Gemeenteraad Voordracht
Tekst van het document
RAAD
VN2024-015800 directie juridische zaken
Voordracht voor de raadsvergadering van 11 december 2024
Agendapunt
Algemene Zaken 30
Datum besluit
College van B en W 22 oktober 2024
Portefeuille
Onderwerp
Wijzigen van de Algemene plaatselijke verordening voor enkele onderwerpen relevant voor de openbare orde en veiligheid. De gemeenteraad van Amsterdam besluit
De ‘Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, zoals opgenomen in bijlage 1, waarmee de APV zo wordt gewijzigd dat:
1. Het artikel over lachgas wordt gewijzigd en de artikelen over handel en gebruik van drugs worden samengevoegd; 2. Het dealerverblijfsverbod wordt aangescherpt waarbij een eerste overtreding een verblijfsverbod van 48 uur oplevert, de tweede overtreding een verblijfsverbod van 1 maand en vierde of verdere overtreding een verblijfsverbod van 6 maanden. 3. Een artikel wordt toegevoegd waarbij het opnieuw in gebruik nemen van een geldautomaat na een (poging tot) plofkraak wordt verboden totdat door de exploitant een veiligheidsonderzoek wordt uitgevoerd; 4. Wetstechnische verduidelijkingen plaatsvinden in de artikelen over het aanwijzen van gebieden of panden als vergunningplichtig voor bepaalde bedrijfsactiviteiten; 5. Enkele technische wijzigingen en reparaties worden doorgevoerd. Wettelijke grondslag
Artikel 149 van de Gemeentewet
Bestuurlijke achtergrond
Het college heeft op 22 oktober 2024 ingestemd met de Wijzigingsverordening.
Onderbouwing besluit
De gemeente streeft mede in het kader van juridische vernieuwing, burgergericht werken en betere kwaliteit van wetgeving naar een duidelijk leesbare en moderne APV. De doelstelling is gewenste wijzigingen op twee vaste momenten per jaar door te voeren. De huidige voorgestelde Wijzigingsverordening richt zich met name op wijzigingen die voortkomen uit beleidsvoornemens van de burgemeester in het kader van de openbare orde en veiligheid. 1. Samenvoegen drugsartikelen en wijzigen lachgasartikel (2.7 APV) Voor de overzichtelijkheid wordt voorgesteld de huidige APV artikelen (2.7, 2.7A & 2.7B) over soft- en 1 Gegenereerd: v1.1
VN2024-015800 directie juridische zaken
RAAD harddrugs in één artikel (2.7) op te nemen, waarin zowel bezit, gebruik en handel aan de orde komen. Het gaat hierbij om een technische wijziging, inhoudelijk brengt dit geen wijzigingen met zich mee. Deze artikelen zijn een nuttig instrument om overlast en hinder in de openbare ruimte door het bezit, gebruik en handel van drugs aan te pakken en zijn niet gericht op het criminaliseren van drugsgebruik. Daarnaast draagt handhaving hierop bij aan het signaleren van problematisch drugsgebruik en doorverwijzing naar zorg. Sinds 2 december 2021 geldt er in Amsterdam een verbod op het hinderlijk gebruik van lachgas in de openbare ruimte (artikel 2.7A APV). Per 1 januari 2024 heeft de VNG het modelartikel waarop dit artikel gebaseerd is laten vervallen. Omdat het Openbaar Ministerie alleen voor artikelen in de model-APV feitcodes beschikbaar stelt, betekent dit dat vanaf 1 januari 2024 ook de bijbehorende feitcodes zijn vervallen waardoor minder efficiënt gehandhaafd kan worden. Gemeenten die het gebruik van lachgas in de openbare ruimte willen verbieden kunnen dat doen door modelartikel 2.74a te gebruiken en hierin specifiek lachgas te benoemen. Dit heeft als gevolg dat het gebruik van lachgas in de openbare ruimte helemaal verboden wordt ook als het geen overlast oplevert.
Voorgesteld wordt om dit artikel op te nemen in de APV zodat efficiënt gehandhaafd kan worden met de bijbehorende feitcodes. In de Subdriehoek Handhaving & Toezicht is een handhavingslijn vastgesteld voor THOR en politie waarbij is afgesproken dat alleen gehandhaafd wordt op het gebruik van lachgas indien er overlast plaatsvindt. In de praktijk verandert er hierdoor niets in vergelijking met de situatie van voor 1 januari 2024. 2. Aanscherping verblijfsverboden in verband met overlast en openbare orde problemen straatdealers. In verband met de toenemende straatdealproblematiek in de binnenstad wordt voorgesteld de verblijfsverboden een langere duur te geven. Voor het Dealeroverlastgebied (DOG) in het centrum betekent dit dat er als er sprake is van straatdealen in (nep-)dope bij de eerste constatering voortaan een verblijfsverbod (=gebiedsverbod) van 48 uur (nu 24 uur) voor het DOG wordt opgelegd. Als iemand binnen twee jaar wederom voor straatdealen wordt aangehouden in het DOG krijgt hij voortaan een verblijfsverbod van 1 maand (nu is dat nog een ‘24-uurtje'). Bij een derde overtreding volgt een verblijfsverbod van drie maanden en vanaf de vierde aanhouding voor straatdealen binnen twee jaar krijgt iemand zes maanden opgelegd (nu is dat bij de derde, vijfde etc. keer 3 maanden en bij de vierde, zesde etc. keer zes maanden).
Daarnaast krijgen de gewijzigde artikelen ook een redactionele verbeterslag. Het voornemen is ter inspraak geweest, van de inspraakreacties is een nota van beantwoording opgesteld. De meeste reacties vragen om zelfs meer aanvullende maatregelen om dealeroverlast tegen te gaan. Het advies hierbij is dit niet bij de huidige APVwijziging op te nemen, aangezien de huidige voorstelling al een flinke aanscherping betekenen en een verdere aanscherping (van met name het kortdurend verblijfsverbod naar meer dan 48 uur) mogelijk juridisch minder houdbaar is. Om die reden wordt vooralsnog vastgehouden aan de oorspronkelijk voorgestelde verlenging naar 48 uur. Gezien de ook in de laatste maanden toegenomen ernst van de straatdealerproblematiek als ook de wens van stadsdeel Centrum en de ondernemersverenigingen van het Oude Stadshart tot een kortdurend dealerverblijfsverbod van 72 uur zal de voorgestelde verlenging naar 48 uur wel geëvalueerd worden. Bij deze evaluatie zal onder meer gekeken worden naar de ontwikkeling van de straatdealerproblematiek, de mogelijke waterbedeffecten van de APV-wijziging (verschuiving dealerproblematiek naar andere gebieden), het aantal dealers dat een 48-uurs verblijfsverbod heeft gekregen en vlak na afloop hiervan weer wordt aangehouden en de ervaringen van de politie hiermee.
Afhankelijk van de resultaten van evaluatie kan bezien worden of een verlenging naar 72 uur al dan opportuun is.
2 Gegenereerd: v1.1
RAAD
VN2024-015800 directie juridische zaken
3. Ingebruiknameverbod geldautomaat na plofkraak. In het nieuwe artikel 2.10a APV wordt opgenomen dat de burgemeester bij een (poging tot) plofkraak voor de duur van drie maanden een gebruiks-/herplaatsverbod kan opleggen. De exploitant is in die tijd verplicht een veiligheidsonderzoek naar de specifieke geldautomaatlocatie uit te uitvoeren, inclusief of er alternatieve locaties in de buurt zijn waar geen sprake is van boven- en naaste bewoning. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt zoveel mogelijk bij de exploitant. De burgemeester toetst marginaal. Het gaat erom dat de exploitant bewust is van de locatie en de maatregelen die zij zelf kunnen nemen. Als naar het oordeel van de burgemeester het risico op een plofkraak met de voorgestelde maatregelen tot het minimum is beperkt dan trekt de burgemeester het verbod in. De raad is in juli 2023 geïnformeerd over dit artikel. In de inspraak zijn door enkele exploitanten van geldautomaten bedenkingen geuit. Deze zijn met gericht op behoud van contant geld en de stelling dat de branche uit zichzelf voldoende veiligheidsmaatregelen neemt. In de nota van beantwoording is gereageerd. Het advies is dat deze de invoering van het artikel niet in de weg staan. 4. Aanwijzen van panden of branches als vergunningsplichtig.
In artikel 2.16a van de APV en de artikelen 3.65 tot en met 3.68 worden enkele technische wijzigingen doorgevoerd die de bestaande beleidslijn en werkwijze verduidelijken en meer voorzienbaar maken voor ondernemers. Met name wordt meer expliciet gemaakt dat de burgemeester na een weigering of buiten behandeling stelling van een pand van een exploitant van een eerder toegepast vergunningplicht, deze weigering of buiten behandeling stelling mogelijk ook (mede) aanleiding geven andere panden van dezelfde exploitant of betrokkene een dergelijke vergunningplicht op te leggen. In het derde lid is expliciet opgenomen dat in het aanwijzingsbesluit bepaald kan worden of een leidinggevende aanwezig moet zijn tijdens openingstijden. Dit betekent technisch dat geen sprake is van een algemeen verbindend voorschrift in het aanwijzingsbesluit, maar dat het aanwijzingsbesluit een algemene maatregel van bestuur blijft waardoor bezwaar tegen het aanwijzingsbesluit mogelijk is. De bijzondere weigeringsgronden en intrekkingsgronden voor deze vergunningen zijn meer in lijn gebracht met de model-APV. 5. Enkele technische wijzigingen en reparaties In artikel 1.7 staan de algemene gronden voor het wijzigen of intrekken van een vergunning. Een van de gronden staat twee keer in het artikel. Dit wordt gerepareerd. In artikel 4.3 lid 3 wordt de Wior toegevoegd.
Dit artikel gaat over wetten waar al regels in kunnen staan over wat wel en niet op of aan de weg kan worden geplaatst, waardoor het algemene verbod in de APV niet van toepassing is. De Wior kan bepalen wat er al dan niet onder bepaalde voorwaarden wel aan de weg mag staan, worden gestort etc. Artikel 4.7 en 4.8 gaan over ‘plakken en kladden’ en krijgen een redactionele update. Op basis van één oude uitspraak is projecteren al een vorm van aanbrengen. Voor de duidelijkheid kan dit wel in het artikel worden opgenomen. Artikel 4.8 is grotendeels overbodig en gaat op in artikel 4.7. Artikel 5.6 gaat over de dagen waarop licht- en geluidshindervoorschriften niet van toepassing zijn. Deze regels gaan over naar het Omgevingsplan. Omdat dit gelijktijdig plaats moet vinden is de meest
3 Gegenereerd: v1.1
RAAD
VN2024-015800 directie juridische zaken
elegante oplossing het college een inwerkingtredingsbesluit te laten nemen over zowel de Wijzigingsverordening als het Omgevingsplan.
Participatie
n.v.t.
Financiële onderbouwing
Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties.
Geheimhouding
n.v.t.
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2024-067261
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
AD2024-073881
3. Nieuwe toelichtingen Algemene Plaatselijke Verordening.docx (msw12) 4. Nota van beantwoording artikel 2.9 APV dealerverblijfsverboden.docx (msw12) 5. Nota van beantwoording artikel 2.10a APV geldautomaten.docx (msw12) 2. Wijzigingsverordening plofkraken lachgas gebiedsverbod en aanwijzingsbevoegdheid.docx (msw12) 1. Voordracht Gemeenteraad - Wijzigen APV in verband met OOV.docx (msw12)
AD2024-073882 AD2024-073883 AD2024-073884 AD2024-073885
Ter Inzage
Registratienr.
Naam
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Nick van der Pol, +316 81930588, n.van.der.pol@amsterdam.nl Directie Juridische Zaken.
4 Gegenereerd: v1.1