereiden, maar alleen om te verstrekken; het aanbieden van waterpijpen als toegestane activiteit heeft, mits de activiteit voor het aanbieden van waterpijpen op die locatie is toegestaan in het omgevingsplan.

Het exploiteren van een terras is naar haar aard een tijdelijke functie: een terras wordt alleen geëxploiteerd als de horeca-inrichting waar het bij hoort in bedrijf is (en vaak korter, gezien de weersomstandigheden). Omdat een terras niet in een besloten ruimte is gelegen, worden de effecten van het gebruik van het terras op de omgeving niet gefilterd. Het is dan ook niet wenselijk permanent gebruik van terrassen toe te staan, al dan niet door bebouwing. Objecten die op een terras worden geplaatst moeten verwijderd kunnen worden. Het is wel toegestaan parasols en terrasschotten te verankeren. De verankerde objecten moeten eenvoudig verwijderd kunnen worden. Voor gebouwde terrassen geldt dat dit alleen op een locatie is toegestaan wanneer dit is opgenomen in het Omgevingsplan.

Artikel 3. Waar mogen terrassen 3.1 Terrassen zijn gelegen aan de gevel van het horecabedrijf of daar tegenover, zijnde op dezelfde stoep aan de straatzijde of aan de overzijde van een weg. 3.2 Terrassen zijn niet gelegen direct aan de gevel van een ander pand. 3.3  Terrassen aan de overzijde van een weg zijn toegestaan, mits de ruimte aangrenzend aan het terras vrij is van objecten met een functie of bestemming die hinder ondervinden van een terras en mits de ingebruikneming van de overzijde als terras geen gevaar oplevert voor de bruikbaarheid of het veilig gebruik van de weg door het verkeer. 3.4 Een terras mag niet buiten het zicht gelegen zijn of zodanig ver verwijderd van de horecainrichting dat snel en adequaat ingrijpen door de exploitant, leidinggevende en/of het overige personeel bij overlast, ongelukken of verstoringen van de openbare orde niet meer mogelijk is. Dit toezicht kan niet vervangen worden door cameratoezicht of het permanent aanwezig hebben van personeel op het terras.

3.5 Gesplitste terrassen (twee losse terrasdelen op hetzelfde trottoir met een deel aan de gevel en een deel aan de rijwegzijde) zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij de aanwezigheid van een gesplitst terras de doorloopruimte ten goede komt of dit vanwege de specifieke inrichting van de openbare ruimte functioneel is (bijvoorbeeld een bomenrij waar een terras tussen geplaatst kan worden). 3.6 Terrassen zijn in beginsel niet gelegen op (terras)boten, dekschuiten of (afmeer)steigers. 3.7  Een bijzondere inrichting van de openbare ruimte, bijvoorbeeld een park, plantsoen, plein of andere bijzonderheden, kunnen aanleiding zijn om af te wijken van bovenstaande beleidsregels.

56

Horecabeleid 2025

Toelichting artikel 3: Terrassen zijn een onderdeel van een horecabedrijf en deze verbinding moet blijken uit de fysieke locatie van een terras. Omdat terrassen in de openbare ruimte zijn gelegen, worden er regels gesteld aan de locatie en omvang, zodat er voldoende ruimte overblijft voor ander, niet-commercieel gebruik van deze openbare grond. 3.1 Voor een terras tegenover de gevel wordt in eerste instantie gekeken naar de ruimte recht daar tegenover. Als er vanwege de aanwezigheid van bomen, openbare nutsvoorzieningen of andere objecten geen ruimte is recht tegenover de gevel, maar iets verderop wel, dan kan een terras schuin tegenover de gevel worden vergund 3.6 Dit is een gevolg van het stedelijk beleid op het water. Als een dergelijk terras op grond van het stedelijk beleid op het water wel wenselijk gevonden wordt (of mogelijk wordt gemaakt), kan een terras op een boot, dekschuit of steiger wel vergund worden. 3.7 In dergelijke gevallen is het uitgangspunt dat er een terrassenplan wordt opgesteld door de gemeente. Hierop worden de vergunde terrassen aangegeven en kan de integrale afweging gemaakt worden over het gebruik van de beschikbare ruimte en de impact op de fysieke leefomgeving.

Artikel 4. Doorloopruimte voor terrassen 4.1  Een obstakelvrije doorloopruimte van minimaal twee meter geldt voor locaties waarbij sprake is van herinrichting van straten en op plekken waar een integrale (her)verdeling van de beschikbare ruimte gemaakt wordt middels terrassenplannen. Voor de overige plekken geldt de minimale doorloopruimte zoals vastgesteld in het beleid van de stadsdelen. 4.2  In het geval dat er geen trottoir is (shared space) gelden geen aparte normen ten aanzien van de obstakelvrije doorloopruimte. Een terras kan hier alleen waar dit verkeersveilig kan.

Toelichting artikel 4: 4.1 Ten aanzien van de doorloopruimte van terrassen is aangesloten bij het op 29 juni 2023 door de gemeenteraad vastgestelde beleidskader Ruimte voor de voetganger. Hierin staat dat bij herinrichting van straten en op plekken waar een integrale (her) verdeling van de beschikbare ruimte gemaakt wordt middels terrassenplannen, een obstakelvrije doorloopruimte van minimaal twee meter wordt aangehouden. Als er geen sprake is van een herinrichting, dan blijft de huidige minimale doorloopruimte van kracht zoals vastgesteld in het beleid van de verschillende stadsdelen. In later op te stellen uitvoeringsbeleid van de stadsdelen kan deze doorloopruimte alleen verruimd worden. Integrale herverdelingsplannen zijn plannen waarmee door herverdeling van de aanwezige ruimte, het verplaatsen van objecten of het wijzigen van de verkeerssituatie in een straat meer ruimte voor de voetganger gerealiseerd wordt. Op zeer drukke voetgangersroutes kan op basis van een integrale belangenafweging meer doorloopruimte gerealiseerd worden bij herinrichtingen of als onderdeel van een terrassenplan. 4.2 Bij terrassen op locaties waar geen trottoir is, geldt dat bij het bepalen van de afmeting van het terras wordt gekeken naar de verkeersveiligheid, rekening houdend met de Wegenverkeerswet.

gemeente Amsterdam

57

Artikel 5. Afmetingen van het terras 5.1 De vereiste minimale diepte voor elk terras is 50 centimeter. 5.2 Toegestane objecten en de gebruikers van het terras moeten binnen de vergunde afmetingen blijven. 5.3 Een terras is in beginsel net zo breed als de gevel waar het aan of tegenover gelegen is. 5.4 Bij trottoirs breder dan 4 meter mag een terras maximaal de helft van het trottoir beslaan. In gevallen waar een terras ruimer wordt toestaan, is altijd een terrassenplan nodig. 5.5 Een bijzondere inrichting van de openbare ruimte, bijvoorbeeld een park, plantsoen, plein of andere bijzonderheden, kunnen aanleiding zijn om af te wijken van bovenstaande beleidsregels.

Toelichting 5.5: In dergelijke gevallen is het uitgangspunt dat we als gemeente een terrassenplan maken. Hierop worden de vergunde terrassen aangegeven en kan de integrale afweging gemaakt worden over het gebruik van de beschikbare ruimte en de impact op de fysieke leefomgeving.

Artikel 6. Voorwerpen en gebruik terras 6.1 Objecten die het normaal gebruik van het terras mogelijk maken zijn toegestaan. Normaal gebruik van een terras verwijst naar het nuttigen van consumpties ter plekke. Hoofdelementen op een terras zijn tafels, banken en stoelen. 6.2 Voor alle objecten geldt dat ze verwijderd moeten kunnen worden als dat nodig is voor het gebruik of beheer van de openbare ruimte. Objecten moeten binnen de vergunde terrasruimte blijven en mogen nooit leiden tot verkeersonveilige situaties. 6.3 Voor reclame op terrassen gelden de regels uit het vigerende Beleidskader Buitenreclame (2020). 6.4 Terrasschotten mogen geplaatst worden. Ze mogen in alleen haaks op de gevel geplaatst worden, tenzij anders is bepaald in een terrassenplan. Verankering van terrasschotten is mogelijk indien daar toestemming voor is verkregen. De (elektrische) schotten mogen in principe maximaal tot 1,80 meter hoog reiken en zijn tenminste de bovenste helft doorzichtig. Terrasschotten bij een terras aan de overzijde van de weg zijn in eerste instantie niet toegestaan.

Toelichting 6.4: terrasschotten dragen bij aan het voorkomen van uitwaaiering en kunnen veiligheid en een comfortabeler gebruik van het terras bieden. Ze mogen echter niet leiden tot privatisering van de openbare ruimte. Alleen in een terrassenplan kan worden onderbouwd of schotten op een andere plek dan haaks op de gevel mogelijk zijn. Deze locatie zal dan in het plan worden opgenomen.

6.5 Parasols mogen aanwezig zijn, maar mogen niet verworden tot bouwwerken of tenten. Verankering is mogelijk indien daar toestemming voor is verkregen. Als er geen toe­stem­ ming is voor verankering dan moet de parasol verwijderd kunnen worden met uitsluitend mankracht en zonder mechanische hulpmiddelen. Volanten (een strook of een band) zijn toegestaan. De parasol mag zich niet uitstrekken over een deel van de openbare ruimte dat niet als terras is vergund.

58

Horecabeleid 2025

6.6 Terrasverwarming is alleen toegestaan aan de gevel en indien daarvoor een vergunning is verkregen. Overige vormen van terrasverwarming, zoals losstaande elementen en/of verwerkt als elementen in een parasol, zijn niet toegestaan. Bij verwarmde terrassen geldt: Verwarming is alleen toegestaan tijdens de openingsuren van het terras. Voor het verwarmen van terrassen wordt gebruik gemaakt van de “best available practice”, zijnde een duurzame, energiezuinige en doelmatige variant. 6.7 Objecten, zoals plantenbakken en kunstbloemen , zijn toegestaan als: • de openbare ruimte dat toelaat; • ze geen afbreuk doen aan het zicht van verkeersdeelnemers en/of de verkeersveiligheid; • geplaatst zijn binnen de vergunde terrasruimte; waarbij deze objecten niet als (grens)afbakening van het terras mogen dienen; • onderhouden worden; • verwijderd kunnen worden met uitsluitend mankracht en dus zonder mechanische hulpmiddelen. 6.8 Waterpijpen mogen aanwezig zijn als het aanbieden van waterpijpen een horeca-activiteit is die in de bij het terras horende locatie is toegestaan. 6.9 Objecten voor het bereiden van eten, drinken en shisha op het terras zijn niet toegestaan.

Toelichting 6.9: een terras is een onderdeel van het horecabedrijf waar consumpties genuttigd kunnen worden, maar niet een onderdeel van het bedrijf waar deze consumpties bereid kunnen worden. Het bereiden van eten en drinken op een terras leidt tot meer geur en geluid en daarmee voor meer effecten op de omgeving van het bedrijf. Met bereiden wordt bedoeld het verhitten en plaatsen van kooltjes. Onder het bereiden van drinken wordt ook verstaan het plaatsen van een buitentap.

6.10 Muziekinstallaties, luidsprekers, beeldschermen en boxen zijn niet toegestaan op een terras. 6.11 Opslag van waterpijpen buiten is niet toegestaan. Artikel 7. Opruimplicht 7 Als het horecabedrijf gesloten is, moet het meubilair zoveel mogelijk binnen worden opgeruimd. Als het terrasmeubilair buiten blijft staan, moet het zo worden opgeruimd dat het niet gebruikt kan worden. Maximaal 20% van de vergunde terrasruimte mag gebruikt worden voor opslag. Artikel 8. Vervuiling voorkomen 8.1 De exploitant is verantwoordelijk voor het bedienen, voor het afruimen van tafels en het schoonhouden van het terras. 8.2 Het gebruik van wegwerpartikelen op een terras is niet toegestaan. Artikel 9. Afwijken van beleidsregels 9.1 Maatwerk kan worden toegepast voor locaties met een bijzondere ligging of een bijzondere inrichting waar: • toepassing van deze beleidsregels niet leidt tot het meest optimale gebruik van de openbare ruimte, of • een ruimer terras kan bijdragen aan een positieve fysieke leefomgeving.

gemeente Amsterdam

59

9.2 Bij het toepassen van maatwerk gelden de volgende voorwaarden: • Het gaat om een bijzondere situatie in de openbare ruimte, niet om een bijzonder horecabedrijf of een bijzondere exploitatie. • Het vergunnen van een (groter) terras is niet of beperkt mogelijk op grond van de algemene beleidsregels, maar het terras kan een bijzondere bijdrage leveren aan een van de hieronder genoemde belangen. • Het vergunnen van een terras draagt bij aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, aan de leefbaarheid of aan de veiligheid in de omgeving van het horecabedrijf. 9.3 In een terrassenplan kan worden afgeweken van deze beleidsregels.

Toelichting artikel 9: Voorbeelden van locaties die bedoeld worden waar afwijken van de regels mogelijk is: • Een horecabedrijf in een stadspark met een groot stuk eigen grond of op een eiland. • Een horecabedrijf in een ontwikkel- of transformatiegebied. • Een horecabedrijf in een bijzonder gebouw, bijvoorbeeld een kraan, een olieplatform of afgemeerd schip. • Een solitair horecabedrijf in het buitengebied. • Een horecabedrijf in een bijzonder gebied, zoals de Haven of een stationsgebied. In dit soort situaties kunnen er goede redenen zijn om terrassen groter, ruimer of in afwijking van de overige regels (denk aan zichtlijnen en aantal terrasdelen) te vergunnen dan op grond van de beleidsregels mogelijk zou zijn, omdat een dergelijk terras kan bijdragen aan de leefbaarheid, de aantrekkelijkheid of de veiligheid van een gebied. Het is niet de bedoeling bij de maatwerkprocedure op voorhand vast te leggen hoe een maatwerkterras eruit komt te zien. Dit zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden. Een maatwerkterras kan worden vergund onder maatwerkvoorschriften en voorwaarden. Daarbij wordt altijd zoveel mogelijk aangesloten bij de regels zoals die voor reguliere terrassen gelden. 9.3 Naast de maatwerkprocedure kan er ook aanleiding zijn voor het maken van een gebiedsgericht terrassenplan.

Anders dan bij de maatwerkprocedure gaat het dan niet om een enkel horecabedrijf waarbij toepassing van de beleidsregels tot een ongewenste uitkomst leidt, maar om een deel van de openbare ruimte waar meerdere horecabedrijven zijn gevestigd en waar het maken van een terrassenplan kan bijdragen aan een evenwichtige verdeling van de beschikbare openbare ruimte, de aan­trek­ke­ lijkheid en levendigheid van het gebied of het benutten van de specifieke mogelijkheden van het gebied. In een terrassenplan kan afgeweken worden van de algemene regels, bijvoorbeeld door juist wel gesplitste terrassen als uitgangspunt te nemen of grotere of kleinere terrassen te vergunnen om zo een eenduidige terrasgrens te creëren. Ook hier geldt dat in de beleidsregels niet wordt vastgelegd hoe een terrassenplan eruit moet zien (behoudens het waarborgen van de vereiste minimale vrije doorloopruimte), maar wel wat de voorwaarden zijn om een terrassenplan te kunnen maken: - Er is sprake van een bijzondere inrichting van de openbare ruimte, bijvoor­beeld een plein, een groot middenterrein, ligging aan een kade of in een zeer dicht­ bebouwd gebied. - Er zijn in het gebied meerdere panden met een horecafunctie aanwezig.

- Terrassen leveren een positieve bijdrage aan het gebied door verlevendiging, door het veraangenamen van het verblijf in de openbare ruimte, door een grotere aantrekkelijkheid van het gebied of door meer (sociale) veiligheid. - Er blijft ook openbare ruimte beschikbaar voor niet-commercieel gebruik. - Buurtbewoners worden betrokken bij het maken van het terrassenplan.

60

Horecabeleid 2025

Artikel 10. Melding niet-toegestane activiteiten op een terras 10.1 Indien een niet-toegestane activiteit op een terras binnen de volgende voorwaarden plaatsvindt is deze toegestaan: a. De melding kan maximaal 2 x er jaar worden gedaan; b. De activiteiten vinden plaats tussen 9:00 en 22:00; c. Het is niet toegestaan gebruik te maken van geluidsversterkers. Livemuziek die niet is versterkt (akoestisch) is wel toegestaan; d. Er wordt aan alle (brand)veiligheidsvoorschriften voldaan, meer in het bijzonder de voor-schriften ten aanzien van het vrijhouden van vrije looproutes uit boven- of naastgelegen gebouwen, het vrijhouden van calamiteitenroutes en het plaatsen van brandgevaarlijke objecten. e. Op het terras worden ten behoeve van de activiteiten alleen tijdelijke objecten geplaatst, beperkt tot speeltoestellen, bereidingsapparatuur voor eten, beeldschermen en podia. Het reguliere meubilair hoeft gedurende de activiteiten niet geplaatst te worden. f. De melding betreft alleen het terras, binnen blijft de exploitatie zoals gebruikelijk. Dat betekent ook dat het terras niet vanuit binnen mag worden voorzien van muziek. g. De ondernemer voorkomt uitwaaiering van het terras als gevolg van de activiteiten en zorgt er dus voor dat personen buiten de terrasgrenzen niet worden voorzien van consumpties, of anderszins deelnemen of toeschouwen.

Tevens dient de openbare ruimte rondom het terras beschikbaar te blijven voor passanten. h. Van de activiteiten wordt minimaal zeven dagen van tevoren actief melding gemaakt bij de omwonenden en aan hen wordt een direct nummer ter beschikking gesteld waarop zij gedurende de activiteiten de ondernemer kunnen bereiken. 10.2 De activiteiten worden minimaal veertien dagen van tevoren bij de gemeente gemeld. De burgemeester kan in verband met verwachte overlast, openbare orde problemen en/of een te groot beslag op de openbare ruimte de voorgenomen activiteiten alsnog verbieden. De burgemeester kan ook besluiten de activiteiten niet toe te staan als er verschillende meldingen voor dezelfde dag/dagen in dezelfde omgeving worden gedaan, waardoor de druk op de omgeving te groot wordt. 10.3 Bij collectieve festiviteiten of gebeurtenissen (bijvoorbeeld een EK voetbal of het Songfestival) kunnen afwijkende regels gelden.

gemeente Amsterdam

61

Bijlage 4. Gebiedsgerichte uitwerking Niet alle regels op het gebied van horeca kunnen op stedelijk niveau geregeld worden: er blijft behoefte aan specifieke regelingen in gebieden op stadsdeelniveau. Het credo is daarom: stedelijk waar het kan, lokaal waar het nodig is. Volgend op het horecabeleid kan er uitvoeringsbeleid op stadsdeel- en stadgebiedsniveau worden opgesteld, waarin een gebiedsindeling kan worden opgenomen. De impact van de horeca op de omgeving kan vanwege de specifieke kenmerken van het gebied verschillen. Vanuit dat oogpunt zijn er zijn globaal zeven verschillende typen gebieden te onderscheiden. Deze kunnen als basis gebruikt worden voor de gebiedsindeling per stadsdeel. Per type gebied staat beschreven welke vormen van horeca het best passend is. Het lokale bestuur mag hier zelf invulling aan geven. 1. Groen/recreatie Gebieden met veel groen, zoals parken, volkstuinen en sportparken. Deze gebieden zijn bedoeld voor ontspanning, recreatie, sport en spel. Bij parken moet rekening worden gehouden met ecologische waarden en wellicht het (broed)seizoen. Passende horeca: Rust is belangrijk in deze gebieden. Geschikt voor horeca die ondersteunend is aan de groen/recreatie functie, primair gericht op de bezoekers van het gebied. Met name kleine en middelgrote horeca, inclusief terrassen. 2.

Winkelstraat / cluster Gebieden waar de winkelfunctie dominant is, zoals A-winkellocaties en winkelcentra. Voorbeelden zijn de Kalverstraat, het Osdorpplein en de Amsterdamse Poort. Gebieden met zowel winkels voor dagelijkse boodschappen als een niet-dagelijks assortiment. Deze gebieden trekken een divers publiek. Woonfunctie kan hier ook aanwezig zijn. Drukte vooral tijdens winkel­openingstijden, relatief rustig na sluiting winkels. Straten waarbij de winkelfunctie veel is gemengd met andere functies vallen hier niet onder. Passende horeca: Voornamelijk horeca en terrassen gericht op koffie, lunch en vroeg diner. Horeca waarbij de openingstijden aansluiten bij de openingstijden van de detailhandel. Horeca in dit gebied dient de detailhandel niet te verdringen. Ook geschikt voor de veranderende functie van horeca als ontmoetingsplek en werkplek. 3. Woongebied Buurten waar bij woonfunctie dominant is. Voorzieningen zijn meestal geclusterd. Woonfunctie het belangrijkste in het gebied. Overdag drukte op straat tijdens piekmomenten; start werk/ school, lunchpauze en einde werk/school. In de avonduren rustig op straat. Passende horeca: Indien mogelijk vestigt horeca zich op doorgaande wegen in woonwijken. Hoeken zijn daarvoor de meest logische plekken. Concentratie van horeca is niet wenselijk. Geschikt voor kleinschalige, laagdrempelige horeca gericht op de buurt.

De horeca mag de leefomgeving niet aantasten. Ook geschikt voor de veranderende functie van horeca als ontmoetingsplek en werkplek. Zware horeca fastfood kan ook, maar sporadisch en kleinschalig. Onder voorwaarden kan reguliere en middelzware horeca ook worden toegestaan, zodat wat later dineren, ook op een terras, mogelijk is. 4. Gemengd gebied Gebieden met een hoge functiediversiteit, zoals wonen, kantoren, winkels, voorzieningen en

62

Horecabeleid 2025

horeca. Hieronder vallen de stadsstraten en –pleinen en andere gebieden met veel functiemix zoals De Pijp in Zuid en de Jordaan in Centrum. Door de diversiteit aan functies is het relatief druk op straat gedurende de dag. De functiemix is een kwaliteit en willen we behouden. Wonen is ook onderdeel van de mix, de impact van horeca op de leefomgeving wordt daarom meegenomen. Passende horeca: Een divers aanbod van horeca is wenselijk. Horeca moet niet de overhand krijgen in het gebied en moet passen bij de schaalgrote van andere functies. Balans tussen verschillende functies behouden. Horecazaken moeten bijdragen aan het voorzieningenniveau van de woonwijken die grenzen aan deze gebieden. Ook geschikt voor de veranderende functie van horeca als ontmoetingsplek en werkplek. De categorieën middelzware horeca en middelzware horeca plus beperkt toestaan afhankelijk van locatie en formaat, in verband met de impact op de leefomgeving. Zware horeca uitgaan is niet toegestaan. 5. Werkgebied Gebieden waar niet gewoond wordt, zoals bedrijventerreinen en de haven. Monofunctionele kantorengebieden of grootschalige detailhandelvestigingslocaties (GDV) vallen hier ook onder. Door de afwezigheid van wonen is de impact op de leefomgeving nihil. Deze gebieden zijn goed bereikbaar met de auto, maar vaak beperkt met het openbaar vervoer.

Met name gedurende de werkdagen is er overdag verkeer op straat. Passende horeca: In principe geschikt voor alle soorten horeca. Overwegend horeca ondersteunend aan de werkfunctie; kleinschalig en open gedurende de dag. Vanwege de afwezigheid van wonen is (grootschalige) zware horeca uitgaan ook mogelijk. Dat betreft solitaire vestigingen die wijkoverstijgend zijn. Clustering is onwenselijk. Hetzelfde geldt voor zware horeca fastfood; wijkoverstijgend en met name gericht op autoverkeer. 6. Lokaal horecagebied Gebieden met een hoge concentratie horeca gericht op ontmoeting en vermaak op wijkniveau. Bekende voorbeelden zijn het Beukenplein in Oost of het Gerard Douplein in Zuid. De horeca­ functie is de meest prominente functie. De woonfunctie is niet ondergeschikt aan de horeca­ functie. Kan grote drukte ontstaan op straat door met name de terrassen. Zware horeca uitgaan is niet of in zeer beperkte mate aanwezig. Passende horeca: In principe geschikt voor alle soorten horeca. Zware horeca uitgaan onder voorwaarden en in zeer beperkte mate. 7. Horeca uitgaansgebied Deze gebieden kennen een hoge clustering van diverse horeca, gericht op vermaak en ontmoeting op stedelijk niveau. Ze hebben een grote aantrekkingskracht op publiek, dat zowel uit de stad en regio als van ver buiten Amsterdam komt.

Deze enorme aantrekkings­ kracht zorgt voor grote drukte op straat tot laat in de nacht. In deze gebieden is de woon­ functie wel aanwezig, maar veel minder prominent dan in andere gebieden. Daarmee leent dit gebied zich zeer goed voor horeca. Naast horeca zijn ook wijkoverstijgende functies als theaters en bioscopen aanwezig. Amsterdam kent enkele horeca uitgaansgebieden, zoals het Rembrandtplein/Thorbeckeplein, het Leidseplein en de ArenaPoort. Passende horeca: In principe geschikt voor alle soorten horeca, inclusief terrassen en late openingstijden. Het gaat in een horecacluster om de beleving en het vermaak. Belangrijk is dat er een mix van horecazaken aanwezig is.

gemeente Amsterdam

63

Bijlage 5. Andere activiteiten en evenementen Activiteiten in de horeca buiten de vergunde activiteiten om Uitgangspunt is dat andere activiteiten in de horeca zijn toegestaan, onder de volgende voorwaarden: • De horeca-activiteiten zijn de hoofdfunctie en voeren de boventoon. Dat betekent concreet dat een horecazaak als zodanig herkenbaar is en blijft, is ingericht op het uitvoeren van de vergunde / toegestane activiteiten en de bezoekersstromen voor de horeca-activiteiten dominant zijn. Dit kan blijken uit de tijden waarop andersoortige activiteiten plaatsvinden (bijvoorbeeld alleen op bepaalde momenten in de week, zoals yoga op zondagochtend of een workshop op dinsdagmiddag), het samenvallen van de andere activiteiten en de horeca-activiteiten (een lezing tijdens een lunch, een voorstelling tijdens het eten) of de indeling van de ruimte (een apart hoekje voor knutselen, een klein podium voor een optreden). Ook de omzet kan duiding geven over de verhouding tussen de verschillende activiteiten. • Activiteiten die worden aangeboden in het verlengde van en ondersteunend aan de horeca-activiteiten, zoals darten, poolen, het organiseren van pubquizen of proeverijen of (sport)wedstrijden kijken, zijn in alle zwaartecategorieën toegestaan, waarbij steeds geldt dat dit moet passen binnen de context van de betreffende categorie.

• Bepaalde activiteiten moeten zijn toegestaan in het Omgevingsplan om uitgevoerd te kunnen worden op die locatie. Het laten optreden van een muzikant vereist dat de horeca-activiteit ‘meer dan achtergrondmuziek’ is toegestaan, of dat een incidentele ontheffing geluid is aangevraagd (maximaal 2 x per jaar). Het organiseren van wekelijkse feestavonden met salsa-optredens door organisatoren vereist dat de horeca-activiteit ‘zaalverhuur’ is toegestaan. Het laten plaatsvinden van andersoortige activiteiten mag er niet toe leiden dat onder een andere noemer alsnog een niet toegestane horecaactiviteit plaatsvindt. • Als andersoortige activiteiten de overhand krijgen, wordt de horeca feitelijk additioneel en wordt in het pand een andere hoofdfunctie uitgevoerd. Dat is alleen mogelijk als de desbetreffende functie op grond van het omgevingsplan ook mogelijk is en additionele horeca bij die functie is toegestaan. Indien nodig wordt de exploitatievergunning in dat geval aangepast. Evenementen Worden in een horecabedrijf horeca-activiteiten ontplooid die niet passen binnen de zwaartecategorie en dus niet passen binnen de reguliere bedrijfsvoering, dan mogen die niet worden uitgevoerd.

Het is wel mogelijk om incidenteel voor dergelijke activiteiten een evenementenvergunning aan te vragen, onder de volgende restricties: • De evenementenvergunning sluit in principe aan bij de reguliere openingstijden en geluidsnormen. • Wordt hiervan afgeweken, dan wordt dit beschouwd als een ontheffing geluid en/of incidentele ontheffing openingstijden. Deze worden dus afgetrokken van het totaal aantal te verlenen ontheffingen. • Als het evenement op het terras van de horecazaak plaatsvindt, dient er een evene­ menten­vergunning te worden aangevraagd. In deze vergunning staat opgenomen wat er mag qua muziek, optreden, geluidsniveau en eindtijd. • Er mag maximaal 2 x per jaar een terrasactiviteit georganiseerd worden. Geluidsversterkers zijn niet toegestaan en de activiteit dient vooraf gemeld te worden.

64

Horecabeleid 2025

Uitgave Gemeente Amsterdam, Openbare Orde en Veiligheid & Ruimte en Duurzaamheid, februari 2025 Tekst en redactie Gemeente Amsterdam, Openbare Orde en Veiligheid & Ruimte en Duurzaamheid Vormgeving Today Fotografie Fotobank Amsterdam Meer informatie Gemeente Amsterdam, Openbare Orde en Veiligheid & Ruimte en Duurzaamheid, Postbus 202, 1000 AE Amsterdam | telefoon 14020 Copyright Gemeente Amsterdam Aan de inhoud van deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. De gemeente Amsterdam aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onjuistheden/onvolledigheden.

gemeente Amsterdam

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15189427/1