CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 11 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennelijk ongegrond verklaren klacht inspreker (VN2026-006231)1.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

VN2026-006231 griffie andreas 2

RAAD Voordracht voor de raadsvergadering van 10 juni 2026

Agendapunt

Raadsaangelegenheden (7) 13

Datum besluit

11 mei 2026, Presidium

Portefeuille

Onderwerp

Kennelijk ongegrond verklaren klacht inspreker De gemeenteraad van Amsterdam besluit

1. een klacht van een inspreker tegen de voorzitter van de Tijdelijke Algemene

Raadscommissie kennelijk ongegrond te verklaren; 2. klachten van deze inspreker, ten aanzien van de handhaving van de orde wegens het noemen van namen of tot persoon herleidbare functies van ambtenaren tijdens commissievergaderingen, niet meer in behandeling te nemen; 3. het Presidium te mandateren om klachten van deze inspreker ten aanzien van de handhaving van de orde tijdens commissievergaderingen af te doen. Wettelijke grondslag

- Artikel 9:2 van de Algemene wet bestuursrecht - Artikel 9:8, derde lid Algemene wet bestuursrecht - Artikel 9:10, tweede lid, onderdeel a - Artikel 10:3 Algemene wet bestuursrecht - Artikel 12, tweede lid van de Klachtenregeling gemeenteraad en raadsgriffie gemeente Amsterdam Bestuurlijke achtergrond

Op 15 april 2026 heeft een inspreker een klacht ingediend bij het Presidium tegen de dienstdoende voorzitter van de Tijdelijke Algemene Raadscommissie (TAR). Zijn klacht luidt als volgt: Geacht presidium, Vandaag verbood [Naam commissievoorzitter] mij te spreken over ambtenaren die vanuit hun fucntie naar buiten treden. Dat is in stijd met het censuurverbod (artikel 7 van de grondwet en artikel 10 EVRM).Voorts wordt die censuur ook nogeens alleen toegepast op insprekers. Halsema sprak vandaag uitgebreid bij de rondvraag over de gemeentesecretaris. Het is vaste rechtspraak dat ambtenaren die vanuit hun functie naar buiten treden wel genoemd en bekritiseerd mogen worden. Ik verzoek jullie een voordracht op te stellen voor de raad en daarin voor te stellen mijn klacht gegrond te verklaren. Ik licht mijn klacht graag toe op een hoorzitting

VN2026-006231 griffie andreas 2

RAAD Onderbouwing besluit

Ad 1. een klacht van een inspreker tegen de voorzitter van de Tijdelijke Algemene Raadscommissie kennelijk ongegrond te verklaren Klager heeft over het handhaven de vergaderorde tijdens vergaderingen van raadscommissies, vanwege het noemen van namen of tot persoon herleidbare functies, meerdere klachten en bezwaarschriften ingediend.

a. Op 21 september 2025 is door klager een klacht ingediend tegen de voorzitter van de

commissie Algemene Zaken (AZ), omdat de voorzitter klager tijdens zijn inspreekbeurt had verzocht geen namen te noemen. Deze klacht is door de raad ongegrond verklaard op 13 november 2025. b. Op 21 januari 2026 is door klager een bezwaarschrift ingediend tegen een uitlating van de voorzitter van de commissie FKD op 15 januari 2026. Dit bezwaar is door de commissievoorzitter niet-ontvankelijk verklaard op 16 maart 2026. c. Op 4 februari 2026 is door klager een bezwaarschrift ingediend tegen een mail van de voorzitter van de commissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding (OZA) van 4 februari 2026. Dit bezwaar is door de commissievoorzitter niet-ontvankelijk verklaard op 16 maart 2026. d. Op 5 februari 2026 is door klager een bezwaarschrift ingediend tegen een mail van het secretariaat van de commissie FKD op 15 januari 2026. Dit bezwaar is door de commissievoorzitter FKD niet-ontvankelijk verklaard op 16 maart 2026. e. Op 12 februari 2026 is door klager een klacht ingediend tegen de voorzitter van de commissie Financiën, Kunst en Diversiteit (FKD), omdat de voorzitter klager tijdens zijn inspreekbeurt had verzocht geen namen te noemen. Deze klacht is door de raad ongegrond verklaard op 7 mei 2026.

In al deze zaken speelt hetzelfde vraagstuk: mag een commissievoorzitter een inspreker tot de orde roepen als die tijdens zijn inspreekbeurt namen of tot persoon herleidbare functies van ambtenaren noemt. Klager is van mening dat dit een ongerechtvaardigde inperking van zijn (mensen)rechten betreft. Klager is in alle gevallen inhoudelijk in het ongelijk gesteld. De voorzitter van de commissie AZ van de klacht van 21 september 2025 is dezelfde als de voorzitter van de TAR waartegen onderhavige klacht zich richt. De standpunten van zowel de commissievoorzitter, het presidium, als de raad zijn bij klager bekend. In de klacht worden geen nieuwe argumenten aangedragen. Een nadere inhoudelijke behandeling is daarmee niet noodzakelijk. Het presidium adviseert op basis van het voorgaande de klacht kennelijk ongegrond te verklaren. Als een klacht kennelijk ongegrond is, kan van het horen van de klager worden afgezien. Dat is onderhavige zaak gebeurd. Ad 2. klachten van deze inspreker, ten aanzien van de handhaving van de orde wegens het noemen van namen of tot persoon herleidbare functies van ambtenaren tijdens commissievergaderingen, niet meer in behandeling te nemen Een bestuursorgaan is niet verplicht een klacht te behandelen als die betrekking heeft op een gedraging waarover reeds eerder een klacht is ingediend.

Het is tevens niet verplicht indien het belang van de klager dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is. Zo wordt althans gesteld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht. Klager heeft met onderhavige klacht voor de zesde maal hetzelfde inhoudelijke punt gemaakt. Er is weliswaar telkens sprake van

VN2026-006231 griffie andreas 2

RAAD een nieuwe gedraging, hij wordt bijvoorbeeld opnieuw verzocht geen namen te noemen tijdens een volgende inspreekbeurt, maar de facto is de situatie hetzelfde. Omdat voorzienbaar is dat klager volhardt in zijn standpunt, waarmee het denkbaar is dat hij tijdens een volgende inspreekbeurt wederom tot de orde kan worden geroepen wegens het noemen van namen of tot persoon herleidbare functies van ambtenaren, adviseert het presidium om klachten over het handhaven van de vergaderorde wegens het noemen van namen of tot persoon herleidbare functies van ambtenaren van deze klager niet meer in behandeling te nemen. Ad 3.het Presidium te machtigen om op basis van het voorgaande beslispunt besluiten te nemen Als een klacht niet in behandeling wordt genomen, zoals hierboven voorgesteld, dan moet klager daarover nog wel op de hoogte worden gesteld. Om te voorkomen dat ook dit soort besluiten door de raad moeten worden genomen, wordt voorgesteld om het presidium te mandateren te besluiten klachten van deze klager, ten aanzien van het treffen van ordemaatregelen bij het noemen van namen of tot persoon herleidbare functies van ambtenaren tijdens inspreekbeurten, niet in behandeling te nemen. Participatie

nvt Financiële onderbouwing

Deze voordracht heeft geen financiële consequenties Geheimhouding

nvt Welke stukken treft u aan

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2026-028017

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Raadsgriffie, raadsbox@amsterdam.nl

3 Gegenereerd: v1.9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17064696/1