Gewijzigd definitief verslag Raadscommissie Ruimtelijke Ordening 12-06-2024
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie.
RO
Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
DEFINITIEF VERSLAG Vergadering Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening Vergaderdatum Woensdag 12 juni 2024 van 13.30 uur tot 16.53 uur in de Willem Kraanzaal Verslag vastgesteld op: Woensdag 3 juli 2024
Voorzitter: de heer Von Gerhardt Portefeuillehouder: wethouder Van Dantzig Commissiegriffier: mevrouw Nieuwenhuis Verslaglegging: mevrouw Röling (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Ahmadi (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Alberts (SP), Aslami (D66), Bilgin (Forum voor Democratie), Emmerik (Partij voor de Dieren), Keesman (PvdA), Konings (VOLT), Lelkes (JA21), Lochtenberg (CDA), Minderhoud (PvdA), Van Munster (GroenLinks), Nijhof (GroenLinks), Van Schijndel (Forum voor Democratie), Staartjes (VVD), Taşliyurt (D66), Veenhoff (GroenLinks), De Vos (Partij voor de Dieren) Afwezige commissieleden: Bakker (Partij voor de Dieren), Van Berkel (JA21), Bobeldijk (SP), Broersen (VOLT), Garmy (VOLT), Havelaar (CDA), Heinhuis (PvdA), Van der Heul (Forum voor Democratie), Hijlkema (VVD), De Jong (JA21), Kabamba (Lijst Kabamba), Koyuncu (DENK), Kreuger (JA21), Lust (D66), Mangal (DENK), Meerburg (Partij voor de Dieren), Nadif (GroenLinks), Van Renssen (GroenLinks), Russcher (Forum voor Democratie), Veldhuyzen (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), Wehkamp (D66), Wijmenga (CDA), Wijnants (VVD) Overige aanwezigen: de heer Dutilh (commissieondersteuner), mevrouw Goddijn, de heer Hermans (Dagelijks Bestuur West), mevrouw Lafarre, de heer Noorman, mevrouw Poels, de heer Schulting, de heer Sonneveldt, mevrouw Wilmink
1 Algemeen a Opening De VOORZITTER opent de vergadering en heet iedereen welkom. Hij stelt vast dat er voldoende fracties aanwezig zijn om van start te gaan met de vergadering. b Mededelingen DE VOORZITTER deelt mee dat het lid Mangal van DENK zich heeft afgemeld voor deze vergadering. Het lid MINDERHOUD van PvdA geeft aan dat zij samen met de VVD een korte notitie hebben opgesteld voor een technische sessie over Havenstad, naar aanleiding van de recente ontwikkelingen zouden zij kort de stand van zaken willen bespreken. De VOORZITTER merkt op dat er daarvoor minstens drie andere fracties aanwezig moeten zijn en stelt vast dat er verschillende partijen interesse hebben. Deze partijen worden genoteerd.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
RO
Wethouder VAN DANTZIG heeft drie mededelingen. Ten eerste geeft hij aan dat hij onlangs een brief gestuurd heeft over het feitenrelaas van het vergunningsproces. Aan de hand van dit relaas onderzoeken zij hoe zij als gemeente de maatschappelijke dienstverlening kunnen versnellen en verbeteren. De wethouder was voornemens de raad voor de zomer hierover te informeren, maar zij zijn nog mee bezig met in beeld brengen van de geleerde lessen. De toegezegde informatie volgt zo snel mogelijk na de zomer. Ten tweede heeft de wethouder een mededeling over de advies- en geschillencommissie. In de raadsbrief Erfpachtontwikkelingen met de stand van zaken per 1 januari 2024 had hij aangegeven dat de uitgangspunten met betrekking tot zowel het advies als de geschillencommissie naar verwachting in het tweede kwartaal van 2024 aan het college zou worden voorgelegd. Dit is vertraagd en zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 geleverd worden. Ten slotte heeft wethouder Van Dantzig een mededeling betreft het bedrijf Evos. In 2005 is er een lekkage geweest van de stof MTBE, een stof die wordt gebruikt als loodvervanger. Evos heeft in 2021 laten weten, de omgevingsdienst laten weten dat de stof zich ook onder de grond buiten het Evos terrein bevindt.
In eerste instantie was dit alleen onder de noodstort van de gemeente, maar in 2024 bleek na onderzoek de stof ook onder het bedrijventerrein de Heining te zijn aangetroffen. Het gaat om een diepte van vijftien meter en dieper, waardoor er geen gevaar is voor de volksgezondheid. De omgevingsdienst en Evos zijn in gesprek hoe de stof het beste kan worden opgeruimd. Gebruikers van het bedrijventerrein de Heining worden op donderdag 13 juni 2024 geïnformeerd over de situatie en de aanpak. De gemeente Amsterdam faciliteert deze bijeenkomst. c Vaststellen agenda Punten 6 en 10 worden toch besproken, daar sprekers zich hebben aangemeld. Punten 7, 9 en 13 worden gehamerd. Punt 17 wordt afgevoerd en punt 19 wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering. De agenda wordt vastgesteld. d Conceptverslag van de openbare en besloten vergadering van de raadscommissie RO d.d. 15 mei 2024 Er zijn geen wijzigingsvoorstellen ontvangen en het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. e Termijnagenda, per portefeuille Er zijn geen aanmeldingen voor de termijnagenda. f TKN-lijst Op verzoek van de Partij voor de Dieren wordt tkn-stuk 2 geagendeerd. Op verzoek van het lid Staartjes van de VVD wordt tkn-stuk 3 geagendeerd. g Ingekomen stukken stadsdeelcommissie Er zijn geen ingekomen stukken.
2 Inhoudelijk deel
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
RO
a Opening inhoudelijk gedeelte
b Inspreekmoment Publiek De VOORZITTER geeft aan dat er een videoboodschap is binnengekomen van Stichting Voedselpark Amsterdam over punt 19, hetgeen in de volgende vergadering wordt besproken. De leden vinden deze videoboodschap bij agendapunt 2b in de NotuBox. De heer SONNEVELDT spreekt namens Stichting Herstel Oosterpark.NU over het persberichtverslag kort geding van 7 juni tegen het college Amsterdam over 102 normoverschrijdingen lood aan oppervlaktegrond in het Oosterpark. Ze spanden dit aan na het overleggen van de laatste meetrapporten van de gemeente zelf aan bekende wetenschappers zoals professor Jacob de Boer, emeritus-hoogleraar Chemie en Toxicologie aan de VU en aan drs. Job Schreuder van de Nederlandse vereniging van Toxicologie. Een en ander wordt ondersteund door feitelijke en wetenschappelijke onderbouwing door het RIVM en GGD Nederland. Zij willen het college en de gemeenteraad ervan overtuigen dat met spoed maatregelen te treffen in het Oosterpark. Hun primaire eis in het kort geding is het plaatsen van waarschuwingsborden voor ouders met hun kinderen. De uitspraak wordt volgende week verwacht.
Bij deze vergadering wil de heer Sonneveldt vertellen dat tijdens het kort geding door professor Jacob de Boer er uitvoerig bij is stilgestaan waarom er nu maatregelen moet worden getroffen en een zeer genuanceerd betoog gehouden over de fouten, zelfs gevaarlijke hoge en nergens op gestoelde zogenaamde normering loodwaarden, die de gemeenteadvocaat in haar pleitnota verwoord had. Vervolgens zegt hij dat zij hopen dat de gemeenteraad nu eindelijk beseft welke belangen er voor het college nu op het spel staan en welke consequenties het heeft als de rechter hun stichting gelijk geeft. Tevens zegt hij dat het ook belangrijk is dat ze zich ook beseffen welke consequenties het heeft, als de rechter hun stichting geen gelijk geeft. Zo zou de gemeenteadvocaat volgens de heer Sonneveldt gedurende de zitting hebben geroepen, dat bij een voor de gemeente negatieve uitspraak er sowieso in hoger beroep zal worden gegaan. Daarom vrezen zij dat de situatie met de minstens 102 gemeten overschrijdingen van loodnormeringen in het Oosterpark, ook de komende zomermaanden gevaarlijk blijft voor jonge kinderen die al lood hebben opgehoopt in hun lichaam. Hij verzoekt de leden nogmaals het persbericht en de dagvaarding te lezen. Tot slot vraagt hij om in te gaan op hun initiatief om met hen om de tafel te gaan om deze kwestie inhoudelijk te bespreken. Hij geeft aan dat zij dan professor dr.
De Boer mee zullen nemen en benadrukt dat zij deze kwestie nu moeten oplossen. De VOORZITTER geeft aan dat de volgende drie insprekers inspreken bij punt 5. Mevrouw LAFARRE spreekt op persoonlijke titel inzake punt 5 over het vaststellen van ‘Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst, Ontwikkelstrategie 20235’. Zij zet zich in voor de huurders van Ymere bij Tuindorp Amstelstation. Uit wat er in de gemeenteraad wordt gezegd over de bewoners, krijgt mevrouw Lafarre de indruk dat zij er als bewoners weinig toe doen. Dit ziet zij ook terug in de nota Stand van zaken per buurt. Er is alleen gesproken met gebiedsmanagers, gebiedsmakelaars, projectleiders en ambtelijke opdrachtgevers. Zij heeft de indruk dat degenen die eerder een zooitje maakte van de bewonersparticipatie, als eerste hun zegje mogen doen en zij als laatste mogen meedoen. Mevrouw Lafarre vraagt de raadsleden dit om te draaien en van Tuindorp Amstelstation een proeftuin te maken voor bouwen aan betere buurten en de woorden samen, zeggenschap, maatwerk en zorgvuldigheid in de praktijk te brengen. Zij verzoekt de raadsleden daarom per direct het sloopplan van Ymere te stoppen door het Amsterdams sloopkader erbij te pakken. Slopen is naar haar idee geen optie, omdat de huizen goed zijn, de waarderingsstaat is bijzonder, de buurt tegen sloop is en de sociale samenhang ontwricht zou worden.
Als zij Tuindorp Amsterdam als proeftuin zouden uitroepen, kunnen
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
RO
zij samen wat een passende samenwerkingsvorm is. Hier kunnen zij ouderen en andere buurtorganisaties bij betrekken die zich inzetten voor de grote groep kwetsbare mensen die hun Tuindorp telt. Mensen die afhankelijk zijn van hun sociaal netwerk in hun buurt. Als dan blijkt dat verdichting geen optie is, stelt zij voor Ymere te vragen out of the box te denken door een verdichtingsplan te realiseren samen met andere corporaties die al bij het Amstelstation aan het bouwen zijn. Zij zegt zo een handvat te hebben aangereikt. Mevrouw Lafarre roept de raadsleden op te bezinnen, voordat zij met bouwen beginnen. Zij zegt dat achter haar de mensen zitten die klaar staan om hen de hand te schudden om hun werkelijk te ontmoeten. Desgevraagd geeft mevrouw Lafarre aan dat zij op dit moment helemaal de kaderafspraken niet nodig heeft, want zij wil de ontwikkelstrategie bespreken. Daarbij gaat het haar om de woorden samen, maatwerk, zorgvuldigheid en zeggenschap, waarvan zij vindt dat deze absoluut niet geconcretiseerd zijn in het beleidsonderwerp. De kaderafspraken ziet zij enkel als een rituele dans zijn, waarbij vinkjes worden gezet bij de stappen die zijn genomen, zonder te kijken naar de inhoud. Desgevraagd geeft zij aan dat er helemaal niet met bewoners is gesproken, daar op de avonden wel mensen van stadsdeel Oost aanwezig, maar verdekt stonden opgesteld.
Er is wel ingesproken door bewoners op de avonden en daar is het volgens haar bij gebleven. Ook geeft mevrouw Lafarre desgevraagd aan dat rond de 70 en 80 procent tegen deze plannen zijn. Desgevraagd geeft zij aan dat zij met verdekte opgestelde ambtenaren bedoelt, dat er geen inspraakavonden, maar informatieavonden zijn gehouden. Portefeuillehouders de heer Manuel en de heer Vroege waren hierbij aanwezig en een aantal mensen van de ambtelijke top. Vervolgens werd er volgens haar niet of mondjesmaat gesproken met de bewoners. De heer SCHULTING spreekt namens Damen Shiprepair Amsterdam. Hij wijst erop dat de raadsleden vandaag de ontwikkelstrategie tot 2035 bespreken. Eén van de punten uit de ontwikkelstrategie, is de ambitie is om woningbouw te realiseren. Er is een pas op de plaats voor transformatie van bedrijventerreinen naar woningbouw. Alleen niet voor de woningbouw op de locatie van hun scheepswerf in Amsterdam Noord, de schipdoklocatie. Dat begrijpen zij niet. De bestemming moet nog worden gewijzigd. Hun werf vertegenwoordigt meer dan honderd jaar Amsterdamse scheepsbouwhistorie in Amsterdam Noord met roots die hun al bijna 750 jaar verbinden. De werf vervult belangrijke functies voor de stad, maar ook voor het onderhoud van de marinevloot, verduurzaming van schepen, transitie naar een circulaire economie en de realisatie van windparken op zee.
Ook hun werfhallen vullen een belangrijke rol voor de stad. Bijvoorbeeld voor tramrails, wissels, stalen kunstwerken en bruggen. Zij werken dag en nacht met een groot team van vakmensen met meer dan 25 vele verschillende culturele achtergronden. De ambities van Amsterdam, de provincie, Nederland en Europa op het gebied van energietransitie en klimaat zijn enorm. De enige manier om deze te realiseren is volgens de heer Schulting, is als er bedrijven zijn die kunnen maken wat hiervoor nodig is. Ook wijst hij op het belang om minder afhankelijk te zijn van het buitenland. Hij geeft aan dat hun werf niet zomaar te verplaatsen is. In de huidige tijd is de investering om een werf te bouwen, niet meer terug te verdienen, aldus de heer Schulting. Hij geeft aan dat hun werf een derde van de Nederlandse grootte dokcapaciteit vertegenwoordigt en als die kwijtraakt, komt dit nooit meer terug. Tegelijkertijd begrijpen zij ook de woningbehoeftes, daarom staan zij open voor alle initiatieven zolang er maar een werf blijft in het Noordzeekanaalgebied. Positief vinden zij dat in de laatste versie van de ontwikkelstrategie is aangegeven dat de herontwikkeling van hun werf alleen kan plaatsvinden als er een goede oplossing gevonden is. De gemeente snapt dat hun werf een bovengemeentelijk belang dient.
Tegelijkertijd houdt de gemeente de optie open om de herontwikkeling van hun werf voor 2035 te kunnen uitvoeren. Zij denken dat dit niet realistisch is. Het vinden van een goede oplossing kost veel meer tijd, voor het voortbestaan van hun werf is het belangrijkste dat zij voldoende zekerheid krijgen over de toekomst. Dit is de reden dat zij, het ministerie EZK, IenW, Defensie en de Gedeputeerde van de provincie allemaal aan de gemeente hebben gevraagd om de herontwikkeling uit te stellen tot na 2040. Hij noemt 2040 een logisch jaar, omdat ISL in de Coen- en Vlothaven blijft opereren en er een pas op de plaats is voor omliggend gebied
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
RO
tot 2040. Alleen bij hen is dit niet het geval. Hij smeekt hun die zekerheid tot 2040 te geven, zodat zij de huidige activiteit op de huidige locatie kunnen voortzetten, niet doodbloeden en zij met elkaar een goede oplossing kunnen vinden. De stad en de werf horen nu eenmaal bij elkaar. Voor altijd, de boot moet varen, aldus de heer Schulting. Desgevraagd zegt hij wat betreft de gesprekken met de verschillende ministeries en belanghebbenden in deze kwestie, dat er een sectoragenda is opgesteld voor de maritieme maakindustrie. Vanuit die agenda is er een regiebureau die wordt aangestuurd door het ministerie van EZK, wat de grootste knelpunten in Nederland onderkend. Één daarvan is hun zaak in Amsterdam-Noord. Van daaruit worden constructieve gesprekken gevoerd in Den Haag, met de gemeente Amsterdam en de provincie. Desgevraagd geeft de heer Schulting aan dat de werven gemeente overstijgende belangen hebben en deze te vinden zijn in het enorme werkaanbod dat er ligt voor de verduurzaming. In de havenketen hebben zij de functie dat de Amsterdamse haven alle grote schepen bij hen dokt. Ook hebben zij een militaire functie, namelijk strategisch je eigen vloot te kunnen blijven dokken als ergens iets misgaat. Daarnaast hebben zij een circulaire functie, door waar nodig ervoor te zorgen alle schepen een andere bestemming te geven.
De windmolenparken die worden gebouwd worden pas in 2030 verwacht en daar hebben ze heel veel werk aan. Op de vraag of de gemeentelijke plannen om heel veel logistiek over het water te regelen zonder de werf haalbaar zijn, geeft hij aan dat alle werven het zwaar hebben. Het wordt inderdaad heel erg lastig als er niet ingegrepen wordt, dan hebben we allemaal een mooi huis, maar kunnen de boten niet meer droog. Wat betreft de gemaakte afspraken zegt hij dat de gedachte heerst dat de gemeente hele duidelijke afspraken heeft met een bouwconsortium om na 2028 te gaan ontwikkelen op hun werflocatie, maar die afspraken die zijn niet bindend maakt doordat omdat het bestemmingsplanwijziging nu eenmaal niet bindend gemaakt kan worden. Volgens hem moet er eerst een bestemmingsplanwijziging gemaakt moeten worden. Desgevraagd geeft hij aan dat een verhuizing naar zijn inschatting, niet meer als vijfhonderd miljoen zal kosten. Het zou logischer zijn om hun dokken bij een verhuizing ook groter te maken. Wethouder VAN DANTZIG geeft aan recent een gesprek te hebben gehad met Damen Shiprepair Amsterdam en wethouder Van Buren. Zij zijn samen met de provincie en het rijk aan het kijken wat het toekomstperspectief voor Damen is. Veel documenten zijn geheim, waardoor als er nu een debat gevoerd wordt de wethouder op vele vragen geen antwoord kan geven.
Er is een technische en daarmee besloten sessie over Havenstad aangekondigd. Het lijkt hem goed om daar de behandeling te doen. De wethouder kan wel aangeven dat er voor Damen geen onomkeerbare stappen worden genomen tot na de zomer en er nog mogelijkheid is tot debatteren. De wethouder zegt toe dat dit een eigenstandig besluitvormingstraject wordt. De heer NOORMAN spreekt namens ORAM. Hij geeft aan het logisch te vinden dat Amsterdam zoekt naar locaties voor woningbouw. De focus op de jaarlijks te realiseren aantallen heeft er naar zijn mening toe geleid dat een aanzienlijk deel van de bedrijventerreinen worden gezien als herontwikkelingslocatie. Uit recentelijk bedrijvenstrategie van de metropoolregio blijkt dat zij koersen op een tekort van bijna duizend hectare aan bedrijventerreinen. Naast wonen moeten Amsterdammers ook kunnen werken en dit kan niet alleen in kantoren, de werklocaties hebben zij dan ook keihard nodig. De ontwikkelstrategie 2035 leest als een pas op de plaats, omdat veel projecten worden uitgesteld tot na 2040. Maar uitstel is helaas geen afstel, aldus de heer Noorman. Nu blijft de toekomstige herontwikkeling als een donderwolk boven deze locaties hangen. Dit geeft langdurige onzekerheid en creëert ongunstig investeringsbeleid. De ontwikkelstrategie heeft een horizon tot 2035.
Nu besloten is om de transformatie van een aantal bedrijventerreinen uit te stellen tot na 2040, vallen deze locaties buiten de scoop van de ontwikkelstrategie. Het lijkt niet nodig om in de ontwikkelstrategie nu al een voorschot te nemen op de eventuele herontwikkeling van deze locaties na 2035. Het geeft te veel onzekerheid om jarenlang allerlei plannen boven bedrijventerreinen te laten zweven, zonder dat ze op korte termijn concreet worden en de haalbaarheid hiervan is aangetoond. Om bedrijven
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
RO
perspectief te bieden vragen zij de tekst van de ontwikkelstrategie te wijzigen door te volstaan met de mededeling dat de gemeente de herontwikkeling van deze locaties niet doorzet. Wat er na 2035 gebeurt, is aan de opstellers van de volgende ontwikkelstrategie. De gemeente heeft volgens hem inmiddels ervaren hoe ingewikkeld het is om bedrijventerreinen om te vormen naar woningen, zeker als er geen realistisch plan is om de huidige bedrijven te verplaatsen of uit te kopen. Dat deze bedrijven een belangrijke functie vervullen en legitieme belangen hebben, lijkt nog onvoldoende te worden gevoeld. Met de ontwikkelstrategie dreigt er in Amsterdam een groot tekort aan werklocaties. Het is daarom van belang om binnen het ruimtelijkeordeningsbeleid niet alleen woningbouw, maar ook strategische werklocaties te reserveren die onderdeel zijn van het ecosysteem van de regionale economie en die in sommige gevallen ook een bovengemeentelijk belang dienen. Zij vragen om niet alleen een pas op de plaats te maken met de nieuwe plannen, maar ook om de bestaande plannen opnieuw af te wegen vanwege het belang om ook in de toekomst voldoende werklocaties voor de stad te behouden. Desgevraagd geeft de heer Noorman aan dat het gaat om een duivels dilemma, omdat de mensen die in Amsterdam werken, moeten ook wonen en de mensen die wonen, moeten ook werken.
Het is volgens hem in ieders belang dat er genoeg woningen gebouwd worden. Maar op het moment dat je planvorming doet op gebieden waar al bedrijven zitten of waar goed functionerende bedrijventerreinen zijn en je plant daar woningbouw, zonder een plan te hebben wat er met die bedrijven gebeurt, is er volgens hem sprake van een onvolwaardig plan. Daarom zeggen zij op het moment dat, zolang je niet weet wat je met die bedrijven moet doen, verplaatsen of uitkopen, kan je daar eigenlijk geen woningen bouwen, want dan zitten er al bedrijven. Desgevraagd geeft hij met betrekking tot de ambitie om woningbouw te plannen aan, dat deze ambitie wel realistisch moet zijn. Wat betreft de mixed used bedrijventerreinen, zegt de heer Noorman dat dit voor sommige functies een uitstekende oplossing kan zijn, maar dat bedrijven die lawaai of stank veroorzaken, moeilijk te combineren zijn met woningbouw. Hij kent weinig realistische voorbeelden waarbij dat goed is gegaan. Desgevraagd geeft hij aan dat uitkoop het ergste is wat je als ondernemer kan overkomen. Als ondernemer ga je volgens hem ervan uit dat je bedrijf in de oneindigheid kan blijven bestaan, ben je onderdeel van een weefsel en kun je niet zomaar weg. Je leveranciers en werknemers zitten dan ineens op de verkeerde plek. Met uitkoop haal je volgens hem ook een functie weg.
Hij zegt dat als er geen geld is om uit te plaatsen en er geen locaties zijn om de bedrijven te verplaatsen, zij ook niet zouden moeten beginnen aan de planvorming. Als je het hebt over die grote formules die nu gepland worden ga je ervanuit dat de bestaande bedrijven er niet meer zitten in de toekomst. Dan zou je daar een oplossing voor moeten vinden en dan zou het in de regio moeten plaatsvinden. In de notitie van de metropoolregio Amsterdam staat dat er in de regio tussen de 600 en 1000 hectare te weinig aan bedrijventerreinen is, dus dat ziet hij ook niet als een oplossing. Mevrouw WILMINK spreekt namens zorgorganisatie Cordaan over het vaststellen van het bestemmingplan ‘Tuindorp Oostzaan II’. Zorgterrein Op de Werk. Zij spreekt vandaag om hun in de zienswijze op het bestemmingsplan toe te lichten. Het betreft hun woon- en zorgterrein De Werf. De gebruiksfunctie was in het vorige bestemmingsplan wonen met bijbehorende maatschappelijke voorzieningen. In het nieuwe plan wordt gesproken over maatschappelijke dienstverlening en zorg-wonen. De definitie van zorgwonen sluit, anders dan in het oude plan, zelfstandig bewoning uit. Zij willen graag de flexibiliteit van deze gebruiksfunctie kunnen behouden op het terrein. Ook bij de groepen mensen met een verstandelijke of psychiatrische beperking vindt steeds vaker gescheiden wonen en zorg plaats.
Dus mensen die zo lang mogelijk zelfstandig wonen of ze wonen zo lang mogelijk bij hun familie. Zij doen hun best dit zo goed mogelijk te ondersteunen. Waar het bij ouderen zo is, zo lang mogelijk zelfstandig wonen en uiteindelijk alleen als het nodig is, wellicht naar een intramurale variant, zie je bij deze doelgroepen vaak de andersom beweging die zij willen vormgeven als wooncirkels in wijken. Mensen hebben wellicht intramurale zorg nodig, hebben dus heel veel nabijheid van zorg en ondersteuning in een locatie waar mensen wonen en een gezamenlijke ruimte hebben waar de zorg 24 uur aanwezig is. De beweging om naar een semi zelfstandige woning te
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
RO
verhuizen, waarbij de zorg iets meer op afstand is, namelijk zestien uur zorg op afroep en vaste contactmomenten. De schil daaromheen is het zelfstandig wonen. Dus met een eigen huurcontract. Zelfstandige woningen zijn natuurlijk schaars, zowel voor Cordaan als voor de mensen zelf. Daarom willen wij deze mogelijkheid, de gebruikersfunctie zoals in het eerdere bestemmingsplan laten zoals hij is, zodat zij op de terreinen die zij hebben, waar zij deze gebruikersfunctie hebben, laten bestaan voor flexibiliteit in de toekomst als het gaat om scheiden wonen en zorg. Desgevraagd zegt mevrouw Wilmink dat zij bij de gemeente een zienswijze hebben ingediend. Als reactie hebben zij ontvangen, dat het enkel semantisch zou zijn, alleen om taal zou gaan. Het was gebruiksfunctie wonen in combinatie met bijbehorende maatschappelijke voorzieningen. In het nieuwe plan is het maatschappelijke dienstverlening en zorg wonen. Zorg wonen is een vorm van intramuraal wonen, waarbij zorg en wonen onlosmakelijk gekoppeld zijn. Dus ook het wonen betaald uit het zorgtarief. Terwijl als er gesproken wordt over wonen in combinatie met maatschappelijke voorzieningen dan woon je in de vorm van een huurcontract en dan krijg je daarbij een vorm van ambulante zorg en ondersteuning. Zij zien wel degelijk een verschil in die gebruiksfunctie.
Ook benadrukt zij dat zij van zins zijn het terrein opnieuw te ontwikkelen voor zorg hetgeen zij volgende week met de gemeente ook bespreken. Voor dit moment willen zij graag de gebruiksfunctie behouden zoals die al die jaren geweest is. Mevrouw POELS spreekt op persoonlijke titel over het verslag van het verdiepend gesprek Joint fact finding tussen Voedselpark Amsterdam en Gemeente Amsterdam. Zij omschrijft zichzelf een bezorgde burger en een klimaatburgermeester. In november 2021 keek zij naar het journaal en zag zij dat Ahold zich ging terugtrekken uit de Lutkemeerpolder. In januari 2022 hoorde zij voor het eerst over het voedselpark Amsterdam plan waarna een paar maanden later de raadsleden werden gekozen en met een heel mooi en ambitieus coalitieplan kwamen. Mevrouw Poels dacht dat hiermee de Lutkemeerpolder gered was, maar noemt dat nu een domme gedachtegang. Het plan om enorme distributiehallen te bouwen op de allerlaatste vruchtbare bodem van Amsterdam, vijf meter onder NAP, met een zeer hoog overstromingsrisico, gaat nog steeds door. Zij vraagt zich hoe dit toch mogelijk is. Om dit beter te begrijpen, is zij op de fiets naar de Lutkemeerpolder gegaan om daar te kijken en heeft zij boerin Trijntje gesproken met de vraag of zij één keer in de maand een Lutkemeer ommetje mag organiseren.
Dit ommetje is een groot succes en honderden mensen hebben inmiddels een ommetje gelopen. Waaronder buurtbewoners, experts, journalisten, bankiers, studenten, de burgemeester, beleidmakers, de dijkgraaf, kinderen en grootouders. Zij bedankt iedereen die is komen kijken en nodigt wie dat nog niet heeft gedaan uit, om een ommetje te lopen. Zij begrijpt niet waarom het plan er ligt om hier een groot distributiecentrum neer te zetten. Duizenden Amsterdammers hopen op een uniek voedselpark in Amsterdam. Ze noemt dit een unieke kans en een innovatief businessplan, duurzaam en toekomstgericht. Dit plan geeft ruimte aan lokale ondernemers zoals nu ook gebeurt. Mevrouw Poels zegt dat Amsterdam Nieuw-Vest volgens haar de aandacht verdient en benadrukt dat de raadsleden het verschil kunnen maken om de laatste vruchtbare grond, de Lutkemeerpolder, te behouden voor de toekomstige generaties. Daarbij verwijst zij naar Vincent van Gogh die bijna net zo oud is als deze polder. Desgevraagd geeft zij aan dat naar haars inziens iedere hectare telt. Veel kavels zijn volgens de website nog niet uitgegeven. Zij verwacht gewoon meer ambities van de coalitie en de gemeenteraad voor toekomstige generaties, omdat dit de enige zeekleigrond is die zij hebben en zij hiermee 20.000 mensen van betaalbare groentes kunnen voorzien.
Mevrouw Poels verwijst daarbij ook naar het planetary health dieet en oppert dat dit ook een planetary health centrum zou kunnen worden Wat betreft de resultaten van de Joint Fact Finding, zegt zij dat zij de hele dag bij elkaar hebben gezeten over zes onderwerpen met verschillende experts. Een paar conclusies zijn bijvoorbeeld dat de gemeente Amsterdam geen beleid heeft op stadslogistiek, dat hebben ze altijd aan de markt overgelaten. Daarom weten ze helemaal niet of de Lutkemeerpolder wel een goede locatie is voor distributiehallen. Waarschijnlijk zijn de maatschappelijke kosten veel hoger dan de winst, aldus mevrouw Poels. Het Stadsdeel NieuwWest heeft hiervoor ook een motie over ingediend. Die hebben gevraagd of zij hier een kostenberekening op kunnen doen. Verder heeft het waterschap ook gezegd, dat zij hier
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
RO
liever niet zullen bouwen vanwege het hoge overstromingsrisico. Als de ringvaart breekt, zou het water vier meter hoog staan. Desgevraagd zegt zij dat de bewoners nu al bezorgd zijn over de files die er nu al staan en de duizenden verkeersbewegingen die er nog bijkomen. De gemeente Amsterdam heeft volgens haar wel degelijk grond gereserveerd voor een eventuele afrit. De provincie heeft gezegd dat deze afrit niet komt en dit ook niet op de begroting gezet. Volgens mevrouw Poels zou de provincie in Lijnden gemaakt met de A5, omdat daar een veel groter distributiecentrum zit wat grotendeels leeg staat. In Westpoort is volgens haar ook een distributiecentrum opgeleverd wat grotendeels leeg staat en 300 miljoen zou hebben gekost. Zij roept op een stap op de plaats te maken, voorlopig geen vergunningen af te geven en te kijken wat er te redden valt. Volgens haar is het grootste obstakel dat er een hele vage kostenberekening is. Als voorbeeld geeft zij een brug naar Lijnden, waarvan al duidelijk is dat die het vrachtverkeer niet aankan. Mevrouw Poels wijst erop dat de raad er is voor een kostenberekening. Desgevraagd zegt Mevrouw Poels dat bijna 25.000 mensen Red ons groen hebben ondertekend. Er hebben bijna 5000 mensen een half miljoen overgemaakt. Land van Ons zegt tussen de vijf en zeven miljoen beschikbaar te stellen. Er zijn meer dan 240 organisaties die hen steunen.
Er zijn ontzettende veel lokale ondernemers, maar ook jongeren, die ook ruimte zoeken om te ondernemen. Zij wijst onder andere naar jongeren die de opleiding Leefbare Stad doen. Desgevraagd zegt mevrouw Poels dat zij in ieder geval door blijven gaan zolang er nog grond te redden is. Daar het zo ontzettend zorgelijk gaat met de biodiversiteit en waterkwaliteit in het land, dat iedere plek die je kan behouden voor een innovatieve natuur inclusief voedselpark gered is. Zij begrijpt daarom niet dat aan private equity uit Amerika en Groot-Brittannië deze grond geeft en niet de ruimte geeft aan lokale ondernemers. Mevrouw GODDIJN spreekt namens Grootouders voor het klimaat eveneens over het verslag van het verdiepend gesprek Joint fact finding tussen Voedselpark Amsterdam en Gemeente Amsterdam. Zij geeft aan dat zij niet extra’s heeft toe te voegen aan de vorige inspreker. Hun betrokkenheid als grootouders is heel erg duidelijk. De Lutkemeerpolder is voor Amsterdam een ontzettend mooie kans, want daarmee kun je waarde creëren. Dus niet door distributiegebouwen neer te zetten voor winsten, maar waarde creëren voor de mensen. Zij gaat ervan uit dat de raadleden, de plannen voor het voedselpark bestudeerd hebben. Dit zijn zeer doorwrochte plannen waar Wageningse hoogleraren ook bij betrokken zijn.
Ook het feit dat het voor de bewoners de plek zoveel beter is dan die distributiegebouwen. Zij begrijpt er dan ook niets van, dat de raad daar niet allang voor gekozen heeft. Niet alleen voor de bewoners van Nieuw West, maar voor alle bewoners. Het is natuurlijk voor de hitte, de watervoerlaat, de educatie, een feestje te vieren en daarmee voorkom je ook al die vreselijke vrachtauto’s die door de wijk gaan als ze distributiegebouwen gaan neerzetten. Zij wil aan de raadsleden vragen hoe zij over tien jaar terugkijken naar dat gebied. Of zij willen dat het een mooi, groengebiedje is of een onduidelijk gebied met grijze dozen. Zij vraagt waar zij meer trots van worden. Als ouder of grootouder, durft zij er bijna haar hand voor in het vuur te steken, dat zij zullen kiezen voor het voedselpark. Er zullen een aantal ingewikkelde kwesties zijn, maar er zijn zoveel mogelijkheden om die ommezwaai te maken. Daarom het dringend verzoek namens vele Amsterdamse grootouders voor het klimaat om de Lutkemeer polder te bestemmen als een voedselpark. Desgevraagd geeft mevrouw Goddijn aan, dat zij denkt dat de bewoners niets hebben aan een distributiegebouw van een groot internationaal bedrijf. De VOORZITTER stelt vast dat zij hiermee aan het einde zijn gekomen van het inspreekmoment voor het publiek. c Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. d
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
RO
Rondvraag Het lid LELKES zegt twee punten aan de wethouder te willen vragen. Het eerste punt betreft recente besluiten van de Raad van State. De Raad van State heeft een tweetal bestemmingsplannen vernietigd. Het gaat om het project Exclusiva en de ontwikkeling van het voormalige Draka terrein. Beide vallen in de veiligheidszone van het chemiebedrijf Ketjen. In beide gevallen was de motivatie met betrekking tot de veiligheidsrisico’s de enige reden. Het lid vraagt of de wethouder denkt, dat als hij alsnog met een deugdelijke motivatie aankomt, de uitkomst anders zal zijn en zij daar binnenkort kunnen gaan bouwen. De VOORZITTER wijst er op dat vorige week hierover ook een brief is gekomen. Wethouder VAN DANTZIG geeft aan dat alle antwoorden in deze brief staan. Het lid LELKES zegt dat zijn tweede vraag te maken heeft met Damen Shipyards. Het huurcontract van Damen Shipyards loopt in 2028 af. Voorziet de wethouder dat de scheepswerf daar weg is of worden daar oplossingen voor gezocht. Wethouder VAN DANTZIG verwijst naar wat hij net gezegd heeft. De VOORZITTER licht toe dat wethouder Van Dantzig verwijst naar wat de wethouder eerder heeft met betrekking tot geheimhouding.
BESPREEKPUNTEN Financiën 3 Vaststellen van het Jaarverslag 2023 (inclusief de Jaarrekening 2023) (VN2024006737) De VOORZITTER geeft aan dat het jaarverslag in zijn geheel wordt besproken tijdens de raad van 26 juni 2024. In deze vergadering bespreken zij de onderdelen die te maken hebben met deze commissie, namelijk ruimtelijke ordening en grondzaken. Het lid STAARTJES vertelt dat hij vorige week aanwezig was bij een lezing van de heer Duisenberg van de Algemene Rekenkamer, die aangaf dat een jaarverslag eigenlijk een feestje zou moeten zijn, omdat je dan kan zien wat voor mooie resultaten er zijn neergezet. Hij geeft vervolgens aan dat hij de indruk heeft dat het gaat om een tussenjaar en zegt dat het daarbij met name om de besluiten gaat die door allerlei omstandigheden zijn uitgesteld. Hij vraagt of de wethouder dit ook zo ziet en of de wethouder hen kan meenemen in welke resultaten er afgelopen jaar zijn neergezet. Verder heeft hij nog een punt over de doelen en ambities van de recreatieschappen, in bijzonder die van Spaarnwoude en Twiske. Hij merkt daarbij op dat begin dit jaar hier ook een zienswijze over is ingediend. Hij vraagt hoe de wethouder nu kijkt naar de beschikbare middelen die beschikbaar waren in verhouding tot de financiële uitdagingen die spelen in deze recreatieschappen en hoe de wethouder hiernaar kijkt in de toekomst.
Het lid LOCHTENBERG zegt dat de cijfers over het grondbeleid bij hem de associatie oproepen van een bord spaghetti. Het vereveningsfonds wordt volgens het lid gepresenteerd als een pot met geld waarbij kasgeld in en uitstroomt, maar dit blijken geen echte kasstromen te zijn, maar de bedragen dienen te worden bezien vanuit het oogpunt van het fonds staat geschreven. Ook wordt er soms afgeweken van het BBV. Deze manier van presenteren wijkt af van de stellige uitspraak van de commissie BBV. In sommige tabellen worden verschillende kosten op één hoop gegooid. Dit is een gruwel voor hem als econoom. Zonder duidelijke cijfers is het moeilijk beleid te maken. Hij vraagt of de wethouder kan komen tot een meer duidelijke rapportage en openstaat om samen met
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
RO
geïnteresseerde fracties en ambtenaren te kijken naar hoe tot een breed en duidelijk interpreteerbare verslaggeving kan komen in de verschillende producten. Wethouder VAN DANTZIG geeft hij aan dat hij het ten dele eens is met het CDA, omdat alle financiële producten van de gemeente moeilijk te doorgronden zijn, ook omdat het om meer gaat dan om strikte cijfers. De aanbevelingen die er zijn, zoals ook is te lezen in het verslag van de ACAM, nemen zij over. Zij hebben dit jaar geprobeerd het NPG te synchroniseren met de PNC-cyclus. Zij vonden als college dat het wel raar is dat als het over zoveel geld gaat, er dan net voor een ander traject gekozen wordt. De wethouder stelt voor dat zij bij hem op de lijn komen, dat hij kijkt wie zich daar in de commissie daartoe geroepen voelt en dat zij op de lijn komen over hoe ze dit gesprek tussen de raadsleden en ambtenaren kunnen faciliteren. Wat zij kunnen verbeteren, nemen zij over. Wat betreft de recreatieschappen, geeft de wethouder aan dat hun PNC-cyclus nog niet helemaal gesynchroniseerd is met die van de recreatieschappen. Dat maakt het ingewikkeld. Hij wijst erop dat hij de Partij voor de Dieren al eerder de toezegging heeft gedaan, dat als de inwonersaantallen zo groeien, hij bij het college zal inbrengen dat er meer geld naar toe gaat. De andere partners moeten dat ook willen.
Vervolgens zegt de wethouder als algehele beschouwing over het jaar 2023, dat zij ondanks sterke economische tegenwind, veel gebouwd hebben. Het lid STAARTJES zegt dat het er ook ging om de structurele afdracht uit het verenigingsfonds. Dat legt een groot beslag op de ruimte die ze hebben voor woningbouw. Hij vraagt hoe de wethouder nu naar die afdracht kijkt, ook gelet op het feit dat zij in 2023 een flink overschot hebben van meer dan 100 miljoen euro. Wethouder VAN DANTZIG geeft aan dat het rekeningresultaat natuurlijk de algemene weging van het college is, maar hij voorspelt dat ze bij de begroting zullen zien dat het college discussie hierover heeft. De wethouder zegt positief te zijn over de uitkomst, maar dan moeten de raadsleden wel de begroting willen vaststellen. De VOORZITTER zegt dat dit punt is afgerond en dit punt verder behandeld zal worden tijdens raadsvergadering van 26 juni 2024. 4 Vaststellen van de begrotingswijzigingen en kennisnemen van de Voorjaarsnota 2024 (VN2024-007449) De VOORZITTER zegt dat dit punt ook een raadsvoordracht betreft voor de vergadering van 26 juni 2024 en verwijst naar de e-mail die de raadsleden op 15 mei 2024 hebben ontvangen over de veranderde werkwijze. Het lid STAARTJES vraagt of de wethouder kan toelichten of het genoemde tekort van de omgevingswet die is ingevoerd meevalt, of dat er nog meer aankomt.
Ten tweede vraagt het lid Staartjes in hoeverre het tekort bij het Noorzeekanaal te voorzien was en hoe de wethouder naar de komende tijd kijkt als het gaat om het oplopen van dit tekort. Het lid MINDERHOUD geeft aan dat zij in de voorjaarsnota hebben gelezen dat er voor eeuwigdurende grafrustbegraafplaatsen in Amsterdam 0,2 miljoen is vrijgemaakt en wijst op het belang hiervan. Het lid vraagt de wethouder wat nu de stand van zaken is met betrekking tot het zoeken van de juiste locaties voor eeuwigdurende grafrust. Het lid EMMERIK zegt dat er naar hun mening grenzen zitten aan de groei van de stad. De ruimte is schaars, maar de cijfers lijken de boventoon te hebben. Zo moeten er 150.000 woningen worden gebouwd tot 2050, met een tempo van 7500 per jaar. Het lid stelt dat zij het woningtekort niet kunnen oplossen door Amsterdam vol te bouwen.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
RO
Het lid MINDERHOUD interrumpeert en vraagt of ze dan het woningtekort oplossen door niet meer in Amsterdam te bouwen. Het lid EMMERIK antwoordt dat zij wel in Amsterdam kunnen bouwen, maar dat ze moeten gaan voor kwaliteit en niet voor kwantiteit. Het Lid MINDERHOUD zegt dat hij gelooft dat de woningnood ook een kwantitatieve kwestie is, omdat er een numeriek tekort is aan het aantal woningen. Hij vraagt of de Partij voor de Dieren het daarmee eens is. Het lid EMMERIK zegt dat er ook een klimaatcrisis is en vraagt wat er urgenter is. Het lid MINDERHOUD zegt dat hij niet weet of de klimaatcrisis en het woningentekort elkaar in die zin bijten. Vervolgens zegt hij dat hij hoort dat de Partij voor de Dieren zich niet wil inzetten voor woningnood. Het lid EMMERIK zegt dat zij zich wel inzetten voor het bestrijden van de woningnood, maar met kwaliteit en niet met kwantiteit met genoeg groen en voorzieningen voor iedereen, zodat de Amsterdammer goed kan leven in Amsterdam. Vervolgens zegt het lid dat er onrealistische verwachtingen worden gecreëerd, door te zeggen dat Amsterdam een complete stad is met groen, kunst, cultuur, onderwijs, zorg en 150.000 extra nieuwe woningen, wat neerkomt op 250.000 nieuwe inwoners. Ook zegt het lid dat de coalitie ook spreekt over rigoureus vergroenen, maar het groen neemt juist af, terwijl de Amsterdammer het groen zo belangrijk vindt.
Zo heeft ruim 61 procent tijdens het referendum aangegeven door tegen te stemmen. Zij vinden dat het college dit mee moet nemen in elke beslissing en echt rigoureus moet vergroenen binden de grenzen die de omgevingsvisie stelt, hetgeen zorgvuldige planning vereist. De ambitie om 7500 woningen is zijns inziens niet haalbaar, daarom stellen zij voor om de bouwambities te herijken en zij vragen of de wethouder hierop kan reflecteren. Het lid BILGIN vraagt naar het standpunt van de Partij voor de Dieren, bijvoorbeeld bij een gebiedsontwikkeling als het Schinkelkwartier. Het lid EMMERIK herhaalt dat zij gaan voor kwaliteit en niet voor kwantiteit. Het lid MINDERHOUD interrumpeert en vraagt wat dan de korte reflectie van hen is over er het herijken van het benodigde aantal woningen. Het lid EMMERIK geeft aan dat zij willen dat de groennorm wordt behaald. Op dit moment wordt deze groennorm naar huns inziens niet behaald, omdat het groen steeds bij andere delen van de stad wordt gevonden en dat is volgens hun geen leefbare stad. Het lid MINDERHOUD vraagt hoeveel woningen ze dan per jaar zouden moeten bouwen om te herijken. Het lid EMMERIK zegt dat je zoveel moet bouwen zodat het leefbaar is en er voldoende groen in de wijk is.
Het lid KONINGS geeft aan dat zij blij zijn dat er extra geld is uitgetrokken voor mobiliteit en het elektriciteitsnetwerk, daar dit randvoorwaarden zijn voor alle andere plannen. Ook juichen zij het toe dat er grote stappen zijn gezet in de eerste fase van de Sprong over het IJ, de brug aan de oostkant. Onlangs zag zij in een bericht van wethouder Van der Horst dat er een burgerraadpleging online is gezet, zij zou de resultaten daarvan graag bespreken, want het gaat over ruimtelijke ordening. In oktober zijn daarvan de resultaten bekend en die zou het lid Konings willen bespreken. De VOORZITTER merkt op dat het de bedoeling is dat dit maar in één commissie besproken wordt, niet in twee. Zij zouden wel kunnen kijken dat commissie RO
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
RO
uitgenodigd kan worden of andersom, zodat dit eventueel in gezamenlijkheid besproken kan worden. Terzijnertijd kunnen zij bespreken wat het beste uitkomt. Wethouder VAN DANTZIG zegt dat de omgevingswet echt een stuk voortschrijdend inzicht is. Ze hebben eerder bij het college besproken het in een risicoreservering te laten lopen, dus bij jaarverslag te beoordelen. Ze zagen dat wat ze nu weten hoeveel dit aan extra kosten oplevert en daar hebben ze in de voorjaarsnota ruimte voor gemaakt. Het Noordzeekanaalgebied heeft al een tijdlang problemen om de begroting goed rond te krijgen. De wethouder zegt dat het natuurlijk wel een gemeenschappelijke regeling is, in de portefeuille van wethouder Scholtes, die ook met de andere deelnemers coördineert. Wat zij constateren dat er vaak ook onderbesteding in het Noordzeekanaal gebied is, omdat er niet genoeg mensen gevonden kunnen worden om dit uit te voeren. Vervolgens zegt de wethouder dat ook hier geld dat de PCE-cyclussen en die van OD niet synchroon lopen. Dus zij hebben nu geld uitgetrokken waarmee zij denken dat de extra kosten waar een valide verhaal onder zat, konden dekken. De wethouder zegt dat zij de partners hebben opgeroepen dat de begroting beter in orde is.
De wethouder geeft aan dat hij en het college van mening zijn dat er ruimte moet zijn om islamitisch te begraven en dat er de wet op lijkbezorging is die dit ook voorschrijft, maar dat er wel een ontvankelijke aanvraag moet worden gedaan door het IGA. Deze aanvraag hebben zij nog niet ontvangen, dus kan hij het tijdspad niet schetsen. Zij hebben ook aangeboden te helpen bij de aanvraag. Op het moment dat die aanvraag goed is, gaan zij kijken naar een juiste locatie. Wat betreft de 7500 woningen per jaar, wijst de wethouder erop dat dit een coalitieafspraak is. Gevraagd wat hij er persoonlijk van vindt, zegt de wethouder dat hij voor groen is, maar ook voor het oplossen van de wooncrisis. Tot slot bedankt hij Volt voor de complimenten. De VOORZITTER stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en wordt dit punt afgesloten. Dit punt zal in zijn gezamenlijkheid besproken worden in de eerstvolgende raadsvergadering. Ruimtelijke ordening 5 Vaststellen ‘Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst, Ontwikkelstrategie 2035’ (VN2024-005904) De VOORZITTER geeft aan dat dit punt de vorige keer het concept is besproken, dat was het concept en dit keer gaan ze het definitieve raadsbesluit bespreken wat ook een raadsvoordracht is waarover gestemd zou worden op de volgende raadsvergadering van 26, 27 juni.
Het lid LOCHTENBERG geeft aan dat het CDA onder de indruk is van het vele denkwerk wat in de ontwikkelstrategie en de omgevingseffectrapportage en de verbeteringen die daarin worden gepresenteerd. In de ontwikkelstrategie staat in een voetnoot dat OJS een grove inventarisatie heeft gemaakt waaruit blijkt dat acht procent van de woningen kunnen lenen van optoppen. Uitgaande van 460.000 gaat het dan al gauw over 36.000 woningen. Veel meer dan die voetnoot kwamen zij niet tegen. Het lid Lochtenberg vraagt aan de wethouder wat het college kan doen om het optoppen beter uit te werken dan nu is gedaan in deze strategie. Het CDA heeft eerder een motie ingediend om het borgingsplafond van de WSW op te hogen. Doordat dit al dertien jaar niet is geïndexeerd met de inflatie, kunnen drie van de zes woning coöperaties minder woningen bouwen dan zij willen. In plaats van lenen tegen één procent zouden zij moeten lenen tegen vier procent of meer. Het lid zegt dat een corporatiedirecteur die hij sprak, aangaf aan dat alleen bij zijn coöperatie al de bouw van 3000 woningen tegenhoudt. Het lid vraagt of de wethouder, bijvoorbeeld in G4 verband, onderzoek kan laten doen in hoeverre een verhoging van het borgingsplafond kan leiden tot meer woningen. Hij zegt dat zij het wenselijk achten dat
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
RO
zoveel mogelijk andere ideeën eerst worden uitgewerkt, opdat ORAM zijn bedrijfsterreinen kan behouden en DAMEN zo lang mogelijk zijn doks kan behouden. Het lid VEENHOFF geeft aan dat er een enorm stuk ligt en zij spreekt haar waardering uit voor al het werk wat verzet is. De vorige keer heeft zij iets aangegeven over de gebieden die benoemd zijn en de stadsdelen. Daar miste zij stadsdeel West in. Zij had toen de toezegging van de wethouder dat dit zou worden toegevoegd. Het lid Veenhoff heeft deze toevoeging ook gezien en spreekt hiervoor haar dank uit. Toen was zij in verwarring, want nu is er in de paragraaf west, nieuw west, blijft de naar haars inziens gekke zin nog staan, met de vergelijking, nieuw west, oud west. Zij heeft begrepen dat het niet zozeer per stadsdeel leidend is, maar dat het om de gebieden gaat. Bij een andere passage was dit ook het geval. Het lid Veenhoff merkt op dat de hele nota meer over gebieden gaat. Zij roept op om in een volgende versie, een oplegger of iets dergelijks, duidelijker te maken dat het hier om gebieden gaat. Als zij het niet begrijpt, begrijpen anderen het mogelijk ook niet. Het lid licht toe, dat ook de stadscommissies dit enorm lijvige stuk krijgen die zoeken naar hun paragraaf en gaan daarop een advies formuleren.
Natuurlijk kijkt men ook naar het geheel, maar voor de communicatie naar buiten toe lijkt het haar dat zij niet de enige is met dit probleem. Dat geldt ook voor een ander punt wat zij hadden ingebracht, namelijk dat de verdichting hand in hand moet gaan met vergroening. Dat staat heel duidelijk in het stuk. Alleen hadden zij zorgen over het uitwerkingsniveau daarvan. Ook zag het lid Veenhoff dat daar ook op een zienswijze over is ingediend, waarin oplossingen zijn aangereikt, maar zij begrijpt dat dit heel ver gaat, omdat het hele stuk dan opnieuw geschreven moet worden. Zij geeft aan dat er wel een kleine aanpassing is gedaan waarin staat dat het concreter moet worden, daar is zij op dit moment tevreden mee. Maar met betrekking tot de communicatie, heeft zij bijvoorbeeld ook het antwoord gekregen dat zij dit in ander beleid gaan regelen, bijvoorbeeld bij de opgavekaart hoofdgroenstructuur. Het punt is dat als mensen een stuk lezen, dat ze soms niet begrijpen waar die andere dingen dan belegd zijn, dit hoorde ze ook bij een inspreker. Het lid Veenhoff vraagt aandacht voor deze punten, de communicatie waar ander beleid te vinden is wat dit soort zaken dekt. Het lid ALBERTS stelt dat met deze strategie Amsterdam op een ingrijpende manier onder de loep wordt genomen. Zij spreken dan liever van verdichtingsstrategie dan van ontwikkelingsstrategie, want het wordt dringen.
Het lid Alberts wil stil blijven staan bij een heel belangrijk aspect, namelijk dat de inspraak goed geregeld moet zijn. Zij heeft hier vraagtekens bij. Hele ingrijpende veranderingen hebben er belang bij, dat zij goed gedragen worden door bewoners. Dan heb je de kans dat je het draagvlak niet alleen in stand houdt, maar ook kunt vergroten en daar zie het misgaan. Zo bleek uit de schriftelijke vragen naar aanleiding van de QuickScan in Buitenveldert, werd duidelijk dat er top-down werd gewerkt. Zo vond het stadsdeel de verdichting prachtig, zonder dat er ook maar een woord met de bewoners was gewisseld, aldus het lid Alberts. De reactie vanuit het college, van de wethouder was, dat er nog inspraak zou volgen. Die was op 30 mei, dus na het afgeven van de reactie het stadsdeel. Bovendien bleek uit gesprekken met verschillende bewoners dat velen geen idee hadden van wat er allemaal aan de hand zou kunnen zijn in Buitenveldert. Vervolgens zegt zij dat als je dan kijkt naar de bijgesloten 69 inspraakreacties waarop antwoord is gegeven, dan zijn de bewoners daar ook niet bepaald oververtegenwoordigd. Zij vraagt zich dan ook af of de communicatie voor de inspraak heeft gewerkt. Het lid Alberts vraagt zich af of bijvoorbeeld de advertentie in de krant toereikend is. Verder spreekt zij over een abstractieniveau dat zijn weerga niet kent.
Dat is waar zij grote moeite mee heeft, als je zo’n ingrijpende verandering voor de stad gaat laten plaats vinden. Het lid Alberts zegt dat het uiterst belangrijk is om per deelgebied goede participatie te organiseren, dat betekent volgens haar dat, voordat er ook maar één schop in de grond gaat en voordat er een toezegging wordt gedaan aan welke bouwer dan ook, je goed naar de mensen luistert. Ze hebben het stuk over de participatie gezien, bijvoorbeeld het buurtplatformrecht, dan blijkt als je dat stuk leest dat het vooral de ambtenaren zijn die moeten leren hoe het is om naar mensen te luisteren. Tot slot geeft het lid Albert aan dat zij verwacht dat er veel bezwaren zullen volgen vanwege de ingrijpende besluiten die worden genomen en noemt Amsteldorp daarbij als voorbeeld.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
RO
Het lid MINDERHOUD zegt dat het lid Alberts gelijk heeft daar het inderdaad dringen is, wat duivelse dilemma’s oproept. Zijn fractie leest het stuk alsof zij op een strategisch niveau kijken hoe ze een gebied willen ontwikkelen en dat daaronder allerlei plannen hangen waaronder de kaderafspraken, maar ook over de participatie zelf. Het lid Minderhoud stelt dat het belangrijk is dat zij gaan verdichten en dat daarbij grote keuzes worden gemaakt bij de plekken waar dat gebeurt, zoals bij woonwijken, zodat zij met zijn allen gaan inzetten op het bestrijden van de woningnood en dat zij dat op een goede manier doen door te werken aan een complete stad met alle voorzieningen. De basis staat er, aldus het lid Minderhoud. Met betrekking tot de bedrijventerreinen denkt hij dat het wel nodig is om aan te wijzen waar ze ambities hebben als het gaat over woningbouw, omdat het ergens moet beginnen en ze zo een stip op de horizon hebben. Dit betekent volgens hem niet dat ze vervolgens niet meer met die bedrijven moeten praten, maar dat ze het gesprek moet blijven aangaan en dat zij zich moeten blijven inzetten voor deze bedrijven, hetgeen naar zijn inziens ook gebeurt. Tot slot verwijst hij naar het initiatiefvoorstel wat zij later in deze vergadering gaan bespreken.
Het lid LOCHTENBERG vraagt of de PvdA het dan met het CDA eens is dat andere mogelijkheden, zoals het verhogen van de borgingsplafonds en andere alternatieven, nader moet worden onderzocht voordat tot verhuizing van DAMEN wordt besloten. Het lid MINDERHOUD denkt dat de ontwikkeling van borgingsplafonds los staan van de vraag of Damen daar kan blijven of niet. Hij denkt dat zij als gemeente zich moeten inspannen voor een plek binnen of net buiten de gemeentegrenzen waar Damen goed kan ondernemen. Het lid EMMERIK wijst op het rapport dat verscheen van de Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur. De raad adviseert de regering en het parlement om Nederland klaar te maken voor een toekomst met meer wateroverlast, langdurige droogte en steeds hogere Noordzee, dat er verregaande aanpassingen in de ruimtelijke ordening nodig zijn. Daarvoor is een cultuuromslag, flexibiliteit en er moeten fundamentele keuzes gemaakt worden. Hij geeft aan dat de mensen ook behoefte hebben aan een klimaatbestendige stad. Zonder dat valt er volgens het lid niet te leven, te wonen of te winkelen en daar is groen harder nodig dan ooit. Hij spreekt hierover rigoureus vergroenen. Het valt hen op dat het college zegt dat rigoureus vergroenen of uitbreiden of kwaliteitsverbetering is, maar voor hun partij is het èn kwaliteitsverbetering èn meer groen.
Het lid Emmerik wijst op paragraaf 1.5 waarin gesproken wordt over de voor- en nadelen van de groei. Daarin wordt geconstateerd dat de leefbaarheid in de stad op verschillende plekken onder druk staat, wat volgens hen ook zo is. Het lid Emmerik vraagt of de wethouder kan refereren op de tekst in de nota van wijzigingen waaruit blijkt dat er nu gesproken wordt met betrekking tot rigoureus groen over meer of beter groen, hetgeen volgens hem beter en meer groen als uitgangspunt in de ontwikkelstrategie zou moeten zijn. Wat betreft de tuinparken, waarbij hij opmerkt dat de Tuinparken in Westerpark zijn beschermd door een aangenomen motie van hun partij en daarbij niet meetellen, vraagt hij of de wethouder ook bereid is om de rest van de tuinparken niet te laten meetellen voor de groennorm. Het lid KONINGS stelt dat dit college de ambitie heeft om inwoners zoveel mogelijk te betrekken bij de openbare ruimte, ook wel samen stad maken genoemd. Het lid vindt dit ook nodig, want door de gekozen strategie van verdichten in bestaande buurten gaat het vaak schuren tussen de huidige bewoners en belangen va de toekomstige bewoners. Het lid stelt dat als de participatie goed gaat, dit zal leiden tot minder zienswijze, minder klachten, minder protest en bovenal blije bewoners.
Op dit moment worden zij nog overspoeld door berichten van bewoners die zich niet gehoord voelen, een teken dat er nog grote stappen te zetten zijn op het gebied van participatie. De huidige methode waarbij een stuk zes weken ter inzage wordt gelegd, dan de zienswijzen die worden verzameld en dan deze allemaal afdoen met een schriftelijk antwoord, vinden zij achterhaald. Zij roepen het college op om te experimenteren met nieuwe vormen van participatie. Door iteratief te werken kunnen zij bij iedere stap in het proces leren en steeds weer verbeteren,
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 12 juni 2024
RO
aldus het lid Konings. Zij wijst op het document De stand van zaken Samen stad maken, dat als bijlage bij de ontwikkelstrategie zit, waarin een tegenstrijdigheid zit. In de inleiding wordt gezegd dat de gemeente graag wil samenwerken met groepen die minder vanzelfsprekend invloed hebben op besluiten, zoals Amsterdammers in kwetsbare posities. Maar in de rest van het document zien zij met wie er daadwerkelijk wordt gesproken, zien zij toch weer de gebruikelijke mondige burgers die zich verenigd hebben in bijvoorbeeld een stichting. De representativiteit is naar haar inzien nog steeds ver te zoeken. Haar partij VOLT roept het college dan ook op om meer te gaan uitproberen en te gaan werken met verschillende vormen van inspraak. Welke vorm van participatie het past, hangt af van de vraag. Tegenwoordig wordt steeds vaker een burgerberaad ingezet als middel, terwijl sommige vragen daarvoor te complex zijn en niet past. Vervolgens zegt het lid Konings dat bewoners vaak willen meedenken over de inrichting van een nieuwe speeltuin of het pleintje op de hoek. In die gevallen is co-creatie beter op zijn plaats. Zij citeert de titel van het panel van Verantwoorde groei door ze zeggen het nu echt tijd is om samen stad te maken.
Het lid STAARTJES geeft aan dat zij bij de vorige bespreking hun vragen hebben gesteld en zij hebben nu met veel interesse gekeken naar wat doet deze ontwikkelstrategie. Wat hen betreft is het belangrijk dat de stad gaat groeien en naar één miljoen inwoners gaat. In omgevingsvisie 2050 wordt ook gesproken over 1,2 miljoen, hetgeen hij een weg voorwaarts noemt. Vervolgens zegt hij dat het ook belangrijk is dat deze stad een economische motor blijft voor de regio. Dat hier werkgelegenheid is voor iedereen. Dit leidt tot verschillende duivelse dillema’s. Hij zegt dat de ontwikkelstrategie in het begin twee dingen doet, namelijk heel duidelijk aangeven waar er gebouwd gaat worden en waar er niet gebouwd gaat worden. Als tweede doet het een belofte van een complete stad met vitale buurten, hetgeen hij omschrijft als een puzzel om te achterhalen wat dat is. Het lid Staartjes staat stil bij de bewoners en bedrijven waarbij aangekondigd wordt dat er bij hen gebouwd gaat worden en zegt dat men hier verdraaid zenuwachting van wordt. Het verbaast hem dan ook niet dat hier voor insprekers komen. Vervolgens zegt hij dat het voor bedrijven belangrijk is dat er investeringszekerheid komt. Voor bedrijven die willen verduurzamen moeten ze zeker weten waar zij zitten niet iets anders gaat gebeuren. Maar ook voor de bewoners is het belangrijk dat zij weten wat er gaat gebeuren.