Definitief verslag WB 08-09-2021
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021
DEFINITIEF VERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vastgesteld op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Wonen en Bouwen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging Woensdag 08 september 2021 Woensdag 29 september 2021 Voorzitter: mevrouw La Rose Portefeuillehouder: wethouder de heer Groot Wassink, wethouder de heer De Vries, wethouder mevrouw Moorman Commissiegriffier: mevrouw Van Klooster Verslaglegging: mevrouw De Jong (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de heer Flentge (SP), de heer Havelaar (CDA), de heer van den Heuvel (ChristenUnie), de heer Mangal (DENK), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw van Pijpen (GroenLinks), mevrouw van Renssen (GroenLinks), de heer Mbarki (PvdA), mevrouw Bakker (Partij voor de Dieren), mevrouw van Soest (Partij van de Ouderen), de heer Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden (met bericht): Overige aanwezigen:
1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de hybride vergadering om 9.00 uur en heet iedereen hartelijk welkom. b. Mededelingen Mevrouw BAKKER meldt dat het Nederlands Kankerinstituut, naar aanleiding van een motie over dierproefvrije onderzoeksmethoden, een werkbezoek organiseert op 21 september. Een onderdeel daarvan is een rondleiding in een dierproeflaboratorium en presentaties van experts. Mevrouw Bakker inventariseert de belangstelling en vraagt leden die willen deelnemen, zich bij haar te melden. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER merkt op dat er geen aanmeldingen zijn van leden met een bijdrage voor agendapunt 5. Zij stelt voor om deze raadsvoordracht zowel in deze vergadering als in de raad te hameren en zij constateert dat iedereen hiermee akkoord gaat. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie WB d.d. 30 juni 2021.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021 De VOORZITTER zegt dat er geen wijzigingsvoorstellen zijn gedaan. Het verslag van 30 juni 2021 wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Mevrouw BAKKER wil graag een update van de verwachte publicatiedatum van het ‘Actieplan einde transitie’ aan een termijnagenda laten toevoegen. In de termijnagenda Openbare Ruimte en Groen staan schriftelijke vragen over het kappen van 31 bomen naast de Bos en Lommerweg open, die drie maanden geleden zijn ingediend. Zij wil dat een uitstelbrief aan de raad wordt gestuurd, tenzij de vragen nu snel worden beantwoord. Er is een toezegging gedaan over het betrekken van bewoners bij het instellen van een realtime bomendashboard. Zij verzoekt om een nadere tijdsaanduiding. Tevens is een toezegging gedaan over het aanpassen van de bomenverordening met betrekking tot projectgebonden herplantfondsen. Als dit niet in de komende commissie wordt besproken, verzoekt zij om een update in de termijnagenda. In deze toezegging staat ook iets over het kijken naar alternatieve bronnen voor de financiering van het vervangen van weggehaalde bomen. Dit onderdeel is al afgedaan met de afdoening over Elzenhagen Zuid. In de termijnagenda Reiniging staan schriftelijke vragen open die vijf maanden geleden zijn ingediend over de afvalproblematiek.
Zij verzoekt om een uitstelbrief, waarin wordt uitgelegd waarom het zo lang duurt. Op 27 september wordt een technische sessie georganiseerd over het thema Schone Stad. Zij hoopt dat de schriftelijke vragen daarvoor worden beantwoord. Op deze termijnagenda staan nog meer vertraagde zaken. Dat betreft de totaalrapportage Afvaloffensief, een brief met cijfers omtrent Meldingen Openbare Ruimte Amsterdam en een raadsadres uit januari met betrekking tot grofvuil naast de containers. Zij hoopt ook over al deze zaken een update te ontvangen. Er staat vanaf december 2020 een toezegging open. Daarin zegt de wethouder toe de corporaties een overzicht te vragen met de planning van het isoleren van hun woningen en het aanbrengen van zonnepanelen. Deze staat wel op de uitslagenlijst, maar niet op de termijnagenda Wonen. Zij verzoekt deze toezegging toe te voegen. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat hij zal nagaan of de genoemde toezegging niet in de termijnagenda is opgenomen en hij zal hierop terugkomen. Hij hoopt ook tijdens de volgende commissievergadering een termijn te kunnen aangeven. Wethouder MOORMAN zegt dat openstaande punten zeker moeten worden afgehandeld. Zij merkt op dat het Afvaloffensief al naar de raad is toegestuurd. Wethouder DE VRIES zegt dat de punten die mevrouw Bakker noemt inzake Openbare Ruimte en Groen kunnen worden toegevoegd aan de termijnagenda.
Hij biedt zijn excuses aan voor de vertraging in de beantwoording van de vragen over de Bos en Lommerweg. Hij verwacht de antwoorden nu snel te kunnen toesturen. f. TKN-lijst Mevrouw ROODERKERK is blij met de antwoordbrief TKN 6. Zij blijft graag op de hoogte van de voortgang. De VOORZITTER merkt op dat mevrouw Van Pijpen heeft verzocht TKN 8 en 9 in de commissievergadering van 29 september te agenderen en zij constateert dat iedereen hiermee akkoord gaat.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021 Mevrouw VAN RENSSEN verzoekt om TKN 4 te bespreken bij de volgende commissievergadering. De heer VAN DEN HEUVEL wil TKN 2 graag agenderen voor de volgende commissievergadering. g. Ingekomen stukken Stadsdeelcommissies De VOORZITTER zegt dat er een advies van de stadsdeelcommissie Zuid is binnengekomen inzake reiniging. De heer WIJNANTS zegt dat hij dit graag wil agenderen voor de volgende commissievergadering. Het is duidelijk dat er op dit punt het nodig misgaat met name op het gebied van de communicatie tussen de Centrale Stad en de stadsdelen. DE VOORZITTER vraagt of hij hierover een schriftelijke reactie van het college wil ontvangen. De heer WIJNANTS bevestigt dat. Deze reactie zou dan wel voor de bespreking in de commissie naar de leden moeten worden toegestuurd. Wethouder MOORMAN zegt dat het heel krap wordt, maar dat zij haar uiterste best zal doen de reactie tijdig toe te sturen. De heer HAVELAAR sluit zich aan bij de vraag van de heer Wijnants. Er blijkt onduidelijkheid te zijn tussen het Stadsdeel en het college. Het lijkt hem verstandig dat het college in gesprek gaat met het Stadsdeel om dit op te lossen. Vervolgens kan in de reactie van het college worden aangegeven tot welke oplossing dit heeft geleid. Dit zal veel tijd besparen. Wethouder MOORMAN zegt dat het college hierover voortdurend in gesprek is met het Stadsdeel.
Zij zal in de reactie ook laten weten hoe dit gesprek is verlopen en wat daaruit is gekomen. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke gedeelte en meldt dat vanaf nu de spreektijden gaan lopen. b. Inspreekmoment Publiek De VOORZITTER zegt dat zich zeven insprekers hebben aangemeld. Zij krijgen ieder drie minuten de tijd. De heer SCHMIT, lid stadsdeelcommissie Zuid, zegt dat leden van de stadsdeelcommissie regelmatig door bewoners worden benaderd over de overlast door afval. Hij merkt op dat de verantwoordelijkheid voor een schone stad op zich bij iedereen ligt, maar volle afvalcontainers veroorzaken extra overlast. De stadsdeelcommissie heeft diverse voorstellen gedaan om dit probleem aan te
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021 pakken. Het dagelijks bestuur in Zuid heeft aangegeven dit met de stedelijke diensten en de wethouder te zullen bespreken. De wethouder was in de vergadering van de raadscommissie heel duidelijk. Het Stadsdeel is verantwoordelijk voor de uitvoering van het afvalbeleid. Het Stadsdeel bepaalt hoeveel afvalcontainers er zijn en hoe vaak deze worden geleegd. De portefeuillehouder in Zuid gaf echter aan wel verantwoordelijk te zijn, maar geen sturingsmogelijkheden en geen budget te hebben. De stad moet schoner worden. De fracties van D66, PvdA en VVD van de stadsdeelcommissie Zuid verzoeken daarom duidelijk te maken waar de verantwoordelijkheid ligt ten aanzien van de reiniging. Als deze verantwoordelijkheid bij het Stadsdeel ligt, dan moet het Stadsdeel ook sturingsmogelijkheden krijgen. Mevrouw ROODERKERK dankt de heer Schmit voor het op de kaart zetten van dit probleem. Nu blijken wethouder en Stadsdeel naar elkaar te verwijzen. Zij hoopt dat hier meer duidelijkheid over komt. Zij vraagt de heer Schmit welke oplossing hij ziet. De heer SCHMIT zegt dat er eerst duidelijkheid moet komen waar de verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt. Als het Stadsdeel verantwoordelijk is, dan moet de portefeuillehouder ook kunnen bepalen hoeveel afvalcontainers er staan en hoe vaak deze worden geleegd.
Het gaat om centraal beleid, maar er moet ruimte zijn om lokaal maatwerk te leveren. De heer HAVELAAR zegt dat enige tijd geleden het dynamisch ophalen van afval is ingevoerd. Hij vraagt of de situatie sindsdien beter of slechter is geworden in Zuid. De heer SCHMIT zegt dat het belangrijk is dat hierover objectieve data worden verzameld. Hij heeft zelf geconstateerd dat de hotspots in De Pijp nog steeds hotspots zijn. Hij denkt wel dat dynamisch ophalen een goede oplossing kan zijn. De heer HAVELAAR merkt naar aanleiding van het advies op dat het gesprek tussen college en stadsdelen tot nu toe kennelijk weinig heeft opgeleverd. Hij vraagt hier een nadere toelichting op. De heer SCHMIT zegt dat de stadsdeelcommissie het afgelopen jaar veel voorstellen heeft gedaan om het afvalprobleem op te lossen. De portefeuillehouder heeft daarbij vaak aangegeven dat hij dit zou gaan bespreken met de stedelijke dienst Reiniging en de wethouder. Vervolgens hoorde hij dat de wethouder tijdens een commissievergadering aangaf dat de verantwoordelijkheid bij het Stadsdeel ligt. In reactie daarop gaf de portefeuillehouder aan zich wel verantwoordelijk te voelen, maar geen sturingsmogelijkheden en geen budget te hebben. Hij gaf aan dat hierover gesprekken met de wethouder worden gevoerd. Dat was de aanleiding voor dit advies.
De heer WIJNANTS dankt de heer Schmit voor zijn inspraak en inzet gedurende de afgelopen periode. Hij merkt op dat het einde van de collegeperiode in zicht komt, maar dat nu pas wordt geconstateerd dat er sprake is van onvoldoende afstemming tussen college en het bestuur van het Stadsdeel. Hij vraagt de heer Schmit of het geen tijd is voor een radicale keuze. De verantwoordelijkheid zou nu geheel bij het Stadsdeel of geheel bij de Centrale Stad moeten worden gelegd, aangezien hybride werken onvoldoende resultaat oplevert. De heer SCHMIT denkt dat het heel goed is dat er een centraal beleid is met betrekking tot de aanpak van het afvalprobleem. Het moet echter lokaal worden uitgevoerd en daarvoor moet ruimte worden gegeven. Er hoeft dus, wat hem betreft, geen radicale keuze te worden gemaakt.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021 Mevrouw HEFTING, Stichting Leefbaarheid Apollobuurt, spreekt in namens bewoners met als doel om de vestiging van de Sushi Club op de Beethovenstraat 18 en de Jan van Eijckstraat 2 tegen te houden. Er zijn twee aanvragen ingediend voor een omgevingsvergunning. De omwonenden maken zich ernstig zorgen en willen voorkomen dat een schietpartij zoals in een naastgelegen restaurant plaatsvond, nogmaals plaatsvindt. Zij willen de gemeente voor deze aanvragen waarschuwen en verzoeken een vast contactpersoon aan te stellen die het geheel kan overzien. De omwonenden hebben ernstig bezwaar tegen het feit dat het gaat om een nachtclub. De bedoeling is dat het pand door de week tot 1.00 uur openblijft en vrijdag, zaterdag en zondag tot 3.00 uur. De ondernemers zelf hebben een zeer discutabele reputatie. Bij vrijwel alle horecaondernemingen die zij elders hebben geopend, zijn geweldsdelicten gepleegd. De ondernemers zijn ook zelf bedreigd. Het gaat om een buurt waar veel gezinnen met jonge kinderen wonen. Een dergelijke buurt is niet geschikt voor een nachtclub. De burgemeester heeft eerder aangegeven dat horecagelegenheden niet in handen moeten vallen van malafide investeerders. Er zou een speciaal ondermijningsteam zijn opgericht en de Stichting Leefbaarheid Apollobuurt zou daar graag mee in contact komen.
Bovendien zou een Bibob-onderzoek moeten worden gestart naar deze ondernemers. De heer VON SCHULZ, Stichting Stadshout, zegt dat er raadsvragen zijn gesteld over de oprichting van de houtopslag. De beantwoording daarvan is onjuist. De Stichting zet zich al jaren in voor het duurzaam en circulair verwerken van hout. De Stichting draait op enkele vaste medewerkers en veel vrijwilligers en heeft een groot netwerk van onder andere houtbewerkers en kunstenaars. Stadshout biedt een ontwikkelplek voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en delen kennis over het ambacht. Stadshout vormt dus in feite de organisatie die de gemeente nu zelf wil gaan opzetten. Zonder subsidie heeft de Stichting veel hout voor de stad gered. Natuurlijk zijn er verbeteringen mogelijk, maar de heer Von Schulz vraagt waarom dat niet in gezamenlijkheid zou kunnen plaatsvinden. Stadshout is niet geconsulteerd met betrekking tot de plannen voor een houtbank en er is zelfs onjuiste informatie verspreid. De heer Von Schulz wil dit rechtzetten. Hout van gekapte bomen is niet bij één partij terechtgekomen, maar bij het hele netwerk. Stadshout heeft een toegevoegde waarde in de vorm van het geven van advies, het op maat zagen van het hout en het realiseren van producten. Juist bij een veiling bestaat het gevaar dat het hout bij slechts één partij, de hoogste bieder, terechtkomt.
Stadshout maakt een selectie van het meest hoogwaardige hout, omdat de partners niet het volledige volume aan hout kunnen verwerken. Als de gemeente dat zou willen, zouden daarvoor financiële middelen beschikbaar moeten worden gesteld. Het is de verantwoordelijkheid en keuze van het college om het hout, dat niet bij Stadshout terechtkomt, aan de aannemer te geven. De gemeente kan bepalen wat er met het hout moet gebeuren. Dat heeft niets te maken met het feit dat Stadshout een selectie maakt. Vanaf 1 september tot maart 2022 wordt er geen hout meer aan Stadshout geleverd en komt dat dus niet beschikbaar voor de partijen in het netwerk. De vraag is hoeveel partijen rondhout willen hebben. De meeste partijen vragen om gezaagd en gedroogd hout en hulp bij het realiseren van projecten. Uiteraard juicht Stadshout het toe dat de gemeente wil proberen ervoor te zorgen dat er meer hout binnen de stad blijft, maar begrijpt niet waarom het college denkt dat dit via een houtveiling moet gebeuren. Een veiling heeft een prijsopdrijvend effect en biedt geen garantie dat het hout als product binnen de stad blijft. De heer VAN DEN HEUVEL merkt op dat de heer Von Schulz aangeeft geen overleg met de gemeente te hebben gehad. Hij vraagt of er nooit overleg is geweest over het aflopen van de schenkingsakte en over welke mogelijkheden er wellicht nog zijn.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021 De heer VON SCHULZ zegt dat het enige contact hierover neerkwam op mededelingen. Er werd geen enkele mogelijkheid geboden om mee te denken over het proces. Mevrouw VAN PIJPEN heeft hier al eerder vragen over gesteld en heeft het onderwerp voor de volgende vergadering geagendeerd. Stadshout krijgt een deel van het hout, dat goed kan worden gebruikt. Zij vraagt of Stadshout het andere deel wel zou kunnen gebruiken als zij dat ook zou moeten afnemen. De heer VON SCHULZ zegt dat van het hout dat Stadshout de afgelopen tijd heeft gekregen, maar een klein gedeelte goed hout betreft. Ongeveer driekwart betreft incourant hout. Maar ook daarvoor heeft Stadshout tal van producten ontwikkeld. De Stichting is dus gewend om ook met minder goed hout toch mooie producten voor de stad te maken. Mevrouw TERWINDT zegt dat de Ondernemersvereniging Tuinen van West als gebiedsproducent fungeert. Dit betreft een proef van de gemeente, waarbij gemeentelijke taken aan deze vereniging zijn uitbesteed. Het betreft diverse beheeractiviteiten in de openbare ruimte. Het programma ‘Circulaire proeftuin’ is door de gemeente erkend als pilot. In de Tuinen van West zijn enkele beheerconferenties georganiseerd. Deze hebben geresulteerd in drie intentieverklaringen. Een daarvan gaat over duurzaam beheer en een andere over lokaal hout.
Deze Ondernemersvereniging heeft ervoor gepleit om het hout lokaal in het gebied te houden. Het gaat dan zowel om stammen als om houtsnippers. De Ondernemersvereniging maakt net als Stadshout bezwaar tegen het proces inzake het voorstel van de houtbank. Er is door de gemeente niet samengewerkt met de Tuinen van West, waar allerlei ideeën met betrekking tot de verwerking van hout worden uitgeprobeerd. Er is geen transparant en open proces geweest. Mevrouw Terwindt vraagt hoe deze werkwijze van één houtdepot en één houtzagerij zich verhoudt tot eerdere intentieverklaringen. Zij vraagt ook of het commercieel vermarkten van het hout past in de circulaire ambitie van de gemeente. Lokale houtzagerijen voor lokaal gebruik worden op deze manier gepasseerd. Zij vraagt waarom geen gebruik wordt gemaakt van bestaande voorzieningen en ervaringen van de betrokken partijen. Zij pleit ervoor dat de gemeente een stap terugzet, inzicht geeft in haar overwegingen en in overleg treedt met de bestaande deskundige partijen. De heer KITAIN zegt dat hij in december 2020 brieven van de gemeente ontving, waarin werd gesteld dat hij mensen, die in september via Airbnb een woning bij hem hadden geboekt, niet had gemeld. Hij heeft deze brieven opgevat als waarschuwing. Hij heeft zijn fout toegegeven en gevraagd of hij deze mocht herstellen.
De gemeente heeft echter direct een boete van zesduizend euro opgelegd. Door de opstelling van de gemeente is hij gedwongen om een advocaat in te schakelen en de zaak aan de rechter voor te leggen. Hij heeft bezwaar tegen de hoogte van de boete en het verloop van het proces. Tijdens hoorzittingen heeft hij alles uitgelegd, maar de gemeente is niet bereid tot coulance. De gemeente stelt dat er te veel toeristen in de stad zijn, terwijl er ondertussen hotels worden bijgebouwd. Hij meent dat vakantieverhuurders door de gemeente moeten worden beschouwd als partners, aangezien zij helpen met de spreiding van de toeristen over de stad. Hij hoopt dat de leden van de commissie wel naar hem als partner wil luisteren. De heer KLEIN HANEVELD spreekt in namens Amsterdam Gastvrij, een belangenvereniging van vakantieverhuurders en aanbieders van Bed and Breakfast. Deze verhuurders lopen het risico om bij een vergissing torenhoge boetes opgelegd te krijgen. Amsterdam Gastvrij pleit al jaren voor een milder boetebeleid. De Raad
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021 van State vindt ook dat boetes gedifferentieerd en gematigd moeten worden. Het voorstel dat nu op tafel ligt, is vooral een symbolische aanpassing. De boetes zijn nog steeds buitenproportioneel hoog en passen mogelijk alleen bij het beboeten van illegale hotels. De huidige boetes gelden echter ook voor mensen die incidenteel een woning verhuren. De regels veranderen zeer regelmatig en niet alle verhuurders zijn hier voortdurend van op de hoogte. Iemand die zijn woning zelfs maar een dag wil verhuren, moet een vergunning aanvragen en aan alle voorwaarden die daaraan zijn verbonden voldoen. Daarnaast moet een registratienummer worden aangevraagd. Ten slotte moet de bezoeker vooraf bij de gemeente worden gemeld. Als een particuliere verhuurder een stap vergeet, wordt direct de maximale boete opgelegd. Amsterdam Gastvrij pleit ervoor het beleid van de gemeente Utrecht te volgen. Het gaat daar om veel mildere boetes bij de eerste overtreding. Dat werkt als een waarschuwingssysteem. Hiermee wordt voldaan aan de uitspraak van de Raad van State. De heer HAVELAAR vraagt of er afgezien van Utrecht nog andere gemeenten zijn die boetes uitdelen en hoe zich dat verhoudt tot het beleid van Amsterdam. De heer KLEIN HANEVELD zegt dat in vergelijking met andere gemeenten de boetes in Amsterdam veel hoger zijn.
De problematiek is natuurlijk niet in alle gemeenten even actueel als in Amsterdam. Het beleid in Utrecht is heel goed doordacht, waarbij bij een eerste overtreding een waarschuwende boete wordt opgelegd van 150 tot 200 euro. Bij een tweede overtreding worden pas boetes opgelegd, zoals nu in Amsterdam direct worden opgelegd. De heer HAVELAAR vraagt of er belemmeringen zijn waardoor het systeem van Utrecht niet zou kunnen worden overgenomen. De heer KLEIN HANEVELD ziet geen enkele belemmering. Een dergelijk stelsel past ook veel beter bij de uitspraak van de Raad van State. Mevrouw ROODERKERK zegt dat het hierbij ook gaat om informatie en communicatie. Zij vraagt op welke manier de verhuurders op de hoogte zijn gesteld van de veranderende regels en de registratieplicht. De heer KLEIN HANEVELD zegt dat de verhuurders hierover niet goed zijn geïnformeerd. Er is bijvoorbeeld geen één-op-één communicatie met deze mensen geweest, terwijl de meeste van hen bij de gemeente bekend zijn. Amsterdam Gastvrij probeert hier wel een rol in te spelen door de achterban zo goed mogelijk op de hoogte te stellen. Het is heel belangrijk dat de gemeente zelf met deze verhuurders spreekt. Mevrouw ROODERKERK zegt dat het belangrijk is dat woonfraude wordt aangepakt en daar is stevig beleid op ontwikkeld.
Het is dan natuurlijk wel belangrijk dat bewoners hiervan op de hoogte zijn, zodat zij zich aan de regels kunnen houden. Zij vraagt hoe het contact met de gemeente verloopt, nadat een boete is opgelegd. Zij vraagt of het dan duidelijk is wat de overtreding is en of er iemand is waar mensen terecht kunnen met vragen. De heer KLEIN HANEVELD zegt dat zijn ervaring is dat de opstelling van de gemeente heel formeel en koud is. Wat de overtreding inhoudt, is meestal wel duidelijk. De boetes voor relatief kleine vertredingen zijn dermate hoog, duizenden euro’s, dat mensen hier erg van schrikken. De gemeente wijst vervolgens slechts op de procedure en de mogelijkheden om tegen het besluit in bezwaar en beroep te gaan.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021 Mevrouw VAN SOEST vraagt of het een oplossing zou zijn als de gemeente bij elke verandering van de regelgeving alle vergunninghouders een brief stuurt met alle informatie waar zij zich aan moeten houden en aangeeft waartoe een overtreding kan leiden. De heer KLEIN HANEVELD vindt dat een uitstekende suggestie. Mevrouw VAN SOEST zal dit idee inbrengen. De heer BRINKMAN heeft zelf een keer niet voldaan aan de meldplicht en kreeg direct een boete van zesduizend euro opgelegd. Hij geeft toe dat hij zelf een fout heeft gemaakt en dat hij daarvoor een boete moet krijgen, maar wel een die in verhouding staat tot de overtreding. Hij verhuurt zijn huis nu al enkele jaren via Airbnb. Hij wil daarbij aan alle regels voldoen en heeft zijn huis dus ook nooit voor meer dan 30 dagen per jaar verhuurd. Hij heeft nu één keer een administratieve fout gemaakt en heeft direct de maximale boete opgelegd gekregen die overeenkomt met het twee jaar verhuren van zijn woning. Hij vindt dat dit niet in verhouding staat. Hij vraagt waarom er niet eerst een waarschuwing wordt gegeven met een lage boete. Hij vraagt de leden van de commissie na te denken of dit beleid wel rechtvaardig is. Mevrouw VAN SOEST zegt dat veel mensen die hetzelfde hebben meegemaakt, zeggen dat er ook huiszoeking plaatsvindt. Zij vraagt of dat in zijn geval ook is gebeurd.
De heer BRINKMAN zegt dat hij die ervaring niet heeft. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. d. Rondvraag Mevrouw VAN SOEST verzoekt voor de volgende vergadering om een voortgangsrapportage over de laatste stand van zaken met betrekking tot het woonwagenbeleid. Wethouder GROOT WASSINK zegt dit toe. De heer VAN DEN HEUVEL wilde eigenlijk een vraag stellen over het stel Cor en Riet in Osdorp dat door de verhuurder wordt belaagd. Hij zag echter dat de heer Mbarki hier actief mee bezig is en hij wil hem de kans geven hierover een vraag te stellen. De heer MBARKI was gisteren bij dit stel op bezoek. Er worden de laatste tijd door beleggers veel woningen opgekocht, waardoor starters er niet tussen kunnen komen. Nu blijkt dat ze niet alleen woningen opkopen, maar vervolgens ook huurrechten niet respecteren. Het betreffende stel woont al 57 jaar in dezelfde woning, maar wordt nu door de verhuurder weggepest. Hij wil graag weten of het college van deze specifieke zaak op de hoogte is en zo ja, hoe de wethouder dit beoordeelt. Ook wil hij weten hoeveel contact hierover is geweest. Het is niet alleen dat de verhuurder zich niet aan de regels houdt, maar er is ronduit sprake van treiteren. Er is inmiddels brandschade ontstaan, maar de verhuurder doet hier niets aan, maar heeft wel de sloten vervangen. Hierdoor kunnen de huurders hun eigen woning niet meer in.
Hij vraagt wat de gemeente kan doen om ervoor te zorgen dat
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021 dit stel zo snel mogelijk weer in hun huis terecht kan, zoals de rechter heeft opgedragen. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat als klopt wat hierover in de media is verschenen, het gaat om een bizarre situatie. Hij heeft vaker verhalen gehoord van pogingen om huurders uit hun huizen te krijgen. Het betreft in dit geval een zaak waar de rechter zich over heeft uitgesproken. Het betreft een privaatrechtelijk conflict. Het is daarom geen zaak waar de gemeente nu als eerste een rol in moet spelen. Hij is uiteraard bereid om na te gaan of alle informatie klopt en of de gemeente hier iets kan betekenen. De zaak staat helaas symbool voor een grotere ontwikkeling in de stad en dat is zeer zorgwekkend. De heer MBARKI erkent dat het gaat om een specifieke casus, maar dat het symbool staat voor een groter probleem. Hij vindt dat de wethouder zich hierover duidelijk zou moeten uitspreken richting beleggers die dit soort gedrag vertonen. Wethouder GROOT WASSINK merkt op dat hij zich zojuist is vrij stevige termen heeft uitgelaten. Hij wil nog wel eerst contact opnemen met !WOON om te zien welke vervolgstappen kunnen worden genomen. Het is hem duidelijk dat dit een groot probleem is. Mevrouw VAN SOEST zegt dat er plannen zijn voor woningen bij een chemische fabriek in Amsterdam Noord. De afstand tot de fabriek zou maar 150 meter zijn.
Zij vraagt of de wethouder hier iets over kan zeggen of dat dit moet worden geagendeerd. Wethouder GROOT WASSINK verwijst haar hiervoor naar de commissie RO. BESPREEKPUNTEN Openbare Ruimte 3. Vaststellen van het kader Hondenlosloopgebieden (ZD2021-010331) Mevrouw BAKKER vindt het een prima beleidskader. De uitgangspunten zijn helder. Het is ook duidelijk wat de overwegingen zijn om eventueel een nieuw losloopgebied in te stellen. Het oordeel van een ecoloog wordt hierin meegenomen. Zij vindt dat heel belangrijk, aangezien er spanning kan zijn tussen loslopende honden en aanwezig wilde dieren. De fractie heeft nog wel zorgen over grasaren in de losloopgebieden. Deze kunnen in de huid en de vacht van een hond kruipen. Meldpunt 144 heeft hier deze zomer aandacht voor gevraagd. Er zijn ook klachten over binnengekomen inzake het Westerpark. In dit beleidskader staat dat het gras kort gehouden moet worden en dat is prima. Mevrouw Bakker dringt erop aan dat deze losloopgebieden hier goed op worden gecontroleerd en dat het in de onderhoudsbestekken goed wordt geregeld. Half juli heeft het stadsdeel West een deel van de Strekdam Houthaven als losloopgebied aangewezen. Er zijn echter zorgen over de aanwezige vogels en het feit dat hun nesten mogelijk worden verstoord. Daarnaast wordt gewezen of het risico voor de veiligheid van recreanten en vervuiling door hondenpoep.
Het besluit zal na zes tot acht maanden worden geëvalueerd. Omdat dit beleidskader daarna volgt, vraagt mevrouw Bakker of deze evaluatie plaatsvindt binnen dit beleidskader en dus met een beslissend oordeel van de stadsecoloog. Zij vraagt of dit op de termijnagenda kan worden geplaatst.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021 De heer HAVELAAR zegt dat ook de CDA-fractie heel positief is over het beleidskader. Hij vraagt of de wethouder iets meer kan zeggen over maatwerk bij bestaande gebieden. In het document staat dat losloopgebieden bij voorkeur permanent zullen worden gebruikt. Bij uitzondering zijn er restricties mogelijk, bijvoorbeeld over de tijden op de dag of voor bepaalde periodes in het jaar. De heer Havelaar roept het college op om meer gebruik te maken van restrictiegebieden. Mevrouw VAN PIJPEN zegt dat ook GroenLinks blij is met het beleidskader en met de helderheid ervan. Er is aandacht voor het natuurlijk gedrag van honden en er wordt een afweging gemaakt tussen de belangen van de mens en andere dieren. Er wordt bij voorkeur ingezet op permanent gebruik. Dat is logisch, maar dat zal niet overal haalbaar zijn. Mevrouw Van Pijpen vraagt om hier meer duidelijkheid in te scheppen en meer mogelijkheid te geven voor restricties met betrekking tot tijden of seizoenen. Met betrekking tot honden is bekend dat niet alle hondenbezitters weten hoe zij een hond moeten opvoeden. Het fenomeen ‘coronahond’ is iedereen bekend. De gemeente kan hierbij wellicht een rol spelen met betrekking tot informatievoorziening. Zij vraagt of dat in dit kader kan worden meegenomen. Zij vraagt een reactie van de wethouder.
Zij vraagt wanneer het implementatieplan komt en of dat nog in deze commissie wordt besproken. De heer MANGAL ziet dit plan niet apart van de opruimplicht. Zij ziet vaak dat op speelplaatsen van kinderen en plaatsen waar mensen recreëren, de opruimplicht niet wordt nageleefd. Elk grasveld is verworden tot hondenuitlaatplaats. Hij beaamt dat honden genoeg ruimte moeten hebben om te kunnen rennen en spelen. Misschien is de stad wel niet zo geschikt voor het houden van een hond. Zolang de handhaving met betrekking tot hondenpoep onvoldoende is en hondenbezitters hun dieren hun gang laten gaan, is dit plan eigenlijk overbodig. Het blijkt dat hondenbezitters of niet weten wat een hondenuitlaatplaats is of de begrenzing daarvan niet erkennen. Zolang de handhaving niet integraal wordt opgenomen in dit plan, heeft hij bedenkingen over dit kader. Hij vraagt hoeveel boetes er zijn uitgeschreven voor het overtreden van de opruimplicht. De heer WIJNANTS vraagt of de heer Mangal gewoon tegen dit beleidskader is. De heer MANGAL vindt dat honden veel moeten kunnen spelen. Hij spreekt dus vooral de hondenbezitters erop aan dat zij de verantwoordelijkheid hebben om goed voor de hond te zorgen. Zij moeten ervoor zorgen dat anderen die gebruik maken van het groen, geen last van de honden hebben.
Hij ziet regelmatig dat de eigenaren hun honden hun behoefte laten doen bij speeltoestellen van kinderen en dat vervolgens niet opruimen. Hij vindt dat hij hondenbezitters daarop kan aanspreken. De heer HAVELAAR vraagt wat de heer Mangal dan wel wil. De heer Havelaar vraagt of de heer Mangal vindt dat honden altijd aangelijnd moeten zijn en nergens los mogen lopen. Iedereen vindt dat hondenpoep moet worden opgeruimd. Hij vraagt naar het voorstel van de heer Mangal. De heer MANGAL wil graag dat honden los kunnen lopen, maar dit moet wel worden begrensd. Een bosschage als begrenzing is onvoldoende. De hondenbezitters moeten weten dat hun hond niet overal kan loslopen. Hij is dan ook groot voorstander van hondenlosloopgebieden, maar deze moeten dan wel zijn afgeschermd van kleine kinderen. De heer HAVELAAR zegt dat in het voorstel al staat dat in een kinderspeeltuin geen honden mogen loslopen. Hij denkt dat het voorstel op een
10
WB
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
Raadscommissieverslag 08-09-2021 ruime meerderheid kan rekenen. Hij vraagt welke motie hij van de heer Mangal tegemoet kan zien. De heer MANGAL is het ermee eens dat bij kinderspeelplaatsen honden niet los mogen lopen en ook zeker hun behoefte niet mogen doen. Als ze dat wel doen, moet de eigenaar dat opruimen. Hij constateert dat dat niet gebeurt. Hij pleit ervoor dat de handhaving van de opruimplicht expliciet in dit beleidskader wordt meegenomen. De heer HAVELAAR merkt op dat de heer Mangal het dus wel eens is met het stuk, maar dat hij vindt dat handhaving daaraan moet worden toegevoegd. De heer MANGAL zegt dat in het stuk staat dat handhaving in een ander rapport terugkomt. Hij wil graag dat het in dit stuk wordt opgenomen. De heer WIJNANTS vindt het een heel goed stuk. Hij is getuige geweest van een aanrijding met een hond met dodelijke afloop. Hij mist in het stuk aandacht voor de veiligheid van de honden zelf in de losloopgebieden. Er staat dat er voor een fysieke afscheiding wordt gezorgd bij een afstand tot de rijbaan van 25 meter. Een hond kan deze afstand echter heel makkelijk overbruggen. Zeker als honden schrikken, zoals in de vuurwerkperiode, zullen de gebieden mogelijk beter moeten worden afgescheiden. Hij vraagt de wethouder of er voldoende aandacht is voor de fysieke afscheiding van de toekomstige losloopgebieden.
Hij overweegt om op dit punt een motie in te dienen. Wethouder DE VRIES is blij met de vele positieve reacties op het stuk. Het betreft een kader. Er wordt nog gewerkt aan een implementatieplan. Daarbij worden de diverse gebieden geïnventariseerd. Dit plan wordt in het najaar afgerond, zodat begin volgend jaar het implementatieplan kan worden gepresenteerd. Mevrouw Bakker vroeg aandacht voor grasaren. Dat betreft een dilemma, aangezien het in ecologische gebieden ook belangrijk is dat gras kan bloeien. Er zijn grasvelden die geen deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur die regelmatig worden gemaaid. De andere gebieden worden bij voorkeur niet regelmatig gemaaid, maar die gebieden wil de gemeente ook niet allemaal uitsluiten als losloopgebied. Hondenbezitters zullen zelf ook moeten opletten waar hun hond loopt. Mevrouw Bakker wees op een recente locatie in West. Dit gebied zal worden geëvalueerd, waarbij naar alle aspecten die zij heeft genoemd, zal worden gekeken. Er is daarbij overigens geen sprake van een beslissende stem van de stadsecoloog. Het bestuur zal besluiten op basis van alle adviezen. De inbreng van de stadsecoloog zal uiteraard in de afweging worden meegenomen. Mevrouw BAKKER merkt op dat in het stuk staat dat het advies van de stadsecoloog leidend is. Wethouder DE VRIES zegt dat er sprake is van een nuanceverschil.
Het oordeel van de stadsecoloog is een advies, waarna een bestuurlijke afweging volgt. De inbreng van de stadsecoloog is bij de afweging natuurlijk wel heel belangrijk. Het college wil echter niet aan een afdeling een vetorecht geven. Mevrouw BAKKER vindt dat wel heel jammer. In het stuk is de opmerking over het advies van de stadsecoloog helder. Als het niet de bedoeling is dat zijn advies leidend is, moet dat worden aangepast. Dat zou zij dan overigens wel betreuren, aangezien ze dit juist een heel goede passage vindt. Wethouder DE VRIES onderstreept het belang van het advies van de stadsecoloog. In het algemeen is het natuurlijk altijd het bestuur dat een besluit
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021 neemt en niet een ambtelijke afdeling. Op die manier moet deze passage worden gelezen. Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat het op zich logisch is dat het bestuur besluit. Zij vindt het echter wel belangrijk dat dezelfde woorden worden gebruikt die in het kader staan en ook door de wethouder worden genoemd. Ook voor GroenLinks is het belangrijk dat het advies van de stadsecoloog leidend is en dat op basis daarvan het besluit wordt genomen. Zij vraagt of de wethouder dit kan bevestigen. Wethouder DE VRIES doet niets aan de tekst van het kader af. Het verschil met de opmerking van mevrouw Bakker is dat het advies van de stadsecoloog niet ‘beslissend’ is. Het gaat om een nuanceverschil. Enkele leden vroegen of er een tussenmogelijkheid is, waarbij een losloopgebied bijvoorbeeld alleen gedurende bepaalde tijden of seizoenen wordt aangewezen. Hier staat het college voor open en dit wordt op sommige plaatsen al toegepast. Het Museumplein is daarvan een goed voorbeeld. De heer HAVELAAR is daar blij mee. De tekst in het kader is echter anders. Daarin wordt de suggestie gewekt dat een losloopgebied in principe permanent is. Hij vraagt de wethouder om bij de uitwerking van het beleid de positieve houding ten aanzien van differentiatie vast te houden.
Wethouder DE VRIES zegt dat in het kader staat dat het de bedoeling is dat in de huidige permanente losloopgebieden of de gebieden die geschikt zijn als permanent losloopgebied, slechts bij uitzondering restricties worden toegestaan. Het gaat nu over andere gebieden die nooit in aanmerking komen als permanent losloopgebied, maar die misschien wel tijdelijk, bijvoorbeeld in een bepaald seizoen, als losloopgebied kunnen worden aangewezen. Dit is als additioneel bedoeld. De heer Mangal wil dat de handhaving in het kader wordt toegevoegd. Hij vraagt of het dan gaat om de handhaving van de aanlijnplicht. Dat zou in het verlengde van dit stuk liggen en daarover zou nog wel iets kunnen worden opgenomen. De handhaving van de opruimplicht is een heel ander punt, dat niet in dit kader thuishoort. Er is een vraag gesteld over het aantal boetes dat is uitgeschreven in het kader van de opruimplicht. In 2021 zijn tot nu toe dertien boetes uitgedeeld en zeven waarschuwingen. In 2020 ging het om zestien boetes en zeven waarschuwingen. Hij wijst erop dat het niet als bestuurlijke prioriteit in de handhaving is opgenomen. Dat betekent dat er geen actie op wordt ondernomen, tenzij een handhaver het direct constateert. Als de raad hier wel een prioriteit van wil maken, moet dat worden meegenomen bij de bespreking van het handhavingsplan. Er is een vraag gesteld over de veiligheid van de honden.
Het is soms mogelijk om een fysieke afscheiding te maken, maar niet altijd. Het college wil niet het aantal losloopgebieden beperken, omdat een dergelijk afscheiding niet mogelijk is. De eigenaar van de hond zal zelf ook goed moeten blijven opletten en zal mogelijk zijn hond moeten aanlijnen als hij weet dat zich risicovolle situaties kunnen voordoen vanwege het gedrag van de hond. Hij is overigens in zijn andere portefeuille bezig om het verkeer veiliger te maken om de kans op ongelukken te beperken. Mevrouw VAN PIJPEN heeft een vraag gesteld naar aanleiding van het fenomeen ‘coronahond’. Zij verzoekt de wethouder daar alsnog op in te gaan. Wethouder DE VRIES zegt dat mevrouw Van Pijpen heeft aangegeven dat de gemeente een informatierol zou moeten spelen. Hij vraagt haar wat zij dan precies van de gemeente verwacht.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021 Mevrouw VAN PIJPEN zegt dat er nu beleid wordt vastgesteld. Voor mensen die voor het eerst een hond bezitten, is het belangrijk dat de informatie over de regels met betrekking tot honden bij hen terechtkomt. Zij vraagt of bij het college de indruk bestaat dat het totaal aantal honden in de stad sterk is toegenomen, waardoor daar wellicht extra beleid op nodig is. Wethouder DE VRIES zegt dat de indruk bestaat dat er meer honden zijn. Wat met deze notitie wordt geprobeerd, is al om zo veel mogelijk gebieden als losloopgebied aan te wijzen. Het aantal gebieden kan niet zomaar extra worden uitgebreid. Hij is er voorstander van dat deze regels met betrekking tot losloopgebieden en opruimplicht goed worden gecommuniceerd en dat wordt geprobeerd alle hondenbezitters te bereiken. Mevrouw BAKKER zegt dat er dus kennelijk een uitzondering wordt gemaakt op het kort maaien vanwege ecologisch beheer van bloemrijke graslanden. Zij ziet in de bijlage met de bebording niet hoe recreanten dan worden geïnformeerd over het risico op grasaren. Zij vraagt of de wethouder bedoelt dat het gaat om de eigen verantwoordelijkheid van iedereen. Wethouder DE VRIES zegt dat het laatste sowieso het geval is. Hij wil daarnaast wel onderzoeken op welke manier mensen hierover actiever zouden kunnen worden geïnformeerd.
De VOORZITTER merkt op dat dit onderwerp nu gereed is voor behandeling in de raad. Zij vraagt of dit onderwerp in de raad kan worden gehamerd en constateert dat de leden vragen om een korte behandeling. 4. Kennisnemen van een voortgangsbrief inzake openbare toiletten in Amsterdam (ZD2021-007362) Mevrouw ROODERKERK blijft zich inzetten voor meer toiletten voor vrouwen en mensen met een beperking. Zij heeft twee vragen over de voorliggende brief. Er zijn op dit moment tientallen toiletten in de parken aanwezig, maar deze zijn buiten de zomer gesloten om te besparen op de schoonmaakkosten. Zij vraagt of het mogelijk is om nader te onderzoeken of voor deze toiletten de Werkbrigade, of een andere partij zoals JCDecaux, in te zetten om ze ook buiten de zomerperiode open te kunnen houden. Er blijkt een partij te zijn toiletten in de binnenstad kosteloos wil exploiteren. De wethouder geeft aan dat dit niet mogelijk is vanwege het ontbreken van geschikte locaties. Mevrouw Rooderkerk wijst op de vele leegstaande winkelpanden. Zij verzoekt de wethouder om daar samen met het stadsdeel nader onderzoek naar te doen. Zij vraagt tevens te onderzoeken of er meer aanbieders zijn op dit gebied. De heer WIJNANTS merkt op dat er op basis van de brief maar één conclusie mogelijk is en dat is dat er zowel bij private partijen als bij de gemeente geen geld beschikbaar is.
Hij vraagt mevrouw Rooderkerk of haar partij bereid is om met voorstellen te komen om hiervoor geld vrij te maken. Zodra er gemeentelijk budget beschikbaar is, zijn er wel mogelijkheden voor extra toiletten. Dat zal meer opleveren dan lobbyen bij private partijen en kijken naar lege winkelpanden. Mevrouw ROODERKERK zegt dat het evident is dat er geld nodig is. Het probleem is dat er sprake is van een groot tekort op de begroting. Zij wil best nadenken over moties voor de begroting, maar de vraag is natuurlijk wel waar het geld vandaan moet komen. Als de VVD daar een goed voorstel voor heeft, zal zij dat steunen. Op dit moment spelen echter nog tal van andere problemen, bijvoorbeeld op het gebied van de jeugdzorg en het onderwijs, waar ook geld voor
13
WB
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
Raadscommissieverslag 08-09-2021 nodig is. Zij vraagt daarom naar creatieve en innovatieve oplossingen in samenwerking met de markt. Mevrouw VAN SOEST merkt dat mevrouw Rooderkerk dit onderwerp wel heeft geagendeerd, maar dat zij er geen geld voor wil vrijmaken in de begroting. Zij vraagt zich af wat het dan voor nut heeft om dit onderwerp te bespreken. Mevrouw ROODERKERK is blij met de steun die zij van de andere partijen krijgt, vanwege het belang van dit onderwerp. Zij is niet de enige die een motie kan indienen om hier geld voor vrij te maken. Zij denkt echter dat het ook mogelijk is om hier met marktpartijen over na te denken. Zij vindt het belangrijk om dat eerst te onderzoeken. Mevrouw VAN SOEST zegt dat de Partij van de Ouderen voorstellen heeft gedaan om in overleg te gaan met de horeca om een kleine vergoeding te leveren als zij mensen gebruik laten maken van hun toilet zonder dat zij daar een consumptie hoeven te bestellen. Zij vraagt mevrouw Rooderkerk of zij dit idee samen met haar verder wil uitwerken en op de agenda wil plaatsen. Mevrouw ROODERKERK zegt dat de wethouder voor de zomer heeft toegezegd dit met de horeca te gaan bespreken. Zij is heel blij dat dit idee dus al wordt opgepakt. Zij is ook blij dat de toiletten in de stadsloketten zijn opengegaan.
Er zijn dus wel vorderingen gemaakt, maar het is belangrijk om dit nog verder op te pakken en zij gaat het gesprek hierover graag met mevrouw Van Soest aan. Mevrouw VAN PIJPEN dankt mevrouw Rooderkerk voor haar inzet voor dit onderwerp en spreekt haar steun hiervoor uit. Zij is heel blij met de tijdelijke toiletvoorzieningen die in een aantal parken zijn gerealiseerd de afgelopen zomer. Zij vraagt de wethouder of er mogelijkheden zijn om deze tijdelijke toiletten, binnen de huidige financiering, wat meer permanent te maken. De heer Wijnants vroeg zich af of de gemeente dit niet gewoon zelf moet gaan doen in plaats van de oproep bij de private sector neer te leggen. Mevrouw Van Pijpen vindt deze oproep nogal bijzonder voor de VVD. Kennelijk meent de heer Wijnants dat het toch meer een publieke taak is dan dat dit bij het bedrijfsleven moet worden neergelegd. Zij wil dit idee ook ondersteunen. De heer WIJNANTS merkt op dat zijn oproep niet was om dit als gemeente te gaan doen, maar hij verzocht D66 om hier dan ook geld voor vrij te maken. Hij wil natuurlijk graag meedenken over mogelijkheden voor de uitbreiding van het aantal openbare toiletten. Het zou geweldig zijn als de gemeente dit zelf kan realiseren. Als het samen met het bedrijfsleven kan worden geregeld, is dat natuurlijk ook prima. Hij stelt vast dat hij het op dit punt geheel eens is met mevrouw Van Pijpen.
Mevrouw VAN PIJPEN zegt dat de wijze waarop het bedrijfsleven hierin mee zou moeten werken en welke rol het bedrijfsleven zou moeten spelen bij het exploiteren en financieren van publieke toiletten een punt is waar GroenLinks kritisch op zal zijn. Mevrouw BAKKER zegt dat ook de Partij voor de Dieren bereid is om mee te denken om hier structureel geld voor vrij te maken. De partij vindt het echter prima om in de tussentijd een opdracht uit te zetten bij maatschappelijke organisaties of kleine marktpartijen. De partij steunt de oproep van mevrouw Rooderkerk dan ook van harte. Wethouder DE VRIES merkt op dat de commissieleden beter in het onderwerp zitten dan hij zelf. Hij zegt dat de vraag die werd gesteld door D66 en de
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021 Partij voor de Dieren al voor een belangrijk deel in de brief is beantwoord. Daarin wordt aangegeven dat er al inventarisaties zijn gedaan bij partijen in de markt en daaruit blijkt dat er nog geen goed alternatief beschikbaar is. Hij is bereid om na te gaan of deze inventarisatie nogmaals zou moeten plaatsvinden, maar de vraag is of dat meer zal opleveren. Hij wijst erop dat de Werkbrigade alleen tijdens kantooruren werkt, terwijl de toiletten het meest na kantooruren en in de weekenden worden gebruikt. JCDecaux werd ook genoemd. Dit bedrijf is bereid om toiletunits te plaatsen, maar daarvoor geldt dat in ruil daarvoor vele reclamezuilen moeten worden geplaatst om de kosten te dekken. Deze raad heeft bepaald dat er juist minder reclame in de openbare ruimte zou moeten komen. Het beleid zal dus moeten worden veranderd om dit mogelijk te maken. Het gebruik van lege winkelpanden werd genoemd. Deze panden zijn leeg, omdat de winkeliers de huur niet meer konden opbrengen. Als de gemeente deze panden zou willen gebruiken, zal dezelfde huur moeten worden betaald. Dit is een duurdere oplossing dan plaatsing in de openbare ruimte. Het afgelopen jaar is een half miljoen euro ingezet aan exploitatielasten voor de openbare toiletten. Dit bedrag was beschikbaar, omdat er sprake was van minder beheerkosten voor evenementen vanwege de coronaregels.
Dit bedrag zal in de toekomst niet meer beschikbaar zijn. Er moet worden gezocht naar een permanente oplossing en dat zal in de begroting moeten worden geregeld. Hij is met zijn collega’s bezig om enkele voorstellen uit te werken. Zelfreinigende toiletten zijn in aanschaf duurder dan andere opties, maar in exploitatie zijn ze vele malen goedkoper. Het beheer van de gangbare toiletten is uiteindelijk veel duurder dan de aanschaf van duurdere toiletten. Structurele middelen in de begroting zijn moeilijker te vinden dan incidentele middelen. Het college kijkt daarom nu vooral naar zelfreinigende toiletten. Mevrouw BAKKER merkt op dat het nadeel van zelfreinigende toiletten is dat er niemand aanwezig is om voor de sociale controle te zorgen. Bovendien dragen ze niet bij aan de werkgelegenheid. Zij zou het daarom jammer vinden als daarvoor zou worden gekozen. De meerwaarde van gangbare openbare toiletten is juist de aanwezigheid van iemand die toezicht kan houden. Wethouder DE VRIES begrijpt de punten van mevrouw Bakker wel. De vraag is in hoeverre er noodzaak is om op deze manier werkgelegenheid te creëren. Bovendien betekent de aanwezigheid van mensen ook extra kosten. Het gaat daarbij om structurele kosten. Mevrouw BAKKER zegt dat deze kosten dan wel een meerwaarde opleveren in de vorm van werkgelegenheid.
Zij wijst op het risico van misbruik bij toiletten waar geen toezicht op is, zoals drugsgebruik, Zij wijst tevens op het risico van schade. Ook dat levert kosten op. Wethouder DE VRIES zegt dat er over de risico’s van schade en drugsgebruik is nagedacht door leveranciers van zelfreinigende toiletten. Er moet in ieder geval voor worden gezorgd dat dit soort toiletten enigszins in het zicht worden geplaatst. Daardoor zal er door de omgeving automatisch enige controle zijn op het gebouwtje. Zodra iemand er langer dan 10 minuten zit, begint het toilet zichzelf te reinigen waardoor drugsgebruik wordt belemmerd. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt voldoende is behandeld. Bouwen en Wonen 5. Nieuwe standaard achtervangovereenkomst WSW (ZD2021-007875) Dit agendapunt wordt gehamerd.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021
6. Wijzigingsverordening Huisvestingsverordening nieuwe woonruimteverdeling en differentiatie boetebedragen toeristische verhuur (ZD2021004824) De heer WIJNANTS vindt dat wanneer mensen de regels overtreden, zij daarvan de consequenties moeten ondervinden. In dit geval is de vraag wel gerechtvaardigd in hoeverre de boetebedragen rekening houden met mensen die niet uit kwade wil handelen, maar omdat voor hen de regels niet geheel duidelijk waren. De Raad van State heeft de gemeente opgedragen een proportioneel boetebeleid te ontwikkelen. Daarbij zou kunnen worden gekeken naar andere steden zoals Utrecht en Den Haag waar mensen eerst een waarschuwing krijgen. Uit de juridische toetsing blijkt niet waarom de genoemde bedragen nu wel als proportioneel kunnen worden beschouwd en waarom zij wel tegemoetkomen aan de kritiek van de Raad van State. Hij vraagt of de wethouder kan aangeven hoe de kritiek is verwerkt in de nieuwe boetebedragen die nu voorliggen. Hij vraagt ook naar zijn oordeel over het beleid van Utrecht, waarbij iemand bij een eerste overtreding een waarschuwing krijgt. De heer HAVELAAR zegt dat volgens het college leefbaarheidsovertredingen ernstiger zijn dan administratieve overtredingen. Daar is hij het op zich wel mee eens. Er is eerder een lang debat gevoerd over het gebrek aan urgentie om de leefbaarheid te handhaven.
Dan moet daar in dit geval ook iets mee gebeuren. Amsterdam Gastvrij stelt terecht vragen bij de bewaartermijn van foto’s die tijdens huisbezoeken worden gemaakt. Af en toe gaan handhavers woningen binnen om de brandveiligheid te controleren. Hij vraagt of de wethouder iets kan zeggen over de lengte van de bewaartermijn van dit soort gegevens. De gemeente heeft de laatste tijd de regels regelmatig gewijzigd en hij is het eens met het verzoek van diverse betrokkenen om registratie- en vergunninghouders hierover schriftelijk te informeren. Alleen op die manier is zeker dat ze op de hoogte zijn van de regels. Hij vroeg de inspreker of er belemmeringen zijn om het model van Utrecht in Amsterdam in te voeren en deze gaf aan dat die er niet zijn. Het lijkt het CDA een goed idee om dit model over te nemen. De burgers die getroffen worden, krijgen nu wel heel erg hoge boetes opgelegd. In Utrecht wordt bij een eerste overtreding een boete van 150 euro opgelegd. Die zou wat de heer Havelaar betreft overigens wel wat hoger mogen zijn. Hij vraagt een reactie van de wethouder op het Utrechtse model. In het stuk wordt aangegeven dat verlaging van de boetes geen financiële gevolgen zal hebben voor de toekomst, omdat de taakstelling gehandhaafd blijft. Hij vraagt wat de taakstelling is. In het stuk staat dat de gemeente boetes kan matigen als de financiële draagkracht laag is.
Daarbij is relevant of iemand een woning bezit of niet. Hij vraagt of het de bedoeling van het college is dat als een boete wordt opgelegd en de persoon in kwestie is in het bezit van een woning, dat deze woning dan in de uiterste consequentie zou moeten worden verkocht om de boete de betalen. De heer Havelaar vindt het goed dat er een mogelijkheid is voor een betalingsregeling. Hij vindt een betalingsregeling van twee jaar voor een boete van 20.000 euro wel aan de krappe kant. Hij verzoekt de wethouder om een toezegging dat er gebruik zal worden gemaakt van de mogelijkheid om deze periode op te rekken. De heer VAN DEN HEUVEL merkt op dat de boetes in dit geval 30 keer hoger kunnen uitvallen dan de boetes voor forse snelheidsovertredingen, terwijl het er in dit geval soms alleen om gaat dat men is vergeten om iets te melden. Dat lijkt hem niet erg proportioneel. Hij sluit zich aan bij de vragen van de heren Wijnants en Havelaar. Hij weet dat de raad in het verleden regelmatig heeft gevraagd om een lik-op-stuk beleid. Daar staat hij ook achter. Hij staat ook achter de hoge bedragen
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021 als er sprake is van een tweede overtreding. Hij vindt een dergelijk bedrag voor een eerste overtreding echter niet proportioneel. Hij sluit zich aan bij de vraag of het mogelijk is dat er een soort waarschuwingsronde wordt ingevoegd met een boetebedrag van op zijn hoogst enkele honderden euro’s. Hij sluit zich ook aan bij de vraag naar de bewaartermijn van gegevens. Hij stelt voor om de Autoriteit Persoonsgegevens daar een keer naar te laten kijken. Het kan zijn dat iemand een keer vergeet om een verhuur te melden. Hij vraagt wat een redelijke termijn is om de verhuur achteraf te melden. Mevrouw VAN PIJPEN vraagt of de heer Van Den Heuvel niet van mening is dat ondernemers, vakantieverhuur is een vorm van ondernemen, de regels moeten kennen en deze dus gewoon moeten naleven. De heer VAN DEN HEUVEL is het op dat punt eens met GroenLinks. Aan de andere kant weet GroenLinks ook dat het bestuur in Amsterdam nogal eens de neiging heeft om binnen een jaar andere regels of aanvullende regels vast te stellen. Hij pleit voor een humane vorm van overheid. Dat geldt zowel voor ondernemers als voor burgers. Mevrouw VAN PIJPEN vraagt of de ChristenUnie geen vertrouwen heeft in het rechtssysteem dat er op het moment dat de betrokkene in bezwaar gaat, daar op een humane wijze naar zal worden gekeken.
De heer VAN DEN HEUVEL heeft daar uiteraard wel vertrouwen in, maar het lijkt hem niet goed om de humaniteit van het beleid af te laten hangen van het rechtssysteem. Hij stelt voor om te komen tot goede regels voor iedereen, die proportioneel zijn. Hij vindt het niet terecht om op dit gebied veel hardvochtiger op te treden dan op andere gebieden. Het is niet terecht om in dit geval naar de rechter te verwijzen, terwijl de gemeente bij andere zaken wel bereid is zelf te kijken wat redelijk is. Mevrouw VAN SOEST vindt het niet terecht dat burgers voortdurend worden gedwongen om tegen de overheid te procederen. Het is te gek dat dit onderwerp nu hier aan de orde moet komen door een uitspraak van de Raad van State. Zij is het eens met de vorige sprekers. Zij wil graag dat er iedere keer dat er wijzigingen worden doorgevoerd een voorlichtingsbrief met alle regels naar alle vakantieverhuurders wordt gestuurd, zodat zij helemaal op de hoogte zijn. Als zij hierover geen toezegging krijgt van de wethouder, zal zij hierover een motie indienen. Zij kreeg berichten van mensen waarvan het huis werd doorzocht. Zij vindt dat onacceptabel. Het Openbaar Ministerie moet opdracht geven voor huiszoekingen. De handhavers stellen dat zij altijd toestemming vragen. Zij vindt dat op die manier misbruik wordt gemaakt van het vertrouwen van mensen.
Zij pleit daarom voor een onafhankelijke derde persoon die meeloopt met de controleurs. De heer FLENTGE vraagt waarom mevrouw Van Soest zo druk bezig is met het helpen en ondersteunen van huisjesmelkers en pandjesbazen. Mevrouw VAN SOEST merkt op dat de heer Flentge heel goed weet dat zij daar geen voorstander van is. Als mensen voor een kleine bijverdienste een kamer in hun eigen woning verhuren, gaat het niet om huisjesmelkers. De heer FLENTGE is dit helemaal met mevrouw Van Soest eens. Het is evident dat daar een verschil tussen zit, maar er zijn wel huisjesmelkers. Er zal toch handhaving moeten plaatsvinden als een huisjesmelker bezig is de boel te flessen. Deze mensen zullen moeten worden gecontroleerd. Hij vraagt waar zij de grens wil trekken.
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 08-09-2021 Mevrouw VAN SOEST vindt dat mensen de controleurs moeten gaan controleren. Dan kan worden aangetoond dat het niet gaat om huisjesmelkers. Mevrouw ROODERKERK vindt het een goede zaak dat wordt getracht om elke vorm van woonfraude op te sporen en te bestraffen. Dat ontslaat de gemeente niet van de plicht om na te gaan of de opgelegde boetes in overeenstemming zijn met het vergrijp. De menselijke maat moet leidend zijn. D66 gaf eerder aan dat bij boetes bij toeristische verhuur rekening moet worden gehouden met de persoonlijke situatie van de betrokkenen. De Raad van State heeft ook uitgesproken dat de gemeente gematigde boetetabellen moet hanteren. Deze zouden wat de fractie betreft zo snel mogelijk moeten worden ingevoerd, zodat er meer differentiatie ontstaat. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met het feit of mensen weinig geld hebben en of het vergrijp verwijtbaar is of niet. Het beleid wordt nu opnieuw aangepast. Dat is een goed moment om alle vergunninghouders en geregistreerde verhuurders hierover met een brief te informeren. Zij vraagt of de wethouder daartoe bereid is. Wanneer een boete wordt opgelegd, blijkt de opstelling van de gemeente zeer formeel en koud te zijn. Er is hierover geen contact mogelijk. Mensen worden direct verwezen naar de juridische procedure.
Zij vraagt de wethouder of er een telefoonnummer is waar mensen terecht kunnen voor vragen en om hen verder te helpen. Mevrouw Rooderkerk is blij met de wijziging en hoopt dat de menselijke maat hierbij leidend blijft. Mevrouw Van PIJPEN merkt op dat het onderwerp van dit agendapunt de Huisvestingsverordening is. Daarin wordt ook de nieuwe woonruimteverdeling vastgelegd. Zij heeft eerder gesproken over de schaarste van woningen en hoe moeilijk het is om woonruimte te vinden. Komend weekend gaan mensen hiervoor de straat op. Tevens is de afgelopen jaren gebleken hoe door vakantieverhuur woningen worden onttrokken aan de markt. Woningen werden verdienmodellen. Daar moet deze discussie over gaan. Door haar collega’s is gesproken over details, maar dit is de kern van de zaak. Vakantieverhuur binnen de regels is een bewuste keuze die mensen maken. Daarbij is het de verantwoordelijkheid van deze mensen zelf om zich goed te informeren. Uiteraard is de informatieverstrekking door de gemeente daarbij essentieel. Zij gaat ervan uit dat deze informatieverstrekking goed is. Zij is benieuwd naar het antwoord van de wethouder op de vragen die hierover zijn gesteld. De heer VAN DEN HEUVEL is benieuwd naar de mening van GroenLinks over de hoogte van de boetes.