CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag WB 15-12-2021

Raadscommissie Wonen en Bouwen 15 december 2021, gemeente Amsterdam13.220 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.

WB

Raadscommissieverslag 15-12-2021

DEFINITIEF VERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vastgesteld op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Wonen en Bouwen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging Woensdag 15 december 2021 van 09.05 uur tot 12.00 uur, digitaal Woensdag 19 januari 2022

Voorzitter: mevrouw La Rose Portefeuillehouder: wethouder Wedemeijer Commissiegriffier: mevrouw Van Klooster Verslaglegging: de heer Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw Bakker (PvdD), de heer Flentge (SP), de heer Havelaar (CDA), de heer Van den Heuvel (ChristenUnie), mevrouw Kiliç (DENK), Leenders (PvdA), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw Van Renssen (GroenLinks), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden (met bericht): de heer Mangal (DENK) Overige aanwezigen: mevrouw Asslebergs, mevrouw Elghabzouri

1. Algemeen deel De VOORZITTER opent de vergadering om 09.05 uur en heet iedereen hartelijk welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent het procedureel gedeelte van de vergadering. b. Mededelingen De heer WIJNANTS meldt dat hij om 11.00 uur de vergadering moet verlaten. De heer HAVELAAR merkt op dat in het TKN-stuk gelezen dat de voortgangsrapportage middeldure huur niet voor 1 februari opgeleverd kan worden. Dat is jammer, maar in ieder geval nog voor de verkiezingen. Hij heeft de evaluatie van de kerstbomen gelezen en ziet uit naar het opruimen van de kerstbomen van afgelopen jaar. Wethouder WEDEMEIJER doet de volgende mededelingen.  In het eerste kwartaal van 2022 komt hij met een brief die inzicht biedt in de kwaliteit en het onderhoud van het corporatiebezit op buurtniveau.  Bij de rapportage ontwikkelbuurten zal net als vorig jaar gerapporteerd worden over de status van de energielabels van corporatiewoningen in ontwikkelbuurten. Dat zijn cijfers van 2020.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

Ook zal in de monitor gerapporteerd worden over de samenwerkingsafspraken over de labelstappen die de corporaties gezamenlijk maken. De afspraak is dus collectief gemaakt met alle corporaties samen. De rapportage is dus niet individueel.

c. Vaststellen agenda Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie WB d.d. 24 november 2021 Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Er worden geen opmerkingen gemaakt. f. TKN-lijst De VOORZITTER meldt dat op verzoek van de heer Leenders TKN-1, -4, -5 en -8 geagendeerd worden voor de vergadering van 19 januari a.s. TKN-1, -3 en -5 worden geagendeerd op verzoek van de heer Havelaar. TKN-12 wordt op verzoek van mevrouw Van Pijpen op de agenda gezet. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek Mevrouw ELGHABZOURI spreekt namens de bewoners van de Wildemanbuurt. In de afgelopen maanden heeft stadsdeel Nieuw-West verschillende bijeenkomsten georganiseerd om met bewoners te spreken over het masterplan Nieuw-West. Er is ook gesproken over de transformatie van een schoolgebouw dat even oud is als de woonblokken in de Wildemanbuurt. De gemeente heeft wel geld vrijgemaakt voor eigen vastgoed en activiteiten met als doel om de Wildemanbuurt vooruit te helpen. Dat is echter niet waar de buurt op zit te wachten.

Door de jaren heen hebben de bewoners intensief en zeer betrokken met het stadsdeel en Stadgenoot vergelijkbare plannen opgesteld. De meeste bekende is het vernieuwingsplan uit 2009 onder de titel ‘Samen bereiken we meer’. Maar de plannen kwamen niet verder dan papier, tot grote teleurstelling, boosheid en onbegrip bij de bewoners. Naast het vernieuwingsplan 2009, waarop de bewoners nog wachten, zijn er veel beloftes uit Den Haag en de Stopera gekomen. Daar is niets van terechtgekomen. Te

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

vaak werden de bewoners aan hun lot overgelaten. Het resultaat van al die inspanningen is niet of nauwelijks te zien. Het wantrouwen is groot. Met de aankondiging van het masterplan Nieuw-West, zonder vernieuwing van de Wildemanbuurt of de realisatie van het vernieuwingsplan 2009, blijft Nieuw-West in de top drie van probleemwijken in Nederland. De kinderen zijn daarvan de dupe. In de Wildemanbuurt is sprake van een forse criminaliteit. Er zijn criminele bendes. De jongeren groeien op in kleine woningen en zijn daardoor genoodzaakt veel tijd op straat door te brengen. Er zijn jongeren die niet aan werk of stage kunnen komen vanwege hun postcode. De kans dat die jongeren crimineel worden is tien keer groter dan elders. De bewoners zijn boos omdat Stadgenoot zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid niet pakt en zich steeds verschuilt achter geldgebrek en de verhuurderheffing. De bewoners zijn boos om de gemeente nalaat Stadgenoot hierop aan te spreken. Ze zijn boos omdat de leefbaarheidscijfers in de Wildemanbuurt ver onder het Amsterdamse gemiddelde liggen, terwijl de gemeente toekijkt. Ze zijn boos omdat ze zien dat bouwen elders wél lukt en zij steeds genegeerd worden. Toch blijven de bewoners positief en hoopvol. Zij hopen dat de gemeente een succes wil maken van het masterplan en het verduurzamen van de Wildemanbuurt.

Het wordt tijd dat de bewoners in deze buurt worden gezien en krijgen wat ze toekomt. Het wordt tijd dat de gemeente en Stadgenoot serieus onderhandelen over de grondprijs en de verhouding koop- en huurwoningen. Deze buurt verdient bestuurlijke aandacht. De bewoners hopen dat het bestuurlijk team masterplan Nieuw-West bereid is om een doorbraak te forceren om het gebied te vernieuwen door sloop. De buurtbewoners hebben handtekeningen verzameld. Zij zullen die lijst begin 2022 aanbieden aan de burgemeester. Mevrouw ASSELBERGS werkt als vrijwilliger bij de vogel- en zoogdierenopvang De Toevlucht in Amsterdam Zuidoost. Zij werkt daar als dierverzorger en onderhoudt ook alle contacten met de gemeente Amsterdam, de omliggende gemeenten, de provincie Noord-Holland en het ministerie van LNV. De gemeente Amsterdam heeft aandacht voor in het wild levende dieren. Het is een bovenwettelijke taak van de gemeente om zorg te dragen voor natuurdieren in nood. Aangezien de burgers van Amsterdam de dierenambulance bellen voor gewonde, zieke, verzwakte en verweesde wilde dieren, en de dierenambulance maar liefst 70% van haar ritten natuurdieren naar De Toevlucht brengt, betekent dit dat er een groot maatschappelijk draagvlak is om deze dieren te helpen.

Daarnaast besteedt de gemeente veel aandacht aan preventie, het natuurinclusief bouwen, het jachtverbod op eigen grond van de gemeente en het ontsnipperen van leefgebieden van wilde dieren. Op grond van de evaluatie Agenda Dieren adviseert de wethouder de raad om passende budgetten te borgen voor de continuering van de dierenwelzijnsketen waar De Toevlucht deel van uitmaakt. Dit is een heel belangrijk punt voor De Toevlucht. Om de borging van dit wildopvangcentrum duurzaam te garanderen is een heel aantal punten belangrijk. Het meest belangrijke is een structurele verhoging van de subsidie. De Toevlucht heeft meer geld nodig voor vakbekwaam personeel. Het aantal dieren in de opvang stijgt jaarlijks. De soms noodzakelijke medische handelingen mogen niet door vrijwilligers worden uitgevoerd. Bovendien is de operationeel manager van De Toevlucht al jaren overbelast. Er is dringend een extra kracht nodig die deels administratieve taken op zich neemt, en daarnaast een deel van de tijd als professioneel dierverzorger aan de slag kan. Met de huidige bezetting van 5,4 fte is het dierverzorgend personeel continu overbelast. Het is heel moeilijk om het personeel een perspectief te bieden op loonontwikkeling om zo deze ervaren medewerkers te behouden.

Men moet zich voorstellen dat iedereen, van dierverzorger tot directeur, ook al zijn ze twintig jaar in dienst, niet meer verdient dan het minimumloon. Ook deze soms jonge mensen hebben kinderen, of willen een gezin stichten. Met een minimumloon dat nooit wordt verhoogd is het dagelijks leven nauwelijks te betalen. Dit is voor de borging van het werk van het wildopvangcentrum een constante zorg. Zonder ervaren en vakbekwaam personeel kunnen dieren niet worden geholpen. Gelukkig

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

denkt de afdeling Dierenwelzijn van de gemeente met De Toevlucht mee. Ook zij vinden het behoud en de duurzame continuering van het wildopvangcentrum De Toevlucht van groot belang voor de stad. Het is aan het gemeentebestuur om de noodzakelijke verhoging van de subsidie voor De Toevlucht te fiatteren. Zij heeft een filmpje laten maken van het werk op De Toevlucht, zodat men een beeld krijgt van wat er gedaan wordt voor wilde dieren. Het laat ook zien dat De Toevlucht niet alleen op de gemeente Amsterdam leunt. Er zijn donateurs en soms komt er geld van vermogensfondsen voor projecten. In de afgelopen acht jaar is er hard gewerkt om ook een financiële vergoeding voor geleverde diensten te krijgen van de omliggende gemeenten. Toch is dit niet voldoende om De Toevlucht toekomstbestendig te maken. Mevrouw BAKKER hoorde van de inspreker dat het dierverzorgend personeel continu overbelast is. Zij wil graag weten waar het meeste werk in gaat zitten. En hoeveel dieren vangt De Toevlucht op? Mevrouw ASSELBERGS antwoordt dat jaarlijks rond de (onverstaanbaar) dieren opgevangen worden, waarvan de helft uit Amsterdam komt. De andere helft komt van de omliggende gemeenten. De dieren waarom het gaat zijn ziek, gewond of verweesd. Ze moeten behandeld worden. Die medische handelingen kan je niet overlaten aan vrijwilligers.

Die maken de dierverblijven schoon en voeren dieren, maar het andere werk wordt gedaan door vakbekwaam persoon. Vakbekwaam personeel is ook nodig om verweesde dieren te flessen. De opvang heeft vele couveuses voor verzwakte of nog te jonge dieren. Vrijwilligers kunnen die dieren niet verzorgen. Mevrouw BAKKER begreep dat er een nieuwe beheerder is aangesteld nadat de gemeente met De Toevlucht in gesprek is gegaan over de toekomst. Zijn er meer afspraken gemaakt? Mevrouw ASSELBERGS antwoordt dat de oprichter en de directeur van De Toevlucht, Gerrit Zant, gepensioneerd is. De aanwijzing van de gemeente was dat er een nieuwe jongere beheerder moest worden aangesteld, om de borging van De Toevlucht te regelen. Dat is zo gebeurd. Per 1 januari is er een jonge, maar zeer ervaren beheerder aangesteld die al twaalf jaar in De Toevlucht meeloopt. De zorg voor in het wild levende dieren is heel specialistisch, iets wat je niet op school kan leren. Dierenartsen worden niet opgeleid om in het wild levende dieren te behandelen. Gelukkig heeft de stichting een dierenarts die bij Stichting AAP werkt en bij Artis. Die heeft voldoende kennis om te helpen. De dieren kunnen tot 22.00 uur worden binnengebracht voor een eerste beoordeling door Gerrit Zant, of ze onmiddellijke hulp nodig hebben of niet. De operationeel manager flest de dieren ’s avonds tot 22.30 uur.

De gemeente heeft ook aangeboden om een professional in te huren. Die zal helpen bij een verdere professionalisering van De Toevlucht. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. d. Rondvraag Mevrouw VAN RENSSEN merkt op dat dakloze mensen die op advies van de gemeente al dan niet tijdelijke een oplossing vinden, zoals op de bank kunnen slapen of een kamer vinden bij een bekende, vaak tegenstand ondervinden van woningcorporaties. Degene die onderdak biedt mag ze namelijk niet inschrijven bij het Onder de Pannenproject. Haar fractie vindt het lastig dat in deze woningcrisis mensen die voor zichzelf een

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

oplossing weten te vinden worden tegengewerkt, en vooral door woningcorporaties die juist kwetsbare mensen zouden moeten beschermen en een dak bieden. Is de wethouder het met haar eens dat mensen die een bank of kamer over hebben en tijdelijk willen samenwonen, niet moeten worden tegengewerkt door woningcorporaties? Wil de wethouder met de corporaties in gesprek gaan over de redenen om niet mee te werken aan Onder de Pannen? Is de wethouder bereid om samen met de corporaties naar oplossingen te zoeken? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat hij nog niet heeft gehoord van woningbouwverenigingen die weigeren mee te werken aan het Onder de Pannen-project. Hij hoorde juist van de directeuren dat dit een van de goede oplossingen is. Hij zal met de wethouder Zorg het gesprek met de corporaties aangaan om te kijken of er problemen zijn in de uitvoering. Hij komt er te zijner tijd op terug. Mevrouw VAN SOEST vraagt hoe het staat met het opkopen van woningen die de corporaties verkopen. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat er gisteren een onderzoek ter discussie was in het college. Dat onderzoek zal het naar de raad sturen. Er is nog niets aangekocht, want daarvoor moet eerst door de raad beleid vastgesteld worden, wat niet op korte termijn zal gebeuren. Mevrouw VAN SOEST vraagt wanneer de raad de brief mag verwachten.

Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat de brief zo spoedig mogelijk naar de raad komt. Mevrouw KILIÇ merkt op dat de ondergrondse afvalcontainers in Tuindorp Oostzaan in de afgelopen drie weken niet geleegd zijn. Dat is niet voor de eerste keer; eerder is het regel dan uitzondering dat de containers wekenlang ongeleegd blijven. Het gevolg daarvan is dat mensen hun huisvuil naast de containers zetten, met als gevolg stank, rotzooi en onhygiënische situaties. Dit is overigens een stadsbreed probleem. Ooit is gezegd dat er ingezet wordt op efficiëntie per stadsdeel, maar dit is allesbehalve efficiënt. Als dit probleem niet tijdig wordt opgelost, kan het van kwaad naar erger gaan, met ratten- of muizenplagen. Er is melding gedaan, maar daar is geen actie op ondernomen. Hoe effectief is het melden dan? Is de wethouder op de hoogte van dit probleem in het algemeen? En in hoeverre is hij op de hoogte van het probleem in Tuindorp Oostzaan? Er is niets met de melding gedaan. Wat gaat de wethouder daartegen doen? De centrale stad heeft tot taak ervoor te zorgen dat het afval ophalen goed gaat. Indien nodig, moet de centrale stad via adviezen of andere wijze de stadsdelen bijsturen.

Waartegen lopen de stadsdelen aan dat dit niet goed loopt? Op welke manier kunnen ze geholpen worden om het probleem op te lossen? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat het inderdaad nog niet goed genoeg loopt met het afval. Dat speelt dus helaas ook in Noord. Er is de actieve politiek rond bijplaatsingen, waarbij in elk stadsdeel plekken aangewezen worden met extra maatregelen. Hij kent de locatie in kwestie niet en hoopt dat mevrouw Kiliç hem de gegevens doorgeeft. Hij kan niet beloven dat alles nu ineens beter wordt, want de problemen zijn heel groot. Er komt een brief over een verbeterplan naar de raad. BESPREEKPUNTEN Bouwen en Wonen 3. Kennis te nemen van de raadsinformatiebrief ‘eerste resultaten registratieplicht’ van 13 oktober 2021 (ZD2021-014815)

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

De heer HAVELAAR merkt op dat de gemeente met de registratieplicht voor toeristische verhuur een instrument in handen heeft dat het verhuren van een object koppelt aan een nummer dat gemeld wordt op de websites van platforms. Het is goed dat de registratieplicht er eindelijk is. Verrassend was voor hem wel het beperkte aantal van 5000 adressen dat voor 1 oktober 2021 een registratienummer had aangevraagd. Dit zou betekenen dat er momenteel een maximale capaciteit is van 150.000 overnachtingen van Airbnb of vakantieverhuur. Klopt het dat er op dit moment voor 5000 adressen een registratienummer is afgegeven? Hoeveel vergunningen zijn er op dit moment afgegeven? Worden de mensen die nu een vergunning hebben proactief geïnformeerd dat zij die opnieuw moeten aanvragen? Een paar jaar terug werd een start gemaakt met hard beleid tegen de overlast door vakantieverhuur. In deze periode stopten ook de gesprekken tussen gemeente en de verhuurplatforms. Hij vraagt of de wethouder denkt dat de vruchtbare samenwerking met de platforms weer opgestart kan worden. In de brief loopt een aantal definities door elkaar heen. Hij vraagt een helder onderscheid te maken tussen termen als ‘vakantieverhuur’, ‘illegale verhuur’, ‘overlast van vakantieverhuur’, ‘B&B-verhuurd’ en ‘toeristische verhuur’.

De heer LEENDERS vraagt waaraan de heer Havelaar denkt bij die vruchtbare samenwerking met de platforms. De heer HAVELAAR antwoordt dat Airbnb een aantal jaar geleden deelnam aan verschillende gremia, zoals de AEB. Ze werden verzocht daaruit te gaan. De gesprekken werden opgeschort omdat de platforms op een aantal punten niet wilden meewerken met het gemeentelijk beleid. Het lijkt nu een goed moment om het gesprek te heropenen. Steeds vaker adverteert Airbnb tegenwoordig in Het Parool met alle goede dingen die men doet voor de stad. De heer LEENDERS vraagt wat zo’n partnership met Airbnb op zou moeten leveren. De heer HAVELAAR antwoordt dat de handhaving van de overlast door toeristische verhuur tot nu toe zeer mager is. De verhuurplatforms kunnen een rol spelen door de buurt op te roepen meldingen te doen van overlast. Er zijn andere thema’s, zoals het op tijd buiten zetten van huisvuil, het contact met sleutelbedrijven etc., waarover het nuttig is om als wethouder te spreken met een verhuurplatform. De heer FLENTGE vraagt of de heer Havelaar zich ervan bewust is dat Airbnb structureel geweigerd heeft elke illegale verhuur op de website te verwijderen. Waartoe roept de heer Havelaar dan op? De heer HAVELAAR vindt het heel jammer dat dit soort bedrijven niet meegewerkt heeft met de gemeente toen het dagencriterium naar dertig ging.

Met de registratieplicht is hun positie veranderd. Het lijkt hem heel goed om met dit soort partijen in gesprek te gaan om te kijken of je voor elkaar wat kunt betekenen. Het is ook om de juridische consequenties belangrijk om nauwkeurig om te gaan met de definities. Met de registratieplicht wordt de illegale verhuur niet uit de anonimiteit gehaald, maar wordt het verhuren van je woning zonder registratie illegaal. Dat is net wat anders dan in de brief staat. Het wordt gemakkelijker om te controleren of een object conform de spelregels verhuurd wordt en of bijvoorbeeld het maximaal aantal nachten niet overschreden wordt. Op dat punt vond hij de brief af en toe wat slordig. De heer LEENDERS heeft de indruk dat de registratieplicht effect heeft. Er zijn nu een stuk minder listings dan voorheen. Hij krijgt echter signalen dat de registratieplicht makkelijk omzeild kan worden. Hijzelf komt tot andere aantallen dan die de wethouder in zijn brief noemt.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

Ga je uit van de dataset van Inside Airbnb, dan kom je tot 3390 listings, waarvan bijna 440 als hotel. De wethouder noemt een aantal van 3269 listings, waarvan er 345 als hotel ingeschreven staan. Waar komt dat verschil vandaan? Er is een aantal ontsnappingsroutes. Je kunt op Airbnb aangeven dat je uitgezonderd bent van de registratieplicht. Dat kan het geval zijn, bijvoorbeeld bij hotels, maar Airbnb controleert niet of de aangeboden ruimtes ook echt uitgezonderd zijn. In november waren dat 678 listings die aangaven uitgezonderd te zijn van de registratieplicht. In Berlijn liep men daar ook tegenaan. Men heeft daar al in februari de wetgeving al aangepast. Hij vraagt of de wethouder in Den Haag wil polsen of de wet op dat punt aangepast kan worden om de ontsnappingsroutes onmogelijk te maken. De laatste ontsnappingsroute is dat een registratienummer gebruikt kan worden voor meerdere listings. 333 registratienummers worden meer dan een keer gebruikt. Er zijn ook registratienummers die meer dan vijf keer gebruikt worden. Dat zijn er bijna 200. Is de wethouder bekend met deze ontsnappingsroutes? Wat denkt hij eraan te doen? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt de heer Havelaar dat hij in antwoord op zijn eerste vraag naar de aantallen 4100 had aangegeven. Het aantal registraties is inmiddels opgelopen tot 6000.

Grote platforms zoals Airbnb hebben de gemeentelijke links op hun website gezet, zodat de burgers zelf kunnen kijken wat de voorwaarden zijn. Over het aantal vergunningen zal gerapporteerd worden in de jaarbrief vakantieverhuur. Als Airbnb nadere afspraken wil maken over het delen van data en cijfers in het kader van de handhaving, dan staat hij daar altijd voor open. Tot op heden was men daar echter niet happig op. De heer HAVELAAR doet de suggestie om iedereen met een vergunning in februari een linkje te sturen met Ideal om de vergunning direct met een jaar te verlengen. Kan de gemeente hierbij iets proactiever zijn? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat hij daarop in verband met de ambtelijke capaciteit niet direct antwoord kan geven. Over het algemeen gaat het hierbij om burgers die goed de weg weten en dus ook een eigen verantwoordelijkheid hebben. Hij zegt het gevraagde niet toe. Een keer is in de brief inderdaad een niet helemaal correcte term gebruikt toen het ging om toeristische verhuur, vakantieverhuur en Airbnb. De heer HAVELAAR reageert dat iemand die vergeet zijn vergunning te verlengen te maken kan krijgen met een boete van 8600 euro boete kosten. Dat is erg veel geld. Daarom zou de gemeente iets proactiever kunnen zijn, en de betrokkene erop wijzen dat zijn abonnement afloopt en dat verlengd moet worden.

Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat hij zal kijken of het wel of niet mogelijk is. Voorlopig doet hij geen toezegging. Hij is het met de heer Havelaar eens dat wat betreft de definitie inderdaad een fout gemaakt is. In het vervolg zal hij er scherper op letten. Mevrouw ROODERKERK vraagt hoe het staat met de uitvoering van motie 638, waarin gevraagd werd om beter te gaan communiceren over de boetebedragen. Zij hoopt dat de motie snel uitgevoerd wordt, want de boetes zijn inderdaad heel hoog. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat de afhandeling van de motie snel naar de raad gestuurd zal worden. Hij is het eens dat de voorlichting heel belangrijk is. Wat toegezegd is zal zeker uitgevoerd worden. Hij antwoordt de heer Leenders dat het nog helemaal aan het begin staat van de handhaving. Hij dankt voor de suggesties, die meegenomen zullen worden in de handhaving. Hij weet niet of het inderdaad zo makkelijk is te omzeilen, maar zal er aandacht aan geven. Wat betreft het verschil in listings weet hij niet waar de andere datasite vanuit

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

gaat. Hij komt daar nog op terug. Hij is bereid om te kijken of het nodig is om gaten zoals in Berlijn aan te pakken. Er zal worden bekeken wat eraan wel of niet gedaan zou kunnen worden. Het betekent namelijk ook weer een juridische test. Hij kan voor dat onderzoek geen termijn toezeggen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. 4. Raadsinformatiebrief inzake de aanpak woonfraude 2021 (ZD2021-007865) De heer LEENDERS merkt op dat de aanpak van fraude een complexe en gevoelige kwestie is. Zijn fractie wil de aanpak van woonfraude bespreken om te pleiten voor het formuleren van een hardheidsclausule om die op te nemen in de woonfraudeaanpak. Die hardheidsclausule is erop gericht om in bepaalde omstandigheden geen sanctie te hoeven opleggen. Is een dergelijke hardheidsclausule er misschien al? In Amsterdam zijn er 50.000 sociale huurwoningen van particuliere verhuurders. Die worden nu niet meegenomen in de aanpak. Zijn fractie vraagt te verkennen of dat toch mogelijk is. Hij vraagt wanneer de wethouder een algoritme onderhuur wil opnemen in het registeren. Kan een datum genoemd worden? Er wordt gesproken over een beoogde fase 2 van het algoritme onderhuur, waarin ook persoonsgegevens van huurders worden opgenomen. Om de privacy van die huurders is het belangrijk dat er voordat men met fase 2 van start gaat, er een advies komt van de CPA.

Is daarin voorzien? Wil de wethouder voor met fase 2 te starten dat advies met de raad delen? De privacy van de huurders is voor zijn fractie van groot belang. De wet over het gebruik van algoritmes is van groot belang. In de brief schrijft de wethouder dat er waarborgen zijn ingebouwd vanwege ethische aspecten en om discriminatie tegen te gaan. Wil de wethouder die waarborgen delen met de raad? De heer HAVELAAR vraagt de adviezen van de chief privacy officer en 40 indicatoren te ontvangen. Is er behalve dat van de Commissie Persoonsgegeven Amsterdam nog ander advies ingewonnen? Wanneer mogen de evaluaties van de pilot verwacht worden? Zijn beide modellen volledig in overeenstemming met de datastrategie van de gemeente Amsterdam, inclusief alle privacywaarborgen? Is er ook expliciet op getoetst? De commissie was in maart 2021 behoorlijk verontwaardigd over sociale huurders die zelf een koopwoning bezitten. Wethouder Ivens had toen toegezegd aan te zullen dringen op een vermogenstoets. Hij had verwacht daarover in deze brief meer te zullen lezen. Hoe staat het daarmee? Mevrouw ROODERKERK vindt het belangrijk dat bij de inzet van algoritmes de privacy van Amsterdammers wordt beschermd. Er wordt gezegd dat er in eerste instantie niet met een zelflerend algoritme zal worden gewerkt.

Is dat ook in de tweede fase niet het geval? Waarom wordt er bij illegale vakantieverhuur wél met een zelflerend algoritme gewerkt? Daarnaast staat in de brief dat de systemen op geen enkele manier zelf beslissingen nemen dat daarmee discriminatie wordt voorkomen. Er komen altijd mensen aan te pas. Maar ook met mensen kan er gediscrimineerd worden. Hij vraagt daar heel secuur mee om te gaan. Om wat voor indicatoren gaat het bijvoorbeeld? De heer WIJNANTS sluit zich aan bij de gestelde vragen over de algoritmes. Hij vraagt of er voldoende mankracht is voor het afleggen van de huisbezoeken. Hij hoorde dat er tekorten zijn en dat daardoor lange wachtlijsten ontstaan. Hoe zorgt men ervoor dat er meer personeel beschikbaar komt? Er wordt in algemene termen gesproken over het afleggen van huisbezoeken in het kader van spookbewoning en criminele bewoning. Hij vraagt meer details. Hoeveel bezoeken worden er afgelegd? Ligt de focus nog steeds alleen op de stadsdelen Zuidoost

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

en Nieuw-West? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt de heer Leenders dat juridisch gezien er sprake is van een ‘kan-bepaling’. Bij de toeslagenaffaire was er geen ‘kan’-, maar een ‘moet’-bepaling. De rechter mocht niet afwijken. In dit geval kan er altijd worden afgeweken, wat dan ook gebeurt in de praktijk. Ook als het gaat om geringe draagkracht. Het is wel een streng beleid, maar het kan wel. Een hardheidsclausule is dus juridisch gezien niet nodig; de rechter kan hiermee voldoende uit de voeten. In eerste instantie is het aan de particuliere verhuurder zelf om vormen van illegale onderhuur tegen te gaan. Hij wil het daar op dit moment bij laten, ook gezien de capaciteitsproblemen. Los daarvan is er in het kader van de BRP nog het adresonderzoek. Dat is iets anders dan het opsporen van illegale onderhuur. Het verschil is ook dat sociale huur gesubsidieerd wordt, waardoor het handhaven op dit punt een overheidstaak zou moeten zijn. Handhaven bij particuliere huur moet echter in eerste te instantie een particuliere zaak zijn. De heer LEENDERS doelde met zijn vraag op de particuliere sociale voorraad, niet over de particuliere voorraad in zijn geheel. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat de revenuen naar een particuliere verhuurder gaan. Particuliere huur heeft invloed op de grondprijs.

Hij denkt dat de gemeente zich in eerste instantie op het corporatiebezit moet concentreren, ook in verband met de capaciteit. Hij kan op dit punt dus geen toezegging doen. Of het algoritme onderhuur moet worden opgenomen in het register weet hij niet. Hij komt erop terug en zal het onderzoeken. Over fase 2 van het algoritme onderhuur is inmiddels advies ontvangen van het CPA. Desgewenst kan hij dat opsturen. Ieder algoritme discrimineert, want het maakt onderscheid. Maar het gaat om het maken van ongerechtvaardigd onderscheid dat in principe tot een discriminerende uitkomst kan leiden. Er zijn ethische checks gedaan en het is belangrijk dat alle businessrules goed worden gecheckt. De belangrijkste waarborg tegen discriminatie is echter de menselijke toets. Hij antwoordt de heer Havelaar dat het advies van het CPA opgestuurd zal worden. De 40 indicatoren zullen kabinet ter inzage worden gelegd bij de griffie. Er is naast de Commissie Persoonsgegevens Amsterdam geen ander advies ingewonnen. De pilot start in het eerste kwartaal van 2022. Eind 2022 worden de resultaten van de pilot verwacht. Beide modellen zijn volledig in overeenstemming met de datastrategie en alle privacywaarborgen. Medewerkers van het CTO zijn bij de ontwikkeling van beide modellen betrokken geweest. Wat betreft de vermogenstoets als indicator is bij het Rijk navraag gedaan.

Er is echter nog geen antwoord gekomen. Het bezit van een eigen woning is voor het college een business rule, maar deze kan nog niet worden omgezet in praktijk omdat de gemeente nog geen toegang heeft tot de kadasterdata. Hij kan niet zeggen hoe lang het gaat duren. De heer HAVELAAR wijst erop dat kadasterdata openbaar zijn. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat je er wel geautomatiseerd bij moet kunnen. Daar zijn allerlei regels voor. Bij het model voor onderhuur is men bezig met de ontwikkeling van een zelflerend model. Voor zover hij weet is de tweede fase nog geen zelflerend model, maar een model waarbij gegevens van buiten de gemeente worden toegevoegd. Als het toch anders is, komt hij er nog op terug. De ontwikkeling gaat wel in de richting van een zelflerend model. Hij antwoordt de heer Wijnants dat er niet voldoende mankracht is. Er is altijd een tekort. Er zijn gerichte acties, waarvan er hem een bekend is die in het eerste kwartaal van 2022 in Zuidoost wordt gedaan. Hij kan niet toezeggen dat er voldoende mankracht zal zijn voor alle taken. Er zijn tekorten en de schaarste moet verdeeld worden. De vraag voor de aanpak ondermijning is lastig, omdat die op het terrein van de burgemeester ligt. Als hij er toch antwoord op moet geven, is overleg met de burgemeester noodzakelijk.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

Tweede termijn De heer LEENDERS vraagt wanneer de tweede fase precies van start gaat. Graag zou hij het advies willen bekijken voordat de tweede fase start. De wethouder noemde een aantal waarborgen om discriminatie te voorkomen. Hij vraagt of de commissie die borging kan krijgen. De heer WIJNANTS merkt op dat hij de ondermijning nog met de burgemeester op zal nemen. Het punt van de mankracht is echter heel belangrijk. Het is van belang dat er voldoende mankracht is voor deze prioriteit, die de stad zo belangrijk vindt. Zijn dit handhavers die uit de algemene handhaverspool worden betrokken, met een extra bevoegdheid? Of zijn het specifieke handhavers die alleen inzetbaar zijn voor bouw- en woningtoezicht? Wordt er gewerkt aan een verbeter- of actieplan om meer vacatures uit te schrijven en meer mensen aan te nemen? Mevrouw ROODERKERK merkt op dat er in samenwerking met de corporaties gewerkt wordt met combiteams. Als er een boete wordt uitgedeeld, kan die ook uitgedeeld worden aan de corporaties zelf. Is het dan logisch dat de corporaties er op deze manier bij worden betrokken? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt de heer Leenders dat hij schriftelijk zal informeren over met moment dat de tweede fase begint. Ook een nadere uitleg over de waarborgen zal hij schriftelijk moeten geven. Hij antwoordt de heer Wijnants dat er inderdaad niet genoeg is.

Er zijn zeker plannen om het te verbeteren. Wonen moet in 2023 fors bezuinigen, wat ook zijn consequenties zal hebben voor de handhaving. Ook Wonen draagt bij aan de noodzakelijke coronahandhaving, wat ten nadele gaat van de overige capaciteit. Hij antwoordt mevrouw Rooderkerk dat hij een prettige samenwerking ervaart met de corporaties. Die zouden inderdaad ook zelf boetes kunnen krijgen, maar dat hindert de samenwerking op geen enkele manier. Hij verwacht geen problemen. Mevrouw ROODERKERK heeft van de corporaties zelf gehoord dat ze deze werkwijze wat gek vinden. Ze moeten handhaven op hun eigen huurders, en als die iets illegaals blijken te doen, moeten de corporaties zichzelf een boete opleggen. Dat is vreemd. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat corporaties semipublieke instellingen zijn die zich aan de regels moeten houden. Ze moeten eerlijk zijn over zelf gemaakte fouten. Als de corporaties niet op deze manier willen samenwerken, komt nog meer handhavingscapaciteit terecht bij de gemeente. Hij wil dat liever niet. Hij zal dit onderwerp nog eens aan de orde stellen in zijn reguliere gesprekken met de corporaties. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende behandeld is. 5. Verkenning van kansen voor de Waterlandpleinbuurt, de principenota (ZD2021014929) Mevrouw VAN PIJPEN complimenteert iedereen die aan deze nota heeft meegewerkt.

Opvallend is het grote belang dat men hecht aan de jongerenvoorziening. Toch lijkt het OKT qua kosten voor te gaan. Zij vraagt of men niet meer haast moet maken met het jongerencentrum. De heer LEENDERS merkt op dat de Waterlandpleinbuurt kansen verdient, en die zie je ook terug in deze principenota. Hij mist echter nog een planning en een dekking. Hoe zien die eruit? Er staan in de Waterlandpleinbuurt twee grote woningcomplexen met achterstallig onderhoud en een slecht leefklimaat. Corporaties verkopen dat soort

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

woningen. Wordt het probleem op deze manier naar de nieuwe kopers verplaatst? Stoppen de corporaties wel voldoende geld in de kas van de VvE om het onderhoud op orde te brengen? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt mevrouw Van Pijpen dat het OKT niet wordt voorgetrokken boven het jongerencentrum. Allebei zijn belangrijk. Mevrouw VAN PIJPEN vraagt waarom de kosten niet eerst voor het jongerencentrum worden ingepland. Het gaat haar dus over de prioritering. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt mevrouw Van Pijpen en de heer Leenders dat er voor planning en dekking indicatoren zijn, maar die zijn nog niet afgeregeld. Er zijn namelijk geen grondexploitaties waaruit kan worden geput. Het moet dus via het programma Stadsbehoud gaan. Hetzelfde geldt voor maatschappelijke voorzieningen. Die zijn allemaal nog niet geregeld. Dat is het zorgelijke van deze nota, een punt dat ook naar voren gebracht is door het dagelijks bestuur van stadsdeel Noord. De gemeente heeft ook een schuldplafond en kan niet alles regelen via de toekomstige financiën op korte termijn. Het gaat om een project van tien jaar. In de toekomstige onderhandelingen zullen nadere slagen gemaakt moeten worden. Hij kan niet zeggen of corporaties voldoende storten in de VvE. Hij weet niet of daarvan gegevens beschikbaar zijn.

Corporaties kunnen woningen wel aan het eind van de onderhoudscyclus verkopen, omdat het groot onderhoud dan wordt doorgeschoven naar de koper. Het kan zijn dat kopers in VvE’s in de toekomst te maken krijgen met VvE’s die onvoldoende kapitaal hebben voor het noodzakelijke onderhoud. Hij kan niet meer doen dan daarover een goed gesprek aan te gaan. De heer LEENDERS vraagt of er geen beeld bestaat van de dekkingsgraad van VvE’s voor groot onderhoud. Kan de wethouder nagaan hoe dit zit bij de complexen in de Waterlandpleinbuurt en daarop later schriftelijk terugkomen? Wethouder WEDEMEIJER zegt toe dat hij het zal vragen. Hij heeft op dit punt echter geen bevoegdheid Als VvE’s hun gegevens niet willen delen, moet hij daarin berusten. Mevrouw VAN SOEST merkt op dat het Waterlandplein een paar jaar geleden helemaal opgeknapt is. Het ziet er schitterend uit. Zij weet niet welke woningbouw gepland wordt, maar daarbij moeten in ieder geval ook de bedrijven een plek krijgen. Amsterdam heeft een grote woningbouwopgave, waarvoor dan vaak de bedrijven moeten wijken. Is daarmee in dit plan rekening gehouden? Zij vindt dat bedrijven in de wijken moeten blijven. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat met dit plan een goed evenwicht is bereikt tussen woningbouw, verbetering van de openbare ruimte etc. Hij heeft ook de belangen van lokale bedrijven voor ogen.

Mevrouw VAN SOEST merkt op dat er een probleem is bij de Klaprozenweg, waar veel woningen worden gepland. Bedrijven kunnen op een gegeven moment nergens meer heen. Daarom vraagt zij zich af hoe dit op het Waterlandplein zal gaan. Zij zal de bedrijven zelf gaan vragen of ze hiermee problemen hebben. Wethouder WEDEMEIJER verwijst mevrouw Van Soest ook naar wethouder Van Doorninck, die belast is met dit thema. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Zij schorst de vergadering van 10.17-10.22 uur. TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

Bouwen en Wonen 6. Uitbreiden woningvoorrang voor leraren naar aanleiding van wijzigingen Huisvestingswet nr. VN2021-034236 Mevrouw ROODERKERK merkt op dat alle maatregelen om de middengroepen binnen de stad te houden nog niet genoeg zijn. Er zijn bijvoorbeeld 563 leraren te weinig in Amsterdam, wat grote impact heeft op de kinderen die in Amsterdam opgroeien. 10.000 kinderen hebben momenteel geen vaste leraar voor de klas. Er moet veel gedaan worden om deze mensen, net als politie en zorgpersoneel, te behouden voor de stad. Vorig jaar zijn 40 sociale huurwoningen met voorrang toegewezen aan leraren, terwijl de afspraak 200 was. Er moet meer gedaan worden om deze groepen voor de stad te behouden. Nu komt er een nieuwe wet aan die kansen biedt om hierin verbetering te brengen. Het wordt mogelijk om behalve sociale huurwoningen, ook koopwoningen met voorrang toe te wijzen aan groepen. Haar fractie vindt dat leraren, maar ook politiepersoneel en zorgmedewerkers, zo snel mogelijk de kans moet worden gegeven voor deze koopwoningen. Er moet dus een nieuw segment koopwoningen gecreëerd worden. Ze moeten voldoende groot worden door bijvoorbeeld korting te geven op de grondprijs. Een leraar wil niet alleen huren, maar ook een woning kunnen kopen.

De heer LEENDERS vindt dit een sympathiek voorstel, maar hij vraagt zich af wat het verschil is met het voorstel van zijn fractie om starters voorrang te geven op de koopmarkt. Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat het haar niet alleen om starters gaat. Het gaat ook om leraren die al een woning hebben, of leraren die van buiten de stad komen. Daarbij komt dat dit een helemaal nieuwe mogelijkheid is. De heer LEENDERS merkt op dat zijn fractie zich al langer druk maakt over de positie van starters op de woningmarkt. Ook zijn fractie was voornemens om daarvoor dezelfde wetswijziging waarover mevrouw Rooderkerk het heeft te gebruiken. Waarom wil mevrouw Rooderkerk niet naar de starters kijken, en de hele groep mensen die behoefte heeft aan een betaalbare koopwoning? Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat haar fractie ook veel voor starters wil doen. Voor starters zou je meer willen doen, zoals in het middensegment bouwen, afspraken maken met beleggers etc. Al die dingen moeten gebeuren. Deze wet geeft de mogelijkheid om doelgroepen aan te wijzen, maar hoe meer je er aanwijst, hoe minder woningen verder beschikbaar zijn. Zij vraagt of het college bereid is om gebruik te maken van deze nieuwe wet. Wil het al beginnen met de voorbereidingen daarvoor? Bij de opkoopbescherming bleek het te lonen om tijdig te beginnen, zodat je ermee aan de slag kan gaan zodra dat mogelijk is.

Mevrouw VAN RENSSEN is heel blij met dit voorstel van de D66-fractie. Eigenlijk wordt er al voorrang gegeven aan beroepsgroepen via de huisvestingsverordening, vooruitlopend op deze wet. Is haar fractie bereid om een speciale categorie ‘sociale koop’ te creëren? Op die manier zou je af en toe bij een woningbouwproject 50% sociaal mogelijk te maken, naast bijvoorbeeld 50% middenhuur. Je zou dan 10% sociale koop toe kunnen wijzen aan deze beroepsgroepen. Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat met partijen afspraken gemaakt moeten worden om dat soort woningen gebouwd te krijgen. Er moet een nieuwe categorie woningen komen met een prijs die onder de NHG-grens blijft, in combinatie met een goede woninggrootte die het voor leraren mogelijk maakt daar met hun gezinnen te wonen. Zij denkt vooral aan starters in dat soort maatschappelijke beroepen. Zij vraagt de wethouder met een voorstel te komen, vooruitlopend op het aannemen van deze wet. Zij roept het college op om koopwoningen met voorrang toe te wijzen aan deze mensen die

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

Amsterdam zo nodig heeft. De heer HAVELAAR sluit zich aan bij de opmerkingen van mevrouw Rooderkerk. Mevrouw VAN RENSSEN geeft haar steun aan dit voorstel van mevrouw Rooderkerk, om na te gaan wat gedaan kan worden voor sociale koopwoningen en ervoor te zorgen dat die woningen bewoond kunnen worden door de mensen die het echt nodig hebben. In het wetsvoorstel gaat het ook om de categorieën die je bij het bestemmingsplan of omgevingsplan kan aanwijzen, namelijk een maximaal percentage sociale koop binnen een bepaald gebied. Zij vraagt de wethouder om te kijken of het mogelijk is die categorieën in het bestemmingsplan vast te leggen. Mevrouw VAN SOEST vraagt zich af of de leraren deze woningen wel kunnen betalen, ook al hebben ze voorrang. De prijzen rijzen ook voor nieuwbouwwoningen de pan uit. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt mevrouw Van Soest dat de betaalbaarheid voor leraren af zal hangen van hun startsalaris. Heel veel groepen komen uiteindelijk toch in de sociale huursector uit. Het aantal woningen dat onder de NHG-grens valt, neemt helaas af. Die woningen zijn voornamelijk geconcentreerd in Noord, Zuidoost en NieuwWest. De wet zit nu nog in de consultatiefase. Voor de koning de wet getekend heeft, gaat nog wel even duren. Het zal nog wel duren tot redelijk ver in de volgende bestuurstermijn voordat ook daadwerkelijk de huisvestingsverordening aangepast kan worden.

Maar de urgentie is er, en hij gaat er zeker mee aan de slag. Mevrouw ROODERKERK reageert dat leraren na enkele jaren werken vaak al in het middensegment terechtkunnen. Het gaat hierbij niet alleen over starters; het gaat over leraren. Er zijn 560 leraren nodig en die hoeven niet allemaal starters te zijn. Om te zorgen dat de woningen betaalbaar zijn en de grootte aanvaardbaar blijft, moet dit segment gecreëerd worden en zijn afspraken over korting op de grondprijzen nodig. Wethouder WEDEMEIJER is het eens dat leraren misschien wat meer kunnen betalen als ze een eind op streek zijn met hun carrière. Dat laat echter onverlet dat leraren met een startsalaris heel vaak in de sociale huur uitkomen. De markt contraire koopwoning is iets waarover de gemeenteraad zal moeten oordelen. Het zou betekenen dat je aan een koopsegment subsidies gaat geven. Tot op heden is het zo dat de woning krimpt naarmate de grondprijs stijgt. Wil je sociale koopwoningen met een gesubsidieerde grondprijs, dan moet er een heel principiële beslissing genomen worden. Hijzelf is nog niet zover. Hij is er niet van overtuigd dat Amsterdam daar een voordeel bij zou hebben. De individuele koper die de stijging van de koopprijs na verkoop incasseert, laat vaak een veel duurdere woning, soms zelfs in het dure segment, achter. Je moet dus heel goede afspraken maken.

Ook constructies als anti-speculatiebedingen zijn niet zo makkelijk te handhaven. Mevrouw VAN SOEST vraagt hoe de wethouder denkt weer een eigen volkshuisvesting op te starten in Amsterdam. Amsterdam bepaalt de grondprijs en wie de bouwers zijn. De projectontwikkelaars gaan ertussenuit. De woningbouwcorporaties doen toch niet aan Van Hoog naar Laag en van Groot naar Beter. Zij stelt voor het recht in eigen hand te nemen en zelf de volkshuisvesting ter hand te nemen. Zij las in het verkiezingsprogramma van GroenLinks dat die partij daar een voorstander van is. Hoe denkt de wethouder daarover? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat het college deze termijn alleen onderzoek gaat doen. Het zal een rapport aanbieden aan de raad waarin staat wat er kan worden gedaan op dit punt.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

Mevrouw VAN RENSSEN heeft de indruk dat meerdere raadsleden voorstander zijn van dit voorstel. En er zijn toch meerdere manieren om ervoor te zorgen dat de waardevermeerdering van sociale koopwoningen na verkoop niet geïncasseerd wordt door de eerste koper? Er zijn anti-speculatiebedingen mogelijk of andere afspraken. Zij vraagt te onderzoeken welke afspraken gemaakt kunnen worden, opdat sociale koopwoningen als segment toegevoegd kunnen worden aan de Amsterdamse voorraad. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat hij dat kan onderzoeken. Veel is al bekend, zoals de koopgarantregelingen. Hij zegt toe hierover een brief te zullen sturen naar de raad. Mevrouw ROODERKERK sluit zich aan bij de vraag van mevrouw Van Renssen. Het zou fijn als de wethouder op een rij zet wat de opties zijn. Zij heeft de indruk dat er veel steun is in de raad voor dit voorstel. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is. 7. Aanscherping criteria voor sociaal-medische urgentie nr. VN2021-033053 Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat de wachtlijsten voor woningen lang is. Dat geldt ook voor de wachtlijst voor urgenten. Continu is men bezig met het verdelen van schaarste. De aanscherping van de urgentieregeling is een manier om met die schaarste om te gaan, waarbij zowel de uitbreiding van het aanbod als de vermindering van de vraag aan de orde is.

In het oog springt de verkleining van de groep door de aanpassing van de criteria. Daarmee zouden urgenten weer meer urgent worden. Maar door de groep te verkleinen, wordt de problematiek niet verkleind. Haar fractie heeft dus grote problemen met deze aanpassing. Dat tijdelijke oplossingen een reden zijn om geen urgentie meer te verlenen is geen goed signaal. Het is feitelijk het omgekeerde van hoe het moet zijn, namelijk dat mensen niet verder afzakken in sociale problemen. Zij sprak een maatschappelijk werker die mensen begeleid die mogelijk recht hebben op een urgentie. Minimaal duurt zoiets vier maanden en je krijgt die urgentie echt niet zomaar. Er moet sociaal of medisch wel iets aan de hand zijn. Zij maakte mee dat iemand met deze regels een urgentie geweigerd werd omdat hij in een passsantenhotel verblijft, waar hij over een maand uit moet. Dakloosheid dreigt. Er zijn ook andere voorbeelden van mensen die zelf een oplossing vinden door een tijdelijke vorm van huisvesting bij iemand op de bank, of door een kamer te huren. Wie wil dat nog doen als je weet dat diegene geen urgentie krijgt en mogelijk jaren op de woning moet wachten? Haar fractie begrijpt de overwegingen om van de urgentie weer meer een urgentie te maken, maar de oorzaak ligt niet bij de mensen zelf, maar bij de omgeving. Daar moet de zaak aangepakt worden.

Misschien moet het aantal woningen voor kwetsbare groepen uitgebreid worden. Of er moet meer tijdelijke huisvesting komen. Er is de mogelijkheid van wonen in lege winkels. Zij las in de krant hoe moeilijk het is om boven winkels woningen te realiseren. Ook structurele oplossingen zoals het vergroten van de sociale woningvoorraad en de afschaffing van de kostendelersnorm zijn hierbij belangrijk. Zij vraagt welke typen woningen aangeboden worden door de corporaties. Soms hoeft men helemaal niet lang te wachten voor kleinere woningen als je een urgentie hebt. Voor grotere woningen wel. Door je op de gezinnen te richten, heb je die grotere woningen nodig voor die groep urgenten. Zij vraagt een goede analyse te maken van het type woningen dat wordt aangeboden. Op die manier kan het aanbod wellicht veranderen, zodat vanuit de wachtlijst snellere doorstroming plaats kan komen. Zij vraagt wat er gebeurt met de mensen die door de aanscherping niet langer in aanmerking komen voor een urgentie. Verwacht de wethouder niet dat de problematiek van die mensen juist verergert? Komen ze niet op straat te staan? Haar fractie plaatst grote vraagtekens bij de aanpassing van deze regeling, die de voorbode lijkt te zijn van meer dakloosheid. Haar fractie is zeer kritisch op deze regeling en vraagt de wethouder deze in heroverweging te nemen.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

De heer HAVELAAR constateert dat er 100 rolstoelwoningen minder komen. Maar die zijn toch vaak voor mensen met een indicatie? Hij begrijpt het daarom niet. Er worden minder mensen urgent verklaard. Betekent dit dat die mensen automatisch in de wachtlijst van 15 jaar aansluiten? Kan je niet zeggen dat er superurgenten zijn waar 30% van de woningen naartoe gaat, urgenten waar 20% naartoe gaat en regulier dan nog 50%? Hoe zit het in MRA-verband? Zijn er mogelijkheden dat mensen tijdelijk of structureel buiten Amsterdam worden geplaatst? Geldt de wachtlijst voor de hele MRA? En wat gebeurt er volgend jaar als Weesp bij Amsterdam getrokken wordt? Wat betekent dat voor mensen met een urgentieverklaring die nu in Weesp wonen? De heer LEENDERS is geen voorstander van het op papier verkleinen van het aantal mensen met deze grote urgentie. Het probleem wordt zo alleen op papier kleiner. Zijn fractie wil graag dat deze beslissing wordt teruggedraaid, maar er moet dan door de raad wel een oplossingsrichting meegegeven worden. In de brief wordt een cruciaal punt niet ter discussie gesteld, namelijk dat er van de jaarlijks vrijkomende sociale huurwoningen maar 1800 woningen mogen worden toegewezen aan sociaal-medisch urgente mensen.

Kan de wethouder niet voor de komende paar jaar een wat groter deel van deze vrijkomende voorraad beschikbaar stellen voor deze urgente groep? Dat gaat ten koste van anderen, maar urgenten zijn niet voor niets urgent. Is de wethouder bereid naar deze mogelijkheid te kijken? Voorkomen moet worden dat deze maatregel tot meer daklozen leidt. De heer HAVELAAR leest in de brief dat ook de landelijke spreiding belangrijk is. Het is nogal wat om te zeggen dat mensen die al vijftien jaar op een wachtlijst staan voor een woning, dat ze nog maar langer moeten wachten. Hoe denkt de heer Leenders draagvlak te krijgen? Er zijn mensen die klagen dat ze al heel lang wachten, terwijl een statushouder direct een huis krijgt. De heer LEENDERS vraagt wat het CDA doet om de sociale voorraad uit te breiden. Daar ligt namelijk de crux van dit probleem. De heer HAVELAAR stelt voor om scheefwoners de mogelijkheid te bieden om de woning waarin ze wonen te kopen van hun corporatie. Verder is het belangrijk dat de verhuurderheffing wordt afgeschaft. Zijn fractie pleit al heel lang voor betere relaties met institutionele beleggers. Je moet ook niet bezuinigen op bureaus die verbouwvergunningen geven. Door al dat soort dingen kan de woningbouw gestimuleerd worden. De heer LEENDERS reageert dat hij geen enkel voorstel van de heer Havelaar heeft gehoord dat de sociale voorraad zou kunnen laten toenemen.

Mevrouw ROODERKERK ziet het aanscherpen van de criteria meer als een cosmetische ingreep dan dat het wat oplost. Het onderliggende probleem is het tekort aan woningen voor deze groepen. Hoe wil de wethouder ervoor zorgen dat er meer woningen komen voor deze groepen? Haar suggestie is om het voorstel voor meer tijdelijke en duurzame woningbouw, dus woningen die tien tot dertig jaar kunnen blijven staan, nog eens te bekijken. Misschien kan dat op plekken in de stad waar nu nog ruimte is, en later permanente woningen. Een corporatie heeft recent aangegeven ook geïnteresseerd te zijn in woningen die nog korter dan die tien jaar blijven staan, bijvoorbeeld drie tot vijf jaar. Daar zou dan een mogelijkheid bestaan om statushouders te vestigen, die anders op straat terechtkomen. De heer VAN DEN HEUVEL wijst erop dat het creëren van tijdelijke huisvesting, als een soort ventielregeling, al letterlijk in de brief staat. Er wordt op dit moment aan gewerkt. Wat vindt D66 nu eigenlijk van de aanscherping van de urgentiecriteria? Dáár gaat deze brief over.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat zij blij is dat in de brief aandacht wordt gegeven aan de mogelijkheid van tijdelijke woningen. Het goed dat er meer woningen bijkomen. Maar van de acht opties die bekeken zijn door de wethouder, is nu van twee duidelijk geworden waar het kan. Het wachten is nog op zes mogelijke bouwgronden. Zij vraagt wanneer die verwacht mogen worden. Haar fractie is geen voorstander van de aanscherping van de urgentiecriteria, omdat daarmee geen problemen opgelost worden. Zij deelt in dat opzicht de kritiek van GroenLinks. Er is een tekort aan woningen; daaraan moet gewerkt worden. Mevrouw VAN SOEST merkt op dat Amsterdam een kleine 900.000 inwoners telt. Voor de kwetsbaren worden 1800 woningen gereserveerd, waarop men nu dan weer gaat beknibbelen. De woningcorporaties hebben de rolstoelwoningen verkocht. Benedenwoningen worden verkocht. Wat kan gedaan worden tegen de woningbouwcorporaties? Hoe kan het dat een dergelijk links college dat allemaal toelaat? In de raadsbrief wordt gekeken naar de inzet en het vergroten van het aantal woningen voor kwetsbare groepen. Daarna wordt ingegaan op het verkleinen van de vraag vanuit de kwetsbare groepen. Zij vraagt dit stuk te agenderen voor de raad, zodat zij een motie in kan dienen waarin gevraagd wordt in ieder geval de invalidenwoningen in bezit te houden.

Er moet iets gedaan voor kwetsbare mensen, en voor de ouderen. Zij vraagt hoeveel groepen er zijn, en hoeveel groepen de woningen krijgen toegewezen. Vallen de statushouders ook binnen de groep? De heer VAN DEN HEUVEL merkt op dat het creëren van meer dakloosheid nooit een oplossing kan zijn. Dat is zijn zorg. Hij vraagt onderzoek te doen naar wat er gaat gebeuren met de groep mensen die nu buiten de boot gaat vallen. Er moet binnen een halfjaar meer duidelijkheid over komen. Als blijkt dat er inderdaad een toename is van de dakloosheid door deze aanscherping, moet het per direct terug gedraaid kunnen worden. Dit zou gaan over het creëren van een oplossing op korte termijn. Maar wanneer worden deze aanscherpingen weer teruggedraaid? Hij wil daarover graag afspraken maken. Hij mist een beeld van de lange termijn. Hij verbaast zich over de eis van regiobinding, die al is ingevoerd. Het ging erom voor de meest kwetsbare gevallen een urgentie te kunnen regelen binnen de die nu al kwetsbare groep. Regiobinding is dan niet echt een factor, want de kwetsbaarheid van je situatie wordt niet bepaald door twee of vier jaar hier wonen. Hij vraag de wethouder in hoeverre de regiobinding iets oplost. Die zorgt wel voor 15% minder aanvragen, maar dat kunnen dan net zo goed 15% extra aan extreem kwetsbare gevallen zijn.

Hij vraagt of het mogelijk is de regiobinding weer te schrappen als de andere urgentiecriteria wel worden doorgevoerd. Hij vraagt zich af wat het idee is achter het niet meer gecombineerd sociaalmedisch urgentie aan te kunnen vragen. Je kunt zowel op sociaal-maatschappelijk gebied een probleem hebben als op medisch gebied. Je mag nu op een van beide de urgentie aanvragen. Kan je dan nog afgewezen worden, omdat beide problemen op zichzelf misschien niet kwetsbaar genoeg zijn? De combinatie van beide problemen zou wel degelijk voor een zeer kwetsbare situatie kunnen zorgen. Hoe kan je op deze manier ervoor zorgen dat de meest kwetsbare gevallen geholpen worden, terwijl dat toch juist het doel is van de aanscherping? Hij vraagt wat gebeurt met de groep die erbuiten gaat vallen. Krijgen ze gewoon geen urgentie meer, of biedt de gemeente dan andere oplossingen, zoals de doorverwijzing naar opvangmogelijkheden? Wat krijgen die mensen van de gemeente te horen? En is de wethouder bereid om bij de aanscherping van het criterium over onderverhuren de mogelijkheid te bieden dat mensen kunnen zeggen dat de situatie extreem knelt? Dat zou moeten kunnen als het gaat om betaalbaarheid, of dat iemand op de bank slaapt terwijl je weet dat het alleen een noodoplossing kan zijn voor twee weken. Het zou nu kunnen zijn dat je dan geen urgentie meer krijgt, wat toch niet de bedoeling kan zijn.

Hetzelfde zou kunnen gaan om betaalbaarheid. Je kunt als noodoplossing misschien ergens onderhuren, maar tegen veel hogere kosten dan je kunt betalen. Kan er dan nog een soort hardheidsclausule geboden worden?

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Definitief Raadscommissieverslag, 15 december 2021

WB

Mevrouw KILIÇ merkt op dat huisvesting een basisrecht is waar de overheid grondwettelijk verplicht is gehoor aan te geven. Daar komt het Amsterdamse uitgangspunt bij dat niemand op straat hoeft te slapen. Het verbaast dan ook van het college te horen dat het aanscherpen van de sociaal-medische criteria nodig is om ervoor te zorgen dat de meest kwetsbare mensen gehuisvest kunnen worden. Als reden voor deze keuze geeft het college de toename van de dak- en thuisloosheid aan, en de stijging van het aantal sociaal-medisch urgenten. Dat klinkt wel heel tegenstrijdig, dat je keuze-instrument om dakloosheid tegen te gaan juist dakloosheid in de hand werkt. In de brief wordt gepoogd om op verschillende wijzen de aanscherping van de criteria mild te omschrijven, zoals ‘het verkleinen van de vraag vanuit de kwetsbare groepen’, of ‘het college probeert via preventief en inclusief sociaal beleid het aantal kwetsbare groepen te verminderen’. Feit is dat de aanscherping van de criteria neerkomt op het verschuiven van het probleem naar een andere categorie. De wachtlijst wordt op papier verkort, maar in het echte leven blijven de betrokkenen nog steeds dakloos. De focus moet liggen op de vergroting van het aanbod, niet op het aanscherpen van de criteria. Op deze manier lost het college het probleem op korte termijn niet op.

Ook de Straatalliantie geeft aan dat het aanscherpen van de regels voor een urgentieverklaring zal leiden tot een toename van de dakloosheid, en tot situaties van zeer onveilige huisvesting. Opvallend is ook dat in de brief wordt verwezen naar het advies van de interbestuurlijke werkgroep van alle ministeries, gemeenten en corporaties die aangeven dat de maatschappelijke sociale kosten zullen toenemen en dat steeds meer mensen in knel zullen komen als er geen goede oplossing komt voor het gebrek aan passende huisvesting voor aandachtsgroepen. Men adviseert om te bouwen en het beter ondersteunen van kwetsbare groepen. De huidige aanscherping gaat ervoor zorgen dat deze aandachtsgroep verder in de problemen vervalt als ze dakloos worden of blijven. Zelfredzaamheid wordt afgestraft. Zelf een tijdelijke oplossing vinden wordt door het college beloond met een straf: het ontnemen van een langetermijnoplossing, een eigen woning. Zij sluit zich aan bij de vragen die al gesteld zijn. Een aanscherping is onder andere dat de combinatie van medische en sociale urgentie niet meer mogelijk is. Hangen deze twee niet vaak samen? Hoe moet zij deze aanscherping zien? In de hardheidsclausule moet duidelijk gemaakt worden dat er sprake is van een levensbedreigend probleem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11040455/2