CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag RO 03-03-2021

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 maart 2021, gemeente Amsterdam14.403 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie.

RO

Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

DEFINITIEF VERSLAG Vergadering Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening Vergaderdatum Woensdag 3 maart 2021 van 13.30 uur tot 17.00 uur digitaal Verslag vastgesteld op: Woensdag 24 maart 2021

Voorzitter: mevrouw Van Pijpen Portefeuillehouder: wethouder mevrouw Van Doorninck, wethouder Everhardt Commissiegriffier: de heer Willems Verslaglegging: de heer Van der Kroon (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw Bloemberg-Issa (PvdD), de heer De Boer (JA21), de heer Boomsma (CDA), mevrouw De Bruine (CU), de heer Ernsting (GL), mevrouw De Fockert (GL), de heer Hofland (D66), mevrouw Kılıç (DENK), de heer Leenders (PvdA), de heer Mangal (DENK), de heer Nijssen (VVD), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Vroege (D66) Afwezige commissieleden: mevrouw Naoum Néhmé (VVD), Overige aanwezigen: De heer Dutilh, commissie-ondersteuner

1 Algemeen a Opening De VOORZITTER opent de online vergadering en heet eenieder welkom.

b Mededelingen Wethouder VAN DOORNINCK meldt dat per 1 maart de grond overgedragen is ten behoeve van het politiebureau op het Zeeburgereiland. De aannemer gaat nog deze maand (maart) het bouwterrein inrichten en gaat in april starten met heien. De verwachting dat er over ongeveer een jaar een nieuw politiebureau zal staan.

c Vaststellen agenda

d Conceptverslag van de openbare en besloten vergadering van de raadscommissie RO d.d. 3 februari 2021 Dit verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

e Termijnagenda, per portefeuille Er zijn geen opmerkingen, vragen e.d.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

f TKN-lijst De heer Boomsma heeft aangegeven tkn-4 (verdeling notariskosten) inhoudelijk te willen bespreken. Mevrouw Kılıç ziet de volgende keer graag tkn-8 (projectnota Klaprozenweg Noord) behandeld. De heer Leenders tekent hiertegen het bezwaar aan dat de normale gang van zaken is dat onderwerpen pas na de inspraak behandeld worden. De voorzitter stelt voor om hierop buiten de vergadering terug te komen.

g Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Geen stukken ontvangen

2 Inhoudelijk deel a Opening inhoudelijk gedeelte

b Inspreekmoment Publiek Hierbij worden ook de insprekers op de doorgeschoven agendapunten in de gelegenheid gesteld hun bijdrage te leveren. Insprekers zijn Mevrouw Bakker namens stichting De Vrijbuiters over de uitvoeringsstrategie Volkstuinenbeleid Mevrouw Van der Veen op persoonlijke titel over het recht van de gemeenteraad om te besluiten over erfpacht Mevrouw Kruyt op persoonlijke titel over Lutkemeer De eerste inspreker is mevrouw Bakker Mevrouw BAKKER spreekt in over het stukje grond bij de Diemerbrug. In 2007 heeft zij via een notaris de huur van dat stukje grond van de provincie geregeld. De grond blijkt verkocht te zijn aan een projectontwikkelaar. Dat is allemaal achter haar rug om gebeurd. Navraag bij het stadsdeel leverde minieme informatie op. Zij vindt dat zij en haar medetuinders van het terrein afgegooid worden zonder dat zij in de besluitvorming gekend zijn. Het terrein heeft een grote historie. Het is een uniek stukje natuur. Het zou zonde zijn als deze historische grond nu ook zou verdwijnen. Zij verzoekt goed te kijken naar dit stukje grond en ervoor te zorgen dat er geen woningen op gezet worden, zodat het blijft zoals het is. Als er elders grond is dat de tuinders opnieuw kunnen gaan bewerken, dan komen zij daar graag voor in aanmerking. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoort mevrouw Bakker aangeven dat het contact met het stadsdeel mis is gegaan.

Zij wil weten of de gemeente de kans heeft gehad om de grond te kopen, zodat de tuinders konden blijven. Klopt het ook dat de Vrijbuiters is meegedeeld dat zij zijn opgenomen in het volkstuinenbeleid, dat erop gericht is volkstuinen te behouden. Dat is hier dus niet gebeurd.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

Mevrouw BAKKER bevestigt dit. In 2004 werd haar door de provincie gezegd dat het stuk grond aangeboden is aan de gemeente Diemen en het stadsdeel Zuidoost, maar dat beide partijen niet geïnteresseerd waren. Het stadsdeel heeft erkend dat de Vrijbuiters zijn opgenomen in de erkende volkstuinen in Amsterdam. De volgende inspreker is mevrouw Van der Veen. Mevrouw VAN DER VEEN herinnert aan de gelegenheid die het Scheepvaartsmuseum in 2018 had om nautisch historisch erfgoed in de open lucht tentoon te stellen en ermee te gaan varen met publiek. Daar is echter helaas nog niets mee gedaan. Zij vertelt van een dergelijk project dat helaas niet door kon gaan wegens erfpachtproblemen en bouwplannen op een industrieterrein, waarop geen woningen mogen worden gebouwd wegens de geluidszone. Het bestemmingsplan Oostelijke binnenstad verbiedt woningen. Zij is van mening dat de gemeenteraad in bestemmingsplannen een bepaling moet opnemen ter bescherming van stadsgezichten volgens de Monumentenwet. Helaas breken B en W radicaal in op de bescherming die het bestemmingsplan Oostelijke binnenstad biedt met twee ontwerpbestemmingsplannen bestemd voor door haar aangeduide werven, die bedoelen de geluidszone te verleggen en zo het woningbouwproject toch te kunnen vergunnen, terwijl het tegen alle regelgeving indruist.

Waarom geeft het stadsbestuur de ruimte aan projectontwikkelaars? Zij roept de gemeenteraad op het initiatief te nemen en het college op te dragen de erfpacht terug te kopen. Laat de gemeente Amsterdam weer vol eigenaar worden van de door haar aangeduide werfterreinen worden! De gemeenteraad kan dan geheel zelf de inrichting van het werfterrein bepalen. Zij pleit voor een publieke bestemming en het toegankelijk maken van het bedoelde terrein. Als de gemeente de erfpacht terugkoopt kan het deels aan woningbouwcorporaties worden gegund. Daarmee kan dan ook de ruimte geschapen worden voor het erfgoed van het Scheepvaartsmuseum. Daarmee kan ook de grond onder Hoogte Kadijk 125b, die een archeologische waarde heeft, toegankelijk blijven voor de archeologische vondsten die zich in die grond bevinden. De grond is bovendien zwaar vervuild. Zij zou graag zien dat die grond werd afgegraven dieper dan de nu geplande 1,7 m en verder archeologisch wordt onderzocht. Zij roept tenslotte op een plan te ontwerpen voor een open werf samen met het Scheepvaartsmuseum en het Kromhoutmuseum. De volgende inspreker is mevrouw Kruyt. Mevrouw KRUYT komt wederom pleiten voor het behoud van de Lutkemeer. Zij kreeg van de gemeente te horen dat men zich realiseerde dat de biodiversiteit er per saldo niet op vooruit zal gaan.

Maar tijdens de vorige vergadering beweerde de wethouder nog met verve dat de biodiversiteit wel groter zou worden én dat zij de vogels van de Rode Lijst wel gaat beschermen. Ook dat is allemaal niet waar! Verder beweerde de wethouder dat er slechts 11 ha grond is bewerkt. Dat is nagemeten. De totale oppervlakte van de bewerkte grond is 17,8 ha! Waarom toch steeds al die leugens!? Die heeft de wethouder blijkbaar nodig, omdat haar verhaal over de Lutkemeer gewoon niet klopt! Resumerend: Er is geen noodzaak tot bouwen; Die 42 miljoen euro is een zelf verzonnen bedrag. Dat kan misschien verdiend worden als de hele polder volgebouwd wordt. De vraag is echter of dat gaat gebeuren. Dat is niet het geval, want de ernaast gelegen bedrijventerreinen liggen al 20 jaar braak! Landelijk zijn er richtlijnen op gesteld tegen de verdozing van het landschap. Een van die regels is ‘niet bouwen op vruchtbare grond’! De plannen gaan tegen de duurzame beleidsvoornemens van Amsterdam in. Klimaatneutraal is het nieuwe normaal, roept wethouder Van Doorninck. Ze pleegt echter klimaatmoord op de Lutkemeer! Dat is helemaal niet klimaatneutraal! Zeker niet groen, en ook niet links. En dan die zogenaamde onomkeerbare stappen. Die stappen zijn in een ver gelegen verleden op oneigenlijke gronden genomen! Daar was corruptie in het spel en belangenverstrengeling.

Zij roept de raadsleden op hun controlerende taak op te pakken en de door het bestuur gemaakte fouten te herstellen. Wijzig het bestemmingsplan terug naar ‘agrarisch’. De aangebrachte vernielingen zijn erg, maar gelukkig nog wel omkeerbaar.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

Neem het rapport van de universiteit Wageningen ter harte, zo roept zij op. Dat rapport stelt dat de bio-polder jaarlijks veel geld gaat opbrengen. De volgende insprekers spreken in per agendapunt. Begonnen wordt met agendapunt 7 over de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Inspreker is de heer De Jong namens reizigersorganisatie Rover. De heer DE JONG heeft complimenten voor de Omgevingsvisie. Hij heeft geen argumenten tegen de visie, maar aanvullingen. Die wil hij nu bepleiten. Er dient meer rekening te worden gehouden met het draagvlak (??), de relatie met het openbaar vervoer. De visie spreekt van de schaalsprong, maar dat vindt hij niet terecht, gezien de bescheiden groei van de stad met 20%. Het stuk spreekt zelf van: Regionaal toekomstbeeld 2040 voor de noordvleugel waarbij van een veel groter ambitieniveau sprake is. Hij zou dat graag meer terugzien in de strategische keuzes van de agenda van de Omgevingsvisie. Ten tweede: papier is geduldig. Een uitvoeringsstrategie openbaar vervoer is nodig en dat niet alleen van de gemeente, maar ook regionaal. Hij benadrukt de wenselijkheid om in nieuwe wijken allereerst ruimte vrij te maken voor voorzieningen van openbaar vervoer. Ook de tijdige aanleg ervan is belangrijk. Hij wil ook de ruimtelijke verankering van het bestaande tramnet beter op de kaart zetten. Hij wil het PlusNet planologisch beschermd zien.

Verder gaat de oost-westverbinding nog heel lang duren. Een metro gaat waarschijnlijk nog heel lang duren, daarom pleit hij voor een verlenging van tramlijn 1. Ook ziet hij graag dat de nieuwe stadsdeelcentra en de knelpunten beter ontsloten worden. Ook het spoornet moet planologisch verankerd worden in de kaart. Hij pleit er ook voor om de zgn. hub-strategie al veel verder buiten de stad in te zetten. Mensen zouden pas in laatste instantie gelegenheid moeten worden geboden om aan de rand van de stad over te stappen. Hij verwijst tenslotte naar de zienswijze van Rover. De heer LEENDERS hoort de heer De Jong zich voor wat de uitvoeringsstrategie betreft specifiek richten op het OV. In hoeverre zou dat iets kunnen zijn voor de gehele Omgevingsvisie? De heer DE JONG lijkt dat een goede suggestie, maar hij spreekt in namens een reizigersorganisatie. Vandaar dat hij zijn reactie toespitste op het OV. De heer ERNSTING onderschrijft veel van wat de heer De Jong zojuist naar voren bracht. Hij denkt dat in een verdichtende stad fijnmazigheid belangrijk is. Tegelijkertijd maakt hij zich zorgen over de ernstige gevolgen van de Coronacrisis voor de exploitatie van het OV.

Hoe ziet de heer De Jong de opgave nu voor het OV gegeven de Coronacrisis en wat is er voor nodig van het Rijk om de OV-sector weer op poten te krijgen? De heer DE JONG denkt dat op de langere termijn de vervoersgroei weer aan gaat trekken. Op de kortere termijn ziet hij twee dingen: er zijn misschien bezuinigingen nodig, maar die moeten niet tot een neerwaartse spiraal leiden. Daarom is een ondersteuning vanuit het Rijk nu belangrijk tot in ieder geval eind van dit kalenderjaar. Ten tweede denkt hij dat er ook nu al veel meer exploitatiesubsidie gegeven moet worden voor OV en dat niet alleen op de kortere termijn wegens de Coronacrisis, maar ook voor de langere termijn. Het is niet vol te houden dat het GVB de intensiteit op bepaalde lijnen opvoert om elders af te schalen, omdat het budget ontbreekt om het allemaal rijdend te houden. Verder wijst hij erop dat het GVB een bijzonder positie heeft, omdat zij eigenlijk geen bijdragen in de exploitatiekosten krijgen. Uitbreidingen, zeker in geval van grote woningbouwlocaties, vergen grote investeringen en daarbij geldt dat de kost voor de baat uitgaat. De heer HOFLAND hoort de heer De Jong spreken van een schaalsprong op het gebied van het inwoneraantal, hetgeen hij onvoldoende terugziet. Hij wil weten wat de heer De Jong het meeste mist.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

De heer DE JONG wijst erop dat in de Omgevingsvisie zelf sprake is van een schaalsprong voor het OV, maar dat wordt verder niet uitgewerkt. Daarom verwijst Rover in zijn zienswijze naar het rapport waaraan de gemeente zelf heeft meegewerkt voor de Noordrail voor de Randstad, waarbij uitgegaan werd van een verdubbeling van het openbaar vervoer. Hij denkt dat tussen nu en de komende tien jaar uitbreiding van het OV nodig is zowel in frequentie als in het ontsluiten van de knelpunten. Dit om meer mensen uit de auto te verleiden. Hij pleit dus voor een uitvoeringsplan waarin stapsgewijs toegewerkt wordt naar die uitbreiding. De volgende insprekers leveren hun bijdrage voor agendapunt 9: Voortgangsrapportage Sprong over ’t IJ. Er zijn drie insprekers De heer Van Dijk op persoonlijke titel De heer Hermsen op persoonlijke titel De heer Wessels namens stichting IJbaan De eerste inspreker is de heer Van Dijk, maar die geeft desgevraagd aan dat hij liever de volgende vergadering inspreekt. Dan is aan de beurt de heer Hermsen. De heer HERMSEN vraagt aandacht voor het onder de tafel vegen van de belangen van de fietsers op het Zeeburgereiland en IJburg. Hij meent dat de gemeente bij de behandeling van het rapport van de Commissie De Hooghe de maatschappelijke en financiële baten en lasten in dit stadium niet heeft afgewogen.

Hij schetst de historische besluitvorming rond de fietsverbindingen in het desbetreffende gebied. Alle stukken die toen ook vanuit de klankbordgroep werden geproduceerd zijn gedeeld met genoemde commissie. Een maatschappelijke en financiële baten en lasten analyse was echter nog niet uitgevoerd. Hij wil weten op welke gronden de gemeente deze commissie decharge heeft verleend. In 2018 is het Mobiliteitsplan opgesteld. Hij meent dat op redelijk korte termijn verbeteringen in het OV-verbindingen nodig zijn. Hij denkt daarbij aan tramlijn 26. In het heden wordt er gewerkt aan de Piet Heintunnel voor auto’s. Hij wijst op de risico’s van deze werkzaamheden voor het bestaande OV-lijnennet in dat gebied. Voor hem is het alternatief een fiets-/autoverbinding over de Amsterdamse brug. In de voortgangsrapportage wordt één zin gewijd aan de verbinding met het Zeeburgereiland. Hij vreest dat met de huidige plannen het verkeer op het Zeeburgereiland gaat vastlopen. Een alternatieve aanvullende fietsverbinding is volgens hem op korte en lange termijn absoluut noodzakelijk. Hij heeft een beroep gedaan op de Wet Openbaarheid Bestuur en heeft stukken opgevraagd, maar dat heeft tot op heden nog niet tot resultaten geleid. Hij sluit af met twee vragen aan het gemeentebestuur.

Welke zijn die ernstige nautische en stedenbouwkundige bezwaren tegen een fietsbrug en waar is het bedrag te vinden? De heer VROEGE vertelt met verbazing te hebben geconstateerd dat die fietsbrug met één pennenstreek van tafel is geveegd. Hij begrijpt dat de heer Hermsen bij deze besluitvorming betrokken is en wil daarom van hem weten of hij het gevoel heeft dat deze wethouder zich niet hard genoeg heeft opgesteld richting het Rijk voor het behoud van deze brug in het streven deze stad een fietsrijke stad te maken en niet alleen autoluw? De heer HERMSEN zet uiteen geen enkel inhoudelijk argument te vinden in de stukken die het opheffen van de plannen voor een fietsbrug rechtvaardigen. De NoordZuidlijn was ook moeilijk inpasbaar! Naar zijn mening krijgt het autoverkeer hier absoluut de voorrang.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

De heer VROEGE meent te weten dat Zeeburgereiland aangelegd is als een autoluwe wijk, maar door de daar aanwezige autowege is de wijk per auto het best bereikbaar van de hele stad! De fietser komt er daarbij vergeleken bekaaid vanaf. Hoe wordt daar op het eiland over gesproken, zo wil hij weten. De heer HERMSEN heeft van zijn buurtgenoten begrepen dat zij de Amsterdamse Brug vreselijk vinden wegens de vermeende onveiligheid ervan ’s avonds. Een fietsverbinding naar het Oostelijke Havengebied zou veel beter zijn. Men is daar boos en gefrustreerd over. Naar zijn mening is de fietscapaciteit naar dit gebied onvoldoende. Er moet een fietsverbinding bij! Mevrouw VAN SOEST wil weten wanneer het onderzoek waar de heer Hermsen van sprak gedaan is en hoe lang hij al aan het wachten is. De heer HERMSEN wijst erop dat de procedures nog binnen de termijnen zitten. De ambtenaren informeren hem heel correct. Het gaat alleen heen en weer tussen de gemeente en Rijkswaterstaat, die naar elkaar wijzen voor de toestemming. Mevrouw VAN SOEST vraagt de heer Hermsen de commissie op de hoogte te houden of hij op tijd antwoord krijgt. Zo niet, dan is het verzoek aan hem de commissie daarop te attenderen. De heer HERMSEN zegt dit toe. De laatste inspreker op dit punt is de heer Wessels.

De heer WESSELS heeft de heer De Jong met genoegen horen beweren dat een visie mooi is, maar dat er een uitvoeringsstrategie bij hoort. Dat is precies het punt dat hij aan de orde wilde stellen. Hij ziet dat de voorstellen van Commissie De Hooghe tot dit soort ruimtelijke reserveringen leidt, maar ook dat behoeft een uitvoeringsstrategie! Als hij de recente brieven van het college leest dan moet zijn conclusie zijn dat er aan de oostkant van alles gaat gebeuren, maar dat de ontwikkelingen aan de westkant moeten wachten op onderzoek op termijn naar de verplaatsing van de APT. Hij ziet het daarom gebeuren dat daar in de komende jaren helemaal niets gebeurt. Hij stelt nadrukkelijk dat de enorme urgentie van de woningbouwopgave om bereikbaarheid vraagt. Het signaal van het college is echter dat er de komende tien tot vijftien jaar ontzettend weinig gaat gebeuren op dat gebied. Dat is de reden waarom hij ervoor pleit alvast te beginnen met het aanleggen van de kabelbaan vooruitlopend op de uitvoering van de plannen van de overheid. De heer VROEGE verklaart dat D66 een groot voorstander is van de kabelbaan. Hij zal daar de wethouder de komende weken zeker stevig op aanspreken. Hij wijst er richting de inspreker op dat De Hooghe positief over de kabelbaan is en wijst erop dat het een toeristische attractie kan zijn.

Vindt de heer Wessels de baan ook alleen tijdelijk en voor de toeristen interessant of ziet hij er een reële infrastructurele bijdrage in voor de langere duur? De heer WESSELS wijst erop dat hij en zijn achterban al eerder hun verbazing hebben uitgesproken over het feit dat in het rapport van De Hooghe de kabelbaan als een toeristische attractie wordt afgedaan. Meer nog heeft het hen verbaasd dat dit standpunt door de instanties is overgenomen, terwijl de gemeente zelf heeft meegewerkt aan het onderzoek naar het tracé. Daarbij is geconstateerd dat een verbinding via de PTA onvoldoende vervoerswaarde heeft. Zij hebben altijd ingezet op een verbinding voor OV-gebruikers en fietsers. Zij hebben nooit een toeristische attractie bedoeld richting de PTA. Dan is er een inspreker bij agendapunt 10: het projectgebonden herplantfonds Elzenhagen-Zuid, de heer Hettema, die inspreekt namens ELZO.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

De heer HETTEMA laat weten dat Elzo de ontwikkelingen op Elzenhagen-Zuid volgt sinds 2016. Zij hebben kritiek op de invulling van dat project. Zij hebben sinds het begin aangedrongen op een integraal bomenplan. Dat plan kreeg veel steun van de bewoners, maar weinig steun vanuit de gemeenteraad. Nu het op de uitvoering aankomt, worden de gevolgen helder. Tot voorkort was er sprake van de kap van 2150 bomen en de herplant van 950 bomen. Sinds december werd het echter duidelijk dat er 2578 bomen gekapt gaan worden, terwijl er nog steeds maar 950 herplant worden. De omwonenden hebben bezwaren aangetekend tegen een nieuwe serie kapvergunningen. Voor Koers 2025 moet alles wijken ook de Bomenverordening. Als men dat als raad vindt, dan moet de Bomenverordening aangepast worden. Nu dat niet het geval is, heeft de Bomenverordening evenveel kracht van beleid als Koers 2050. Hij heeft drie kritiekpunten op de herplantnotitie. De notitie is in strijd met de spelregels van de Bomenverordening. Het ontbreken van bomen in geld, leidt altijd tot minder bomen. De projectgebonden aanpak maakt blind voor de herplant van bomen in de directe omgeving. Hij en zijn achterban willen dat de gemeente zich houdt aan haar eigen spelregels. Zij willen ook dat woningbouwprojecten vooraf getoetst worden op de vraag of alle bomen in de wijk of de wijdere omgeving kunnen terugkeren.

Bovendien wil men de directe herplant van de duizenden bomen die als gevolg van de aanleg van de NoordZuidlijn en de verstedelijking zijn verdwenen. Mevrouw VAN SOEST zegt vele schriftelijke vragen te hebben gesteld over het groen in Noord. Is de heer Hettema daar tevreden over? De heer HETTEMA zegt daar heel tevreden over te zijn. Hij heeft de vragen gezien, maar de beantwoording stelt teleur. Alles wordt ondergeschikt gemaakt aan het bouwbeleid. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoorde de heer Hettema vertellen dat er in plaats van bomen groen en heesters geplaatst worden. Ziet de heer Hettema ook dat er bomen verdwijnen en dat er groen voor in de plaats komt? Het groen kan ook verdwijnen en daar hoeft dan uiteindelijk niets voor terug te komen. De heer HETTEMA ziet hieraan twee dingen. Allereerst worden er alleen gekapte bomen geteld en niet de bestaande heesters en groen. Dus als het bomenbeleid als uitgangspunt genomen wordt, dan tellen aan de voorkant de resterende heesters en het groen niet mee. Aan de achterkant mag het geld wel besteed worden aan groen en heesters. Daardoor leidt ook dat op den duur tot minder bomen. De kern van de Bomenverordening is ‘een boom voor een boom’.

c Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld.

d Rondvraag Mevrouw BLOEMBERG-ISSA heeft een vraag met betrekking tot de Vrijbuiters en hun volkstuinen waarvoor ontruiming dreigt binnen twee weken, omdat de grond gekocht is door een ontwikkelaar. De tuinders weten niet waar zij aan toe zijn en wat er gaat gebeuren met hun huisjes en spullen. Vorig jaar is de tuinders verteld dat zij opgenomen zijn in het volkstuinbeleid, waarin staat dat de volkstuinen behouden blijven. Zij wil van de wethouder horen wanneer

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

antwoorden verwacht mogen worden op haar schriftelijke vragen. Is de wethouder bereid om een oplossing te zoeken als het gaat om de geplande ontruiming en, als de ontruiming toch doorgaat, een nieuwe locatie aan de tuinders aan te bieden? Wethouder VAN DOORNINCK hoopt de vragen volgende week in de dagmail te kunnen beantwoorden. Zij is bekend met deze situatie, maar wijst erop dat de gemeente geen partij is in dit geschil tussen huurder en verhuurder over het verbreken van het huurcontract. Zij zal zich wel inspannen om een informeel gesprek te hebben met de grondeigenaar. Zij snapt de problemen erg goed en zal in dat gesprek de eigenaar wijzen op het bestemmingsplan dat geldt voor dit gebied. De bestemming is recreatie in de hoofdgroenstructuur. Dus die grondeigenaar zal zich daaraan moeten houden, wellicht dat dat helpt om de grond te behouden voor het doel waar het nu al voor gebruikt wordt. De heer NIJSSEN heeft een vraag over de duurzaamheidseisen in de bouw. Eerder is reeds gesproken over de EPC-eisen. Zijn fractie zou graag het debat willen over het experiment betreffende die gehanteerde EPC-eisen. Wethouder VAN DOORNINCK wijst op de motie in de Tweede Kamer tegen het Amsterdamse voorgenomen beleid ten aanzien van de aangescherpte normen. Dat zijn volgens haar geen aangescherpte normen, maar gewoon het doorzetten van het al langer door Amsterdam gevoerde beleid.

Het voorstel is om dat nog een jaar te doen via de Crisis- en Herstelwet. Dat zou volgens de motie in de Tweede Kamer niet meer lukken, hetgeen zij met verbazing heeft geconstateerd, omdat het kennelijk zo belangrijk wordt gevonden dat Amsterdam als enige gemeente weerhouden wordt om zich aan duurzaamheidsdoelstellingen te houden, waar de gehele gemeenteraad zich achter geschaard heeft. De minister heeft besloten die motie uit te voeren en dat betekent dat dit verzoek niet gedaan kan worden via de Crisis- en Herstelwet. Daardoor wordt er vol ingezet op de Omgevingswet en de mogelijkheden die die wet Amsterdam biedt om wel een eigen beleid te voeren. Daarna volgen de gesprekken met de ontwikkelaars en de overige betrokken partijen over de EPC-normen van Amsterdam, waaraan veel bouwers graag willen voldoen, omdat dat een toekomstbestendig bouwen is. Wordt vervolgd. De heer DE BOER wil voor de notulen gezegd hebben dat hij de wethouder dankt voor dit antwoord. JA21 is het echter niet eens met die verscherpte duurzaamheidsnormen. Wethouder VAN DOORNINCK wil dan voor de notulen ook opmerken dat dat het voorzetten van het Amsterdamse beleid zou zijn, hetgeen dus nu onmogelijk wordt gemaakt. Het gaat dus niet om een extra aanscherping van het Amsterdamse beleid.

Als de Omgevingswet in werking treedt, zullen die eisen weer ingevoerd worden, zodat er toekomstbestendig gebouwd kan worden.

BESPREEKPUNTEN Grondzaken 3 Vaststellen van het bedrag aan gemaakte kosten samenhangend met het opsporen en ruimen van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in 2020 (ZD2020-015140) Gehamerd, ook in de raadsvergadering.

4 Instemmen met het toepassen van de Wet Voorkeursrecht gemeenten op een deel van de locatie Tt. Vasumweg en Tt. Melissaweg te Amsterdam (ZD2020-014314)

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

Gehamerd, ook in de raadsvergadering.

5 Instemmen met de investeringsnota Sloterdijk-Centrum en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet (ZD2021-000806) De heer BOOMSMA vindt het mooi dat hier veel woningen gerealiseerd kunnen gaan worden, maar dat is wel sterk afhankelijk van transformaties, waarbij verleiden de enig mogelijke tactiek is en dat is moeilijk met 40:40:20. Daarom is zijn vraag hoe het college hier toch tempo wil maken met het realiseren van die woningen daar. Hij suggereert die 40:40:20 los te laten voor particuliere transformaties. Dan ontstaat meer tempo en kan er ook aan middenhuur gedaan worden. Verder zag hij dat het Baraupasplantsoen(?) bebouwd wordt met Palatinos(?). Hij hoopt dat dat betekent dat Sloterdijk geheel in neoclassicistische stijl wordt gebouwd, maar hij vreest het ergste. Dus wat betekent dat? Wat het parkeren betreft vond hij het interessant te lezen dat met parkeren het college een bijdrage hoopt te leveren aan reuring en sociale veiligheid op straat. Hij las echter ook dat de geplande parkeergarage bovengronds komt. Hij vraagt zich af of dat niet beter onder de grond kan plaatsvinden. Mevrouw DE FOCKERT spreekt van een mooi en ambitieus plan. Er wordt gestuurd op 40:40:20 en daar wordt zij blij van. In het advies van de stadsdeelcommissie is het belang aangestipt van betaalbare middenhuur en dat er een huurcarrière gemaakt kan worden.

Het wordt een autoluw gebied met veel groen. De fietsverbindingen in dat gebied zijn extra belangrijk. De Fietsersbond heeft zorgen geuit over de fietsverbindingen in de zuidwesthoek, omdat daar fietspaden verwijderd zouden worden. Zij wil weten of daarover nog een aparte besluitvorming plaats gaat vinden. Voor sport wordt verwezen naar het nabij gelegen sportpark Spieringhorn. Zij vraagt zich af of er ook sportgelegenheden voor volwassenen komen binnen SloterdijkCentrum zelf. Er wordt op gewezen dat gebruik gemaakt kan gaan worden van hogetemperatuurwarmte, omdat het gebruik van lagetemperatuurwarmte daar weliswaar ook mogelijk is, maar duurder is. Haar is niet duidelijk hoeveel duurder het is en wat de afweging is om toch voor hogetemperatuurwarmte te kiezen. De heer HOFLAND ziet in het plan twee sportnormen: de informele sport- en spelnormen en een norm voor de georganiseerde sport. Hij wil weten welke van deze sportnormen dé sportnorm gaat worden. Alle sport gaat inderdaad naar Spieringhorn. Dat levert echter problemen op voor de behoefte aan tennismogelijkheden in West. Er wordt dus best wel veel van Spieringhorn gevraagd. Hij leest niet in de stukken dat Spieringhorn zal meegroeien met de ontwikkeling van de stad. Kan dat sportpark die toegenomen vraag wel aan? Gezegd wordt dat er ingezet gaat worden op het betrekken van de Brettenzone bij die sportieve ontwikkelingen.

Wat betekent dat concreet? Mevrouw DE BRUINE sluit aan bij hetgeen mevrouw De Fockert aangaf over de fietsverbindingen in dit gebied in een wat groter perspectief. Er zijn fietsverbindingen van Oost naar West waar het nu al een probleem is om de weg te vervolgen als je richting Sloterdijk en Haarlem wilt fietsen. De oversteek Seineweg is niet gereed. Ook in het nieuwe plan is daar nog geen oplossing voor. Het huidige plan heeft voorts gevolgen voor een veilige schoolzone. Is het mogelijk dat de Naritaweg en de Radarweg weer op elkaar worden aangesloten, zodat de fietsverbinding en de schoolzone zo veel mogelijk ontlast worden van autoverkeer? Wordt dit verder uitgewerkt en wordt daarbij ook de Fietsersbond betrokken? Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat de heer Boomsma aangaf dat de gemeente hierbij afhankelijk is van de ontwikkelaars/erfpachthouders. Gezien wordt dat

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

men graag transformeert. De mogelijkheid te schuiven in 40:40:20 zou zij betreuren, omdat zij vast wil houden aan die inclusieve, voor iedereen toegankelijke wijk. Zoals men weet is gezegd dat wanneer het gaat om transformaties en ontwikkelaars samenwerken met corporaties zij met een net iets andere volgorde kunnen werken. Dan kan er met 30:40:30 gewerkt gaan worden. Ook in transformatiegebieden is het denkbaar dat er plekken zijn waar juist op die middenhuur ingezet kan worden. In transformatiegebieden wordt er dus meer ruimte geboden voor ontwikkelaars, maar daarbij moet dan wel samengewerkt worden met corporaties, zodat zeker is dat ook de sociale sector voor langere tijd geborgd is. Parkeren onder de grond is altijd mooier, maar dat is een erg dure oplossing. Dus daar waar het ruimtelijk kan, wordt er bovengronds geparkeerd. De heer Boomsma pleit voor een neoclassicistische stijl, maar hier gaat het om een bestaand kantoorgebouw, dat ook nu al de vorm heeft gekregen van een soort stadsvilla. Verder waren er vragen over de fietsverbindingen. Wat het plan voor de openbare ruimte betreft geldt dat er ambities worden neergezet voor de komende 20 jaar. Daarbij wordt bekeken hoe de routes kunnen worden aangevuld en uitgebreid. De Fietsersbond maakt zich zorgen over de knelpunten waar dat nog nader te bepalen is.

Samen met de Fietsersbond gaat bekeken worden hoe die knelpunten het best opgelost kunnen gaan worden. Dat vergt de nodige tijd. Bij de uitvoering wordt er teruggekomen op deze problematiek. Zij weet dat ook nu reeds Spieringhorn een druk bezocht sportpark is. Er komt een projectbesluit Spieringhorn. De hele herinrichting komt nog dit jaar ter tafel in deze commissie. De uitvoering is gefaseerd gepland vanaf 2023. Zij gaat ervan uit dat er in elke fase op tijd gehandeld gaat worden. Zij benadrukt dat die aanpak tegemoet moet kunnen komen aan iedere stedelijke ontwikkeling. De sport in de openbare ruimte vindt plaats in Spieringhorn, maar dat kan ook op andere groene plekken in het gebied. Daar kan makkelijk aan voldaan worden. Het is altijd de zoektocht om aan die norm voor georganiseerde buitensport te voldoen. Daarop wordt nog teruggekomen bij het projectbesluit. De informele sportnorm wordt ook gehaald, maar dat zit niet alleen bij Spieringhorn, maar ook in de bewegingsruimte in de gehele openbare ruimte. Er is hier voor hoogtemperatuurwarmte gekozen, omdat dit gebied vlakbij een hoogtemperatuurwarmtenet ligt. De heer NIJSSEN zegt te begrijpen waarom het college kiest voor die hoogtemperatuurwarmte. Hij wil weten of die keuze is afgezet tegen andere mogelijke keuzes en wat het verschil zou zijn als voor laagtemperatuurwarmte gekozen zou worden of voor een hybride systeem.

Wethouder VAN DOORNINCK gaat ervan uit dat die afweging inderdaad gemaakt is. Zij krijgt daarop ingeseind dat die kostenberekening inderdaad gemaakt is. Als de heer Nijssen daarin geïnteresseerd is, kan zij bezien of dat mogelijk is. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp hiermee voldoende besproken is en dat het in de raadsvergadering een korte behandeling zal krijgen.

Ruimtelijke Ordening 6 Intrekken verordening financiële decentralisatie wettelijker milieutaken (ZD2021000278) Gehamerd, ook in de raadsvergadering.

7

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

Kennisnemen en bespreken van het collegebesluit over de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en het bijbehorend ontwerp-omgevingseffectrapport (ZD2020014979) De heer LEENDERS begint met het uitspreken van zijn complimenten voor dit stuk waaraan door velen gewerkt is. Zijn fractie vindt het een goede visie en geeft graag punten mee voor nadere aandacht. Hij wil wel weten hoe de uitvraag naar de reacties van vele partijen precies is gedaan. Hij gaat ervan uit dat hij daar inzicht in krijgt. Hij heeft reacties op een aantal punten. Allereerst werkgelegenheid. Hij vindt het onduidelijk hoe deze visie bijdraagt aan de toekomst van de maakindustrie en de productieve bedrijven in Amsterdam. Dat kan in beginsel ten koste gaan van de werkgelegenheid. De specifieke aandacht voor de maakindustrie overtuigt hem niet van het nuttige effect ervan voor de werkgelegenheid, omdat het nog maar de vraag is of die maakindustrie daadwerkelijk zal landen in de stad. Zijn fractie zou graag zien dat er een betere afweging wordt gemaakt in deze visie op dit punt. Dan de investeringen in de bouw. De heer BOOMSMA denkt dat de heer Leenders gelijk heeft aandacht te vragen voor de ruimte voor de maakindustrie en op dat gebied naar een balans vraagt.

Vindt de heer Leenders dat die balans niet gevonden wordt in deze visie? Moet er in zo’n visie ruimte worden gecreëerd voor zo’n maakindustrie? De heer LEENDERS beaamd dat hij die balans beter uitgewerkt wil zien in de uiteindelijke Omgevingsvisie. De heer ERNSTING vraagt wat de heer Leenders precies met die balans bedoelt. Bedoelt hij daarmee ‘wonen versus werk’? De heer LEENDERS vindt dat er meer ruimte moet zijn voor de maakindustrie en de bedrijvigheid in deze Omgevingsvisie. Hij wil het voorlopig hierbij laten, want dit is een eerste opbouwende oriëntatie, die hij niet ten koste van iets anders gerealiseerd wil zien. Dan de OV-investeringen in relatie tot de bouwontwikkelingen. Wat hem betreft is de volgorde hierin van groot belang. Hij roept op dat in deze visie goed te regelen, want als deze visie de kans krijgt gerealiseerd te worden dan staan er straks 150.000 woningen en moeten er vervolgens nog investeringen in het OV volgen. Hij roept op daar zorgvuldig naar te kijken. Het lijkt hem daarom goed om een uitvoeringsstrategie te koppelen aan deze Omgevingsvisie, zodat duidelijk is wat de stad de komende tien jaar gaat doen. Zijn vierde punt betreft de regionale aanpak, dat wil zeggen de verstedelijkingsopgave in regionaal verband, waarbij hij ervoor pleit daar stevig in te zetten op de Zaanregio en de metropoolregio.

Hij is van mening dat dat in gezamenlijkheid beter vorm kan krijgen dan op de manier waarop dat nu gebeurt. Hij pleit daarbij voor gezamenlijke afspraken om tot gezamenlijke investeringen te komen en dat met name op het gebied van woningbouw. Ten aanzien van de woningbouw is het het voorstel van zijn fractie om bijvoorbeeld te beginnen met de woningbouwopgave in gebieden waar investeringen in infrastructuur goed te doen zijn. Dan het beheer van de bestaande stad. Hij ziet dat grote delen van de bestaande stad zwaarder belast gaan worden als deze Omgevingsvisie vorm gaat krijgen. Die druk zal ook voor groen gelden. De inzakkende kades van dit moment zijn volgens hem niet alleen het gevolg van een intensiever gebruik, maar ook wegens achterstallig onderhoud. Hij pleit ervoor die impact op de bestaande stad beter in kaart te brengen. Van zijn laatste drie punten is de eerste de leefbaarheid. Het op peil houden en verbeteren van de leefbaarheid zou naar zijn mening de spil moeten zijn van de Omgevingsvisie. Dan het groen en de planologische bescherming van de scheggen. De vraag daarbij is of dat groen blijft groeien en welk soort groen dat is. Hij vestigt daarbij de aandacht op de Brettenzone waar hij ziet dat er bebouwing wordt gepland. Hij pleit ervoor maatregelen te treffen om de kwaliteit van de scheggen te blijven borgen.

Zijn laatste punt is de digitale functie van Amsterdam. Het fysieke aspect en het digitale karakter van de stad raken elkaar in het fysieke domein waar het bijvoorbeeld gaat om de ondergrondse

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

data-bekabeling. Hij pleit ervoor daarbij duidelijke kaders te stellen. Hij mist de digitale impact op de stad in dit stuk. De heer DE BOER hoorde de heer Leenders het college vragen een aantal ambities concreter te maken. Hij mist daarbij één ambitie, die hij zelf ook koestert, namelijk het beter uitwerken van het aantal betaalbare woningen in de stad en in de metropoolregio Amsterdam. De heer LEENDERS wijst erop dat hij de woningbouw centraal stelde in zijn bijdrage en wat de betaalbaarheid daarvan betreft ziet hij een duidelijke samenhang tussen de betaalbaarheid en de leefbaarheid van de stad. Dat zou een belangrijk speerpunt moeten zijn in deze visie. De heer DE BOER wil weten of de heer Leenders van mening is dat dat punt beter uitgewerkt zou moeten worden in deze Omgevingsvisie. Hij constateert dat het woord transitie zo’n 150 keer in dit stuk wordt gebezigd, terwijl het woord betaalbaarheid maar 22 keer voorkomt. Hij vindt dat de bouw van betaalbare woningen wel het eerste punt zou moeten zijn dat verdere uitwerking krijgt in dit stuk. De heer LEENDERS is het ermee eens dat die betaalbaarheid voorop gesteld moet worden in de visie. Mevrouw DE BRUINE dankt de wethouder en de ambtenaren voor dit uitgewerkte stuk. Zij vraagt zich af of hiermee nu alle problemen die de stad kent opgelost moeten worden met alle gevolgen voor bijvoorbeeld leefbaarheid en groei.

De stad zit te springen om meer woningen, maar mensen hebben ook behoefte aan de mogelijkheid om buiten in een park te zitten. Men wil ook meer groen in de stad. Zij zou daar wel wat scherpere keuzes in gemaakt willen zien door het college. Ook zij vraagt zich af hoe de juiste brug met de regio geslagen zou kunnen worden. Om welke rigoureuzere keuzes gaat het in geval van het groen. Daar tegenover ziet zij het verkeer in de stad en het OV. Maar als het dan om rigoureuze keuzes moet gaan, waarom worden dan niet de fiets en het OV voorop gesteld in de woonwijken, waarbij de aanwezigheid van auto’s wordt afgeschaald. Het gaat om een visie voor jaren en daarom wil zij afstappen van wat er de komende jaren gaat gebeuren. Een knelpunt vormt reeds het feit dat er te veel auto’s zijn. Daar moeten keuzes in gemaakt worden. Voorkomen moet worden dat de auto’s niet langer geparkeerd kunnen worden. Verder vraagt zij zich af hoe de gehele Amsterdamse bevolking meegenomen wordt in deze visie. De bewoners moeten invloed krijgen. De politiek kan wel willen dat mensen duurzamer gaan leven, maar de praktijk is weerbarstig. Dan nog een opmerking over het proces. De termijn voor een reactie vanuit de stadsdelen, organisaties, insprekers e.d. vindt zij erg beperkt voor zo’n belangrijk document als dit. Zij pleit voor de nodige aandacht voor de inspraakmogelijkheden van alle betrokken partijen.

De heer BOOMSMA vindt het inzetten op meerdere kernen heel belangrijk. Dat geldt voor de hele regio ook al gaat de stad daar niet over. Hij vindt dat de opgave nu is het geheel breder te zien. Het streven moet niet louter zijn om zo veel mogelijk woningen binnen de gemeentegrens van Amsterdam te realiseren en daarbij te weinig rekening te houden met industrie en bedrijvigheid, met name met die vormen daarvan die goed te combineren zijn met wonen. Er moet niet gedaan worden alsof industrie en bedrijvigheid wel gemist kunnen worden als daar een paar kantoren voor terugkomen. Hij ziet dat veel te makkelijk gedaan worden. Verschillende ondernemers hebben dan ook aan de bel getrokken. Er is te weinig ruimte gemaakt in deze Omgevingsvisie voor bedrijven en industrie! Dat lijkt het CDA een verkeerde afslag. Hij roept op dat te herstellen in de uiteindelijke versie. Zijn tweede punt is het belang van het koesteren van de schoonheid van de stad. Dat moet versterkt en vergroot worden. Dát is de kracht van Amsterdam! Daarom komen er zo veel mensen naar deze stad. De schoonheid van gebouwen is het belangrijkst voor

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

de duurzaamheid, want een pand dat mooi is kan hergebruikt worden en is altijd in staat om zijn functie aan te passen, omdat mensen daar willen blijven komen. Dat ligt totaal anders bij gebouwen die lelijk zijn en die al snel worden afgebroken, zoals de gebouwen uit de jaren zeventig. Schoonheid moet dus centraal staan. Dat wil hij toevoegen aan deze Omgevingsvisie als strategische keuze. De heer MANGAL spreekt van een prachtige visie. Hij gaat in op het aspect ‘mobiliteit’ en stelt vast dat de mobiliteit van burgers verminderd gaat worden in de stad. Hij wijst in die context op de afnemende parkeermogelijkheden. Daar is hij geen voorstander voor. Daar moet wel een redelijk en betaalbaar alternatief voor zijn. Er is op gewezen dat de verhouding tussen de kosten van een OV-kaartje recht evenredig moet zijn met die van een parkeerkaartje. Dit terwijl het aantal auto’s tot 2050 alleen maar zal stijgen! Kan de wethouder hem verzekeren dat het OV-kaartje daarbij naar verhouding zal dalen? Tegen de in de visie bepleite fijnmazigheid van het OV stelt hij de huidige trend om tram- en buslijnen op te heffen. Mensen die niet voor de auto kiezen of slecht ter been zijn moeten nu al verder lopen voor een OV-halte.

Hoe moet dat dan in 2050! Hij vraagt zich af hoe een stad met een afkalvend beleid voor het OV autoluw kan zijn, terwijl men tegelijkertijd weet dat elektrische auto’s meer de stad in zullen komen, die vervolgens nergens kunnen parkeren om verder te ontdekken dat het parkeren peperduur geworden is, net zoals het kaartje voor het OV! Hij ziet de toekomst er met deze Omgevingsvisie niet rooskleuriger op worden, tenzij de wethouder kan toezeggen dat de fijnmazigheid van het OV alleen maar zal toenemen. Hoe fijnmaziger het OV wordt, hoe lager het prijskaartje zal zijn! Wat kan de wethouder hem toezeggen op dit gebied? De heer ERNSTING hoort de heer Mangal pleiten voor meer fijnmazigheid, maar goedkopere kaartjes. Hij wijst op de Coronacrisis en de investeringen vanuit de Structuurvisie in het OV. Hij vraagt zich af of de heer Mangal zijn vragen niet op de verkeerde plek neerlegt en bij de verkeerde persoon. De MANGAL vindt van niet. Er wordt hier nu een visie neergelegd, waarin een weg wordt uitgestippeld naar wat men wil gaan bereiken in 2050, namelijk een fijnmazig OV én minder parkeerplaatsen. Dat betekent dat er een goed alternatief moet komen. De prijzen kunnen niet blijven stijgen! Hij vervolgt zijn betoog met te wijzen op de trend die dit college ‘de gemengde stad’ noemt. DENK noemt dat vooral gentrificatie.

Er zou door kenners wel naar dit verschijnsel gekeken worden, maar er wordt niet bekend gemaakt wat zij precies geconstateerd hebben. Hij hoort de wethouder daar graag nader over. Hij hoopt in ieder geval nog eens mee te maken dat ook de witte, rijke wijken onderdeel gaan uitmaken van de gemengde stad. Tot slot komt hij terug op de begraafplaatsen. Die begraafplaatsen worden niet zo zeer aangemerkt als laatste rustplaats, maar als pretparken met horecavoorzieningen e.d. Vervolgens wordt er gesproken op het meer toegankelijk maken van deze begraafplaatsen. De heer DE BOER wil van de heer Mangal weten wat deze bedoelt met ‘witte, rijke wijken’. De heer MANGAL wil ook die wijken gemengd maken. De heer DE BOER wil weten wat daarvoor dan concreet gedaan zou moeten worden. De heer MANGAL wijst op de ontwikkelwijken, die ook een gemengd karakter moeten krijgen. Hij vindt dat die witte, rijke wijken ook toegankelijk gemaakt moeten worden voor mensen met een kleine portemonnee. De heer DE BOER wil weten wat het uitmaakt dat het witte wijken zijn. Hij begrijpt niet wat de heer Mangal daar precies mee bedoelt.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

De heer MANGAL zal graag een kop koffie met de heer De Boer gaan drinken om het hem duidelijk uit te kunnen leggen. Vervolgens wijst hij op de informatieavonden betreffende de begraafplaatsen. Het enige dat hij daar geplaatst vindt zijn teraardebestellingen en crematies. Hij hoort graag van de wethouder over die gepaste informatieavonden. Voorts wijst hij op de wens van vele Amsterdammers om ergens eeuwigdurend begraven te kunnen worden. Hij weet dat daaraan met andere organisaties aan gewerkt wordt. Hij vindt dat dit aspect ook meegenomen moet worden in de Omgevingsvisie. Dat acht hij het minste wat men zou kunnen doen om te laten zien dat er een visie bestaat op dit stukje culturele identiteit van Amsterdam dat verder gaat dan fietspaden aanleggen op begraafplaatsen. Hij krijgt graag de toezegging van de wethouder om dit in de visie mee te nemen. De heer HOFLAND heeft veel complimenten voor degenen die hard aan deze visie gewerkt hebben. Hij stelt dat de stad die Amsterdam wil zijn een menselijke metropool is. Men moet zich gezamenlijk inzetten voor deze wereldstad zo groot als een postzegel met een positieve blik naar de toekomst met niet te veel angst, behoudzucht. Men moet uitgaan van wat de stad nodig heeft. De stad is de optelsom van alle Amsterdammers. De eerst zin waar hij dan over struikelt is een zin in het begin van de publieke samenvatting (p.

20), waar sprake is van internationalisering en technologische ontwikkeling die maatschappelijke tegenstellingen verscherpt. Hiermee wordt naar zijn mening te veel angst gezaaid voor internationalisering en technologische ontwikkeling. Als dit de enige oorzaken van maatschappelijke tegenstellingen zouden zijn, dan viel het allemaal wel mee. Helaas is dat niet het geval. De heer DE BOER wil van de heer Hofland weten of deze het met hem eens is dat internationalisering en technologische ontwikkeling zaken zijn waar mensen van profiteren, maar dat daarbij ook sprake is van verliezers. De heer HOFLAND erkent die ontwikkelingen en benadrukt dat er daarom in deze visie voor gezorgd moet worden dat die ontwikkelingen ten goede komen aan iedereen in de stad. Het moet alleen niet neergezet worden op een manier die angst genereert. Hij pleit ervoor te bekijken hoe die ontwikkelingen kunnen werken voor alle Amsterdammers. Zijn fractie ziet graag in de komende jaren ontwikkelingen omarmd worden die de stad verrijken en waarbij tegelijkertijd grote problemen, zoals het klimaat en het woningtekort, aangepakt worden. Dat brengt hem bij de strategische keuzes. Hij heeft bedenkingen bij de vijf gemaakte strategische keuzes. Hij begint bij ‘meerkernigheid, duurzaamheid en gezond bewegen’. Daarbij komt het OV aan de orde, maar daarvan vindt hij dat dat een meer planmatige benadering behoeft.

Bij al die metrolijnen vraagt hij zich af hoe realistisch die zijn. Hij vraagt zich af of dat allemaal wel te betalen en te exploiteren is, zeker gezien de huidige situatie. Verder heeft hij vraagtekens bij de haalbaarheid van de focus op de Zuidas en het internationale treinstation. Heeft dat station voldoende capaciteit om al het geplande op te vangen? De heer LEENDERS is benieuwd te horen hoe D66 aankijkt tegen de investeringsstrategie. De heer HOFLAND is van mening dat die problematiek vooral in de tijd gezet moet worden voor wat men met het OV wil doen en dat dat gelijk moet lopen met de groei van de stad. Wat in de visie ontbreekt is naar zijn mening de manier waarop Amsterdam-Noord echt goed ontsloten wordt. Hij ziet dit deel van de stad danig groeien en vraagt zich af of daar voldoende op geanticipeerd wordt. De stad mikt voorts op 150.000 woningen erbij met 250.000 inwoners erbij in 2050, hetgeen opgevangen moet worden binnen de grenzen van de stad. Dit is een voortzetting van het groeitempo van de afgelopen tien jaar. Hij heeft hier vragen bij en wijst op de trend waarin mensen ongewild en gedwongen de stad verlaten.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

Mevrouw VAN SOEST vraagt zich af voor wie er gebouwd gaat worden. Is dat voor de Amsterdammers of voor de expats, die alleen naar Amsterdam komen om er te werken. De heer HOFLAND dankt voort deze vraag omdat het mooi illustreert hoe D66 de toekomst van de stad ziet. Zijn idee is dat over zo’n 20 jaar niet langer het gesprek gevoerd wordt over de verdeling van de schaarse woningen, maar dat het gesprek gevoerd gaat worden over hoe ervoor gezorgd kan worden dat er voldoende woningen zijn in iedere categorie. De heer DE BOER is het eens met het verhaal van D66, namelijk dat er een breder verhaal moet komen over wat voor stad Amsterdam in de toekomst moet worden. Is de heer Hofland het met hem eens dat dit aspect aangescherpt zou moeten worden in de Omgevingsvisie? De heer HOFLAND meent dat als de heer De Boer bedoelt ‘grootser, meer woningen' dan kan hij met hem meegaan. Er moet naar zijn mening niet gesteld worden dat dit nu eenmaal de groeilijn is en dat daarop geanticipeerd moet worden. De stad moet de ambitie hebben om voor iedere woningzoekende een woning te hebben in 2050, waar die ook vandaan komt. De heer DE BOER hoopt dat D66 met JA21 gaat meedenken over hoe dit te bereiken en dit document daarop gaat aanscherpen. Hij vindt dat nu reeds de discussie over dit stuk een aanzet moet geven voor die bredere visie.

Het gaat om vragen als ‘welke mensen willen wij in deze stad hebben?’ ‘Welke woningen willen wij bouwen voor deze mensen?’ De heer HOFLAND eindigt met aan te geven dat er twee dingen zijn die zijn fractie nog mist. Er zijn evenementen die belangrijk zijn voor veel mensen in de stad en die beslag leggen op de stad. Daar zou de visie iets over moeten zeggen. Verder mist hij een visie op water, waarmee hij water bedoelt waar men iets mee doet, zoals zwemmen, roeien e.d. de Amsteloevers. De heer ERNSTING meent dat de stad een biotoop is voor en door mensen. Steden moeten daarom de beste plekken zijn om in te leven. In Amsterdam willen we dat iedereen er een plek kan vinden waarvandaan men ook komt. In Amsterdam kan men zijn wie men is en wie men wil worden. Dat is de belofte van de Amsterdamse emancipatiemachine, maar die machine stokte door de grote druk van geld verdienen, druk op de woningmarkt en op kapitaal. De betaalbaarheid en de toegankelijkheid van de stad staat daardoor steeds meer onder druk. Amsterdam heeft dus meer woningen nodig voor Amsterdammers en voor mensen die Amsterdammer willen worden. In deze Omgevingsvisie gaat het om 150.000 woningen. Daarvoor wil men echter niet de groene buitenruimte opofferen. Nieuwe grootschalige vinex-wijken aan de rand van de stad zouden volgens GL een ramp zijn. Daarom wordt er gekozen voor de verdichting van de bestaande stad.

Dat is een al langer gevoerd beleid en er zijn partijen die daarmee willen breken. De VVD en de Partij voor de Dieren zeggen landelijk dat er juist in de buitengebieden gebouwd moet worden. Men denkt daarbij aan een miljoen huizen! Hij vindt dat een onbegrijpelijk standpunt, waaraan alleen maar nadelen verbonden zijn! De uitdaging is wel om verdichting gepaard te laten gaan met rigoureuze vergroening en voor het bouwen van steden met een menselijke maat. Daar ligt de belangrijkste woningbouwopgave voor deze Omgevingsvisie, gezamenlijk met de energietransitie. Mevrouw VAN SOEST wil van de heer Ernsting weten waarom alles in Amsterdam gebouwd moet worden. Waarom gaat men niet meer de provincie in waar heel veel steden zijn die leeglopen.

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

De heer ERNSTING meent dat dit geen vraagstuk is voor de Amsterdamse gemeenteraad, maar misschien wel voor de Tweede Kamer. Natuurlijk is het een vraagstuk waarom de Randstad steeds dichter bevolkt wordt en Oost-Groningen steeds minder! Dat heeft te maken met de economische functies in de Randstad. Hij denkt dat alle partijen het erover eens zijn dat er landelijk een meer ruimtelijke strategie gevolgd zou mogen worden. Er wordt daarom ook gepleit voor een nieuwe minister van volkshuisvesting. Mevrouw VAN SOEST wil weten of de heer Ernsting ook zou willen pleiten voor een verkleining van de druk op Amsterdam door te eisen dat mensen zich alleen in Amsterdam kunnen vestigen als ze economisch gebonden zijn aan de stad. Dat was vroeger ook zo. De heer ERNSTING heeft daar niet een mening over. Hij denkt dat die tijd wel erg lang achter ons ligt. Hij denkt dat het belangrijk is dat onze kinderen straks hier een huis moeten kunnen vinden. Daarom moeten al die woningen gebouwd worden. De heer NIJSSEN hoort de heer Ernsting verklaren dat er vergroend moet worden, maar dat er bijvoorbeeld absoluut niet gebouwd moet worden in de Amstelscheg. Dus aan de ene kant wil de heer Ernsting vergroenen, maar aan de andere kant is hij niet tegen het plaatsen van windmolens in die gebieden.

Hoe ziet de heer Ernsting dat? De heer ERNSTING wijst erop dat het ruimtebeslag van windmolens tamelijk beperkt is. De heer LEENDERS wil weten hoe hij de (??)bescherming op dit moment beoordeelt en hoe hij vooruitkijkt naar de plannen ter bescherming van de scheggen. De heer ERNSTING sluit zich wat dat betreft aan bij wat de visie hierover zegt betreffende de bescherming van de groene buitenruimtes, de scheggen. De inzet is in ieder geval op ‘groen’. Hij hoort de komende maanden graag of het draagvlak daarvoor voldoende is. Die gebouwde bouwopgave, zo zet hij zijn betoog voort, betekent minder auto’s, meer openbaar vervoer, meer fietsen en een radicaal vergroenen. Dat alles houdt hij voor mogelijk, zoals dat blijkt in Sloterdijk-Centrum. Mevrouw DE BRUINE wil de heer Ernsting nader horen over verdichting. In wijken als Oud-West en De Baarsjes, die gelden als de meest verdichte woongebieden van Nederland. Als er nog meer verdicht wordt, waar moeten al die mensen dan heen als ze willen sporten en van groen willen genieten? Heeft de heer Ernsting een idee van hoeveel vierkante meter per inwoner daarvoor nodig is? De heer ERNSTING wijst erop dat de grootste verdichtingsopgave ligt in de transformatiegebieden. Daar worden de aantallen woningen gebouwd waar het op aan komt. Dat is niet in de binnenstad. Verder kiest GL voor de regionale vergroening in de openbare ruimte.

Eigenlijk moet iedereen in het groen kunnen wonen. Mevrouw VAN SOEST is verbaasd dat de heer Ernsting Amsterdam-Noord niet noemt. Daar worden gigantisch veel bomen gekapt voor de woningbouw. Veel van die bomen komen niet terug. Het Noorderpark wordt aan alle kanten kleiner gemaakt. Hoe denkt de heer Ernstig dáár over? Heeft hij daar een oplossing voor? De heer ERNSTING wijst op de Groenvisie, die een tijdje geleden is aangenomen, waarin aangekondigd wordt dat er in Noord een nieuw bos wordt aangelegd. Gekapte bomen moeten natuurlijk herplant worden. Daarom moet ook het enorme ruimtebeslag dat het autoverkeer met zich brengt, teruggedrongen worden. Hij ziet deze wensen terug in de visie. Verder denkt hij dat het inzetten op een meerkernenstad belangrijk is voor de menselijke maat. Gentrificatie is inderdaad een risico. Het bevorderen van de betaalbaarheid is essentieel.

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 maart 2021

RO

Naast al deze schoten voor de boeg ten aanzien van de Omgevingsvisie heeft hij nog een aantal vragen. De inspraak loopt vooruit op de besluitvorming in juni. Hij stelt het op prijs dat de tekst van de Omgevingsvisie nu toch reeds besproken kan worden. Hij ziet de ambitie van het terugdringen van het autoverkeer in de bebouwde kom en van minder doorgaande routes binnen de ring. Maar hij zag tot zijn verbazing wel nog steeds een geplande afslag van de A5, die eerder is wegbezuinigd. Hij vraagt zich af waarom deze reservering nog steeds in de Omgevingsvisie staat. Er zijn investeringen nodig in de uitbreiding van het OV en het sluiten van de Ringlijn, essentieel voor Haven-Stad. De Oost/Westlijn wordt gereserveerd voor later. Hij denkt dat die lijn op een gegeven moment echt nodig is. Tot die tijd is voldoende fijnmazigheid belangrijk. Daaraan werd reeds gewerkt, maar Corona zet de sector flink onderdruk en de betaalbaarheid van het OV is nu een belangrijk vraagstuk geworden. De heer NIJSSEN reageert op hetgeen de heer Ernsting zei over het terugdringen van de auto. Hij heeft gelezen dat de groei van het autogebruik met zo’n 28% zal toenemen. Daarom vraagt hij zich af hoe realistisch het is dat de heer Ernsting stelt dat er geen auto’s meer bij zullen komen, dat dat aantal zelfs zal afnemen. De heer ERNSTING benadrukt dat men daar zelf bij staat.

Men kan nu bepalen dat er geen auto meer bijkomt en welke alternatieven geboden gaan worden. Hij vindt het bizar dat het Rijk bredere wegen afvuurt op verdichtende steden. Daarmee worden lange files tot korte, dikke files gemaakt. Het Rijk komt soms met de vraag of toegangswegen tot steden door die steden niet verbreed kunnen worden, om het fileprobleem op te lossen! Dat vindt hij een verkeerd Haags beleid. Er moet in het kader van de verdichting veel meer ingezet worden op het OV. De heer NIJSSEN noemt zich geen verstokt autobezitter, maar als hij de cijfers ziet, dan kan hij die niet negeren. Hij ziet de problematiek in het perspectief van generaties en ziet het niet gebeuren dat autobezitters zich laten verplichten om ver van huis te gaan parkeren. Hij vindt het betoog van de heer Ernsting daarom moeizaam, want het is eenvoudigweg niet realistisch. De heer ERNSTING geeft het voorbeeld van Parijs waar het idee wordt gehanteerd dat alles in de buurt moet zijn, dat er dus complete wijken moeten zijn. Hij denkt dat dat de oplossing is voor Amsterdam. Hij is zeer geïnteresseerd in die elementen die samen een stad maken. Verder wijst hij erop dat de ORAM flink uitgehaald heeft in de kranten. Hij begrijpt de reactie daarop van de belangenvereniging van bedrijven. Wat hij echter minder begrijpt zijn de locaties waarnaar in de pers verwezen werd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9928258/1