CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeenteraad Voordracht

RAAD 11 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beschikbaar stellen van gelden uit het Klimaatfonds voor het oprichten van een Energie Diensten Organisatie (EDO). (VN2025-014371)4.568 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

VN2025-014371 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD Voordracht voor de raadsvergadering van 10 december 2025

Agendapunt

Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie (42) 26

Datum besluit

College van B&W van 11 november 2025

Portefeuille

Onderwerp

Beschikbaar stellen van gelden uit het Klimaatfonds voor het oprichten van een Energie Diensten Organisatie (EDO). De gemeenteraad van Amsterdam besluit

1. Tot het beschikbaar stellen van €7.500.000 uit het Klimaatfonds voor het oprichten van een Energie Diensten Organisatie. 2. Kennis te nemen van het positieve advies van de fondsbeheerder van het Klimaatfonds. Wettelijke grondslag

Artikel 189, eerste lid, van de Gemeentewet Voor alle taken en activiteiten brengt de raad jaarlijks op de begroting de bedragen die hij daarvoor beschikbaar stelt, alsmede de financiële middelen die hij naar verwachting kan aanwenden. Artikel 5 van de Gewijzigde Financiële verordening Amsterdam 2023 De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting: de mutaties in reserves op programmaniveau en per onderdeel daarvan als het programma is onderverdeeld. Bestuurlijke achtergrond

Op 4 juli 2023 stelde het college ‘Onze Stad van Morgen’ vast, met focus op samenwerking met de stad en het betrekken van Amsterdammers bij de energietransitie. Op 19 november 2024 besloot het college tot publiek-civiele samenwerking om energiegemeenschappen te versterken, ondersteund door een EDO. Het herziene bestedingsperspectief Klimaatfonds 2025, waarin €7.5 miljoen is opgenomen voor de EDO, is op 15 mei 2025 besproken in de raad en op 17 juni 2025 vastgesteld door het college. Onderbouwing besluit

Ad1 ) Vaststellen van het besluit om €7.500.000 uit het Klimaatfonds beschikbaar te stellen voor het oprichten van een Energie Diensten Organisatie (EDO). Wij verzoeken u om € 7.500.000 uit het Klimaatfonds beschikbaar te stellen voor het oprichten van een EDO. Het college heeft in november 2024 besloten energiegemeenschappen een volwaardige positie te geven in de energietransitie. De oprichting van de EDO is een belangrijk middel om de energietransitie in Amsterdam te versnellen en dergelijke bewonersinitiatieven met betrekking tot duurzame opwek en energiebesparing te versterken. De beheerder van het Klimaatfonds heeft een positief advies over het bestedingsvoorstel van de EDO afgegeven (zie Ad2.)

VN2025-014371 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD De Energiediensten Organisatie (EDO) wordt een ondersteuningsorganisatie voor energiegemeenschappen en begeleidt projectrijpe energie-initiatieven richting uitvoering. EDO biedt specialistische kennis en “shared services” aan, zoals ondersteuning bij juridische en financiële vraagstukken, hulp bij vergunningsaanvragen, begeleiding bij trainingen over bewonersparticipatie, organisatie van netwerkbijeenkomsten en coördinatie met de gemeente en netbeheerders. Daarnaast zorgt EDO voor een gestroomlijnde overdracht zodra initiatieven projectrijp zijn. Hiermee ontzorgt EDO bewonerscollectieven en publieke partners, standaardiseert het werk, vermindert risico’s en versnelt de realisatie van projecten. EDO centraliseert en borgt kennis die momenteel verspreid is over verschillende marktpartijen. Dit leidt tot efficiënter werken en lagere advieskosten per project. Hierdoor wordt de slagingskans van energieprojecten vergroot en kunnen eerder opgedane kennis en best practices effectief worden toegepast. EDO ondersteunt bewoners bij het realiseren van energieprojecten, zonder zelf projecten uit te voeren. Dit bevordert de betrokkenheid van Amsterdammers en draagt bij aan een rechtvaardige en inclusieve energietransitie.

Alternatieven, zoals volledige gemeentelijke uitvoering of het handhaven van de huidige versnipperde aanpak, bleken minder effectief en beperkten de betrokkenheid van bewoners. De EDO biedt een duurzame oplossing door expertise en netwerken te combineren. Dit kan de de ontwikkeling van nieuwe energiegemeenschappen stimuleren. Daarnaast wordt de EDO op termijn financieel minder afhankelijk van gemeentelijke middelen, doordat energiegemeenschappen een eigen bijdrage gaan leveren. Hiermee levert de EDO een structurele, kosteneffectieve en duurzame bijdrage aan de energietransitie in Amsterdam. De raad heeft een controlerende rol en wordt jaarlijks geïnformeerd over de voortgang, resultaten en financiële dekking. Samenvatting van het bestedingsvoorstel Met dit bestedingsvoorstel wordt de raad verzocht om voor de periode 2026-2030 in totaal €7,5 miljoen uit het Amsterdamse Klimaatfonds beschikbaar te stellen voor de oprichting en ontwikkeling van een Energie Diensten Organisatie (EDO). Het doel van de EDO is het ondersteunen van Amsterdamse energie- en warmtegemeenschappen bij het ontwikkelen van lokale en duurzame energieprojecten tussen 2026 en 2030. Hiermee draagt de EDO bij aan de klimaatdoelen van Amsterdam en wordt uitvoer gegeven aan het collegebesluit (dd. 19 november 2024) om energie- en warmtegemeenschappen een volwaardige rol te geven in de energietransitie.

Het streven is dat de EDO financieel steeds minder afhankelijk wordt van ondersteuning van de gemeente Amsterdam. De €7.500.000 zal worden toegekend middels jaarlijkse subsidiebeschikkingen waarin prestatieafspraken worden gemaakt. Daarmee wordt tussentijdse evaluatie en bijsturing mogelijk. Om deze uitgangspunten te waarborgen, wordt in het najaar van 2025 de operationele opzet van de EDO verder uitgewerkt binnen het publiek-civiele samenwerkingsverband tussen de gemeente en de energiegemeenschappen, vertegenwoordigd door de Amsterdamse koepel van energiegemeenschappen (APEC). Jaarlijks zal de raad worden geïnformeerd over de voortgang, resultaten en financiële dekking van de EDO. Beschrijving van de beoogde besteding

2 Gegenereerd: v1.13

VN2025-014371 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD Op dit moment kunnen energiegemeenschappen subsidie aanvragen bij de gemeente via de regeling 'Ruimte voor Duurzame Initiatieven' en daar zelf expertise voor inkopen in de markt. Een nadeel hiervan is echter dat kennis versnipperd raakt en wordt verspreid over marktpartijen. Het doel van de EDO is om deze kennis te bundelen en te borgen. De begeleiding via de EDO wordt deels verzorgd door mensen die eerder betrokken zijn geweest bij het opzetten van energiegemeenschappen, deels door expertise vanuit de gemeentelijke organisatie, zoals het ingenieursbureau dat technische expertise kan leveren. De EDO biedt bewonersinitiatieven praktische en technische ondersteuning en begeleiding biedt bij de professionalisering Eindbeeld is dat de EDO dé plek wordt waar Amsterdammers die aan de slag willen met de energietransitie in hun buurt geholpen worden, door een organisatie met expertise en netwerk op het gebied van de energietransitie in Amsterdam. Zo kunnen initiatieven doorgroeien tot volwaardige energiegemeenschappen. Naast het vergroten van de efficiëntie en kans van slagen van energie-initiatieven, kan de EDO bijdragen aan de democratisering van het energiesysteem doordat het burgers helpt controle te nemen over hun energievoorziening, het versnellen van de energietransitie en het leren van best practices.

Belangrijk te vermelden is dat de EDO energie-initiatieven van burgers ondersteunt in het realiseren van energieprojecten, maar zelf geen energieprojecten uitvoert. Zo draagt de EDO indirect bij aan CO2-besparing. De gemeente Amsterdam ondersteunt de oprichting van een EDO omdat dit bijdraagt aan de realisatie van energieprojecten van energiegemeenschappen. De EDO is opgenomen in het bestedingsperspectief 2025 van het Klimaatfonds. Tevens past de EDO binnen de gemeentelijke inzet op kosteneffectieve en financieel rechtvaardige maatregelen voor CO-reductie, gezien de directe ondersteuning van burgers bij het realiseren van energieprojecten en de daaruit verwachte energieopbrengsten. Door het bundelen van kennis kan efficiënter gewerkt worden en dalen de advieskosten per project. Daarbij helpt de EDO de realisatie van nieuwe energiegemeenschappen en projecten die structureel kunnen bijdragen aan de energietransitie. De dienstverlening van de EDO neemt toe met het aantal energie-initiatieven en warmte- en energiegemeenschappen in de stad. Daarbij is de inzet dat een steeds groter deel van de kosten van de EDO gedekt wordt vanuit onder meer de energiegemeenschappen. De energiegemeenschappen die om ondersteuning vragen van de EDO kunnen na verloop van tijd ook een eigen financiële bijdrage leveren die zij verwerven uit andere bronnen.

Het voorstel is om voor een periode van vijf jaar in totaal €7,5 miljoen uit het Klimaatfonds te reserveren ten behoeve van de oprichting en financiële ondersteuning van de EDO tot 2030. De eerste incidentele subsidie voor 2026 en de begrotingspostsubsidie voor 2027-2030 dienen door het college vastgesteld te worden nadat dit bestedingsvoorstel is goedgekeurd door de raad. Daarbij zal de raad jaarlijks worden geïnformeerd over de voortgang, resultaten en financiële dekking van de EDO. EDO organisatie Zoals eerder vermeld zal in het najaar van 2025 het organisatieplan van de EDO opgesteld worden. Op 2 juli is een raadsinformatiebrief met daarin onderstaande toelichting op de scope van de EDO en de financieringsbehoefte via de dagmail gedeeld met de raad. Met gemiddeld €1,5 miljoen per jaar zal:

• Een team worden aangetrokken dat energiegemeenschappen praktisch ondersteunt bij het opzetten en realiseren van energieprojecten.

3 Gegenereerd: v1.13

VN2025-014371 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD • Aanvullend benodigde expertise worden ingehuurd. • Aanverwante kosten (zoals locatie, faciliteiten, online delen van kennis, bijeenkomsten) worden gedekt.

De activiteiten die de EDO zal uitvoeren bestaan onder andere uit: • Ondersteunen van energie-initiatieven en gemeenschappen met deskundige projectleiders en adviseurs. • Ondersteunen bij capaciteitsontwikkeling van initiatieven zodat Amsterdammers zelf de mogelijkheid ontwikkelen om hun eigen energievoorziening te organiseren en beheren. • Bouwen aan een Amsterdams netwerk voor kennisdeling zodat kennis geborgd en gedeeld wordt in de stad. • Ontwikkelen van processtandaarden voor energiegemeenschappen om de geleerde lessen toe te passen en efficiency van uitvoer te vergroten. • Begeleiden bij toegang tot financiën, door te verwijzen naar financieringsroutes en deze waar nodig te helpen ontwikkelen. • Ondersteunen met backoffice diensten zodat efficiency en professionaliteit bereikt kan worden terwijl de initiatieven zich kunnen richten op hun kernactiviteiten. • Geleidelijke groei van taken op basis van vraag en ontwikkelingen in de landelijke en Amsterdamse situatie, beleid en energiespeelveld. Inschatting kosten De grootste kostenpost van de Energie Dienstenorganisatie (EDO) betreft de personeelskosten. Bij aanvang is een team van minimaal drie voltijdmedewerkers noodzakelijk om de organisatie op te starten, aangevuld met een pool van experts die deeltijds bijdragen aan de opbouw. Voor de startfase zijn de volgende functies essentieel op het gebied van warmte:

• een coördinator/directeur, • projectleider(s) warmte, • experts in de warmtetransitie (technisch ontwerp, business cases, contracten,

organisatieontwikkeling en financiering), • een expert gemeenschapsvorming (met aandacht voor kwetsbare groepen), • secretariële ondersteuning en gekwalificeerde medewerkers voor capaciteitsontwikkeling, kennisdeling, standaardisatie, toegang tot financiën en backoffice diensten. De staffuncties van de EDO worden beschikbaar gesteld om energiegemeenschappen organisatorisch en financieel te versterken. Naast personeelskosten zijn marketing en communicatie, evenals huisvesting, relatief grote kostenposten. In de jaren na de start wordt een gestage groei van de vraag naar ondersteuning verwacht, zowel door nieuwe initiatieven als door de voortzetting van ondersteuning aan bestaande initiatieven. De kostenraming zal verder worden uitgewerkt in Q4 2025 op basis van de verdere organisatieontwikkeling en het jaarplan 2026. Toetsing bestedingsvoorstel aan kwaliteitscriteria Klimaatfonds Hieronder wordt de aanvraag getoetst aan de zeven kwaliteitscriteria uit het kader van het Klimaatfonds. I. Past binnen het doel van het fonds

4 Gegenereerd: v1.13

VN2025-014371 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD De voorgestelde besteding draagt bij aan het doel van het Klimaatfonds: het ondersteunen van investeringen in de stad die bijdragen aan een rechtvaardige transitie naar een klimaatneutraal en aardgasvrij Amsterdam. De burgerinitiatieven die door de EDO worden ondersteund dragen direct bij aan het ontwikkelen van nieuwe hernieuwbare energiecapaciteit, lokale betrokkenheid en bieden inwoners van Amsterdam de mogelijkheid om mede-ontwikkelaar en eigenaar te worden van de Amsterdamse energievoorziening. De regeling draagt daarmee bij aan zowel CO-reductie als het democratiseren van de energievoorziening. II. Binnen de gemeentegrenzen De EDO zal zich fysiek vestigen binnen de gemeentegrenzen en ondersteunt alleen initiatieven die ontstaan en zich richten op activiteiten binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam en het stadsgebied Weesp. Aangezien activiteiten gericht op opwek van invloed kunnen zijn op inwoners in buurgemeenten is het denkbaar dat de EDO ook hen enige vorm van ondersteuning biedt. III. Past binnen het bestedingsperspectief In het bestedingsperspectief van het Klimaatfonds is specifiek opgenomen dat de gemeente inzet op het oprichten en ondersteunen van een EDO als onderdeel van de publiek civiele samenwerking. Dit bestedingsvoorstel is een verdere specificatie van dat onderdeel van het bestedingsperspectief.

Binnen de publiek - civiele samenwerking in de periode september – november 2025 wordt de EDO verder operationeel uitwerkt, inclusief een EDO jaarplan en concrete begroting voor 2026. De energiegemeenschappen zijn via de APEC direct betrokken bij de uitwerking. IV. Cijfermatige bijdrage aan de doelen van het fonds De EDO helpt burgers die zich verenigen in energiegemeenschappen om hernieuwbare energieprojecten te realiseren. Deze energieprojecten dragen bij aan de energietransitie in Amsterdam en zorgen voor een structurele vermindering in de CO2 uitstoot. Door de rol die de EDO speelt in het realiseren van deze door burgers geïnitieerde en gedragen coöperatieve projecten heeft zij een concrete bijdrage aan de doelen van het fonds. De relevantie van de EDO is eerder gebleken in het EDO scenario onderzoek waarbij een breed scala aan stakeholders waaronder energieinitiatieven en gemeentelijke experts de wenselijkheid van de EDO onderschreven. Het belang van de EDO is ook expliciet onderkend door college en raad en is daartoe opgenomen in het bestedingsperspectief van het klimaatfonds. Tevens is de EDO een belangrijk instrument in de publiek-civiele samenwerking die de gemeente begin 2025 met de energiegemeenschappen is gestart.

De EDO zal zich in de komende jaren ontwikkelen en heeft de flexibiliteit om ook bij veranderende omstandigheden te zorgen voor een vergroting van de hernieuwbare energie opwek in de stad, het lokale eigendom van de energievoorziening, de coöperatieve organisatie van de energievoorziening, gemeenschapsvorming en de vergroting van draagvlak en initiatief onder burgers. Omdat de EDO energiegemeenschappen ondersteunt om projecten te realiseren, is de kwantificering van de bijdrage aan de energie- en klimaatdoelen niet evident. Anders dan bij meer specifieke projecten die direct zorgen voor energiebesparing en opwek, is er niet een eenvoudige berekening te maken van CO2 besparing per besteedde Euro. De EDO is daarmee meer vergelijkbaar met cruciale infrastructuur voor duurzame energievoorziening zoals het elektriciteitsnet, dan met een concreet energieproject zoals de opwek van zon of energiebesparing. Om toch een indicatie te kunnen geven van de potentiële bijdrage aan de totale CO2 besparing staan hieronder de gemeentelijke plannen en de ambities van de energiegemeenschappen (vertegenwoordigd in APEC) weergegeven. Daarbij gaat het om verschillende energiebronnen: 5

Gegenereerd: v1.13

VN2025-014371 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD warmte, zon en wind. Daarnaast zullen ook energiebesparing en integratie van energiesystemen een rol spelen in vermindering van CO2 uitstoot. Deze zijn binnen de onderstaande berekening buiten beschouwing gelaten omdat het op dit moment nog niet mogelijk is hiervoor een zinvolle inschatting op te stellen. Daarmee zal de daadwerkelijke CO2 vermindering mogelijk hoger uitvallen. De berekening van de bijdrage aan de doelen van het fonds is gebaseerd op onderstaande kentallen en aannames:

• Gasverbruik: 800 m³ per woning per jaar (gemiddelde voor Amsterdam) • Emissiefactor aardgas: 1,88 kg CO per m³ gas. • Emissiefactor elektriciteit (uitgaande van onbekende bron/ mix): 0,475 Kg CO-eq / kWh (Bron: https://co2emissiefactoren.nl/factoren/2021/11/elektriciteit/)

Aannames:

• Hieronder geven we eerst een maximum van hernieuwbare opwek die coöperatief met

behulp van de EDO gerealiseerd kan worden. • Daarnaast rekenen we een potentiële bijdrage aan de CO2 vermindering voor op basis van de assumptie dat slechts 20% van de maximum hernieuwbare opwek ook daadwerkelijk aan EDO kan worden toegewezen. Daarmee proberen we in deze inschatting het feit te corrigeren dat slechts een deel van de maximale verwachting daadwerkelijk gerealiseerd wordt en slechts een klein deel daarvan aan EDO wordt toegerekend. • Voor alle drie de energiebronnen rekenen we hier met hetzelfde gemiddelde percentage van 20%. • De mogelijke besparing in Euro's is vervolgens gebaseerd op de voorgerekende vermindering in CO2-emissies. Tabel 1: cijfermatige bijdrage aan CO2-reductie per energiegebied Type project

Maximale verwachting hernieuwbare opwek mede mogelijk gemaakt door EDO in 2030

Mogelijke besparing in Euro’s in 2030 mede mogelijk gemaakt door EDO

13.000 weq's

Potentiële CO2-reductie in 2030 via de EDO (per jaar) van projecten mede mogelijk gemaakt door EDO (op basis van assumptie dat in de praktijk 20% van de maximum hernieuwbare opwek aan de EDO toegeschreven kan worden) 4.804 ton

Warmte Zon

74,4 MW

6.006 ton

2,6 miljoen

Wind

27 MW

6.412 ton

2,8 miljoen

Besparing Niet gekwantificeerd Integratie Niet gekwantificeerd Totaal

2,1 miljoen

Niet gekwantificeerd Niet gekwantificeerd

Niet gekwantificeerd

17.222 ton

7,5 miljoen

Samenvattend wordt in deze raming een vermindering van 17.222 ton CO2-uitstoot verwacht, tegen gemiddelde kosten van €435 per ton. Deze kosten zijn berekend door de totale uitgave van €7,5 miljoen te delen door de verwachte CO2-reductie. Het is belangrijk op te merken dat in deze

6 Gegenereerd: v1.13

VN2025-014371 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD berekening eventuele extra subsidies voor energieprojecten slechts indirect zijn meegenomen. Dit is gedaan door slechts 20% van het theoretisch maximale potentieel mee te rekenen. Hierdoor wordt een groot deel van de overige 80% van het potentieel niet gerealiseerd, omdat deze projecten niet haalbaar of niet coöperatief zijn. Onderbouwing potentiële bijdrage aan hernieuwbare energiecapaciteit per energiebron Warmte Om de CO2-besparing op het gebied van warmte te in te schatten gaan we uit van warmtegemeenschap KetelhuisWG. Hier is de CO2-reductie 2.310 ton CO2 voor 1250 weq's (woningequivalenten), wat neerkomt op gemiddeld 1,848 ton per weq. Momenteel zijn er vier warmtegemeenschappen die ondersteuning van de EDO nodig hebben. Indien deze warmtegemeenschappen tot realisatie overgaan dan zou het mogelijk kunnen zijn om op basis daarvan de komende jaren in totaal zo'n 13.000 weq's op coöperatieve wijze van het gas af krijgen. Tegen een gemiddelde CO2- uitstoot vermindering per weq die gelijk is aan Ketelhuis WG is dat een jaarlijkse vermindering van 24.024 ton. Zon Op dit moment dragen coöperaties zo’n 3% bij aan de totale zon opwek in de stad. De ambitie van de APEC is dit te verhogen naar 15 % in 2030. De gemeente heeft als doel om voor 2030 550 MW geïnstalleerd vermogen aan zon te realiseren. 15% daarvan is 82,5 MW. Het totale geïnstalleerde vermogen in 2023 was 270 MW.

Vandaar dat de 3% bijdrage die reeds is gerealiseerd door de coöperaties, dient te worden afgetrokken van het nieuwe te realiseren vermogen waardoor 74,4 MW overblijft. Wind De opgave van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is om voor 2030 tenminste 127 MW opgesteld vermogen windenergie te realiseren op het eigen grondgebied. Een groot deel daarvan is inmiddels ontwikkeld of in ontwikkeling. Er resteert een opgave van 27 MW. De ambitie van het college in het Programma Windenergie Amsterdam 2030 is om de 27 MW opgave 100% in lokaal eigendom te realiseren en energiegemeenschappen een centrale rol te bieden bij de ontwikkeling van windprojecten waar de gemeente invloed heeft. In theorie zou deze 27 MW dus in 100% lokaal eigendom opgewekt kunnen worden. In de praktijk is de kans klein dat dit gaat gebeuren. Onder andere omdat de gemeente zelf vaak geen grondeigenaar is en dus minder invloed heeft. Of omdat er mogelijk andere vormen van lokaal eigendom worden gekozen zoals in de haven, waar de lokale gemeenschap met name uit bedrijven bestaat en de omgevingssituatie dus wezenlijk anders is. Dekking uit reguliere planning of bijdragen derden Er is bij oprichting geen sprake van financiering via reguliere gemeentelijke investeringsprogramma’s of bijdragen van derden. Naarmate de EDO zich ontwikkelt zal zij in steeds grotere mate gefinancierd worden uit andere bronnen.

Energiegemeenschappen die ondersteuning van de EDO zoeken en zich in een verdere ontwikkelingsfase bevinden kunnen met de middelen die zij in die fase hebben, dat zijn bijvoorbeeld andere vormen van overheidsfinanciering, eigen bijdragen coöperatieleden of leningen, ondersteuning van de EDO inkopen. Voor initiatieven in een vroegere fase zal de ondersteuning gegeven worden om te voorkomen dat nieuwe initiatieven niet voorbij de eerste fase komen.

7 Gegenereerd: v1.13

VN2025-014371 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD V. Financieel instrumentarium en beleidskaders Er zijn twee opties voor het financieel instrumentarium denkbaar. Omdat er op dit moment geen subsidieregeling is zijn er 2 subsidie-opties zonder wettelijke grondslag mogelijk, we zullen deze beide opties gebruiken: 1. Incidentele subsidies: in incidentele gevallen, voor max. 4 jaar. 2. Begrotingspostsubsidies op basis van een begrotingspost: indien de begroting de vermelding van de naam van de subsidieontvanger en het maximale bedrag vermeldt volstaat. Voor 2026 zou nogmaals een incidentele subsidie moeten worden verleend. Voor de jaren 2027 – 2030 kan op basis van vermelding in de betreffende begrotingen een begrotingspost- subsidie kunnen worden verleend. VI. Risico’s en beheersmaatregelen Onvoldoende aanvragen door energiegemeenschappen Er bestaat een risico dat er een beperkter aantal energiegemeenschappen zich ontwikkeld dan geraamd in Tabel 1 ondanks de inzet door de gemeente en samenwerkingspartners Oranje Energie en de APEC. Beheersmaatregelen:

• Duidelijke communicatiecampagne om bewoners te informeren over en te enthousiasmeren

over energiegemeenschappen • Inrichten van een gezamenlijke ‘pijplijn’ en begeleiding systeem van energie-initiatieven met potentie door de gemeente, Oranje Energie, deze netwerkorganisatie werkt aan het tot stand komen van nieuwe energie-initiatieven, en de APEC waarbij onvolwassen initiatieven via een gestructureerde aanpak worden geholpen om verder te ontwikkelen. • Ontwikkelen financieringspaden ook voor financiering van buiten de gemeente, bv nationaal/ EU/ privaat) voor projectfinanciering van energieprojecten zodat initiatieven niet stranden op projectfinanciering. Gebrek aan continuïteit van beschikbare expertise Doordat de EDO gebruik zal maken van een flexibele groep experts is er geen garantie dat de juiste expertise altijd voor handen is. Beheersmaatregelen:

• Kleine vaste staf bij de EDO die de juiste kennis en relaties heeft om passende begeleiding te

bieden en organiseren. • Gebruik van expertise van het Ingenieursbureau van de Gemeente • Aanvullend: Gebruiken en cultiveren van bestaande netwerken van energiegemeenschappen (o.a. via de APEC) om geschikte personen te identificeren en betrekken Onvoldoende aansluiting bij energiegemeenschappen aan de ene kant en gemeente aan de andere kant

8 Gegenereerd: v1.13

VN2025-014371 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD De EDO komt in een positie tussen de energiegemeenschappen en de gemeentelijke afdelingen die beleid vormen en uitvoeren en het ingenieursbureau en andere partners te staan. Vandaar dat goede afstemming en een goede aansluiting aan de verschillende kanten noodzakelijk is. Beheersmaatregelen

• Organisatorische inrichting die zowel de samenwerking met de gemeente als met de

energiegemeenschappen goed faciliteert. Waarbij de EDO eigen lijnen heeft naar de gemeente naar onder andere uitvoering en ingenieursbureau en energiegemeenschappen. • Nauwe samenwerking met de APEC en het publiek-civiele overleg zodat EDO praktijkervaring als input voor beleid dient terwijl beleid ook snel haar weg naar de praktijk vindt. • Vraaggerichte ondersteuning van gemeenschappen, met sturing op kwaliteit en passend binnen de beleidskaders van de gemeente als uitgangspunt van de EDO. Te weinig slagvaardige organisatie De EDO dient een vraaggerichte en pragmatische aanpak te hebben. Het veld in de publiek-civiele samenwerking is in beweging door veranderend lokaal en nationaal beleid. Het risico daarvan is dat dit kan leiden tot voorzichtigheid aan de kant van de gemeente die verwordt tot verlamming. Beheersmaatregelen:

• EDO als operationele brug tussen gemeente en energiegemeenschappen positioneren.

Waarnaast de APEC-Gemeente samenwerking de publiek-civiele samenwerking op beleidsniveau vorm geeft. • Vraaggerichte opstelling richting energiegemeenschappen. Zowel in inrichting, aansturing en uitvoering van de EDO. • De EDO te laten opereren binnen de beleidsruimte die er op dat moment bestaat. Ook wanneer beleid nog in ontwikkeling is. Daarbij voorsorterend op de beleidskoers die gevoed door de publiek-civiele samenwerking is ingezet. Uitgangspunten Klimaatfonds 1. Bereik maximaal resultaat voor de ingezette euro (kostenefficiëntie) De EDO zal fungeren als ondersteuning om ontwikkelende energie- initiatieven in staat te stellen zich door te ontwikkelen tot volwassen energiegemeenschappen en met hen de duurzame (decentraal georganiseerde) energievoorziening in Amsterdam te vergroten. Daarbij zorgt elke geïnvesteerde euro voor een vergroting van het zelf-organiserend vermogen van de energiegemeenschappen waardoor er meer professionele realisatiecapaciteit buiten de gemeentelijke organisatie ontstaat die wordt ingezet voor de energietransitie in Amsterdam. 2. Kies voor een lerende, adaptieve strategie Door de EDO als pragmatische organisatie neer te zetten, met een duidelijke focus en een perspectief om vraaggericht door te ontwikkelen wordt er een strategie gevoerd die behoefte uit de praktijk direct kan omzetten in een passend aanbod.

Daarmee is de EDO flexibel en in staat zich aan te passen aan een ontwikkelende vraag en veranderende context. De relatie met de APEC en de gemeente helpt daarbij om de praktische begeleiding goed aan te laten sluiten bij de bredere

9 Gegenereerd: v1.13

VN2025-014371 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD ontwikkelingen. Daarbij vormt de EDO direct een antenne in de praktijk die gemeentelijke beleidsvorming, de activiteiten van de APEC en de publiek civiele samenwerking kan voeden met relevante inzichten. 3. Maak onderscheid tussen financiering en bekostiging De EDO gaat dienstverlening verzorgen waarbij kennis en ervaring binnen Amsterdam behouden wordt voor een lagere kostprijs dan de markt. Daarmee wordt de succesvolle ontwikkeling van energiegemeenschappen en energieprojecten haalbaar. Zonder tussenkomst van de EDO zouden projecten en de doorontwikkeling van energiegemeenschappen niet tot stand komen, hogere maatschappelijke kosten opleveren in de realisatiefase of een kleinere slaginskans hebben. Daarmee gaat het hier om bekostigen. De gemeente bekostigt de EDO eerste 5 jaar, waarbij het deel dat de gemeente bekostigt over de jaren zal afnemen omdat zodra energiegemeenschappen in een verdere fase van ontwikkeling komen toegang krijgen tot andere geldstromen. Daarmee gaat het naar verwachting om een tijdelijke bekostiging van een initiatief dat uiteindelijk geheel of deels gefinancierd zal worden uit andere bronnen. 4. Zorg voor een vliegwiel met gemeentelijke investeringen De EDO zorgt ervoor dat energie-initiatieven een grotere kans van slagen hebben.

Het helpt hen te professionaliseren en verder te ontwikkelen, waardoor de initiatieven in staat worden gesteld om financiering voor projecten aan te trekken en duurzame energievoorziening te realiseren. Daarbij zorgt het ervoor dat burgers beter betrokken kunnen raken bij de energietransitie, wat het begrip en enthousiasme de energietransitie kan vergroten. 5. De transitie moet financieel rechtvaardig zijn De EDO maakt het in principe voor alle inwoners van Amsterdam mogelijk om een eigen energieinitiatief, coöperatie of gemeenschap op te richten. Het helpt hen om hun initiatief te ontwikkelen en te realiseren. Daarmee zorgt het ervoor dat inwoners zelf medeontwikkelaar en eigenaar kunnen worden van de duurzame energievoorziening in Amsterdam. Ad2 ) Kennisnemen van het positieve advies van de beheerder van het Klimaatfonds op het bestedingsvoorstel EDO. De beheerder van het Klimaatfonds heeft een positief advies over het bestedingsvoorstel van de EDO afgegeven. Het voorstel voldoet aan de kaders zoals door de raad voor de bijdrages uit het Klimaatfonds zijn vastgesteld en past binnen de visie van het college (Bestedingsperspectief 2025) voor de bestedingen van de nog beschikbare financiële ruimte in het fonds. Zie bijlage I voor het gehele advies. Participatie

Over de gehele breedte van de publiek civiele samenwerking wordt actief geparticipeerd met verschillende stakeholders, op dit bestedingsvoorstel is nauw samengewerkt met APEC om invulling te geven aan de bijdrage die energiegemeenschappen kunnen leveren aan de energietransitie. Financiële onderbouwing

Consequenties gedekt? Ja

10 Gegenereerd: v1.13

VN2025-014371 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD Overige toelichting

LASTEN EDO subsidie

Product I/S Jaar T €Ad 1 I 1.000.000 S

Kimaatfonds Ad 1

S

Totaal

€ 1.000.000 € 0,00

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

Jaar T+4

€1.500.000 € 1.500.000 € 0,00

€1.600.000 € 1.600.000 € 0,00

€1.800.000 € 1.800.000 € 0,00

€- 1.600.000 € 1.600.000 € 0,00 I=Incidenteel S=Structureel

Consequenties gedekt? Ja Overige toelichting: De dekkingsbron van de beoogde uitgaven van € 7.500.000 is gedekt vanuit het gemeentelijke Klimaatfonds waartoe het college op 17 juni heeft besloten na verwerking van wensen en bedenkingen van de raad. Er is voldoende ruimte binnen het Klimaatfonds om dit besluit te kunnen nemen. Het kasritme van het Klimaatfonds wordt aangepast bij het eerstvolgende cyclusproduct uit de P&C-cyclus. Het voorstel heeft financiële consequenties. Deze worden gedekt vanuit het Klimaatfonds. Conclusie De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding

N.v.t. Welke stukken treft u aan

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2025-064702

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2025-072814

1. Raadsbijlage I Advies fondsbeheerder subsidie .pdf (pdf)

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Directie Ruimte en Duurzaamheid, Wayra Kowsoleea, 06-29 65 36 11, w.kowsoleea@amsterdam.nl

11 Gegenereerd: v1.13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16373278/1