CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 12 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Overnemen van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport Wmo-hulpmiddelen (VN2025-006574)1.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

RAAD

VN2025-006574 rekenkamer

Voordracht voor de raadsvergadering van 11 juni 2025

Agendapunt

Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 4

Datum besluit

n.v.t.

Portefeuille

Onderwerp

Overnemen van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport Wmo-hulpmiddelen De gemeenteraad van Amsterdam besluit

gezien de voordracht van het presidium,

1. Kennis te nemen van het rapport van de rekenkamer, getiteld Wmo-hulpmiddelen, waarin de hoofdconclusie is dat de gemeente Amsterdam het beter moet doen voor mensen met zware beperkingen. 2. De vijf aanbevelingen uit het rapport over te nemen: o Aanbeveling 1: Verbeter de afspraken met leveranciers o Aanbeveling 2: Ontwikkel een systematische aanpak om de uitvoering te monitoren en te verbeteren o Aanbeveling 3: Overweeg maatregelen om beoogde concurrentie op kwaliteit meer te stimuleren o Aanbeveling 4: Stel een beleidsplan op conform de wettelijke verplichting en zorg voor een duidelijke visie op de uitvoering o Aanbeveling 5: Versterk rechtspositie en inbreng van cliënten op de uitvoering 3. Het college van burgemeester en wethouders te vragen om deze aanbevelingen uit te voeren.

Wettelijke grondslag

Artikel 185 van de Gemeentewet (toesturen rekenkamerrapport voorzien van aanbevelingen aan de raad).

Bestuurlijke achtergrond

De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) geeft gemeenten de taak om ondersteuning te bieden aan mensen die hulp nodig hebben. Een vorm van hulp die de gemeente moet bieden, is het geven van Wmo-hulpmiddelen aan mensen met een lichamelijke beperking. Het gaat hier bijvoorbeeld om rolstoelen en scootmobielen. De rekenkamer is nagegaan in hoeverre de gemeente de processen rondom de Wmo-hulpmiddelen doeltreffend heeft georganiseerd. De hoofdconclusie is dat de basis op orde is, maar dat er gebrek aan grip is op verschillende processen. Vooral voor mensen met zeer complexe hulpvragen zijn écht verbeteringen nodig. De Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad is een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat het beleid en de uitvoering van de gemeenten Amsterdam en Zaanstad kritisch onderzoekt. De rekenkamer onderzoekt of de gemeenten hun afspraken nakomen, dit volgens de regels doen en niet te veel geld 1 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-006574 rekenkamer

uitgeven. Daarnaast geeft de rekenkamer aanbevelingen voor verbeteringen. Het doel is om bij te dragen aan transparantie, goed bestuur en verbeteringen in het gemeentelijk beleid. Bestuurlijke reacties en nawoord Uit de bestuurlijke reactie van het college blijkt dat het de aanbevelingen van de rekenkamer grotendeels wil overnemen. De rekenkamer waardeert de uitgebreide en positief-constructieve reactie van het college. Het college zal in september 2025 een gedetailleerder plan van aanpak voor de opvolging van de aanbevelingen aanbieden aan de gemeenteraad. De rekenkamer adviseert de raad om dit plan van aanpak kritisch te bekijken om een tijdige opvolging van de aanbevelingen te borgen. Daarnaast neemt het college de aanbevelingen van de rekenkamer mee in de aankomende aanbestedingsprocedure voor leveranciers van Wmo-hulpmiddelen (2025). Voordat het plan van aanpak wordt voorgelegd, moeten er ook al besluiten genomen worden in het kader van de inkoopprocedure 2026. De rekenkamer adviseert de gemeenteraad om het college te vragen deze besluiten ter goedkeuring voor te leggen en kritisch te zijn op enerzijds de vraag of voorgenomen afspraken met leveranciers inderdaad verbeteringen bevatten ten opzichte van de vorige afspraken, en anderzijds of er voldoende aandacht in de afspraken is voor cliënten met een complexe hulpvraag.

Onderbouwing besluit

Ad 1: Hoofdconclusie van het rekenkamerrapport Wmo-hulpmiddelen De hoofdvraag van het onderzoek luidt: ‘In hoeverre heeft de gemeente de processen rondom de Wmo-hulpmiddelen doeltreffend georganiseerd?’ Onze hoofdconclusie luidt als volgt: De gemeente heeft de basis rondom de Wmo-hulpmiddelen redelijk op orde, maar er is gebrek aan grip op verschillende processen. Vooral voor mensen met zeer complexe hulpvragen zijn echt verbeteringen nodig. De gemeente slaagt erin om Wmo-hulpmiddelen te leveren aan bewoners die daar aanspraak op maken. In Amsterdam zijn ongeveer 13.500 hulpmiddelen in gebruik (stand juni 2024), die worden geleverd en onderhouden door vier leveranciers. Daarmee helpt Amsterdam veel mensen met een beperking. Het is positief dat Amsterdam de basis redelijk op orde heeft. Het verstrekken van Wmohulpmiddelen door de gemeente draagt bij aan de zelfstandigheid en (sociale) participatie van bewoners met een beperking. Zij kunnen hierdoor beter meedoen in de samenleving, zich vrijer door de stad bewegen en actiever blijven. Daarmee helpen de Wmo-hulpmiddelen ook om eventuele zorglast van mantelzorgers en professionals te verlichten, en extra medische kosten te voorkomen. Deze voordelen worden bekostigd met een relatief klein deel van de Amsterdamse begroting: de ambtelijke organisatie verwacht dat de Wmo-hulpmiddelen in 2025 ongeveer € 15 miljoen gaan kosten.

Ondanks dat Amsterdam veel goed doet, maken we ons zorgen om het gebrek aan grip dat de gemeente heeft. Dit gebrek aan grip op de processen kan grote gevolgen hebben voor (veelal kwetsbare) bewoners die gebruik (willen) maken van Wmo-hulpmiddelen. Daarmee komt de doeltreffendheid in het geding. Vooral voor bewoners met zeer complexe hulpvragen – die volledig afhankelijk zijn van een of meerdere hulpmiddelen om te kunnen participeren in de samenleving – kunnen de gevolgen van haperende processen enorm zijn. Soms kan het zelfs betekenen dat iemand een tijd lang niet goed mee kan doen in de samenleving.

2 Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-006574 rekenkamer

Het gebrek aan grip blijkt uit drie deelconclusies. Ten eerste concluderen we dat de gemeente onvoldoende een proactieve en lerende houding aanneemt. Ten tweede komt weinig terecht van de beoogde concurrentie op kwaliteit door tekortkomingen en hiaten in de afspraken met leveranciers. Ten derde maakt de gemeente onvoldoende duidelijk aan bewoners wat zij van de gemeente kunnen verwachten door het ontbreken van beleid. Ad 2: Aanbevelingen De rekenkamer deed vijf aanbevelingen aan het college en de gemeenteraad. Hieronder wordt elke aanbeveling kort toegelicht. De volledige teksten van de aanbevelingen zijn terug te vinden in het bestuurlijk rapport.

Aanbeveling 1: Verbeter afspraken met de leveranciers<br>De rekenkamer raadt het college aan om de afspraken met de leveranciers in de komende aanbesteding te verbeteren. Afspraken die hun effect hebben bewezen, kunnen overgenomen worden. Maar daarnaast verdient het aanbeveling enkele afspraken toe te voegen. Verbeteringen zijn ten eerste te behalen bij de prestatie-indicatoren die worden vastgelegd. Daarnaast zijn er hiaten in de bestaande afspraken die kunnen worden gedicht. De rekenkamer raadt het college aan om afspraken met externe partners te maken over prestatie-indicatoren; hoe lang reparaties van hulpmiddelen maximaal mogen duren; het doorgeven van persoonsgegevens tussen gemeente, indicatieadvisering en leveranciers; en de behandeling van doelgroepen met (zeer) complexe hulpvragen.<br> Aanbeveling 2: Ontwikkel een systematische aanpak om de uitvoering te monitoren en te verbeteren<br>De rekenkamer raadt het college aan om een systematische aanpak te ontwikkelen voor het monitoren van de uitvoering, met het doel om continu scherp te blijven op wat er niet goed gaat en wat er beter kan. Zorg dat informatie op één centraal punt wordt verzameld en geanalyseerd. Monitor doorlooptijden structureel. Verfijn de informatie die wordt verzameld. Combineer informatie bij het maken van de analyses.

Informeer belanghebbende partijen structureel over resultaten van de aanpak.<br> Aanbeveling 3: Overweeg maatregelen om beoogde concurrentie op kwaliteit meer te stimuleren<br>De rekenkamer raadt het college aan om afspraken te maken met leveranciers en aanvullende maatregelen in te zetten om de beoogde concurrentie op kwaliteit in de praktijk in werking te brengen. Informeer aanvragers beter over de keuzemogelijkheid van leveranciers. Publiceer meer informatie over prestaties van leveranciers op een toegankelijke manier. Overweeg aanvullende maatregelen zoals het gebruik van een opdrachtenstop, actievere monitoring of bonussen.<br> Aanbeveling 4: Stel een beleidsplan op conform de wettelijke verplichting en zorg voor een duidelijke visie op de uitvoering<br>De rekenkamer raadt het college aan om een voorstel te maken voor een beleidsplan voor de uitvoering van de Wmo, en dit ter vaststelling voor te leggen aan de gemeenteraad. Besteed in dit plan expliciet aandacht aan de eisen ex. art.

2.1.2 Wmo; wat bewoners van de gemeente mogen verwachten; continuïteit van de hulpverlening; rechtszekerheid; maximale doorlooptermijnen voor aanvragen; in hoeverre Amsterdam en uitvoerders maatwerk (kunnen) toepassen in relatie tot vastgestelde regelgeving; visie van het gemeentebestuur op de uitvoering; maatregelen om deze visie te realiseren.<br> Aanbeveling 5: Versterk rechtspositie en inbreng van cliënten op de uitvoering<br>De rekenkamer raadt het college aan om maatregelen te nemen om de rechtspositie van cliënten te versterken en hen meer mogelijkheden te geven voor inbreng op de uitvoering van de Wmo. Dit biedt de mogelijkheid om de ervaringen van cliënten meer te gebruiken om de uitvoering te verbeteren. Zorg voor laagdrempelige communicatie over rechten, plichten en procedures. Betrek belangenorganisaties structureel bij aanbesteding(en), beleid en afspraken met leveranciers en andere ketenpartners. Voer op eigen initiatief periodiek reflectiegesprekken met relevante partijen. Overweeg het aanbieden van onafhankelijke ondersteuning in het aanvraagproces. 3

Gegenereerd: v1.1

RAAD

VN2025-006574 rekenkamer

Plan van aanpak Anders dan gebruikelijk vraagt de rekenkamer in het besluit niet om een plan van aanpak. De reden daarvoor is dat het college in zijn bestuurlijke reactie al heeft aangekondigd dat het in september 2025 een uitgebreider plan van aanpak zal voorleggen aan de gemeenteraad.

Participatie

n.v.t.

Financiële onderbouwing

Overige toelichting

n.v.t. Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties.

Geheimhouding

n.v.t.

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Ter Inzage

Registratienr.

Naam

AD2025-026774

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2025-026781

01 Aanbiedingsbrief aan de gemeenteraad (pdf)

AD2025-026782

03 Onderzoeksrapport Wmo-hulpmiddelen (pdf)

AD2025-026783

02 Bestuurlijk rapport Wmo-hulpmiddelen (pdf)

Registratienr.

Naam

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Erik Oppenhuis (projectleider onderzoek Wmo-hulpmiddelen), tel.: 06-12 75 66 19, e-mail: e.oppenhuis@rekenkamer-amsterdam.nl

4 Gegenereerd: v1.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15659813/1