CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 26 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de vestiging van het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum op het Java-eiland (VN2024-007214)5.692 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Gemeenteraad

VN2024-007214 Onderwijs, Jeugd en Zorg

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

Portefeuille

Inclusie en Antidiscriminatiebeleid Kunst en Cultuur (29)

Agendapunt

10

Datum besluit

28 mei 2024 Onderwerp

Vaststellen van de vestiging van het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum op het Java-eiland De gemeenteraad van Amsterdam besluit

Gelezen hebbende: a. Het voorstel voor een Nationaal Slavernijmuseum Vertel het hele verhaal met het advies van de kwartiermakers voor de oprichting en bouw van het Nationaal Slavernijmuseum (bijlage 1, 2, 3, 4 en 5); b. Het advies van de Amsterdamse Kunstraad en de Raad voor Cultuur over het plan voor een Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam, waaruit blijkt dat de raden van oordeel zijn dat het plan van de kwartiermakers een goede basis vormt en vertrouwen hebben in de (museale) aanpak voor de volgende fase van de totstandkoming van het museum (bijlage 6); c. Het advies van het dagelijks bestuur (DB) van stadsdeel Oost waarin het DB haar steun uitspreekt voor Java-eiland als locatie voor het museum (bijlage 7); d. Het advies van de Commissie Omgevingskwaliteit, waarin de commissie haar steun uitspreekt voor de locatie op het Java-eiland (bijlage 8); e. Het besluit van het college dat de opdracht van de kwartiermakers om een uitvoerig participatietraject te organiseren, een museaal ondernemingsplan, een voorstel voor de locatie, een kostenraming en een meerjarenbegroting op te stellen is nagenoeg volbracht en het college, in navolging van de Amsterdamse Kunstraad en de Raad voor Cultuur, vertrouwen heeft in de (museale) aanpak van de kwartiermakers en dit een goede basis vindt voor het vervolg (bijlage 9); f.

Het principebesluit van het college tot het oprichten van de Stichting Nationaal Slavernijmuseum per 1 januari 2025 (bijlage 9); g. Het voorstel van het college om, als de raad bij de begroting 2025 daarmee instemt, het museum over het Nederlands slavernijverleden te realiseren in een nieuw, hoogwaardig gebouw van 9.000 m2 (bijlage 9); h. Het besluit van het college tot het van toepassing verklaren van de Regeling Grote Projecten (bijlage 9); i. De bestuursovereenkomst tussen het Rijk en de gemeente Amsterdam waarin de overheden afspraken hebben gemaakt over financiële bijdragen en verdeling van verantwoordelijkheden voor de volgende fase (bijlage 10); j. de visie op de omgevingsparticipatie Nationaal Slavernijmuseum (bijlage 11).

Gegenereerd: v1.31

1

Gemeenteraad

VN2024-007214 Onderwijs, Jeugd en Zorg

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

1. Het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum op het Java-eiland te vestigen. Wettelijke grondslag

Artikel 147 lid 2 juncto artikel 108 De raad bepaalt de kader en stelt deze vast. Het college voert binnen deze kaders uit en is bevoegd hiertoe beleid vast te stellen. Artikel 169 van de Gemeentewet Lid 1: Het college van burgemeester en wethouders en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. Lid 2: Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Bestuurlijke achtergrond

Op 20 december 2017 stemde de Amsterdamse gemeenteraad unaniem in met het initiatiefvoorstel Een stap naar verdere verkenning van het Amsterdamse slavernijverleden van de raadsleden Blom (GL), Duijndam (SP) en Mbarki (PvdA). Drie partijen kregen de opdracht een verkenning uit te voeren naar een nationale museale voorziening slavernijverleden, te weten NiNsee, IZI Solutions en Museum zonder Muren. Sinds 2019 is het Rijk nauw betrokken bij het realiseren van het museum en heeft het Rijk budget beschikbaar gesteld voor de voorbereiding. Op 28 mei 2021 overhandigden de drie partijen het rapport Met de kracht van de voorouders aan burgemeester Halsema, wethouder Groot Wassink en wethouder Meliani. Op 1 november 2021 ontvingen de toenmalige minister van OCW en de wethouders Kunst en Cultuur en Diversiteit van de gemeente het adviesrapport Nationale voorziening slavernijverleden door de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad. Op 26 januari 2022 gaf het college van B&W een bestuurlijke reactie op zowel het rapport Met de kracht van de voorouders als op het adviesrapport Nationale voorziening slavernijverleden van de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad. Hiermee stelde het college, in samenspraak met de minister van OCW, de hoofdlijnen van het museum vast.

Daarbij volgde het college het advies om de scope van het museum te verbreden maar de trans-Atlantische slavernij wel als vertrekpunt en kernverhaal te hanteren. Voor het vervolg, het opstellen van de concrete uitwerking van de verkenning, een advies voor een locatie en een financiële uitwerking stelde het college in afstemming met het Rijk drie kwartiermakers aan. Zij zijn in september 2022 van start gegaan. Gemeente Amsterdam en het ministerie van OCW zijn gezamenlijk opdrachtgever van de kwartiermakers. Op 13 februari 2024 hebben de drie kwartiermakers hun plan Vertel het hele verhaal aangeboden aan het college en aan Staatssecretaris Gräper - van Koolwijk van OCW. Vervolgens heeft het college advies gevraagd aan het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost en de Subcommissie Integrale Omgevingskwaliteit met betrekking tot de locatie, en heeft college samen met de Staatssecretaris advies gevraagd aan de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad of het plan een voldoende basis biedt voor de volgende fase. In de brief Vervolgtraject excuses slavernijverleden d.d. 11 april 2024 stelt de Rijksoverheid € 3 miljoen beschikbaar voor het Kenniscentrum als onderdeel van het Nationaal Slavernijmuseum.

Het college heeft bij de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2024 €13,4 miljoen extra budget beschikbaar gesteld, onder voorbehoud van besluitvorming over de begroting in de gemeenteraad.

Gegenereerd: v1.31

2

Gemeenteraad

VN2024-007214 Onderwijs, Jeugd en Zorg

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

De financiële afspraken en verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk en de gemeente Amsterdam zijn vastgelegd in een bestuurlijke overeenkomst tussen het Rijk en de gemeente. Het college heeft op 28 mei ingestemd met de bestuurlijke reactie en de bestuursovereenkomst tussen het Rijk en de gemeente Amsterdam. Op 29 mei jl. Hebben staatssecretaris Gräper - van Koolwijk en wethouder Touria Meliani de bestuursovereenkomst ondertekend. Onderbouwing besluit

Inleiding In december 2017 stemde uw raad unaniem in met het initiatiefvoorstel Een stap naar verdere verkenning van het Amsterdamse slavernijverleden van de raadsleden Blom (GL), Duijndam (SP) en Mbarki (PvdA). Er zijn sinds die tijd vele stappen gezet op weg naar een nationaal museum voor het Nederlands Slavernijverleden. Het is aan uw raad om de belangrijkste besluiten voor dit museum te nemen, waarmee u als raad besluit dat dit museum er daadwerkelijk komt. U neemt dit besluit in drie delen. Vandaag neemt uw raad een besluit om het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum op te richten op het Java-eiland. In september zal u wensen en bedenkingen kunnen meegeven aan het college ten aanzien van de onaankelijke stichting Nationaal Slavernijmuseum. Tot slot zal uw raad in november 2024, tijdens de begrotingsbehandeling, besluiten over het voorstel van het college over de aanvullende middelen aan het museum toe te kennen waarmee een nieuw, hoogwaardig gebouw van 9000 vierkante meter gerealiseerd kan worden. a. Het voorstel voor een Nationaal Slavernijmuseum Vertel het hele verhaal met het advies van de kwartiermakers voor de oprichting en bouw van het Nationaal Slavernijmuseum (bijlage 1, 2, 3, 4 en 5) Na ongeveer anderhalf jaar werk presenteerden de kwartiermakers op 15 februari 2024 hun plan Vertel het hele verhaal en het participatieverslag Over ons en met ons.

Staatssecretaris Gräper - van Koolwijk, burgemeester Halsema en wethouder Meliani namen het in ontvangst. Dit plan met een advies voor het Nationaal Slavernijmuseum is in opdracht van het college van B&W van de gemeente Amsterdam en de staatssecretaris van OCW geschreven door de drie kwartiermakers (Museaal, Maatschappelijk en Fysiek). De inhoud is mede tot stand gekomen dankzij een uitgebreid bottom-up participatietraject in binnen- en buitenland waarbij ruim vijfduizend mensen zijn gesproken. De kwartiermakers adviseren een museaal concept met een concrete missie, visie en doelstellingen dat het Nederlandse slavernijverleden in zijn volledigheid en complexiteit laat zien en aandacht heeft voor de doorwerking daarvan in het heden. Zij stellen voor om het museum in een nieuw gebouw van hoogwaardige kwaliteit omringd door een park te vestigen op het Javaeiland in stadsdeel Oost. Vertel het hele verhaal (bijlage 1) Het plan van de kwartiermakers gaat niet alleen over de periode van de slavernij, maar ook over de tijd ervoor en de doorwerking erna. Om dit te vertellen hebben de kwartiermakers vijf tijdvakken ontwikkeld op basis van de participatie en gesprekken met wetenschappers en museumprofessionals. De tijdvakken worden geladen met de thema’s en verhalen die tijdens de participatie door de mensen zijn gedeeld.

In elk tijdvak krijgt de bezoeker een deel van de geschiedenis gepresenteerd. De verhalen gaan over kracht, verzet, onderdrukking en pijn, maar ook over vieringen, spiritualiteit en culturele uitingen.

Gegenereerd: v1.31

3

Gemeenteraad

VN2024-007214 Onderwijs, Jeugd en Zorg

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

In het museum staan vooral verhalen centraal en niet objecten. Het museum zal een kleine kerncollectie ontwikkelen die ondersteunend is aan het verhaal en de tijdsvakken. Op deze manier worden de verhalen verbonden aan de objecten die getoond worden en werken deze illustratief. Aanvullend op de verkenning door de regiegroep adviseren de kwartiermakers een kindermuseum te realiseren. Dit moet een plek worden waar kinderen op een veilige manier over kernbegrippen als vrijheid en verzet kunnen leren. Participatie – Over ons en met ons (bijlage 2) De opdracht aan de kwartiermakers was een ‘uitvoerig participatietraject’ te organiseren met als doel: eigenaarschap creëren, collectieve wijsheid organiseren, de belangen in beeld brengen en inwoners zeggenschap geven. Het college heeft in de bestuurlijke reactie (d.d. 26 januari 2022) nadrukkelijk aangegeven dat het belangrijk is in dit proces, de besluitvorming transparant te laten verlopen met maximale ruimte voor participatie en inspraak. Iedereen die dat wilde in Europees Nederland, het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname kon meepraten en meedenken over het museum. De kwartiermakers hebben met meer dan vijfduizend mensen in ruim dertig steden in het Koninkrijk en Suriname gesproken.

Tijdens vier openbare bijeenkomsten in stadsdeel Zuidoost, Oost, Centrum en West kregen Amsterdammers uitgebreid de mogelijkheid mee te denken. Naast openbare participatiebijeenkomsten vonden talloze kleinere gesprekken plaats met belangenorganisaties, geïnteresseerden, culturele instellingen, kennisinstituten en grassrootsorganisaties. b. Het Advies van de Amsterdamse Kunstraad en de Raad voor Cultuur over het plan voor een Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam, waaruit blijkt dat de raden van oordeel zijn dat het plan van de kwartiermakers een goede basis vormt en vertrouwen hebben in de (museale) aanpak voor de volgende fase van de totstandkoming van het museum (bijlage 6) De Amsterdamse Kunstraad en de Raad voor Cultuur hebben gezamenlijk advies uitgebracht op verzoek van het college en de staatsecretaris van OCW. Dit is het tweede advies dat de raden gezamenlijk geven over het museum. In november 2021 gaven de raden een uitgebreid gezamenlijk advies, dat voorafging aan de bestuurlijke reactie (d.d. 26 januari 2022) op de verkenning Met de kracht van de voorouders. De nieuwe adviesaanvraag aan de raden was of het plan Vertel het hele verhaal een goede basis is voor de volgende fase. De raden geven aan vertrouwen te hebben in de (museale) aanpak zoals omschreven in het plan en zijn van oordeel dat het plan een gedegen basis vormt voor de volgende fase.

De raden merken op dat de kwartiermakers een uitdagende taak hadden en spreken hun lof uit over het intensieve participatietraject dat is opgezet. De raden zien in de combinatie van het conserveren van immateriële erfgoedtradities enerzijds en het aanleggen van een kleine kerncollectie anderzijds een museum dat toekomstbestendig en dynamisch is. Samenwerking met erfgoedinstellingen en gemeenschappen is daarbij belangrijk. De raden geven ook een aantal aandachtspunten mee. Zo zou er in de volgende fase een bezoekersstrategie moeten worden uitgewerkt en moet er een geleidelijke opbouw van het publiek komen in de komende jaren. De raden juichen het ambitieniveau toe, maar kunnen zich een gefaseerde aanpak goed voorstellen. De raden geven aan dat het beoogde personeel tot aan de opening te bescheiden is begroot en adviseren een duidelijk en transparant proces rond de organisatievormen en wervingsprocedure. Tot slot benadrukken de raden het belang van betrokkenheid van de gemeente Amsterdam en het Rijk bij de exploitatie. c. Het advies van het dagelijks bestuur (DB) van stadsdeel Oost waarin het DB haar steun uitspreekt voor Java-eiland als locatie voor het museum (bijlage 7) Het dagelijks bestuur (DB) van stadsdeel Oost is verheugd dat het Java-eiland door de kwartiermakers als voorkeurslocatie is aangewezen voor de komst van het Nationaal

Gegenereerd: v1.31

4

Gemeenteraad

VN2024-007214 Onderwijs, Jeugd en Zorg

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

Slavernijmuseum. Hierbij ziet het DB kansen om een mooie verbinding te leggen met het ook in Oost aanwezige Nationaal Slavernijmonument, het Wereldmuseum Amsterdam en het Suriname Museum in oprichting. Aansluitend worden er mogelijkheden gezien om op en rondom de plek van het museum al te starten met een pop-up museum. De komst biedt daarbij wat het DB betreft niet alleen de kans om het centrum van de stad te ontlasten maar ook om het ondernemerschap en de economie van het gebied rondom het museum een impuls te geven. Hierbij zijn mobiliteit en bezoekersstromen aandachtspunten. Zo moet er een oplossing gevonden worden voor de komst van bezoekers per touringcar en vraagt het DB expliciet aandacht voor goede voorzieningen ten aanzien van fietsers en fietsparkeren. Het DB geeft mee zeer positief te staan ten opzichte van een extra verbinding over het water. Het DB vraagt aandacht voor de participatie bij het vervolgtraject en de opdracht voor het vervolg. Naast participatie met bewoners en ondernemers adviseert het DB een participatieproces bij het ontwerp van het park in te richten. Groen is schaars en daarom zeer belangrijk voor deze stenige buurt. Het DB vraagt aandacht voor kunst in het park en wijst het college op het belang van goede afspraken over het beheer van de locatie tot de opening en erna. d.

Het advies van de Commissie Omgevingskwaliteit, waarin de commissie haar steun uitspreekt voor de locatie op het Java-eiland (bijlage 8) De commissie is onder de indruk van het professionele karakter van de opgeleverde producten en ondersteunt de keuze voor de locatie volledig. De plek is de afgelopen 30 jaar zorgvuldig vrijgehouden om plaats te bieden aan een echt bijzondere functie. Een museum op deze plaats lost die belofte volledig in en voldoet zowel aan de uit de participatie voortgekomen wensen en voorwaarden als aan de richtlijnen die in de Omgevingsvisie voor deze plek zijn meegegeven. Een “match made in heaven”, aldus de commissie. Vanuit het principe van wederkerigheid is het in de uitwerking van belang dat het gebouw iets terugdoet voor zijn omgeving. Daarnaast beschouwt de commissie de combinatie van gebouw en park als de essentie van het plan en daarom benadrukt de commissie het belang van een integraal ontwerp van park en gebouw. De ruime kavel biedt genoeg ruimte en zorgt ervoor dat verschillende posities voor het gebouw mogelijk zijn. De in het voorstel gekozen plek schuin ten noorden van Hotel Jakarta wordt door de commissie niet direct ondersteund. Gezien vanaf de Jan Schaeferbrug valt het gebouw dan grotendeels weg achter het hotel.

De commissie ondersteunt het idee om al te starten met programmering en kan zich voorstellen dat dit op de beoogde locatie kan. Dit kan ook van pas komen bij de uitvraag voor het ontwerp en het draagvlak bij de omgeving. e. Het besluit van het college dat de opdracht van de kwartiermakers om een uitvoerig participatietraject te organiseren, een museaal ondernemingsplan, een voorstel voor de locatie, een kostenraming en een meerjarenbegroting op te stellen is nagenoeg volbracht en het college, in navolging van de Amsterdamse Kunstraad en de Raad voor Cultuur, vertrouwen heeft in de (museale) aanpak van de kwartiermakers en dit een goede basis vindt voor het vervolg (bijlage 9) Met de adviesraden constateert het college dat de kwartiermakers een bijzondere prestatie hebben geleverd. De opdracht, zoals omschreven in de raadsbrief d.d. 15 september 2022, om een uitvoerig participatietraject te organiseren, een museaal ondernemingsplan, een voorstel voor de locatie, een kostenraming en meerjarenbegroting op te stellen, is met succes volbracht. Met grote tevredenheid constateert het college dat de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad vertrouwen hebben in deze museale aanpak en dat er een gedegen basis ligt voor de volgende fase. De kwartiermakers hebben een museaal concept ontwikkeld dat ruimte biedt om de vele verhalen te laten landen in

Gegenereerd: v1.31

5

Gemeenteraad

VN2024-007214 Onderwijs, Jeugd en Zorg

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

verschillende tijdvakken en zalen. Elk tijdvak wordt ingevuld met de vele thema’s en verhalen die onder meer tijdens de participatie door mensen zijn ingebracht. De kwartiermakers geven in hun voorstel aan dat een aantal zaken nader uitgewerkt moeten worden door de stichting die opgericht zal worden. Het college constateert dat er ook ruimte moet zijn bij de stichting voor voortschrijdend inzicht en eigen accenten. Het college geeft een aantal aandachtspunten mee voor de zelfstandige stichting om in de volgende fase verder uit te werken, waaronder: • • • •

Een ruimtelijke vertaling: hoeveel plek en ruimte krijgt welk tijdvakken en het kindermuseum; Het uitwerken van een bezoekersstrategie voor de opbouw van het publiek; De collectievorming en de praktische uitwerking die dat vraagt, zoals een depot; Het kenniscentrum met diens netwerkfunctie met andere kennisinstituten moet nader uitgewerkt te worden; • Het wenselijk is dat het slavernijmuseum aansluit bij Amsterdam 750 om ook dit deel van de geschiedenis van de stad te belichten in 2025; • Het college ziet in het netwerk van ambassadeurs een meerwaarde waar het gaat over het onder de aandacht brengen van het museum en het werven van fondsen; • Binnen de brede benadering van de Nederlandse slavernijgeschiedenis en de doorwerking daarvan neemt de trans-Atlantische slavernij een belangrijke plaats in. Het college wil daar recht aan blijven doen. Het trans-Atlantische slavernijverleden zal dan ook een prominent onderdeel uitmaken van het museum. In het nawoord van Vertel het hele verhaal noemen de kwartiermakers het een bewogen periode waarin het vertrouwen, de openheid en kwetsbaarheid van mensen om te delen hen inspireerde en motiveerde. Het college leest daarin het belang van deze periode terug, waarin de kwartiermakers het museum een gezicht hebben gegeven en een luisterend oor hebben geboden aan eenieder die dat wilde.

De kwartiermakers zijn onlosmakelijk verbonden met het museum. Het college ziet dit als een verworvenheid in een complex proces waar verschillende ideeën en opvattingen naast elkaar bestaan. De kwartiermakers hebben daarin een weg gevonden, bewezen dat zij een verbindende rol kunnen spelen en de inbreng en inzichten weten te vertalen naar een museaal concept. In de overgangsfase naar een onaankelijke stichting vindt het college het belangrijk dat de opgedane kennis en expertise niet verloren gaat. Daarnaast wil het college in deze fase het opgebouwde netwerk en alle ontstaande contacten behouden. Daarom blijven de kwartiermakers tot de start van de stichting aan om verder te bouwen aan het museum, de voortgang en continuïteit te bewaken, de tijdelijke programmering uit te voeren en om de uitkomsten van de participatie terug te geven aan de deelnemers. Het betreft het voortzetten en afronden van hun werkzaamheden en geen nieuwe opdracht. f. Het principebesluit van het college tot het oprichten van de Stichting Nationaal Slavernijmuseum per 1 januari 2025 (bijlage 9) De kwartiermakers adviseren om een stichting met een Raad van Toezicht en een directeurbestuurder op te richten. Dit is een gangbare organisatievorm voor een museum. Het advies van de kwartiermakers wordt op dit punt overgenomen, want het exploiteren van een museum is in principe geen gemeentelijke taak.

Omdat er grote financiële en maatschappelijke belangen zijn is het wenselijk dat de gemeente (in ieder geval in de opstartperiode) voldoende sturingsmogelijkheden en zeggenschap heeft. Als de gemeente zelf een rechtspersoon opricht kan dit veel beter geborgd worden dan de exploitatie door middel van een subsidie of opdracht bij een bestaande partij te beleggen.

Gegenereerd: v1.31

6

Gemeenteraad

VN2024-007214 Onderwijs, Jeugd en Zorg

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

De stichting wordt naar verwachting opgericht per 1-1-2025, met de volgende tussenstappen conform het beleid verbonden partijen: • Voor het zomerreces neemt het college een voorgenomen besluit tot oprichting; • Na het zomerreces volgt een wensen en bedenkingenprocedure in uw gemeenteraad; • Eind 2024 neemt het college een definitief besluit tot oprichting, inclusief benoeming Raad van Toezicht en directeur-bestuurder; • Uw raad wordt hierover geïnformeerd. g. Het besluit van het college om, als de raad daarmee instemt, het museum over het Nederlands slavernijverleden te realiseren in een nieuw, hoogwaardig gebouw van 9.000 m2 (bijlage 9) Museumgebouw De kwartiermakers adviseren een museumgebouw dat recht doet aan de bijzondere inhoud ervan, in architectuur, uitstraling, materiaal, vorm en omgeving. Een hoogwaardig gebouw, omringd door een park, dat goed bereikbaar is en een prominente ligging heeft aan water. De kwartiermakers schatten in dat het gebouw in 2030 opgeleverd kan zijn. In lijn met de aanvullende adviezen heeft het college de ambitie het museumgebouw te realiseren conform het plan van de kwartiermakers. En daarmee om uw raad voor te stellen (bij de begrotingsbehandeling in november 2024) het museum in een nieuw en hoogwaardig gebouw van 9.000 vierkante meter op het Java-eiland te realiseren (zie ook beslispunt 2).

Bouwproces De gemeente Amsterdam wordt verantwoordelijk voor het bouwproces, zoals afgesproken in de bestuursovereenkomst met het Rijk (zie beslispunt 1.i). Conform de Regeling Grote Projecten wordt een plan van aanpak opgesteld (zie ook beslispunt 1.h). Dit betekent dat uw raad regelmatig geïnformeerd zal worden over de voortgang van het bouwproject. Bij het bouwtraject is uitgebreide participatie met nazaten, omwonenden, ondernemers uit de buurt en belanghebbenden bij het museum het uitgangspunt. Daarnaast is nauwe samenwerking en afstemming met de toekomstige museumstichting van groot belang. Dit participatietraject is uitgewerkt in de ‘Visie omgevingsparticipatie Nationaal Slavernijmuseum’ (bijlage 11). Financiën De kwartiermakers constateren dat er in totaal € 109,5 miljoen nodig is voor het realiseren van het gebouw (exclusief park), de voorbereidingskosten en de museale organisatie in opbouw (inclusief aanloopprogrammering). Beide overheden hebben gezamenlijk reeds € 70,2 miljoen beschikbaar gesteld en er wordt gerekend op €17,4 miljoen externe financiering. Rijk en gemeente hebben samen het resterende benodigde bedrag beschikbaar gesteld. Daarvoor heeft het college bij de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2024 €13,4 miljoen extra budget beschikbaar gesteld, onder voorbehoud van besluitvorming over de begroting in de gemeenteraad.

De Rijksoverheid stelt €7,5 miljoen aanvullend beschikbaar. De afspraken hierover zijn vastgelegd in een bestuurlijke overeenkomst (bijlage 10). De kwartiermakers hebben bij hun planvorming gerekend met het prijspeil 2023. Het college heeft alle bedragen geïndexeerd naar prijspeil 2024. Dit verklaart de verschillen tussen Vertel het hele verhaal en deze raadsvoordracht. h. Het besluit van het college tot het van toepassing verklaren van de Regeling Grote Projecten (bijlage 9)

Gegenereerd: v1.31

7

Gemeenteraad

VN2024-007214 Onderwijs, Jeugd en Zorg

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

De Regeling Grote Projecten (RGP) is erop gericht het bestuur – college en raad – voldoende zicht en grip te laten hebben op de risico’s en resultaten van grote en complexe projecten en programma’s. De regeling bevat een aantal criteria waarvan de meeste van toepassing zijn op het Nationaal Slavernijmuseum, waaronder: • • • •

Budget van meer dan €30 miljoen; Grote impact op de samenleving; Betrokkenheid van meerdere partijen; Politieke gevoeligheid.

Het doel van dit project is een functionerend museum te realiseren waarbij museumgebouw en museumexploitatie met elkaar het resultaat vormen. Daarom wordt de RGP van toepassing verklaard op het geheel van het project (bouw, oprichting stichting, opbouwfase, etc.) en zal er aan het college en uw raad gerapporteerd worden over het gehele project. Conform de RGP wordt een basisrapportage opgesteld met een bijbehorend Plan van Aanpak en risicoanalyse en deze wordt ter besluitvorming aan het college voorgelegd. Onderdeel van deze rapportage is een plan met scenario’s om de financiële risico’s met betrekking tot de bouw en oprichting van het museum te mitigeren. i. De bestuursovereenkomst tussen het Rijk en de gemeente Amsterdam waarin de overheden afspraken hebben gemaakt over financiële bijdragen en verdeling van verantwoordelijkheden voor de volgende fase (bijlage 10) Rijk en gemeente hebben tot nu toe opgetreden als gezamenlijk opdrachtgever voor de kwartiermakers van het museum. Met het opleveren van hun plan breekt een nieuwe fase aan waarin wordt toegewerkt naar het oprichten van een zelfstandige museumorganisatie en de realisatie van het museumgebouw. Om de gezamenlijke betrokkenheid vast te leggen en afspraken te maken over de verdeling van de kosten en verantwoordelijkheden is bijgevoegde bestuurlijke overeenkomst opgesteld.

Het Rijk blijft betrokken bij de ondersteuning van de museumorganisatie en de ontwikkeling van het op te richten kenniscentrum. In de overeenkomst is ook opgenomen dat de staatssecretaris van OCW onderzoekt wat de mogelijkheden zijn voor een grotere rijksverantwoordelijkheid omtrent subsidie voor collectiebeheer en of de publieksactiviteiten na de opening van het museum. Het college is blij met de nauwe betrokkenheid van de Rijksoverheid voor de ontwikkeling van een nationaal museum over het Nederlands slavernijverleden. De gemeente is verantwoordelijk voor het bouwen van het gebouw en het oprichten van de museumorganisatie. De financiële risico’s behorende bij deze verantwoordelijkheden zijn voor rekening van de gemeente. Deze bestuursovereenkomst is ondertekend op 29 mei jl. en eindigt uiterlijk één jaar na openstelling van het museum. De overeenkomst wordt jaarlijks geëvalueerd. Met volgende bewindspersonen kunnen de afspraken met wederzijds goedvinden gewijzigd worden. j. De visie op de omgevingsparticipatie Nationaal Slavernijmuseum (bijlage 11) De plannen van de kwartiermakers zijn, ook wat betreft de locatie, tot stand gekomen doormiddel van een bottem-up benadering en in een uitgebreid participatietraject.

In de nieuwe fase zal de verantwoordelijkheid voor de omgevingsparticipatie (fysiek) in principe bij de toekomstige eigenaar/verhuurder en aanvrager van de omgevingsvergunning liggen. In navolging ook op de afspraken met het Rijk is dit de gemeente Amsterdam.

Gegenereerd: v1.31

8

Gemeenteraad

VN2024-007214 Onderwijs, Jeugd en Zorg

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

Het plan gaat specifiek over de omgevingsparticipatie rondom de ontwikkeling van het Javaeiland. Het gebouw en het park worden hierin beschouwd als een integrale ontwerpopgave. Er wordt geparticipeerd over onder andere: de zonering, de uitstraling en het gebruik van het park, de logistiek ten behoeve van het gebouw en de bereikbaarheid. De belangrijkste doelgroepen voor de participatie zijn: nazaten, bewoners Java-eiland, Hotel Jakarta, bewoners rondom het Java-eiland met zicht op het eiland, overige ondernemers nabij de Kop van Java, overige belangstellende en geïnteresseerden in het Nationaal Slavernijmuseum. Ook is de Stichting Nationaal Slavernijmuseum een belangrijke stakeholder. Het participatieniveau verschilt per fase: • fase 1: samenwerken (belanghebbenden en gemeente werken samen als gelijkwaardige partners aan het beleid of project). • fase 2: Adviseren (belanghebbenden geven advies aan de gemeente en delen ideeën of suggesties) • Fase 3: Reageren (belanghebbenden geven een mening of reactie op het voorstel van de gemeente). Ad 1. Het toekomstig Nationaal Slavernijmuseum op het Java-eiland te vestigen Verkenningsfase 2020-2021 In het eindrapport Met de kracht van de voorouders is ook gekeken naar de fysieke aspecten van het museum. De regiegroep geadviseerde om een (middel)groot zelfstandig museum te realiseren, op een zichtbare en prominente plek in de Amsterdam.

Daarvoor is een globaal Programma van Eisen opgesteld. Op basis van dit Programma van Eisen is gestart met de zoektocht naar een locatie voor het museum. Met de directie Ruimte en Duurzaamheid en de directie Gemeentelijk Vastgoed is een brede inventarisatie gemaakt van mogelijke locaties, met als resultaat een longlist van 50 locaties (zowel bebouwd als onbebouwd) verspreid door Amsterdam. Deze locaties zijn vervolgens door het projectteam beoordeeld aan de hand van drie criteria: • Geschiktheid als museum (ruimtelijke inpassing van het programma); • Bereikbaarheid (lokaal, nationaal en internationaal); • Aantrekkingskracht (uitstraling van de locatie voor een nationaal museum). De locaties zijn op deze drie criteria beoordeeld. Daaruit bleef een selectie van negen locaties over, die zijn afgestemd met zowel de regiegroep als de stuurgroep (gemeente Amsterdam, ministerie OCW en vertegenwoordigers uit netwerk en achterban). Omdat er een sterke voorkeur is voor nieuwbouw, zijn de als positief beoordeelde bestaande gebouwen afgevallen. Eind 2021 is een nader locatieonderzoek over deze negen locaties door de directie Ruimte en Duurzaamheid afgerond. Het college van B&W heeft destijds geen besluit genomen over een voorkeurslocatie, omdat ze graag de ideeën en wensen vanuit inwoners van Amsterdam, Europees en Caribisch Nederland en Suriname wilde meenemen in haar afweging.

De kwartiermakers hebben de opdracht gekregen het locatieonderzoek (waarin negen locaties werden geselecteerd) verder uit te werken en een programma van eisen op te stellen. De locatie was een belangrijk onderdeel van de participatie, waarbij er ook ruimte was om nieuwe locaties aan te dragen. Advies kwartiermakers: Java-eiland Op basis van de aanbevelingen uit het voortraject, nadere studie naar de haalbaarheid, kosten en de resultaten van de participatie komt het Java-eiland nadrukkelijk als voorkeurslocatie naar voren.

Gegenereerd: v1.31

9

Gemeenteraad

VN2024-007214 Onderwijs, Jeugd en Zorg

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

Mede op basis van de uitkomsten van de participatie komen de kwartiermakers tot de conclusie dat het Java-eiland de plek is voor het Nationaal Slavernijmuseum. Zij adviseren met het uiterlijk van het gebouw recht te doen aan de bijzondere inhoud ervan, in architectuur, uitstraling, materiaal, vorm en omgeving. Een hoogwaardig gebouw, omringd door een park, dat goed bereikbaar is en een prominente ligging heeft aan water. De kwartiermakers schatten in dat het gebouw in 2030 opgeleverd kan zijn. (zie ook bijlage 3 en 4) De Commissie Omgevingskwaliteit is positief over de keuze voor het Java-eiland. “De plek op het Java-eiland is de afgelopen dertig jaar zorgvuldig vrijgehouden om plaats te bieden aan een echt bijzondere functie. Een museum op deze plaats lost die belofte volledig in en voldoet zowel aan de uit de participatie voortgekomen wensen en voorwaarden voor een Nationaal Slavernijmuseum als aan de richtlijnen die in de Omgevingsvisie voor deze plek zijn meegegeven. De commissie beschouwt dit als een ‘match made in heaven’.” (zie ook bijlage 8) Het voorstel van de kwartiermakers voor de locatie van het museum is ook ter advies voorgelegd aan het dagelijks bestuur (DB) van stadsdeel Oost.

Het DB gaf als reactie dat het verheugd is dat het Java-eiland door de kwartiermakers als voorkeurslocatie is aangewezen, en ziet de ontwikkeling van een park rondom het museum als een grote toegevoegde waarde. Het DB ziet een kans om verbinding te leggen tussen onder andere het Nationaal Slavernijmonument, het Wereldmuseum Amsterdam en de komst van het Suriname Museum. De komst van het Nationaal Slavernijmuseum is wat het DB betreft niet alleen een kans om het centrum van de stad te ontlasten maar ook om het ondernemerschap en de economie van het gebied rondom het museum een impuls te geven. (zie ook bijlage 7) Collegevoorstel: Nationaal Slavernijmuseum op Java-eiland In lijn met de adviezen heeft het college de ambitie het museumgebouw te realiseren conform het plan van de kwartiermakers. En daarmee om de raad voor te stellen het museum in een nieuw en hoogwaardig gebouw van 9.000 vierkante meter te realiseren. Ook volgt het college het advies van de kwartiermakers op met betrekking tot de aanbesteding voor een architect en het werken met een integraal ontwerpteam, die een ontwerp zullen maken van het museum met omringend park. Het college onderschrijft de wens van de kwartiermakers om een ontwerpend architect aan te trekken die affiniteit heeft met het slavernijverleden en de betrokken gemeenschappen kan vertegenwoordigen.

Wat de exacte locatie op het Java-eiland moet worden, is het onderwerp van nader onderzoek naar de bouwmogelijkheden en mede aankelijk van noodzakelijke zichtlijnen voor de scheepvaart als ook de inbreng vanuit de participatie met nazaten, omwonenden en andere belanghebbenden. Duidelijk is dat er een grote wens bestaat van omwonenden, om de Kop van het Java-eiland vrij van bebouwing te laten en dit bepalend te laten zijn voor de zonering waarbinnen het museumgebouw gerealiseerd zal worden. Het college kan zich vinden in de aanbeveling van de Commissie Omgevingskwaliteit dat er onderzoek moet worden gedaan naar de exacte positie van het gebouw op het Java-eiland. En daarbij rekening te houden met wensen en ideeën van nazaten, bewoners en ondernemers die al tijdens het participatietraject van de kwartiermakers duidelijk zijn geworden, als ook die van het Havenbedrijf, die bepalend zijn geweest voor de mogelijke positie van het museum zoals aangegeven door de kwartiermakers. In navolging van het stadsdeel benoemt het college dat de bereikbaarheid van de locatie met bus, auto en fiets, en ook vervoer over water belangrijke aandachtspunten zijn voor het vervolgtraject. (zie ook bijlage 9) Omliggend park De kwartiermakers benadrukken het belang van de aanleg van een omliggend park.

Stadsdeel Oost en de Commissie Omgevingskwaliteit vinden dat het park onlosmakelijk verbonden is met het

Gegenereerd: v1.31

10

Gemeenteraad

VN2024-007214 Onderwijs, Jeugd en Zorg

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 juni 2024

museum. Het college onderschrijft dit belang en geeft opdracht een integraal ontwerp van gebouw en park te maken en in- en extern te zoeken naar financiering van het park. Financiële onderbouwing Overige toelichting

Bij het vaststellen van de Voorjaarsnota 2024 heeft het college (onder voorbehoud van goedkeuring door de raad bij de behandeling van de begroting) de financiële kaders voor de realisatie van het Nationaal Slavernijmuseum vastgesteld. Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties. Geheimhouding

n.v.t.

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2024-033845

1 DEF_Eindadvies Vertel het hele verhaal.pdf (pdf)

AD2024-033852

10 bestuursovereenkomst OCW.pdf (pdf)

AD2024-033853

11 Visie op de omgevingsparticipatie NSM DEF.pdf (pdf)

AD2024-033844

2 DEF-Participatieverslag_NL_DRUKWERK.pdf (pdf)

AD2024-033843

3 DEF-Plan_bijlage 1 Locatieonderzoek.pdf (pdf)

AD2024-033846

4 DEF-Plan_bijlage 2 Programma van Eisen.pdf (pdf)

AD2024-033847

5 DEF-Plan_bijlage 3 Architectenselectie.pdf (pdf)

AD2024-033848

6 DEF Advies_Raad-voor-Cultuur-en-Amsterdamse-Kunstraad_plan-voorNationaal-Slavernijmuseum_2-april-2024.pdf (pdf)

AD2024-033849

7 Advies dagelijks bestuur Stadsdeel Oost.pdf (pdf)

AD2024-033850

8 DEF IC 2024 03 06 Advies Nationaal Slavernijmuseum.pdf (pdf)

AD2024-033851

9 DEF College van B&W besluit.pdf (pdf)

AD2024-030162

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

Registratienr.

Naam

Ter Inzage

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Luc Holleman, luc.holleman@amsterdam.nl Wilfred Schilt, w.schilt@amsterdam.nl Corynne Oude Avenhuis, c.oude.avenhuis@amsterdam.nl

Gegenereerd: v1.31

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14297053/1