CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad voordracht

RAAD 7 mei 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Ongegrond verklaren van een afhandeling van een klacht (VN2026-004488)2.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

VN2026-004488 griffie andreas 2

RAAD Voordracht voor de raadsvergadering van 07 mei 2026

Agendapunt

Raadsaangelegenheden (7) 12

Datum besluit

Presidium 31 maart 2026

Portefeuille

Onderwerp

Ongegrond verklaren van een afhandeling van een klacht De gemeenteraad van Amsterdam besluit

de klacht van een inspreker tegen de voorzitter van de commissie FKD ongegrond te verklaren. Wettelijke grondslag

- Artikel 9:2 van de Algemene wet bestuursrecht - Artikel 12, tweede lid van de Klachtenregeling gemeenteraad en raadsgriffie gemeente Amsterdam Bestuurlijke achtergrond

Op 12 februari 2026 heeft een inspreker een klacht ingediend bij de raadsgriffier tegen de voorzitter van de commissie FKD. Zijn klacht luidt als volgt: 'Geachte mevrouw [NAAM1], Hierbij dien ik een klacht in omdat mij zojuist het woord werd ontnomen omdat ik uw naam en die van [NAAM2], [NAAM3] etc noemde. Het is onjuist dat namen en functies van ambtenaren die vanuit hun functie naar buiten treden niet genoemd mogen worden. Zo staat u op de site (zeer publiek dus): [SCREENSHOT] Ik wijs u op een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2025:10341, r.o 4.19 , 24 december 2025). De rechtbank schrijft: 'Daarbij speelt mee dat, zoals ook de gemeente ter zitting heeft betoogd, de Ambtenaar een publiek profiel heeft. Tussen partijen is niet in geschil dat zij al geruime tijd projectleider is bij de gemeente en heeft bijgedragen aan een groot aantal publieke projecten. Zij presenteert zichzelf ook als zodanig op LinkedIn en komt van tijd tot tijd in de openbaarheid door mee te werken aan interviews en publicaties en deelname aan publieke bijeenkomsten. Daarmee heeft de Ambtenaar er voor gekozen om een meer zichtbare rol te vervullen. Dat betekent dat zij er rekening mee moet houden dat haar naam in publicaties kan worden genoemd, met name wanneer deze publicaties projecten betreffen waaraan zij namens de gemeente verbonden is.

Het betekent ook dat zij met meer kritiek te maken zal kunnen krijgen en deze meer moet kunnen verdragen dan ambtenaren die deze rol niet vervullen en dan willekeurige burgers.' Naast dat het verbieden van namen en functies van ambtenaren die vanuit hun functie naar buiten treden censuur is en in strijd is met artikel 7 van de grondwet en een schending is van artikel 10 en 11

VN2026-004488 griffie andreas 2

RAAD EVRM, gaat het ook nog om willekeur. Andere (in)spreker zoals de wethouders en burgemeester kunnen namen en functies van ambtenaren die vanuit hun functie naar buiten treden wel noemen. Het is dus onjuist dat mij zojuist het woord ontnomen is. Ik verzoek u een voordracht op te stellen voor de raad en daarin voor te stellen mijn klacht gegrond te verklaren.' Onderbouwing besluit

Inleidende overwegingen Voordat inhoudelijk wordt ingegaan op de klacht hecht het presidium eraan uiteen te zetten waarom in het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam (hierna: Rvo) een bepaling is opgenomen dat het niet de bedoeling is dat ambtenaren met naam of tot persoon herleidbare functie worden genoemd in een vergadering van de raad of een raadscommissie en hoe daarop gehandhaafd kan worden. Rol gemeenteraad De gemeenteraad is geen standaard bestuursorgaan, met beperkte hiërarchie en een beperkt aantal ondersteunende medewerkers (de Raadsgriffie). De gemeenteraad is het hoogste orgaan binnen de gemeente, maar heeft door de staatsrechtelijke positie een zeer beperkte taak ten aanzien van het ambtelijke apparaat. De raad stelt de regels, kaders en budgetten vast waarmee het college van burgemeester en wethouders de hem toebedeelde taken uit kan voeren. Hoe het college die taken uitvoert en door wie dat gebeurt is aan het college zelf. De raad controleert het college en kan het college aanspreken op de wijze van tenuitvoerleggen dan die taken. De raad heeft geen (directe) relatie met de ambtenaren die de taken uitvoeren. Het college is ten alle tijden verantwoordelijk. Werkwijze gemeenteraad Besluiten van de raad worden gezamenlijk en in meerderheid genomen op basis van een open debat.

Om dat debat enigszins ordentelijk te kunnen laten verlopen heeft de raad voor zichzelf regels vastgesteld over de orde tijdens vergaderingen van de raad en de raadscommissies. Deze regels, die ook gezien kunnen worden als een soort fatsoensnormen, zijn vastgelegd in het Rvo. Daarin is ook vastgelegd wie deel mogen nemen aan de beraadslagingen tijdens commissievergaderingen. Dat zijn de raadsleden zelf en de fractievertegenwoordigers (gezamenlijk: de commissieleden) in de commissies waarin zij benoemd zijn (art. 18 Rvo). De burgemeester of wethouders zijn aanwezig als de beraadslaging hun portefeuille betreft om vragen vanuit de commissieleden te beantwoorden (art. 19 Rvo). Die bestuurders kunnen op verzoek een stadsdeelbestuurder of ambtenaar aan de beraadslaging laten deelnemen (art. 19 lid 2). In art. 38 worden nog een aantal anderen genoemd die in voorkomende gevallen deel kunnen aan de beraadslaging. Alleen deelnemers aan de beraadslaging kunnen antwoord geven op vragen en zijn op die manier in staat te reageren als zij worden aangesproken. Inspreken In de artikelen 37 en 37a van het Rvo is geregeld dat ook anderen tijdens een vergadering het woord kunnen voeren. Dit inspreekmoment is een kans voor burgers om op persoonlijke titel of namens een organisatie een onderwerp of standpunt onder de aandacht te brengen van de betreffende commissie.

Het punt Inspreekmoment Publiek staat altijd op de agenda voor de bespreekpunten. Het agendapunt heeft daarmee ook een afwijkende vergaderstructuur. De inspreker richt zich tot de commissieleden, die verduidelijkende vragen kunnen stellen aan de inspreker. Er vindt geen beraadslaging plaats. In de vergadering aanwezige bestuurders kunnen niet reageren en er kunnen

2 Gegenereerd: vGOEDGEKEURD

VN2026-004488 griffie andreas 2

RAAD aan hen ook geen vragen worden gesteld. Mocht naar aanleiding van het ingesprokene bij commissieleden de behoefte bestaan om vragen aan de betreffende bestuurder te stellen dan kan hij die pas stellen bij de rondvraag die altijd na inspreekmoment op de agenda staat. Tijdens het inspreekmoment zelf vindt geen beraadslaging (debat) plaats. Geen ambtenaren noemen Voor zover het de commissievergaderingen betreft staan in artikel 35 van het Rvo de 'spelregels' over de orde tijdens de vergadering en de handhaving van die orde. Daar is in lid 1, aanhef en onderdeel e, opgenomen dat de commissievoorzitter een spreker tot de orde roept als die naar zijn mening namen van ambtenaren of tot persoon herleidbare functies noemt. Zoals in de voorgaande alinea's uiteen is gezet hebben tijdens vergaderingen van raadscommissies een beperkt aantal personen het recht het woord te voeren. Personen die het woord niet mogen voeren tijdens de vergaderingen hebben geen mogelijkheid te reageren of te antwoorden als zij aangesproken worden. Om die reden heeft de raad opgenomen dat het niet de bedoeling is dat ambtenaren persoonlijk of indirect worden genoemd. Het eventueel aan de orde stellen van het functioneren van een ambtenaar kan ook in algemene termen gebeuren en daar kan het college op worden aangesproken.

Discretionaire bevoegdheid commissievoorzitter Of en hoe gehandhaafd wordt op de regel dat geen ambtenaren of tot persoon herleidbare functies genoemd mogen worden tijdens commissievergaderingen is vervolgens aan de commissievoorzitter. Dit blijkt uit de aanhef van art. 35, eerste lid: 'de commissievoorzitter roept een spreker tot de orde als die naar zijn mening'. Als een spreker toch een naam of tot persoon herleidbare functie noemt is het aan de commissievoorzitter om te bepalen of dat aanleiding geeft om de spreker tot de orde te roepen door te verzoeken dat niet (meer) te doen, of in een uiterst geval de spreker het woord te ontnemen. De wijze waarop een naam wordt genoemd kan in die beslissing een rol spelen. De klachtprocedure Op 12 februari 2026 is door de heer [NAAM] (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de voorzitter van de commissie FKD (hierna: de voorzitter), omdat zij hem het woord ontnam tijdens zijn inspreekbeurt. De klacht is hierboven opgenomen onder het kopje 'Bestuurlijke achtergrond'. Op 11 maart 2026 is klager in de gelegenheid gesteld zijn klacht toe te lichten tijdens een hoorzitting met een vertegenwoordiger van het presidium en van de raadsgriffie. Een verslag van die hoorzitting is als bijlage toegevoegd. Klager heeft aangegeven dat hij zich niet kan vinden in het verslag, maar heeft geen suggesties voor aanpassing gedaan.

Hij heeft achteraf aangegeven dat hij van de hoorzitting een geluidsopname heeft gemaakt. De voorzitter was niet bij de hoorzitting aanwezig. Zij heeft schriftelijk het volgende aangegeven: 'Zijn klacht tegen mij bevreemdt me eerlijk gezegd, want ik heb hem min of meer op zijn eigen verzoek, aan het einde van zijn bijdrage het woord ontnomen omdat hij de tot dan toe 'anonieme' ambtenaren X en Y doelbewust bij naam noemde, juist om een inspreekverbod te 'triggeren'. Hij introduceerde het moment waarop hij meerdere namen van ambtenaren uitsprak met te stellen dat hij 'niet van plan' was om zich 'in de toekomst aan de verzonnen regels van ambtenaar X en het presidium te houden'. Hij vervolgde zijn betoog met een expliciet verzoek aan het presidium om hem een inspreekverbod op te leggen van drie maanden om op die manier een bestuursrechtelijke uitspraak af te kunnen dwingen over het al dan niet mogen noemen van namen van individuele ambtenaren bij het publiekelijk inspreekmoment tijdens raadscommissievergaderingen. Als ik hem dan vervolgens het woord ontneem is

3 Gegenereerd: vGOEDGEKEURD

VN2026-004488 griffie andreas 2

RAAD hij kennelijk boos en dient een klacht tegen mij in. Overigens neemt [inspreker] alle ruimte om via andere kanalen die bewuste ambtenaren in diskrediet te brengen.' Beoordeling Klager voert, kort samengevat, het volgende aan: - Het is onjuist dat namen en functies van ambtenaren die vanuit hun functie naar buiten treden niet genoemd mogen worden. - Er is sprake van willekeur; andere sprekers worden niet tot de orde geroepen bij het noemen van namen. - Het is in strijd met mensenrechtelijke bepalingen dat hem het woord is ontnomen tijdens zijn inspreekbeurt. - De ombudsman heeft bij een voorgaande klacht over een vergelijkbaar geval geoordeeld dat de raad onbehoorlijk heeft gehandeld. De raad heeft zijn handelswijze daar niet op aangepast. Namen van naar buiten tredende ambtenaren Klager geeft aan dat ambtenaren die vanuit hun functie in de openbaarheid treden, ook in de openbaarheid genoemd moeten kunnen worden als hun functioneren of handelen daartoe aanleiding geven. Dit geldt zowel voor de allerhoogste ambtenaren, zoals de gemeentesecretaris en de griffier, als voor ambtenaren die vanuit hun functie in de openbaarheid treden, zoals de kwartiermaker organisatieontwikkeling en omgevingsmanagers of projectleiders. Hij ziet daarvoor steun in een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam (https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:10341).

Rechtsoverweging 4.19 uit die uitspraak luidt: 'Daarbij speelt mee dat, zoals ook de gemeente ter zitting heeft betoogd, de Ambtenaar een publiek profiel heeft. Tussen partijen is niet in geschil dat zij al geruime tijd projectleider is bij de gemeente en heeft bijgedragen aan een groot aantal publieke projecten. Zij presenteert zichzelf ook als zodanig op LinkedIn en komt van tijd tot tijd in de openbaarheid door mee te werken aan interviews en publicaties en deelname aan publieke bijeenkomsten. Daarmee heeft de Ambtenaar er voor gekozen om een meer zichtbare rol te vervullen. Dat betekent dat zij er rekening mee moet houden dat haar naam in publicaties kan worden genoemd, met name wanneer deze publicaties projecten betreffen waaraan zij namens de gemeente verbonden is. Het betekent ook dat zij met meer kritiek te maken zal kunnen krijgen en deze meer moet kunnen verdragen dan ambtenaren die deze rol niet vervullen en dan willekeurige burgers' Klager miskent met deze stelling dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen openbare publicaties en de orde tijdens commissievergaderingen. Zoals in de algemene overwegingen beschreven gaat het er bij commissievergaderingen dat de aangesprokene geen mogelijkheden heeft te reageren binnen dat gremium. Bij bijvoorbeeld een post op sociale media is dat anders.

Het is voor de aangesproken ambtenaar daar wel mogelijk om binnen zo'n gremium te reageren, hetzij door direct op de post commentaar te leveren of door in een eigen post erop in te gaan. De door klager aangehaalde rechterlijke uitspraak geldt dan ook niet voor de vergaderorde tijdens commissievergaderingen. Willekeur Klager geeft aan dat andere sprekers tijdens in zowel de commissie FKD als andere raadscommissies en raadsvergaderingen niet tot de orde zijn geroepen door de betreffende voorzitters. Klager geeft

4 Gegenereerd: vGOEDGEKEURD

VN2026-004488 griffie andreas 2

RAAD aan dat sommige wethouders en burgemeesters met enige regelmaat de namen noemen van bijvoorbeeld de gemeentesecretaris of, meer recent, de kwartiermaker organisatieontwikkeling. Zij worden doorgaans dan niet tot de orde geroepen, laat staan dat hen het woord is ontnomen. Klager geeft aan dat hij heeft gesproken met wethouders Van Buren en Meliani. Zij zouden hem beiden hebben verteld dat zij het ook niet eens zijn met deze regel en zij zouden niet voornemens zijn zich er strikt aan te houden. Klager geeft voorts nog aan dat hij heeft gesproken met de voorzitter van de commissie AZ, die hem te kennen heeft gegeven dat de toon en wijze waarop namen van ambtenaren worden genoemd voor hem van belang zijn voor de beslissing om wel of niet de spreker tot de orde te roepen. Klager geeft aan dat hij het gevoel heeft dat andere sprekers meer ruimte krijgen om namen te noemen dan hij. Het tot de orde roepen van een spreker omdat die een naam van een ambtenaar noemt is evenwel, zoals hierboven beschreven, een discretionaire bevoegdheid van de commissievoorzitter. De commissievoorzitter FKD geeft aan dat zij van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, omdat klager doelbewust de namen van ambtenaren noemde om de ordemaatregel te triggeren.

Daarmee heeft zij voldoende gemotiveerd waarom zij klager het woord heeft ontnomen aan het einde van zijn inspreekbeurt tijdens de vergadering van 12 februari. Overigens heeft de commissievoorzitter bij het ontnemen van het woord ook nog aangegeven dat zij klager ook/primair het woord ontnam, omdat zijn spreektijd voorbij was. Vrijheid van meningsuiting Klager geeft aan dat door hem het woord te ontnemen zijn vrijheid van meningsuiting wordt beperkt, hetgeen schending van mensenrechtelijke bepalingen oplevert, met name van artikel 10 EVRM. Er zou ook sprake zijn van censuur, omdat het hem bij voorbaat onmogelijk wordt gemaakt om zijn hele verhaal te doen. Het noemen van namen van ambtenaren is volgens klager daarvan een onlosmakelijk onderdeel. Voorop staat een inperking van de vrijheid van meningsmening volgens het tweede lid van artikel 10 EVRM kan worden ingeperkt indien die inperking bij wet is voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van, onder meer, de bescherming van de goede zeden en van de goede naam of de rechten van anderen. Dat namen niet genoemd mogen worden is opgenomen in de het Rvo, daarmee is het eventueel tot de orde roepen bij wet voorzien en zoals uit het voorgaande blijkt is deze bepaling onder meer ter bescherming van de goede zeden en de goede naam van anderen.

Dat een ieder in beginsel vrij is om zijn mening in volle omvang te verstrekken betekent nog niet dat ieder gremium of medium dat een podium biedt elke mening of denkbeeld moet toestaan binnen dat gremium of dat medium. De raad heeft daarvoor spelregels opgesteld in zijn Rvo. Maar ook andere mediums hebben spelregels. Zo zullen kranten niet alles publiceren, gelden aan talkshowtafels afspraken over wat wel of niet toelaatbaar is en hebben vrijwel alle internetpagina's waar meningen kunnen worden gedeeld moderatoren die de goede orde daar bewaken. Het staat klager vrij zijn denkbeelden te uiten op daarvoor geschikte plekken. En ook tijdens het inspreken in raadscommissies heeft klager veel ruimte zijn denkbeelden te openbaren. Maar dat laatste dan wel alleen binnen de door de raad gestelde kaders. Het standpunt van de ombudsman De ombudsman heeft op 6 maart 2026 geoordeeld over de afdoening van een eerdere klacht van klager met een zeer vergelijkbare strekking. Daarbij heeft de ombudsman, onder meer, geoordeeld dat de gemeenteraad onbehoorlijk heeft gehandeld door niet duidelijk te motiveren waarom in het

5 Gegenereerd: vGOEDGEKEURD

VN2026-004488 griffie andreas 2

RAAD specifieke geval klager door de desbetreffende commissievoorzitter tot de orde werd geroepen. De ombudsman vindt tevens dat de spelregels verduidelijkt zouden moeten worden. Het presidium is mede door dit oordeel overgegaan tot deze uitvoerige uiteenzetting van het kader in de ìnleidende overwegingen en een diepgaandere beschouwing op de verschillende onderdelen van de klacht. Dat laat onverlet dat het ontnemen van het woord, als ordemaatregel, tijdens het inspreken in een raadscommissie een discretionaire bevoegdheid is en blijft van de dienstdoende commissievoorzitter. In die zin kan de raad dan ook geen inhoudelijk oordeel vellen of het wel of niet terecht was dat klager op 12 februari het woord is ontnomen tijdens zijn inspreekbeurt. Conclusie Op basis van het bovenstaande adviseert het presidium de klacht ongegrond te verklaren. Participatie

Niet van toepassing Financiële onderbouwing

Consequenties gedekt? Niet van toepassing Conclusie: Dit voorstel heeft geen financiële consequenties Geheimhouding

Zowel klager als beklaagde hebben akkoord gegeven op openbaarmaking van de voordracht en bijlagen. De namen zijn, op grond van art. 5.1, tweede lid, onderdeel e, van de Wet open overheid geanonimiseerd. Welke stukken treft u aan

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2026-020679

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2026-020685

Klachtafdoening 6 maart 2026.pdf (pdf)

AD2026-020686

Geanonimiseerd Verslag hoorzitting 11 maart 2026.docx (msw12)

AD2026-021445

Reactie 2 april 2026 op raadsvoordracht presidium 31 maart 2026 - geanonimiseerd.pdf (pdf)

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Raadsgriffie, raadsbox@amsterdam.nl

6 Gegenereerd: vGOEDGEKEURD

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16874663/1