CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 18 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uiten van wensen en bedenkingen bij het voorgenomen collegebesluit de Stichting Nationaal Slavernijmuseum op te richten. (VN2024-011441)1.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

RAAD

VN2024-011441 rve kunst en cultuur

Voordracht voor de raadsvergadering van 18 september 2024

Agendapunt

Kunst en Cultuur 17

Datum besluit

College van B en W 16 juli

Portefeuille

Onderwerp

Uiten van wensen en bedenkingen bij het voorgenomen collegebesluit de Stichting Nationaal Slavernijmuseum op te richten. De gemeenteraad van Amsterdam besluit

Gelezen hebbende het voorgenomen besluit van het college van B&W tot het oprichten van de Stichting Nationaal Slavernijmuseum en in samenhang daarmee gelezen hebbende:

1. De concept-oprichtingsakte van de Stichting 2. De profielen van de leden van de Raad van Toezicht en de directeur-bestuurder van de Stichting 3. De meerjarenbegroting van de Stichting tot de opening van het museumgebouw in 2030 Te verklaren dat de Raad in de gelegenheid is gesteld om diens wensen en bedenkingen hierbij over te brengen aan het college van B&W.

Wettelijke grondslag

artikel 160 tweede lid gemeentewet Nota beleidskader verbonden partijen 2021, hoofdstuk 3 en 4

Bestuurlijke achtergrond

Op 20 december 2017 stemde de Amsterdamse gemeenteraad unaniem in met het initiatiefvoorstel Een stap naar verdere verkenning van het Amsterdamse slavernijverleden van de raadsleden Blom (GL), Duijndam (SP) en Mbarki (PvdA). Drie partijen kregen de opdracht een verkenning uit te voeren naar een nationale museale voorziening slavernijverleden, te weten NiNsee, IZI Solutions en Museum zonder Muren. Sinds 2019 is het Rijk nauw betrokken bij het realiseren van het museum en heeft het Rijk budget beschikbaar gesteld voor de voorbereiding. Op 28 mei 2021 overhandigden de drie partijen het rapport Met de kracht van de voorouders aan burgemeester Halsema, wethouder Groot Wassink en wethouder Meliani. Op 1 november 2021 ontvingen de toenmalige minister van OCW en de wethouders Kunst en Cultuur en Diversiteit van de gemeente het adviesrapport Nationale voorziening slavernijverleden door de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad. Op 26 januari 2022 gaf het college van B&W een bestuurlijke reactie op zowel het rapport Met de kracht van de voorouders als op het adviesrapport Nationale voorziening slavernijverleden van de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad. Hiermee stelden het college, in samenspraak met de

1 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-011441 rve kunst en cultuur

minister van OCW, de hoofdlijnen van het museum vast. Daarbij volgde het college het advies om de scope van het museum te verbreden maar de trans-Atlantische slavernij wel als vertrekpunt en kernverhaal te hanteren. Voor het vervolg, het opstellen van de concrete uitwerking van de verkenning, een advies voor een locatie en een financiële uitwerking stelde het college in afstemming met het Rijk drie kwartiermakers aan. Zij zijn in september 2022 van start gegaan. Gemeente Amsterdam en het ministerie van OCW zijn gezamenlijk opdrachtgever van de kwartiermakers. Op 13 februari 2024 hebben de drie kwartiermakers hun plan Vertel het hele verhaal aangeboden aan het college en aan Staatssecretaris Gräper van OCW. Vervolgens heeft het college advies gevraagd aan het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost en de Subcommissie Integrale Omgevingskwaliteit met betrekking tot de locatie, en heeft het college samen met de Staatssecretaris advies gevraagd aan de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad of het plan een voldoende basis biedt voor de volgende fase. In de brief Vervolgtraject excuses slavernijverleden d.d. 11 april 2024 stelt de Rijksoverheid € 3 miljoen beschikbaar voor het Kenniscentrum als onderdeel van het Nationaal Slavernijmuseum.

Het college heeft bij de Voorjaarsnotabesluitvorming 2024 €13,4 miljoen extra budget beschikbaar gesteld, onder voorbehoud van besluitvorming over de begroting in de gemeenteraad. Het college heeft op 28 mei 2024, in samenspraak met de Staatssecretaris van OCW, een bestuurlijke reactie gegeven op het plan Vertel het hele Verhaal. Onderdeel van deze reactie was een principebesluit tot het oprichten van de Stichting Nationaal Slavernijmuseum. Op 29 mei ondertekenden Rijksoverheid en gemeente een bestuurlijke overeenkomst waarin de financiële afspraken en verantwoordelijkheidsverdeling tussen de overheden zijn vastgelegd. Daarin is onder andere afgesproken dat de gemeente Amsterdam verantwoordelijk is voor de oprichting van een museumorganisatie. De gemeenteraad heeft op 27 juni 2024 besloten het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum te vestigen op het Java-eiland in Amsterdam.

Onderbouwing besluit

Onderdeel van het realiseren van het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum is het oprichten van een museumorganisatie. De gemeentewet stelt dat het college een stichting pas kan oprichten nadat de gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld diens wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Op 28 mei 2024 heeft het college, als onderdeel van de bestuurlijke reactie op het plan Vertel het hele verhaal, een principebesluit genomen tot het oprichten van de Stichting Nationaal Slavernijmuseum. Als volgende stap heeft het college van B&W, conform de Nota beleidskader verbonden partijen, op 16 juli een voorgenomen besluit genomen dat nu voor wensen en bedenkingen aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Een museum exploiteren is in principe geen gemeentelijke taak. De kwartiermakers adviseren in hun plan om een stichting op te richten met een Raad van Toezicht en één directeur-bestuurder, een gangbare organisatievorm voor een museum. Dit advies van de kwartiermakers is door het college overgenomen. Met name in de startfase van het museum en de museumorganisatie is het wenselijk dat de gemeente voldoende sturingsmogelijkheden en zeggenschap heeft. Bijvoorbeeld rondom het

2 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-011441 rve kunst en cultuur

bouwproces van het museumgebouw, de samenwerking met het Rijk, de verdere uitwerking van het museaal concept en de representatie van verbonden gemeenschappen. Het oprichten van een stichting door de gemeente voorziet optimaal in deze sturingsmogelijkheden. Zo wordt het bijvoorbeeld mogelijk om RvT en directeur-bestuurder te benoemen of te ontslaan en jaarplannen en begrotingen goed of af te keuren. Alternatieven, zoals het verlenen van een subsidie of opdracht zijn minder geschikt voor het realiseren van de gewenste gemeentelijk zeggenschap in de periode tot en met de opening van het museumgebouw in 2030. De stichting wordt naar verwachting opgericht per 1-1-2025. Hierover neemt het college een definitief besluit in november/december 2024. Dit is nadat de gemeenteraad in de gelegenheid is gesteld om wensen en bedenkingen bij dit besluit te uiten en nadat de begroting 2025 door de gemeenteraad is vastgesteld. Concept-oprichtingsakte In de concept-oprichtingsakte (bijlage 1) worden de statutaire zeggenschapsbevoegdheden van de gemeente in de stichting vastgelegd. De eerste periode zal de gemeente veel bevoegdheden hebben. Goedkeuring van de gemeente is straks nodig voor statutenwijzigingen, benoeming en ontslag van de RvT en directie, jaarplannen, begrotingen, jaarrekeningen en andere majeure besluiten die niet zijn opgenomen in een goedgekeurde begroting of jaarplan.

Na opening kan de zeggenschap worden afgebouwd naar een niveau vergelijkbaar met het Amsterdam Museum en het Stedelijk Museum. Profielen Raad van Toezicht en directeur-bestuurder Bijlage 2 bevat de profielen van de RvT en de directeur-bestuurder. Deze profielen worden gebruikt als basis voor de werving en selectieprocedure. De profielen worden voor een langere termijn vastgesteld, en kunnen alleen met toestemming van het college door de RvT gewijzigd worden. De RvT start met 3 of 5 leden. Bij het groeien van de organisatie kan de RvT (na goedkeuring door het college) besluiten tot maximaal 9 leden uit te groeien. Binnen de RvT is financiële en bedrijfskundige expertise van groot belang. Gezien het belang van fondsenwerving is expertise op dit gebied gewenst, net als representatie van, en een netwerk in, verschillende betrokken gemeenschappen. De eerste directeur-bestuurder van het Nationaal Slavernijmuseum zal leidinggeven aan de opbouw van de museumorganisatie, het werven van fondsen en subsidies, de tijdelijke programmering, participatie, belangenbehartiging en alle andere opgaves die het Nationaal Slavernijmuseum in haar eerste fase van bestaan zal tegenkomen. Daarnaast zal de directeur als toekomstig huurder en gebruiker samenwerken met de gemeente in het bouwproces van het museumgebouw. Het is een rol waarbij een grote diversiteit aan expertises en ervaring vereist is.

De nadruk ligt in het profiel op de zakelijke en organisatorische aspecten. Bij de aanvang van de stichting zal het college een Raad van Toezicht, bestaande uit drie tot vijf leden, en een directeur-bestuurder benoemen. Het college laat zich daarbij adviseren door een externe Raad van Advies die het wervingsproces begeleidt en personen voordraagt voor de genoemde rollen. Ook wordt bekeken of en hoe de huidige kwartiermakers, om de continuïteit te waarborgen, een rol zouden kunnen vervullen in de eerste fase van de stichting. Meerjarenbegroting tot de opening in 2030 Bijlage 3 bevat de meerjarenbegroting van de Stichting Nationaal Slavernijmuseum tot aan de opening van het museumgebouw in 2030. Gemeente en Rijk hebben op basis van het plan van de kwartiermakers budget beschikbaar gesteld dat nodig is voor de periode tot de opening in 2030.

3 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-011441 rve kunst en cultuur

Naast de bijdragen van de overheden wordt gerekend op externe financiering (fondsen en subsidies). Het budget heeft als doel de organisatie op te bouwen, een aanloopprogrammering te verzorgen en het gebouw in te richten (onder andere met een vaste tentoonstelling). Tot 2030 gaat het in totaal om een budget van €24,7 miljoen.

Participatie

n.v.t.

Financiële onderbouwing

Overige toelichting

Consequenties gedekt? Gedeeltelijk.

 

Het voor de stichting tot de opening in 2030 benodigde bedrag van €24,7 mln bestaat voor €8.6 mln uit bijdrage van de Rijksoverheid en €4 mln van de gemeente. De stichting zal daarnaast zelfstandig €12,1 mln externe financiering (fondsen en subsidies) moeten realiseren. Dit bedrag is gebaseerd op een haalbaarheidsonderzoek dat is uitgevoerd door een extern gespecialiseerd adviesbureau in opdracht van de kwartiermakers.

Overige

toelichting:

 

€7.5 mln rijksbijdrage is toegezegd in een bestuursovereenkomst dd. 29 mei 2024. Voor €1.1 mln (in 2029) heeft het Rijk in dezelfde overeenkomst een inspanningsverplichting afgesproken. De bijdragen van de Rijksoverheid en de gemeente zijn onder voorbehoud van vaststelling van de begrotingen door het parlement en de gemeenteraad.

Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties.

Geheimhouding

n.v.t.

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Ter Inzage

Registratienr.

Naam

AD2024-049110

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2024-049111

2 Profielen RvT en bestuur.pdf (pdf)

AD2024-049112

3 Meerjarenbegroting NSM.pdf (pdf)

AD2024-049113

1 concept oprichtingsakte Stichting Nationaal Slavernijmuseum.pdf (pdf)

Registratienr.

Naam

4 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2024-011441 rve kunst en cultuur

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Wilfred Schilt, 06-2092 8807, w.schilt@amsterdam.nl

5 Gegenereerd: v1.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14509351/1