Gemeenteraad Voordracht
Tekst van het document
VN2025-014028 rve belastingen
RAAD Voordracht voor de raadsvergadering van 10 december 2025
Agendapunt
Financiën (36) 9
Datum besluit
14 oktober 2025
Portefeuille
Onderwerp
Vaststellen van de Vierde wijzigingsverordening roerende ruimtenbelastingen 2022 De gemeenteraad van Amsterdam besluit
de Vierde wijzigingsverordening roerende ruimtenbelastingen 2022 vast te stellen, met als belangrijkste punten:
▪ Aanpassing van de waardepeildatum naar 1 januari 2025 in artikel 5, lid 4; ▪ Aanpassing van de tarieven in artikel 6,lid 1, waarmee de in de Begroting 2026 opgenomen opbrengsten RRB worden gerealiseerd;
▪ Aanpassing van de ingangsdatum naar 1 januari 2026 in artikel 11, lid 3. Wettelijke grondslag
Artikel 216 van de Gemeentewet bevat de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingverordeningen vast te stellen. Elk besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen vaneen belasting geschiedt in de vorm van een belastingverordening. Gemeentelijke belastingen kunnen enkel worden geheven op grond van de Gemeentewet dan wel een andere wet. Zonder een wettelijke basis is invoering van een gemeentelijke belasting niet mogelijk. Artikel 221 bevat de gemeentelijke bevoegdheid tot heffing van belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn Bestuurlijke achtergrond
Op basis van de Verordening Roerende ruimtenbelastingen wordt door de gemeente roerende ruimtenbelasting (RRB) geheven op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn. Bij raadsbesluit van 1 december 2021 (Gemeenteblad nr. 452102) is de Verordening roerende ruimtenbelastingen 2022 vastgesteld. De verordening is laatstelijk gewijzigd op 11 december 2024 (Gemeenteblad 2024-529891 De Gemeentewet (Artikel 221, lid 3) bepaalt dat het tarief voor de RRB gelijk is aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Een voorstel voor het aanpassen van het tarief voor de OZB moet op grond van dit artikel dus steeds worden gevolgd door een voorstel voor dezelfde tariefswijziging van de RRB. De hier voorgestelde tariefswijziging voor de RRB is - conform artikel 221 lid 3 Gemeentewet – identiek aan de voorgestelde tariefswijziging voor de OZB zoals opgenomen in de raadsvoordracht inzake de Negentiende wijzigingsverordening Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007. De gemeente heft RRB bij de eigenaar van roerende woon- en bedrijfsruimten en bij de gebruiker van bedrijfsruimten, die in de gemeente gelegen zijn. Net als bij de OZB wordt de RRB geheven op grond van de waarde in het economische verkeer, in casu van de roerende ruimte.
VN2025-014028 rve belastingen
RAAD Onderbouwing besluit
De gemeenteraad wordt voorgesteld om de Vierde wijzigingsverordening roerende ruimtenbelastingen 2022 vast te stellen, waarmee de volgende wijzigingen worden aangebracht:
▪ Aanpassing van de waardepeildatum in artikel 5, lid 4 ▪ Aanpassing van de tarieven in artikel 6 lid 1 ▪ Aanpassing van de in artikel 11, lid 3 genoemde datum van ingang van de heffing. De Gemeentewet (Artikel 221, lid 3) bepaalt dat het tarief voor de RRB gelijk is aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de OZB. Een voorstel voor het aanpassen van het tarief voor de OZB moet op grond van dit artikel dus steeds worden gevolgd door een voorstel voor dezelfde tariefswijziging van de RRB. De hier voorgestelde tariefswijziging voor de RRB is - conform artikel 221 lid 3 Gemeentewet - identiek aan de voorgestelde tariefswijziging voor de OZB zoals opgenomen in de raadsvoordracht inzake de Negentiende wijzigingsverordening Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007. De gemeente heft RRB bij de eigenaar van roerende woon- en bedrijfsruimten en bij de gebruiker van bedrijfsruimten, die in de gemeente gelegen zijn. Net als bij de OZB wordt de RRB geheven op grond van de waarde in het economische verkeer, in casu van de roerende ruimte. De raad wordt gevraagd om de tarieven voor de roerenderuimtebelasting in 2026 als volgt vast te stellen: Aanpassing tarieven (artikel 6) Om de in de begroting 2026 opgenomen opbrengsten RRB te kunnen realiseren, wordt de raad voorgesteld om de tarieven voor het jaar 2026 als volgt vast te stellen:
Eigenarenbelasting Roerende woonruimten Roerende bedrijfsruimten Gebruikersbelasting Roerende bedrijfsruimten
% van de waarde van de roerende ruimte 2025
% van de waarde van de roerende ruimte 2026
0,0577 0,2436
0,0527 0,2525
0,1809
0,1832
Participatie
Belastingtarieven zijn uitgezonderd in art. 3, derde lid sub d van de Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over burger-, overheids- en netwerkparticipatie. Financiële onderbouwing
Consequenties gedekt? Ja Overige toelichting
Met de in de verordening opgenomen tarieven kunnen de voor 2026 begrote opbrengsten RRB worden gerealiseerd. Conclusie De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking).
VN2025-014028 rve belastingen
RAAD
Geheimhouding
N.v.t. Welke stukken treft u aan
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2025-063175
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
AD2025-066092
BEKENDMAKING Vierde wijzigingsverordening RRB 2022.docx (msw12)
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Belastingen, Ron Stam r.stam@amsterdam.nl 06-53524786
3 Gegenereerd: v1.17