CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag RO 08-09-2021

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 8 september 2021, gemeente Amsterdam15.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 8 september 2021

RO

openstaande vragen. Voor wat de PvdD betreft is dit punt op dit moment daarom niet rijp voor besluitvorming in de gemeenteraad. Zij roept de wethouders daarom op te overwegen dit plan door te schuiven, zodat de raad de gelegenheid krijgt antwoord te krijgen op de vele vragen die er nog zijn. Wethouder EVERHARDT zegt een informatieve brief toe en herinnert aan de komende informatiebijeenkomst, waarin een toelichting gegeven kan worden op de vele vragen. Hij wijst verder op de geldende termijnen, die tot de keuze voor de nu voorgestelde handelswijze hebben beleid. Dat is niet in afwijking van wat te doen gebruikelijk is bij dit soort zaken. De VOORZITTER stelt vast dat toegezegd is dat er een afsprakendocument komt plus nog extra informatie over alternatieven middels een brief aan de raad. Verder komt er een informatiebijeenkomst. Zij gaat vervolgens de partijen langs met de vraag of men dit onderwerp in de komende raadsvergadering besproken wil hebben of niet. De uitslag hiervan is onbeslist. Dus bij de vaststelling van de agenda voor de raadsvergadering zal beslist worden of het punt wel of niet geagendeerd zal worden. Ruimtelijke Ordening 5 Afwijken van de Structuurvisie voor een nieuw bestemmingsplan voor de bestaande maïsteelt op ongenummerde percelen aan de Liergouw (ZD2021-006768) Mevrouw DE JAGER begrijpt de uitkomst van dit traject.

Toch wil zij benadrukken dat het punt van de bodemdaling serieus genomen moet worden. D66 betreurt het dat er gekozen wordt voor de uitsterfconstructie, hoewel ook zij weinig alternatieven zien. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoort mevrouw De Jager zeggen te begrijpen dat er gekozen is voor de uitsterfregeling. Er was nog een andere optie waarvoor gekozen kon worden. Dus waarom vindt D66 dat die optie niet wenselijk is, namelijk dat de gemeente gaat proberen om de gronden te verwerven? Mevrouw DE JAGER weet dat die optie verkend is en neerkomt op onteigening. Zij hoort graag hoe de PvdD dat voor zich ziet en denkt te kunnen bekostigen, mocht deze partij voor die optie kiezen. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA spreekt van een heel complexe situatie, waarin de PvdD zich niet kan vinden. Juridisch is er echter al veel onderzocht en daarbij bleek dat er maar heel weinig mogelijk is. Zij heeft een vraag bij de optie betreffende ‘de uitsterfregeling’. Begrijpt zij goed dat op de langere termijn deze grond wel volgens de regels van de hoofdgroenstructuur gerespecteerd zal worden, als er dus geen maisteelt meer zal plaatsvinden? Er was nog een andere optie. Zij vraagt de wethouder een toelichting op die optie. Waarom heeft de gemeente ervoor gekozen de grond niet te kopen? Wethouder VAN DOORNINCK zet uiteen dat er gekozen is voor de vermindering van de maisteelt.

De niet gebruikte gronden wil het college wel weggehaald zien, zodat er geen uitbreiding meer mogelijk is, zoals dat in het oude bestemmingsplan nog wel mogelijk was. Richting de PvdD bevestigt zij dat de gewenste situatie dus die van een verminderde maisteelt is. Zij kan echter nog niet voorspellen wanneer dat zal zijn. Het is dus een uitsterfconstructie. Zij refereert vervolgens aan de plannen die er liggen met betrekking tot de problemen waar Waterland mee kampt. Het gaat erom om in Waterland een goede agrarische toekomst te garanderen, waarbij rekening gehouden wordt met de weidedaling en de bestrijding van die daling. Als de maisteelt daar weggehaald wordt, geldt dezelfde bestemming als in het geval van de andere agrarische gebieden in Amsterdam.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 8 september 2021

RO

Er is niet gekozen voor verwerving en dus onteigening, omdat dat bij deze gebieden heel lastig ligt. Daarom heeft het college daar niet voor gekozen. Wel is er gekozen voor de mogelijkheid om uitbreiding van de maisteelt niet langer mogelijk te maken en de weg van het uitsterven te gaan. Het gaat erom om met alle betrokken partijen tot een goede agrarische invulling te komen. Tweede termijn Mevrouw VAN SOEST wil weten of de wethouder ervan op de hoogte is dat de MER niet akkoord is met dit voorstel. Wethouder VAN DOORNINCK weet wel dat de TAC heeft gezegd dat het niet binnen het bestemmingsplan past. Daar is zij zich van bewust. Zij zou ook het liefst zich wel aan het bestemmingsplan houden. Ook voor de structuurvisie geldt dat mensen rechten hebben en dat de gemeente juridisch niet kan afdwingen dat de maisteelt gestopt wordt. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt hiermee voldoende besproken is en in de raadsvergadering gehamerd zal worden. 6 Raadsinformatiebrief over het tramdossier op het Havenstraatterrein: hervatten overleg tramorganisaties en versturen van dagvaarding. (ZD2021-008356) Bij de behandeling van dit punt is ook de heer Capel, stadsdeelbestuurder stadsdeel Zuid, aanwezig.

Mevrouw DE BRUINE beschrijft de situatie van de Vereniging Rijdend Elektrisch Trammuseum op het Havenstraatterrein en is van mening dat voor deze tramorganisatie ruim baan moet worden gemaakt en dat de organisatie alle hulp en betrokkenheid verdient van de gemeente. Alle Amsterdammers kunnen van dit erfgoed genieten als het over straat rijdt. Een volwaardige erkenning voor dit erfgoed kent Amsterdam nog niet in tegenstelling tot bijvoorbeeld Rotterdam.

Er is een bestemmingsplan in ontwikkeling. De vorige versie daarvan is door de Raad van State van tafel geveegd. En sindsdien lijkt de opstelling van de gemeente richting de tramorganisaties als maar harder te worden. Er is regelmatig aandacht gevraagd voor deze kwestie. De gemeente geeft het signaal af dat het de trams liever kwijt is dan rijk. De dagvaarding voor ontruiming is daar weer een duidelijk signaal van. Naar haar mening judiceert de gemeente het proces, maar vergeet zij de organisaties mee te nemen in de ontwikkeling. Als er ontruimt moet worden, waar moeten de trams dan heen? Kan het trammuseum open blijven tijdens de bouw? Er blijkt dat de gemeente de tramorganisaties een geheimhoudingsverklaring ofwel een zwijgplicht heeft opgelegd zonder einddatum. Dit heeft haar uitermate verbaasd. Zij wil van de wethouder horen wat haar visie is op deze gang van zaken. Is de wethouder het met haar eens dat deze geheimhoudingsverklaring direct van tafel moet? Hoeveel culturele organisaties in deze stad hebben een dergelijke verklaring moeten ondertekenen? En aangezien de tramorganisaties niet mogen praten, en zelfs vandaag niet kunnen inspreken: kan de wethouder ons een update van de plannen en over de dagvaarding geven? De heer BOOMSMA wil ook graag horen hoe dit precies zit. Mevrouw VAN SOEST is het geheel eens met de CU.

Wethouder VAN DOORNINCK hoorde mevrouw De Bruine stellen dat de gemeente de tramorganisaties liever kwijt dan rijk lijkt te zijn. Dat is echter een beeld dat zij zou willen rechtzetten. Ook in de vorige bestemmingsplannen is er steeds een poging

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 8 september 2021

RO

gedaan om de tramorganisaties een plek te geven in het Havenstraatterrein. Zo is dat in eerste instantie ook bestemd. De gemeente is vervolgens teruggefloten, omdat er geen doenlijk exploitatieplan van zo’n tramloods getoond kon worden. Dat leidde tot het indienen van een bestemmingsplan zonder tramloods met de aantekening dat het bestemmingsplan aangepast zou worden op het moment dat er wel een werkbaar exploitatieplan zou zijn, omdat de gemeente de loods graag zou willen behouden. Dat bestemmingsplan is teruggefloten door de Raad van State. Toen is het gesprek weer opgestart met de tramorganisaties met de vraag wat er allemaal nodig zou zijn om wel met een levensvatbaar exploitatieplan te kunnen komen. Dat gespreksproces heeft tot positieve resultaten geleid en loopt nog steeds. Dat toch voor die dagvaarding is gekozen, komt omdat de gemeente zeker moet weten dat op het moment er gesaneerd gaat worden om vervolgens de woningen inclusief de loods te kunnen gaan realiseren, de nodige procedures zijn doorlopen en alle nodige stappen zijn ondernomen. Het liefst zou de gemeente dit op minnelijke wijze doen. De dagvaarding is in een goed gesprek met de tramorganisaties aangekondigd. Daarom werpt zij het beeld verre van zich dat de gemeente de tramorganisaties het liefst niet zou willen hebben.

De gemeente moet echter wel in staat zijn, dat als er een zo groot aantal vierkante meters voor de tramorganisaties bestemd wordt, aan te tonen dat dat op een goede manier vergund wordt en dat er een goed exploitatieplan onder ligt. Dat is het gesprek dat nu reeds enige tijd met de organisatie wordt gevoerd. Het stuk waarin om geheimhouding wordt gevraagd, kent zij niet, maar zij weet dat er in de gesprekken sprake is geweest van stukken waarop een geheimhoudingsplicht rust juist omwille van het feit een zo eerlijk mogelijk gesprek te kunnen voeren. Om die reden is de afspraak van een geheimhoudingsplicht gemaakt. Mevrouw DE BRUINE wil weten waarom de geheimhoudingsplicht voor onbepaalde tijd geldt en waarom er gedreigd wordt dat als de verklaring niet ondertekend wordt er verder niet zou worden onderhandeld. Wethouder VAN DOORNINCK ontkent dat dit signaal ooit via de tramorganisaties aan haar is teruggegeven. De gespreksrelatie is zodanig dat een dergelijk signaal makkelijk afgegeven had kunnen worden door de tramorganisaties, maar dat is kennelijk niet gebeurd. De heer CAPEL (moeilijk verstaanbaar) bevestigt het verhaal van de wethouder en geeft aan dat er keihard en intensief gewerkt wordt aan een mogelijke oplossing. Mevrouw DE BRUINE hoort de wethouder en de heer Capel tegenspreken wat zij van de organisaties heeft gehoord.

Zij zou aanwezig willen zijn bij die onderhandelingen om te vernemen hoe het er daar toe gaat. Zij wil aannemen dat het allemaal goed gaat, maar de organisaties hebben haar aangegeven de verklaring te hebben moeten ondertekenen. Wethouder VAN DOORNINCK zegt nog niet meegemaakt te hebben dat een raadslid aanwezig is bij gesprekken tussen de gemeente en organisaties. Zij kan mevrouw De Bruine wel aanbieden een gesprek te hebben met de procesbegeleider. Zij is niet meteen gecharmeerd van het idee dat een raadslid aanwezig is bij onderhandelingen met een derde partij. De heer CAPEL benadrukt dat er nu een beeld geschetst wordt van die gesprekken, dat hij niet herkent. Hij betreurt dat en stelt voor een gesprek te hebben om hieruit te komen. Mevrouw DE BRUINE wacht de reactie van de wethouder af om te horen wat de mogelijkheden zijn om hierover nog verder met elkaar in gesprek te gaan. 7

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 8 september 2021

RO

Bouwstenen voor de Goede (rechts-)orde. Andere bestuursstijl? (ZD2021008848) De heer BAKKER geeft aan reeds eerder in de raad aandacht te hebben gevraagd voor deze ongelooflijk belangrijke notitie. Het rapport is kritisch over het handelen van de gemeente en is onderdeel van de reeks kritische signalen die de raadsleden reeds langere tijd bereiken. Een van de punten die de heer Schrijver aanhaalt is het ontbreken van een brede belangenafweging. Er wordt eenzijdig gekeken naar de rechten en belangen van de aanklager, die pas in de afweging worden betrokken als die zich laten horen. De ambtenaren nemen dan een defensieve en formeel juridische houding aan of lichten soms de hand met de regels om hun bezwaren te stutten. Dit punt is wat de SP betreft de kern en dit valt de laatste jaren steeds vaker te constateren. Burgers kloppen met terechte zorgen aan bij de gemeente, tekenen bezwaar aan of dienen een zienswijze in. Keer op keer echter krijgen zij nul op rekest. De summiere juridische (?) is alles wat ze terugkrijgen. De enkeling die doorvecht tot aan de Raad van State kan alsnog zijn gelijk halen. De overgrote meerderheid druipt teleurgesteld af. De vergunningverlening wordt door vele Amsterdammers ervaren als een stempelmachine waar voor de zorgen en de bezwaren van de bewoners geen plaats is.

Bewoners hebben keer op keer het gevoel één-nul achter te staan en te vechten tegen de bierkaai. En omdat ambtenaren altijd beter zijn ingevoerd dan de gemiddelde Amsterdammer en eigenlijk weinig weet hebben van het beleid dat op dat moment geldend is. Hij pleit voor een mentaliteitsverandering waarin de gemeente in het proces van de vergunningverlening meer oog heeft voor de wensen van haar bewoners. Hij roept op het gesprek aan te gaan met de bewoners in plaats van alles formeel juridisch dicht te timmeren. Hij roept op tot een nader onderzoek naar het juridisch functioneren van de gemeente op het gebied van de ruimtelijke ordening. Verder wil hij weten wat de oorzaak is van het feit dat er zo veel vergunningen van rechtswege worden verleend. Hierbij zou ook kritisch gekeken moeten worden naar wat in het rapport wordt omschreven als het creatief wegschrijven van zienswijzen. Het tweede kernpunt van het rapport betreft het functioneren van de bezwaarschriftencommissie. Waarom zitten er geen onafhankelijke juristen in de bezwaarschriftencommissie? Waarom wordt er geen informeel overleg met bewoners meer gehouden en waarom worden er geen onafhankelijke derde meer geraadpleegd, zoals in Rotterdam. Hij heeft dus vele vragen en hij begrijpt dat deze vanmiddag niet allemaal beantwoord kunnen worden, maar laat het een startschot zijn van een brede discussie, zo roept hij op.

Men zou een symposium kunnen organiseren en de Ombudsman erbij betrekken. Wellicht dat de commissie RO samen met bewoners en de auteurs van dit rapport een expertsessie op poten kunnen zetten om hier nog eens uitvoeriger en langer over door te praten. Mevrouw VAN SOEST wil de heer Bakker vragen of hij nog met voorstellen komt. De heer BAKKER geeft aan dat naast het feit dat hij de aanbevelingen van dit rapport nadrukkelijk onderstreept, hij in de raad met voorstellen zal komen. Hij nodigt de overige raadsleden uit om ook met voorstellen te komen. Het duolid VERKERKE is van mening dat deze discussie ook in de commissie AZ zou moeten plaatsvinden en ook raadsbreed. In de bestuurlijke functie zou de gemeente minder juridisch moeten omgaan met toetsing en met klachten van burgers. Onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat de gemeente slechts heel licht toetst waar een inhoudelijke toetsing en belangenafweging gewenst is. Er worden machtspraktijken ingezet teneinde het gemeentelijke overwicht te behouden. Op pag. 7 wordt duidelijk gemaakt waarom de brede afweging ontbreekt en dat de zwakste partij ten opzichte van aanvragers op deze

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 8 september 2021

RO

wijze niet worden gezien. Er is dus geen sprake van een gelijk speelveld. BIJ1 zou graag zien dat de gemeente zich bezint en verandert, waardoor er hopelijk een eerlijker en transparanter bestuurlijk handelen voor terugkomt. Hij heeft twee suggesties teneinde de overmacht van de bestuurder tegen te gaan, namelijk standaard rechtsbijstand aan te bieden aan burgers bij procedures om het tekort aan kennis tegen te gaan. Plus het creëren van een toegankelijke database voor burgers. De heer BOOMSMA dankt de opstellers van dit rapport voor hun bijdrage. Hij wijst erop dat het CDA vaak aandacht gevraagd heeft voor de kwaliteit van de juridische functie en voorstellen gedaan heeft om daarin te investeren. Het gaat inderdaad om de mentaliteit. Hij vraagt zich af hoe het zit met de van rechtswege verstrekte vergunningen. Hij hoort daar graag een reactie op van het college. Wat wordt er gedaan om dat te voorkomen? Verder is hij het eens met het voorstel van de heer Bakker om daar nader onderzoek naar te doen in de vorm van een symposium. Hij denkt dat het goed is dat het college komt met een reactie op de vele aanbevelingen. Hij begrijpt dat de heer Bakker die aanbevelingen wil overnemen en in de raad bespreken. Misschien dat het college voor die tijd daarop kan reageren. Mevrouw VAN RENSSEN wijst erop dat een aantal punten van het rapport al eerder aan de orde zijn geweest o.a.

door het ongevraagde advies van haar GL-collega in Oud-West. Zij denkt dat het een goede zaak is om een onafhankelijke voorzitter van de bezwaarschriftencommissies aan te stellen. Verder vindt zij dat een informele aanpak vaker toegepast moet worden. Zij hoort graag wat de wethouder daarvan vindt. Een onderzoek door een extern bureau lijkt haar niet per se de oplossing. Dat zou wellicht beter kunnen gebeuren door een door de burgemeester geleide en door het college gedragen onderzoek om die cultuuromslag te bewerkstelligen. Dat zou ook kunnen met de Ombudsman Amsterdam. Zij denkt dat het goed is om daar een expertmeeting over te organiseren. Haar vraag is ook wanneer de reactie van de burgemeester op het rapport, dat in de commissie AZ besproken is op 29 april, verwacht mag worden. Zij wil van de wethouder ook horen of de antwoorden op de zienswijzen meegenomen kunnen worden in het nieuwe beleid. Soms wordt er bij de beantwoording van de zienswijzen niet transparant over de afwegingen gesproken. Dat zou in het participatiebeleid meegenomen kunnen worden. Voor GL staat voorop dat er sprake moet zijn van een open en transparante overheid. Het gaat om een goede informatieverlening aan burgers en het maken van transparante afwegingen. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA dankt de heer Bakker voor het agenderen van dit onderwerp. Zij kan zich ook aansluiten bij de vragen die de SP heeft gesteld.

Zij vindt het een goede suggestie van de heer Boomsma om het college op te roepen met een reactie te komen op de aanbevelingen. Wethouder VAN DOORNINCK dankt de heer Bakker voor het agenderen en ook de opsteller van dit rapport voor het schrijven ervan. Het gaat om een onderwerp dat velen bezighoudt en dát in een stad die zo in beweging is en waarin heel veel gebouwd en veranderd wordt. Er worden vele initiatieven genomen, waarbij de burgers bemerken dat hun woonomgeving verandert met de daarmee samenhangende overlast. Zij denkt dat het goed is als de overheid zich daartoe goed verhoudt. Zij denkt dat daar door de bestuursopdracht en de bouwdynamiek een slag gemaakt is. Daarbij gaat het vaak om verandering in de regelgeving, waarbij de omgangsvormen soms onder druk staan vanwege het vele en complexe dat overal plaatsvindt. Zij ziet in dat daardoor de noodzaak gegroeid is om daar beter naar te kijken. Zij wil absoluut niet zeggen dat alles goed is en dat het allemaal aan de hoeveelheid ligt. Het gaat daarbij om zaken die gemeentebreed bekeken moeten worden. Waar het gaat om het juridische verhaal dan is de burgemeester als eerste aan zet. Er is ooit met betrekking tot de bezwarencommissies voor deze vorm gekozen. Zij denkt dat het een goede zaak is te bekijken of de ervaring met deze commissies aanleiding geeft om veranderingen aan te brengen.

Zij wil deze vraag graag verder met de burgemeester

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 8 september 2021

RO

bespreken. De burgemeester is bezig met haar notitie en zij denkt dat het moment waarop die notitie naar buitenkomt het moment daar is om dit rapport daar ook bij te bespreken. Zij weet dat de burgemeester dit rapport ook meeneemt in haar antwoorden. Zij denkt dat het voorstel van de heer Bakker een erg goede is. Geconstateerd is dat er veel verandert in de stad en dat betekent dat het goed is als daar met zijn allen naar te kijken om vast te stellen hoe een en ander beter gedaan zou kunnen worden. Wellicht is het goed als er vanuit de raad een voorstel komt over hoe dat het best ingestoken kan worden: misschien via de Ombudsman. Waar zij voor wil waken is dat er een wij-zij tegenstelling ontstaat. Ook de opstellers van het rapport zeggen dat niet te willen. Dus zo’n expertmeeting zou die tegenstelling niet moeten verscherpen. Zij zou liever zien dat bekeken wordt hoe de onderkende problemen gezamenlijk opgepakt kunnen worden. Is er een andere werkwijze tussen overheid en burgers nodig? Dit lijkt haar een veel interessantere vraagstelling dan het uit willen pluizen van de vraag waar de schuld ligt. Het gaat in het veld immers vaak om heel veel mensen die ongelooflijk hun best doen om het beste voor de stad te doen en het gesprek aan te gaan met burgers.

Dat dat niet altijd goed gaat, is duidelijk, maar de vraag moet zijn hoe daarin in gezamenlijkheid een stap voorwaarts gezet kan worden. De heer BAKKER benadrukt het volledig eens te zijn met dit betoog van de wethouder. Hij wilde echter een aantal zaken in deze context niet onbenoemd laten. Het gaat daarbij om euvels waar permanent tegenaan gelopen wordt. Een centrale kwestie daarbij in deze stad is het instrumenteel inzetten van recht. Het recht wordt in de huidige bestuurlijke praktijk misbruikt. Daarin moet snel verandering komen! Natuurlijk moet daarbij de discrepantie niet gezocht worden in een wij-zij-tegenstelling. Wethouder VAN DOORNINCK zegt dit punt te begrijpen en vindt het een goede zaak om dit onderdeel mee te nemen. In het kader van de aanstaande Omgevingswet moet het ook gaan om de vraag hoe de overheid de aanvragende burgers meer ten dienste kan zijn. Iedereen moet zich in het proces gehoord voelen, hetgeen echter niet kan beteken dat iedereen in dat proces altijd krijgt wat men wil. Zij ziet uit naar een raadsbrede discussie hierover. Dan de kwestie van de van rechtswege verleende vergunningen. Dat is inderdaad een groot aantal, maar vergeleken met het totaal aantal vergunningaanvragen valt het mee. Het gaat dan om 0,9%. Het proces wordt gemonitord. Er is een dashboard gemaakt.

In het verleningsproces wordt erop gestuurd om die fatale termijnen niet te laten passeren. Het lid Verkerke had een aantal voorstellen, waarvan zij voorstelt te bekijken hoe dat in de context van een expertmeeting kan worden meegenomen. Met betrekking tot mevrouw Van Renssen komt zij terug op het punt van de participatie. Dat vindt zij aanleiding om voor te stellen ook de wethouder Participatie bij die discussie aan te laten sluiten. Zij is het ermee eens dat het een goede zaak is dat het idee verlaten is dat de overheid aan dienstverlening moet doen aan haar consumenten, maar dat het gaat om een overheid die in gesprek is met haar burgers. Tweede termijn De heer BOOMSMA denkt dat het goed is dat als de burgemeester hierop gaat reageren, zij dit laatste aspect daarbij ook meeneemt. Verder verwacht hij dat er ook ingegaan wordt op de aanbevelingen van het rapport. Misschien dat de wethouder dat punt de burgemeester nog kan meegeven. Wethouder VAN DOORNINCK zegt toe dit op te zullen nemen met de burgemeester. Mocht het nodig zijn dan kan zij daarop vanuit de RO-context ook altijd nog reageren op die aanbevelingen. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp in de raadsvergadering van oktober geagendeerd zal staan.

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 8 september 2021

RO

8 Kennisnemen van de Raadsinformatiebrief rondom de stand van zaken Omgevingswet (ZD2021-007593) Mevrouw VAN RENSSEN zegt wegens haar ontbrekende spreektijd haar vragen schriftelijk te zullen afdoen. Mevrouw DE JAGER wijst erop dat in de stukken staat dat de financiële impact verder uitgewerkt zal worden in het (?) programma 2022. Dat lijkt haar raar, want de Omgevingswet moet in juli 2022 in werking treden. Misschien dat de raad daar wat meer inzicht in kan krijgen. Wethouder VAN DOORNINCK legt uit dat die aanpak samenhangt met te nemen besluiten over de implementatie van de Omgevingswet. Dan wordt er ook een financiële analyse gemaakt. Zo zal er over de leges in het voorjaar 2022 de Legesverordening vastgesteld moeten worden. Het voorstel vanuit het college is om dat gehele verhaal waarover nog besloten moet worden direct met de raad te delen als zo’n analyse er is. Er wordt naar gestreefd om dat op tijd te doen plaatsvinden. 9 Kennisnemen van het college besluit inzake het vrijgeven voor inspraak en advies Integraal Raamwerk Haven-Stad en afhandeling motie van lid Geenen ‘onderzoek naar vervolgonderwijsvoorzieningen’ (nr.1638.17). (ZD2021-002723) Mevrouw VAN RENSSEN geeft aan dat wat haar fractie betreft daarbij ook de versterking van de bestaande kwaliteit van dat onderwijs naar voren moeten komen.

Dat punt vindt zij nog onderbelicht en vraagt of in de definitieve versie daarover een basiskaart kan worden opgenomen. Dat geldt voor maatschappelijke voorzieningen en sportvoorzieningen, dus voor scholen, maar ook voor openbaarvervoerverbindingen. Hoe is de verbinding met de bestaande stad, maar ook van Nieuw-West onderling en NieuwWest met Noord. Het gaat dus niet om Haven-Stad op zich, maar als Haven-Stad als onderdeel van de bestaande stad. Verder wil zij weten wat de rol van de raad is bij de verdere ontwikkeling van dit raamwerk. Kan de evaluatie en monitoring van 2020 tegemoet gezien worden? Mevrouw BLOEMBERG-ISSA wijst op de toegenomen druk op het Westerpark. De bewoners van Centrum en West hebben nu al het minste groen per inwoner. Daarbij moet Haven-Stad ook nog groen lenen uit het Westerpark. Daarom is het goed dat de PvdD-motie is aangenomen die wil dat het gehele Westerpark buiten de groennorm van Haven-Stad blijft. De wethouder legde echter de motie naast zich neer. Meerdere hectaren van het Westerpark worden nu gebruikt voor de groennorm van Haven-Stad, terwijl er in werkelijkheid geen centimeter groen bij komt. De PvdD moet dus vaststellen dat de wethouder de motie niet uitvoert. Daarnaast heeft het college nog meer plannen waarbij het groen ingeruild wordt voor asfalt en drukte.

Het Westerpark wordt bovendien ingebouwd in het park in de Zaanstraat, terwijl dat een perfect gebied is om het Westerpark uit te breiden. De stadsparken van Haven-Stad staan pas op een later moment ingepland tijdens de bebouwing van het gebied. De PvdD vindt dat het beste moment om een boom in te planten tien jaar geleden was. Het op een na beste moment is echter nu! Daarom vraagt zij om de ontwikkeling van het groen gelijk te laten lopen met de ontwikkeling van Haven-Stad en om het Westerpark helemaal uit de groennorm te halen, zoals in de motie gevraagd werd. Wethouder VAN DOORNINCK gaat allereerst in op de vragen van mevrouw Van Renssen betreffende de aansluiting op de bestaande stad. Het gebied wordt nu

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 8 september 2021

RO

getransformeerd en het raamwerk is niet de plek waarin al invulling gegeven gaat worden aan functies of programmering. Daar zit dus verschil tussen. Toch kan er gekeken worden naar de aansluiting op bestaande gebieden. Juist een raamwerk kan daar erg bij helpen met name in het gesprek met andere stadsdelen over de ruimteproblematiek. Dus op dit moment gaat het nog niet zo zeer om de kwantitatieve behoeftes van de omliggende wijken. Aan de rapportage van de monitoring wordt op dit moment gewerkt en zal samen met het definitieve raamwerk, begin volgende jaar, aan de raad worden aangeboden. Richting mevrouw Bloemberg-Issa wijst zij erop dat gezegd is dat het bestaande Westerpark niet zal worden meegenomen. Het is wel zo dat ervoor gezorgd worden dat stukken groen die op dit moment geen verblijfsstukken zijn ontwikkeld gaan worden. Op die manier wordt het als groen voor Haven-Stad meegenomen. Zij heeft eerder toegezegd te bekijken of er niet eerder tijdelijk groen kan zijn, zodat er altijd voldoende groennorm aanwezig is in Haven-Stad. Tweede termijn Mevrouw BLOEMBERG-ISSA meent dat er sprake is van een meningsverschil over de uitvoering van de motie, want zij heeft gevraagd om het bestaande park niet mee te nemen. De motie wordt uitgevoerd als het gaat om het toegankelijke park. Dat zijn twee verschillende dingen.

Zij dankt de wethouder voor de toezegging om nog eens te kijken naar wanneer de stadsparken er komen. Dat is nu 2040-2050, maar als dat eerder kan, dan is dat een goede zaak. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat soms nog niet definitief kan worden ingevuld wat de stadsparken zullen zijn. Dan ligt een tijdelijk park voor de hand, zoals dat ook gedaan wordt met de sportvelden en dat die zich ontwikkelen met de ontwikkeling van het gebied. Zij zal nog eens goed kijken of het in die zin goed in het raamwerk staat. 10 Openbaarheid adviezen van de SIRK (ZD2021-005895) De heer BOOMSMA wil naar aanleiding van de in de brief gedane suggestie weten wat er inderdaad gedaan gaat worden. Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat als de raad wil dat dat gaat gebeuren, dat ook gedaan zal gaan worden. De raadsvraag is er, dus het gaat gedaan worden. Zuidas en Marineterrein 11 Informeren raad over de concept Nota van Uitgangspunten Marineterrein (ZD2021-008382) Gevoegd te behandelen met 13 Brug over Oosterdok; verzoek aan raadscommissie RO Nr. VN2021-023809 Mevrouw BERCKENKAMP benadrukt dat D66 er voor is om meer woningen te bouwen gezien de grote behoefte aan woningen en de onbetaalbaarheid daarvan. Het is belangrijk dat er draagvlak is voor dit plan. Het is alleen lastig dat veel woningzoekenden nu niet kunnen participeren in het proces, terwijl hun belangen wel moeten worden meegenomen.

D66 is blij met het groen in het plan en de aandacht voor duurzaamheid. Zij deelt de kritiek van de omgeving dat het gaat om veel snippergroen, dat zich niet leent voor recreatie. Er bestaat wel veel behoefte aan verblijfsgroen voor recreatie en sport. Om die

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 8 september 2021

RO

reden vraagt zij toch meer groen in te tekenen in het plan. Verder is haar vraag aan de wethouder aan te geven hoe essentieel de brug is over het Oosterdok. Zij vraagt dit naar aanleiding van de bijdrage door de insprekers. De heer BOUTKAN geeft aan dat zijn fractie voorstander is voor deze bouwplannen en de daarmee samenhangende verdichting. Richting de insprekers wijst hij erop dat er voor hen nog veel gelegenheden komen om hun stem te laten horen. Hij herkent het dilemma van het college waar het de zorg voor een goede balans betreft tussen voldoende groen in het hart van de stad, het behoud van het unieke karakter van het Marineterrein en tegelijker tijd het bouwen van woningen in een goede mix. De keuzes die nu gemaakt worden vindt hij verstandig, zoals de keuze van het college voor een maximale bouwhoogte van 40 meter. Meer moeite heeft hij met de brug. Hij zegt nog niet scherp te hebben of die brug echt nodig is. Hij ziet wel dat er een ruimtelijke reservering komt. Wat is nu echter de toegevoegde waarde van die brug? De door een inspreker gedane suggestie voor de verbreding van de brug aan de noordzijde vindt hij een interessante. Hij hoort graag hoe het college hier tegenaan kijkt. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is ook kritisch op dit punt, omdat met de brug de schoonheid van het Oosterdok aangetast gaat worden.

Het lid VERKERKE vindt het een goede zaak dat ervoor gezorgd wordt dat het gebied zo groen en open mogelijk blijft. Ook is het belangrijk dat Defensie een zo klein en laag mogelijk stuk van het gebied behoudt. Onderwijs dat erop gericht is om mensen te doden, moet nergens en zeker niet in Amsterdam een plek hebben! Hij weet niet of de minister met een pennenkras de plannen teniet kan doen. Wethouder EVERHARDT weet dat het hierbij gaat om de inspraak. Hij zal nog eens goed kijken naar de zaken die via de inspraak aan de orde zijn gesteld. De heer Boutkan sprak van een dilemma, maar hij vindt het een enorme mogelijkheid voor de stad om dit terrein tijdelijk onderdeel te laten zijn van de stad. Dan gaat het inderdaad om afwegingen, waarvan de discussie reeds vanaf 2017 loopt. Dan gaat het ook om voldoende groen en openbare ruimte. Hij benadrukt dat 70% van het gebied onbewoond blijft. Hij begrijpt de geluiden die benadrukken de verschillende functies te optimaliseren. Hij heeft de daartoe nu gemaakte wensen en suggesties gehoord, maar hij ziet weinig of geen kansen om aan als die wensen en suggesties te voldoen. Maar er komt nog inspraak en dan gaat er nogmaals goed geanalyseerd worden wat de mogelijkheden zijn. Er gaat dus nog eens naar het plan gekeken worden. De brug heeft lang ingetekend gestaan en is nu gereduceerd tot een ruimtereservering.

Er staat nu een stippenlijn, maar die geeft niet de definitieve plek aan waar de brug zou komen. Het gaat puur om een ruimtereservering om er later nog eventueel werk van te kunnen gaan maken. Het gebied wordt onderdeel van de stad. Hij kan nu niet voorzien of er niet in de toekomst goed onderbouwde wensen ontstaan om de toegankelijkheid tot Marineterrein te vergroten. Mevrouw BERCKENKAMP snapt de redenering van de wethouder, maar vraagt zich af of er nu niet reeds bepaald kan worden wanneer wel besloten gaat worden dat er dingen moeten gaan gebeuren en wat die dingen dan zijn. Wethouder EVERHARDT is zeker bereid om daar naar te kijken, maar dat neemt niet weg dat er voor de toekomst een onzekerheid blijft bestaan. Hij is ervan overtuigd dat de dan in de toekomst zittende bestuurders bij de dan te nemen besluiten hun eigen overweging gaan maken. De heer BOUTKAN herinnert aan zijn vraag betreffende de ontsluiting aan de noordzijde met de brug en de verbreding daarvan. Wethouder EVERHARDT begrijpt de vraag en gaat daar naar kijken. Hij wil wel eerst alle inspraakreactie kunnen overzien.

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 8 september 2021

RO

TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Bespreekpunten Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed 12 Bestuursopdracht Erfgoed in een dynamische stad. Nr. VN2021-019248 Gehamerd Zuidas en Marineterrein 13 Brug over Oosterdok; verzoek aan raadscommissie RO Nr. VN2021-023809 Gevoegd behandeld met agendapunt 11. Zie aldaar. BESLOTEN DEEL

De VOORZITTER sluit deze vergadering om 17.20 uur.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10601506/2