Gemeenteraad Voordracht
Tekst van het document
RAAD
VN2024-014117 clusterstaf r en e
Voordracht voor de raadsvergadering van 13 november 2024
Agendapunt
Water (incl. Varen) 13
Datum besluit
1 oktober 2024.
Portefeuille
Onderwerp
Vaststellen van de Binnenhavengeldverordening Pleziervaart 2025 De gemeenteraad van Amsterdam besluit
Vast te stellen de Binnenhavengeldverordening Pleziervaart 2025, met inwerkingtreding per 1 januari 2025, waarvan de belangrijkste wijzigingen zijn:
1. 2. 3. 4.
invoering van BHG in stadsgebied Weesp; beëindiging van het milieutarief en hybride tarief; toevoegen van bepalingen om misbruik van het vignet tegen te gaan; de BHG-tarieven, doorvaartvignet- en de afmeertarieven worden geïndexeerd met een indexatie van 3,5%.
Wettelijke grondslag
Op grond van artikelen 216 en 229 van de Gemeentewet is de gemeenteraad bevoegd tot het vaststellen van gemeentelijke belastingverordeningen.
Bestuurlijke achtergrond
Jaarlijks stelt de gemeenteraad de Binnenhavengeldverordening (BHG) Pleziervaart vast. In de Binnenhavengeldverordening Pleziervaart staat het recht beschreven om belasting te mogen heffen op het gebruik van het binnenhavenwater door pleziervaartuigen en worden de tarieven voor Binnenhavengeld Pleziervaart en doorvaartvignet bepaald. De gemeenteraad heeft op 21 december 2023 de BHG-verordening Pleziervaart 2024 vastgesteld (Gemeenteblad 2024, nr. 564315). Met het vaststellen van de BHG-verordening 2025 wordt de BHGverordening 2024 ingetrokken per 31 december 2024.
Onderbouwing besluit
Vast te stellen de Binnenhavengeldverordening Pleziervaart 2025, met inwerkingtreding per 1 januari 2025, waarvan de belangrijkste wijzigingen zijn:
a. Verschillende areaal gerelateerde uitzonderingen op het Binnenhavengeld Pleziervaart Met ingang van 2025 is het gebruik van openbaar water met een pleziervaartuig, vrijgesteld van Binnenhavengeld Pleziervaart (BHG) in een aantal specifieke gebieden. Naast de in de 1 Gegenereerd: v1.1
RAAD
VN2024-014117 clusterstaf r en e
Binnenhavengeldverordening Pleziervaart 2024 al opgenomen uitzonderingen voor het Noordhollandsch Kanaal en het Markermeer, zijn de uitgezonderde gebieden uitgebreid met het Amsterdam-Rijnkanaal, de Bloemendaler Polder en het overige stadsgebied van Weesp. Deze aanvullende uitzonderingen worden hieronder toegelicht.
Amsterdam-Rijnkanaal Het Amsterdam-Rijnkanaal valt onder het beheer van Rijkswaterstaat en is, net als andere landelijke vaarwegen, vrijgesteld van een aantal gemeentelijke heffingen, zoals het BHG. In deze vaarweg is het niet mogelijk een ligplaats in te nemen voor een pleziervaartuig. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is hier geen vaarwegbeheerder en geen nautisch beheerder. Daarom is er ook geen grondslag aanwezig tot BHG-heffing.
Bloemendaler Polder Voor de Bloemendaler Polder geldt dat deze momenteel nog niet in verbinding staat met het openbaar vaarwater. Ook is deze wijk nog in aanbouw. Hierdoor is het heffen van BHG in dit gebied vooralsnog niet aan de orde, aangezien er geen noemenswaardige vaarbewegingen plaatsvinden.
Stadsgebied Weesp In het overige stadsgebied van Weesp geldt een gedeeltelijke vrijstelling. Deze vrijstelling is alleen van toepassing op het varen zelf; het innemen van een ligplaats in dit gebied blijft onderworpen aan de verplichting tot het betalen van BHG. De reden voor deze uitzondering is dat het nautisch beheer in Weesp bij het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht ligt. Het waterschap is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de waterwegen in dit gebied, waardoor de gemeente voor de uitvoering van deze activiteiten geen BHG kan heffen. Door een ligplaats in te nemen binnen stadsgebied Weesp wordt wel gebruik gemaakt van gemeentelijke voorzieningen en diensten, zodat het heffen van BHG voor ligplaats innemende pleziervaartuigen gerechtvaardigd blijft.
b. Invoering BHG in stadsgebied Weesp Per 2025 wordt BHG ook in stadsgebied Weesp ingevoerd. Om een geleidelijke aanpassing voor de pleziervaartuigen uit stadsgebied Weesp te faciliteren, is een ingroeimodel dat loopt tot 2030 bestuurlijk overeengekomen (zie bijlage brief bevestiging harmonisatie afspraken). In 2025 zal de korting voor stadsgebied Weesp 70% van het reguliere tarief bedragen. Deze korting zal jaarlijks met 15% afnemen, totdat in 2030 het volledige reguliere tarief van toepassing is. Het ingroeimodel wordt jaarlijks verwerkt in de tarieftabel van de Verordening Binnenhavengeld Pleziervaart. Deze maatregel is bedoeld om de overgang naar het nieuwe systeem voor de betrokkenen zo soepel mogelijk te maken.
Pleziervaarders die een specifiek BHG-vignet voor stadsgebied Weesp kopen, namelijk “Regulier
2 Gegenereerd: v1.1
RAAD
VN2024-014117 clusterstaf r en e
tarief Weesp” of ”Abonnementstarief Weesp”, mogen uitsluitend in stadsgebied Weesp een ligplaats innemen. Zij hebben wel de mogelijkheid om in geheel Amsterdam te varen, maar dienen dan een extra bezoekers- of dagtarief aan te schaffen als zij willen afmeren in andere delen van Amsterdam. Deze bepaling is geïntroduceerd om ervoor te zorgen dat het ingroeimodel specifiek gericht blijft op de harmonisatie binnen het stadsgebied van Weesp, zonder de bestaande regeling in de rest van Amsterdam te verstoren. Hierdoor blijft de financiële bijdrage van pleziervaarders in lijn met de bestuurlijk overeengekomen overgangsregeling.
Pleziervaarders die het BHG tarief betalen (zonder de Weesp ingroeikorting) mogen in geheel Amsterdam inclusief stadsgebied Weesp afmeren.
Voor stadsgebied Weesp geldt voorlopig geen verplichting tot het aanschaffen van een doorvaartvignet. Dit komt omdat het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam niet de nautisch beheerder is van het openbaar water in dit gebied.
Pleziervaarders met een doorvaartvignet kunnen het bezoekers- of dagtarief aanschaffen op de gemeentewebsite.
c. Beëindiging van het milieutarief en hybride tarief Het college van burgemeester en wethouders heeft in 2023 besloten (20231219) dat per 1 januari 2025 het milieutarief en het hybride tarief stopt. De milieukorting op BHG wordt hiermee beëindigd.
Vanuit Team Uitstootvrije Mobiliteit (TUM) zal onderzoek worden gedaan naar mogelijkheden om uitstootvrij varen verder te ondersteunen, zodat de overgang naar milieuvriendelijk varen gestimuleerd blijft.
d. Toevoegen van bepalingen om misbruik van het vignet tegen te gaan Doorvaartvignethouders die ligplaats innemen aan de openbare kade zonder daarvoor het bezoekers- of dag tarief te betalen krijgen per 2025 nog maar 1 naheffing voor het bezoekerstarief. Na de eerste naheffing van het bezoekerstarief wordt er bij de volgende constatering binnenhavengeld voor het gehele jaar nageheven.
e. De BHG-tarieven, doorvaartvignet- en het bezoekers- en dagtarief worden geïndexeerd met een indexatie van 3,5 %.
3 Gegenereerd: v1.1
RAAD
VN2024-014117 clusterstaf r en e
De BHG-tarieven, doorvaartvignettarieven en het bezoekers- en dagtarief dienen volgens de regeling standaard systematiek nominaal te worden geïndexeerd. Voor 2025 bedraagt de indexering van de tarieven 3,5 %.
Participatie
Niet van toepassing.
Financiële onderbouwing
Overige toelichting
1.a. De verschillende areaal gerelateerde uitzonderingen op het binnenhavengeld Pleziervaart hebben geen financiële consequenties. 1.b. De invoering binnenhavengeld pleziervaart in stadsgebied Weesp heeft geen substantiële financiële consequenties 1.c. De beëindiging van het milieu tarief en hybride tarief hebben wel financiële consequenties en deze zijn hieronder in de tabel verwerkt. Bij de Voorjaarsnota 2023 zijn de baten al structureel verhoogd als gevolg van een verlaging van de korting van 70% naar 35%. Nu wordt de korting volledig beëindigd. 1.d. De toegevoegde bepalingen om misbruik van het vignet tegen te gaan, hebben mogelijk financiële consequenties, maar zijn te onzeker om er bedragen aan te koppelen. 1.e. De indexatie van de BHG-tarieven, doorvaartvignet- en de afmeertarieven met 3,5% (2025), 3,2% (2026), 3,7% (2027) en 3,3% (2028) heeft een financieel effect en dit is in de tabel hieronder verwerkt. Tabel: Financiële consequenties van de beslispunten BATEN
1.d. Verlaging korting milieu tarief 1.e. Indexatie tarief
Totaal
Product
I/S S
Jaar T (2024) € 0,00
Jaar T+1 (2025) € 500.000
Jaar T+2 (2026) € 500.000
Jaar T+3 (2027) € 500.000
2.5
2.5
S
€ 0,00
€ 151.000
€ 141.000
€ 173.000
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 651.000
€ 641.000
€ 673.000
4 Gegenereerd: v1.1
RAAD
VN2024-014117 clusterstaf r en e
LASTEN Product
Totaal
I/S
Jaar T
Jaar T+1
Jaar T+2
Jaar T+3
I/S
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
I/S
€0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
I/S
€0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
I=Incidenteel S=Structureel Besluit 1 maakt onderdeel uit van de opgevoerde mutaties van de Voorjaarsnota 2024 en Begroting 2025. Consequenties gedekt? Ja. Overige toelichting: Besluit 1 maakt onderdeel uit van de opgevoerde mutaties van de Voorjaarsnota 2024 en Begroting 2025.
Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking).
Geheimhouding
Niet van toepassing.
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Ter Inzage
Registratienr.
Naam
AD2024-060392
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
AD2024-060542
20240919 - Concept BHG verordening 2025.docx (msw12)
AD2024-060544
20220119 - Bijlage - Brief bevestiging harmonisatieafspraken Weesp.pdf (pdf)
Registratienr.
Naam
5 Gegenereerd: v1.1
RAAD
VN2024-014117 clusterstaf r en e
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Programma Varen, Emerentia Meijburg, 06-381 63 663, w.meijburg@amsterdam.nl
6 Gegenereerd: v1.1