CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag TAR 07-04-2022

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 7 april 2022, gemeente Amsterdam32.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Zij nam aan dat de heer Burgers met het plan doelde op het voornemen van de directie van het AEB om hout van verder te gaan gebruiken. Het college vindt het belangrijk dat het hout van dichtbij komt en dat het laat in het proces betrokken is. Daarover heeft het zijn ongenoegen geuit. Op verzoek van het college heeft de directie een heroverweging gemaakt. De uitkomst van die heroverweging was dat de RvC

18

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

besloten heeft tot het gebruik van dit hout. Uit het toegestuurde juridisch advies blijkt dat dit zo kan, omdat het valt onder de bedrijfsvoering. Terecht vroeg de heer Kreuger naar het moment dat de gemeente direct kan sturen op dit soort processen. Haar antwoord was dat dit moment het investeringsbesluit was, dus helemaal aan het begin. Die informatie over de overwegingen bij het investeringsbesluit over waar het hout vandaan kwam is toen ook met de raad gedeeld. De contracten die daaruit voort vloeiden zijn ook met de raad gedeeld. De heer KREUGER heeft een punt van orde. Hij merkt dat de wethouder zich in het debat heel vaak rechtstreeks wendt tot raadsleden. Hij vindt dat zelf geen probleem, maar de regel ‘via de voorzitter’ moet wel consequent gehanteerd worden. De VOORZITTER erkent dat. Zij zal er scherp op letten. De heer MANGAL vraagt of het college vindt dat het de bal heeft laten vallen bij de verkoop, met het oog op de duurzaamheid die nagestreefd wordt in Amsterdam. Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat er uitgebreid is gesproken over de wijze waarop gestuurd kan worden bij de verkoop. Zij wil liever niet het hele verkoopdebat over gaan doen. Voor de mogelijkheden van aandeelhouders verwijst zij naar het enquêterapport. De heer MANGAL vraagt of het college de bal heeft laten vallen.

Wethouder KUKENHEIM verwijst nogmaals naar de twee momenten en de wijze waarop het college er toen mee omgegaan is. Er is toen uitgebreid over gesproken. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt de heer Boomsma dat zij het rapport nog niet helemaal heeft doorgrond. Zoals zij het gelezen heeft, gaat het voornamelijk over het gebruik van hout dat verwerkt wordt in pellets. AEB heeft geen subsidie voor pellets, maar voor snoei-, resthout en houtshreds en -snippers. Er is dus geen directe relatie. Het rapport laat zien dat je uitermate kritisch moet zijn op biomassa. Amsterdam voert terecht al jaren een zeer terughoudend beleid ten aanzien van biomassa. De heer BOOMSMA merkt op dat het om de totale beschikbaarheid van goede biomassa gaat. Het AEB kan geen cacaoresten verbranden, omdat er te veel stikstof in zit. Hij vraagt of er een mogelijkheid is om via bepaalde ontheffingen compensatie te vinden. Cacaoresten zijn op zichzelf een goede bron van biomassa. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat compensatie met stikstof heel gevaarlijk lijkt. Die weg wil zij niet opgaan. Wel wil zij kijken naar eventuele restromen die ook verbrand kunnen worden. Dat heeft dan niet met compensatie te maken, maar met de installaties in de fabriek zelf om ervoor te zorgen dat de uitstoot minder wordt. Er wordt voortdurend naar dat soort mogelijkheden gekeken.

Op dit moment kan het nog niet, maar de techniek vordert. d. Rondvraag De heer VELDHUYZEN herinnert aan de eerdere schriftelijke vragen van

19

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

mevrouw Van Pijpen en het voormalig lid Flentge over de sluiting van de zorginstellingen PsyQ en i-psy. Nu dreigt ook de psychiatrische kliniek intensieve behandelingen in NieuwWest te sluiten. Er zijn ook al in de Tweede Kamer vragen over gesteld. Wat voor gevolgen heeft dat voor de cliënten en de toegankelijkheid van deze typen zorg in het algemeen? Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat er schriftelijke vragen zijn gesteld over PsyQ en i-psy. In de beantwoording zal zij er uitvoerig op ingaan. De volwassenen-ggz maakt onderdeel uit van de Zorgverzekeringswet, en valt dus direct onder de verantwoordelijkheid van de zorgverzekeraar. De gemeente heeft geen verantwoordelijkheid voor die vorm van zorg. Wel is het heel belangrijk dat Amsterdammers goede geestelijke gezondheidszorg krijgen. Ook het college maakt zich er zorgen over. Om die reden wordt gesproken met de zorgaanbieders en de zorgverzekeraar. Zij wil weten hoe het zit met de wachtlijsten en hoe in de zorg wordt voorzien. Deze dossiers zullen op korte termijn worden besproken met de zorgverzekeraar. Er is vanuit de Zorgverzekeringswet een zorgplicht voor de mensen die nu zorg krijgen bij de verschillende instellingen. Voor de mensen op wachtlijsten heeft de zorgverzekeraar een verantwoordelijkheid. Daarover zal met hen gesproken worden. Het college wil graag weten hoe het hele veld in Amsterdam eruitziet.

Het werk wordt door allerlei financiële prikkels beïnvloed, maar ook door tekorten op de arbeidsmarkt. Je kunt sturen op de arbeidsmarkttekorten, door in de contractering goed te kijken waar welke opdracht uitgezet wordt. Dat doet de gemeente bijvoorbeeld bij de ggz voor de jeugd. Aan de vooravond van een nieuwe inkoop wordt gekeken naar een juist inzet van de prikkels. Die moeten bewerkstelligen dat niemand meer het specialisme gaat doen, maar een wat lichtere vorm. De druk op de bestaande specialisten wordt te groot, waarop zij via de inkoop wil gaan sturen. Ook bespreekt zij dit met de zorgverzekeraar. Ook wordt gekeken naar de randvoorwaarden, de instroom van mensen in de opleidingen en naar de zorginstellingen. Er is al eerder gesproken over mobiliteit en housing. De heer VELDHUYZEN vraagt de raad op de hoogte te houden met updates over het KIB in Nieuw-West en de gevolgen daarvan. Wethouder KUKENHEIM zegt dat toe. De heer VELDHUYZEN vestigt de aandacht op de uitzetting van dakloze gezinnen uit de noodopvang voor dakloze gezinnen. Het Parool schreef: ‘De gemeente Amsterdam mag dakloze kinderen en hun ouders niet uit de noodopvang voor dak- en lozen zetten.’ Zo oordeelde de rechtbank deze week, ook al geldt de verruimde coronaregeling niet meer. Vijf moeders hadden een zaak aangespannen.

Hij vraagt hoe deze uitspraak zich verhoudt tot eerdere bezuinigingen op de noodopvang voor gezinnen. Welke gevolgen heeft de uitspraak voor de toekomst? Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat Amsterdam grootschalige noodopvang aan gezinnen biedt. Op het moment worden zo’n 230 gezinnen opgevangen in noodopvang. Die gezinnen komen niet in aanmerking voor de maatschappelijke opvang. In Den Haag worden bijvoorbeeld maar 60 gezinnen opgevangen, en in Rotterdam helemaal geen.

20

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

Als mensen nog geen geschiedenis hebben met de stad, dus ook niet bij woningcorporaties, kunnen ze niet in aanmerking komen voor urgentie. Daardoor kunnen ze niet doorstromen en wordt de noodopvang hun eindstation. Dat is heel onwenselijk voor kinderen, want noodopvang is geen goede plek voor hen om op te groeien. Het is belangrijk dat die gezinnen verder gaan kijken om een nieuwe start te maken. Daarbij moeten ze geholpen worden. De noodopvang in Amsterdam is op die manier ingericht. In de eerste plaats wordt gekeken naar gezinnen die nog iets van perspectief hebben op de Amsterdamse woningmarkt. Tijdens corona werd het op aanwijzing van het ministerie nog breder ingericht. Het gaat nu om gezinnen die normaal niet in aanmerking zouden zijn gekomen voor de noodopvang, maar tijdens corona wel zijn opgevangen. Toen die aanwijzing was afgelopen, kwamen ze niet meer in aanmerking voor noodopvang, en sowieso niet voor maatschappelijke opvang. Ze moeten hun weg weer vinden en krijgen daar hulp bij. Volgens de rechter heeft de gemeente geen officiële taak in dezen, maar is het wel belangrijk dat kinderen onderdak zijn. Zij ziet de uitspraak van de rechter als steun, want zij kan het niet alleen. De grote druk op de woningmarkt maakt dat het niet mogelijk is nog meer gezinnen zonder binding met Amsterdam op te vangen.

Zij roept andere gemeenten en het Rijk op om er samen met Amsterdam aan te werken. Wat betreft de gezinnen die via de coronaopvang toegang hebben gekregen, heeft de rechter gezegd dat de uitslag van de bodemprocedure tegen de weigering van een MO-beschikking moet worden afgewacht. Pas daarna kan de gemeente eventueel overgaan tot beëindiging van de noodopvang. De gemeente zal de gezinnen in kwestie zeker begeleiden bij het maken van een nieuwe stap. In een aantal gevallen is dat al gelukt. De heer VELDHUYZEN zal ervoor zorgen dat ook zijn collega’s in andere steden gaan strijden voor noodopvang voor gezinnen. De rechter stelt dat bij gebrek aan landelijk beleid gezinnen op straat dreigen te worden gezet. Dat mocht van de rechter niet gebeuren. Is de wethouder bereid om toe te zeggen dat er geen uitzettingen van gezinnen uit de noodopvang plaatsvinden totdat er een nieuw coalitieakkoord ligt? Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat zij zich zal houden aan de uitspraak van de rechter. Er zal dus gewacht worden totdat de bodemprocedure is afgerond. Het is de bedoeling om samen met de inzet van de gezinnen in kwestie al voor die tijd ergens tot een nieuwe start te komen. Voor de kinderen is dat verreweg het meest gunstig. De ervaring leert dat er vaak een netwerk aanwezig is. Vaak kwamen ze vanuit hun eigen netwerk bij de coronanoodopvang.

De gezinnen die remigreren naar Nederland worden opgeroepen dat goed voor te bereiden. De heer VELDHUYZEN las in Het Parool van gisteren dat Amsterdamse huizenbezitters geld krijgen om tocht, vocht en schimmel tegen te gaan. BIJ1 is voorstander van meer gelijkheid, zeker als het gaat om woningonderhoud in stadsdelen zoals Nieuw-West, Noord en Zuidoost. BIJ1 is echter tegen het investeren in privévermogen, wat feitelijk is wat er nu gebeurt. Hij vraagt een reflectie van de wethouder. Zijn er nog mogelijkheden om middelen voor huiseigenaren als een eventueel renteloze lening beschikbaar te stellen? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat er heel veel subsidies zijn voor huizenbezitters, niet alleen op het gebied van duurzaamheid. Er zijn heel veel

21

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

achterstanden in Nieuw-West, Zuidoost en Noord op het gebied van isolatie en duurzaamheid. Het zou een goede zaak zijn om woningbezitters, die niet rijk zijn maar gewoon een nette woning hebben kunnen kopen, die noodgedwongen achterstanden hebben opgelopen vanwege hun beperkte middelen, te ondersteunen bij het isoleren. Het college wil de energiearmoede, maar ook de CO2-uitstoot zo snel mogelijk naar beneden brengen, gezien de hoge gasprijzen. Hij denkt niet dat het goed is om een systeem op te tuigen met leningen. Dat zou een te grote belasting worden, gezien de subsidiebedragen van 9000 euro per huis. De heer VELDHUYZEN vraagt de Van der Pekbuurt en andere ontwikkelbuurten niet te vergeten. Het is pijnlijk te zien dat er zoveel miljoenen gaan naar huizenbezitters en privévermogen, terwijl mensen met een kleine portemonnee letterlijk in de kou zitten. Wethouder WEDEMEIJER is het volledig eens dat ook de genoemde buurten heel veel aandacht behoeven. Met name in Noord is de opdracht heel groot. De verhuurderheffing wordt afgebouwd. Zijn opvolger zal na de zomer ongetwijfeld goede afspraken maken om deze problemen aan te pakken in de ontwikkelbuurten. De heer KOYUNCU merkt op dat afgelopen maand een initiatiefvoorstel door D66 is ingediend over de Wildemanbuurt, als oplossing voor de lange termijn. Hij vraagt wat de gemeente op de korte termijn voor deze mensen kan betekenen.

Die wonen letterlijk in de schimmel. Hun kinderen worden ziek. Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat mensen in de Wildemanbuurt al te lang hebben moeten wachten op zeer noodzakelijke verbeteringen. Dit is kort besproken in de Alliantievergadering in het kader van het Masterplan Nieuw-West. Vanmiddag is een eerste gesprek tussen de heer Mauer van Nieuw-West en Stadgenoot om te kijken wat mogelijk is. Het is aan Stadgenoot om stappen te nemen. Dat zal worden gemonitord. Samen met de voorzitter van het dagelijks bestuur zal hij nog spreken met Stadgenoot om te kijken wat mogelijk is. De nood en de urgentie zijn duidelijk. Maar juist omdat al heel vaak mensen teleurgesteld zijn na verwachtingen, wil hij nu geen toezeggingen doen. Het heeft zijn grote aandacht. De heer KOYUNCU vraagt de raad op de hoogte te houden van de resultaten van de gesprekken. Wethouder WEDEMEIJER zegt dat toe. De heer KOYUNCU merkt op dat naar aanleiding van de motie-Vroege is afgesproken dat de commissie voor de vergadering een brief krijgt over de stand van zaken bij de metro en de storingen. Die brief wordt een of twee dagen voor de commissievergadering verzonden. Hij vraagt wethouder De Vries dat in het vervolg minimaal een week tevoren te doen, zodat er wat meer tijd is voor het stellen van vragen etc.

Wethouder DE VRIES bevestigt de afspraak naar aanleiding van de motie-Vroege dat er elke commissievergadering een brief zou komen. Die vergaderingen zijn om de drie weken. Het is uiteraard altijd mogelijk om op de inhoud van een brief terug te komen bij de volgende vergadering, of tussendoor. Er kunnen schriftelijke technische vragen gesteld

22

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

worden. Het is vanwege het strakke schema niet mogelijk om lang voor een commissievergadering met de brief te komen. Als dat nodig is, is hij bereid om andere informatie tussendoor te leveren/ Mevrouw ALBERTS kreeg signalen dat de registratie van Oekraïense vluchtelingen niet zo soepel verloopt. Een deel van de vragen wordt beantwoord in de raadsbrief van gisteren. Eerder had zij het college gevraagd waarom de mensen te horen krijgen dat het weken zo niet maanden kan duren voordat zij een BSN krijgen. Verder vroeg zij of er verschil in behandeling is als de opvang via het COA loopt, dan wel via particulieren. Zij vraagt naar aanleiding van de brief of wachtenden na de voorinschrijving gebeld worden. Hebben ze hun BSN dan al volgende week? Zij vraagt verder waarom het zo lang duurt voor het weekgeld start. In Rotterdam schijnt men de inschrijving en het weekgeld binnen een week voor elkaar te krijgen. Waarom is het verschil met Rotterdam zo groot? Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat wethouder Groot Wassink hier druk mee bezig is. Het is heel belangrijk dat mensen op een goede manier en zo snel mogelijk worden ingeschreven. Er is een vertraging ontstaan door de plotselinge toevloed van vluchtelingen. De organisatie was onvoldoende ingericht om dat heel snel te kunnen verwerken. Er is inmiddels een prioriteit van gemaakt, zodat de achterstand nu wordt ingelopen.

Binnen twee weken moet die verdwenen zijn. Het verschil met Rotterdam zit hem in de grote aantallen die naar Amsterdam komen. De schaal is dus anders. Er is geen verschil in behandeling als de opvang via het COA of via particulieren loopt. Alle vluchtelingen die in Amsterdam komen en zich melden worden op dezelfde manier geholpen. Zij zal de vraag over het leefgeld beantwoorden bij de volgende brief over het onderwerp. Mevrouw ALBERTS vraagt of de vluchtelingen worden gebeld om duidelijk te maken dat ze een BSN kunnen krijgen. Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat de achterstand binnen twee weken moet zijn ingelopen. Mensen worden gebeld om dat voor elkaar te krijgen. Mevrouw AHMADI komt terug op de Wildemanbuurt. Zij vraagt of de ernst van de situatie daar voldoende bekend is. Bewoners hebben er ernstige gezondheidsschade opgelopen. Er zijn loden leidingen, er zit enorm veel schimmel in de woningen. Kan de wethouder garanderen dat dit probleem heel hoog op de agenda staat? Wethouder WEDEMEIJER antwoordt dat hem de problematiek heel goed bekend is. Men is al heel lang bezig met schimmelbestrijding en loden leidingen in de hele stad. In de Wildemanbuurt is de achterstand inderdaad zeer groot. Het is aan de woningbouwverenigingen om de eerste stappen te nemen. Garanties kan hij niet geven. Vanmiddag beginnen pas de eerste gesprekken.

Hij zal de prioriteit overdragen aan zijn opvolger. De heer BOOMSMA begreep dat de realisatie van een dependance van het conservatorium in Kapel&Convict van het Beatrixpark is afgeblazen vanwege de hoge bouwkosten. Kan daar nog iets aan gedaan worden? Het conservatorium heeft echt ruimte nodig. Kan het niet anders opgelost worden? En als het inderdaad niet doorgaat, wat wordt dan de andere invulling van het monument? Wethouder MELIANI antwoordt hiervan nog niet op de hoogte was. Zij zal er bij de volgende commissievergadering op terugkomen. Zij weet nu niet waar het fout is gegaan. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat het inderdaad gaat om een stijging

23

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

van de bouwkosten. Er is goed gekeken naar mogelijke oplossingen. Zij zal dit bespreken met wethouder Meliani en de directie Zuidas. Er is uitgebreid gesproken met het conservatorium over het onderwerp. Men ziet op dit moment geen andere mogelijkheid. Zij zal er zo snel mogelijk op terugkomen. BESPREEKPUNTEN Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 3. Vaststellen van de Nota van Uitgangspunten Transformatie Burgemeester Röellstraat en instemmen met het voorkeursbesluit Transformatie Burgemeester Röellstraat (ZD2022-001170) De heer ERNSTING merkt op dat het goed is dat van de Burgemeester Röellstraat weer een levendige stadsstraat wordt gemaakt, in samenhang met de aanpak van de Lodewijk van Deysselbuurt met veel nieuwe woningen. Er wordt verder geïnvesteerd in groen. Er komen extra bomen. Ook wordt voorgesorteerd op Amsterdam 30 km, maar daarbij gaat het helaas maar om een deel van de straat. In het stuk staat dat de te smalle fietspaden verbreed worden, maar dat de scooters nog op de fietspaden blijven rijden, omdat het buiten de ring is. Zijn fractie wil dat in de hele stad de scooter naar de rijbaan gaat zodat de fietspaden scootervrij worden. Kan daarop niet alvast voorgesorteerd worden? De heer BOOMSMA denkt dat het ingewikkelder wordt om de scooters naar de rijbaan te krijgen in het gedeelte van 50 km. In het gedeelte 30 km/u gaat de tram nog wel 50 km/u.

Daar zijn vrijliggende fietspaden. Wat zou het daar dan opleveren? Het is goed dat het met vier bomenrijen groener wordt en doet de suggestie het ecologisch in te richten met bijenlinten, ecologisch maaibeheer en inheemse bloemen. Er worden twee Amerikaanse eiken geplant. Waarom zou je niet gewoon kiezen voor de Nederlandse zomer- en wintereik? Mevrouw MOESKOPS vindt de plannen er goed uitzien. Zij is blij met de vergroening. Haar fractie sloeg even aan bij de beantwoording van zienswijze nr. 3. De Amsterdammer fietst, hopelijk ook naar deze mooie groene straat. Haar fractie maakt zich enigszins zorgen over de beantwoording. Zij vraagt verduidelijking dat er voldoende wordt ingezet op openbare fietsvoorzieningen, parkeervoorzieningen voor bezoekers aldaar. De heer KOYUNCU brengt onder de aandacht dat er in de afgelopen jaren heel wat ongelukken zijn gebeurd op het kruispunt Burgemeester van Leeuwenlaan/Burgemeester Röellstraat. Er overleed een zestien jarig meisje in 2017. Hij vraagt hoe men ervoor zorgt dat dit soort ongelukken niet meer voorkomen. In de stukken staat dat de tram in de nieuwe inrichting behoorlijk vaart kan maken. Is dat niet gevaarlijk, gezien de ongelukken uit het verleden waarbij de tram betrokken was? Ook de buurtbewoners maken zich zorgen over de te hard rijdende tram. Hij sluit zich aan bij de vraag over voldoende parkeerplekken voor bezoekers.

De heer ERNSTING vraagt of DENK pleit voor 30 km overal, ook voor de tram. De heer KOYUNCU antwoordt dat hij niet overal 30 km wil. Er zijn op die plek echter veel ongelukken gebeurd. Het is een blackspot. De heer ERNSTING vraagt of de tram de oorzaak van die blackspots is. Of is het de auto? De heer KOYUNCU antwoordt dat de tram daarvan de oorzaak is.

24

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

Wethouder DE VRIES merkt op dat de aanpak van de Burgemeester Röellstraat noodzakelijk is voor de stedelijke vernieuwing en de verdichting ter plaatse. Straat en omgeving gaan er hand in hand. Ook wordt het veiliger gemaakt. Momenteel kan je er flink hard rijden, en het moet een stadsstraat worden waar je ook rustig kan rondlopen, mensen ontmoeten etc. Dat verandert echt totaal. Een deel van de straat wordt 30 km/u voor de auto. Het wordt dan veiliger voor wat betreft het autoverkeer. Scooters op de rijweg is ideaal als de rijweg 30 km/u is. Bij 50 km/u gaan auto’s harder dan de scooters. Meer ruimte in de stad voor scooters op de rijweg moet samengaan met het snelheidsbeleid. Als een weg 30 km/u is met vrijliggende fietspaden, kunnen scooters prima op de rijweg. Hij is het eens dat er ook iets met de tram moet gebeuren. Een dilemma daarbij is het tempo dat gehouden moet worden, wat een aspect is van de kwaliteit van ov. Het moet ook veilig blijven. Er is met de bewoners bij het kruispunt Burgemeester Van Leeuwenlaan/Burgemeester Röellstraat al veel gesproken. Dat gesprek zal doorgaan tot het definitief ontwerp. De buurt zal erbij betrokken worden om het kruispunt zo veilig mogelijk in te richten. De heer WIJNANTS vraagt waarom snorfietsen op de rijbaan niet kan omdat er 50 km/u wordt gereden. Dat gebeurt elders in de stad toch ook? Een voorbeeld is de President Kennedylaan.

Wethouder DE VRIES erkent dat het mogelijk is. Hij wil alleen zeggen dat bij 50 km/u er een potentieel snelheidsverschil ontstaat tussen snorfietsen en auto’s. De fietspaden worden inderdaad veiliger als de scooters naar de rijbaan gaan. Hij wacht af hoe de commissie daarover denkt. Bij de mobiliteitsvisie zal het college weer met een update komen van het beleid, waaruit mogelijk nieuwe voorstellen voortkomen. De heer KOYUNCU wijst erop dat ook na de ongelukken in 2017 in de raad gediscussieerd is. De toenmalige wethouder heeft toen gezocht naar oplossingen. Een ultieme oplossing was blauwe verf op de grond. Maar er kon niet veel gedaan worden. Er waren plannen om het gebied op te knappen, met wijzigingen voor de tram en het wegdek. Die wijzigingen komen er nu aan, dus mag men deze kans niet missen. Er moet nu werk van gemaakt worden om verdere ongelukken te voorkomen. Wethouder DE VRIES is het daar volledig mee eens. Dit is niet meer dan de nota van uitgangspunten voor het echte ontwerp. In het definitief ontwerp moet veiligheid een belangrijke toetssteen zijn voor het kruispunt. Voor het fietsparkeren is uitgegaan van de normen zoals die stadsbreed aangehouden worden, maar met ruimte om meer parkeerplekken toe te voegen als dat nodig blijkt. Hij antwoordt de heer Boomsma dat hij geen principiële voorkeur heeft voor de soort bomen.

Het zou goed zijn om te checken hoe bewoners en het stadsdeel ernaar kijken. Het is inderdaad belangrijk om een ecologische inrichting van bermen en dergelijk na te streven op de bewuste plek. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp gereed is voor een korte behandeling in de raad. 4. Instemmen met de raadsvoordracht 'Kennisnemen van de rapportage 4e kwartaal 2021 Programma Aanpak Wegtunnels en instemmen met aanspraken op de risicovoorzieningen en algemene middelen' (ZD2022-001223) De heer ASRUF begrijpt uit de stukken dat er lastige financiële keuzes gemaakt worden. Een van de gevolgen is dat de Arenatunnel op dit moment gesloten is. Hij vraagt wat dat betekent voor de verkeersdoorstroming in Zuidoost. Verder vraagt hij de bewoners en ondernemers van Zuidoost enig perspectief te bieden. Wanneer zou deze tunnel weer kunnen openen?

25

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

Wethouder DE VRIES antwoordt dat de Arenatunnel ook vanwege brandveiligheid dicht is. Daaraan wordt keihard gewerkt. Het leidt gelukkig niet tot gigantische opstoppingen, maar er moet wel omgereden worden in Zuidoost. De evenementen hebben tot nu toe niet tot grote verkeersoverlast geleid. Er ligt inmiddels een plan van route hoe de tunnel tijdelijk weer in orde kan worden gemaakt, zodat de brandveiligheid geen rol meer speelt. De tunnel zou dan op redelijke termijn weer open kunnen. Blijft wel staan dat de Arenatunnel toe is aan groot onderhoud. Daarvoor zijn plannen gemaakt, maar er is momenteel een financieel plafond. Die afweging wordt in de loop van dit jaar aan de raad voorgelegd. De VOORZITTER concludeert dat het punt door kan naar de raad voor een korte behandeling. 5. Kennisnemen van de Voorjaarsrapportage Programma Stadsbehoud 2022 (ZD2022-002162) De heer ERNSTING vraagt een toelichting op de passage onder punt 2 over de financiën. Het was moeilijk om te lezen. In de voorjaarsrapportage wordt een somber beeld geschetst. Voor een volgende rapportage vraagt hij wat ‘functieverlies’ betekent, als het naar niveau D gaat. Waar zit hem dat in? Voor welke modaliteiten geldt dat functieverlies? Voor auto’s, ov, fietsers of voetgangers? Is het voor de verblijfskwaliteit? Hij vraagt dat inzicht te schetsen in een volgende rapportage.

Ook wil hij dan graag weten hoe het verspreid is over de stad. In welke stadsdelen is de opgave groter dan in andere? De heer BOOMSMA wijst erop dat er decennialang roofbouw is gepleegd op de meest fundamentele taken van de overheid, te weten het goed onderhouden van de openbare ruimte. Men komt nu 300 miljoen euro tekort om het op een sober niveau te houden. Elke Amsterdammer heeft toch recht op een verzorgde openbare ruimte? Het achterstallig onderhoud blijft oplopen. Kan dat gekwantificeerd worden? Over hoeveel miljoen gaat het per jaar? En verhoudt zich dat tot het niveau ‘sober’, of ook tot specifiek functieverlies? De heer WIJNANTS vraagt met de heer Boomsma hoe men dit meer kan kwantificeren. Dit soort stukken komt neer op een noodkreet van de ambtelijke organisatie, die een enorm probleem en een tekort op de stad af ziet komen. Dit gaat zich vertalen in een achteruitgang van de openbare ruimte. Het volgende college zal daarmee aan de slag moeten gaan. Hij vraagt hoe dit verder gekwantificeerd kan worden en de raad keuzes kan maken. Hoe ziet de wethouder de opdracht voor zijn opvolger? Op welke manier moet het college hiermee aan de slag gaan? Erkent hij de noodkreet die uit dit soort stukken spreekt? Wethouder DE VRIES heeft dit stuk samen met wethouder Wedemeijer bestuurlijk beoordeeld en nu legt het college het aan de raad voor.

Het voorliggende stuk is de boodschap van het college. Als het achterstallig onderhoud dat gesignaleerd is niet wordt aangepakt gaat er wat mis met de stad. De raad moet oordelen over de politieke gevolgen die dat moet hebben, want er zal een afweging gemaakt moeten worden. De begroting van de gemeente vertoont allerlei spanningen. Er zijn andere grote noden in de begroting. Momenteel is er behoefte aan kennis van zaken. Als het achterstallig onderhoud niet wordt aangepakt, krijg je functieverlies. Je kunt iets dan niet meer gebruiken waarvoor het bedoeld was. Het kan zijn dat je op een gegeven moment geen vrachtwagens of auto’s meer kunt gebruiken omdat ze te zwaar zijn. Het kan ook zijn dat het functieverlies compleet is, dus dat niemand het meer kan gebruiken. In het Amsterdamse Bos gebeurde dat laatste, namelijk dat mensen ongeveer door de brug zakten. Eigenlijk had de brug dan al eerder gesloten moeten zijn voor gebruik. Als het achterstallig onderhoud niet wordt aanpakt moeten sommige delen van

26

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

de stad afgesloten worden voor gebruik. Er wordt uitgegaan van modelmatige benaderingen. ‘Onder het niveau sober’ is een modelmatige benadering over alle openbare ruimte van de stad heen. Wat dat concreet betekent voor een bepaalde straat of plek hangt sterk af van de plek. Als je lang onder het niveau ‘sober’ blijft, zal steeds vaker een brug of straat gesloten worden voor gebruik. Het niveau ‘sober’ geeft aan dat je er met zijn allen gebruik van kan maken. ‘Verzorgd’ ziet er beter uit. Bij de huidige gang van zaken raakt men op de lange termijn steeds verder verwijderd van het niveau ‘sober’. Er is extern een rapport gemaakt voor de raad, aan het eind van de vorige periode. Daarbij ging het om een normkostenonderzoek, dus een onderzoek naar de hoeveelheid geld die nodig is om voor het hele gebied het niveau ‘sober’ te halen. Hij heeft dat met portefeuillehouder Wedemeijer laten maken omdat er discussie was over de kosten die intern werden aangegeven. Op basis van het externe onderzoek kan geconcludeerd worden dat de normkosten die de gemeente zelf heeft gehanteerd om op het niveau ‘sober’ te blijven, voor bruggen, straten etc., redelijk kloppen. Daarmee wordt bevestigd dat er een gat zit tussen het jaarlijkse budget en het budget dat nodig is om op niveau ‘sober’ te blijven. Het nieuwe stadsbestuur zal moeten bekijken hoe daarmee omgegaan moet worden.

Dat de ‘reserve achterstallig onderhoud’ nu ‘systeemreserve’ wordt, betekent dat het mogelijk wordt de reserve over de jaren heen mee te nemen. Je kunt een project dan laten uitlopen in het jaar daarna. Daarmee ontstaat de grootst mogelijke flexibiliteit ten aanzien van de uitvoering van projecten. Er zal meer inzicht worden gegeven in wat het voor de verschillende modaliteiten, zoals ook fietsers en voetgangers, betekent, en hoe het in verschillende stadsdelen zit met de achterstand. In de volgende rapportage zullen er stappen in die richting worden gezet. De pijn moet eerlijk verdeeld worden over de stad. Daarbij komt dat sommige delen van de stad veel meer gebruikt worden dan andere, met de daarbij horende slijtage. De effecten zijn daar ook ingrijpender als ze niet meer gebruikt kunnen worden. De heer BOOMSMA vraagt of dit begin van een nieuwe bestuursperiode misschien het juiste moment is om de gemeente Amstelveen aan te spreken op haar verantwoordelijkheden voor het Amsterdamse Bos. Die gemeente zou daarom een deel van de kosten ervoor kunnen overnemen. In de rapportage staat verder dat de gemeente een wettelijke zorgplicht heeft. Zijn er juridische consequenties als niet voldaan wordt aan die zorgplicht? Wethouder DE VRIES antwoordt dat wethouder Wedemeijer primair verantwoordelijk is voor het Amsterdamse Bos.

Er wordt met Amstelveen al een tijdje stevig gesproken over dit onderwerp, maar Amsterdam draagt de volledige verantwoordelijkheid voor het onderhoud. In het verleden heeft Amstelveen meebetaald aan zaken zoals het Bostheater. Het gesprek met Amstelveen is ingewikkeld, want men zegt daar dat Amsterdam het bos lange tijd niet goed heeft onderhouden, en dan moet Amstelveen nu instappen. Dat verwijt lijkt hem enigszins terecht. De gemeente heeft dit jaar echter besloten om nog dit jaar een aantal projecten van achterstallig onderhoud daadwerkelijk op te pakken, waarmee het gesprek met Amstelveen makkelijker kan verlopen. Er zal met de gemeente Amstelveen zeker verder gesproken worden. Als iemand letsel oploopt door het gebrekkige onderhoud van de openbare ruimte is de gemeente daarvoor aansprakelijk. Daarom gaat het ook over functieverlies. Als je ziet aankomen dat een stuk openbare ruimte niet meer veilig bruikbaar is, moet het gesloten worden voor gebruik. De heer BOOMSMA vindt het zorgelijk. De wethouder bevestigt dat het achterstallig onderhoud oploopt, wat gaat leiden tot functieverlies. De gemeente is juridisch aansprakelijk voor die situatie. Wethouder DE VRIES legt uit dat de functie wordt weggenomen om juridische aansprakelijkheid te voorkomen. De aansprakelijkheid vervalt daarmee dus.

27

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

De VOORZITTER concludeert dat het punt gehamerd kan worden in de raad. Zij schorst de vergadering van 12.15-12.18 uur. 7. Vaststellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau van de Verbinding Zeeburgereiland, inclusief de Nota van Beantwoording. (ZD2022-002430) De heer WIJNANTS vindt het zonde dat de vaste oeververbinding tussen Sporenburg en het Zeeburgereiland niet tot stand komt. Hij roept op dit besluit nog eens te heroverwegen. Hij kan zich vinden in de voorliggende notitie. Een lichte voorkeur heeft zijn fractie voor de bouw van een nieuwe Amsterdamsebrug ernaast, met prioriteit voor fietsers. Hij vraagt of er ook wordt gekeken naar beperking van de bestaande autocapaciteit van de huidige Amsterdamsebrug, om op die manier meer prioriteit aan fietsers te geven. Het is daar nu al druk, zowel voor auto’s als voor fietsers. Hoe hangt dat samen, ook als de Piet Heintunnel weer opengaat? Mevrouw MOESKOPS betreurt het dat de vaste fietsverbinding afgeschreven lijkt te zijn, ook al onderschrijft zij de uitkomsten van de commissie-D’Hooghe. De Sportheldenbuurt is echter al gebouwd en de Sluisbuurt kan waarschijnlijk in een paar jaar opgeleverd worden. Er is geen geld om de Oostbrug over het IJ te bouwen. Daarom maakt haar fractie zich zorgen dat de nieuwe bewoners in de auto worden gejaagd. Zij sluit zich verder aan bij de bijdrage van de heer Wijnants.

Ook haar fractie heeft in het kader van de suboptimale varianten een voorkeur voor de uitstootvrije fietsroute, weg van het gevaarlijke verkeer, dus een brug naast de Amsterdamsebrug. De heer KOYUNCU merkt op dat zijn fractie al in 2018 benadrukte dat een alternatief op lijn 16 heel erg nodig is. Er hoeft maar een ongeluk te gebeuren op een van de kruispunten van Zeeburgereiland of IJburg, en duizenden Amsterdammers hebben geen ov naar de binnenstad meer. Helaas kreeg het idee van een extra buslijn vanaf het Muiderpoortstation via het Zeeburgereiland naar IJburg geen steun van de toenmalige wethouder Dijksma. In de stukken staat gelukkig dat het college inmiddels voorstander is van meer alternatieven richting de eilanden. In het gebied vinden echter heel wat ontwikkelingen plaats. Er komen eilanden en duizenden woningen bij. Zijn fractie pleit voor een busverbinding vanaf Amstel of Muiderpoortstation via Zeeburgereiland naar IJburg, met als eindbestemming bijvoorbeeld Zuidoost. Een soort verlengde lijn 66. Variant 15 lijkt er sterk op, maar zijn fractie is voor een buslijn zonder overstap. Het moet ook een alternatief worden voor mensen uit Zuidoost. Ook wil zijn fractie een nieuwe tramlijn via de Amsterdamsebrug of een nieuw te bouwen brug. Op die manier houdt tramlijn 26 op het single point of failure te zijn.

Op provinciaal niveau onderzoekt men de mogelijkheid van de komst van een nieuwe ov-verbinding vanuit Diemen via IJburg naar Almere. In hoeverre is de gemeente daarbij betrokken en kijkt men naar de effecten daarvan op de drukte in het gebied, en de plannen die gemaakt worden? Ten slotte vraagt hij hoe het tegengaan van uitval van lijn 26 momenteel verloopt. Is de wethouder tevreden met de betrouwbaarheid van lijn 26 op dit moment/ De heer ERNSTING deelt de teleurstelling over de fietsbrug, maar tegelijkertijd erkent hij dat die ook wel heel erg ingewikkeld werd en voorlopig onbetaalbaar. Hij vraagt of het tijdelijke pontverkeer opschaalbaar zou zijn, mocht er veel meer vraag ontstaan. De tegenstand op Sporenburg is voor zijn fractie nooit een argument geweest om tegen een brug te zijn, zoals een inspreker suggereerde. Wethouder DE VRIES antwoordt dat RWS niets van doen heeft met de beslissing om de fietsbrug van Zeeburgereiland naar Sporenburg niet door te laten gaan. RWS heeft aangegeven dat het mogelijk is de brug aan te leggen. Het heeft ook niets te maken met de mensen van Sporenburg, hoewel met hun opvatting uiteraard rekening gehouden wordt. Er wordt een belangenafweging gemaakt tussen Sporenburg, Zeeburgereiland en

28

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

de rest van de bewoners van Amsterdam. Geen van die bewoners heeft een vetorecht op wat wel of niet gedaan wordt. De reden dat de fietsbrug er niet komt is omdat die ruimtelijk ingewikkeld inpasbaar is, en grote effecten zou hebben op wat gebouwd kan worden op Zeeburgereiland. De brug zou met meer dan 100 miljoen euro ook zeer duur worden. Iedere investeringsbeslissing moet heel goed afgewogen worden. Hij sluit niet uit dat er ooit wel zo’n fietsverbinding kan worden aangelegd. Er moet ook rekening gehouden worden met RWS. Dit is een van de belangrijkste en drukste scheepvaartsroutes van Noordwest-Europa, wat ook van belang is voor Amsterdam. Het is mogelijk een brug aan te leggen, maar het wordt wel ingewikkelder en duurder. Terecht heeft de raad besloten dat dit niet gedaan moet worden. Op dit moment gaat men voor het alternatief van de pont. Hij antwoordt de heer Ernsting dat de pont tot op zekere hoogte opschaalbaar is. Er is wel door het drukke scheepvaartverkeer, dus alle schepen die een pont moet passeren, een maximaal aantal ponten dat kan varen. Uiteindelijk wordt de Oostbrug dus noodzakelijk. Terecht vragen diverse partijen om het belang van het ov mee te nemen in de studie over de Amsterdamsebrug. Dat zal ook gebeuren. Hij is het eens dat de afhankelijkheid van één ov-verbinding liefst verminderd moet worden door de aanleg van andere reismogelijkheden.

Dat is een extra argument om naar de mogelijkheid van ov op de Amsterdamsebrug te onderzoeken. Een tram zal wel een behoorlijke financiële investering betekenen. Daarmee zal ook bij dit onderwerp goed rekening gehouden moeten worden. Veiligheid en leefbare stad staan daarbij voor het college nog bovenop. Zeer recent is in de media aandacht geweest voor de studie die gedaan is naar de IJmeerverbinding. Het college is van plan daarover op korte termijn informatie naar de gemeenteraad te sturen. Dat is het moment om daarover wat breder te spreken. De vervoerregio Amsterdam, Almere en de provincies Flevoland en Noord-Holland zijn uitgebreid betrokken bij die studie, die plaatsvindt in het kader van het samenwerkingsverband Samen bouwen aan bereikbaarheid. Mocht dit zo aangelegd worden, dan kan het ook een bijdrage leveren aan de ontsluiting van IJburg, ook naar Zuidoost, Zuid en verder. Maar ook daarbij gaat het om een investering van ongeveer 5 miljard euro. De heer KOYUNCU vraagt naar de meerwaarde voor Zuidoost van een doorgetrokken buslijn via IJburg naar Zuidoost. Wethouder DE VRIES antwoordt dat dit niet in deze studie zit. Het is al apart aangevangen en goedgekeurd door de raad om te werken aan een HOV-verbinding tussen IJburg en Zuidoost, en ook tussen IJburg en Weesp. Daar is financiering voor.

Met deze studie wordt gekeken naar de westkant van IJburg, de ontsluiting met de bus richting Muiderpoort. Tweede termijn Mevrouw MOESKOPS vraagt of er in het vervolg een maatschappelijke kostenbatenanalyse verwacht mag worden op de varianten van de Amsterdamsebrug. Wethouder DE VRIES antwoordt dat een vorm van een maatschappelijke kostenbatenanalyse zeker bij de stukken gevoegd zal worden. Hij moet nog kijken naar het format daarvoor. De VOORZITTER concludeert dat dit punt voor een korte bespreking door kan naar de raad. Zij schorst de vergadering van 12.30-13.30 uur. Ruimtelijke Ordening 9. Afwijken Hoofdgroenstructuur ten behoeve van huisvesting van een MO/BW

29

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

‘special’ op de Provincialeweg 23 ‘boerderij Langerlust’ (ZD2022-003982) De heer ERNSTING vindt het nodig om voor de doelgroep een plek te vinden in de stad. Het advies van de TAC, waar men van wil afwijken, was ook wat merkwaardig. Het leek voorbij te gaan aan de groenwaarde sec, want de bebouwing verandert evenmin als de hoeveelheid groen. Het gaat meer over de functionaliteit van de plek. Hij vraagt of de TAC op die manier niet haar taken oprekt. Hij kan zich dus vinden in het voornemen van het college om af te wijken van het advies. Hij vraagt wel of alle alternatieve locaties goed bekeken zijn. Waarom zijn ze afgevallen? Hij vraagt er nog eens naar te kijken. Mocht Langerlust toch in beeld komen, dan wordt die plek onttrokken aan de openbaarheid. Dat is in strijd met de wens in Zuidoost om daar in de omgeving een soort openbare plek te hebben, wat moeilijk is te realiseren omdat het hoofdgroenstructuur en NNN-gebied is. Hoe moet het dan toch een aantrekkelijk groen gebied worden met de gewenste openbare functie? Ook als Langerlust aan de openbaarheid wordt onttrokken, kan nog steeds geïnvesteerd worden in de ecologische waarde van het groen daar. Je zou kunnen denken aan een inspanning voor biodiversiteit. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA vraagt of de heer Ernsting de brief van de stadsdeelcommissie Zuidoost gelezen heeft.

Wat vindt hij ervan dat men in de buurt zo anders kijkt naar deze nieuwe bestemming van Langerlust? De heer ERNSTING heeft de brief niet gelezen, maar hij herkent de signalen. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA legt uit dat de brief namens de voorzitter van de stadsdeelcommissie naar de raad gestuurd is. Er wordt in duidelijk gemaakt dat zowel het dagelijks bestuur als de stadsdeelcommissie zich uitspreken voor het behoud van Langerlust als horecavoorziening. Dat sluit aan bij de ambities die het college had uitgesproken met betrekking tot horeca bij de Gaasperplas. Hoe ziet GroenLinks dat? De heer ERNSTING hoort de PvdD pleiten voor horeca in een groengebied, wat iets nieuws voor hem is. Hij herkent overigens het signaal van het stadsdeel. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA wijst erop dat de horeca-ambitie van het college komt. Haar fractie heeft bij het planoverleg Gaasperplas duidelijk aangegeven dat ze NNN wil uitbreiden. Maar dit gebouw is de enige geschikte horecafunctie. Een andere functie daar kan betekenen dat het college wil bouwen in het groen, wat haar partij absoluut wil voorkomen. Ziet de heer Ernsting het scenario van toekomstig bouwen in het groen? De heer ERNSTING antwoordt dat hij die vraag aan het college stelde.

Als die ambitie er nog is, hoe zou het dan opgelost kunnen worden? De heer WIJNANTS vraagt of de heer Ernsting het eens is dat het eigenlijk niet nodig is om op dit moment af te wijken van de hoofdgroenstructuur. Je zou toch kunnen wachten tot de onderzoeken volledig zijn afgerond? Als het college een besluit heeft genomen over het al dan niet verlenen van de omgevingsvergunning, zou je het als raad als pakketje kunnen beoordelen. De heer ERNSTING antwoordt dat er momenteel geen belemmering is om te besluiten over de afwijking. Hij ziet het probleem niet. De heer WIJNANTS merkt op dat dit een trechter is. Het college trekt de raad mee in nieuwe besluiten, waardoor op een gegeven moment een onvermijdelijkheid ontstaat. Het lijkt hem dat de heer Ernsting zich ervan bewust is dat het verstandiger is om het als geheel te doen. Is de heer Ernsting bereid om het als totaalpakket te beoordelen? De heer ERNSTING is benieuwd naar de reactie van het college. Hij vindt de redenering van het hellend vlak een drogredenering.

30

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

De heer WIJNANTS ziet dat het stadsdeel Zuidoost echt opkomt voor de belangen van de bewoners en hun ideeën. Hij onderschrijft dat er opvang moet komen voor deze groep mensen. De gemeente is daartoe ook wettelijk verplicht. Vervolgens rijst de vraag waar deze mensen moeten worden opgevangen. Hij vraagt waarom het college nú van de hoofdgroenstructuur wil afwijken. Waarom kan het niet als pakketje? Dit is het laatste moment waarop de gemeenteraad nog invloed kan uitoefenen, want verder is het een collegebevoegdheid. Verder vraagt hij hoe het college aankijkt tegen de ‘brandbrief’ van Zuidoost. Er is ook wat mist ontstaan over de status van onderzoeken naar alternatieve locaties. Stadsdeel zegt dat er nog een onderzoek loopt. Het college lijkt iets anders te zeggen. Hij vraagt of er nog alternatieve locaties in beeld zijn. Als dat ook maar enigszins het geval is, moet deze stap niet genomen worden. Het lijkt het beste om eerst het onderzoek af te wachten om daarna integraal het besluit te nemen. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA merkt op dat het college boerderijk Langerlust wil veranderen in een 24-uurszorglocatie. Haar fractie wil dat er voldoende maatschappelijke voorzieningen zijn in de stad, zoals dus ook een 24-uursopvang. Haar fractie pleit daarvoor bij plannen voor ruimtelijke ordening. De vraag is op welke locaties die voorzieningen moeten komen.

De voorgestelde locatie lijkt haar niet goed. Er zijn alleen locaties in Zuidoost onderzocht. Zij las ook dat er nog locaties zijn die mogelijk beschikbaar komen. Waarom moet er op dit moment, nu er nog onderzoek loopt, af te wijken van de hoofdgroenstructuur? Waarom die haast? Het toekomstplan Gaasperplas wordt pas aankomende zomer naar buiten gebracht. Is het dan niet beter alles in zijn geheel te bekijken? De TAC concludeert dat de zorgfunctie op boerderij Langerlust niet inpasbaar is in de hoofdgroenstructuur. Zij vraagt het preadvies van de TAC naar de raad te sturen. Waarom is het college niet ingegaan op de aandachtspunten van de technische adviescommissie hoofdgroenstructuur? Is de wethouder bereid alsnog op die punten te reageren? Volgens de TAC is er een trend om stedelijke ambities steeds vaker op te lossen binnen de hoofdgroenstructuur. Dat herkent haar fractie. Eerder werden er ook al scholen toegelaten in de hoofdgroenstructuur, waarmee de status van de hoofdgroenstructuur verzwakt. Het is heel belangrijk dat het groen beschermd wordt. Zij vraagt het college op te houden met het zoeken van oplossingen binnen de hoofdgroenstructuur. Haar fractie is benieuwd hoe het participatietraject is verlopen. De bewoners willen graag dat er een horecafunctie behouden blijft, omdat er in dit gebied verder geen horeca is.

De gemeente blijft het plan doorzetten zonder in te gaan op de bezwaren en ideeën van buurtbewoners. De raad heeft geen alternatieve plannen voorgelegd gekregen. Een inspreker had het over een initiatief vanuit de burgers, maar dat heeft de raad niet onder ogen gekregen. Hoe kan het dan goed beoordeeld worden? Verder vraagt zij welke gevolgen een 24-uursopvang heeft voor het veiligheidsgevoel van fietsers langs de provinciale weg. Het is immers de enige fietsroute richting Driemond en Weesp. Zij vraagt waarom de wethouder de adviezen van het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie Zuidoost naast zich neer legt. Wil de wethouder ingaan op het verzoek van de stadsdeelcommissie om de alternatieven nog te onderzoeken? Op dit moment loopt een traject over het toekomstplan Gaasperplas. Haar fractie heeft bij de conceptversie gepleit voor behoud van het groen, het uitbreiden van NNN met bijvoorbeeld de Gaasperzoom. In de conceptversie is door het college vastgesteld dat er meer horeca moet komen bij de Gaasperplas. Hoe denkt de wethouder daar meer horeca te realiseren als de enige voor horeca geschikte locatie een andere functie krijgt? Wil het college gaan bouwen in het groen? Haar fractie is daar geen voorstander van.

Het kan niet zo zijn dat de enige geschikte horecalocatie nu een andere functie krijgt, nog voor het toekomstplan is vastgesteld en dat er straks groen moet verdwijnen voor horeca. Het voorlopig ontwerp van het toekomstplan Gaasperplas komt in de zomer van 2022 terug. Zij vraagt het college daarom hierover nu geen besluiten te nemen.

31

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

De heer BOBELDIJK vindt het belangrijk dat er genoeg opvang komt voor jongeren die een specifieke woonomgeving nodig hebben. Toch is het voorstel nog onduidelijk op een aantal punten. Er worden diverse alternatieven beschreven waarvan ook de afdeling MO van zegt dat ze prima zijn om verder te onderzoeken. Er is ook een geschikte locatie onder voorwaarden. Er was zelfs een locatie bij waar eerder opvang is geweest, zij het voor een kleinere groep. In het collegevoorstel wordt niet onderbouwd waarom geen gebruik wordt gemaakt van de alternatieven. Zuidoost zal het huidige voorstel ervaren als ‘doordrukken’. Hij vraagt een toelichting. Verder botst dit op het toekomstplan Gaasperplas. Gaat dat van tafel? De heer MANGAL stelt voorop dat het goed is onderdak te geven aan mensen die dat nodig hebben. Stadsdeel Zuidoost geeft aan dat Langerlust buiten het NNNgebied valt. Klopt dat? Daarnaast heeft stadsdeel Zuidoost al lang een voorkeur uitgesproken voor een horecagelegenheid aan de andere kant van het Gaasperpark. De stadsdeelcommissie heeft hierover een ongevraagd advies doen uitgaan, nog voor de eerste vergadering ervan in de nieuwe samenstelling, ondertekend door alle nieuw aangestelde leden. Het is een raadsel hoe men met festivals en toenemende recreatie in het Gaasperpark een prikkelarme omgeving kan garanderen voor de toekomstige bewoners van Langerlust.

Waarom is daar geen rekening mee gehouden? Hoe kan het dat er niet voor een alternatief is gekozen? Waarom is de voorkeur van het stadsdeel volledig in de wind geslagen? Mevrouw HEINHUIS sluit zich aan bij de gestelde vragen. Het is heel belangrijk dat voor deze kwetsbare groep mensen een plek gevonden wordt. Zij vraagt iets te zeggen over het advies vanuit Zuidoost, hoe het college kijkt naar de alternatieve locaties en het verdwijnen van een horecabestemming aan de Gaasperplas. De heer VELDHUYZEN sluit zich aan bij de meeste van de gestelde vragen. In de buurt waar hij woonde waren vooral veel duurdere koopwoningen. Er waren plannen voor een MO/BW-plek, maar dat werd voorkomen omdat mensen met koophuizen goed in staat zijn het gemeentelijk beleid te beïnvloeden. Het een treurige trend zijn als opvanglocaties door de bewoners in duurdere wijken geweigerd worden en dat die dan in Nieuw-West, Zuidoost of Noord terechtkomen. Wethouder KUKENHEIM brengt onder de aandacht dat het hierbij gaat om de groep meest kwetsbare bewoners van de stad. Het zijn mensen met psychiatrische problemen die hulp nodig hebben, en voor hun omgeving zeer veel overlast kunnen veroorzaken. Het is een zware doelgroep voor de zorgverleners. Juist door de overmaat aan prikkels escaleert hun gedrag, waardoor ze niet kunnen blijven waar ze zitten. De huidige situatie is onverantwoord.

Het is noodzakelijk om voor deze groep mensen een betere plek te vinden. Dat is de gemeente verplicht aan de doelgroep, maar ook de mensen die nu vlak naast hun locatie wonen en de zorgverleners die zich hard inzetten voor deze mensen. Eigenlijk wordt er nooit een participatietraject met omwonenden doorlopen als het om zorgbestemmingen gaat. Niet lang geleden werd voor een MO-doelgroep een plek gegeven aan de Zuidas. Veel bewoners van de Zuidas kwamen hier toen inspreken om de raad te overtuigen van de ongeschiktheid van hun buurt. Toen is gezegd dat de stad voor deze doelgroep als geheel moet gaan staan. Overal in de stad zullen dit soort locaties verrijzen. De gekozen locatie in Zuidoost is uitermate prikkelarm. Het ligt vlakbij Driemond, heel afgelegen. Er zijn geen directe omwoners. Er wordt al drie jaar gezocht naar locaties en onderwijl wordt deze groep mensen van plek naar plek gesleept. Om uiteenlopende redenen lukte het maar niet een geschikte plek te vinden. Om die reden heeft het college anderhalf jaar geleden besloten om deze locatie aan te gaan wijzen voor deze doelgroep, hoewel het college altijd open blijft staan voor andere locaties, voor zover die beter geschikt zijn. Tegen elke mogelijke locatie zullen echter bezwaren worden ingebracht, wat het

32

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

onmogelijk zou maken een plek te vinden. Afgevallen zijn locaties met te weinig beschikbare buitenruimte. De buitenruimte van Langerlust maakt dat je mensen overdag daar dagbesteding kan geven, zodat dat ze gaan hangen in de buurt. Andere locaties hebben teveel prikkels, of geven aanleiding voor overlast, of liggen op de route van ovverbindingen naar drukke, aantrekkelijke locaties waar deze mensen overprikkeld raken. Sommige aangedragen locaties zijn bestemd voor nieuwbouw van woningen, wat ook zeer belangrijk is. Er is ook ver buiten Zuidoost gezocht, zoals aan de Spaarndammerdijk, de Contactweg, terreinen bij de Haarlemmerweg, bij de Melkweg in Noord. Het college heeft dit zeer serieus genomen en alle mogelijke locaties uitgekamd. Stadsdeel Zuidoost heeft laten weten dat het niet eens is met deze locatie, wat heel zwaar gewogen heeft, maar het college heeft een andere afweging gemaakt in het belang van deze kwetsbare groep mensen. Het college is daarover steeds heel open geweest naar het bestuur van Zuidoost, de stadsdeelcommissie en de raad. Zij nodigt alle raadsleden uit eens een bezoekje af te leggen aan de locatie Langerlust. Dan wordt misschien duidelijk waarom de plek zo geschikt is voor deze mensen. De heer VELDHUYZEN ziet de noodzaak in van het zoeken van een plek. Hij heeft mensen kapot zien gaan omdat er geen plek voor hen was in instellingen.

Dat geldt met name voor mensen die een prikkelarme omgeving nodig hebben. Hij vraagt of ook naar Landelijk Noord is gekeken. Wethouder KUKENHEIM bevestigt dat; er is ook gekeken naar locaties in Noord. Er is daar geen geschikte locatie gevonden. Zij antwoordt verder dat overlast voor omliggende terreinen niet te verwachten valt op deze locatie. Het is fysiek mooi ingekapseld. Deze mensen komen op deze manier ook terecht in een heel ander zorgtraject. Je kunt met hen aan de slag op de locatie zelf. Ook dat helpt bij het beheersen van eventuele overlast. Zij heeft veel vertrouwen dat het op een mooie manier kan gebeuren. Mevrouw HEINHUIS ziet het belang om een geschikte plek te vinden. Zij vraagt waarom andere locaties in Zuidoost minder geschikt zijn. Langerlust is niet op alle vlakken ideaal, zo ben je vanuit daar in een paar minuten bij de metro. Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat sommige van de andere locaties stukken dichter bij de metro, of direct op de route van de metro naar andere plekken. Er zijn elf mogelijke locaties gevonden in stadsdeel Zuidoost, maar die bleken allemaal hun risico’s en bezwaren te hebben zoals vanwege het bestemmingsplan, de plannen voor het gebied, particuliere eigenaren die belemmeringen opwerpen, projectontwikkeling, of het ontbreken van buitenruimte.

De heer WIJNANTS vraagt of bij de zoektocht steeds is gekeken of een locatie beter was dan Langerlust. Of zijn de locaties individueel op hun merites beoordeeld? Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat zij individueel op hun merites zijn beoordeeld. Ook Langerlust heeft overigens zijn nadelen en er zijn mensen die iets veel leukers voor die plek in gedachte hadden. De heer MANGAL onderschrijft de noodzaak van het zoeken van een locatie. Hij vraagt in te gaan op het houden van festivals in een prikkelarme omgeving. Voor het Gaasperpark wordt de recreatie bevorderd. Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat het aan een zijstukje van de plas is, wat het mogelijk maakt om functies naast elkaar te laten bestaan. Voor horeca is het ook een lastig stukje. Er is heel goed gekeken naar de locatie en wat voor type horeca er geweest is. Heel lang was Langerlust een trouwlocatie, en niet speciaal voor mensen uit Zuidoost. Over festivals en grote evenementen in het park maakt zij zich geen zorgen, want ze vallen in het niet bij de prikkels die deze mensen nu ervaren, omdat ze in de stad wonen.

33

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

De heer BOBELDIJK neemt de zorgtaak van de gemeente heel serieus. Hij leest bij de alternatieve locaties in het stuk soms dat de afdeling MO het een geschikte locatie vindt die verder onderzocht moet worden, of dat een locatie onder voorwaarden positief wordt beoordeeld. Dat klinkt toch als een aantal goede alternatieven. Elsrijkdreef is al een alternatief, want is in het verleden gebruikt, zij het niet voor de gehele groep. Toch zijn daar plekken die ook bruikbaar zijn. Hij leest daar in het stuk te weinig over. Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat de bezwaren per alternatief verschillend zijn, zoals ze eerder aangaf. Zij vermoedt dat er morgen wel weer nieuwe locaties op tafel komen, maar als die dan afgevallen zijn komen er weer andere in beeld. Je kunt alternatieve locaties blijven onderzoeken, maar er moet nu wel een oplossing komen. Het heeft al te lang geduurd. De professionals die met deze mensen werken zitten met de handen in het haar. Er moet nu een volgende stap gezet worden. De heer BOBELDIJK leest ergens ‘positief onder voorwaarden’. Juist vanwege de urgentie zouden die voorwaarden dan ingevuld moeten worden. Nergens in het stuk staat toegelicht waarom het alternatief niet goed is. Hij verwacht meer onderbouwing. Wethouder KUKENHEIM is bereid per locatie een toelichting te leveren.

Mevrouw BLOEMBERG-ISSA merkt op dat op deze locatie een horecafunctie geweest is, en niet alleen voor bruiloften. Er zat een heel maatschappelijk verantwoorde onderneming waar mensen met een afstand van de arbeidsmarkt werden opgeleid. Er kwamen ook buurtgenoten. De raad vindt de zorg heel belangrijk. Waarom geeft de wethouder niet een paar opties voor een locatie aan de raad? Wethouder KUKENHEIM wilde niet zeggen dat de raad zorg onbelangrijk vindt. Zij wil dat het heel duidelijk is om welke mensen het hierbij gaat. Er zijn geen opties aan de raad gegeven omdat het college geen andere opties ziet. Dit is een lastige doelgroep om te huisvesten. Op de meeste plekken kan je wel iets leukers doen dan het huisvesten van deze doelgroep. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA vraagt of er niets te vinden is bij de locaties die op termijn beschikbaar komen. Zij denkt bijvoorbeeld aan Amstel III. Wethouder KUKENHEIM sluit niet uit dat er op termijn, hoe lang dat ook mag duren, een locatie in beeld komt. Maar het college vindt dat het niet verantwoord is om nog langer te wachten. Deze mensen gaan momenteel van plek naar plek. De heer ERNSTING vraagt of de wethouder met een toelichting komt op de reden waarom de verschillende locaties afgevallen zijn. Wethouder KUKENHEIM antwoordt dat zij met een overzicht zal komen van de locaties die bekeken zijn, met de reden waarom ze afgevallen zijn.

Die brief komt nog voor de raadsbehandeling. Mevrouw AHMADI vraagt of de wethouder erover heeft nagedacht hoe het draagvlak in de buurt vergroot kan worden. Kan dat door mensen uit te nodigen om de locatie te komen bekijken? Helpt betere voorlichting? Wethouder KUKENHEIM herhaalt dat het college nooit voorlegt aan de buurt of de omwonenden een dergelijke zorgvoorziening willen. Geen enkele buurt is daarvoor enthousiast. Zij snapt die zorgen. Vanaf het moment dat besloten is waar een voorziening komt, zal met de buurt overlegd worden over de vormgeving. Voor andere plekken in de stad worden altijd commissies opgericht.

34

Gemeente Amsterdam Tijdelijke Algemene Raadscommissie

TAR

Raadscommissieverslag, 7 april 2022

Wethouder VAN DOORNINCK snapt dat de raad verder wil zoeken, maar het moet nu echt richting een vergunningaanvraag, want ook dan duurt het nog wel even voor de locatie geschikt gemaakt is. Het college vraagt aan de raad om in dit geval contrair te mogen gaan aan het TAC-advies, zodat de vergunningaanvraag gedaan kan worden en het traject verder kan. In het plan voor het Gaasperplasgebied staat dat Langerlust meer betrokken moet worden bij het gebied. Nu is het dus niet erg betrokken. Dat is de reden dat vorige horecagelegenheden nooit echt van de grond gekomen zijn. Als nu gekozen zou zijn voor horeca, was dat ook niet direct een succes geweest. Het kost jaren om het gebied erbij te betrekken. Er moet nu gezocht worden naar andere locaties voor horeca, zonder in het groen te hoeven bouwen. Op korte termijn kan gedacht worden aan mobiele horecaconcepten. Op termijn kan dan bekeken worden hoe het een permanente locatie kan worden, zonder in het groen te hoeven bouwen. Dit is een lastig besluit, maar toch het beste wat momenteel geboden kan worden. De heer WIJNANTS vraagt waarom het specifiek nu moet worden besloten. Het is toch niet zo dat omgevingsvergunningen alleen op een bepaald moment van het jaar aangevraagd kunnen worden? Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat het nu moet gebeuren omdat de doelgroep niet langer kan wachten. Daarom ligt het nu voor.

Er ligt een duidelijk advies van de TAC en met dit voornemen moet het bestuur contrair aan dat advies gaan. Dat besluit moet nu genomen worden. Mocht er toch nog ergens een geweldige locatie in beeld komen, dan zal daar uiteraard naar gekeken worden. Overigens zullen alle stappen genomen moeten worden voor het aanvragen van een omgevingsvergunning. De heer WIJNANTS merkt op dat een omgevingsvergunning per dag kan worden aangevraagd. Hij vraagt in de toegezegde brief mee te nemen wat eventuele de termijnen zijn. Hoeveel vertraging ontstaat er als dit besluit nu niet genomen wordt? Wethouder VAN DOORNINCK vraagt wat de bedoeling van de heer Wijnants is. Wachten tot de zomer? Of tot de volgende zoektocht gedaan is? Uit de zoektochten naar een locatie is geen geschikte locatie naar voren gekomen. Toen stelde het stadsdeel voor om in Zuidoost door te blijven zoeken. Dat vond het college prima, maar het wilde wel doorgaan met de besluitvorming. De heer MANGAL begrijpt het belang van de zorg. Maar waarom is de stadsdeelcommissie niet meegenomen in een van de trajecten? Misschien had men het belang van deze opvang dan beter begrepen. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat er met het stadsdeelbestuur heel vaak over gesproken is. Dat gaf aan de voorkeur te geven aan andere opties, hoewel men niet kon zeggen welke. Men was bezig met een zoektocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11511449/1