CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 5 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het gewijzigde initiatiefvoorstel ‘Jongeren een stevige plek aan tafel’ van de leden Belkasmi, Asruf en Bouhassani en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke initiatiefvoorstel (VN2025-000690)7.541 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

RAAD

VN2025-000690 Griffie

Initiatiefvoorstel voor de Raadsvergadering van 5 maart 2025 Van Datum Portefeuille Agendapunt

De leden Belkasmi, Asruf en Bouhassani 5 augustus 2024 Aanpak Noord, Masterplan Zuidoost en Masterplan Nieuw-West 10

Onderwerp

Instemmen met het gewijzigd initiatiefvoorstel Jongeren een stevige plek aan tafel van de leden Belkasmi, Asruf en Bouhassani De gemeenteraad van Amsterdam besluit

gezien het initiatiefvoorstel van de leden Belkasmi, Asruf en Bouhassani getiteld Jongeren een stevige plek aan tafel van 5 augustus 2024 en gewijzigd op 24 februari 2025; mede gezien de behandeling van het voorstel in de raadscommissie Stadsontwikkeling van 15 januari 2025; I. in te stemmen met genoemd initiatiefvoorstel; II. het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 1. in overleg te treden met de partners van de Aanpak Noord, het Masterplan Zuidoost, en het Nationaal Programma Nieuw-West om jongeren op structurele basis te betrekken bij het uitwerken, ophalen en uitvoeren van ideeën, hierbij verschillende partners te betrekken zoals het jongerenwerk, het onderwijs en sportbuurtwerk en de daarbij opgehaalde ideeën in de bijlage van dit initiatiefvoorstel te gebruiken als startpunt voor dialoog; 2. om op de korte termijn te zorgen voor de uitvoering van de onderstaande drie voorstellen binnen de ambitie kansengelijkheid voor jeugd: a. de huidige openingstijden van jongerencentra in Noord, Nieuw-West en Zuidoost in kaart te brengen en te onderzoeken hoe deze tijden in de avond verruimd kunnen worden; b. in de allianties en de Aanpak Noord in te brengen dat er meer ontmoetingsplekken voor jongeren nodig zijn en te onderzoeken hoe dit op termijn gerealiseerd kan worden, met specifieke aandacht voor Osdorp, Geuzenveld, Banne en Holendrecht.

De resultaten hiervan terug te koppelen aan de raad; c. in samenwerking met de werkgevers in de allianties en in de Aanpak Noord te kijken hoe ze vaker jongerencentra kunnen bezoeken om het netwerk van jongeren uit te breiden en hen te koppelen aan relevante stage- en werkervaringsmogelijkheden; 3. over de voortgang van de hierboven genoemde 1 en 2 regelmatig terugkoppeling te geven aan de Gemeenteraad middels de P&C-cyclus en daarbij zo concreet mogelijk de voortgang aan te geven; III. kennis te nemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke initiatiefvoorstel. Wettelijke grondslag

artikel 147a, eerste lid van de Gemeentewet

Initiatiefvoorstel

1. Inleiding Het vertrouwen in de politiek is laag en er lijkt de laatste jaren een neerwaartse trend te zijn. In het laatste kwartaal van 2022 had 25 procent van de 15-plussers vertrouwen in de Tweede Kamer. Dit is het laagste niveau sinds 2012, toen dit onderzoek voor het eerst werd uitgevoerd. Ook het vertrouwen in politici is met 21 procent aanzienlijk lager dan in voorgaande jaren. Daarbij valt op dat het vertrouwen in rechters, de politie en de gezondheidszorg met bijna 80 procent aanzienlijk groter is.1 Juist de politiek moet zich dit dan ook aantrekken. Wat opvalt, is dat specifiek onder jongeren de politieke betrokkenheid achterblijft. Zo stemde slechts 36% van de jongeren tot 25 jaar bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen. Hiermee komt de stem van de jongeren onvoldoende naar voren. In Amsterdam is dit helaas niet anders. De opkomst bij de afgelopen Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen was met 46,6% historisch laag en aanzienlijk lager dan in 2018 en 2014 (respectievelijk 52,1% en 50,3%). Jongeren behoren tot de groepen met de laagste stemintentie en we zien bovendien dat in de stadsdelen Noord, Nieuw-West en vooral Zuidoost het opkomstpercentage al jaren veel lager ligt dan op andere plekken in de stad.2 Het is daarom van belang om de mensen, en met name de jongeren, in deze stadsdelen te zien, te horen en serieus te nemen.

Extra investeren in deze jongeren is daarom meer dan logisch. De Aanpak Noord, het Nationaal Programma Nieuw-West en het Masterplan Zuidoost bieden hier goede kansen voor. Deze programma’s hebben als doel om op een duurzame manier verandering te brengen in de genoemde stadsdelen. En dat is juist nu hard nodig. In het licht van het beschreven gebrek aan vertrouwen in de politiek voelen wij, Mohamed Belkasmi, Farley Asruf en Anissa Bouhassani, ons bij uitstek geroepen om de handschoen op te pakken.3 We zijn relatief jonge gemeenteraadsleden, opgegroeid in de desbetreffende wijken waar het vertrouwen het laagst is en hebben de Masterplannen en de Aanpak Noord in onze politieke portefeuille. Met dit initiatiefvoorstel geven we jongeren een stevige en structurele plek aan tafel bij de Masterplannen en de Aanpak Noord. Hierdoor krijgen jongeren de komende 20 jaar de mogelijkheid om invloed te hebben. Uiteindelijk zijn zij – juist door het langjarige karakter van de Masterplannen en de Aanpak Noord – het meest gebaat bij de betrokkenheid bij die plannen en kunnen we bij deze groep de meeste impact hebben. Het initiatiefvoorstel laat ook zien dat jongeren voldoende ideeën hebben voor hun buurt, welke behoeften zij hebben en waarom het zo belangrijk is dat zij een stem krijgen. Daarom zeggen wij: GEEF JONGEREN EEN PLEK AAN TAFEL!

1 Onderzoek Sociale samenhang en welzijn I CBS 2

Onderzoek naar opkomst bij Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen I Universiteit van Amsterdam & Hogeschool Inholland I F. Vermeulen, F. Kaulingfrenks en S. Redan. 3 Blijkens onderzoek van Binnenlands Bestuur is de gemiddelde leeftijd van raadsleden in 100.000+ gemeenten 49 jaar

Doel en aanpak Wij zijn daarom in het afgelopen jaar in gesprek gegaan met meer dan 70 jongeren en meer dan 15 jongerenwerkers uit Noord, Nieuw-West en Zuidoost in het kader van de Aanpak Noord, het Nationaal Programma Nieuw-West en het Masterplan Zuidoost. Het doel van de gesprekken was om te luisteren naar de jongeren, om te horen wat er speelt in de buurten en om op te halen welke ideeën en behoeften onder deze jongeren leven. Naast verschillende gesprekken in deze stadsdelen met tientallen jongeren is er ook een enquête onder jongeren en jongerenwerkers afgenomen. Ongeveer 50 mensen hebben deze enquête ingevuld. In totaal (gesprekken + enquête) zijn er dus meer dan 100 jongeren en meer dan 30 mensen die met jongeren werken in Noord, Nieuw-West en Zuidoost bereikt. De opgehaalde ideeën en behoeften hebben we uitgewerkt en toegevoegd aan dit initiatiefvoorstel. Hiermee geven we één op één deze behoeften door aan het college en de alliantiepartners, met als doel dat er aan de slag wordt gegaan met het geven van een structurele en stevige plek aan tafel aan jongeren voor de Masterplannen en de Aanpak Noord en dat een top 3 aan ideeën zo snel mogelijk en zo concreet mogelijk opgepakt wordt. Hiermee winnen we het vertrouwen van deze jongeren en laten we zien dat we ook daadwerkelijk iets doen met hun inbreng.

Het zorgt er tot slot ook voor dat de Masterplannen en de Aanpak Noord concrete resultaten kunnen boeken, die mogelijk weer voor vertrouwen in deze plannen en aanpak zorgen bij bewoners. In de methode is een uitgebreidere toelichting te vinden.

Thema’s De thema’s en ideeën gingen over verschillende onderwerpen zoals onderwijs, stage, werk, inkomen, wonen, veiligheid, leefbaarheid, discriminatie, inclusie en diversiteit. Ook in deze gesprekken gaf een overgrote meerderheid van de jongeren aan niet te gaan stemmen.

2. Methode Om de buurten voor jongeren te verbeteren in het kader van de Aanpak Noord, het Nationaal Programma Nieuw-West en het Masterplan Zuidoost, zijn we in gesprek gegaan met jongeren en mensen die met jongeren werken, met name jongerenwerkers. Hier zijn we vanaf circa oktober 2023 mee begonnen. Onderzoeksstrategie In het afgelopen jaar hebben we gesprekken gevoerd met jongeren en jongerenwerkers uit Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Het doel van deze gesprekken was om inzicht te krijgen in de specifieke behoeften, uitdagingen en wensen van jongeren in deze stadsdelen. Gesprekken met jongeren en jongerenwerkers: Een essentieel onderdeel van onze aanpak is de directe betrokkenheid van jongeren en jongerenwerkers bij het formuleren van concrete voorstellen. In samenwerking met raadsleden zijn gezamenlijke sessies gehouden waarin de betrokkenen actief hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van voorstellen voor verbeteringen in de buurten. Hiermee willen we zorgen voor een bottom-up benadering en de stem van jongeren laten doorklinken in de besluitvorming. Bij de gesprekken was de insteek dat de jongeren zelf aangegeven welke onderwerpen zij belangrijk vonden en welke ideeën zij daarvoor hadden. Daarna werden meer richtinggevende vragen gesteld, namelijk welke problemen ervaren zij in het onderwijs, met betrekking tot wonen en/of sporten.

De groepsgesprekken zijn gevoerd met de jongeren die worden bereikt door de desbetreffende organisaties, namelijk: DOCK, Swazoom, Lifeskills, Straatvisie, Stichting Saaam en de jongerenambassadeurs van Amsterdam-Noord. In totaal is met circa 65 jongeren gesproken in groepsverband. Verder hebben we in de periode vanaf oktober ook meer informele gesprekken gevoerd met jongeren en mensen die met jongeren werken, zoals tijdens het voetballen met jongeren of terwijl we FIFA aan het spelen zijn. Dat deden we tijdens bezoeken bij Dock, Swazoom en Sciandri. Daarmee hebben we circa 20+ jongeren en 15+ jongerenwerkers gesproken waarvan een deel uiteindelijk ook de enquête heeft ingevuld. Enquête Om een breder perspectief te krijgen en zo veel mogelijk jongeren te betrekken, hebben we een enquête opgesteld. De enquête is ontworpen om kwantitatieve gegevens te verzamelen over de behoeften en meningen van jongeren vanaf zestien jaar in de genoemde stadsdelen. Daarbij hebben 34 jongeren de enquête ingevuld. Hierbij waren vier jongeren onder de 16 jaar en twee 'jongeren' boven de 30 jaar. Verder hebben 18 mensen de enquête ingevuld die werken met jongeren. Van de respondenten die mochten stemmen, heeft circa 63.6% gestemd en geeft 41.2% aan weinig tot heel weinig vertrouwen te hebben in de politiek ten opzichte van 25.4% van de respondenten die veel tot heel veel vertrouwen hebben.

De belangrijkste thema's die de respondenten noemen waren werk en inkomen (65.4%) gevolgd door onderwijs en stage (63.5%) en daarna wonen (59.6%).

3. Hoe de jongeren te betrekken? In de Aanpak Noord, het Nationaal Programma Nieuw-West en Masterplan Zuidoost willen we 20 jaar en langer investeren in de mensen in deze stadsdelen. Een essentiële pijler in deze aanpak is het bieden van meer kansen aan jongeren. Om jongeren daadwerkelijk meer perspectief en kansen te bieden, moeten ze aan tafel komen. Er zijn talloze enthousiaste en talentvolle jongeren in deze stadsdelen die hieraan willen bijdragen, zoals blijkt uit de gesprekken die we het afgelopen jaar met hen hebben gevoerd. Het is nodig om jongeren te betrekken bij het ophalen, uitwerken en uitvoeren van deze ideeën. Er zijn verschillende manieren denkbaar om de stoel aan tafel voor de jongeren vorm te geven. Zo is er recentelijk in Nieuw-West een kerngroep jongeren opgericht waarbij 20 jongeren uit NieuwWest een rol hebben in de uitwerking van ideeën en hierbij een maandelijkse vergoeding ontvangen. In onze stad zijn er ook verschillende jongerenambassadeurs, zoals de jongerenambassadeurs in Amsterdam-Noord. Dit zijn stappen in de goede richting, maar tegelijkertijd beperkt in verhouding tot het aantal jongeren in deze stadsdelen en het enthousiasme onder velen van hen om mee te doen. Daarom is het belangrijk om de betrokkenheid van jongeren in deze aanpakken op structurele basis te borgen. We willen ruimte laten om te kijken welke vormen het meest haalbaar zijn.

Wel zijn er een aantal randvoorwaarden om de betrokkenheid van jongeren goed te borgen: 1) Representatief: Er is verscheidenheid onder jongeren. Wat de ene jongere vindt, betekent niet dat een andere jongere dat ook vindt. Het is daarom belangrijk om bij de betrokkenheid van jongeren te streven naar representatie en diversiteit. Het gaat hierbij juist om een goed en representatief beeld te krijgen van de meningen van jongeren in deze stadsdelen 2) Besluitvorming: Het moet niet alleen om ophalen gaan; de betrokken jongeren moeten de vrijheid krijgen om mee te doen met de besluitvorming en onderdeel worden van het maken van keuzes. 3) Vergoeding: Veel jongeren gaven aan dat ze dit vaak naast allerlei andere zaken doen. Het is vaak kiezen tussen werken bij hun bijbaan of een maatschappelijke bijdrage leveren. Niet alle jongeren zitten in de luxepositie om minder te werken. Een vergoeding neemt die drempel weg, waardoor je ook verschillende jongeren weet te bereiken. 4) Terugkoppeling: Het is essentieel dat de betrokkenheid van jongeren ook gepaard gaat met serieus genomen worden. Zeker bij het ophalen van ideeën is het belangrijk om terugkoppeling te geven over wat is opgehaald en hoe dat wel of niet is opgevolgd. 5) Controle en vrijheid: Hierbij gaat het erom dat jongeren zelf bepalen welke onderwerpen ze behandelen en op welke wijze ze dat doen.

Bij de kerngroep Nieuw-West hebben jongeren zelf de controle over hoe ze aan de slag gaan. Dit uitgangspunt moeten we in acht houden. Kortom, we willen dat jongeren een structurele plek krijgen in de aanpakken. Daarbij zijn de volgende randvoorwaarden belangrijk: besluitvorming, vergoeding, terugkoppeling, controle en vrijheid, en representatief.

4. De top drie maatregelen Om ervoor te zorgen dat we met dit voorstel ook concrete stappen in wat we kunnen betekenen voor jongeren, is er gekozen voor een top 3 aan maatregelen die praktisch het best uitgevoerd kunnen worden. Deze voorstellen zijn allemaal opgebracht door jongeren zelf bij de gesprekken die gevoerd zijn met hen. Bij de selectie van deze drie maatregelen is gekeken naar de uitvoerbaarheid, haalbaarheid en concreetheid van de voorstellen. Op deze manier kunnen we aan de jongeren laten zien dat zij in de Masterplannen en de Aanpak een belangrijke doelgroep zijn waar verandering voor moet komen. De drie maatregelen gaan over 1) verruimen van de openingstijden van jongerencentra in de avond, 2) meer ontmoetingsplekken en creatieve ruimtes voor jongeren op plekken waar de noodzaak het grootst is, en 3) werkgevers koppelen aan jongerencentra voor stages en werk. 1) Het verruimen van de openingstijden van jongerencentra in Noord, Nieuw-West en Zuidoost in de avond Wat kwam er ter sprake: ● Jongeren gaven aan dat buurthuizen vaak dicht zijn, vooral in de avond. Dat zijn juist de momenten dat jongeren elkaar willen ontmoeten. Hierdoor gaven enkele jongeren aan bij de pleintjes te chillen, wat soms ervaren kan worden als overlast voor buurtbewoners terwijl ze wel aangeven daar wel echt rekening mee te houden.

Zo gaf een van de jongeren aan in Amsterdam-Noord: ‘’Straks gaat het hier (jongerencentrum) dicht en dan gaan we naar PVG toe omdat we nog even met elkaar willen chillen. En we houden echt rekening met de buren want we wonen daar zelf. Maar ja, er is dan gewoon geen plek meer waar we kunnen chillen.’’ Wat de jongerenwerkers en jongeren willen (en dus dit voorstel): • Dit voorstel roept op om de huidige openingstijden van jongerencentra in Noord, NieuwWest en Zuidoost in kaart te brengen en te onderzoeken hoe deze tijden in de avond verruimd kunnen worden. Op deze manier willen we kijken of de jongerencentra in de avonduren langer open kunnen blijven zodat jongeren in meer vrijheid, ook in de avond, met elkaar kunnen chillen.

2) Meer ontmoetingsplekken en creatieve ruimtes voor jongeren Wat kwam er ter sprake: ● Jongeren gaven in de gesprekken graag aan dat zij op een creatieve manier bezig willen zijn. Denk daarbij aan dans, zang, muziek, kunst en andere creatieve uitingen. Juist om de talenten van onze jongeren verder te laten ontwikkelen. Zo lieten verschillende jongerenwerkers in Noord ons de studio zien waar jongeren met veel plezier liedjes opnemen. ● Zowel in de enquête als uit de gesprekken kwam ook de behoefte naar voren dat er plekken moeten zijn waar je in rust huiswerk kan doen. Er zijn jongeren in deze stadsdelen die vaak in grote gezinnen wonen in te krappe woningen. Het is dus van meerwaarde dat deze jongeren, juist in het licht van kansengelijkheid, plekken hebben waar ze in rust hun huiswerk kunnen maken.

●

De jongeren met wie we hadden gesproken bij Lifeskills Zuidoost gaven aan hoe belangrijk ze het vinden dat er plekken zijn zoals Lifeskills waar je begeleiding krijgt en allerlei vaardigheden leert: ‘’Plekken zoals Lifeskills waar je in rust je huiswerk kan doen en begeleid wordt vindt zijn er belangrijk’’

Wat willen de jongeren (en dus dit voorstel): • De jongeren willen meer ontmoetingsplekken en creatieve ruimtes. Dit voorstel roept het college om op bij de alliantie en aanpak Noord in te brengen om te onderzoeken hoe op termijn meer van dit soort ruimtes gecreëerd kunnen worden, waarbij gekeken wordt waar de noodzaak bij jongeren voor dit soort plekken het grootst is, zoals in Osdorp, Geuzenveld, De Banne en Holendrecht. • Deze gebieden kwamen ook ter sprake in de gesprekken met jongeren: Osdorp, en in het bijzonder de Wildemanbuurt, is een wijk met jarenlange achterstelling waar een kwaliteitsimpuls nodig is en waar jongeren perspectief geboden moeten worden. Geuzenveld, omdat in de gesprekken bleek dat de ruimte die nu beschikbaar is als te klein ervaren wordt. De Banne, omdat we begrepen dat daar een tijdelijk jongerencentrum is en (nog) geen permanent jongerencentrum. Holendrecht, omdat daar wel buurthuizen zijn maar geen apart jongerencentrum. Het jongerenwerk is verstopt in het huidige gebouw. Dit zijn allemaal plekken waar jongeren behoefte hebben aan perspectief. Met fysieke plekken kan er ontmoeting en ontwikkeling plaatsvinden.

3) Werkgevers koppelen aan jongerencentra voor stages en werk Wat ter sprake kwam: ● Uit de gesprekken met de jongeren, specifiek in Geuzenveld, werd aangegeven dat ze graag ook aan het werk willen (in tekortsectoren), maar niet altijd een goed netwerk hebben om dat te realiseren. We zien ook dat de jeugdwerkloosheid juist toeneemt. Zo gaf een van de jongeren aan: ‘’Er is in Sloterdijk veel werk, waarom komen deze organisaties niet gewoon een keer langs bij ons om daar uitleg over te geven? Er zijn hier zo een paar jongeren die meteen aan de slag kunnen.’’ Wat de jongerenwerkers en jongeren willen (en dus dit voorstel): • Dit voorstel vraagt dat in samenwerking met de werkgevers, die ook onderdeel zijn van de allianties, ze op bezoek gaan bij jongerencentra om jongeren te informeren en te motiveren tot een interessante baan, stage en of leerwerktraject en deze werkgevers in de alliantie te verzoeken om stages, leerwerkplekken en banen vrij te maken voor jongeren uit Noord, Nieuw-West en Zuidoost.

Bijlage 1: Wat is opgehaald? 1) Onderwijs, werk en inkomen Ieder kind en alle jongeren hebben recht op goed onderwijs waarbij talenten en interesses van jongeren worden ontwikkeld. Onderwijs is een manier om kansengelijkheid te bevorderen. Desondanks is de kansenongelijkheid in het onderwijs terug te zien, in de vorm van onderadvisering maar ook in hoe het lerarentekort over de stad is verdeeld. Dit werkt uiteindelijk allemaal door in het leven van jongeren en hun perspectief. In met name Nieuw-West en Zuidoost is het percentage jeugdwerkloosheid veel slechter dan in andere stadsdelen. Terwijl werk een belangrijke vorm is om jongeren perspectief te bieden. Dit onderwerp is daarmee een van de belangrijkste onderwerpen die jongeren tijdens de gesprekken benoemen. Hieronder zijn de verschillende ideeën te lezen: 1. Kosten Studiemateriaal verminderen Vraagstuk: ● In de gesprekken met jongeren kwam naar voren dat de kosten voor hun studie hoog zijn. Het gaat dan om collegegeld, maar ook de aanschaf van bijvoorbeeld een laptop en boeken. Daarbij zie je dat veel jongeren afzien van de aanschaf van boeken. ● Een van de jongeren in Nieuw-West gaf het volgende aan: ‘’Als je bijvoorbeeld ICT wil studeren, heb je een laptop nodig met bepaalde specificaties.

Dat loopt snel boven de 1000 euro op waardoor ik niet zo snel voor zo een opleiding zou kiezen terwijl ze daar ook personeel hard nodig hebben.’’ Wat gebeurt er in Amsterdam: ● Een interessant initiatief is de Cyberbank waarbij in samenwerking met de gemeente Amsterdam oude laptops worden opgeknapt door jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt. De gemeente Amsterdam zou de Cyberbank graag helpen opschalen in Amsterdam en vervolgens ook landelijk. Hiertoe zal vanuit de gemeente Amsterdam financieel worden bijgedragen. Echter, wegens schaarste is er slechts een laptop per huishouden beschikbaar. ● Daarnaast kunnen huishoudens met een laag inkomen in aanmerking komen voor een gratis laptop of tablet voor hun kind op de basisschool. Zo bestaan er verschillende andere mogelijkheden om bij een krappe financiële situatie hulp te krijgen, bijvoorbeeld via de bijzondere bijstand of andere mogelijkheden zoals scholingslening kredietbank. Ideeën: ●

De mogelijkheden verkennen om te zorgen dat studerende jongeren ook in aanmerking komen voor een afzonderlijke laptop: o Hierbij werd gedacht aan het opschalen van het concept van de Cyberbank naar Noord, Nieuw-West en Zuidoost waarbij rekening wordt gehouden met de al bestaande schaarste van laptops. o Daarbij is het ook interessant om te kijken welke rol Alliantiepartners daarin kunnen spelen.

2. Meer persoonlijke begeleiding jongeren Vraagstuk: ● Uit zowel de gesprekken als de enquête komt de behoefte aan hulp bij de studie en bij het vinden van werk en stages naar voren. Zo werd aangegeven dat het voor hen van meerwaarde is als ze hulp krijgen bij het opstellen van cv’s, motivatiebrieven, het voeren

●

van een sollicatiegesprek en bij het opbouwen van netwerken, en dat daarvoor bijvoorbeeld workshops worden georganiseerd om hen dat bij te leren. Uit de gesprekken met de jongeren, specifiek in Geuzenveld, werd ook aangegeven dat ze graag aan het werk willen in tekortsectoren, maar niet altijd een goed netwerk hebben om dat te realiseren. We zien ook dat de jeugdwerkloosheid juist toeneemt. Zo gaf een van de jongeren aan: ‘’Er is in Sloterdijk veel werk, waarom komen deze organisaties niet gewoon een keer langs bij ons om daar uitleg over te geven. Er zijn hier zo een paar jongeren die meteen aan de slag kunnen.’’

Wat gebeurt er in Amsterdam: ● Er zijn vele organisaties die jongeren persoonlijk begeleiden, bijvoorbeeld via het jongerenwerk, via jobcenters en jongerenadviseurs. Ook wordt via het onderwijs geprobeerd jongeren vaardigheden aan te leren met betrekking tot bijvoorbeeld het opstellen van cv’s. ● Specifiek wordt via de mbo-agenda ingezet op aanvullende ondersteuning voor mbostudenten. Echter, er zijn ook jongeren in deze stadsdelen die de stap maken naar de hogeschool en universiteit, vaak als eersten van hun gezin. Voor deze groep is juist deze persoonlijke begeleiding ook belangrijk. ● Er lopen veel acties in Amsterdam om jongeren naar de arbeidsmarkt toe te leiden, met name naar de tekortsectoren zoals techniek, onderwijs en zorg. In de masterplannen en de Aanpak Noord wordt hier ook naar verwezen, denk bijvoorbeeld aan techhubs, jobcenter in de wijk en het ontwikkelen van trajecten naar lokaal werk. Ondanks deze inzet worden niet alle jongeren daarmee bereikt. Je moet vaker naar de plekken gaan waar je de jongeren kunt vinden, namelijk de buurthuizen/jongerencentra waar ze zich bevinden. Ideeën: ● Dat werkgevers, die ook onderdeel zijn van de allianties, regelmatig en vaker op bezoek te laten gaan bij jongerencentra om jongeren te informeren en te motiveren tot een interessante baan of een leerwerktraject.

● Het organiseren van meer persoonlijke begeleiding voor hulp bij de studie en bij het vinden van werk en stages, bijvoorbeeld door ondersteuning bij het opstellen van een cv, motivatiebrief en netwerken.

3. Informatie als je 18 jaar wordt Vraagstuk: ● Een jongere van 18 jaar uit de enquête gaf aan dat er meer behoefte is aan informatie over wat je allemaal op je 18de moet regelen. Als je namelijk 18 jaar wordt, moet je zelf een zorgverzekering afsluiten, je zorgtoeslag aanvragen en eventueel studiefinanciering krijgen. Op het moment dat je bijvoorbeeld gescheiden ouders hebt en de een betaalt de ander kinderalimentatie, dan heb je daar op je 18de recht op. Zulke zaken weten jongeren niet altijd. Tijdens een van de groepsgesprekken gaf een jongere het volgende: Op deze leeftijd is er het risico dat dat er schulden ontstaan doordat ze niet weten over de regels van allerlei toeslagen, regelingen, etc.’’ Wat gebeurt er in Amsterdam: ● Er gebeurt veel in Amsterdam. Zo is er een website waar men terecht kan met een checklist van wat je op je 18de moet regelen. Bij vragen kun je ook terecht bij het jongerenpunt en met betrekking tot gezondheidsvragen bij het Ouder- en Kindteam. Op het moment dat je op het mbo zit, kun je ook terecht bij een jeugdadviseur. Er is een app genaamd Ping Ping waar jongeren in Amsterdam (financiële) zaken kunnen regelen. Er bestaat verder een convenant school en schuld waarbij in dat kader budgetcoaches worden ingezet. ● Het aanbod aan informatie is dus breed. Desondanks weten niet alle jongeren dit blijkbaar te vinden.

Ideeën: ●

De informatie over je (financiële) verantwoordelijkheden op je 18de extra onder de aandacht te brengen in deze drie stadsdelen via het onderwijs, jongerenwerk en andere betrokken partners en daarbij vooral in te zetten op financiële zelfredzaamheid.

4. Meer inzet naschoolse activiteiten gericht op taal en rekenen Vraagstuk: ● Uit de gesprekken stipte jongeren de kwaliteit van het onderwijs aan en dat die niet altijd even goed is in deze stadsdelen. Zo gaf een van de jongere aan: ‘’de kwaliteit is niet goed, dat zie ik bij mijn broertjes en zusjes en ook terug in hun taal en rekenvaardigheden.’’ Om die redenen gaven enkele jongeren aan dat er meer ingezet moet worden op naschoolse activiteiten gericht op onder andere taal en rekenen. Dit bevordert uiteindelijk de kansengelijkheid. Wat gebeurt er in Amsterdam: ● Zowel vanuit het Rijk (via de subsidie School en Omgeving; continuïteit onzeker) als vanuit de gemeente Amsterdam wordt ingezet om een goed naschools aanbod te creëren voor kinderen. In de verschillende plannen voor Noord, Nieuw-West en Zuidoost wordt het naschools aanbod benoemd als iets waarop wordt ingezet. Zo blijkt uit het conceptuitvoeringsprogramma Nationaal Programma Nieuw-West dat de ambitie is om dit aanbod uit te breiden. Ideeën: ●

Hierbij kan gedacht worden: o Het ontwikkelen van een kwalitatief hoogstaand naschools aanbod dat voor alle kinderen in Nieuw-West, Zuidoost en Noord beschikbaar wordt en hierbij de samenwerking op te zoeken met de Alliantie. o Het plezier in lezen meer terug te brengen door daar een in deze stadsdelen een specifiek programma voor uit te werken.

5. Studievertraging, Stageplekken en Stagediscriminatie Vraagstuk: ● Enkele jongeren die we hebben gesproken en momenteel studeren, geven aan dat ze studievertraging hebben opgelopen door het niet kunnen vinden van een stage. Dit ondanks verschillende pogingen bij het solliciteren. Met name jongeren op het mbo in niveau 2 en 3 gaven aan dat werkgevers vooral stages beschikbaar stellen voor niveau 4 studenten. Zo gaf een jongere in Zuidoost aan: ‘’Studenten op mijn school van niveau 2 en 3 hebben studievertraging opgelopen omdat ze geen stage kunnen vinden, terwijl niveau 4 studenten vaak makkelijker een stage vinden.’’ Ze ervaren in die zin dus een vorm van discriminatie op basis van hun opleidingsniveau. Wat gebeurt er in Amsterdam: ● Vanuit de mbo-agenda is er veel aandacht voor het gezamenlijk opleiden van jongeren in onze stad, waarbij stages een belangrijk onderdeel zijn. Eerder is een motie ingediend om alternatieve vormen van stages te verkennen. Hier is momenteel ook aandacht voor, ook binnen de mbo-agenda. Desondanks lost dit het gehele probleem niet volledig op. Er zijn verschillende partners betrokken bij de masterplannen en aanpak die ieder ook de mogelijkheid hebben om stages aan te bieden. Dat biedt kansen. Ideeën: ●

Partners in de masterplannen en aanpak te motiveren om meer stageplekken beschikbaar te stellen, juist ook voor mbo-studenten van andere niveaus.

●

Vanuit de masterplannen en aanpak te verkennen hoe onderwijsinstellingen gestimuleerd kunnen worden om mogelijk vaker alternatieve vormen van stages beschikbaar te stellen, ook als middel dat studenten, bijvoorbeeld door stagediscriminatie, geen studievertraging oplopen.

6. Opleidingsbudget omscholing Vraagstuk: ● In de gesprekken kwam naar voren dat jongeren mogelijkheden willen hebben om een cursus te volgen om zich bijvoorbeeld om te scholen tot een bepaald beroep. Er werd hier een voorbeeld getrokken met het STAP-budget waarbij werkenden en werkzoekenden budget kunnen aanvragen voor scholing en ontwikkeling. De jongeren weten niet altijd de wegen te vinden hoe ze zich kunnen omscholen en de kosten vormen een belemmering om zich bijvoorbeeld om te scholen tot een beroep in een tekortsector. Wat gebeurt er in Amsterdam: ● Zo heeft de gemeente Amsterdam de ambitie om de obstakels die mensen ervaren bij omscholing naar kansrijk werk (onderwijs, techniek en zorg) weg te nemen. Er zijn verschillende plekken om je op te leiden dan wel om te scholen. Er kan hierbij gedacht worden aan het Regionaal Werkcentrum Groot Amsterdam, Amsterdamwerkt! en er zijn zo oriëntatie-programma's op bijvoorbeeld het gebied van Zorg en Welzijn. Desondanks weten de jongeren dit niet altijd even goed te vinden en vormen de kosten een belemmering. Ideeën: ●

Hierbij kan gedacht worden aan: o Het beschikbaar stellen van opleidingsbudget voor jongeren specifiek uit Noord, Nieuw-West en Zuidoost om hen om te scholen naar kansrijke beroepen en daarbij de bestaande mogelijkheden, bijvoorbeeld met betrekking tot onderwijs, breder onder de aandacht te brengen bij deze jongeren. o

De verschillende mogelijkheden tot omscholing te brengen bij één plek zodat aan de voorkant duidelijk is waar jongeren kunnen komen als ze zich willen laten omscholen

2) Sport, Faciliteiten en Wonen Alle Amsterdammers, onder wie jongeren, hebben recht op goede voorzieningen. Desondanks zien we de ongelijkheid in de verdeling van de voorzieningen terug in de stad. Zo blijkt dat het aantal culturele voorzieningen en het aantal buurthuizen/wijkcentra in Noord, Nieuw-West en Zuidoost slechter is dan in andere stadsdelen. Ook met betrekking tot sport zien we dat het aandeel nietsporters in Nieuw-West, Noord en Zuidoost respectievelijk de drie stadsdelen zijn met het hoogste aandeel niet-sporters. Investeren in verschillende voorzieningen is cruciaal. Een ander belangrijk onderwerp is wonen, en daarmee de gepaarde woningproblematiek. Veel jongeren kunnen geen woning vinden in Amsterdam, maar deze is vaak ook onbetaalbaar naar hun idee. Concrete ideeën op dit onderwerp, afgezien van al bestaande ideeën zoals meer bouwen voor jongeren en voorrangsregelingen voor jongeren in de buurt (zie coalitieakkoord), bleven achter. 1. Kwalitatief verbeteren sportfaciliteiten + inzetten brede talentontwikkeling jongeren Vraagstuk: ● In zowel de enquête als in de gesprekken met jongeren werd aangegeven aan dat zij vinden dat er onvoldoende kwalitatief goede sportfaciliteiten in de stad zijn, dat in de avonden wanneer het donker is er meer verlichte sportvelden moeten zijn. Zo gaf een jongere aan: "Ik ben vaak tot een uur of 5 aan het werk.

Daarna moet ik eten en is het al vaak donker terwijl mijn vrienden en ik pas op dat moment tijd hebben om te voetballen.’’ ● In de enquête werd ook aangegeven dat er te weinig aandacht is voor de jongeren, die minder problematisch zijn. Ze gaven aan dat de grote groep jongeren vaak onvoldoende meedoen met allerlei programma’s om hun talenten te ontwikkelen. Wat gebeurt er in Amsterdam: ● In Amsterdam is er veel aandacht voor aanleg en vernieuwing van sportvoorzieningen zoals via de impulsbudget Sport en Spelen, bovenop de al bestaande inzet. Dit gebeurt ook onder andere door de invulling van de sport/groennorm. ● Er zijn verschillende jongerenorganisaties die zich ook inzetten op de brede talentontwikkeling van jongeren. Er wordt echter wel aangegeven dat vaak van hen wordt gevraagd zich juist te richten op problematische jongeren. Het gevolg is dat een andere grote groep jongeren minder aandacht krijgt. Ideeën: ● ●

In te zetten dat in Noord, Zuidoost en Nieuw-West minstens één verlichte sportvoorziening wordt toegevoegd. In te zetten op de brede talentontwikkeling van alle jongeren door de activiteiten van partners zoals leiderschapsprogramma’s en maatschappelijke trajecten extra onder aandacht te brengen bij een brede groep jongeren.

2. Meer ontmoetingsplekken en creatieve ruimtes voor jongeren Vraagstuk: ● Jongeren gaven in de gesprekken graag aan dat zij op een creatieve manier bezig willen zijn. Denk daarbij aan dans, zang, muziek, kunst en andere creatieve uitingen. Juist om de talenten van onze jongeren verder te laten ontwikkelen. Zo lieten verschillende jongerenwerkers in Noord ons de studio zien waar jongeren met veel plezier liedjes opnemen. ● Zowel in de enquête als uit de gesprekken kwam ook de behoefte naar voren dat er plekken moeten zijn waar je in rust huiswerk kan doen. Er zijn jongeren in deze stadsdelen die vaak

●

in grote gezinnen wonen in te krappe woningen. Het is dus van meerwaarde dat deze jongeren, juist in het licht van kansengelijkheid, plekken hebben waar ze in rust hun huiswerk kunnen maken. De jongeren met wie we hebben gesproken bij Lifeskills Zuidoost gaven aan hoe belangrijk ze het vinden dat er plekken zijn zoals Lifeskills waar je begeleiding krijgt en allerlei vaardigheden leert: ‘’Plekken zoals Lifeskills waar je in rust je huiswerk kan doen en begeleid wordt zijn erg belangrijk’’

Wat gebeurt er in Amsterdam: ● Op verschillende plekken in de stad zoals bijvoorbeeld bij jongerencentrums zijn er vaak studio’s te vinden zodat jongeren gezamenlijk muziek kunnen maken. En waar ze hun creativiteit kwijt kunnen. De Valk in Amsterdam-Noord heeft zo een enorm podium en is zo een plek waar jongeren hun creativiteit ook kwijt kunnen. Echter, het blijkt dat dit nog onvoldoende is. Via de strategisch huisvestingsplannen wordt aandacht besteed aan die basisvoorzieningen voor de jeugd. ● Er zijn verschillende organisaties waar jongeren in rust huiswerkbegeleiding en coaching krijgen, zoals bij Lifeskills en Studiezalen. Over de hele stad zijn hiervan voorbeelden waarbij allerlei jongeren welkom zijn. Deze initiatieven blijken van meerwaarde voor de stad. We zien echter dat de commerciële bijlesorganisaties vanwege de kosten niet voor iedereen toegankelijk zijn. Een ontwikkeling die de kansenongelijkheid in het onderwijs vergroot. De plekken dienen dus gratis aangeboden te worden aan jongeren. Ideeën: ●

Samen met de partners zoals woningbouwcorporaties de mogelijkheden in deze drie stadsdelen te verkennen om meer buurthuizen, plekken voor gratis huiswerkbegeleiding en ontmoetingsplekken te ontwikkelen met daarbij ook specifieke ruimte voor creatieve uitingen voor jongeren. En hierbij te prioriteren in gebieden waar de noodzaak hoog is en onvoldoende faciliteiten hebben.

3. Betaalbaarheid openbaar vervoer voor 12 - 17 jarigen Vraagstuk: ● Jongeren gaven aan dat het OV nu als duur ervaren wordt. Zeker voor jongeren die al klaar zijn met studeren en geen studenten OV-chipkaart ontvangen. Ook jongeren die naar de middelbare school gaan, ervaren dat het OV duur is. Zo gaf een jongere in Geuzenveld het volgende aan: ‘’In Geuzenveld hebben we geen middelbare school, dus we moeten vaak nog een stuk reizen voordat wij aankwamen bij onze middelbare school en dat bracht ook hoge OVkosten met zich mee’’. Wat gebeurt er in Amsterdam: ● In Amsterdam is er specifiek aandacht voor doelgroepen om het OV goedkoper te maken. Zo wordt het OV voor kinderen tussen 4 en 11 jaar gratis. Specifiek voor jongeren is er momenteel nog geen beleid om het OV goedkoper te maken. Ideeën: ●

Samen met de partners in gesprek te gaan met de Vervoerregio om het OV voor jongeren tussen 12 en 17 jaar betaalbaarder te maken, bijvoorbeeld door het toepassen van een kortingstarief voor deze doelgroep of door het OV voor langere afstanden goedkoper te maken.

4. Schonere en aantrekkelijkere speelfaciliteiten

Vraagstuk: ● Te vaak vinden jongeren blikjes bier en ander vuil in hun speelomgeving, zo gaven zij aan in de gesprekken. Vooral als zij de dag erna weer terugkomen om te spelen, zien zij vaak vuil liggen langs de bankjes, de speelfaciliteiten en naast de prullenbakken. Dit nodigt niet uit om te gaan spelen. Het onderhoud van deze speelfaciliteiten is volgens de jongeren daarom ook een probleem. De jongeren gaven ook aan dat de watertappunten bij speelfaciliteiten erg fijn te vinden. Deze zijn echter soms stuk en het onderhoud daarvan wordt niet altijd even snel en goed geregeld. Wat gebeurt er in Amsterdam: ● De afvalproblematiek in onze stad is een uitdaging en op verschillende manieren wordt daar al op ingezet, bijvoorbeeld door de inzet van reinigers, handhavers en inzet op bewustwording. De jongeren geven echter wel aan dat de aantrekkelijkheid om te sporten bij speelfaciliteiten daalt vanwege de viezigheid. Ideeën: ●

De staat van de speelfaciliteiten te inventariseren en op basis daarvan extra aandacht te geven aan het onderhoud en de aantrekkelijkheid van de speelfaciliteiten in de drie stadsdelen en deze meer op orde te brengen.

5. Bereik ongedocumenteerden verbeteren Vraagstuk: ● Tijdens de gesprekken vertelde een aantal jongeren dat ongedocumenteerden in Amsterdam niet aan alle voorzieningen mee kunnen doen door bijvoorbeeld het niet hebben van een Burgerservicenummer (BSN). Op jongere leeftijd kan dit grote impact hebben op de persoon. Er niet bij horen, er niet bij kunnen horen, is pijnlijk. Wat gebeurt er in Amsterdam: ● We krijgen de indruk dat in Amsterdam regelmatig maatwerk wordt verricht voor deze groep ongedocumenteerden. Desondanks werd aangegeven dat deze mogelijkheden niet altijd goed bekend zijn en dat ze vaak ook bang zijn dat ze in de problemen komen. Voor de voorschool blijkt dit geregeld te zijn. Ideeën: ●

In te zetten op welke manier de kinderen, jongeren en de ouders van ongedocumenteerden beter bereikt kunnen worden om mee te doen aan verschillende voorzieningen zoals sporten, zorg, voorschool, etc.

6. Betaalbaarheid sporten voor 18 - 21 jarigen Vraagstuk: ● Zowel in de gesprekken met jongeren als in de enquête werd aangegeven dat wanneer ze boven de 18 jaar zijn, ze buiten de boot vallen voor het vergoeden van de kosten voor sporten. Zo zien we dat 18-jarigen niet altijd de financiële mogelijkheden hebben om dit vervolgens zelf te betalen, zeker gezien het feit dat er nog sprake is van het minimumjeugdloon. Wat gebeurt er in Amsterdam: ● In Amsterdam is er veel gratis aanbod om te sporten bij organisaties zoals Combiwel, Sciandri, SK-coaching, enzovoort. Daarnaast bestaat er ook een sportvergoeding voor de jeugd om in verenigingsverband te sporten. Deze is echter tot 18 jaar beschikbaar. Daarna moeten deze jongeren het zelf betalen, mede gezien het minimumjeugdloon is het niet mogelijk dat alle jongeren deze kosten kunnen dragen.

Ideeën: ● Te onderzoeken hoe de kosten voor 18- tot 21-jarigen die graag willen blijven sporten bij de vereniging geheel dan wel gedeeltelijk gedekt kunnen worden.

3) Veiligheid, inclusie en discriminatie In Amsterdam staan we voor het kunnen zijn wie je wilt zijn, in veiligheid en vrijheid zonder belemmeringen of enige vorm van haat of uitsluiting. Als Amsterdammers zijn we vaak trots op onze diversiteit, tolerantie en acceptatie in de stad. En terecht, omdat er in de stad ruim 180 nationaliteiten samen leven. Helaas staat deze vrijheid onder druk als we kijken naar o.a. de cijfers van islamofobie, antisemitisme, de uitsluiting van jongeren met een migratieachtergrond op de arbeidsmarkt, zwangerschapsdiscriminatie en de discriminatie tegen lhbtqia+ personen. Amsterdammers die te maken hebben discriminatie ervaren hiermee een belemmering om volwaardig mee te draaien in onze samenleving en tot zelfontplooiing. Het bestrijden van discriminatie en racisme gaat om het erkennen en bestrijden van de ongelijke behandeling van mensen en hun kansen in onze samenleving. Uit de diversiteitsmonitor van 2022 blijkt dat van de 100 mensen die discriminatie ervaren, slechts 8 daarvan een melding maken. Daarnaast geven 56% van de mensen die een melding hebben gemaakt van discriminatie, dat zij denken dat het weinig zin heeft om een melding te maken. Dit is een veel gehoord geluid dat wij ook terug hebben gekregen van de jongeren die wij hebben gesproken.

Veel jongeren geven aan niet te weten waar ze discriminatie te kunnen melden, dat er een meldpunt bestaat of dat zij aangifte kunnen doen. Hieronder staan onze voorstellen met betrekking tot veiligheid, inclusie en discriminatie.

1. Meer openbare verlichting op donkere plekken en cameratoezicht Vraagstuk: ● Jongeren gaven aan dat op sommige plekken in Zuidoost, Nieuw-West en Noord de plekken erg donker zijn waardoor ze zich onveilig voelen. Zo gaf een van de jongeren in deze drie stadsdelen aan: "Mijn moeder zegt altijd dat ik voordat het donker wordt thuis moet zijn, soms red ik dat niet en kijk ik steeds om me heen en loop super snel of alles wel veilig is.’’. ● Het onderhoud van kapotte verlichting laat ook regelmatig lang op zich wachten is de ervaring. Die onveiligheid vertaalt zich in dat ze bijvoorbeeld meerdere keren achterom kijken en wat sneller gaan lopen om snel thuis te komen. Naast het subjectieve gevoel van onveiligheid geven enkele jongeren ook aan dat er ook wel sprake is van straatroven, intimidatie van meiden en andere vormen van criminaliteit. Dit zorgt er ook voor dat jongeren zich isoleren uit angst. Cameratoezicht kan daarvoor een oplossing zijn, zo gaven jongeren en jongerenwerkers aan. Wat gebeurt er in Amsterdam: ● Cameratoezicht is een burgemeestersbevoegdheid en vergt altijd een zorgvuldige afweging. Een stadsdeel overlegt met de politie regelmatig of de inzet van cameratoezicht in een buurt zinvol is. Deze ideeën worden bij de burgemeester neergelegd en leiden tot een besluit.

We denken dat ook juist bij uitstek, de alliantiepartners kennis hebben over wat zinvolle plekken voor cameratoezicht kunnen zijn. Zeker gezien het feit dat daar kansen liggen om de veiligheid in bepaalde buurten te verbeteren. ● Er bestaat het beleidskader verlichting waarin de kaders staan beschreven op welke wijze verlichting ingezet kan worden. Jongeren geven aan dat verschillende plekken te donker zijn, daar moet goed naar gekeken worden om de sociale veiligheid te bevorderen. Ideeën:

● ●

Te starten met een inventarisatie van donkere plekken in deze drie stadsdelen en deze waar kan en waarnodig te verlichten om de (subjectieve) veiligheid te vergroten. De mogelijkheden verkennen om partners (en daarmee breder) te betrekken om te kijken waar cameratoezicht kan bijdragen aan het bevorderen van de veiligheid.

Extra budget voor jongeren via jongerenwerk Vraagstuk: ● Jongerenwerkers gaven aan behoefte te hebben om vaker leuke activiteiten te doen met jongeren, zoals karten, bioscoopbezoek en muziek- en comedy shows te bezoeken. Het budget bij enkele jongerenwerkers is soms onvoldoende om deze activiteiten te organiseren, terwijl het wel bijdraagt aan het plezier en het verbreden van de horizon van jongeren. 2.

Wat gebeurt er in Amsterdam: ● Jongerenwerkorganisaties krijgen vaak budget om activiteiten te organiseren voor de aanwezige jongeren. Voor een aantal van deze locaties is dit budget voldoende maar voor een aantal andere ook weer niet omdat het bereik van jongeren veel groter kan zijn. In de gesprekken kwam daarom naar voren dat als het bereik van de jongeren juist groot is, er meer budget nodig is om activiteiten voor deze jongeren te organiseren. Ideeën: ●

Extra budget vrij te maken voor het organiseren van activiteiten voor jongeren in deze drie stadsdelen via onder andere het jongerenwerk.

3. Ouderbetrokkenheid en de gevaren van sociale media Vraagstuk: ● Jongeren gaven aan dat de betrokkenheid van ouders belangrijk is om juist ook kinderen perspectief te bieden. Daarvoor moeten ouders kennis hebben over allerlei zaken, bijvoorbeeld over de gevaren van sociale media. Kinderen en jongeren kunnen het slachtoffer worden van cyberpesten, digitale afpersing met naaktfoto’s, etc. Meiden zijn ook vaak het slachtoffer van online exposen, intimidatie etc. In de enquête kwam ook naar voren dat sommige ouders niet altijd goed zicht hebben op wat jongeren doen, zeker digitaal. Wat gebeurt er in Amsterdam: ● In Amsterdam gebeurt veel om ouderbetrokkenheid en de kennis van ouders over allerlei onderwerpen te vergroten, bijvoorbeeld via het onderwijs met bijvoorbeeld de familieschool. Maar ook via de Thrive, GGD, gezondheidscoaches, Ouder-en kindteams, buurteams, etc. Ook is via verschillende programma aandacht voor de gevaren van sociale media zoals van sextortion. Er zijn talloze organisaties actief in de stad die ook bijdragen aan die ouderbetrokkenheid. Ideeën: ●

Meer in te zetten op ouderbetrokkenheid door extra inzet op voorlichting aan ouders te geven over allerlei zaken zoals opvoeding en de gevaren van sociale media, etc.

4. Openingstijden buurthuizen verruimen Vraagstuk: ● In de enquête en de gesprekken gaven jongeren aan dat buurthuizen vaak dicht zijn, vooral in de avond. Dat zijn juist de momenten dat jongeren elkaar willen ontmoeten. Hierdoor gaven enkele jongeren aan bij de pleintjes te chillen, wat soms ervaren kan worden als overlast voor buurtbewoners terwijl ze wel aangeven daar wel echt rekening mee te houden.

●

Zo gaf een van de jongeren aan in Amsterdam-Noord: ‘’Straks gaat het hier (jongerencentrum) dicht en dan gaan we naar PVG toe omdat we nog even met elkaar willen chillen. En we houden echt rekening met de buren want we wonen daar zelf. Maar ja er is dan gewoon geen plek meer waar we kunnen chillen.’’

Wat gebeurt er in Amsterdam: ● De Bonte Kraai in Kraaiennest, Zuidoost is bijvoorbeeld niet op alle dagen in de week open. Vaak is het buurthuis ook al om 18.00 uur gesloten. Dit geldt ook voor buurthuizen in andere stadsdelen. Ideeën: ●

In overleg met de verschillende buurthuizen in de stadsdelen te inventariseren wat de openingstijden zijn en indien nodig – het gesprek aan te gaan met de buurthuizen om de openingstijden te verruimen met name voor jongeren die in de avond of in het weekend willen chillen en dit mee te nemen in het proces van de vorming allianties in de Sociale Basis.

5. Discriminatiemeldingen en de opvolging ervan Vraagstuk: ● Tijdens de gesprekken kwam naar voren dat veel jongeren gediscrimineerd worden, bijvoorbeeld bij het zoeken van een baan of stage. Bij het vinden van een stage kan dit leiden tot studievertraging (zie punt 5). De jongeren gaven echter ook aan dat ze dit bespreken met een docent maar dat de opvolging beperkt is. Ook zijn ze niet altijd bekend met andere manieren om discriminatie te melden en dat de opvolging van meldingen beter kan. Wat gebeurt er in Amsterdam: ● Er wordt via de gemeente Amsterdam onder andere ingezet via het stagepact om de bovenstaande problemen op te lossen. Daarnaast wordt ook ingezet om het meldpunt van discriminatie (discriminatie.nl) meer onder de aandacht te brengen. Ideeën: ●

In gesprek met onderwijsinstellingen en andere partners te kijken hoe de opvolging van meldingen van discriminatie verbeterd kunnen worden.

4) Suggesties Commissie Stadsontwikkeling Tijdens de bespreking van de commissie Stadsontwikkeling zijn twee suggesties naar voren gekomen, te weten: de verbinding leggen tussen jongeren van verschillende stadsdelen en bij de openingstijden te kijken naar opening in weekenden. In het dictum stellen we dat de opgehaalde ideeën in de bijlage als startpunt worden genomen voor dialoog en we zien daarom graag dat deze suggesties daarin ook worden meegenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15191016/1