CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag WB 30-06-2021

Raadscommissie Wonen en Bouwen 30 juni 2021, gemeente Amsterdam15.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.

WB

Raadscommissieverslag 30-06-2021

DEFINITIEF VERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Wonen en Bouwen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging Woensdag 30 juni van 09.00 uur tot 12.50 uur, hybride vergadering Woensdag 8 september 2021

Voorzitter: mevrouw La Rose, mevrouw De Fockert Portefeuillehouder: wethouder de heer Ivens Commissiegriffier: mevrouw Van Klooster, mevrouw Hoff Verslaglegging: de heer Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de heer Flentge (SP), de heer Havelaar (CDA), de heer Van den Heuvel (ChristenUnie), mevrouw Kiliç (DENK), de heer Kreuger (JA21), de heer Van Lammeren (PvdD), de heer Mangal (DENK), de heer Mbarki (PvdA), mevrouw Naoum Néhmé (VVD), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw Van Renssen (GroenLinks), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden (met bericht): mevrouw Bakker (PvdD) Overige aanwezigen:

1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en heet iedereen hartelijk welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER merkt op dat zij vandaag tot 11.00 uur aanwezig kan zijn. Daarna neemt mevrouw De Fockert het voorzitterschap over. De heer HAVELAAR meldt dat hij tussen 09.30 en 10.30 uur niet deel kan nemen aan de vergadering. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER maakt melding van het voorstel om de agendapunten 13 en 14 gevoegd te behandelen. Akkoord Mevrouw NAOUM NÉHMÉ heeft de commissie per mail gevraagd om de commissie de juridische adviezen toe te laten komen met betrekking tot agendapunt 4, zodat voldaan kan worden aan de controlerende taak van de commissie. Dat is helaas niet gelukt. Zij vraagt de procedure op te helderen. Het gaat om een vertrouwelijk stuk, maar er is een nieuw systeem voor vertrouwelijke stukken. Ze kunnen online achter een slotje geplaatst worden. Waarom is dat niet gebeurd? Zij stelt voor om het agendapunt vanwege het ontbreken van de juridische adviezen door te schuiven naar september.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

De heer FLENTGE vraagt een reactie van de wethouder op dat voorstel. Wethouder IVENS merkt op dat het theoretisch mogelijk is om het punt door te schuiven naar september, hoewel het niet heel netjes is naar de regio om het later in te laten gaan. De invoering zou dan nog verder doorgeschoven worden dan 1 mei. De Raad van State heeft de gemeente opgedragen haar boetebeleid te matigen en dat zou hij het liefst zo snel mogelijk doen. De VOORZITTER peilt de meningen en concludeert dat een meerderheid van de commissie ervoor is het agendapunt door te schuiven. Punt 4 wordt daarom afgevoerd van de agenda. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie WB d.d. 9 juni 2021 Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Er worden geen opmerkingen gemaakt. f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken om TKN-punten te agenderen voor de commissievergadering van 8 september a.s.  TKN-1 en TKN-8 op verzoek van de heer Havelaar.  TKN-7 op verzoek van mevrouw Rooderkerk. Zij concludeert dat de commissie hiermee akkoord gaat. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken van stadsdeelcommissies. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering. b.

Inspreekmoment publiek De heer BIANCHI spreekt in op persoonlijke titel over de inschrijfduur en woonduur in verband met WoningNet. Sinds 1989 maakt hij deel uit van een woonvereniging. Dat heeft men met veel moeite en tegen hoge kosten door moeilijke tijden geloodst. Nu is hem het lidmaatschap en de huur opgezegd, vandaar dat hij het laatste halfjaar noodgedwongen uitziet naar een nieuwe woning. Hij kwam er echter achter dat ondanks alle bewijzen die hij op papier had, zijn inschrijfduur voor 80% in rook opgegaan was. Hij dreigt daarom dakloos te worden.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

Hij maakt geen kans op een andere woning. WoningNet heeft bij het bepalen van de inschrijfduur geen rekening gehouden met de toezegging van de woningbouwvereniging Onze Woning dat hij een woonduur had opgebouwd vanaf 1 februari 1984, toen hij lid werd. In die brief staat dat dit voor onbepaalde tijd geldig is en dat hij er een eenmalig gebruik van kan maken. Woningbouwvereniging Onze Woning is opgegaan in De Key en daarna zijn de woningbouwcorporaties samen gaan werken met Archipel. Dat werd dan later weer omgezet in WoningNet. Zonder dat hij daarvan bericht heeft gehad is de toegezegde woonduur komen te vervallen. In een e-mail van WoningNet van 12 februari jl. wordt uitgelegd dat de woningbouwvereniging bij de oprichting van WoningNet op 7 mei 2001 de leden die zich niet als actief woningzoekende bij cluster Archipel hadden ingeschreven heeft aangeschreven. Daarbij werd toen meegedeeld dat zij zich bij het cluster moesten inschrijven om hun rechten te behouden. Hij was op dat moment geen actief woningzoekende en heeft dat bericht ook nooit ontvangen. Als hij dat wel had geweten, had hij natuurlijk al het nodige gedaan. Dan had hij een inschrijvingsduur gehad vanaf 1 januari 1996, wat de oprichtingsdatum was van de cluster. Hij heeft steeds op hetzelfde adres gewoond. Pas op 5 oktober heeft hij zich laten inschrijven bij WoningNet.

Omdat hij geen zelfstandige woning bewoont, wordt deze inschrijfdatum gebruikt bij het bepalen van de wachttijd. Hij heeft daardoor geen woonduur opgebouwd. Als hij wel in een zelfstandige woning had gewoond, had hij een wachttijd opgebouwd vanaf de inschrijfdatum op het adres Weesperzijde 112. Hij is daar komen te wonen door woningruil met een zelfstandige woning die hij op grond van zijn urgentiebewijs toegewezen had gekregen in 1984. Bij die ruil was hij ervan uitgegaan dat de woning aan de Weesperzijde ook een zelfstandige woning was. Het tegendeel had niemand hem verteld. Hij wil dat WoningNet zijn situatie serieus beoordeelt en hem ondanks het zoekraken van zijn inschrijvingsbewijs bij cluster Archipel een inschrijfduur toekent vanaf 1 februari 1984, ofwel vanaf de datum van inschrijving op het adres Weesperzijde 112. Of anders vanaf 1 januari 1996. Dit verzoek heeft hij op vele manieren ingediend bij WoningNet, Stadgenoot etc. Hij wordt echter van het kastje naar de muur gestuurd. Hij heeft het gevoel dat bij WoningNet de menselijke maat ver te zoeken is. Het kan niet zijn dat iemand die zijn hele leven in Amsterdam woont, op de leeftijd van 62 jaar niet hoger scoort dan plek 700 voor de allerkleinste starterswoning. Hij vraagt de commissie om erbij WoningNet op aan te dringen om zijn casus serieus te beoordelen, rekening houdend met de toegezegde woonduur.

De heer FLENTGE vindt het een vervelende zaak. Heeft de heer Bianchi WoningNet gevraagd om gebruik te maken van een eventuele discretionaire bevoegdheid? En zo ja, wat was het antwoord? De heer BIANCHI antwoordt dat hij dat geprobeerd heeft, maar hij werd van het kastje naar de muur gestuurd. Men wil een inschrijvingsbewijs van Archipel. Hij kan dat niet vinden, maar het is ook heel lang geleden. De heer FLENTGE begrijpt dat de heer Bianchi in 1984 stond ingeschreven als huurder. De heer BIANCHI beaamt dat. Hij had een huurcontract voor de Van Reigersbergenstraat. In 1989 kwam hij via woningruil te wonen aan de Weesperzijde. Omdat hij steeds zijn lidmaatschap van Onze Woning heeft betaald, kreeg hij in augustus en oktober 1995 brieven waarin hem eenmalig werd toegezegd dat zijn woonduur als inschrijfduur beschouwd zou worden. Hij mocht daar eenmalig gebruik van maken. De heer CAPEL spreekt namens de Amsterdamse Coöperatieve Woningvereniging ‘Ons Nieuwe Hof’. ‘Ons Nieuwe Hof’ dringt erop aan om de Verordening stimuleringslening voor wooncoöperaties op enige punten aan te passen. De voordracht aan de raad zou dus ook op enkele punten gewijzigd moeten worden. Het gaat om het volgende.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

Bij artikel 1 onder ‘t’ moet worden toegevoegd ‘woningen in de vrije huur’. Bij artikel 3 onder ‘a’ moet ‘vrije huur’ toegevoegd worden. Artikel 4 onder lid 1b moet worden geherformuleerd: ‘in maximaal 25% van de stichtingskosten per woning’. Het derde en vierde lid van hetzelfde artikel moeten geschrapt worden. Hij geeft hierbij de volgende toelichting. Onlangs werd in de Kolenkitbuurt een kavel uitgegeven waarin in het woonprogramma ook vrije huurders waren opgenomen. Daarvoor mocht men een plan maken, maar daarbij botste men op de uitzondering van leensteun voor de vrije huur. Het hele programma was bedoeld voor leden van de coöperatie. Het uitblijven van steun leidde ertoe dat de vereniging van verdere ontwikkeling werd uitgesloten. In nieuwe uit te geven kavels lijkt ook weer in vrije huur voorzien te zijn als deel van het programma. In die gevallen is het essentieel dat het leenfonds voor het hele programma beschikbaar komt. Indertijd werd gesproken van een financieringsmodel voor wooncoöperaties van 70% hypotheek, 25% leenfonds en 5% eigen inbreng. Nu wordt aan die 25% een plafond gesteld zodat van die 25% geen sprake meer is. Stichtingskosten hebben de neiging te stijgen. Zo kwam de vereniging voor de Kolenkitbuurt uit op 304.000 euro per woning. Als het leenfonds echt wil werken moet 25% als maximumbijdrage moeten worden gehanteerd.

Zogenaamd ruimhartig zijn en toch beknibbelen geeft geen pas. Artikel 4, lid 3 is eigenaardig. Het zou betekenen dat wooncoöperaties de enig entiteit in de stad zijn die erfpacht niet meteen eeuwigdurend kan afkopen. Ze worden in plaats daarvan tot een soort huisslaven van de gemeente gemaakt door hen te binden aan een jaarlijkse canon. Daarbij komt dat het jaarlijkse canonpercentage beduidend hoger ligt dan de rente van het leenfonds: resp. 2,39% en 1,5%. Zo wordt de coöperatie op kosten gejaagd, wat naar kan uitpakken. Het is treurig dat dit in deze regeling staat. Als het leenfonds er is om maximaal 25% van de stichtingskosten te financieren, met de mogelijkheid ook de grondkosten mee te nemen, is artikel 4.4 lid 4 overbodig. Met geringe maar essentiële ingrepen is een regeling te bedenken waarmee wooncoöperaties, inclusief Ons Nieuwe Hof, in staat worden gesteld hun financiering sluitend te regelen. Dat moet toch het doel zijn van de regeling? Mevrouw ROODERKERK vraagt of de heer Capel heeft gesproken met de wethouder over het project in de Kolenkitbuurt om te kijken of er mogelijkheden zijn om het toch te realiseren. En heeft de heer Capel gezien dat na overleg met de wooncoöperaties Amsterdam er drie gunstiger voorwaarden zijn bedongen voor de lening? Het maximale bedrag stijgt van 40.000 naar 50.000 euro.

De rente is verlaagd naar 1,5% en de looptijd is langer dan vijftien jaar. Biedt dat misschien soelaas? De heer CAPEL denkt niet dat dit gaat helpen. De gemeente heeft gezegd niet hoger te kunnen gaan dan het maximum van 50.000 euro. Noodgedwongen heeft Ons Nieuwe Hof toen een andere financieringsregeling voorgesteld waarbij het pensioenfonds betrokken was. Ook dat werd door de gemeente afgekeurd. Men kon niet helpen, maar wilde het ook niet. Wat hem achteraf verbaasde was dat geen melding werd gemaakt van de hardheidsclausule. Mevrouw ROODERKERK zou het zonde vinden als dat mooie project geen doorgang kan vinden. Mevrouw VAN RENSSEN vraagt op welk percentage vrije huur zit in het project Kolenkitbuurt. De heer CAPEL antwoordt dat daar 20% vrije huur zit in het woonprogramma. De vereniging wil geen huren vragen van meer dan 1200 euro per maand. De heer VAN DER PUTTEN is voorzitter van het platform Wooncoöperaties Regio Amsterdam. Hij uit zijn waardering voor de regeling. Amsterdam loopt voorop met het maken van financieringsfaciliteiten voor wooncoöperaties. Het zal ertoe leiden dat coöperaties ook daadwerkelijk aan de slag kunnen gaan.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

Het leenbedrag is verhoogd naar 50.000 euro. Hij vraagt dat bedrag te indexeren met de bouwkostenindex. Dat betekent dat er een maximum is van 200.000 euro aan stichtingskosten die kunnen worden gefinancierd. Verder vraagt hij ook de dure huurwoningen mee te nemen, waarvan de gemeente wil dat ze in het project komen. Coöperaties zullen zich vooral gaan richten op het middensegment huur en op sociale huur. Maar soms worden er ook dure huurwoningen voorgeschreven. Die moeten voor de eeuwigheid in die sector blijven. Dat betekent dat je op geen andere manier financiering kunt krijgen dan met die financieringsregeling. Ook vraagt hij de lengte van die financieringsregeling op te rekken naar 30 jaar. De heer STUART spreekt namens de Huurdersvereniging Van der Pekbuurt over het Woningbouwplan 2018-2025. Hij heeft kennis genomen van het woningbouwplan, de eerste kwartaalrapportage, de Woonagenda en de Woonbrief 2021. In dit stuk staat dat wonen een grondrecht is dat verankerd is in de wet. De overheid ziet daarop toe. Er is dus regie. Verder staat er dat een grote groep Amsterdammers zich zorgen maakt over het onderhoud van de woningen. Voor de bestaande bouw gaat het over de gewenste woonkwaliteit en het niveau van renovatie. Vanuit een van de negen tuindorpen van Noord ziet hij heel veel structureel achterstallig onderhoud.

Jammer genoeg heeft bewoont in de Van der Pekbuurt een woning met label G. Dat betekent dat hij slecht woont, maar het gaat hem ook over de leefbaarheid in de wijk en het je thuis voelen in de stad, het werken aan de bestrijding van kansenongelijkheid, of iets als ‘energiearmoede’. Het is een klein onderwerp met een grote impact. De buurt vraagt de raad om de regie te nemen op de stedelijke vernieuwing. Hij ervaart onrechtvaardigheid. De vereniging kwam op 25 januari terecht in een vacuüm, dat eigenlijk uitgebreid is over de hele wijk. Het rekenmodel van Ymere gaf aan dat het niet rendabel is om het nu op te knappen. Sinds 2005 bepleit de Huurdersvereniging dat de wijk goed wordt opgeknapt. Hijzelf is daar al meer dan tien jaar mee bezig, maar inmiddels vraagt hij zich af of hij niet beter zijn tijd kan besteden aan iets anders. Het voelt als wanhopig. Hij doet een beroep op de wethouder en de raad om de tuindorpen veel beter te gaan beheren. Niet de woningen zijn het probleem, maar het beheer van de woningen door het voormalig Gemeentelijk Woningbedrijf, dus het huidige Ymere. Het wordt niet goed aangestuurd. Hij vraagt wat de raad gaat doen. Er moet regie genomen worden. De heer VAN DEN HEUVEL vraagt hoe het staat met dat vacuüm in de Van der Pekbuurt met betrekking tot de renovatie. Hij zal hierover een rondvraag stellen aan de wethouder.

De heer STUART antwoordt dat de Huurdersvereniging niets heeft gehoord. Er is contact met het verlengd bestuur en met de wethouder. Als er een driepartijenoverleg is en een van die partijen, Ymere, zich zonder uitleg daaruit terugtrekt, zal hij na de zomer waarschijnlijk opnieuw in moeten spreken bij de commissie. Hij heeft nog niets gehoord. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ hoort dat de mensen in de Van der Pekbuurt wonen in huizen met energielabel G. Verder ervaren de mensen er onrechtvaardigheid en voelen wanhoop. Die combinatie zou alarmbellen moeten laten afgaan in de gemeenteraad. Haar fractie heeft bij de Voorjaarsnota een motie ingediend waarin het college wordt opgeroepen prioriteit te geven aan isolatie van woningen, opdat die minimaal label C zijn voor ze van het aardgas af moeten. Tot haar verbijstering kwam er een negatief preadvies. Hoe duidt de heer Stuart die houding van het college? De heer STUART antwoordt dat wonen een grondrecht is. Je moet in een goede voorziening kunnen wonen. De huren zijn fors; er worden in de Van der Pekbuurt goed opgeknapte appartementen op de markt gebracht voor zes ton. Daar ligt het onrecht. Je kunt de stad niet opknappen alleen voor mensen die de hoofdprijs kunnen betalen. Hij is het met mevrouw Naoum Néhmé eens over label G. De wind waait door het huis. Hij kan als huurder niet zelf het huis gaan opknappen.

Als de overheid geen regie neemt, wordt

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

dit steeds meer een zaak van de huisbaas. Er zijn negen tuindorpen die hiermee te kampen hebben. Dit is dus iets structureels. Mevrouw VAN SOEST merkt op dat zij samen met de heer Stuart heeft gestreden om de wijk te behouden. De woningbouwvereniging had liever gesloopt om er nieuwbouw neer te zetten. Zij is bang dat de woningcorporatie dat nog steeds wil. Om die reden wordt er aan de buurt niets gedaan. Is de heer Stuart dat met haar eens? De heer STUART ervaart dat vacuüm nog steeds als een gevaar. Gaat het niet over sloop, dan misschien over grote verkoop. Er blijft een existentiële bedreiging voor de huidige bewoners, dat ze weg moeten of er niets te zoeken hebben. Het vacuüm kan leiden tot sloop of grote verkoop. Er moet helderheid komen over de ruimte die een partij krijgt bij de omgang met het gemeentelijk erfgoed. Inmiddels is het een rijksbeschermd stadsgezicht. Dat gaat niet over de mooie gevels, maar ook over het feit dat een volkswijk thuishoort in de stad. De heer HAVELAAR memoreert de avond in De Balie waarbij bewoners van Noord de gemeenteraad ter verantwoording riepen. Naar aanleiding daarvan heeft hij samen met de heer Flentge en de rest van de commissie besloten om aankomende september de woningcorporaties uit te nodigen om te vertellen wat er verbeterd kan worden.

Hij vraagt of de heer Stuart nog tips heeft wat deze commissie bij die bijeenkomst aan de corporaties kan vragen. De heer STUART antwoordt dat hij dit in zijn vrije tijd moet doen. Zijn tip is om zuinig om te gaan met mensen die goedkoper moeten wonen en een plek moeten krijgen in de stad. Het is een wettelijke plicht om de woningen goed op te knappen. Daar zou men de corporaties aan kunnen herinneren. Niemand wil wonen in een woning van label-G. Hij klaagt niet over zijn huis, maar het moet en kan veel beter. De heer HAVELAAR vraagt of de heer Stuart na de avond in De Balie nog iets gehoord heeft van de woningcorporaties, ook over de klachten die daar zijn gedeeld. De heer STUART antwoordt dat hij vandaag niet ingesproken had als hij goed overleg had met de woningcorporaties. Hij heeft echter niets gehoord. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. d. Rondvraag De heer VAN DEN HEUVEL haakt in de op de inspraak over de Van der Pekbuurt. Hij vindt dat de gemeente de regie snel moet pakken in verband met het vacuüm dat daar ontstaan is. Een motie daarover werd destijds ontraden door de wethouder omdat die overbodig zou zijn. De wethouder was er al mee bezig. Hij vraagt wat de wethouder in de tussentijd heeft gedaan.

Zijn er ontwikkelingen? Heeft de wethouder contact met Ymere over deze zaak? De bewoners horen niets en zijn nog steeds wanhopig. Wethouder IVENS antwoordt dat de gemeente samen optrekt met de bewoners richting Ymere. Hij heeft contact met de heer Stuart. Hij meende er goed aan te doen het verlengd bestuur te vragen hier bovenop te gaan zitten. Om die reden was de motie van de heer Van den Heuvel overbodig. De motie is echter aangenomen. Daarom zal hij haar netjes afhandelen en met een stand van zaken komen van wat er intussen gedaan is.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

Hij vindt het heel gênant dat dit soort dingen gebeurt in de stad. Hij heeft contact gehad met de bewoners, die in eerste instantie het stadsdeel vroegen nog even te wachten met het plannen van een afspraak, want ze zouden nog een afspraak krijgen met de directie van Ymere. Die heeft hem verteld dat ze eerst nog met de huurders over de financiën wilde gaan spreken. Hij hoort nu dat het overleg kennelijk nog op zich laat wachten. Hij heeft inmiddels kennisgemaakt met de nieuwe directeur of bestuurder van Ymere. Bij elke bijeenkomst heeft hij het gehad over de Van der Pekbuurt: er moet daar iets gedaan worden. De ontwikkelbuurten zijn samen met de corporaties gekozen. Daar moet dus een tijdsplanning voor komen, zodat de intenties helder worden en gecommuniceerd kunnen worden aan de bewoners. Het moet voor iedereen duidelijk zijn welke ontwikkelbuurt wanneer aangepakt wordt. De corporaties zijn bezig met dat tijdschema. De heer VAN DEN HEUVEL is benieuwd naar het antwoord van de directeur van Ymere. Zei die dat hij het direct zou gaan regelen? Of was zijn reactie meer terughoudend? Wethouder IVENS antwoordt dat het formeel een kennismakingsgesprek was. Hij heeft verzocht kennis te nemen van de dossiers. De heer VAN LAMMEREN vindt hierbij de visie van het college belangrijk. Dat houdt zich vooral bezig met bouwen, terwijl het de huidige bebouwde omgeving links laat liggen.

De afspraken met de corporaties over labels, dus een betere isolatie, kunnen ook gerealiseerd worden door de aansluiting op warmtenetten. Dat is in de Van der Pekbuurt verkeerd gegaan, waardoor de bewoners daar in de winter met een jas aan zitten en in de zomer stikken van de hitte. Hoe evalueert de wethouder de afspraken met de woningbouwcorporaties zelf? Daar is het toch misgegaan met de prestatieafspraken? Wethouder IVENS antwoordt dat in september of oktober gesproken zal worden over de prestatieafspraken. In deze commissie wordt zeer veel gesproken over de aanpak van achterstallig onderhoud. Het gaat ook over de ontwikkelbuurten die aangepakt moeten worden. Hij wil niet alleen bouwen, maar vooral ook kijken naar de bestaande bouw. Dat is nog altijd het gros van de woningen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ neemt het op voor de heer Van Lammeren. De klachten in deze commissie over achterstallig onderhoud zijn al drie jaar hetzelfde, zonder dat er iets gebeurt. Zij mist hierbij de passie bij de coalitiepartijen om de problemen op te lossen, die zij bijvoorbeeld wel hebben als het om vakantieverhuur gaat. Zij vraagt of de wethouder wil nadenken over financiële sancties voor Ymere, al dan niet in het kader van de financiële afspraken die ook onderdeel zijn van de prestatieafspraken. Wethouder IVENS antwoordt dat er een aanpak achterstallig onderhoud is begonnen.

De gemeente heeft er geen enkele taak of rol in, maar toch zet ze zich hiervoor in. Veel andere gemeenten willen op dit punt graag leren van Amsterdam. Hij zou het goed vinden als woningcorporaties woningbouwverenigingen worden en dat de huurders de baas zijn. Hij zal in ieder geval niet tegen Ymere dreigen dat als de Van der Pekbuurt niet aangepakt wordt, men andere buurten niet met subsidie mag aanpakken. Hij wil andere huurders niet de dupe laten worden. Mevrouw VAN SOEST vindt het te gek voor woorden dat men er zo lang mee bezig is om de Van der Pekbuurt van het gas af te halen. De gemeenteraad beslist. Wanneer gaat nu eindelijk iets gebeuren aan de Van der Pekbuurt? Wethouder IVENS antwoordt dat de meeste corporaties een bestuur hebben met een raad van toezicht, dan wel een raad van commissarissen. Die beslist uiteindelijk. Uiteindelijk moet dat bestuur verantwoording afleggen aan de Autoriteit Woningcorporaties. Dat is niet de gemeenteraad. De gemeente kan alleen proberen tot

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

afspraken te komen met de woningcorporaties. Hij deelt de frustratie van mevrouw Van Soest in dezen. Mevrouw ROODERKERK merkt op dat het zonde zou zijn als het project in de Kolenkitbuurt, met veel middenhuur, niet door kon gaan. Zij vraagt de wethouder in te gaan op de punten die de inspreker maakte over rente e.d. Waarom kan de alternatieve financieringsvorm geen optie zijn voor deze woningen? Wethouder IVENS antwoordt dat de financieringsfaciliteit later deze vergadering nog besproken wordt. Er is een stuk bewogen in de richting van wat het platform Wooncoöperaties vraagt. Een coöperatie hoeft niet gebruik te maken van de financieringsfaciliteit. Verder probeert de gemeente in een gat te springen, maar wel voor tijdelijk. Er is momenteel namelijk sprake van marktfalen. Met de bestaande verordening vindt hij het voor de vrije woningvoorraad nog een stap te ver gaan om in het gat te springen. Er moet verantwoord omgesprongen worden met het beschikbare geld. En hetzelfde geldt voor de looptijd. Hoe langer die is, hoe meer geld de gemeente apart moet zetten. Het zal allemaal geëvalueerd moeten worden. De eerste coöperatie zit te wachten op een gemeentelijk besluit om dan snel te kunnen beginnen met de bouw. Mevrouw ROODERKERK vraagt hoe de wethouder samen met de bewoners kan zoeken naar een oplossing. Het zou zonde zijn als het initiatief van de bewoners verloren zou gaan.

Welke poging heeft de wethouder daarvoor ondernomen? Wethouder IVENS antwoordt dat in dit geval veel meer speelt. De kavel is bestemd voor een wooncoöperatie. De gemeente zou eerst kijken naar partijen die op de wachtlijst stonden, of die de kavel zouden willen bebouwen. De nummer 1 op de wachtlijst gaf toen aan dat het met deze kavel niet ging lukken. De nummer 2 van de lijst vroeg vervolgens de voorwaarden wat te wijzigen, omdat men daar niet aan kon voldoen. Dat komt neer op het veranderen van de spelregels gedurende het spel. De inspreker was van de nummer 2 op de wachtlijst en kan een afwijzingsbrief verwachten. Er is al aangegeven dat er nog een overleg over de algemene voorwaarden kan plaatsvinden met de directeur die erover gaat. Er wordt dus nog steeds verder gepuzzeld. De VOORZITTER schorst de vergadering van 10.02-10.08 uur. BESPREEKPUNTEN Financiën 3. Vaststellen van de Voorjaarsnota 2021 en de daarin voorgestelde begrotingswijzigingen van de Begroting 2021 (VN2021-016492) Tweede termijn Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil een nieuwe motie indienen over het middensegment. Haar fractie maakt zich over de ontwikkeling van het middensegment grote zorgen. Er moeten fundamentele stappen gezet worden. De raad is eensgezind over het belang van het middensegment, maar dat blijkt niet uit de resultaten.

Daarom stelt haar fractie voor in de tenders van 2023 de bouwverhouding 0-100-0 aan te houden. Iedereen moet uit de ideologische loopgraven komen. Zij vraagt een reactie van de wethouder. In het preadvies op de motie van haar fractie over studentenwoningen lijkt het college helemaal niet in te gaan op de zorgen van haar fractie, namelijk dat de achterstanden heel groot zijn. De tekorten zijn nog groter dan het college de raad voorstelt. Maar zelfs volgens de cijfers van het college zijn er enorme achterstanden bij de studentenwoningen. Vorig jaar is 50% minder gebouwd dan de eigen doelstelling van het studentenhuisvestingsplan, dat tot 2022 loopt. Zij vraagt wat de wethouder wil gaan doen

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

aan dit probleem. De achterstanden zijn bijna 5000 studentenwoningen. Hoe wil de wethouder in 1,5 jaar 5000 studentenwoningen uit de grond stampen? Mevrouw VAN RENSSEN vraagt wat mevrouw Naoum Néhmé een acceptabele wachttijd vindt voor een sociale huurwoning. Mevrouw Naoum Néhmé wil alleen middenhuurwoningen bouwen, dus vindt zij dat er voldoende sociale huurwoningen zijn. Vindt mevrouw Naoum Néhmé 20 jaar een acceptabele wachttijd? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil niet op die vraag ingaan. Deze stad is overvol van sociale huurwoningen. Haar voorstel geldt voor ten minste één jaar. Zij zegt niet dat er nooit meer sociale huurwoningen gebouwd moeten worden. Mevrouw VAN RENSSEN vraagt of de VVD-fractie iets ziet in het optrekken van de liberalisatiegrens. Op die manier komen er gewoon betaalbare huurwoningen, in plaats van sociale huur en middenhuur. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat 700 euro voor een sociale huurwoning veel te veel is. Waarom kan die grens niet naar beneden bijgesteld worden zodat er een groot middensegment ontstaat? Dat is wat de VVD ook in de Tweede Kamer heeft voorgesteld. De heer MBARKI merkt op dat net gebouwde woningen in Amsterdam rechtstreeks in handen komen van beleggers. Dat geldt trouwen ook voor woningen uit de bestaande voorraad. Die woningen moeten behouden blijven, dus zal er gereguleerd moeten worden.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ daagt de heer Mbarki uit te onderbouwen dat woningen rechtstreeks in handen van beleggers komen. De heer MBARKI vraagt zich af of de VVD zich bewust is van de problemen waar de middenklasse, waarvoor mevrouw Naoum Néhmé opkomt, tegenaan loopt in de stad. Het gaat om starters die er niet tussen komen. Beleggers overbieden zonder bezichtiging. Dat is de staat van de stad. Als mensen wonen op 6 m2 en willen verhuizen naar 50 m2, lukt dat niet omdat een belegger die woningen opkoopt en vervolgens verkamert, of splitst. Deze situatie is onder andere veroorzaakt door het marktdenken van de VVD. Als mevrouw Naoum Néhmé de middenklasse wil helpen, moet zij vooral aan die knoppen gaan draaien. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ stelt voor om eerst kritische vragen te stellen aan de wethouder over de nieuwbouw in het middensegment. Waarom steunde de PvdA niet de motie van treurnis van de oppositie over het schamele aantal van 76 middeldure huurwoningen dat in zes maanden gebouwd was? Haar fractie komt ten minste met voorstellen en is bereid om wethouders af te rekenen als de resultaten slecht zijn. De heer MBARKI reageert dat het niet alleen over de nieuwbouw gaat. De grootste uitdaging in de stad zit hem in de bestaande voorraad. Die wordt opgekocht door beleggers. De markt lost dit niet op. De VVD laat mensen in de kou staan.

Met moties in de raad verandert de stad niet en krijgen Amsterdammers geen woning. Om de stad te veranderen moeten er keuzes gemaakt worden waarbij starters geholpen worden door de overheid. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ merkt op dat de gemeenteraad zijn tanden zal moeten laten zien. Haar fractie is bereid de vrijehuursector voor een jaar op te geven om alles op het middensegment te gooien. Die handreiking ziet zij niet bij de PvdA-fractie. Het is waar dat de grootste uitdagingen zitten in het bestaande segment. Zij is zeker bereid na te denken over de bescherming ervan. De heer FLENTGE herinnert aan het verhaal van AT5 over ene Denise die in haar

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

camper slaapt. Zij werkt op de kinderafdeling van het UMC en staat op de wachtlijst voor een sociale huurwoning. Wat wil mevrouw Naoum Néhmé zeggen tegen deze Denise, als de VVD geen sociale huurwoningen meer wil bouwen? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop dat haar voorstel geldt voor één jaar. Verder is het verhaal van Denise inderdaad verschrikkelijk. Amsterdam is wereldkampioen sociale huurwoningen, maar er kan meer gedaan worden om woonfraude met sociale huurwoningen en scheefwonen aan te pakken. Op die manier zouden woningen vrij kunnen komen voor Denise. De heer FLENTGE wijst op de grote woningnood in Amsterdam. Het antwoord van de VVD daarop is dat de fraude aangepakt moet worden. Tegelijkertijd wil de VVD geen sociale huurwoningen meer bouwen voor de duur van een jaar. Alles gaat dan naar de markt. Denkt zij dat het aanpakken van woonfraude voldoende is voor Denise? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat er wellicht gefraudeerd wordt met 20% van de sociale huurwoningen. Dat komt neer op bijna 40.000 socialehuurwoningen. Als die vrijkomen wordt Denise toch geholpen? De heer FLENTGE vraagt waarom mevrouw Naoum Néhmé niet met haar nieuwe bouwverhouding komt als de fraudeaanpak die enorme hoeveel socialehuurwoningen heeft vrijgemaakt. Dat doet mevrouw Naoum Néhmé niet.

Zij begint ermee te zeggen dat er geen sociale huurwoningen meer gebouwd moeten worden en dat alles naar de markt gebracht wordt. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ blijft erbij dat het middensegment voor minstens een jaar centraal moet staan. Verder heeft haar fractie vaak genoeg voorstellen gedaan voor de aanpak van woonfraude. Mevrouw ROODERKERK wijst op de recente versoepeling van de bouwregels. Het is voor projectontwikkelaars al mogelijk om op lege kavels en in oude gebouwen 100% middenhuur neer te zetten. Daarmee is het voorstel van de VVD toch onrealistisch en onnodig? De stad moet toch ook doorgaan met de andere bouwopgaven? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat haar voorstel ambtelijk getoetst is en niet onrealistisch. 2023 is niet willekeurig gekozen. De tenders voor dat jaar zijn nog niet voorbereid, waardoor bestaande afspraken niet opengebroken hoeven te worden. Dit is anders dan het huidige beleid. Dat komt neer op maatwerkbeleid met veel overleggen met de gemeente. Mevrouw ROODERKERK vraagt zich af wat je hebt aan een ambtelijke toets van een motie. Dit is een onrealistische motie die ertoe leidt dat er totaal geen sociale huur meer gebouwd wordt. En er kan dus al 100% middenhuur worden neergezet. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ merkt op dat haar motie is gecheckt door ambtenaren.

Niet lang geleden zei de lijsttrekker van D66 dat sociale huur eigenlijk asociaal is, omdat andere mensen daardoor op achterstand worden gezet. Mevrouw ROODERKERK kan zich vinden in het belang van middenhuur dat de VVD onderstreept. De regels zijn echter al versoepeld door dit college. Verder moet het college zich houden aan de bestaande afspraken over de andere woningvoorraad. Die is ook nodig. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ is blij dat mevrouw Rooderkerk het eens is over het belang van middenhuur. Het voorstel van haar fractie zegt generiek alle tenders 100% middensegment, en niet zoals nu als uitzondering in de vorm van maatwerk. Mevrouw VAN RENSSEN gaat in op het preadvies op de motie van haar fractie

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

waarin gevraagd wordt zo snel mogelijk de woonplicht voor bestaande bouw in te voeren. Er moeten regels komen voor het verhuren van bestaande voorraad bij nieuwe aankopen. Dat kan op korte termijn gedaan worden. Zij is blij dat de wethouder geen bezwaar tegen de motie heeft. Zij vraagt wanneer de opkoopbescherming ingevoerd kan worden, als het eerste kwartaal van 2022 misschien niet uitvoerbaar is. Kan dat wel gebeuren voor juni of juli 2022? De heer KREUGER vraagt of mevrouw Van Renssen het met hem eens is dat niet per se meer mensen een woning krijgen door de zelfwoonplicht. Er woont toch al iemand in het huis dat wordt doorverhuurd? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat het erom gaat dat meer woningen door de eigenaar bewoond worden zodat mensen een wooncarrière op kunnen bouwen. Zij wil voorkomen dat beleggers geld verdienen aan die woningen. De heer KREUGER is het daarmee eens. Als meer mensen een woning vinden, moet er dus meer gebouwd worden. Dat had hij nog niet van GroenLinks gehoord. Moet daarover nog nagedacht worden? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat zij dat debat wil voeren, maar niet nu. Het gaat haar nu om de bestaande voorraad. De heer KREUGER merkt op dat de huidige bouwrecords nog steeds niet genoeg zijn. Waarom wil GroenLinks niet gaan voor een bouwproductie van bijvoorbeeld 10.000? Mevrouw VAN RENSSEN wil het daarover later graag nog een keer hebben.

Haar fractie heeft met de D66-fractie in een motie gevraagd om in elk stadsdeel een plein te vergroenen. Nu wordt gezegd dat de aangedragen pleinen mogelijk niet voldoen aan de eisen die gesteld worden voor de honderd plekken in het kader van de klimaatadapatiemotor. Zij vraagt de wethouder per plein aan te geven waarom het niet geschikt is qua uitvoering, of niet aangedragen is door het stadsdeel. Naast de toets ten aanzien van de klimaatstress vraagt zij inzicht te geven in de honderd plekken die het college wel wil vergroenen. Mevrouw VAN PIJPEN vond het preadvies op de motie van haar fractie en mevrouw Bakker over het onderzoek naar stormschade bij bomen niet overtuigend. Het gaat de indieners vooral om het opdoen van algemene kennis. Hier wordt gesteld dat het alleen gaat over het omvallen als gevolg van storm, maar dat was dus niet het enige waar het de indieners om ging. Hoe ziet de wethouder dat? De heer MBARKI refereert aan de moties van zijn fractie over de bestaande voorraad. Met name jonge mensen of starters die een woning willen kopen, komen er niet tussen. Zijn fractie heeft een motie ingediend over het toewijzen in de koopsector aan starters. Hij is blij dat die positief is gepreadviseerd. Hij is benieuwd naar de gesprekken die plaatsvinden tussen het Rijk en gemeente over de aanpassing van de huisvestingsverordening.

Op welke manier vinden die gesprekken plaats? Welk doel heeft de gemeente bij die gesprekken? De motie van zijn fractie over de eigen grond van de gemeente waarop projectontwikkelaars graag aanspraak maken, om te verkennen of het mogelijk is voorrang te verlenen als het gaat om de koop voor starters, heeft geen positief preadvies gekregen. Waardoor komt dat? De gemeente kan toch voorwaarden stellen? Je kunt toch bouwen voor middengroepen en ervoor zorgen dat die woningen ook bij die middengroepen terechtkomt? Daarover kun je afspraken maken. Er zou met het Rijk worden gepraat over de aanpassing van de huisvestingsverordening. Het zou gaan om koopwoningen. Het is belangrijk dat koopwoningen in handen komen van mensen die erin willen wonen. Dat kan nog niet gedaan worden met de zelfbewoningsplicht binnen de bestaande voorraad. Hij vraagt daarom naar de inhoud van die gesprekken. Waarop koerst de wethouder?

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

De heer KREUGER refereert aan de vraag die vorige keer aan de orde was: hoe heeft het kunnen komen tot de situatie waarin men nu zit? Hoe kan het dan dat praktisch opgeleide mensen in de jaren negentig nog een huis konden kopen, terwijl nu WOgeschoolde mensen op zoek zijn die nog niet eens de huur kunnen betalen. Ze moeten tot hun dertigste bij hun ouders wonen. Dit probleem bestaat in heel Nederland. Hoe ziet het college dit? De heer HAVELAAR vroeg in de afgelopen jaren steeds in de begroting mee te nemen waar men stond in het woningbouwplan. Er is een woningbouwplan 2018-2021. In die periode zit de gemeente niet op de gemiddelde aantallen die nodig zijn om het plan te realiseren. Daar is veel discussie over. Hij wil, ook met het oog op de komende verkiezingen, graag weten wat de erfenis van deze linkse coalitie is. Hij is niet tegen sociale woningen, maar maakt zich wel zorgen over de middenhuur. Wat is de erfenis van deze coalitie die jarenlang 40-40-20 en extra duurzaamheidsmaatregelen boven woningbouwrealisatie heeft gezet? En wat is de erfenis als het gaat om de planvoorraad en de realisatiecapaciteit richting de rest van het huidige woningbouwplan 2025? Hoe haalbaar is wat er dan nog ligt? Mevrouw VAN SOEST wijst erop dat het vorige college heeft besloten over de 4040-20. In dat college zat ook de VVD, die met die verhouding akkoord ging.

Moet het dan nu toch anders? Afspraak is afspraak. Mevrouw HAVELAAR antwoordt dat hij onder andere om deze reden geen lid is van de VVD. Wethouder IVENS antwoordt mevrouw Naoum Néhmé dat bewust niet voor 0100-0 is gekozen omdat de middenklasse meer is dan het middensegment. De door de heer Flentge aangehaalde Denise moet gerekend worden tot de middenklasse. Het probleem is niet de 0% dure woningen, maar dat de sociale woningbouw op die manier naar 0% gaat. Mevrouw Naoum Néhmé vroeg daarna in haar motie 459 over sociale huur of het niet mogelijk is nog een kaveltje extra te vinden om 100-0-0 te bouwen, dus alleen studentenwoningen. Wil zij die studentenwoningen bouwen of alleen 0-100-0? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat het om verschillende jaartallen gaat. Het plan van het college reikt tot 2022, terwijl de motie van haar fractie over het middensegment betrekking heeft op de tenders van 2023. Wethouder IVENS vindt het niet duidelijk wat voor soort woningen mevrouw Naoum Néhmé wil hebben. Het klinkt alsof zij studentenwoningen wil én middenwoningen, maar niets wil doen voor middenklasse zoals de verpleegster Denise. Het is niet zo makkelijk om die keuzes te maken; daarom is er ook een 40-40-20 met drie categorieën in plaats van één. Ook hij maakt zich zorgen om de tekorten bij de studentenwoningen.

Er wordt wel gebouwd, en er zitten nog projecten voor studentenwoningen in de planning. Hij heeft vorige week overlegd met de partijen waarmee hij het convenant heeft getekend. Daarbij ging het om het gebrek aan balans bij de instroom van studenten. Er vindt namelijk een eenzijdige internationalisering plaats. Het schijnt dat Nederland heel aantrekkelijk is voor buitenlandse studenten, maar omgekeerd vinden Nederlandse studenten het buitenland minder aantrekkelijk. Universiteiten zullen kijken of het beter kan, maar verder is gebleken dat de regio nog niet over de brug lijkt te komen. Er wordt in de regio nog weinig noodzaak gevoeld om te gaan bouwen. Over motie 459 heeft hij gezegd dat hijzelf de locaties niet ziet. Als de VVD-fractie die locaties wel weet, hoort hij het graag. Hij antwoorde GroenLinks-fractie dat het de vraag is wanneer de ook door hem gewenste woonplicht ingevoerd kan worden. Daarvoor moeten de onderbouwing en de verordening voor elkaar zijn. Ook nog niet duidelijk is het wanneer het stelsel, zoals het vergunningstelsel, operationeel kan zijn. Hij heeft daarover vorige week nog overlegd met de vijf grote steden. Rotterdam loopt hierbij iets voor en heeft al een onderbouwing.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

Verder hoeft men in Rotterdam, in tegenstelling tot Amsterdam, de huisvestingsverordening niet in de inspraak te leggen. Bij het operationeel maken van het stelsel willen de steden wel gelijke tred te houden. Hij kan nu dus nog niet zeggen wat de implementatiedatum wordt. Mevrouw VAN RENSSEN vraagt of het klopt dat men nu al bezig is met de onderbouwing. Verder stelt zij voor de datum 1 juli 2022 in de motie op te nemen. Kan zij daarmee op een positief preadvies rekenen? Wethouder IVENS denkt ook aan ongeveer 1 juli 2022, maar zeker kan hij ervan niet zijn. Hij heeft de indruk dat hij niet van mening verschilt met mevrouw Van Renssen. Waarom is die motie dan nodig? Hij heeft opdracht gegeven om zo snel mogelijk te gaan werken aan de onderbouwing. De ambtenaren zijn daar nu mee bezig. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ herinnert eraan dat het college met stoere verhalen begonnen over de woonplicht begonnen. Nu is het drie jaar later, en het college is nog steeds bezig met de juridische onderbouwing. Hoe kan dat? Wethouder IVENS antwoordt dat er voor de juridische onderbouwing een wettelijke basis nodig is. De huisvestigingswetwijziging is er plotseling gekomen. Op basis daarvan moet nu de onderbouwing gemaakt worden. In motie 434 van GroenLinks wordt gevraagd om in elk stadsdeel een plein te vergroenen. Het college wil 100 plekken vergroenen.

Daarvoor zijn 174 ideeën binnengekomen vanuit de stadsdelen. 37 daarvan zijn als ‘niet geschikt’ beoordeeld. Men is met 137 locatie intussen aan de slag gegaan, waarvan er nu 2 uitgevoerd zijn. 64 locaties zijn als ‘kansrijk’ bestempeld. Van de 174 mogelijke locaties moeten er 100 overblijven. In de motie wordt eigenlijk gevraagd om het aantal mogelijke locaties weer uit te breiden. Er moeten 37 locaties afvallen, en heeft liever niet nog extra locaties. Daarom is hij niet positief over de motie. Hij wil zo snel mogelijk aan de slag en de pleinen daadwerkelijk vergroenen. Mevrouw VAN RENSSEN vraagt een lijst met plekken die onderzocht worden zodat de raad ernaar kan kijken. Wethouder IVENS merkt op dat dit al toegezegd is door zijn collega-wethouder. Als er een lijst van 100 pleinen is, zal hij die toesturen. Wat betreft de motie over stormschade, ook bij niet omgevallen bomen, gaat het hem meer om wat gedaan wordt in de uitvoering dan de bomen verder te onderzoeken. Bomen worden in verband met de veiligheid in principe iedere drie jaar gekeurd. De nietomgevallen bomen worden dan dus bekeken. Zijn ze wel omgevallen, wordt nog weleens onderzoek gedaan als de oorzaak niet duidelijk is. Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat dit losstaat van het reguliere onderzoek. Het gaat er in de motie om dat stormschade een kans geeft om meer informatie te krijgen.

Wethouder IVENS antwoordt dat hij positief naar de motie gekeken heeft. Er wordt voor een groot deel al gedaan wat in de motie gevraagd wordt. Hij antwoordt de heer Mbarki dat ook hij graag wil dat zo veel mogelijk de juiste mensen in de woningen gaan wonen. Hij heeft geen bezwaar tegen motie 348. Er wordt momenteel ambtelijk gesproken over verbeteringen van de Huisvestingswet. Hij hoopt dat deze motie wordt aangenomen, zodat hij bij de afhandeling kan komen met status van de gesprekken en de precieze stand van zaken. Motie 347 is lastiger. De gemeente kan niet bepalen wie er in een koopwoning gaat wonen. De huisvestingsvergunningen kunnen door de gemeente gegeven worden voor huurwoningen, maar niet voor koopwoningen. In de Woonbrief wordt ingegaan op de vraag of ook voor middeldure huurwoningen een huisvestingsvergunning verplicht moet worden. Omdat de middeldure huurprijzen niet beperkt zijn, is de kans groot dat de verhuurder dan een extra prikkel heeft om de woning niet in het middensegment, maar in

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

het dure segment te verhuren. Op die manier hoeft hij de huisvestingsvergunning niet te vragen. Daarnaast moet de huisvestingsvergunning altijd aangevraagd worden door de huurder zelf. De middengroepen hebben het al lastig genoeg, en dan zouden ze ook nog eens de kosten voor het aanvragen van een vergunning moeten dragen. Daarom wil het college dat middel niet inzetten. Hij wil niet een te zwaar middel inzetten dat mogelijk een ongewenst effect heeft. De heer MBARKI merkt op dat de wethouder het enerzijds heeft over verhuur, terwijl hij anderzijds bij koop ook de huisvestingsvergunning betrekt. In de betreffende motie gaat het over een verkenning waarbij gekeken wordt naar de voorwaarden die aan ontwikkelaars gesteld worden over het koopsegment. Er kan toch afgesproken worden dat een bepaalde partij bij een bepaalde tender intekent met als voorwaarde dat die partij zich maximaal inspant om ervoor te zorgen dat de woning in kwestie terechtkomt bij starters, tot een bepaald inkomensniveau? Wethouder IVENS antwoordt dat dit soms, op vrijwillige basis, al gebeurt. Dat zijn echter niet-afdwingbare afspraken. Hij adviseert de motie iets meer toe te snijden op het streven naar vrijwillige afspraken. De heer MBARKI merkt op dat veel ontwikkelaars willen bouwen in het middensegment. Het maakt ze niet zoveel uit bij wie de woning terechtkomt en ze willen een bepaalde winstmarge behalen.

Moet dat niet verkend worden? Waarom direct het label ‘vrijwillig’ eraan hangen? Hij wil graag als gemeente afspraken maken met ontwikkelaars over de vraag in wiens handen de woningen komen. Hij zal de motie aanpassen, maar vraagt zich af of de afspraken alleen op vrijwillige basis moeten worden gemaakt. Wethouder IVENS reageert dat ambtenaren de afdwingbaarheid hebben onderzocht. Het antwoord was dat het privaatrechtelijk niet mag en dat het publiekrechtelijk niet geregeld is in de wet. Er kan niet gehandhaafd worden en de gemeente mag ontwikkelaars niet selecteren op grond van dit soort afspraken. Dat is dus al onderzocht. Hij is het niet oneens over de wenselijkheid, maar wel over de mogelijkheden. Hij wil graag samen met de heer Mbarki nog eens naar de motie kijken. De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele ogenblikken. Mevrouw De Fockert neemt het voorzitterschap over van mevrouw La Rose. Wethouder IVENS antwoordt de heer Kreuger dat de prijzen inderdaad sterk gestegen zijn. Er is wellicht teveel vertrouwen gegeven aan de markt en in de crisis is te weinig gebouwd. Ook de landelijke sturing met krimpgebieden en overdrukgebieden was onvoldoende. Om dit gesprek te voeren komt hij ieder jaar met een woonbrief met de stand van zaken. Die woonbrief is net geagendeerd voor de volgende commissievergadering.

Ook hij maakt zich zorgen in hoeverre de gemeente nog kan voldoen aan de grondwettelijke verplichting. De heer KREUGER vraagt of de wethouder erop vertrouwt dat dit opgelost kan worden. Met die 7500 woningen red je het niet. Kan hij mensen beloven dat ze over tien jaar een betaalbare woning hebben? Wethouder IVENS antwoordt dat het maximale doet om dat te realiseren. Hij stelt de heer Kreuger voor om ook met aanvullende ideeën te komen. Het kan geen kwaad ook partijgenoten in de Tweede Kamer in te schakelen. De heer KREUGER bestrijdt het idee dat de wethouder het maximale doet. Bij de formatiestukken voor het huidige college stond dat het mogelijk was om 10.000 woningen per jaar te bouwen. De wethouder kiest ervoor om 7500 woningen jaarlijks te bouwen.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

Waarom kiest hij niet voor die 10.000? Wethouder IVENS antwoordt dat 7500 woningen per jaar bouwen een enorme opgave betekent. Ook alle voorzieningen, zoals sportfaciliteiten, groen, buitenspeelfaciliteiten moeten erbij gebouwd worden. Er wordt in een razend tempo een nieuwe stad zoals Alkmaar uit de grond gestampt. Hij doet zijn uiterste best om de woningnood te bestrijden. Een probleem is ook de betaalbaarheid van de woningen. De heer KREUGER blijft erbij dat de wethouder niet het maximale doet. In de formatiestukken staat dat 10.000 woningen per jaar mogelijk is. En ook dat aantal zou nog krap zijn. Een dak boven je hoofd is een absolute levensvoorwaarde. Wethouder IVENS betreurt het dat de heer Kreuger niet gelooft in zijn inzet. Hij antwoordt de heer Havelaar dat het college jaarlijks komt met een uitgebreide rapportage van het woningbouwplan met cijfers over wat gebouwd en wat de planvoorraad is. Aan de hand van die getallen kunnen de slaagkansen uitgerekend worden. Hij zou dat nog explicieter erin kunnen zetten. Wat wil de heer Havelaar nog meer? De heer HAVELAAR antwoordt dat hij wil weten hoe waarschijnlijk het is dat de gemiddelde streefcijfers over 2018-2025 worden gehaald, zodat de einddoelen bereikt worden. Tot nu toe zijn er veel achterstanden.

Ligt de gemeente op koers? Hij kan dat antwoord zelf niet geven, omdat het niet duidelijk is welke mijlpalen er zijn en hoe waarschijnlijk het is dat die gehaald worden. Wethouder IVENS antwoordt dat uit de woningbouwrapportage blijkt wat de slaagkans was en wat nog in de planvoorraad zit. Met die cijfers kan een rekensommetje gemaakt worden. De conclusie is dan de zorgen niet voorbij zijn. Uit het laatste woningbouwplan blijkt dat de 2500 sociale huurwoningen van corporaties nog niet voldoende zichtbaar zijn in de planvoorraad. Dat is de grote bottleneck. De heer HAVELAAR wil niet zijn eigen berekeningen maken, want die zijn altijd politiek gekleurd. Hij wil een onafhankelijk iemand die de berekeningen maakt en de risico’s van de woningbouwambities aanwijst. Wethouder IVENS is het oneens met de heer Havelaar dat de ambtenaren hem politiek gekleurde cijfers voorleggen. Die cijfers stuurt hij door aan de gemeenteraad. De heer HAVELAAR vraagt hoe waarschijnlijk het is dat de ambities van het woningbouwplan 2018-2025 gerealiseerd worden, op basis van die geleverde cijfers. Wethouder IVENS antwoordt dat hij zich over één ambitie heel grote zorgen maakt: de sociale corporatiewoningen. Daarvan zitten er te weinig in de planvoorraad. De andere ambities zijn nog te realiseren. Bouwen en Wonen 5.

Vaststellen van de Verordening Stimuleringslening wooncoöperaties Amsterdam houdende regels over het verstrekken van leningen aan wooncoöperaties voor het realiseren van sociale en middeldure huurwoningen in Amsterdam (VN2021-016632) Mevrouw VAN SOEST memoreert dat het huidige college op 12 mei 2020 het eindrapport ‘Aan de slag met woningcorporaties’ heeft vastgesteld. Dat is besproken met de commissie WB. Op 24 juni is het rapport behandeld in de gemeenteraad. Haar fractie kan akkoord gaan met de voorstellen van de wethouder. Mevrouw VAN RENSSEN vindt het goed dat deze stimuleringslening voor

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

wooncoöperaties in Amsterdam kan worden vastgesteld. Met wooncoöperaties zijn bezit en gebruik van de woningen in één hand, zonder dat er onnodig geld verdiend wordt aan Amsterdamse woningen. Daarbij komt dat op deze manier woningen eeuwig voor het sociale- of middenhuursegment behouden kunnen blijven. Voor wooncoöperaties is de voorfinanciering vaak een probleem, dus is het fijn dat daarvoor een gemeentelijk fonds in het leven wordt geroepen. Er kan 50.000 euro per huis worden geleend via de SVn. Zij vraagt of de gemeente in gesprek is geweest met banken die gereageerd hebben op het stuk, om ervoor te zorgen dat die in de toekomst makkelijker financiering geven aan woningcoöperaties. Ziet de wethouder beweging op dit vlak? Helpt deze leningsfaciliteit om de banken te bewegen betere leningen te verstrekken? Verder vraagt zij of men heeft overwogen om een klein percentage woningen van een woningcorporatie, ook vrijesectorhuur met bijvoorbeeld een gemaximeerde huurprijs, toegang te verlenen tot deze leningsfaciliteit. Wethouder IVENS merkt op dat voorgesteld is om de regeling in de tweede helft 2022 te gaan evalueren. Hij vindt de vraag van mevrouw Van Renssen om woningen uit het vrije segment erbij te betrekken ver gaan. Het is niet eens zeker dat daar een gat is. Toch stelt hij voor om die mogelijkheid te betrekken bij de evaluatie van volgend jaar.

Op de vraag over de banken antwoordt hij dat de regeling besproken is met twee Nederlandse banken en een Duitse, dezelfde bank die De Warren heeft gefinancierd. Zij zien deze regeling als positief. Als het na vijftien jaar niet gaat, is herfinanciering vanuit de banken niet heel aantrekkelijk, maar onmogelijk is het niet. Zijn inschatting is dat de banken door dit voorbeeld makkelijker zelf leningen gaan verstrekken. Mevrouw VAN RENSSEN vraagt of de wethouder beweging ziet bij de banken om dit soort experimentele woonvormen eerder te gaan financieren. Wethouder IVENS antwoordt dat hij al jaren bezig is met de wooncoöperaties. Daarvoor heeft hij met meerdere banken aan tafel gezeten. Hij heeft het enthousiasme dat hij zag toen maar weinig terugvertaald gezien in daadwerkelijke financiering. Hopelijk gaat dat nu veranderen. Hij ziet beweging, maar is nog niet gerustgesteld over het tempo. Hij zal de banken betrekken bij de evaluatie van deze regeling. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gehamerd kan worden in de raad. 6.

Kennisnemen van de Rapportage 1e kwartaal 2021 over het Woningbouwplan 2018-1025 (stand van zaken per 31 maart 2021) (VN2021-016493) De heer HAVELAAR feliciteert de wethouder: het eerste kwartaal 2021 is het eerste kwartaal sinds dit Woningbouwplan dat de bouw van middeldure huurwoningen niet een nog grotere achterstand heeft opgelopen. Vorig jaar november is een debat gevoerd over de hoge slagingspercentages die dit jaar moesten worden gerealiseerd om de doelen te halen. Wat is het beeld van de wethouder van die slagingspercentages? De wethouder zei bij het vorige agendapunt dat zijn grootste zorg bij het Woningbouwplan 2018-2025 zit bij de corporatiewoningen. Inderdaad zijn er in het eerste kwartaal wat minder corporatiewoningen gebouwd, maar afgelopen jaren is dat wel goed gelukt. Waarom maakt de wethouder zich minder zorgen over de middeldure huurwoningen? De heer VAN DEN HEUVEL ziet de sociale huur teruglopen. Het gaat nog steeds niet richting de 40-40-20 die al jaren door dit college wordt gehanteerd in de woningbouwplannen. De raadspartijen zullen moeten gaan nadenken over de grootte van de woningen. Het lijkt alsof men vooral studio’s aan het bouwen is. De afmetingen van de woningen worden steeds kleiner. De heer MANGAL sluit zich aan bij de woorden van de heer Van den Heuvel. Hij

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 30 juni 2021

WB

ziet geen sociale corporatiewoningen gebouwd worden in Zuidoost. Wel wat private sociale huur, en heel veel middeldure huur. Dat laatste is mooi, maar alleen als de mensen zullen doorstromen naar die woningen en er daardoor in de buurt sociale huurwoningen beschikbaar komen. Is dat het geval? En hoe zorgt de wethouder daar dan voor? Als de toekomstige bewoners vooral van buiten de buurt komen, blijft er voor de huidige bewoners van Zuidoost niets over. Het blijft dan op slot. Eigenlijk heb je het dan over gentrificatie. Volwassen mensen blijven dan bij hun ouders thuis wonen, met alle financiële en sociale gevolgen van dien. Om een woning te vinden moeten ze de stad uit. Hetzelfde geldt voor Noord, waar echt gentrificatie plaatsvindt met de bouw van dure koopwoningen. Zijn die bedoeld voor de middenklasse? Als dat zo is, hoe worden die woningen dan uit de handen van speculanten gehouden? De heer FLENTGE ziet wat betreft de middenhuur een mooie start van 2021. Dat is een mooie stap vooruit. Vorig jaar werd zorg uitgesproken over de middenhuur. Hij had verwacht dat de commissie net als vorig jaar met betrekking tot middenhuur, nu zijn zorg zou uitspreken over de sociale huur. Dat gebeurt niet. Mevrouw VAN SOEST wijst erop dat men in 2020 alleen kleine woningen in aanbouw heeft genomen. De meeste daarvan zijn ongeveer 40 m2. Sociale huurwoningen hebben meestal 51 m2.

Hoe denkt de heer Flentge over het ophokken van mensen in te kleine woningen? De heer FLENTGE antwoordt dat die heel kleine woningen vooral te vinden zijn in het marktsegment. Je ziet ook daar een falende markt. Je kunt iets doen in het gereguleerde deel. Verder hoopt hij dat de corporaties aan zet komen. Daar doet de gemeente haar uiterste best voor. De heer VAN DEN HEUVEL antwoordt dat volgens de rapportage er nog geen 5% sociale huur gebouwd is boven 90 m2. Ongeveer 10% is boven de 70 m2 en bijna 50% minder dan 40 m2. Een deel van de verklaring daarvoor zijn natuurlijk de jongeren- en studentenwoningen, maar dat is niet alles. Er wordt in ieder geval niet groot gebouwd in de sociale sector. De heer FLENTGE reageert dat er daarom geen enkele reden is om de aanval in te zetten op de sociale huursector. Hij maakt zich zorgen over een overmaat aan kleine woningen. Daarom moeten de corporaties aan zet komen. Het is daarnaast niet verstandig om sociaal uit te ponden richting middenhuur. De grote daling zit in het koopgedeelte, van 114 m2 naar 87 m2. De heer VAN DEN HEUVEL blijft erbij dat in de sociale sector ook te klein wordt gebouwd. Dit college maakt de beloftes over bouwen in de sociale sector niet waar. De 40-40-20 is niet zichtbaar. Is de heer Flentge dat met hem eens? De heer FLENTGE antwoordt dat hij zich zeker zorgen maakt over de te kleine woningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10596157/2