Definitief verslag WIO 08 12 2021
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Raadscommissieverslag, 8 december 2021
Vergadering Vergaderdatum Verslag vastgesteld op:
DEFINITIEF VERSLAG Openbare digitale vergadering van de Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs (WIO) Woensdag 8 december 2021, van 9.00 tot 10.50 uur Woensdag 12 januari 2022 Voorzitter: de heer Blom Portefeuillehouders: wethouder mevrouw Moorman, wethouder Groot Wassink Commissiegriffier: mevrouw Diemont Verslaglegging: de heer Timmermans (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw Bloemberg-Issa (PvdD), de heer Boomsma (CDA), mevrouw Heinhuis (PvdA), mevrouw IJmker (GL), de heer Khan (DENK), de heer Kreuger (JA21), mevrouw Van der List (GL), de heer Miedema (PvdA), de heer Schreuders (SP), mevrouw Van Soest (PvdO), lid Verkerke (BIJ1), de heer Wijnants (VVD), de heer Yilmaz (DENK) Afwezig: Nida, FvD, CU Overige aanwezigen: mevrouw Van der Moon en mevrouw Benkacem (insprekers)
1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.14 uur. Zij gaat na welke leden daadwerkelijk digitaal aanwezig zijn en stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER leest de richtlijnen voor digitaal vergaderen voor. Wethouder MOORMAN deelt naar aanleiding van een toezegging aan mevrouw De Fockert mee dat de logboeken van de loting en matching niet openbaar gemaakt worden, maar dat individuele ouders volgens navraag bij OSVO wel de eigen casus kunnen inzien en het proces-verbaal. Door de aanwezigheid van een notaris bij de procedure is er bovendien een extra garantie voor transparantie. Vanwege een toezegging aan de heer Boomsma heeft zij laten uitzoeken wat de gevolgen zijn van het feit dat in de schoolkeuzegids niet overal goed de voorrangsregels vermeld staan. Dat is inmiddels op de website gecorrigeerd. Bij OSVO was deze fout inmiddels ook al bekend. De betreffende scholen zullen de juiste informatie naar de ouders communiceren. De heer BOOMSMA vraagt of ook onderzocht is of er geen extra problemen optreden omdat is vereist dat de voorrangsregels in de papieren gids gemeld moeten worden en anders niet geldig zijn. Wethouder MOORMAN zegt dat juristen dit nog nader aan het uitzoeken zijn, zowel van de gemeente als van OSVO. De verwachting van juristen is dat het zo kan, maar het wordt nog goed uitgezocht.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
Wethouder GROOT WASSINK deelt met een verwijzing naar de dagmail mee dat er op 14 december een technische sessie is over het Amsterdams experiment met de bijstand.
c. Vaststellen agenda Op verzoek van de aanvrager, de heer Yilmaz, wordt punt 5 naar de volgende vergadering van 12 januari verdaagd. De agenda wordt verder conform het voorstel vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie WIO d.d. 17 november 2021 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda per portefeuille De heer MIEDEMA bedankt de wethouder voor het opschonen van de toezeggingen op het gebied van Sociale Zaken. Verder zijn er geen opmerkingen of vragen. f. TKN-lijst De schriftelijk ingediende verzoeken van mevrouw De Fockert en mevrouw Marttin ter agendering van TKN9 in de vergadering van 12 januari 2022 worden gehonoreerd. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel om 9.23 uur. Vanaf dit moment gaan de spreektijden in. b. Inspreekmoment Publiek Mevrouw VAN DER KROON feliciteert namens Defense for Children en het Kinderrechtencollectief de indieners van het initiatiefvoorstel voor meertaligheid in het onderwijs. Zij kijkt uit naar de uitwerking in een actieplan dat als voorbeeld kan dienen voor andere gemeenten over de uitwerking van VN-kinderrechten op dit gebied.
Amsterdam heeft hierin een voorlopersrol die al tot uiting komt in de taalvriendelijke scholen die lid zijn van het internationale netwerk van zulke scholen. Als juriste is zij gespecialiseerd in de VN-verdrag over de Rechten van het Kind. Een van die rechten is dat elk kind het recht heeft zijn thuistaal te spreken en te leren. Dat is vastgelegd in het VN-verdrag over de kinderrechten, maar ook in dat over rassendiscriminatie. Desondanks gebeurt het over de hele wereld dat kinderen dat recht
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
wordt ontzegd, ontmoedigd of zelfs verboden, ook al toont wetenschappelijk onderzoek aan dat dit contraproductief werkt. Het VN-comité rond rassendiscriminatie heeft onlangs de aanbeveling aan Nederland gedaan om meertalige kinderen niet te straffen of beperken en om docenten te trainen in de omgang met meertaligheid. Het bijzondere is dat Nederland daarover al binnen een jaar moet rapporteren, terwijl de gebruikelijke termijn vier jaar is. In dat licht is het initiatief dus extra welkom. Zij beveelt de gemeente aan de meertalige kinderen zelf te betrekken bij de uitwerking in een actieplan omdat zij juist goed weten wat wel en niet werkt in de praktijk en omdat ze volgens artikel 12 van het verdrag dat recht ook hebben. Zij wijst er verder pop dat in maart 2022 ook het VN-comité voor kinderrechten met aanbevelingen voor Nederland zal komen. De heer KREUGER zegt er niet van op de hoogte te zijn dat hier schendingen van mensenrechten in het geding zouden zijn. Afgezien daarvan vraagt hij hoe de inspreekster denkt dat dit alles betaald en geregeld moet worden. Mevrouw VAN DER KROON vraagt zich af of deze vraag aan haar gericht moet worden. Volgens het internationaal netwerk gaat het niet om geld, maar om het bevorderen van taalvriendelijkheid en het leren omgaan met taalverschillen. De heer BOOMSMA zegt dit niet te begrijpen.
Als het een verplichting zou zijn onderwijs in moedertalen te verzorgen, zijn daar volgens hem immers onvermijdelijk kosten mee gemoeid. Hij vraagt of die verplichting dan geldt voor elke minderheidstaal, hoe weinig gesproken die ook mag zijn. Mevrouw VAN DER KROON antwoordt dat het niet gaat om onderwijs in de thuistaal, maar om het recht dat kinderen hun thuistaal mogen gebruiken als ze op school zijn en bij het maken van hun huiswerk. De heer BOOMSMA zegt nu helemaal niet meer te begrijpen waar het over gaat. Hij vraagt hoe men van leraren kan verwachten dat zij huiswerk in allerlei thuistalen kunnen nakijken. Mevrouw VAN DER KROON nodigt hem uit een bezoek te brengen aan scholen die een methodiek op dit gebied in praktijk brengen. De heer YILMAZ bedankt de inspreekster voor haar aanvulling op het initiatief. Hij vraagt waarom voor Nederland een rapportagetermijn van een jaar geldt. Mevrouw VAN DER KROON zegt niet precies te weten waarom het comité gebruik gemaakt heeft van deze optie. Zij zal dit navragen. Mevrouw BENKACEM spreekt als een van de moeders van de basisschool Waldorf aan de Werf namens ouders en team in over de locatieperikelen van die school. Die is voortgekomen uit een burgerinitiatief van 3,5 jaar geleden. De meerderheid van de ouders woont aan de westkant van Noord, maar daar is nog geen locatie gevonden.
De school zit nu al een tijd ver weg in een te klein gebouw zonder verwarming of directeurskamer. De meeste ouders moeten hun kind per auto brengen en zitten met een logistiek probleem. Zijzelf moet tien kilometer fietsen. En dit terwijl de initiatiefnemers juist een school wilden die geworteld zou zijn in de wijk. Zij vragen waarom het zo lang moet duren voordat de beloofde plek aan de Klaprozenweg gereed is. Volgens haar zijn er voldoende leegstaande gebouwen in de buurt. De ouders willen graag duidelijkheid op korte termijn. Mevrouw HEINHUIS vraagt hoe het contact met het stadsdeel verloopt en of men daar wel aan het juiste adres is.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
Mevrouw BENKACEM zegt dat de ouders niet zelf contact hebben met het stadsdeel, maar dat dit via het schoolbestuur gaat. Zij heeft begrepen dat er een onderzoek komt, maar dat er in de omgeving ook veel tegengeluiden zijn vanwege verkeerssituaties. Het onderzoek betekent voor de ouders alleen maar extra vertraging en dus nog langer verblijf in dat tijdelijke gebouw. De VOORZITTER bedankt de insprekers. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten ingebracht. c. Rondvraag Mevrouw VAN SOEST vraagt of zzp’ers ook recht hebben op een TOZO-uitkering. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat de TOZO sinds 1 oktober niet meer bestaat, ondanks zijn pleidooi voor verlenging. Zelfstandigen kunnen nu wel een beroep doen op de versoepelde BBZ en dat gebeurt ook. Er komt nog een Kamerdebat over coronasteunmaatregelen. Hij hoopt dat het nieuwe kabinet meer overneemt van de echte oplossingen die de commissie Borstlap heeft aangedragen. Zelfstandigen kunnen geen beroep doen op de algemene bijstand omdat ze zich dan dienen uit te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Daarom zijn de voorwaarden voor de BBZ versoepeld. De heer MIEDEMA vraagt hoe deze versoepelde BBZ in de praktijk werkt. Voorheen moesten zelfstandigen maanden wachten op een reactie op hun aanvraag. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat het gaat om een coproductie met wethouder Moorman die gaat over de praktische uitvoering.
Hij heeft begrepen dat de doorlooptijd versneld is, maar de BBZ ziet hij nog steeds niet als het ideale middel en daarom blijft hij pleiten voor verlenging van de TOZO. De heer BOOMSMA adviseert zelfstandigen actief te benaderen om ze te wijzen op deze en andere steunmaatregelen. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat dankzij de TOZO meer zelfstandigen in het bereik van de gemeente zijn gekomen, wat enorm helpt, maar dat hij samen met wethouder Moorman blijft \zoeken naar wegen om het bereik van steunmaatregelen te vergroten. Mevrouw VAN DER LIST vraagt namens haar fractiegenoot Blom om een reactie van de wethouder op de inspraak van mevrouw Benkacem. Wethouder MOORMAN zegt dat er gewerkt wordt aan nieuwe huisvesting voor de school maar dat de beoogde locatie problemen zijn rond de verkeersituatie en de bestemmingswijziging van een weiland. De gebruikelijke inspraakprocedures bij bestemmingswijzigingen en verkeerssituaties zijn hier van kracht. Het is gebruikelijk dat startende scholen niet meteen een nieuw gebouw krijgen en dat er eerst gekeken wordt naar bestaande leegstaande gebouwen en die waren er in Noord. Het is inmiddels duidelijk dat de meeste leerlingen in het westen van Noord wonen en daarom doet de gemeente haar best om daar een locatie te vinden. Die is gevonden, maar daar moet dus de inspraakprocedure voor doorlopen worden.
De heer YILMAZ vraagt de wethouder het betoog van de eerste inspreekster mee te nemen in de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel dat hij samen met de leden Blom en De Fockert heeft ingediend. Hij ziet het betoog als een mooie aanvulling op dat voorstel.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
Wethouder MOORMAN zegt het ongeduld van de indieners te begrijpen, maar de bestuurlijke reactie op de gebruikelijke manier en binnen de gebruikelijke termijn tot stand wil laten komen en daarbij het – ook volgens haar mooie - betoog van de inspreekster mee te nemen. De heer BOOMSMA dringt erop aan de ouders een brief te sturen om de omissie in de gedrukte gids over de voorrangsregels te herstellen. De simpele correctie op de website is volgens hem juridisch niet afdoende. Hij voorziet dat ouders anders naderhand terechte klachten gaan indienen. Wethouder MOORMAN zegt toe dat ouders geïnformeerd zullen worden informeren en dat de kwestie door juristen grondig uitgezocht wordt. Zij dankt de heer Boomsma voor zijn aanzet. Het is nu zaak onnodige complicaties en ondoorzichtigheden te voorkomen. Zij wijst erop dat het hier wel gaat om een verantwoordelijkheid van OSVO. Mevrouw HEINHUIS vraagt de wethouder om een reactie op het recente rapport van de OAR over de effecten van bijlessen op het publieke karakter van het onderwijs en de kansenongelijkheid. Wethouder MOORMAN is blij met dit en andere rapporten van deze adviescommissies voor de minister. Dit rapport gaat over de toename van het privaatonderwijs binnen het stelsel. Bijles is goed als het gaat om het inhalen van een achterstand van een individuele leerling op klasgenoten.
Door corona en door het lerarentekort zijn er helaas meer achterstanden opgelopen bij meer leerlingen en bijgevolg valt er een groei in de bijlesindustrie te zien. Het is volgens haar zaak de oorzaken van die groei goed te onderzoeken. Zij ziet er zelf zo al twee: er is nogal wat aan de hand in onderwijsland en het onderwijs krijgt in toenemende mate het karakter van een wedstrijd dankzij ouders die het zich kunnen permitteren veel bijlessen voor hun kinderen te betalen. Het gevolg is een toename van ongelijkheid, terwijl het beleid van Amsterdam er juist op gericht is de ongelijkheid te verminderen via de gelijkheidsaanpak, het maximeren van de ouderbijdrage, de brede talentontwikkeling via de sociale basis en meer. Zij ziet het advies van de OAR als een ondersteuning van haar beleid. De heer KREUGER spreekt zijn verbazing uit over het verhaal van de wethouder over kansenongelijkheid. Hij beluistert dat de wethouder kinderen die excelleren omlaag wil trekken en aan de andere kant kinderen die achterblijven niet stimuleert om te stijgen. Wethouder MOORMAN begrijpt niet waar de heer Kreuger die conclusie op baseert. Het gaat haar erom de kwaliteit van het onderwijs over de hele linie te verbeteren. Zij snapt niet waar zijn idee vandaan komt dat zij kinderen naar beneden zou willen trekken. BESPREEKPUNTEN Onderwijs 3.
Wijzigen van de Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020 (ZD2021-015730) Mevrouw VAN DER LIST vraagt of er nu scholen zijn die door de bijstelling van achterstandsscores onnodige negatieve effecten ondervinden. De heer BOOMSMA zegt dezelfde vraag te willen stellen. Wethouder MOORMAN vindt die vraag terecht bij een herverdeling. Er treden hier echter maar kleine verschillen op. Bij 70 scholen maakt het geen enkel verschil, bij een kwart
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
van de scholen gaat het om maximaal 24 meter verschil, bij 41% komt er 16 meter extra bij. Het gaat dus om minimale verschillen en volgens haar doen zich nergens schrijnende of overmatige gevolgen voor. De VOORZITTER constateert dat de voordracht voor een korte behandeling kan worden doorgeleid naar de raad. 4. Raadsbrief inzet gemeentelijke middelen Nationaal Programma Onderwijs (ZD2021-014530) Mevrouw HEINHUIS ziet in de brief mooie plannen voor de inzet van de extra Rijksmiddelen ter bestrijding van achterstanden als gevolg van corona, Zij vraagt hoe men nu hiermee kan zorgen dat dit vooral ten goede komt aan de leerlingen die extra steun het hardst nodig hebben. Veel kinderen van ouders met een minimaal inkomen gaan niet naar de NSO terwijl zij daar juist veel baat bij zouden hebben. Zij maakt zich zorgen over de bestendigheid van de maatregelen als die goed blijken te werken, terwijl na verloop van tijd die extra middelen van het Rijk wegvallen. Zij noemt als voorbeeld het budget voor maatwerk bij sociaalemotionele hulpverlening. Verder mist zij in het verhaal de bijdrage vanuit het informeel onderwijscircuit, bijvoorbeeld op het gebied van huiswerkbegeleiding. Mevrouw VAN DER LIST vindt het bewonderenswaardig hoe het onderwijs omgaat met de gevolgen van corona, de sociaal-emotionele druk en de toename van ongelijkheid.
Nu er extra middelen komen krijgt men te zien hoe het onderwijs er zou kunnen uitzien als er altijd voldoende middelen waren. Zij pleit ervoor dit plan te laten overgaan in een masterplan voor de langere termijn. Volgens de wethouder is de rol van de gemeente bij deze plannen bescheiden. Zij is benieuwd hoe het overleg met de schoolbesturen verloopt en of de wethouder tevreden is over de uitkomsten, temeer daar zij eerder heeft aangegeven graag meer regie te willen voeren. De wethouder wil de NSO-aanpak laten overgaan in masterplannen voor Zuidoost en Nieuw-West. Daar zouden weinig extra middelen mee gemoeid zijn. Zij is benieuwd of daarbij dan ook gedacht wordt aan een eigen bijdrage van de scholen die daar zelf immers ook veel voordeel van zullen gaan hebben. Verder is zij nieuwsgierig naar de rol van het onderwijskennisnetwerk bij dit alles.. De heer KREUGER is het eens met de inzet op de pijlers buitenschoolse activiteiten, sociaal-emotionele opvang en het opbouwen van een onderwijskennisnetwerk. Volgens het college dragen buitenschoolse activiteiten bij aan de bestrijding van kansenongelijkheid. Hij vraagt hoe dat effect dan wordt vastgesteld. Hij ziet niet in hoe activiteiten van MidzomerMokum als bijvoorbeeld een rapcursus aan dat doel zouden bijdragen. Hij vraagt de wethouder dat uit te leggen.
Hij refereert aan de eerder discussie over bijles en commerciële partijen, maar ziet die hier ook ingeschakeld worden. Hij vraagt waarom er niet primair wordt ingezet op het wegnemen van achterstanden op het gebied van taal en rekenen. Mevrouw HEINHUIS vraagt of de heer Kreuger alleen maar oog wil hebben voor taal en rekenen en niet voor eenzaamheid en sociale aspecten die bijvoorbeeld via de ontmoetingen bij een rapcursus aan bod komen. De heer KREUGER vindt het terecht dat daar aandacht voor is, maar wil de prioriteit geven aan het wegwerken van achterstanden op taal- en rekengebied. Hij wijst erop dat er ook al veel gedaan is om sport door te laten gaan en dat het Sportfonds al veel mogelijkheden biedt voor mensen met een smalle beurs. Het gaat hem erom waar de prioriteiten gelegd worden. Gaat het om extra lessen of leerkrachten. Hij vraagt ook wat de afweging is om alles vooral op het basisonderwijs te richten en amper op het voortgezet onderwijs. Het onderwijskennisnetwerk is hem nog te vaag. Hij pleit voor een heldere uitleg zonder managersjargon als ‘bewezen interventies’. Hij pleit ervoor nu ook eens een compliment aan Den Haag uit te delen voor het beschikbaar stellen van deze extra middelen.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
De heer BOOMSMA stelt dat vooral kwetsbare kinderen veel te lijden hebben van corona. Het gaat er nu om juist deze kinderen goed te bereiken. Hij vindt het goed sociale activiteiten te ontplooien en kinderen te helpen structuur te brengen in hun leven. Hij wil graag weten welke activiteiten nog overeind blijven als het schooljongerenwerk in afgeslankte vorm wordt verlengd. Hij is benieuwd hoe het staat met een vervolg op MidzomerMokum. Hij vindt het goed om versnippering tegen te gaan, ook bij NSO, maar pleit ervoor wel ruimte te blijven bieden voor diversiteit. Hij bepleit meer betrokkenheid van het muziekonderwijs omdat samen muziek maken goed is voor de ontwikkeling van een scala aan vaardigheden en talenten. Hij wijst er desgevraagd door de heer Kreuger op dat het woord rap een verkorting is van het oudGriekse woord rapsode, de rondtrekkende zanger-dichters als Homerus met zijn Ilias. Het past dus bij een belangrijke waardevolle traditie waar hij een fan van is. Wethouder MOORMAN bedankt de heer Boomsma voor die wetenswaardigheid. De extra middelen die het Rijk nu beschikbaar gesteld heeft, plaatsen de gemeente en scholen voor compliment voor dilemma’s omdat het geld op korte termijn moet worden besteed. Daarover voert zij overleg met de schoolbesturen en dat verloopt goed. De schoolbesturen zetten vooral in op de kernvakken.
Zeker bij de eerste schoolsluiting hebben kinderen die thuis weinig begeleiding krijgen, grote achterstanden opgelopen. De gesprekken gaan erover hoe juist die leerlingen bereikt kunnen worden en over de bestendigheid. De G4 hebben hard gepleit voor een noodprogramma. Toen de minister met dit plan kwam, heeft zij dat publiekelijk geprezen, maar daarbij ook enkele kritische noten gekraakt. Er komt immers veel geld, maar in veel te korte tijd en dat betekent veel extra werk. Zij had liever een langere periode gezien, maar het Rijk houdt vast aan een periode van maximaal 2,5 jaar vanuit het ministerie van Financiën. Uit de gesprekken met het onderwijsveld zijn de punten van dit plan naar voren gekomen. Het gaat daarbij niet alleen om achterstanden, maar ook om sociaal-emotionele kwesties. Zij verwijst naar het noodsignaal dat de rector van het Spinozalyceum in Het Parool afgaf. Daarom is voor die aspecten ook geld gereserveerd. Zoals voor MidzomerMokum met zijn grote variëteit aan educatieve en sociale activiteiten die gericht zijn op versterking van identiteit en emancipatie. Er komt dit jaar een vervolg op. De stadsdelen bepalen vanuit hun sociale basis welke aanbod het beste aansluit bij de omstandigheden in hun deel van Amsterdam.
Door de verdeling van middelen te koppelen aan achterstandsgewichten van leerlingen beoogt men juist die leerlingen te bereiken die deze extra steun het hardst nodig hebben. Zo werkt ook de gemeentelijke bonusregeling voor docenten. Zij is er voorstander van de BSO en NSO gratis en beter toegankelijk te maken voor kinderen van ouders met een laag inkomen. Het onderwijskennisnetwerk Amsterdam moet onder meer zorgen voorbestendigheid van de onderdelen van deze aanpak die hun effect bewezen hebben, zodat ook andere scholen profiteren van methodieken die zich in de praktijk bewezen hebben.. Zij begrijpt de huiver voor jargon, maar wijst erop dat het hier gaat om opmerkingen uit wetenschappelijke rapporten. Er gaan meer middelen naar het basisonderwijs omdat de verdeling gaat op basis van leerlingenaantallen en er nu eenmaal meer leerlingen in het basisonderwijs zijn. Het Jeugdfonds is belangrijk voor de sportbeoefening, maar ook MidzomerMokum biedt veel gelegenheid om kennis te maken met een keur aan sporten. Het is aan scholen zelf om in te zetten op muziekeducatie via leerorkesten en cultuurcoaches. De gemeente subsidieert instellingen niet rechtstreeks, maar men kan ze wel inschakelen via de sociale basis. Zij is het ermee eens dat de gemeente blij mag zijn dat er op dit moment middelen beschikbaar zijn om zoveel mogelijk het hoofd te bieden aan de effecten van corona.
De VOORZITTER constateert dat het onderwerp nu voldoende besproken is. 5. Kennisnemen van de aanbiedingsbrief inzake de 7 zienswijzen op initiatieven die zijn ingediend o.g.v. de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen (ZD2021-014448)
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
Dit punt is op verzoek van de aanvrager, de heer Yilmaz, doorgeschoven naar de volgende vergadering. Sociale Zaken 6. Initiatiefvoorstel-Khan (Bijstand vóór bijstandsgerechtigden) (ZD2021-015641) De heer KHAN bedankt voor de bestuurlijke reactie die duidelijk maakt dat hij met de wethouder op één lijn zit in het streven het bijstandsbeleid menswaardig te laten zijn. Spreker wil dat nog menswaardiger maken door de mening van de bijstandsgerechtigde zelf mee te nemen bij het bepalen van werkstages. Hij is blij met de reactie die erop neerkomt dat het al gebeurt of anders gaat gebeuren, maar vraagt of die ook voldoende doorvertaald wordt naar de werkvloer. Hij verwijst naar recent wetenschappelijk onderzoek dat bijstandsgerechtigden met hun kwetsbaarheid op de arbeidsmarkt niet durven uit te komen voor hun ambities vanwege de dreiging van kortingen op hun uitkering. De ongelijkwaardige verhouding tussen bijstandsgerechtigde en klantmanager speelt hier parten. Het gaat hem hier niet om principes, maar hij wijst op het belang van een goede voorbereiding op de arbeidsmarkt waar zulke onderhandelingsvaardigheden juist erg van pas komen. Hij wil daarom dat die vertaling naar de werkvloer goed doorkomt met een extra impuls. Ook al is het staand beleid. .Het tweede punt betreft de maatregelen. Het college constateert dat de indiener hier zowel een versoepeling als verzwaring voorstelt.
Dat laatste klopt, maar dat berust bij nader inzien op een misinterpretatie van zijn kant van de Participatiewet. Hij wil dat dus wijzigen in zijn voorstel en gaat de komende dagen uitzoeken hoe hij dat kan versoepelen. Hij begrijpt dat het college terughoudend is met verdere versoepelingen omdat het al praktijk is terughoudend met maatregelen om te gaan. Maar hij blijft erbij dat die versoepelingen ook op papier de voorkeur verdienen, Ten eerste omdat de raad dan zelf vaststelt dat die wenselijk zijn, ten tweede om duidelijkheid te bieden aan de klantmanagers en ten derde om die praktijk ook voor de komende raadsperiode vast te leggen. Hij vindt de reactie op punt 3a niet ter zake omdat hij het zelf daar niet heeft over de gevolgen van handhaving, maar over de rolopvatting van handhavers over hun werk. Het gaat hier dus niet om de bijstandsgerechtigden, maar over de handhavers. Bij beslispunt 3b klopt het dat handhavers weinig beleidsruimte hebben. Maar uit wetenschappelijk onder\zoek blijkt dat handhavers desondanks in de praktijk verschillend optreden. Daarom pleit hij voor divers samengestelde teams die elkaar blijven bevragen ober hun rolopvattingen. Hij vraagt of het college daar alsnog een reactie op kan geven en dat mag wat hem betreft ook schriftelijk.
Tot slot ziet hij ook nog graag een reactie van de wethouder op de vraag of er voldoende capaciteit en middelen zijn om mensen blijvend te begeleiden naar hun droombaan na hun eerste plaatsing. De heer MIEDEMA complimenteert de indiener met zijn goed onderbouwde voorstel gestoeld op onderzoek en eigen ervaring. De raad heeft zich al eerder uitgesproken tegen de rigiditeit van de Participatiewet en voor het maximaal benutten van talenten en kansen. Hij ziet dit voorstel als een steun in de rug voor die wensen en is benieuwd of de wethouder dat ook zo ziet. Ook als een stimulans om kritisch te blijven kijken naar re-integratiebeleid en te blijven werken aan verbetering van de ondersteuning van Amsterdammers op zoek naar werk. Hij is benieuwd naar de aanpassingen die de indiener heeft aangekondigd. Wethouder GROOT WASSINK zegt het initiatief in dank te verwelkomen als steun in de rug voor zijn beleid. Hij bevestigt dat er sprake is van een ongelijke machtsverhouding tussen bijstandsgerechtigden en klantmanagers en dat een extra impuls op de werkvloer over de werkwijze geen kwaad kan. Die zal dus gegeven worden. Er is onlangs een reorganisatie doorgevoerd en die biedt kansen om beter te kijken naar zelfregie. Hij is benieuwd naar de aanpassingen die de indiener gaat aanbrengen in het voorstel. Het klopt dat handhavers in sommige gevallen tot verschillende handelswijzen komen.
Maatwerk en diversiteit blijven belangrijk en er komt een onderzoek ter versterking van de diversiteit in teams. Hij steunt de wens om de Participatiewet verder te ontmantelen en vestigt daarbij enige hoop op de formatie.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.
WIO
Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
Hij denkt daarbij aan kwesties als de boodschappendrempel en het fraudebegrip. De middelen om mensen verder te helpen naar een droombaan zijn nu niet toereikend. De gemeente legt daar al veel eigen middelen op toe, maar het gebrek aan middelen blijft een knelpunt bij reintegratie. De capaciteit is er in principe wel, maar het Rijk heeft op dat punt stevig bezuinigd. Net de VNG wordt momenteel een lobby gevoerd voor extra middelen om gemeenten in staat te stellen iedereen een perspectief te bieden. De heer KHAN kondigt aan zijn voorstel in aangepaste vorm rechtstreeks in de raad te gaan brengen. De VOORZITTER concludeert dat het stuk nu voldoende besproken is en in aangepaste vorm in de raad zal worden behandeld. De VOORZITTER sluit de vergadering om 10.50 uur.
9