CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 11 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Negentiende wijzigingsverordening Onroerendezaakbelastingen 2007 (VN2025-014657)761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

VN2025-014657 rve belastingen

RAAD Voordracht voor de raadsvergadering van 10 december 2025

Agendapunt

Financiën (36) 8

Datum besluit

14 oktober 2025

Portefeuille

Onderwerp

Vaststellen van de Negentiende wijzigingsverordening Onroerendezaakbelastingen 2007 De gemeenteraad van Amsterdam besluit

De Negentiende wijzigingsverordening Onroerendezaakbelastingen 2007 vast te stellen, met als belangrijkste punten:

▪ Aanpassing van de waardepeildatum naar 1 januari 2025 in artikel 3, lid 3; ▪ Aanpassing van de tarieven in artikel 5, waarmee de in de Begroting 2026 opgenomen opbrengsten OZB worden gerealiseerd;

▪ Aanpassing van de ingangsdatum naar 1 januari 2026 in artikel 9. Wettelijke grondslag

Artikel 216 van de Gemeentewet bevat de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingverordeningen vast te stellen. Elk besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting geschiedt in de vorm van een belastingverordening. Gemeentelijke belastingen kunnen enkel worden geheven op grond van de Gemeentewet dan wel een andere wet. Zonder een wettelijke basis is invoering van een gemeentelijke belasting niet mogelijk. In artikel 220 van de Gemeentewet is de bevoegdheid van de gemeenten tot heffing van de onroerendezaakbelastingen neergelegd. Tevens is bepaald wie de belastingplichtigen zijn voor de onroerendezaakbelastingen. Verdere bepalingen omtrent de onroerendezaakbelastingen zijn opgenomen in artikel 220a t/m 220h van de Gemeentewet. Bestuurlijke achtergrond

Op basis van de Verordening Onroerendezaakbelastingen wordt door de gemeente onroerendezaakbelasting (hierna: OZB) geheven bij de eigenaar van woningen en niet-woningen (zakelijk vastgoed) en bij de gebruiker van niet-woningen, die in de gemeente gelegen zijn. Dit gebeurt op grond van de waarde in het economische verkeer van die onroerende zaken, vastgesteld op een vaste peildatum op grond van de Wet waardering onroerende zaken, de zogenaamde WOZwaarde. Bij raadsbesluit van 20 december 2006 (Gemeenteblad afd. 3A, nr. 266/732) is de Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007 vastgesteld. De verordening is laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 11 december 2024 (Gemeenteblad 2024, Nr. 2024-529889). Onderbouwing besluit

De gemeenteraad wordt voorgesteld de Negentiende wijzigingsverordening Onroerendezaakbelastingen 2007 vast te stellen, waarmee de volgende wijzigingen in de verordening worden aangebracht:

▪ Aanpassing van de waardepeildatum naar 1 januari 2025 in artikel 3, lid 3;

VN2025-014657 rve belastingen

RAAD ▪ Aanpassing van de tarieven in artikel 5, waarmee de in de Begroting 2026 opgenomen opbrengsten OZB worden gerealiseerd;

▪ Aanpassing van de ingangsdatum naar 1 januari 2026 in artikel 9. De WOZ-waarde geldt als basis voor de heffing van de OZB. De OZB wordt berekend als een percentage van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen (zoals bedrijfs- en winkelpanden). De ontwikkeling van de WOZ-waarde van het areaal is van belang voor de tarieven, die worden berekend door de begrote baten te delen door de areaalwaarde. In de periode van 1 januari 2024 tot 1 januari 2025 is de totale waarde van de woningen met 12 % en die van de niet-woningen met 0,3 % gestegen. Aanpassing tarieven (artikel 5) Om de in de Begroting 2026 opgenomen opbrengsten OZB te kunnen realiseren, wordt de raad voorgesteld om de OZB-tarieven in artikel 5 (Belastingtarieven) voor het jaar 2026 als volgt vast te stellen:

Eigenarenbelasting Woningen Niet-woningen Gebruikersbelasting Niet-woningen

% van de WOZ-waarde 2025

% van de WOZ-waarde 2026

0,0577 0,2436

0,0527 0,2525

0,1809

0,1832

De gemiddelde OZB-aanslag voor eigenaren van een koopwoning stijgt daarmee van circa € 393 naar € 413. Daarmee blijft de OZB-aanslag voor Amsterdamse eigenaars-bewoners onder het landelijk gemiddelde van 2025 (€ 453).Voor een gebruiker van een zakelijk object (niet-woning) met een waarde van € 800.000 stijgt de aanslag met circa € 19 naar 1.466 (2025: € 1.447). Voor een eigenaar van een zakelijk object met dezelfde waarde stijgt de aanslag met circa € 71 naar € 2.020 (2025: 1.949). De hoogte van de OZB-aanslag van een individuele belastingplichtige blijft uiteraard afhankelijk van de waardeontwikkeling van de eigen woning of het zakelijke pand Participatie

Belastingtarieven zijn uitgezonderd in art. 3, derde lid sub d van de Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over burger-, overheids- en netwerkparticipatie. Financiële onderbouwing

Consequenties gedekt? Ja Overige toelichting

Met de in de verordening opgenomen tarieven kunnen de voor 2026 begrote opbrengsten OZB worden gerealiseerd. Conclusie De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking).

2 Gegenereerd: v1.11

VN2025-014657 rve belastingen

RAAD Geheimhouding

N.v.t. Welke stukken treft u aan

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2025-066086

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2025-066087

BEKENDMAKING Bijlage 1 Negentiende wijzigingsverordening Onroerendezaakbelastingen 2007.docx (msw12)

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Belastingen, Ron Stam r.stam@amsterdam.nl 06-53524786

3 Gegenereerd: v1.11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16373140/1