Definitief verslag WB 29-09-2020
Tekst van het document
Hij heeft het gevoel dat het nu mogelijk is scherper aan de wind te varen met de corporaties. De heer FLENTGE wijst erop dat de oplevering van het aantal sociale huurwoningen in 2020 niet de groei laat zien die gewenst was. Met de korting op de verhuurderheffing is nu het moment gekomen om bij te sturen. De verkoop van sociale huurwoningen moet nu verminderd worden. Wethouder GROOT WASSINK wil wel zorgvuldig zijn. Je moet niet kijken naar wat er in een jaar opgeleverd wordt, maar naar een tijdvak. Je moet kijken wat er aan woningen op de rol staat en hoe groot de kans is dat ze gerealiseerd kunnen worden. Hij beschouwt de oproep van de heer Flentge en mevrouw Van Renssen als een aanmoediging om het gesprek met de corporaties op die manier te voeren. Mevrouw VAN RENSSEN is blij dat het college een stevig gesprek met de corporaties wil voeren. De doelstelling is om 3000 woningen toe te voegen tot en met 2025 en daarop moet dus gekoerst worden in de gesprekken. Kan het college ook aansturen op het maken van individuele afspraken met de corporaties? Dan weet elke afzonderlijke corporatie wat haar verantwoordelijkheid is.
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat de afspraken met de koepel gemaakt worden, waarbij het inderdaad de vraag is hoe die voor de afzonderlijke corporaties leiden tot het nakomen ervan. Hij wil graag meer inzicht krijgen, maar dat betekent niet dat je met individuele corporaties praat. Je zou op individueel die afspraken scherper door moeten vertalen, zodat de monitoring beter wordt. Hij zal de suggestie meenemen. Een krimp van tien is toch teveel. Hij antwoordt mevrouw Van Renssen verder dat hij de opmerkingen van haar over leegstand goed begrijpt. Ook de heer Flentge heeft zijn irritatie uitgesproken met betrekking tot Blackstone. De Wet kraken en leegstand reguleert vooral iets op het gebied van kraken, en weinig op het gebied van leegstand. Maar het college wil alles doen wat mogelijk is. Het wil kijken of er scherper opgetreden kan worden. De tekenen van leegstand worden geregistreerd door meldingen van burgers, of langer dan zes maanden geen inschrijving in BRP. Er wordt ook geschouwd op straat. Er wordt niet standaard na zes maanden nog eens gecontroleerd. Ook hij voelt de urgentie op er scherper op te zitten. In principe worden de resultaten in 2022 gegeven over het jaar 2021, maar dat is inderdaad onbevredigend. Hij zegt toe te zullen bekijken of een campagne mogelijk is om meer leegstand te melden.
Als leegstand geconstateerd wordt, moet men ook scherper zijn bij het voordragen van huurders. Hij stelt voor om hierover naar aanleiding van de beantwoording van de vragen van de heer Flentge nog door te praten. Mevrouw VAN RENSSEN vraagt of de wethouder de resultaten kan leveren van de inspanningen over 2020-2021. En zijn er nog gelden van het actieplan Wonen en Bouwen om dit te doen? Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat de resultaten van het jaar 2020 in de resultatenbrief staan. De resultaten van 2021 komen in 2022. Hij zegt in verband met dit laatste toe te zullen kijken of een versnelling mogelijk is. De heer FLENTGE bepleit een maatschappelijk weerwoord tegen de parasitaire campagne van Blackstone. Het is daarbij belangrijk de stromannen goed in kaart te brengen. Hij vraagt het college om ook al die bedrijfjes die zich verschansen achter Blackstone in de gaten te houden. Alleen dan kan het probleem aangepakt worden. Wethouder GROOT WASSINK begrijpt dat de heer Flentge verzoekt te onderzoeken om de structuur achter Blackstone goed in kaart te brengen. Dat kan problemen geven met de capaciteit van de gemeente, dus weet hij niet of het mogelijk is. Het leegstandsvraagstuk is wel een doorn in zijn oog. Hij heeft met een groot deel van de raad de ambitie om hier versterkt op in te zetten. Een anti-leegstandsoffensief is zeer op zijn plaats.
Als daarvoor middelen nodig zijn, hoopt hij dat de raad toeschietelijk is. Hij antwoordt mevrouw Van Renssen verder dat er met betrekking tot het actieplan sprake is van een geringe onderschrijding over dit jaar. Volgend jaar zal het budget naar verwachting wel volledig gebruikt worden. Hij antwoordt de heer Veldhuyzen dat het college zo ongeveer permanent bezig is met de dak- en thuisloze jongeren, of de huisvesting van kwetsbare groepen. Het gaat daarbij natuurlijk om het verdelen van schaarste. Je komt klem te zitten met statushouders, want er zijn ook allerlei andere groepen. Je komt dus ook klem met de dak- en thuislozen. Het is dus een schaarstevraag. Hij verwerpt de suggestie dat het college daar geen oog voor heeft. Het is niet mogelijk alle vrijkomende woningen voor één groept te bestemmen. Daarover worden afspraken gemaakt. Dat in de afgelopen tien jaar de dakloosheid is verdubbeld maakt het allemaal moeilijker. De heer VELDHUYZEN heeft gevraagd te onderzoeken of dak- en thuisloze jongeren meegenomen kunnen worden in de voorrangsregeling voor Amsterdamse jongeren, en daarbinnen prioriteit kunnen krijgen. Ook vroeg hij waarom het college ervoor kiest de urgentieregeling aan te scherpen, in plaats van meer sociale huurwoningen te bouwen. Ten slotte vroeg hij economische-, dan wel zelfredzame dak- en thuislozen mee te nemen in de woonruimteverdeling.
Ze zouden dan situatiepunten kunnen krijgen.
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
Wethouder GROOT WASSINK is het eens dat de uitbreiding van het aantal betaalbare woningen cruciaal is om in de behoeften te voorzien. Maar er zijn meer groepen dan de door de heer Veldhuyzen genoemde die behoefte hebben aan een woning. Hoeveel is genoeg? Hoeveel kun je bijbouwen om in die behoefte te voorzien? Hij zal de vraag over dakloze jongeren nog uitzoeken. Momenteel hebben die in het algemeen geen urgentie, maar wel bij dreigende dakloosheid. Hij zal kijken of het gevraagde mogelijk dan wel wenselijk is. Er zijn nog geen afspraken gemaakt over naming and shaming bij discriminatie. De wethouder Diversiteit heeft op 27 oktober een afspraak, dus het college is ermee bezig. Er ligt echter nog geen compleet programma over dat onderwerp. Hij antwoordt de heer Mangal er op dit moment met de verhuurdersbranche nog geen afspraken zijn gemaakt over discriminatie. Er is wel over gesproken naar aanleiding van het onderzoek van RIGO van begin vorig jaar en men heeft gezegd dat die afspraken gemaakt zullen worden. Er komt een gesprek waarbij ook de RIGO-resultaten worden besproken, wat hopelijk tot afspraken leidt. Woonfraude met sociale huurwoningen wordt zeker aangepakt. Er wordt gecontroleerd of de regels nageleefd worden. ZoekLicht onderzoekt vermoedens van woonfraude. Hij zal zorgen voor een overzicht van de boetebedragen.
Hij antwoordt de heer Mangal verder dat hij nu geen antwoord kan geven op diens vraag over een puntensysteem voor de particuliere koop- en huursector, zodat huren en vraagprijzen gemitigeerd kunnen worden. Hij moet dat uitzoeken. Hij antwoordt mevrouw Van Soest dat het bij sociale huur, of middenhuur wel duidelijk is wat ‘betaalbaar’ is. De betaalbaarheid van een koopwoning heeft ook te maken met de toegang tot een hypotheek. Overigens krijgt de gemeente de ‘fooi’ op de verhuurderheffing niet. Het gaat om een korting op een bestaande belasting. De inzet is om met de corporaties te streven naar een goede inzet van de middelen, gericht op de betaalbaarheid, de voorraad en de leefbaarheid van woningen. De heer VELDHUYZEN vraagt om het in de gesprekken met de woningcorporaties ook te hebben over beganegrondwoningen. Dat zijn woningen die nodig zijn voor mensen met een beperking. Verder vraagt hij of het handhavingsinstrument beheerovername, dat gebruikt wordt tegen huisjesmelkers, ook kan worden ingezet bij panden die langdurig leegstaan. Wethouder GROOT WASSINK is het eens dat er ook behoefte bestaat aan toegankelijke woningen voor mensen met een beperking. Hij zal het meenemen in het gesprek met de corporaties. Ook het tweede verzoek zal hij zeker meenemen.
Hij antwoordt de heer Mangal dat hij zal uitzoeken wanneer het rapport over discriminatie op de woningmarkt verwacht mag worden. Het zal worden opgenomen in de toezeggingenlijst. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is. Het wordt op verzoek van de heer Havelaar geagendeerd voor de raadsvergadering van 10 november a.s. 4. Kennisnemen van de reactie op motie 468 (16 juni 2021) van de leden Kuiper, Mbarki en Boomsma over de renovatie van de Van der Pekbuurt (ZD2021-009086) De heer VAN DEN HEUVEL herinnert aan de nieuwe hoop die in 2012 ontstond toen de Van der Pekbuurt werd gered van sloop. Inmiddels is die hoop vervangen door cynisme en ongeloof. De bewoners zaten nog steeds in hun erbarmelijke huizen, al sinds de jaren tachtig. De renovatie van de Van der Pekbuurt werd steeds verder uitgesteld en voor het noordelijk gedeelte zelfs versoberd. Daarom kwam zijn fractie met een motie waarin een maximale inspanning van de wethouder werd gevraagd om de bewoners en Ymere weer aan tafel te krijgen. Hij vond de reactie op de motie mager. Hij vraagt hoe het ervoor staat. Is er een doorbraak bij de
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
renovatie van het noordelijk gedeelte van de Van der Pekbuurt? Is het voor bewoners duidelijk wanneer hun woningen echt opgeknapt worden? Hoe staat het met het aardgasvrij maken? Is er hoop voor de bewoners van de Van der Pekbuurt? De heer FLENTGE merkt op dat men ooit in de jaren tachtig en negentig langdurig achterstallig onderhoud liet oplopen om uiteindelijk te kunnen slopen. Dat was doelbewust beleid. Er is met de buurtbewoners hard gestreden om de sloop tegen te houden. Dat is gelukt, en nu moet een vervolgstap gemaakt worden. Er lijkt een nieuwe wind te zijn gaan waaien. Er lijken nu constructieve gesprekken gevoerd te worden, waarmee men mag hopen op een versnelling van het proces. Wethouder GROOT WASSINK deelt de analyse van de heer Flentge. Het is bemoedigend dat er gesprekken op gang zijn gekomen tussen bewoners en de corporatie. Over de inhoud daarvan kan hij niets zeggen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. 5. Stand van zaken haalbaarheidsonderzoeken tijdelijke woningbouw (ZD2021010147) 11. Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Rooderkerk inzake bouw van flexibele middenhuurwoningen (ZD2021-012754) Mevrouw VAN RENSSEN is blij dat er nu gezocht wordt naar locaties voor flexibele bouw en dat er inmiddels een gevonden is voor 70 woningen voor jongeren en statushouders. Genoeg is dat echter niet.
Zij vraagt wanneer de woningen aan de Appelweg geplaatst worden. Worden die geopend? In het Rhônepark is gebleken dat er geen plek is voor 300 woningen; er wordt een alternatieve locatie in Nieuw-West gezocht. Is die er al? Wanneer wordt het besluit genomen en worden de woningen geplaatst? Hoe staat het met het onderzoek naar de overige locaties? Hoe zorgt men voor voldoende begeleiding van deze nieuwe bewoners van de tijdelijke woningen, voor zo lang men daar blijft wonen? Mevrouw ROODERKERK merkt op dat tijdelijke woningen wellicht een oplossing zijn voor locaties die nog niet in gebruik te nemen zijn voor permanente woningbouw. Ze zijn ook duurzaam en van goede kwaliteit. Helaas blijkt uit de beantwoording van haar schriftelijke vragen daarover dat er nog maar weinig locaties gevonden zijn. In de raadsbrief van 29 april jl. zijn acht mogelijke locaties opgenomen. Er wordt in deze beantwoording op twee locaties ingegaan. Hoe staat het met de andere zes plekken? En als ze worden afgewezen, wat is daarvan dan de reden? Zij ontvangt daarover graag een brief of anders wil zij het bespreken in een sessie. In de brief wordt verder ingegaan op het externe onderzoek van de MRA naar het wegnemen van belemmeringen bij de realisatie van tijdelijke woningen. Neemt de gemeente Amsterdam daar actief aan deel? De uitkomst wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2022.
Zij vraagt die met de commissie te delen. In de brief staat dat tijdelijke woningen niet heel veel sneller gerealiseerd kunnen worden, omdat er een heel proces aan vooraf moet gaan. Dat verbaast haar. Was het proces inderdaad zo lang bij al bestaande flexibele woningen? Naar haar idee ging het een stuk sneller dan de anderhalf jaar die in de brief genoemd staat. Mevrouw VAN SOEST wijst erop dat de grond van de Appelweg, waar woningen gerealiseerd worden, vervuild is. Tevens zit er een benzinestation naast. Is dat wel een veilige locatie om woningen neer te zetten? Wethouder GROOT WASSINK antwoordt mevrouw Van Renssen dat de bouw van de woningen aan de Appelweg in 2023-2024 klaar kan zijn als de raad in 2022 een besluit neemt om de woningen daar te realiseren.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
Verder moet hij heel zorgvuldig omgaan met de locaties, zoals het Rhônepark. Er wordt gezocht in Nieuw-West. De alternatieve locatie is geheim totdat het college op basis van het resultaat van het haalbaarheidsonderzoek over de locatie heeft beslist. Naar verwachting zal dat in Q4 zijn. Hij antwoordt mevrouw Rooderkerk dat op 29 april vertrouwelijk gemeld is over de afgevallen locaties. Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat op 29 april een brief is gedeeld met acht mogelijke locaties. Nu wordt iets gezegd over de haalbaarheid van twee locaties, maar over de andere zes heeft zij niets gehoord. Daar hoort zij nog graag iets over. De wethouder zegt dat het college wacht op het haalbaarheidsonderzoek, maar daarvoor zou haar fractie ook graag meespreken over de ruimteclaim die gelegd wordt op de stad. Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat het college bezig is met de zes locaties. Er komt daarover een nieuwe brief. Hij hecht eraan de procedure goed te volgen. Hij antwoordt mevrouw van Renssen dat de begeleiding inderdaad een heel belangrijk punt is, bijvoorbeeld ook voor gemengde locaties. Daarover zullen ook met de samenwerkingspartners afspraken gemaakt worden. Hij kijkt als portefeuillehouder Statushouders naar de begeleiding op bestaande projecten. Uiterlijk in Q1 zal hij met een analyse komen.
Hij antwoordt mevrouw Rooderkerk dat de gemeente Amsterdam als partner meeloopt met de MRA. De snelheid is inderdaad een punt. Bij de realisatie heeft men te maken met voorbereidingstrajecten, draagvlak in de omgeving, een planologische procedure. Dus ‘tijdelijk’ betekent niet altijd ‘sneller’. Het voorbereidingstraject duurt gauw 1-1,5 jaar. Die mogelijke versnelling wordt wel bereikt met demontabele bouw. Bijvoorbeeld voor de bijzondere doelgroepen zou een vergrote inzet van demontabele bouw kunnen bijdragen aan een oplossing. Hij antwoordt mevrouw Van Soest dat pompstations in de nabijheid van bewoning niet erg wenselijk zijn. Soms is het wel ingewikkeld om ze weg te krijgen. Mevrouw VAN SOEST vraagt of de bestuurscommissie geïnformeerd wordt over een gekozen locatie. Moet die daar nog niets over zeggen? Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat de bestuurscommissie daarover inderdaad geïnformeerd wordt. Het is gebruikelijk dat die ook met een advies komt, maar wellicht gaat dat volgend jaar anders, gezien de discussie over taken en bevoegdheden. De VOORZITTER concludeert dat de agendapunten voldoende zijn behandeld. 12. Monitor Samenwerkingsafspraken 2020 met aanbiedingsbrief aan de gemeenteraad (ZD2021-011373) De heer FLENTGE vraagt in aansluiting op de eerdere vraag van de heer Veldhuyzen waarom men steeds denkt aan woningen op de begane grond.
Op pagina 13 van de samenwerkingsafsprakenmonitor staat dat maximaal 5% van de vrijgekomen grotere woningen met een jongerencontract mogen worden aangeboden. Dat aantal is in werkelijkheid veel hoger, namelijk 13%. Waarom is dat zo? In ieder geval vraagt hij de corporaties duidelijk te maken dat dit niet volgens de afspraken is. De heer VAN DEN HEUVEL wijst erop dat in de prestatieafspraken maar één concrete afspraak staat over het aantal labelstappen. Hij vraagt inzicht te geven in wat die labelstappen inhouden. Het is wenselijk dat die vooral gerealiseerd worden door slechte huizen op te knappen. Mevrouw VAN RENSSEN merkt op dat haar fractie de verkoop wil stoppen. De leefbaarheid moet verder vergroot worden, het onderhoud moet aangepakt worden en er moeten individuele afspraken gemaakt worden met corporaties.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
De heer VELDHUYZEN vraagt de wethouder om een reactie op het feit dat er per saldo tien sociale huurwoningen minder zijn. Hoe zit het met de plannen van het college om de corporatiewoningen op te kopen? Waarom wacht men daarmee totdat er een nieuw kabinet is gevormd? Wethouder GROOT WASSINK verwijst de heer Van den Heuvel wat betreft de labelstappen naar de mededeling die hij aan het begin van deze vergadering deed. Hij heeft toegezegd dat bij de ontwikkelbuurten te doen en bijvoorbeeld te kijken bij de Zonmotor. Hij zal duidelijk proberen te geven wat de labelstappen inhouden. Hij antwoordt de heer Veldhuyzen dat het streven is om meerjarige afspraken te maken. Hij is optimistisch over de doelstellingen, maar wil dat wel goed blijven volgen. Hij heeft de corporaties gezegd dat hij beter wil zien dat de gemaakte afspraken ook werkelijk gehaald worden. Hij deelt de zorg van de heer Veldhuyzen en is ook ongelukkig met die tien minder. Dit blijft een punt van aandacht. Eerder is gezegd dat onderzocht zal worden of het mogelijk is sociale huurwoningen te kopen. Hij antwoordt de heer Flentge dat niet alle ouderen een benedenwoning willen. Een hoger gelegen woning met een lift biedt voor hen soms een veiliger gevoel. Hij zal rekening houden met de opmerking over jongerenwoningen, en dat grotere woningen vaak via jongerencontracten worden verhuurd.
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Zij schorst de vergadering van 12.05-12.10 uur. Openbare Ruimte en Groen Wethouder DE VRIES meldt vooraf dat het dasboard over bomen dat ontwikkeld wordt de bomenboekhouding goed weergeeft. Het blijkt ingewikkelder te zijn dan gedacht. Er zal een brief komen met de stand van zaken en wanneer welk product wordt opgeleverd. 8. Raadsbrief terugblik Plantseizoen 2020-2021 (ZD2021-009591) Mevrouw VAN PIJPEN is heel blij dat de achterstand wordt ingelopen. Zij hoopt dat er beter gecommuniceerd wordt naar Amsterdammers over wanneer bomen worden herplant. Mensen zijn vaak erg boos als bomen gekapt worden. Mevrouw VAN SOEST herinnert eraan dat uitvoerig gesproken is over de herplant van 200 extra bomen in Elzenhagen-zuidoost. Daarvoor zou nog een afspraak gemaakt worden. Tot op heden is dat nog niet gedaan. De raad heeft per motie gezegd dat een boom kappen een boom herplanten moet betekenen. Klopt het dat nu voor vijf gekapte bomen er twee worden teruggeplaatst? Wethouder DE VRIES antwoordt mevrouw Van Pijpen dat een boom in het algemeen pas herplant kan worden in het eerste plantseizoen nadat de boom is weggehaald. Soms moet de grond geschikt worden gemaakt, en dan kan het ook later worden dan het eerstvolgende plantseizoen. In het algemeen wordt goed gecommuniceerd via de gemeentewebsite.
Over specifieke bomen wordt niet gecommuniceerd met de mensen in de omgeving. Dat standaard doen, zou veel extra werk betekenen. Het zou wel goed zijn als snel informatie gegeven kan worden over een specifieke boom, als mensen de gemeente actief benaderen over die boom. Mevrouw VAN PIJPEN doet de suggestie een bordje te plaatsen: ‘Hier komt het volgend plantseizoen een boom terug’.
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
Wethouder DE VRIES wil terughoudend zijn met het plaatsen van bordjes, ook vanwege het materiaalgebruik. Het moet wel goed op de gemeentewebsite gezet worden. Mevrouw ROODERKERK merkt op dat zij Mora-melding heeft gedaan van een die was omgewaaid. Zij kreeg toen bericht terug dat de boom was weggehaald. Het zou prettig zijn als dan ook gemeld wordt wanneer een boom teruggeplant wordt. Wethouder DE VRIES verwijst naar zijn eerdere opmerking. Als er actief, dus ook via een Mora-melding, vragen worden gesteld over een boom, moet standaard gezegd worden wanneer de boom teruggeplant wordt. Hij antwoordt mevrouw Van Soest dat het bestuur zich zal houden aan gemaakte afspraken. Hij vermoedt echter dat mevrouw Van Soest iets anders bedoelde. Mevrouw VAN SOEST antwoordt dat met bewoners afgesproken was te zullen kijken naar de herplant van 200 bomen. Die afspraak is nooit nagekomen. Mevrouw VAN PIJPEN stelt voor om Elzenhagen aan de orde te stellen in de commissie RO. Mevrouw VAN SOEST wil dat de afspraak met de bewoners wordt nagekomen. Worden de bomen een-op-een teruggeplaatst? Of voor elke vijf maar twee? Wethouder DE VRIES antwoordt dat het verstandig is deze vraag te stellen in de commissie RO. In het algemeen zal het college zich houden aan een toezegging dat er een participatieproces plaats zal vinden.
Wanneer die participatie plaatsvindt is nog iets anders, dat kan heel goed een paar maanden later zijn. Er is niet een algemene regeling dat er voor vijf gekapte bomen twee terugkomen. Het kan bij grote projecten voorkomen dat het niet mogelijk is alle bomen te compenseren. Dat wordt dan apart besproken en beoordeeld door de raad. Als een boom in de straat wegvalt, wordt er een voor teruggeplant. Ook geldt een herplantplicht voor mensen die in hun particuliere tuin een boom kappen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. 9. Kennisnemen van een raadsbrief over het oprichten van een houtbank (ZD2021009700) Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat hergebruik van stammen het uitgangspunt is als er gekapt moet worden in Amsterdam. Dat begint bij bomen op publiek terrein, en hopelijk op termijn ook op privaat terrein. Het gaat echter nog niet goed genoeg; veel hout gaat nog verloren voor de stad. Het gaat mis in het proces. Er zijn vele partijen betrokken bij het circulair inzetten van het hout. Men ziet het ineens als een markt; er wordt een marktconsultatie gedaan. Zij vraagt wat er gedaan is met de input van alle partijen. Hoe kijkt de wethouder naar de samenwerking? Voor haar fractie is het de vraag waarom een centrale houtbank en veiling de enige en beste manier is om te komen tot een circulaire keten.
Je kunt de veiling alleen openen voor Amsterdamse initiatieven, maar dat is geen garantie dat het hout in Amsterdam blijft. En andersom: mag een aannemer die huizen bouwt, maar niet in Amsterdam gevestigd is, niet meedoen met de veiling? Waarom worden prijzen ineens bepalend, waardoor kleine initiatieven geen kans krijgen? Waarom is een veiling de beste oplossing? Wil het Amsterdamse hout ook voor kleinere initiatieven beschikbaar zijn, dan moet het gezaagd aan kunnen worden geleverd. Het is de vraag of het logisch is dat de overheid deze taak overneemt. Er zijn immers veel kleinschalige initiatieven in de stad die dat heel goed kunnen doen. De heer VAN DEN HEUVEL sluit zich aan bij het betoog van de vorige spreker.
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
Je kunt je afvragen waar al die bomen gebleven zijn. Stadshout geeft aan dat men maar kon kiezen uit een deel van de gekapte bomen. Van hun selectie kregen ze ook maar een deel geleverd. Waar is de rest gebleven? Welk probleem wordt opgelost met de veiling? En hoe verhoudt zich een veiling met kleine maatschappelijke initiatieven, die weinig kans maken in de concurrentie met grotere partijen? Was Stadshout niet een goede manier om ook kleinere initiatieven een kans te geven? Stadshout kon ook deels zorgen voor de verwerking van het hout. Hij is er niet van overtuigd dat het allemaal op deze manier gedaan moet worden. Wethouder DE VRIES meldt dat het college veel goede ervaringen gehad heeft met Stadshout in de afgelopen periode. Stadshout was een voorloper en heeft drie jaar exclusiviteit gehad. Daarbij kon de gemeente ook veel leren over de manier waarop de volgende stap gezet kan worden. Stadshout kan met haar manier van werken in ieder geval niet al het hout dat de stad produceert verwerken. Daarom wordt gezocht naar een manier om het geheel zo veel mogelijk circulair te maken. Per definitie kan Stadshout, hoe gewaardeerd ook, niet de enige partner zijn. De periode van exclusiviteit is voorbij.
Hij antwoordt de heer Van den Heuvel dat hij weinig kan toevoegen aan de beantwoording van zijn schriftelijke vragen over wat er is gebeurd met alle bomen die niet bij Stadshout gekomen zijn. Als een bedrijf dat heeft gekapt voor de gemeente het hout niet bij Stadshout kon afleveren, heeft het die bomen zelf meegenomen en er iets mee gedaan. Dat valt buiten het blikveld van de gemeente. Er is gekozen voor een model dat werkt in Rotterdam. Marktconsultatie is een gangbaar woord voor het gesprek met mensen die het hout kunnen afnemen, over de beste manier waarop dit georganiseerd kan worden. Dat is de groep waarmee samengewerkt moet worden. Hij heeft op dit moment niet de beschikking over een ander model dan het Rotterdamse, als het richting circulariteit moet gaan. Het is uitdrukkelijk de bedoeling om ook kleine ondernemers deel te nemen aan de veiling. Als er goede randvoorwaarden gesteld worden aan de veiling kan die goed werken. De heer VAN DEN HEUVEL vraagt aan welke voorwaarden de wethouder denkt. Wethouder DE VRIES antwoordt dat een veiling een manier is om zo transparant mogelijk uit te maken wie een vracht hout mag meenemen. Het gaat om ingangsvoorwaarden, zoals wie deelnemen mag aan de veiling, of hoe groot de percelen zijn die worden geveild. Een relatief klein perceel is voor een grote ondernemer niet interessant, maar voor een kleine wel.
De heer VAN DEN HEUVEL merkt op dat je ook andere manieren kan bedenken. Je kunt partijen gewoon verkopen. Ook al gaat het om kleine percelen, toch zal bij een veiling de ene de andere overbieden. Het gaat dus om zo veel mogelijk geld voor een bepaalde hoeveelheid. Wethouder DE VRIES antwoordt dat je bij verkoop van een partij hout moet uitleggen waarom je het aan de ene wel, en aan de andere niet verkoopt. Dat heeft dus ook nadelen. Er is gekozen voor het veilingsmodel omdat er gaan andere opties zijn die beter lijken. Dit is de beste manier om circulariteit te realiseren. Mevrouw VAN PIJPEN vraagt meer informatie over de houtveiling in Rotterdam. De randvoorwaarden zijn heel belangrijk. Hoe zorg je dat kleine initiatieven aan bod komen, of dat het hout in Amsterdam blijft? Wethouder DE VRIES stelt voor dat hij de commissie een informatiebrief stuurt over het Rotterdamse model. De uitwerking van de veiling zal daarbij ook aan de orde komen, met de transparantie, maximale circulariteit, of toegang voor kleine ondernemers. De griffie zal met een planning komen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is.
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 29 september 2021
WB
Zij sluit de vergadering om 12.30 uur
25