CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag WIO 27 01 2021

Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs 27 januari 2021, gemeente Amsterdam14.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hij vraagt of de wethouder bereid is dit meldpunt op te heffen en ook niet meer te vermelden op de gemeentelijke website. Als het allen bestemd is voor professionals, moet de gemeente niet bevorderen dat het een kliklijn voor burgers wordt.  Uit het recente boek Streng maar onrechtvaardig met onder meer een bijdrage van raadslid Roosma, blijkt dat een gemeente uit verschillende handhavingsregimes kan kiezen. Hij vraagt of de gemeente bereid is te kijken naar de ruimte die er kennelijk is bij de handhaving rond de Participatiewet.  Hij wil graag meer inzicht, bijvoorbeeld door een keer meelopen, in de wijze waarop handhavers in Amsterdam inspecties uitvoeren. Mevrouw IJMKER vindt dat de affaire in Wijdemeren laat zien dat een systeem dat is gebaseerd op wantrouwen en repressie uitmondt in naargeestige gevolgen voor burgers.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitief Raadscommissieverslag, 27 januari 2021

WIO

Het laat de ongewenste gevolgen van de Participatiewet zien. Zij vindt het toe te juichen dat nu meer partijen gaan inzien dat het beter is vanuit een positief mensenbeeld en meer vertrouwen te kijken naar mensen die steun nodig hebben. GroenLinks pleit al jaren voor een humaner bijstandsbeleid in plaats van repressie. Zij benadrukt dat in Amsterdam al gewerkt wordt met een ruimere interpretatie en juicht het toe dat nu ook elders in het land gedacht wordt aan wijziging van de wet. Daarom steunt zij de brief van het college die daarvoor pleit en hoopt zij dat er snel beweging komt in Den Haag. De heer MIEDEMA vraagt welk deel van de meldingen bij het meldpunt van burgers afkomstig zijn, hoeveel er anoniem gedaan worden en hoeveel afkomstig zijn van professionals.. De heer SCHREUDERS vraagt of het klopt dat het meldpunt oorspronkelijk bedoeld was om te voorkomen dat overijverige ambtenaren proactief achter burgers aangingen en of dat dan een succes geworden is. Hij is benieuwd of naast de cijfers ook onderzocht is op welke manier mensen door dat meldpunt behandeld zijn en welk gevoel mensen hebben overgehouden aan het onderzoek dat naar aanleiding van een melding bij hen is verricht. Hij wil weten of de wethouder het optreden van het meldpunt proportioneel vindt.

Wethouder GROOT WASSINK vindt aanpassing van de Participatiewet uitermate wenselijk, zoals hij al meermalen hier naar voren gebracht heeft en wat ook bevestigd werd in de evaluatie van die wet in 2019. Het is bedroevend om te zien hoe die wet heeft uitgepakt in weerwil van alle goede bedoelingen van toenmalig staatssecretaris Kleinsma. Sinds het eerste paarse kabinet in 1996 is beperking van de vrijheden van mensen in de bijstand de norm geworden. Dat mensbeeld is naar zijn mening op twee punten verkeerd. Ten eerste het uitgangspunt dat iedereen wel aan het werk gaat als er maar voldoende prikkels en regels voor tegenprestatie zijn. De evaluatie laat zien dat dit ineffectief is. Het tweede is de inlichtingenplicht en de wijze waarop iets tot fraude bestempeld wordt. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen opzettelijke en onbedoelde schending van de inlichtingenplicht. De gemeente heeft echter ook meer ruimte voor invulling en manieren van handhaving dan op het eerste gezicht van de strenge wet lijkt. Amsterdam zoekt de soepele kant op, bijvoorbeeld met vrijgestelde giftendrempel voor de inlichtingenplicht. In Amsterdam is proportionaliteit het uitgangspunt en het is aan de deskundigheid van de medewerkers om daarnaar te handelen.

Op meldingen volgt niet automatisch een onderzoek; het is aan de medewerkers om eerst de proportionaliteit te beoordelen voordat enige maatregel wordt ingezet. Zo is met bijval uit de raad besloten dat bij een door een fout van de gemeente verstrekte te hoge uitkering wel een terugvordering wordt vastgesteld, maar dat die niet wordt overgegaan tot inning om mensen niet de dupe te laten worden van een fout van de gemeente. Het college pleit in Den Haag al jaren voor aanpassingen van de Participatiewet en er is recent een brief gekomen van de staatssecretaris waarin hij aangeeft de onwenselijke hardheid van de Participatiewet te willen verlichten en daarbij onder meer de VNG te betrekken. Spreker zit daar als lid van de VNG-vertegenwoordiging bij. Er is dus beweging in de landelijke politiek. Hij waarschuwt aan de andere kant wel voor te vlugge oordelen over het geval Wijdemeren of elders, omdat het volledige beeld ontbreekt. Maar men kan wel vaststellen dat Amsterdam in gevel van boodschappen een andere aanpak volgt. Hij is een voortdurende pleitbezorger van verruiming voor bijverdiensten, maar dat moet landelijk geregeld worden. Spreker was bij de presentatie van het boek Streng maar onrechtvaardig aanwezig. Waar mogelijk zoekt hij aanpassingen van de wet, maar voor wijziging van de wet zelf moet men toch echt in Den Haag zijn.

Een werkbezoek aan de handhavers lijkt hem een goed idee. Hij is zelf wel eens meegegaan met een huisbezoek. Die vinden over het algemeen niet plaats ter controle of voor het tellen van tandenborstels, tenzij er stevige signalen zijn, maar om te kijken hoe het met mensen gaat. Hij is bereid een werkbezoek te organiseren zodat raadsleden van de medewerkers zelf omgaan met het begrip proportionaliteit. De gemeente treedt pas op na het ontvangen van inlichtingen. Hij ziet in het

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitief Raadscommissieverslag, 27 januari 2021

WIO

meldpunt een functie in het kader van fraudebestrijding. Want men moet niet uit het oog verliezen dat fraude voorkomt en dat er een eroderende werking van uitgaat als de overheid daar niet tegen optreedt. Hij is niet bereid het meldpunt op te heffen en deelt ook niet de opvatting dat het louter vermelden van het bestaan op de website een vorm van actieve promotie is. In 2018 kwamen er 596 meldingen binnen, in 2020 was dat teruggelopen naar 414, waarvan de helft anoniem. Hij benadrukt dat een melding niet automatisch leidt tot een actie. Vanuit de proportionaliteitsgedachte beoordelen medewerkers eerst of actie geboden is. Hij vindt het meldpunt nodig om een plek te hebben waar serieuze signalen kunnen binnenkomen en worden beoordeeld. Er is geen klantonderzoek, maar hij vindt het een interessante gedachte om verder over na te denken. Het gaat hier om een belangrijk onderwerp waarover men uren van gedachten zou kunnen wisselen. Een belangrijk punt van de heer Khan is dat het bestaansminimum te laag is. Het Nibud-onderzoek toont aan hoe lastig het is voor mensen op het bestaansminimum om rond te komen. Hij is van mening dat ophoging van het bestaansminimum, het minimuminkomen en de bijstand noodzakelijk is. Ook dat is een zaak voor Den Haag al zou hij daarnaast ook een voorstander zijn van meer vrijheid voor gemeenten om bijvoorbeeld categorale bedragen te hanteren.

Hij zal zijn lobby voortvarend voortzetten in zijn contacten met kabinet en Kamer. De VOORZITTER merkt op dat de heer Khan het punt naar de raad wil piepen omdat hij moties in wil dienen. Zij constateert dat de leden geen behoefte hebben om in een volgende commissievergadering in tweede termijn over dit onderwerp te spreken en concludeert dat het dus geagendeerd zal worden voor de raad van 10 maart en dat het voor dit moment is afgehandeld. Onderwijs 9. Vaststellen de gebundelde wijzigingen van de Verordening op Lokaal Onderwijs Beleid Amsterdam 2019 (VloA 2019) ten behoeve van schooljaar 2021-2022 (ZD2020-015047) De heer SCHREUDERS vraagt hoe het staat met de maximering van de ouderbijdrage tot 112 euro. Hij had verwacht dat daar in dit stuk melding van gemaakt zou worden. Wethouder MOORMAN zegt dat dit klopt. Het streven is inderdaad te komen tot een maximum van 112 euro en veel scholen hebben dat ook al doorgevoerd. Maar er lopen nog procedures van scholen die daar bezwaar tegen hebben ingediend en het lijkt haar verstandiger eerst de afloop van die procedures af te wachten voordat er formeel melding van gemaakt wordt. Amsterdam is de eerste gemeente die met deze beperking wil gaan werken en er is juridisch advies ingewonnen. Dat geeft haar het gevoel op stevig ijs te staan met dit voornemen, maar zij acht het toch verstandiger de uitkomst van die procedures af te wachten.

De VOORZITTER constateert dat het punt nu voldoende behandeld is en dat de voordracht als hamerstuk naar de raad kan worden doorgeleid. 10. Segregatiemonitor primair onderwijs 2019-2020 (ZD2020-014478) gevoegd behandeld met: 11. Rapport Staat van het Amsterdamse primair onderwijs 2019/’20 (ZD2020014306) Mevrouw ROODERKERK merkt op dat de achterstand van leerlingen in het basisonderwijs door de coronamaatregelen steeds meer oplopen. De ongelijkheden zijn ook toegenomen omdat niet alle kinderen beschikken over een goede leerplek thuis. De

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitief Raadscommissieverslag, 27 januari 2021

WIO

achterstanden lijken met name voor kinderen zonder geschikte thuisleerplek haast niet meer in te halen. Daarom acht zij directe actie geboden en sluit zij zich aan bij de oproep van onderwijswethouders om te komen tot een nationaal plan. Maar zij vindt dat er daarnaast ook een Amsterdams actieplan nodig is. Zij vraagt wat de gemeente doet en gedaan heeft om meer samenwerking tussen scholen en maatschappelijke organisatie, vakleerkrachten voor cultuur en sport te bereiken. Zij is benieuwd of de wethouder wil; pleiten voor meer voorzieningen in de noodopvang en thuisonderwijs. Daar lopen scholen volgens haar echt tegen aan omdat ze niet genoeg leerkrachten hebben. Verder is zij benieuwd wat de gemeente heeft gedaan om alle leerlingen thuis te voorzien van een laptop en een goede wifi-verbinding en of alle leerlingen die inmiddels hebben. Zij vraagt of AT5 of Salto benaderd kunnen worden voor schooltelevisieuitzendingen. Zij is benieuwd welke extra ondersteuning nu aan leerlingen van groep 8 gegeven wordt rond de overgang naar het VO en wat de gemeente daarin kan bieden. Zij vraagt of de wethouder overleg heeft met scholen over de verplaatsing van adviesweken om te zorgen dat leerlingen een goed advies kunnen krijgen. De heer BLOM steunt de suggestie voor schooltelevisie. Maar een goede wifiverbinding lijkt hem een grotere prioriteit.

Mevrouw ROODERKERK is het daarmee eens, maar voert aan dat alle gevraagde acties tegelijkertijd kunnen worden uitgevoerd. Een goede wifiverbinding is essentieel, maar zij wil ook zoeken naar creatieve oplossingen. Zij vraagt tot slot hoe het staat met de uitvoering van de motie voor het beschikbaar stellen van studieplekken, bijvoorbeeld door gemeentelijke gebouwen daarvoor geschikt te maken. Zij verwijst als voorbeeld naar de studiezaken in Nieuw-West die door burgers beschikbaar zijn gemaakt. Mevrouw MARTTIN herkent de perikelen die mevrouw Rooderkerk aankaart uit haar eigen schoolpraktijk. Zij vindt het belangrijk dat goede praktijkvoorbeelden verzameld worden zodat scholen kunnen bekijken wat wel en niet werkt. Zij heeft zelf gemerkt dat ouderparticipatie in deze tijden goed werkt en vraagt die vooral te blijven stimuleren in deze ingewikkelde periode. Zij vraagt of de wethouder daar nog adviezen over kan geven hoe scholen langs die weg beter kunnen achterhalen hoe zaken thuis verlopen en waar de problemen spelen die opgelost moeten worden. Verder hoopt zij dat de wethouder een goed zicht kan bieden op wat docenten nodig hebben om nu kinderen bij de les te houden en de achterstanden weg te werken. Wellicht kan zij scholen advies laten geven over de besteding van het extra geld dat ze van het Rijk krijgen voor het wegwerken van achterstanden vanwege corona.

Zij hoopt dat er na de coronacrisis weer meer gelegenheid is om met elkaar van gedachten te wisselen over een duurzame aanpak van de segregatie en de kansenongelijkheid. Mevrouw HEINHUIS betreurt het dat er nu zo weinig tijd is om deze twee belangrijke documenten te bespreken. Zij hoopt dat er nog een gelegenheid zal komen om dat diepgaander te doen. Het rapport laat zien dat het onderwijs in Amsterdam nog lang niet de gewenste gelijkmaker is en toont nogmaals het belang van een aanpak van de kansenongeljjkheid aan. De segregatiemonitor laat zien dat scholen nog lang geen afspiegeling zijn van de wijk. De schoolsluiting heeft de Amsterdamse leerlingen geen goed gedaan, zo is nu duidelijk uit het rapport af te lezen, vooral voor leerlingen die al veel risico op achterstanden liepen. Het belang van de school, de fysieke aanwezigheid van leerkrachten en medeleerlingen is overduidelijk. Het gemis daarvan in de huidige lockdown zal ook weer zijn tol vragen. Uit het rapport blijkt dat Amsterdamse leerlingen niet goed scoren op leesvaardigheid en rekenvaardigheid en dat de coronacrisis dat nog heeft verergerd. Bovendien blijkt dat leerlingen die het wel goed deden op scholen met veel achterstandsleerlingen, door de coronacrisis achteruit zijn gegaan. Zij lopen dus nu het risico van een lager advies dan ze gehad zouden hebben als de schoolomgeving er wel was

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitief Raadscommissieverslag, 27 januari 2021

WIO

geweest. Zij is benieuwd of deze leerlingen extra ondersteuning krijgen en of de leerkrachten voldoende in staat zijn om de opgelopen achterstanden weg te werken. Zij vraagt of de extra middelen daarvoor worden ingezet, of er gedacht wordt aan bijles of extra lestijden en of er stadsbreed iets georganiseerd wordt voor deze leerlingen, bijvoorbeeld bij de zomerschool. Onderadvisering is volgens het rapport nog steeds een groot probleem in Amsterdam. Dit jaar lopen de leerlingen van groep 8 extra risico’s voor een laag advies. Vooral kinderen met een migratie-achtergrond en laagopgeleide ouders lopen dat risico volgens het rapport. Zij vraagt of hier met de schoolbesturen over wordt gesproeken en wat gedaan kan worden om onderadvisering te voorkomen. Zij werpt de vraag op of er niet à la de kopklas een groep 9 in het leven geroepen moet worden die zich speciaal richt op rekenen taalvaardigheid. Zij is benieuwd of daar mogelijkheden voor zijn. De heer SCHREUDERS haalt de opmerking van zijn fractiegenoot Flentge aan dat een van de instrumenten om het hardnekkig en complex verschijnsel segregatie aan te pakken is het evenwichtig verspreiden over de stad van leerlingen die extra zorg en aandacht nodig hebben. Zijn voorstel in die richting is overgenomen door de raad. Daarin staat de oproep om samen met scholen te kijken hoe men een dergelijke spreiding zou kunnen vormgeven.

Hij vraagt of de wethouder contact gehad heeft met scholen over dit voorstel of dat zij nog van plan is dit te doen. Want hij begrijpt dat scholen in deze tijd veel aan hun hoofd hebben. De heer BLOM ziet in het rapport grote verschillen in zorg en aandacht di kinderen met een behoefte aan specialistische zorg krijgen. Hij is benieuwd wat deze verschillen op termijn voor effect hebben en of daar extra inzet nodig is. Zijn tweede vraag betreft het welzijn van leerlingen. Iedereen heeft de mond vol van de onderwijsachterstanden die zij nu met de lockdown oplopen. Die zijn volgens hem met de nodige inspanningen nog wel in te halen. Hij vraagt zich af of men zich niet veel meer zorgen zou moeten maken over de achterstanden in sociale interactie en sociale ontwikkeling die niet meer in te halen zijn Thuisonderwijs in deze gekke tijden legt een grote emotionele en psychische druk op ouders en kinderen. Zij kunnen licht het gevoel krijgen dat ze niet deugen of niet goed genoeg zijn. Hij vraagt zich af wat het met kinderen en hun ouders doet als ze voortdurend horen praten over onderwijsachterstanden die ze oplopen. Hij vraagt of de wethouder daar zicht op heeft. De heer CEDER vraagt of bij segregatie ook de religieuze achtergrond als mogelijke factor wordt meegewogen en of dat anders te overwegen valt.

Wethouder MOORMAN merkt op dat de twee nu gevoegd besproken documenten nogal verschillend van aard zijn en dat zij de vragen wel per document wil gaan beantwoorden. Zij kan zich de motie over de spreiding goed herinneren en meent dat ook haar eigen handtekening daar destijds onder gestaan heeft. De onevenwichtige spreiding over de stad is inderdaad een factor, maar het is enorm ingewikkeld om daar iets aan te doen. Amsterdam kan ouders niet dwingen hun kinderen naar een bepaalde school te sturen. Het lijkt haar ook onverstandig om dat te willen afdwingen. Zij zoekt het vooral in het zorgen voor een goede mix van scholen met een kwalitatief goed onderwijsaanbod. Via de kansenaanpak en andere interventies probeert ze voor elkaar te krijgen dat in de gebieden waar dit het hardst nodig is kwalitatief goede scholen komen. Ook Jeugd maakt diezelfde beweging door OKC’s bij voorkeur op plekken te vestigen waar de zorg het hardst nodig is. Zo ontstaat een spreiding van kwaliteit waardoor het niet meer uitmaakt in welke wijk je woont voor het krijgen van goede en bereikbare onderwijskwaliteit. Dat lijkt haar een goed instrument in de strijd tegen kansenongelijkheid. Via de segregatiemonitor wordt de raad op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen op dat gebied.

Uit deze monitor kan men opmaken dat het met de menging de goede kant op gaat, al blijft het zorgelijk dat er scholen blijven met meer dan 80% leerlingen van hoogopgeleide ouders. Religieuze achtergronden kunnen een rol spelen. Zij kan zich bijvoorbeeld niet voorstellen dat er op islamitische scholen veel niet-islamitische leerlingen zijn. Maar aan de andere kant hebben veel katholieke scholen wel veel islamitische leerlingen. In de monitor

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitief Raadscommissieverslag, 27 januari 2021

WIO

wordt daar niets over gemeld omdat het gaat om bijzondere persoonsgegevens. Er is veel samenwerking tussen scholen en maatschappelijke organisaties. Zij wijst op het convenant tussen scholen en kinderopvang. Er is samenwerking met de weekendscholen en studiezalen. En de samenwerking die aangegaan is vanwege het lerarentekort, werpt ook hier vruchten af. Maar men dient zich te blijven realiseren dat onderwijs een apart vak is en dat men niet iedereen zonder meer voor een klas kan zetten. In de eerste golf zijn 6500 laptops verstrekt aan basisscholieren. Die zijn in beheer bij de schoolbesturen. Het Rijk heeft daarnaast ook laptops geleverd. Volgens de schoolbesturen is nu iedereen wel voorzien van een device. Verder is er voor minima de regeling via de armoedevoorzieningen waarmee ze een laptop in eigendom kunnen krijgen. Voor wifi zijn in de eerste golf 700 hotspots verstrekt. Daar blijkt in de praktijk veel minder vraag naar te zijn. De gedachte om iets te doen met AT5 en Salto spreekt haar zeer aan, maar ze wijst erop dat deze publieke omroepen te krap in hun middelen zitten om nieuwe producten te ontwikkelen. Dat is wellicht iets voor de nationale omroepen. En natuurlijk zijn er nog steeds de uitzendingen van School TV die ook veel doen met taal en rekenen. Die programma’s zijn via de website beschikbaar.

Amsterdam heeft de leerlingen van groep 8 tot kwetsbare groep bestempeld omdat de schoolsluitingen te langdurig zijn. Over de hele linie is achteruitgang in de schoolprestaties van leerlingen te zien. Dat treft vooral de kinderen die het meest behoefte hebben aan een schoolomgeving. De ongelijkheid neemt dus ook ontzettend toe. Voor leerlingen van groep 8 kan dat dramatisch uitpakken bij de overgang naar het voortgezet onderwijs en het effect op de schooladviezen. Daarom hebben veel scholen besloten deze leerlingen toch naar school te laten komen voor fysiek onderwijs, vaak in halve groepen of in aparte lokalen, om ze goed voor te bereiden op de middentoetsen. De toetsen zijn niet te vergelijken met die van voorgaande jaren vanwege de vertragingen die leerlingen hebben opgelopen. Zij spreekt liever van vertragingen dan van achterstanden omdat de leerlingen er niets aan kunnen doen dat ze zo lang geen regulier onderwijs gekregen hebben. De term achterstanden wekt volgens haar de indruk dat de leerlingen of de school er zelf iets aan hadden kunnen doen of d in gebreke zijn gebleven. Er is door iedereen keihard gewerkt, daar mogen geen misverstanden over ontstaan. De toetsresultaten van dit jaar laten dus iets anders zien dan voorgaande jaren. Ze heeft daar goede contacten over met de schoolbesturen en daarin is afgesproken dat er kansrijk geadviseerd zal worden.

Dat betekent dat potentieel wat wel door de leerkrachten gezien wordt maar nog niet tot uiting komt is de toetsen, wel wordt meegewogen in het advies. Daarnaast is het van groot belang dat kansrijk wordt lesgegeven en begeleid. Dat brengt ook een opgave met zich mee voor het voortgezet onderwijs omdat men daar te maken zal krijgen met leerlingen die nog niet op dat niveau kunnen laten zien wat ze in huis hebben vanwege hiaten en vertragingen in hun onderwijs. De VO-schoolbesturen hebben al aangegeven dat ze daar goed naar zullen kijken en zullen volgen. Een positief bijeffect van deze crisis is dat er meer contact is tussen PO en VO dan ooit daarvoor. Dat zal ook dempend effect hebben op onderadvisering die vaak voorkomt uit de angst dat de leerling verdwaalt in de brugklas bij gebrek aan begeleiding. De warme overdracht wordt beter. Dat moet men vasthouden na deze periode. Er komt een extra inzet voor brede brugklassen en brede scholen en leerkrachten hebben al gezegd dat ze daar meer naar zullen doorverwijzen. Wat de gevolgen zijn voor de kernprocedure is nog niet duidelijk. De uitvoering van de motie ligt bij haar collega en spreekster weet niet wat de stand van zaken is. Dat zal ze laten nagaan en zo snel mogelijk doorgeven. Zij denkt dat er nog nooit zo veel gevraagd is van ouders als in deze periode en misschien is het soms wel te veel.

Zeker als ze zelf werken en te maken hebben met werkgevers die bij thuiswerk dezelfde prestaties verwachten als op de reguliere werkplek. Ouderbetrokkenheid is altijd al belangrijk, maar men moet zich realiseren dat daar grenzen aan zijn. Mevrouw Heinhuis legt volgens haar de vinger op de zere plek: het zal jaren vergen om alle effecten van deze vertragingen weg te werken. Zij hoopt dat de minister met structurele middelen en een nationaal actieplan komt om daar daadwerkelijk iets aan te kunnen doen. Dat vraagt een jarenlange investering, vooral op de plekken waar dat het hardst nodig is. Onderadvisering is en blijft een terugkerend onderwerp van gesprek met de

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitief Raadscommissieverslag, 27 januari 2021

WIO

schoolbesturen, mede naar aanleiding van het onderzoek dat zij heeft laten uitvoeren. Kansrijk adviseren in combinatie met kansrijk onderwijs blijft belangrijk. Zij bedankt de heer Blom voor zijn bespiegelingen over de gemoedstoestand van kinderen in deze tijden. De lagere schoolprestaties zijn erg, maar de sociaal-emotionele effecten van de sluiting zijn misschien nog wel erger. DE structuur verdwijnt uit het leven van kinderen en jongeren en dat heeft grote gevolgen voor hun psychisch welbevinden. Het zal in haar ogen een zegen zijn als de scholen hun deuren weer kunnen openen om normaal les te geven. Mevrouw HEINHUIS vraagt of gedacht wordt aan de vorming van een groep 9 om met name rekenvaardigheden op peil te brengen. Wethouder MOORMAN zegt dat wel het her en der instrument high dosage tutoring wordt ingezet voor het opkrikken van de rekenvaardigheid. Als dat niet zo duur was, zou zij dat aan alle scholen ter beschikking willen stellen. Die interventie vraagt ook erg veel extra formatie vanwege de een-op-twee begeleiding en het aanbod van leraren is beperkt. Wellicht komt er een moment dat besloten wordt alle leerlingen een extra schooljaar te gunnen. Daar zijn echter afgezien van de kosten ook enorme praktische bezwaren mee gemoeid als het gaat om het werven van extra leerkrachten en het vinden van extra leslokalen.

In theorie is het een mooie oplossing, maar het lijkt haar realistischer te kijken naar wat men in het VO kan doen via brede brugklassen en maatregelen om hiaten aan te vullen en blokkades tussen niveaus weg te werken. Zij denkt dat men vooral naar de lange lijn moet kijken om schoolloopbanen soepel te laten verlopen. Gezien de toenemende jeugdwerkloosheid heeft het volgens haar ook niet zo veel zin om jongeren zo vlug mogelijk klaar te stomen voor de arbeidsmarkt en kan men beter investeren in een langere leertijd. Zij denkt dat het beter is daarop in te zetten. Mevrouw SCHIPPER merkt op dat conceptscholen vooral leerlingen van hoogopgeleide ouders en vraagt wat daar de reden voor zou kunnen zijn. Zou het kunnen liggen aan het geven dat er al zo veel kinderen van hoogopgeleiden op die scholen zijn? Zij is benieuwd en of betere voorlichting aan laagopgeleide ouders over die scholen daar verandering in zou kunnen brengen. Zij vraagt welke effecten er te zien zijn van het stedelijk toelatingsbeleid. In de monitor ziet ze enerzijds een grafiek over de mate waarin scholen een afspiegeling zijn van de wijk. Daarin is over de jaren heen geen verschil te zien. Maar een andere grafiek over de verdeling van leerlingen over scholen naar het aandeel kinderen met hoogopgeleide ouders valt wel een significante verschuiving te zien.

Zij vraagt wat de verhouding is tussen die twee grafieken en welke conclusie men daaraan kan verbinden over de effecten van het stedelijk beleid of dat er wellicht andere factoren in het geding zijn. Wethouder MOORMAN zegt dat het klopt dat conceptscholen meer in trek zijn bij hoogopgeleide ouders. Dat is zonder specifiek onderzoek ingewikkeld te duiden. Maar er zijn wel factoren aan te duiden die hierbij spelen. De reisbereidheid is bij hoogopgeleide ouders over het algemeen groter zodat zij hun kinderen eerder op een school buiten de buurt plaatsen. De bekendheid met het concept zal een rol spelen, Laagopgeleiden kiezen vaker voor beproefd goed onderwijs en zijn huiveriger voor experimenten. Ook het feit dat de populatie op die scholen voornamelijk bestaat uit kinderen van hoogopgeleiden zal onmiskenbaar een rol spelen in de aantrekkingskracht. Het is moeilijk daar als gemeente verandering in te brengen behalve het vergroten van de bekendheid van zulke scholen. Oud-Noord is als uitvloeisel van de motie Flentge verkozen tot proefgebied. Daar is nu een procesregisseur aangesteld die van het grote aantal te kleine scholen daar met drie verschillende schoolbesturen probeert te komen tot de vorming van enkele sterke scholen. De al langer krimpende Sint Rosaschool gaat daar nu een samenwerkingsverband aan met een Montessorischool elders in Noord.

Bij de ouders leven nog veel vragen over de aansluiting van het onderwijs op het Montessoriconcept en dat maakt het allemaal spannend. Zij merkt op dat Maria Montessori juist bij uitstek een voorstander was van inclusief onderwijs, terwijl de scholen met dat concept in Amsterdam tot nu toe niet echt goed gemengd zijn. Maar het blijkt dat schoolbesturen over hun eigen schaduw heen kunnen springen en dat geeft goede hoop dat deze samenwerking gaat slagen en dat zij

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitief Raadscommissieverslag, 27 januari 2021

WIO

aantrekkelijke schoolconcepten kunnen bieden voor een brede groep van kinderen. Dat lijkt haar belangrijk om te laten zien hoe verschillende kinderen gebaat zijn bij het ontmoeten van elkaar. Het stedelijk toelatingsbeleid heeft effecten als je kijkt naar de ontwikkelingen bij buurtscholen en de 20%-blokken laten een afname van segregatie zien. Er zijn meer gemengde scholen ontstaan qua opleidingsniveau. De voorkeur voor acht buurtscholen betekent echter niet dat men niet elders terecht kan. In de praktijk zijn slechts enkele scholen helemaal vol. De impact van het stedelijk toelatingsbeleid is er dus wel, maar in beperkte mate. De VOORZITTER concludeert dat de punten nu voldoende behandeld zijn. De VOORZITTER sluit de vergadering om 12.55 uur.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9764569/2