Gemeenteraad Voordracht
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2024-002397 Verkeer en Openbare Ruimte
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 27 maart 2024
Portefeuille
Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit
Agendapunt
15
Datum besluit
College van B en W, 27 februari 2024 Onderwerp
Vrijgeven van de benodigde middelen voor de verkenning OV verbinding Sloterdijk – Amsterdam Centrum De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1.
In te stemmen met het vrijgeven van de benodigde bijdrage van €17,2 miljoen voor de Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)verkenning Sloterdijk – Amsterdam Centrum en voor de opdrachtgeverskosten van deze MIRT-verkenning en de MIRT-verkenning Openbaar Vervoer (OV) Verbinding Amsterdam Haarlemmermeer (OVAH), uit de reeds beschikbaar gestelde reserve Incidentele bijdragen Schaalsprong, vooruitlopend op de Voorjaarsnota 2024. Hierbij gelden de volgende afspraken:
• Voor de dekking van de kosten van deze MIRT-Verkenning is afgesproken dat Amsterdam en Vervoerregio (VRA) de kosten verdelen op basis van 50-50. Voor de twee MIRT-Verkenningen Sluiten Ringlijn en Doortrekken Noord-Zuidlijn (NZ-lijn) samen betaalt Amsterdam circa 25% van de kosten aangezien het Rijk laatstgenoemde Verkenning geheel betaalt. • De kosten van dit MIRT-project bij het Bestuurlijk Overleg (BO) MIRT 2022 op 394 miljoen (prijspeil juli 2022) zijn gezet. De Amsterdamse bijdrage volgend hieraan € 306,6 miljoen bedraagt en de VRA de resterende €87,4 miljoen bijdraagt. • Deze kosten betreffen een voorlopige inschatting op basis van de voorlopige voorkeursvariant en op basis van prijspeil juli 2022, waarmee de MIRT-Verkenning is gestart. Als we de investering indexeren naar het actuele prijspeil en P85 conform het streven bij grote en complexe projecten, dan komt de investering uit op € 515 miljoen (prijspeil 2023). • Bij het voorkeursbesluit zal een nieuwe kostenraming opgemaakt worden, die de basis vormt voor gesprekken (met VRA, maar ook het Rijk) over de dekking van eventuele ontbrekende middelen. • Het college bij de Voorjaarsnota 2023 heeft besloten om deze investeringskosten de komende jaren “op te nemen onder het (nader vast te stellen) investeringsplafond”.
Amsterdam heeft vele opgaven verdeeld over de stad, waarvoor op dit moment onvoldoende dekking voorhanden is. Het is niet zeker dat de komende jaren dekking gevonden wordt voor uitvoering van de OV verbinding Sloterdijk – Amsterdam Centraal Station (CS). Wettelijke grondslag
Artikel 6, tweede lid van de Gewijzigde financiele verordening Amsterdam 2023: Het college meldt in de tussentijdse rapportages afwijkingen van de begroting van het lopende jaar en doet met opgave van redenen voorstellen aan de raad voor wijziging van de begroting, bijstelling van het beleid of wijziging van de investeringsruimte van een portfolio of van investeringskredieten als: • a. bekend en duidelijk is dat het totaal van de baten of lasten van een programmaonderdeel of als die ontbreken een programma, het overzicht kosten van overhead of het overzicht algemene dekkingsmiddelen met meer dan € 1 miljoen op- of neerwaarts afwijkt van de eerder vastgestelde begroting of • b. bekend en duidelijk is dat mutaties in reserves zullen worden overschreden of onderschreden buiten de op grond van artikel 12 lid 2, onder e, door de raad vastgestelde toleranties of
Gegenereerd: v1.9
1
Gemeenteraad
VN2024-002397 Verkeer en Openbare Ruimte
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 27 maart 2024
• c. bekend en duidelijk is dat de investeringsruimte van een portfolio zal worden overschreden of onderschreden met meer dan € 5 miljoen of 10 procent van de beschikbaar gestelde investeringsruimte van een portfolio als dat lager is of d. bekend en duidelijk is dat investeringskredieten die door de raad zijn vastgesteld zullen worden overschreden of onderschreden met meer dan € 1 miljoen of 10 procent van het beschikbaar gestelde investeringskrediet als dat lager is. Bestuurlijke achtergrond
Na het Bestuurlijk Overleg (BO) Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) 2022 hebben alle bijdragende partijen behalve Amsterdam, inclusief het Rijk, hun bijdrage aan het Investeringspakket BO MIRT 2022 (het ‘Mandje’) per project geregeld in hun betreffende voorjaarsnota’s in 2023. Amsterdam heeft zich ten aanzien van dit Investeringspakket vooral sterk gemaakt voor de start van MIRT-Verkenning Ringlijn. In het BO MIRT 2022 is besloten tot zowel de start van een MIRT Verkenning naar het doortrekken van de Noord-Zuidlijn naar Hoofddorp (resulterend in de MIRT-Verkenning OV Verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer), als tot het sluiten van de Ringlijn tussen Sloterdijk en Amsterdam centraal met bij een eventueel besluit tot realisatie een 1e stap te nemen door middel van het doortrekken van de Ringlijn vanaf Isolatorweg naar Hemknoop (resulterend in de MIRT-Verkenning OV Verbinding Sloterdijk – Amsterdam centrum). De MIRT-Verkenning is in de systematiek van het Rijk vergelijkbaar met Plan en Besluitvormingsproces Infrastructuur (PBI) fase 2 in de Amsterdamse werkwijze. De Startbesluiten voor beide Verkenningen zijn inmiddels door de staatssecretaris getekend en daarmee zijn beide Verkenningen formeel in gang gezet.
De Samenwerkingsovereenkomst voor de MIRT-verkenning voor de OV Verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer (OVAH) is op 20 december 2023 getekend door het Rijk en de 7 regionale partijen. In deze Samenwerkingsovereenkomst zijn de onderlinge afspraken vastgesteld voor de Verkenningsfase van de Verlengde Noord/Zuidlijn. Hierover bent u eerder geïnformeerd via de staf op 20 november 2023. Het college van B&W heeft ingestemd met de Samenwerkingsovereenkomst van de OV Verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer op 28 november 2023. Het Rijk betaalt de volledige kosten voor de MIRT-verkenning OV verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer. Daarnaast is uw Raad op 12 december 2023 geïnformeerd over de stand van zaken rondom de Amsterdamse bijdrage aan het Investeringspakket BO MIRT 2022, de voortgang van beide MIRT verkenningen naar uitbreiding metrolijnen en de Voorkeursbeslissing Derde Perron Amsterdam Zuid. Uw Raad is hierbij ook geïnformeerd over de gevraagde bijdrage van de gemeente Amsterdam aan de MIRT-verkenning van het sluiten van de Ringlijn van en dat de Raad vooruitlopend op de Voorjaarsnota 2024 zal worden gevraagd de benodigde middelen vrij te geven voor besteding om daarmee ook de samenwerkingsovereenkomst voor deze MIRT-Verkenning aan te kunnen gaan met de betreffende partners.
Het tekenen van deze Samenwerkingovereenkomst voor de Ringlijn is een vervolgstap die voortvloeit uit de eerdere afspraken met het Rijk n.a.v. het BO MIRT 2022 en de Startbeslissing van juni 2023. Onderbouwing besluit
Ad 1. In te stemmen met het vrijgeven van de benodigde bijdrage van €17,2 miljoen voor de MIRT-verkenning Sloterdijk – Amsterdam Centrum en voor de opdrachtgeverskosten van deze MIRT-verkenning en de MIRT-verkenning OV Verbinding Amsterdam Haarlemmermeer, uit de
Gegenereerd: v1.9
2
Gemeenteraad
VN2024-002397 Verkeer en Openbare Ruimte
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 27 maart 2024
reeds beschikbaar gestelde reserve Incidentele bijdragen Schaalsprong, vooruitlopend op de Voorjaarsnota 2024. Na het BO MIRT 2022 hebben alle bijdragende partijen behalve Amsterdam, inclusief het Rijk, hun bijdrage aan het Investeringspakket BO MIRT 2022 (het ‘Mandje’) per project geregeld in hun betreffende voorjaarsnota’s in 2023. Amsterdam heeft zich ten aanzien van dit Investeringspakket vooral sterk gemaakt voor de start van MIRT-Verkenning Ringlijn. De feitelijke uitvoering van de Verkenning Ringlijn door Directie Bijzondere Projecten (DBP) moet nog starten. De eerste kosten zijn gedekt via het budget van de Vervoerregio (VRA). Het vrijgeven van de dekking van de Amsterdamse bijdrage aan het investeringspakket BO MIRT 2022 (waaronder deze MIRT-Verkenning), wordt voorzien in de voorjaarsnota 2024. Voor deze Verkenning zijn vooruitlopend op de Voorjaarsnota 2024 middelen uit de reeds ingestelde reserve Incidentele bijdragen Schaalsprong benodigd om tot uitvoering van deze Verkenning te komen. Met het aangaan van een Samenwerkingsovereenkomst verplicht Amsterdam zich de facto om bij te dragen aan deze MIRT-Verkenning. Andersom gesteld, zonder beschikbaarheid van middelen kan Amsterdam niet overgaan tot het aangaan van een Samenwerkingsovereenkomst en loopt de uitvoering van de Verkenning serieuze vertraging op.
Het is van belang in te stemmen met de middelen voor de MIRT-Verkenning Sloterdijk – Amsterdam centrum vanwege het belang voor de ontsluiting van de toekomstige gebiedsontwikkeling in Haven-Stad, maar ook voor de ontsluiting van andere ontwikkelingsgebieden in en rondom de stad. Daarnaast is het van groot belang voor de bestaande stad. Zo zal het sluiten van de Ringlijn zorgen voor een aantrekkelijkere en snellere verbindingen van Nieuw-West (metrostations aan de ‘Westtak’) met het Centraal station en centrumgebied. Ook speelt het sluiten van de Ringlijn een belangrijke rol in het opvangen van de OV-groei de komende decennia. De ambitie om tot duurzaam mobiliteitsgedrag van de toekomstige inwoners te komen vergt het realiseren van goede ov-bereikbaarheid in dit nieuwe deel van de stad. De eerste jaren is de bereikbaarheid van Haven-Stad nog geborgd door bestaande openbaar vervoerverbindingen en een mogelijke Hoogwaardig Openbaar Vervoer bis (HOV-bus) tussen Sloterdijk en Centraal Station (hierover is nog geen definitief besluit genomen). Voor de volledige ontwikkeling van Haven-Stad is realisatie van een hoogwaardige OV-verbinding met voldoende capaciteit tussen Sloterdijk en Centraal Station randvoorwaardelijk.
Samen met het Rijk zijn tijdens het BO MIRT afspraken gemaakt voor een mobiliteitspakket voor Haven-Stad bestaande uit investeringen in onder andere fietsenstallingen bij station Sloterdijk, een aantal weginvesteringen, een HOV-bus tussen Sloterdijk en Centraal Station en het eerste deel van de realisatie van de Ringlijn tot halte Hemknoop. Deze afspraken met het Rijk zijn gekoppeld aan het starten van een MIRT-verkenning voor de ontsluiting van Haven-Stad waarbij de eerste stap de 1e fase van het sluiten van de metroring is, tot aan Hemknoop. Het starten van een MIRTverkenning van het sluiten van de metroringlijn, met een 1e fase van het sluiten van de metroring, tot aan Hemknoop is in het BO MIRT 2022 gekoppeld aan de ontwikkeling van de grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Haven-Stad bestaat uit Havenstad Zuid, Havenstad Noord en de Achtersluispolder. Daarbij is uitgegaan van 9.000 woningen die worden gebouwd tot 2030, met na 2030 een verdere realisatie van nog eens 71.000 woningen als voorwaarde zoals genoemd in het Ontwikkelperspectief MRA.
Gegenereerd: v1.9
3
Gemeenteraad
VN2024-002397 Verkeer en Openbare Ruimte
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 27 maart 2024
Om de beste variant voor dit deel van de Metroringlijn te kunnen bepalen, worden in deze MIRTverkenning ook de verschillende varianten voor het geheel sluiten van de Metroringlijn tussen station Sloterdijk en station Amsterdam Centraal in het onderzoek meegenomen. Zo wordt een belangrijke stap gezet in het onderzoek naar bereikbaarheid bij de volledige ontwikkeling van Haven-Stad aan de zuidkant van het IJ. Voor uitvoering van de Verkenning is vanuit de gemeente Amsterdam €17,2 miljoen nodig. Dit bedrag is inclusief risicoreservering en indexatie tot en met het prijspeil van 2023. In dit bedrag zijn ook de opdrachtgeverskosten vanuit de gemeente Amsterdam opgenomen (zowel voor de MIRTverkenning voor de Ringlijn als OVAH). Voor de dekking van onder andere de lasten van de MIRT-Verkenningen is bij de begroting 2024 een reserve ‘Incidentele bijdragen Schaalsprong’ gecreëerd van € 344 miljoen. Van deze reserve is een bedrag van € 294 miljoen bestemd voor de volgende drie projecten: tekort Zuidasdok (€ 165 miljoen), het doortrekken van de Noord-Zuid Lijn (119,9 miljoen) en het tekort op het 3e perron Zuid (€ 8,5 miljoen). Ook de lasten voor de verkenning Ringlijn zijn hieraan later als bestedingsdoel toegevoegd om tijdig de Verkenning te kunnen starten. De overige € 50 miljoen is bestemd voor Maatschappelijke Voorzieningen.
Bij de Begroting 2024 is besloten dat de verkenningskosten van het project Ringlijn ook uit deze reserve kunnen worden onttrokken. Dit creëert echter een tekort in de reserve dat opgelost moet worden bij de Voorjaarsnota 2024. We stellen voor om op twee aspecten vooruit te lopen op de Voorjaarsnota 2024: • De onttrekkingen in 2024 e.v. aan de al ingestelde reserve Incidentele bijdragen Schaalsprong zijn nog niet begroot. We stellen voor de middelen voor de MIRT-Verkenning (€ 17,2 miljoen) vrij te geven voor besteding vooruitlopend op de (budgetneutrale) begrotingswijziging bij de voorjaarsnota. • Op Prinsjesdag heeft het Kabinet besloten dat het zijn reservering ten behoeve van de in het BO MIRT 2022 toegezegde bijdrage aan de NZ-lijn (voorlopig) verlaagt met € 1,7 miljard. De demissionaire bewindspersonen (en het ministerie) hebben herhaaldelijk uitgesproken dat het commitment voor het project doortrekken NZ-lijn onverminderd groot is. Maar mede gezien de val van het Kabinet is de financiële haalbaarheid van dit project onzeker. We stellen voor om de gereserveerde middelen van € 119,9 miljoen voor het doortrekken van de NZ-lijn binnen de reserve schaalspronginvesteringen anders in te zetten. Namelijk hiervan € 17,2 miljoen in te zetten voor de Verkenning Ringlijn, en de resterende € 103,5 miljoen voor de NZ-lijn beschikbaar te houden.
Hiermee creëren we een tekort in de gereserveerde Amsterdamse bijdrage voor de NZ-lijn. Dit sluit aan op de actuele status en de kans op volledige uitvoering van de projecten. Tijdig, voorafgaand aan besluitvorming over afronding van de verkenningsfase van project NZ-lijn en de start van de vervolgfase zal het tekort bij het dan actuele financiële beeld worden betrokken. Hierdoor wordt het meest recht gedaan aan de onzekerheid van (volledige) uitvoering van de nu benoemde projecten én wordt nu geen aanvullend beslag gelegd op aanvullende dekkingsmiddelen. Bij bovenstaande gelden de volgende afspraken: • Voor de dekking van de kosten van deze MIRT-Verkenning is afgesproken dat Amsterdam en VRA de kosten verdelen op basis van 50-50. Voor de twee MIRT-Verkenningen Sluiten Ringlijn en Doortrekken NZ-lijn samen betaalt Amsterdam circa 25% van de kosten aangezien het Rijk laatstgenoemde Verkenning geheel betaalt.
Gegenereerd: v1.9
4
Gemeenteraad
VN2024-002397 Verkeer en Openbare Ruimte
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 27 maart 2024
• De kosten van dit MIRT-project bij het BO MIRT 2022 op 394 mln (prijspeil juli 2022) zijn gezet. De Amsterdamse bijdrage volgend hieraan € 306,6 miljoen bedraagt en de VRA de resterende €87,4 miljoen bijdraagt. • Deze kosten betreffen een voorlopige inschatting op basis van de voorlopige voorkeursvariant en op basis van prijspeil juli 2022, waarmee de MIRT-Verkenning is gestart. Als we de investering indexeren naar het actuele prijspeil en P85 conform het streven bij grote en complexe projecten, dan komt de investering uit op € 515 miljoen (prijspeil 2023). Uitgaande van de voorlopige verdeling tussen Amsterdam en VRA, zou het nog te dekken aandeel hierin van de gemeente Amsterdam dan neerkomen op € 402 miljoen. • Bij het voorkeursbesluit zal een nieuwe kostenraming opgemaakt worden, die de basis vormt voor gesprekken (met VRA, maar ook het Rijk en mogelijk Provincie Noord-Holland) over de dekking van eventuele ontbrekende middelen. • Het college bij de Voorjaarsnota 2023 heeft besloten om deze investeringskosten de komende jaren “op te nemen onder het (nader vast te stellen) investeringsplafond”. Amsterdam heeft vele opgaven verdeeld over de stad, waarvoor op dit moment onvoldoende dekking voorhanden is. Het is niet zeker dat de komende jaren dekking gevonden wordt voor uitvoering van de OV verbinding Sloterdijk – Amsterdam CS.
Voor de zogenaamde schaalspronginvesteringen is bij de begroting 2024 in dekking voorzien voor de uitvoeringskosten van Zuidasdok (meerkosten), doortrekken NZ-lijn en gedeeltelijk voor de Oostbrug over het IJ. Ook de kosten voor Verkenning naar de Ringlijn zijn opgenomen in de reserve Incidentele bijdragen Schaalsprong. Voor de Ringlijn is besloten deze de komende jaren te dekken uit het (nader te bepalen) investeringsplafond. Uitgangspunt hierbij is dat de schaalspronginvesteringen niet gedekt worden uit het reguliere Investeringsdomein Openbare Ruimte en Mobiliteit, maar daar buiten. Dit is overeenkomstig de door de raad vastgestelde Nota Investeringen 2022. De investering OV verbinding Sloterdijk – Amsterdam CS maakt verder deel uit van het afsprakenpakket over verlenging metrolijnen en tekort Zuidasdok, dat is overeengekomen bij het BO MIRT 2022. Financiële onderbouwing Tabel 2: Financiële consequenties van de beslispunten BATEN Product Ontrekking reserve schaalsprong
I/S
Jaar T
Jaar T+1
Jaar T+2
Jaar T+3
I
€ 2.250.000,00
€ 6.250.000,00
€ 8.700.000,00
€ 0,00
€ 2.250.000,00
€ 6.250.000,00
€ 8.700.000,00
€ 0,00
Jaar T
Jaar T+1
Jaar T+2
Jaar T+3
Totaal LASTEN Product
I/S
Verkenning
I
€ 1.750.000,00
€ 5.750.000,00
€ 8.200.000,00
€ 0,00
Opdrachtgeverskosten Ringlijn / OVAH
I
€ 500.000,00
€ 500.000,00
€ 500.000,00
€ 0,00
€ 2.250.000,00
€ 6.250.000,00
€ 8.700.000,00
€ 0,00
Totaal
I=Incidenteel S=Structureel
Gegenereerd: v1.9
5
Gemeenteraad
VN2024-002397 Verkeer en Openbare Ruimte
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 27 maart 2024
Consequenties gedekt?
Ja
Overige toelichting
De kosten van de Verkenning zijn geraamd op € 25 miljoen, prijspeil begin 2023, exclusief een opslag voor onvoorzien. Hiervan draagt de gemeente de helft (€ 12,5 miljoen). Na toevoeging van een post onvoorzien van 10% en aanpassing naar het prijspeil naar het jaar van uitgave, bedraagt de raming € 15,7 miljoen. Toevoeging van de opdrachtgeverskosten, voor zowel de Ringlijn als OVAH, maakt € 17,2 miljoen. Exploitatiemeerkosten GVB verwacht dat de verlenging van de metrolijn met zowel 1 station als volledige sluiting van de Ringlijn leidt tot een positiever exploitatieresultaat. De exploitatiemeerkosten zijn volgens de huidige inzichten dus gedekt uit hogere inkomsten. Wet lokaal spoor In de Wet lokaal spoor is de zorg voor de aanleg en het beheer van de lokale spoorweginfrastructuur opgedragen aan Gedeputeerde Staten van de provincie of (in de regio Amsterdam) aan het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio Amsterdam. Voor de uitvoering van deze taak ontvangt de Vervoerregio (onder meer) een periodieke uitkering van het rijk. Gemeenten hebben geen wettelijke taken op het gebied van de aanleg en het beheer van (lokale) spoorweginfrastructuur. De aanwezigheid van (lokale) spoorweginfrastructuur in een gemeente is ook geen aspect waarmee rekening wordt gehouden bij de vaststelling van de hoogte van de uitkering die gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds.
De gemeente kan besluiten financieel bij te dragen aan de aanleg van railinfrastructuur, maar draagt in zo’n geval bij aan iets wat wettelijk gezien niet een taak van de gemeente is. Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding
Welke stukken treft u aan
Gegenereerd: v1.9
6
Gemeenteraad
VN2024-002397 Verkeer en Openbare Ruimte
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 27 maart 2024
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2024-009756
Bijlage 1 Concept versie Samenwerkingsovereenkomst MIRT-verkenning OV.pdf (pdf)
AD2024-009754
Bijlage 2 Concept Mandaatregeling MIRT-verkenning OV-verbinding.pdf (pdf)
AD2024-009755
Bijlage 3 Concept Governance MIRT-verkenning OV-verbinding.pdf (pdf)
AD2024-009746
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Naam: Jacob Hulder (06-3817027 2), manager Rijk/regio Mobiliteit/ Patrick Tramper (06-57546747), ambtelijk opdrachtgever E-mail: j.hulder@amsterdam.nl/p.tramper@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.9
7