CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 18 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met de uit de Jeugdvisie voortvloeiende richtinggevende uitspraken in het hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038 (VN2025-011575)6.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

RAAD

VN2025-011575 rve onderwijs jeugd zorg

Voordracht voor de raadsvergadering van 17 september 2025

Agendapunt

Jeugd(zorg) (10) A9

Datum besluit

1 juli 2025

Portefeuille

Onderwerp

Instemmen met de uit de Jeugdvisie voortvloeiende richtinggevende uitspraken in het hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

1. In te stemmen met de uit de jeugdvisie voortvloeiende richtinggevende uitspraken in het hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038. Met als uitgangspunt lokale zeggenschap om deze in de uitwerking passend te maken aan de specifieke situatie van elke gemeente. 2. Kennis te nemen van het traject dat momenteel met de gemeenten in Amsterdam-Amstelland wordt gelopen om in de regio gezamenlijk de Aanvullende Jeugdhulp in te kopen, waarmee invulling wordt gegeven aan de verplichte regionale inkoop in het kader van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. 3.Kennis te nemen van hoofdstuk 5 ‘Financiën’ uit het Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038. 4. Kennis te nemen van het feit dat de uitwerking van de richtinggevende uitspraken en de ontwikkelingen in wet- en regelgeving verder worden meegenomen in het opstellen van de inkoopstrategie Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038. 5.Kennis te nemen van de aanpalende opdrachten die voorwaardenscheppend zijn voor het slagen van de opdracht Aanvullende Jeugdhulp in relatie tot de jeugdvisie:

• Verbetering taakgerichte sturing (interne organisatie Amsterdam en in samenwerking met

Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel). • Herijken van de opdracht aan het OKT/lokale teams, zodat deze opdracht aansluit bij de opdracht Aanvullende Jeugdhulp. • Bepalen en organiseren van de benodigde inzet van andere onderdelen van het sociaal domein (onderwijs, bestaanszekerheid, volwassen-ggz, sociale basis, etc.) om transformatie in jeugdhulp mogelijk te maken en de jeugdvisie te realiseren. 6. Kennis te nemen van het vervolgproces van het opstellen van de inkoopstrategie en de inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038. 7.Kennis te nemen van het advies van het Jeugdplatform Amsterdam (JPA) en de reactie van het college hierop. 8. Kennis te nemen van de belangrijkste risico’s en beheersmaatregelen. Wettelijke grondslag

• Verdrag inzake de rechten van het kind, New York 20 november 1989. • Jeugdwet. • (Concept) Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg.

RAAD

VN2025-011575 rve onderwijs jeugd zorg

• Artikel 160, eerste lid onder a van de Gemeentewet: het college is bevoegd om het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren. • Artikel 160 eerste lid onder b van de Gemeentewet: het college is bevoegd beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast. • Artikel 169 lid 2 Gemeentewet: het college en elk van zijn leden afzonderlijk geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Bestuurlijke achtergrond

• Vaststelling Amsterdamse jeugdvisie zomer 2024. • Op 19 mei 2025 is in het regionaal Portefeuillehoudersoverleg (PHO) Jeugd van de regio

Amsterdam-Amstelland besloten om te onderzoeken hoe en of de regio nu al aan de voorwaarden kan voldoen van de nieuwe wet voor gezamenlijke aanbesteding AmsterdamAmstelland. • Het college heeft op 1o juni 2025 besloten om de huidige contracten Hoog Specialistische Jeugdhulp met een jaar te verlengen t/m 31 december 2027. Dit biedt ruimte om mogelijkheden tot regionale aanbesteding (Jeugdregio Amsterdam-Amstelland) nader te onderzoeken. • Diemen, Uithoorn, Ouder-Amstel, Amstelveen en Aalsmeer zullen de richtinggevende uitspraken voor de inkoop 2028 ook voorleggen aan hun gemeenteraden. Onderbouwing besluit

Voorliggend document bevat richtinggevende uitspraken en een financieel perspectief dat samenkomt in het hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp. Dit zijn de kaders voor de inkoop Aanvullende Jeugdhulp. Met voorliggend besluit stemt de gemeenteraad in met deze kaders en deze zullen door het college verder worden uitgewerkt in de inkoopstrategie en aanbesteding waarmee partijen worden geselecteerd. Uiteindelijk wordt dit vertaald naar contractvoorwaarden, waar gemeenten op sturen. Iedereen wil dat onze kinderen en jongeren zo goed mogelijk met gelijke kansen kunnen opgroeien en zich vrij en veilig kunnen ontwikkelen. Soms gaat dat niet vanzelf en is extra ondersteuning nodig. Aanvullende Jeugdhulp is een van de middelen om die ondersteuning te bieden. Sinds 2021 wordt deze jeugdhulp uitgevoerd door twintig partijen. Voor de Hoog Specialistische Jeugdhulp, die gezamenlijk is ingekocht met Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel (de DUO-gemeenten) zijn er tien kernpartners en voor de Enkelvoudige Specialistische Jeugdhulp zijn er dertien jeugdhulpaanbieders. Drie van hen zijn ook kernpartner. Samen verzorgen zij de jeugdhulp die aanvullend is op de hulp die het Ouder- en Kindteam biedt. Met de verlenging van een jaar voor de Hoog Specialistische Jeugdhulp, waarover de gemeenteraad in juni is geïnformeerd, lopen alle contracten eind 2027 af.

Ontwikkelingen in de jeugdhulp vanaf 2021 De Aanvullende Jeugdhulp is vanaf 2021, samen met de DUO-gemeenten, vormgegeven langs het hoofdlijnenbesluit 2020 (vergadering raadscommissie algemene zaken 19.03.2020) voor de contractering van de Hoog Specialistische Jeugdhulp. Amsterdam heeft de Enkelvoudige Specialistische Jeugdhulp hier in 2024 op aan laten sluiten (zonder DUO). De toen uitgezette lijn om tot minder aanbieders te komen heeft ervoor gezorgd dat het aantal aanbieders Aanvullende Jeugdhulp van tweehonderdveertig naar nu twintig aanbieders Aanvullende Jeugdhulp is gegaan. Om administratieve lasten te verminderen en de ruimte te bieden om jeugdhulp op een andere manier in te zetten dan in vaste producten, is een taakgerichte financiering ingezet. De opdracht aan de partijen was om zeer nauw samen te werken en zich gezamenlijk gebiedsgericht te organiseren. Ook de toegang moest gezamenlijk per stadsdeel worden ingericht zodat gezamenlijk keuzes worden gemaakt. Waarbij de prioriteit ligt bij de meest kwetsbare gezinnen en jeugdigen. De

2 Gegenereerd: v1.28

VN2025-011575 rve onderwijs jeugd zorg

RAAD Rekenkamer heeft ons destijds in haar rapport (Rekenkamer Amsterdam Jeugdhulp in Amsterdam, januari 2021) meegegeven vooral “gericht te zijn op verbetering in plaats van op verandering. Wees terughoudend met grote veranderingen, creëer rust en duidelijkheid voor alle betrokken partijen. En daarmee ook de kans om binnen de gemaakte keuzes het stelsel verder uit te werken, hierbinnen te leren en het stelsel te verbeteren”. Met dat advies in de hand is er gewerkt aan het implementeren van de gezamenlijke opdrachten. Daar bleek al snel dat implementeren en veranderen tijd kost. Dit alles in een veranderende samenleving waarin de mentale gezondheid van jeugd en gezinnen onder druk staat. Na de huidige contractperiode is deze duidelijkheid voor partners nog altijd van belang. Daarom is het college voornemens de contractduur van de Aanvullende Jeugdhulp te stellen op tien jaar. Een initiële contractperiode van zes jaar wordt na positieve evaluaties gevolgd door tweemaal een verlenging van ieder twee jaar. Met het taakgericht werken met een vast budget per aanbieder en door een stevige sturing vanuit de gemeente om de uitgaven gezamenlijk met de partijen in beeld te hebben, is het gelukt om de grote stijging van de kosten bij de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders om te buigen.

De enorme stijging van de uitgaven op de Enkelvoudige Specialistische Jeugdhulp is vanaf de nieuwe contractering in 2024 tot stilstand gekomen. De inzet van jeugdhulp op individueel niveau naast de ingekochte aanbieders (IBO’s) en persoonsgebonden budgetten (Pgb's) is de laatste jaren echter gestegen. Ook worden er voor kinderen in zeer lastige omstandigheden soms hoge kosten gemaakt voor intensieve individuele begeleiding. Deze ingewikkelde vraagstukken behoren nu tot de topprioriteiten van de gemeentelijke sturing. De uitkomsten hiervan zijn belangrijke input voor de aanbesteding en de toekomstige uitvoering van de Aanvullende Jeugdhulp. De taakgerichte sturing en financiering wordt voortgezet in deze aanbesteding. De opdracht omvat alle vormen van Aanvullende Jeugdhulp en er zijn geen andere (individuele) betalingsovereenkomsten daarnaast meer mogelijk. In het gebiedsgericht samenwerken zijn belangrijke stappen gezet. De Aanvullende Jeugdhulp professionals zijn laagdrempelig aanwezig in de stadsdelen. Er is een samenwerkwijze ontwikkeld waarmee jeugdhulp, onderwijs, buurtteams, gezinsmanagement, Ouder- en Kindteams en huisartsen met elkaar werken. In de meeste stadsdelen – waaronder de masterplangebieden – wordt gewerkt aan het betrekken van de sociale basis.

Vanaf 1 mei van dit jaar worden alle verwijzingen naar Aanvullende Jeugdhulp vanuit huisartsen, Ouder- en Kindteams en Gecertificeerde Instellingen naar een gezamenlijke voordeur van de aanvullende jeugdhulppartijen gestuurd. Daar worden vervolgens afwegingen gemaakt voor het inzetten van andere ondersteuning naast Aanvullende Jeugdhulp en worden de meest kwetsbare jeugdigen met prioriteit geholpen. Deze ontwikkeling blijft in de komende jaren belangrijk en wordt in de opdracht verder verstevigd. Amsterdamse jeugdvisie In voorjaar 2024 is de Amsterdamse jeugdvisie vastgesteld waarbij de boodschap was: kinderen hebben recht op jeugdzorg en hebben ook het recht die jeugdzorg niet nodig te hebben. Een richtinggevende visie met zeven uitgangspunten om er in het brede maatschappelijk domein voor te zorgen dat kinderen kunnen opgroeien binnen hun eigen omgeving, naar school kunnen gaan in hun eigen buurt. Dat we met elkaar weer moeten leren accepteren dat kinderen verschillen en dat de systemen waarin zij opgroeien erop zijn toegerust om met die verschillen om te kunnen gaan. Deze visie heeft kinderopvang, onderwijs en aanvullende jeugdhulp ertoe aangezet om in plaats van aparte kinderdagcentra met lange wachtlijsten, een beweging in gang te zetten voor alle kinderen vanuit hun recht op onderwijs-ontwikkelplekken in kinderopvang en onderwijs.

Alle kinderen kunnen hierdoor op termijn naar een school of kinderopvang in de eigen buurt. Dit traject is gestart in 2025 en wordt in de komende jaren doorgezet. Het is een voorbeeld van een veranderde vraag aan de aanvullende jeugdhulp onder invloed van de Amsterdamse jeugdvisie. De jeugdvisie is ook de onderlegger voor de aanbesteding. Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg In de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (een herziening van de Jeugdwet) is onder andere geregeld dat de in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) vastgelegde zorgvormen per 3

Gegenereerd: v1.28

VN2025-011575 rve onderwijs jeugd zorg

RAAD jeugdzorgregio gezamenlijk moeten worden ingekocht. (In de AMvB zijn 41 jeugdhulpregio’s opgenomen (dit waren er daarvoor 42). Amsterdam-Amstelland is een van de regio’s). De wetgever beoogt hiermee dat specialistische vormen van jeugdhulp op voldoende grote schaal worden ingekocht, waarmee de beschikbaarheid hiervan wordt verbeterd en de administratieve lasten voor uitvoerende partijen afnemen. Gemeenten binnen een jeugdhulpregio moeten gezamenlijk de inkoop en sturing op de specialistische (aanvullende) jeugdhulp organiseren. De administratieve processen moeten op gelijke wijze ingericht worden en met dezelfde verantwoordingseisen voor aanbieders. Hiermee ontstaat een wettelijke verplichting tot inkoop van Aanvullende Jeugdhulp op het niveau van de jeugdhulpregio Amsterdam-Amstelland. Dit betreft de gemeenten Amsterdam, Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel (DUO gemeenten) en Amstelveen en Aalsmeer. Op dit moment hebben de zes gemeenten de aanvullende jeugdhulp niet gezamenlijk gecontracteerd. De gemeenten Amsterdam en DUO kopen vanaf 2021 de Hoog Specialistische Jeugdhulp wel al samen in en deze gemeenten zijn de voorbereidingen voor de inkoop Aanvullende Jeugdhulp al eerder gezamenlijk gestart.

Naar aanleiding van het wetsvoorstel lopen er gesprekken met Amstelveen en Aalsmeer om te inventariseren hoe deze inkoop Aanvullende Jeugdhulp namens de zes gemeenten kan worden vormgegeven. Om voldoende tijd te hebben om gezamenlijk vorm te geven aan de aanbesteding en daarmee aan de wet te voldoen, heeft het college besloten de contracten voor de Hoog Specialistische Jeugdhulp met een jaar te verlengen tot eind 2027 (Collegebesluit 10 juni 2025: uitstellen van de inkoop aanvullende jeugdhulp en verlengen van de huidige overeenkomsten tot 1 januari 2028). De financiële kaders voor de komende jaren De meerjarenbegroting Jeugd laat – ingegeven door de Rijksbezuinigingen – net als bij de andere gemeenten in Nederland een grote daling zien in de jaren vanaf 2028. Volgens de lijnen van ons beleid laten we de korting op de rijksbijdrage landen in de Aanvullende Jeugdhulp en blijven Ouderen Kindteam en jeugdpreventie ongemoeid. Dat betekent dat met de aanbesteding Aanvullende Jeugdhulp een flinke besparingsopgave mee zal komen. Dat sluit op inhoud aan bij de Amsterdamse jeugdvisie. We willen dat minder kinderen gebruik moeten maken van jeugdhulp, we willen een beweging maken naar minder jeugdhulp. Meer ondersteuning die in het gewone leven, vanuit onderwijs, kinderopvang en het brede sociaal domein aanwezig is voor alle kinderen.

Daarom is een strakker financieel kader voor de Aanvullende Jeugdhulp zowel heel spannend als ook een hulpmiddel om de Amsterdamse jeugdvisie te ondersteunen. Het kan de beweging helpen om sommige soorten jeugdhulp minder, niet meer of anders in te kopen. Daarnaast is de daling die het Rijk nu voor ogen heeft een pittige opgave, zeker omdat deze gepaard gaat met bezuinigingen op allerlei andere terreinen, zoals het onderwijs. Ook is bijvoorbeeld de afspraak dat het Rijk de reikwijdte van de jeugdhulp zou bepalen en inperken nog niet afgerond. Het wordt in de aanbesteding een belangrijk vraagstuk om te bepalen welke onderdelen binnen de inkoop anders en/of minder moeten, of misschien zelfs helemaal weggelaten moeten worden. In 2027 volgt de tweede uitspraak van de deskundigencommissie. Deze externe, onafhankelijke commissie volgt de uitvoering van de Hervormingsagenda en brengt hierover voor de tweede maal zwaarwegend advies uit dat ook gevolgen kan hebben voor de Rijksbijdrage. Ad 1. In te stemmen met de uit de jeugdvisie voortvloeiende richtinggevende uitspraken in het hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038. Met als uitgangspunt lokale zeggenschap om deze in de uitwerking passend te maken aan de specifieke situatie van elke gemeente. Hieronder staan de richtinggevende uitspraken opgesomd.

De toelichting bij de richtinggevende uitspraken is gemeente-specifiek en alleen voor Amsterdam-DUO uitgewerkt. 1. De Aanvullende Jeugdhulp is een taakgerichte opdracht en wordt in partnerschap uitgevoerd. Gemeenten kiezen voor de taakgerichte uitvoeringsvariant. Er bestaan landelijk drie uitvoeringsvarianten waar gemeenten uit moeten kiezen: taakgericht, inspanningsgericht en 4

Gegenereerd: v1.28

VN2025-011575 rve onderwijs jeugd zorg

RAAD outputgericht. De gemeente Amsterdam hanteert sinds 2021 de taakgerichte uitvoeringsvariant (Raadsbesluit hoofdlijnen inkoop (hoog) specialistische jeugdhulp 2021-2026). Taakgericht betekent dat wordt gewerkt met een vast bedrag (lumpsum) per jaar voor een omschreven taak. Dit biedt kansen op flexibel inzetten van jeugdhulp en vermindering van administratieve lasten. Taakgericht past het beste bij de sturingsfilosofie van de gemeente. Essentieel is het aangaan van partnerschap tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders in de vorm van een lange-termijn samenwerking gebaseerd op dialoog en consensus over de te bereiken doelen van en inzet van jeugdhulp. Deze richtinggevende uitspraak is een voortzetting van de in 2020 gemaakte keuze en wordt hiermee van toepassing op alle Aanvullende Jeugdhulp. 2. De Aanvullende Jeugdhulp wordt gecontracteerd vanuit één opdracht. De jeugdhulpaanbieders bieden in gezamenlijkheid alle Aanvullende Jeugdhulp voor het hele verzorgingsgebied. Zij worden ieder apart gecontracteerd. Voor het uitvoeren van de eisen die door het collectief van aanbieders moeten worden uitgevoerd, maken zij samenwerkingsafspraken met elkaar. De totale opdracht Aanvullende Jeugdhulp omvat alle vormen van specialistische jeugdhulp. Er worden geen aanvullende contracten meer gesloten.

Van de jeugdhulpaanbieders wordt verwacht dat zij gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor de opdracht. Samenhang in de uitvoering van de opdracht Aanvullende Jeugdhulp is belangrijk in verband met het zorglandschap, herkenbare deelname aan ontwikkelopdrachten en omdat het realiseren van nieuwe vormen van ondersteuning vraagt om co-creatie. Daarnaast moet gezamenlijkheid in de visie op de uitvoering ertoe leiden dat er een eenduidige opvatting is over de inzet van jeugdhulp en andere mogelijkheden bij ondersteuningsvragen. Er is dan geen sprake meer van contra-indicaties, zoals in de huidige praktijk wel het geval is. Deze richtinggevende uitspraak is een doorontwikkeling ten opzichte van de eerder ingezette richting: meer samenhang, meer sturing op gezamenlijke verantwoordelijkheid van de totale opdracht en de fundamentele verandering die volgt uit de visie, maar met oog voor wat haalbaar en uitvoerbaar is op dit moment. 3. Aanvullende Jeugdhulp sluit aan op de basisjeugdhulp en preventie. De lokale teams bieden de basisjeugdhulp en preventie (laagdrempelig, vrijwillige en vrij toegankelijke ondersteuning van kinderen en gezinnen). Zij doen dit samen met andere partijen in de gebieden. De lokale teams en de gezamenlijke jeugdhulpaanbieders bieden met elkaar verschillende vormen van ondersteuning en jeugdhulp.

Gemeenten geven richtlijnen over de manier waarop deze opdrachten zich tot elkaar verhouden. De kern van beide jeugdhulpopdrachten is scherp afgebakend. Tegelijkertijd is gebleken dat het in de praktijk wenselijk is dat de opdrachten elkaar in de uitvoering overlappen (dakpanconstructie). Dit geeft partijen in de uitvoering de ruimte om per casus afspraken te maken over wat nodig is en wie wanneer wat doet. Deze richtinggevende uitspraak is voor Amsterdam een doorontwikkeling van de ingezette beweging. Voor DUO is de ontwikkeling van stevige lokale teams nieuw. Doordat DUO deze beweging maakt, kan voor Amsterdam-DUO een identieke opdracht Aanvullende Jeugdhulp worden geformuleerd. 4. Jeugdhulpaanbieders werken gebiedsgericht. Het verzorgingsgebied van de opdracht aanvullende jeugdhulp is opgedeeld in 7 gebieden: Stadsdeel Centrum/Zuid; Stadsdeel Nieuw West; Stadsdeel West; Stadsdeel Noord; Stadsdeel Oost; Stadsdeel Zuidoost/stadsgebied Weesp; DUO gemeenten gezamenlijk. De aanpak in een gebied wordt bepaald door de kenmerken en uitdagingen ervan. De aard en omvang van de inzet van jeugdhulp en de vertaling hiervan naar een begroting, wordt per gebied 5

Gegenereerd: v1.28

VN2025-011575 rve onderwijs jeugd zorg

RAAD bepaald en inzichtelijk gemaakt. Gebiedsgericht werken gaat uit van een diepgaand begrip van de lokale context en gemeenschappen waarin jeugdigen opgroeien. Er wordt zoveel als mogelijk gewerkt met ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigers van lokale organisaties (in Amsterdam onder meer in samenwerking met de masterplanorganisaties). Deze richtinggevende uitspraak is een voortzetting en verdere intensivering van het huidige beleid. 5. De toegang tot Aanvullende Jeugdhulp wordt gebiedsgericht georganiseerd. Per gebied wordt samengewerkt in de toegang. In Amsterdam-DUO heet dit een ‘gebiedsknooppunt’. Dit is een netwerkorganisatie die per gebied integrale ondersteuning organiseert met en voor ouders, kinderen, jongeren en gezinnen door gezamenlijk mee te denken en bij te dragen. Deelnemende partijen zijn de Aanvullende Jeugdhulp, de lokale teams, de sociale basis, onderwijs, Gecertificeerde Instellingen, huisartsen en andere betrokkenen. Het doel van het gebiedsknooppunt is om bredere ondersteuning te kunnen bieden dan alleen jeugdhulp (bijvoorbeeld omdat er randvoorwaarden voor effectieve inzet van jeugdhulp moeten zijn zoals zorg voor veiligheid in het gezin). Een andere reden is om de verwijzing naar de meest passende (jeugdhulp)partner efficiënter te laten verlopen en om contra-indicaties en stagnatie te voorkomen.

De eindverantwoordelijkheid voor het opstellen van het plan en de beschikking ligt bij de lokale teams. Deze richtinggevende uitspraak is een voortzetting van het huidige beleid. Het is een ontwikkelopgave in de uitvoering. 6. De Aanvullende Jeugdhulp heeft de opdracht om eraan bij te dragen dat kinderen gezinsgericht binnen hun eigen omgeving steun, ruimte en deskundigheid krijgen zodat zij veilig opgroeien en onderwijs krijgen. De afgelopen contractperiode is de door jeugdhulpaanbieders regionaal en lokaal in samenwerking met gemeenten en andere samenwerkingspartners gewerkt aan andere vormen van ondersteuning zoals bedoeld in de jeugdvisie. Dit gebeurt vanuit een ontwikkelagenda en belangrijke inhoudelijke programma's. Kern hiervan is dat Aanvullende Jeugdhulp expertise toevoegt in plaats van de hulp over te nemen in de vorm van individuele jeugdhulptrajecten. Daarnaast wordt de beweging gemaakt van vooral individuele ondersteuning naar meer collectieve vormen van ondersteuning. En van kindgericht naar gezinsgericht (gezinshulp). Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van ervaringsdeskundigen. Sommige bestaande vormen van jeugdhulp worden afgebouwd, zoals verblijf. Waar bestaande voorzieningen van toegevoegde waarde zijn en passen in de jeugdvisie, blijven deze uiteraard bestaan. De totale looptijd van het contract is 10 jaar.

Gedurende deze looptijd zullen er veranderende omstandigheden, ontwikkelingen en inzichten zijn waarop ingespeeld moet worden. Van de Aanvullende Jeugdhulp wordt verwacht (gezamenlijk) eigenaarschap te nemen in de nodige innovaties en ontwikkelopgaven die ontstaan gedurende de looptijd van het contract. Deze richtinggevende uitspraak is een doorontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie. Hiermee wordt de gevraagde inzet van de aanbieders Aanvullende Jeugdhulp in de ontwikkelopgaven verankerd. Zowel voor ontwikkelingen die in gang zijn gezet als nieuwe opgaven in de toekomst. 7. Er wordt niet vanzelfsprekend Aanvullende Jeugdhulp ingezet als andere oplossingen voor het gezin beter/duurzamer zijn. Problemen met inkomen, armoede, onveiligheid wonen en andere problemen kunnen ertoe leiden dat ouders hun rol als opvoeder niet altijd waar kunnen maken. Alleen jeugdhulp inzetten omdat bij kinderen signalen worden opgevangen, is dan niet effectief genoeg. Het vraagt om meer aandacht en inzet van andere onderdelen van het sociaal domein, gericht op het hele gezin, zoals sociale basis, onderwijs, volwassenondersteuning, bestaanszekerheid en veiligheid. Aan de aanbieders Aanvullende Jeugdhulp wordt gevraagd hun expertise in te zetten om minder inzet van jeugdhulp mogelijk te maken.

De gemeenten hebben de verantwoordelijkheid betere en duurzame oplossingen voor het gezin te realiseren. Deze richtinggevende uitspraak is nieuw en is een fundamentele verandering die volgt uit de jeugdvisie. 6

Gegenereerd: v1.28

VN2025-011575 rve onderwijs jeugd zorg

RAAD 8. Gemeenten sturen taakgericht op de Aanvullende Jeugdhulp. Taakgerichte sturing houdt in dat sturing zich richt op het bereiken van de inhoudelijke (ontwikkel)doelen en op wie en wat daarvoor nodig is. De gemeenten hebben diverse rollen: zij sturen als opdrachtgever, als partner van de uitvoerende partijen en als regisseur van het jeugdstelsel. De inrichting van de monitoring en verantwoording is hiervan afgeleid. De structuur die hiervoor de afgelopen jaren is ingericht, wordt verder ontwikkeld. Gemeenten richten het contractmanagement gezamenlijk in. Professioneel contractmanagement vraagt om een interdisciplinair team waarin beleid, financiën, monitoring, data en contractmanagement vertegenwoordigd zijn. Het ontwikkelkarakter van de opdracht noodzaakt tot samen leren en verbeteren. Dit vindt plaats op verschillende niveaus: in de casuïstiek (hoe worden jeugdigen en gezinnen beter geholpen), binnen de organisatie (hoe kan deze slimmer worden ingericht) en in de samenwerking tussen partijen (hoe kan de samenwerking worden verbeterd). Deze richtinggevende uitspraak is een voortzetting van de in 2020 gemaakte keuze en wordt hiermee van toepassing op alle Aanvullende Jeugdhulp. 9. Gemeenten bieden jeugdhulpaanbieders een meerjarig financieel perspectief binnen de budgettaire kaders en kopen gezamenlijk alle Aanvullende Jeugdhulp in.

Een meerjarig perspectief draagt bij aan commitment en zorgt voor duidelijkheid bij zowel gemeenten als jeugdhulpaanbieders. De totale contractperiode beslaat de periode 2028-2038. De initiële looptijd van het contract is zes jaar, met twee verlengingsopties van elk twee jaar. Gemeenten bieden zoveel als mogelijk een meerjarig perspectief. Echter, de inkomsten vanuit het rijk zijn de komende jaren voor gemeenten onzeker en autonome ontwikkelingen zijn lastig te voorspellen. Dit vraagt om enige flexibiliteit. De budgetten Aanvullende Jeugdhulp in de gemeentelijke begrotingen vormen de basis voor de bedragen van de lumpsums. Afspraken over de lumpsums worden voor de eerste zes jaar vastgelegd (de initiële contractperiode) op basis van de meerjarenbegroting 2026. De meerjarenbegroting wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld, de lumpsums worden hier op aangepast. Aanpassing van de gemeentebegroting, vanwege veranderingen in de rijksbijdrage of andere (autonome) ontwikkelingen is aanleiding om de lumpsums aan te passen. De voorziene daling van de rijksbijdrage wordt doorberekend in de opdracht voor Aanvullende Jeugdhulp. De ontwikkeling van andere vormen van jeugdhulp en meer inzet van andere onderdelen van het sociaal domein dient op termijn te leiden tot minder inzet van Aanvullende Jeugdhulp en daarmee dalende uitgaven.

De huidige meerjarenbegroting laat echter zien dat al vanaf 2028 substantieel minder middelen voor jeugdhulp beschikbaar zijn. Dit noodzaakt tot het maken van scherpe keuzes. Het verstrekken van een reëel bedrag voor een uitvoerbare opdracht, betekent dan dat gemeenten de gevraagde taak aan de jeugdhulpaanbieder hierop aanpast. Hierin kan worden meegenomen het financiële effect van minder inzet van Aanvullende Jeugdhulp. Deze richtinggevende uitspraak is een doorontwikkeling ten opzichte van de eerder ingezette richting. 10. Gemeenten maken onderling afspraken over hun aandeel in het totale budget van de opdrachten Aanvullende Jeugdhulp. Uitgangspunt is dat elke gemeente betaalt voor de eigen inwoners. Gemeenten dragen bij aan het totale bedrag van alle lumpsums voor de jeugdhulpaanbieders. De initiële bijdrage van de gemeenten aan dit totale bedrag wordt bepaald door de omvang van het budget Aanvullende Jeugdhulp in de gemeentebegrotingen. Er wordt een systematiek ingericht die de verdeling tussen de gemeenten kan bijstellen, aangezien de initiële bijdrage gebaseerd is op historische gegevens, terwijl de situatie in de loop der jaren kan veranderen. Uitgangspunt is dat elke gemeente zo veel als mogelijk betaalt voor de uitgaven voor de Aanvullende Jeugdhulp van haar eigen jeugdigen (en ouders).

Deze richtinggevende uitspraak is een fundamentele verandering en volgt uit de ontwikkeling dat er gezamenlijke afspraken worden gemaakt over één lumpsum per jeugdhulpaanbieder. Bovenstaande 10 richtinggevende uitspraken zijn ontwikkeld op basis van de ervaringen die zijn opgedaan in de Aanvullende Jeugdhulp vanaf 2021, de Amsterdamse jeugdvisie, de wet verbetering beschikbaarheid die voortvloeit uit de Hervormingsagenda en de ontwikkeling van de rijksmiddelen. 7

Gegenereerd: v1.28

VN2025-011575 rve onderwijs jeugd zorg

RAAD Dit wordt hier nader uitgewerkt: De Amsterdamse jeugdvisie. De in de zomer 2024 vastgestelde Amsterdamse Jeugdvisie dient als inhoudelijke leidraad voor de uitvoering van de aanvullende jeugdhulp. Het doel van de inkoop aanvullende jeugdhulp is om partijen te contracteren die de aanvullende jeugdhulp uitvoeren op een manier die past bij de jeugdvisie. Deze gaat uit van de beweging waarin we niet de jeugdhulp het belangrijkste laten zijn in de wereld van jeugdigen en gezinnen maar het dagelijks leven op school, in de kinderopvang, in de buurt en in het gezin. Kern is om het belang van kinderen (en ouders) eerst te stellen. Jeugdhulp wordt ‘aanvullend’ ingezet omdat deze - indien nodig - toegevoegd wordt aan de leefwereld van kinderen en ter ondersteuning van het netwerk rondom het kind en gezin. De uitvoering van de jeugdvisie vraagt dus om een andere manier van kijken en handelen van professionals en betrokkenheid en actieve inzet van alle spelers, samen met jeugdigen en het gezin. Gemeenten sturen actief op samenwerking en gezamenlijke inzet van alle partijen rondom het gezin. Doorontwikkeling. De opdrachten die bij de contractering van de Hoog Specialistische Jeugdhulp (HSJH) in 2021 en de contractering van de Enkelvoudige Specialistische Jeugdhulp (ESJH) in 2024 meegegeven zijn, moeten zowel vastgehouden als doorontwikkeld worden.

De in 2021 ingezette lijn om tot minder aanbieders te komen heeft ervoor gezorgd dat er momenteel 20 aanbieders voor de verschillende onderdelen van de Aanvullende Jeugdhulp zijn ingekocht. Omdat deze aanbieders voor grote ontwikkelopgaven staan, is gekozen om ze taakgericht te financieren. Hen is ook de opdracht gegeven om zich gezamenlijk gebiedsgericht te organiseren en gezamenlijk te bepalen hoe de jeugdhulp gaat worden ingezet voor de meest kwetsbare jeugdigen en gebieden. Ook gezien de adviezen uit het raadsonderzoek naar aanbesteding of subsidiëring in 2024, is continuïteit voor het jeugdstelsel waardevol. De herhalingen van de aanbestedingen iedere paar jaar is een zware inspanning voor jeugdhulpaanbieders en gemeenten. Het vormt een belangrijk aandachtspunt. Want deze energie en tijd gaat niet naar de zorg. De tijd die nodig is voor ontwikkeling van werkwijzen en relaties, en vooral het opbouwen van samenwerking, moet geboden worden. Dit vraagt beleidsinzet van gemeenten om die randvoorwaarde te scheppen. Dit doen we door langjarige contractering en door ook vast te houden aan de bouw van het stelsel zoals we dat ingezet hebben sinds 2021. Verbetering en vereenvoudiging. Ten opzichte van de huidige contractering zijn verbeteringen op enkele onderdelen gewenst.

Een belangrijke ontwikkeling is dat de ESJH en de HSJH vanaf 2028 onder dezelfde opdracht vallen als zijnde ‘Aanvullende Jeugdhulp’. Hiermee wordt de jeugdhulp verder ontschot. Verder is intensievere samenwerking tussen partijen nodig, net als de inzet van aanpalende domeinen. De nieuwe Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen (aangenomen in de tweede kamer op 15 april 2025). Het wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht tot inkoop op het niveau van de jeugdregio (Amsterdam-Amstelland) van de in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) vastgelegde zorgvormen. De AMvB bevat alle vormen van specialistische jeugdzorg inclusief de jeugdbescherming- en jeugdreclassering. Laatstgenoemd dossier kopen we al regionaal in en valt buiten de opdracht Aanvullende Jeugdhulp. Ditzelfde geldt voor zorgvormen die landelijk ingekocht worden (LTA). De inkoop en de administratieve processen moeten via gelijke uitvoeringsvariant(en) plaatsvinden, met dezelfde verantwoordingseisen voor aanbieders. Ook verplicht de Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen tot de oprichting van een Gemeenschappelijke Regeling (GR) jeugdregio. De afspraken binnen de Hervormingsagenda. Op 19 juni 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd 20232028 definitief vastgesteld.

Het doel van de maatregelen in de Hervormingsagenda is om het stelsel kwalitatief te verbeteren en financieel houdbaar maken: betere en tijdige zorg en ondersteuning voor jeugdigen en hun gezin, op de juiste plek en alleen wanneer dit nodig is. Het pakket aan maatregelen moet leiden tot lagere uitgaven. De financiële kaders die door het Rijk zijn gepresenteerd in de Voorjaarsnota 2025. Rijk en VNG hebben een akkoord gesloten over het financiële kader voor jeugdzorg voor de komende jaren: afgesproken is dat, hoewel in 2024 en 2025 de voorgenomen besparingen op jeugdzorg met in

8 Gegenereerd: v1.28

VN2025-011575 rve onderwijs jeugd zorg

RAAD totaal 385 miljoen euro zijn verzacht, er vanaf 2028 een enorme bezuiniging in één keer wordt doorgevoerd. Ad 2. Kennis te nemen van het traject dat momenteel met de gemeenten in AmsterdamAmstelland wordt gelopen om in de regio gezamenlijk de Aanvullende Jeugdhulp in te kopen, waarmee invulling wordt gegeven aan de verplichte regionale inkoop in het kader van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Op 10 juni 2025 heeft het college ingestemd met uitstellen van de inkoop Aanvullende Jeugdhulp en het verlengen van de huidige overeenkomsten specialistische jeugdhulp tot 1 januari 2028. Aanleiding is het wetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. In dit wetsvoorstel is onder andere vastgelegd dat de in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) vastgelegde zorgvormen per jeugdzorgregio gezamenlijk moeten worden ingekocht. De wetgever beoogt met deze wet dat specialistische vormen van jeugdhulp op grote schaal worden ingekocht, waarmee de beschikbaarheid ervan wordt verbeterd en de administratieve lasten voor uitvoerende partijen afnemen. Gemeenten binnen een jeugdhulpregio moeten gezamenlijk de samenwerking en sturing op de specialistische (aanvullende) jeugdhulp organiseren. De inkoop en de administratieve processen moeten via gelijke uitvoeringsvariant(en) plaatsvinden, met dezelfde verantwoordingseisen voor aanbieders.

Hiermee ontstaat een wettelijke verplichting tot inkoop van Aanvullende Jeugdhulp op het niveau van de jeugdhulpregio Amsterdam-Amstelland. Dit betreft de gemeenten Amsterdam, Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel (DUO gemeenten) en Amstelveen en Aalsmeer. Op dit moment hebben de zes gemeenten de aanvullende jeugdhulp nog niet gezamenlijk gecontracteerd. In de gemeenten Amsterdam-DUO zijn de voorbereidingen voor de inkoop Aanvullende Jeugdhulp al eerder gezamenlijk gestart. Naar aanleiding van het wetsvoorstel zijn gesprekken gestart met Amstelveen en Aalsmeer over de wijze waarop de inkoop van de Aanvullende Jeugdhulp namens de zes gemeenten zou kunnen worden vorm gegeven. Naar aanleiding van deze gesprekken beogen de gemeenten van de regio Amsterdam-Amstelland de Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038 gezamenlijk in te kopen, mits met zes gemeenten overeenstemming bereikt wordt over een aantal belangrijke uitgangspunten, zoals sturing, bekostiging en zeggenschap. Naast Amsterdam-DUO, zullen Amstelveen en Aalsmeer de richtinggevende uitspraken voor de inkoop 2028 ook voorleggen aan hun gemeenteraden. Ad 3. Kennis te nemen van hoofdstuk 5 ‘Financiën’ uit het Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038. Gemeenten bieden zoveel als mogelijk een meerjarig perspectief.

Echter, autonome ontwikkelingen zijn lastig te voorspellen en inkomsten vanuit het Rijk zijn de komende jaren voor gemeenten onzeker als gevolg van de ontwikkelingen rondom de Hervormingsagenda Jeugd. Dit vraagt om enige flexibiliteit. De budgetten Aanvullende Jeugdhulp in de gemeentelijke begrotingen vormen de basis voor de bedragen van de lumpsums. Afspraken over de lumpsums worden voor de eerste zes jaar vastgelegd (de initiële contractperiode) op basis van de meerjarenbegroting 2026. De meerjarenbegroting wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld, de lumpsums worden hier op aangepast. Aanpassing van de gemeentebegroting, vanwege veranderingen in de rijksbijdrage of andere (autonome) ontwikkelingen, is aanleiding om de lumpsums aan te passen. De voorziene daling van de rijksbijdrage wordt doorberekend in de opdracht voor Aanvullende Jeugdhulp. De ontwikkeling van andere vormen van jeugdhulp en meer inzet van andere onderdelen van het sociaal domein, dient op termijn te leiden tot minder inzet van Aanvullende Jeugdhulp en daarmee dalende uitgaven. Het verstrekken van een reëel bedrag voor een uitvoerbare opdracht, betekent dan dat gemeenten de gevraagde taak aan de jeugdhulpaanbieder hierop aanpassen. Hierin kan worden meegenomen het financiële effect van minder inzet van Aanvullende Jeugdhulp. Ad 4.

Kennis te nemen van het feit dat de uitwerking van de richtinggevende uitspraken en de ontwikkelingen in wet- en regelgeving verder worden meegenomen in het opstellen van de inkoopstrategie Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038. 9

Gegenereerd: v1.28

RAAD

VN2025-011575 rve onderwijs jeugd zorg

Voor de uitwerking van die richtinggevende uitspraken, wordt zoveel als mogelijk aangesloten bij de specifieke, lokale situatie van iedere gemeente. De toelichting bij de richtinggevende uitspraken is gemeente-specifiek en in dit document alleen voor Amsterdam-DUO uitgewerkt. De dynamiek in landelijke ontwikkelingen en de gesprekken die nog op regionaal niveau worden gevoerd, leiden mogelijk tot voortschrijdend inzicht bij de uitwerking van de richtinggevende uitspraken. De uiteindelijke uitwerking vindt zijn weerslag in de inkoopstrategie. Ad 5. Kennis te nemen van de aanpalende opdrachten die voorwaarde scheppend zijn voor het slagen van de opdracht Aanvullende Jeugdhulp in relatie tot de jeugdvisie. Om in de uitvoering de inhoudelijke doelen van de jeugdvisie, en de specifieke rol van de Aanvullende jeugdhulp hierin, te kunnen realiseren, is het randvoorwaardelijk dat ook andere onderdelen van het sociaal domein worden versterkt en vanuit de gemeentelijke visie nader worden uitgewerkt. Het gaat hierbij om de volgende opdrachten:

• Verbetering taakgerichte sturing (interne organisatie Amsterdam en in samenwerking met DUO).

• Herijken van de opdracht aan het OKT/lokale teams, zodat deze opdracht aansluit bij de opdracht Aanvullende Jeugdhulp.

• Bepalen en organiseren van de benodigde inzet van andere onderdelen van het sociaal

domein (onderwijs, bestaanszekerheid, volwassen-ggz, sociale basis, etc.) om transformatie in jeugdhulp mogelijk te maken en de jeugdvisie te realiseren.

Ad 6. Kennis te nemen van het vervolgproces van het opstellen van de inkoopstrategie en de inkoop Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038. De kaders uit het hoofdlijnenbesluit worden nader uitgewerkt in een inkoopstrategie die door de colleges wordt vastgesteld. Daarna start de dialooggerichte aanbestedingsprocedure gericht op het sluiten van nieuwe contracten met jeugdhulpaanbieders per 1-1-2028. Met deze partijen zullen we als gemeenten in de uitvoering invulling geven aan de jeugdvisie. Ad. 7. Kennis te nemen van het advies van het Jeugdplatform Amsterdam (JPA) en de reactie van het college hierop. Het JPA is nauw betrokken bij de totstandkoming van dit hoofdlijnenbesluit en zal ook worden betrokken bij alle vervolgstappen. Het JPA heeft formeel advies uitgebracht. De kern van het advies is gericht op de benodigde veranderingen in het jeugdstelsel om te kunnen werken volgens de Amsterdamse jeugdvisie. Ze benadrukken het belang van kinderen eerst, het levend maken van de jeugdvisie in de praktijk en dat de jeugdhulpvisie breder is dan de aanvullende jeugdhulp. Het JPA vraagt aandacht voor feedback en klachten van cliënten. Het college onderschrijft deze punten en wijst ook op het ontwikkelkarakter van de jeugdvisie en als gevolg daarvan ook van de opdracht aanvullende jeugdhulp. Hierbij vormt het cliëntperspectief steeds het uitgangspunt. Ad.

8 Kennis te nemen van de belangrijkste risico’s en beheersmaatregelen. Ten behoeve van dit Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038 is een risicoanalyse uitgevoerd. De belangrijkste risico’s zijn: Risico 1: Gewenste doorontwikkeling jeugdhulp – conform jeugdvisie en ontwikkelagenda jeugd – verloopt minder vlot dan wenselijk is. Oorzaken: De uitvoering van de jeugdvisie vraagt om een andere houding t.a.v. de jeugdhulp, zowel vanuit jeugdhulpaanbieders als andere partijen. Verder vergt het een collectieve aanpak waarbij partijen gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Dit vraagt om intensieve samenwerking van AJHpartijen en anderen. Omdat het moeilijk is om te gunnen op individuele partijen die in staat zijn tot een goede samenwerking met andere gegunde partijen en omdat er rekening gehouden moet worden met (mogelijk grote) verschuivingen in het aanbiedersveld, dreigen hier de volgende knelpunten:

10 Gegenereerd: v1.28

RAAD

VN2025-011575 rve onderwijs jeugd zorg

-Samenwerking – tussen partijen onderling en met het bredere veld – moet (deels) opnieuw worden vormgegeven. Dit kost tijd. -Nieuwe partijen starten met een achterstand: zij kennen het landschap minder goed, moeten zich de jeugdvisie nog eigen maken en worden minder betrokken door huidige partijen en/of andere spelers in het sociaal domein. -Gecontracteerde partijen blijven vanuit individuele belangen handelen in plaats van als AJHcollectief. Gevolgen: Vertraging in de gewenste ontwikkelingen in de jeugdhulp. Beheersmaatregelen: -De eigen organisatie zal op sterkte gebracht moeten worden om effectieve sturing te kunnen bieden. Voorafgaand aan de contractering kunnen gemeenten ook een aantal dingen doen: -Gemeenten stellen aan de voorzijde eisen aan de samenwerking en t.a.v. de uitvoering van de jeugdvisie. -Gedurende het aanbestedingstraject worden dialoogsessies georganiseerd waarin commitment wordt geborgd vanuit inschrijvende partijen. -Gedurende de pré-contractuele fase wordt intensief gewerkt aan samenwerking tussen beoogde partners, gericht op het maken van de gewenste beweging vanuit jeugdvisie. -Het sturingsmodel wordt verstevigd aan de hand van de te sluiten overeenkomsten.

Risico 2: Gemeenten slagen er onvoldoende in om de benodigde sturing te bieden Oorzaken: Sturing op de integrale opdracht wordt bemoeilijkt doordat het op twee niveaus plaatsvindt, zowel in gesprekken met individuele aanbieders als in gesprekken met het collectief. Om de doelstellingen te realiseren is veel en hoogwaardige sturingscapaciteit nodig. Op dit moment is deze capaciteit er onvoldoende. Gevolgen: Beperkte samenwerking tussen gecontracteerde partijen, met als gevolg dat de doelen van de inkoop niet of niet optimaal gerealiseerd worden. Beheersmaatregelen: -Een forse (structurele) investering in sturingscapaciteit en -kwaliteit van de eigen organisatie. -Vanuit contractuele afspraken het sturingsmodel verstevigen. Risico 3: Dalende rijksmiddelen voor de jeugdvoorzieningen Oorzaken: Dalende rijksmiddelen voor de jeugdvoorzieningen. Gevolgen: Er blijft een grote vraag naar jeugdhulp die niet opgevangen kan worden binnen het aanvullende jeugdhulpaanbod. Er ontstaat druk om toch de lumpsum bij te stellen en/of de andere uitgaven in de gemeentebegroting komen onder druk te staan. Beheersmaatregelen: -Stevig sturen op realisatie jeugdvisie. -Borgen van flexibiliteit t.a.v. lumpsum Risico 4: personeelstekorten in de jeugdhulp Oorzaken: Door een toenemende krapte op de arbeidsmarkt ontstaan er personeelstekorten in de jeugdhulp.

Gevolgen: Er is onvoldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar voor uitvoering van de opdracht. Beheersmaatregelen: -Uitdragen dat de huidige ervaring is dat taakgericht werken leidt tot meer werkplezier als argument om personeel aan te trekken en te binden. -Continueren van inzet op het aantrekkelijk maken van werken in jeugdhulp, aanbieders aanmoedigingen goed personeelsbeleid te voeren (bijvoorbeeld als gemeente parkeerplekken en huisvesting beschikbaar stellen).

11 Gegenereerd: v1.28

RAAD

VN2025-011575 rve onderwijs jeugd zorg

Risico 5: Onvoldoende jeugdhulpcapaciteit bij jeugdigen in de buurt Oorzaken: Door de geografische ligging van Amsterdam ten opzichte van Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel worden cliënten niet dichtbij geholpen. Gevolgen: Jeugdigen ontvangen geen (tijdige) hulp of moeten er ver voor reizen. Beheersmaatregelen: -Afspraken maken over de zichtbaarheid/aanwezigheid van jeugdhulpaanbieders in de DUOgemeenten als onderdeel van het gebiedsgericht werken. -In het contractmanagement monitoren dat dit zo wordt uitgevoerd. Participatie

Het jeugdplatform heeft geadviseerd op het hoofdlijnenbesluit Financiële onderbouwing

Consequenties gedekt? Overige toelichting

De financiële kaders voor de aanvullende jeugdhulp vanaf 2028 worden sterk beïnvloed door een verwachte daling van de rijksbijdragen en de noodzaak tot besparingen. Gemeenten bieden jeugdhulpaanbieders daarom zoveel mogelijk een meerjarig financieel perspectief, maar blijven afhankelijk van hun eigen begrotingen en de middelen vanuit het Rijk. De kern van het financiële beleid is het werken met een lumpsum met vaste jaartotalen voor een omschreven taak. Afspraken over de lumpsums worden voor de eerste zes jaar vastgelegd (de initiële contractperiode) op basis van de meerjarenbegroting 2026. De meerjarenbegroting wordt jaarlijks vastgesteld, de lumpsums worden hier op aangepast. Lumpsum huidige meerjarenbegroting De lumpsumfinanciering vormt de basis voor de gehele opdracht aanvullende jeugdhulp. De bedragen worden bepaald op basis van de gemeentelijke begrotingen (met name die van 2026) en houden rekening met toekomstige kortingen en indexaties. Vanaf 2028 geldt één opdracht voor aanvullende jeugdhulp, waarbij eerdere onderverdelingen zoals ESJH en HSJH verdwijnen. De huidige begroting laat de volgende ontwikkeling zien voor Amsterdam en DUO.

12 Gegenereerd: v1.28

RAAD

VN2025-011575 rve onderwijs jeugd zorg

Meerjarige financiële afspraken Er worden afspraken gemaakt voor de periode 2028-2034. Gemeenten bieden duidelijkheid over het financiële kader, zodat aanbieders gericht kunnen investeren in innovatieve vormen van jeugdhulp. Daarbij hoort ook een systematiek voor indexatie (volgens de OVA-systematiek) en het bijstellen van lumpsums bij onvoorziene omstandigheden, zoals bevolkingsgroei, inflatie of beleidswijzigingen. Financiële bedrijfsvoering jeugdhulpaanbieders Van aanbieders wordt verwacht dat zij verantwoord omgaan met de toegekende lumpsum. Jaarlijks geven zij aan hoe deze middelen worden ingezet, inclusief inzet per gebied en personele capaciteit. Er gelden verscherpte eisen vanuit de Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen. Transparantie en onderlinge verantwoording zijn essentieel. Eén lumpsum per aanbieder, vier gemeenten (Amsterdam, Diemen, Uithoorn, Ouder-Amstel) In plaats van aparte financiering per gemeente ontvangen jeugdhulpaanbieders één gezamenlijk lumpsumbedrag. Dit voorkomt bureaucratische lasten, vergroot de uitvoeringsvrijheid en ondersteunt het taakgericht werken. Gemeenten maken onderling afspraken over verdeling van de kosten, herzien die indien nodig jaarlijks, en dragen gezamenlijk zorg voor monitoring van bereik, kwaliteit en kosten Conclusie

Geheimhouding

13 Gegenereerd: v1.28

RAAD

VN2025-011575 rve onderwijs jeugd zorg

Welke stukken treft u aan

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2025-050812

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2025-050871

Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038.pdf (pdf)

AD2025-050872

advies JPA op HLB.pdf (pdf)

AD2025-050873

Reactie van college op advies JPA.pdf (pdf)

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Petra Helderman, mail: p.helderman@amsterdam.nl T 06 53246439

14 Gegenereerd: v1.28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15981166/1