CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag Raadscommissie Stadsontwikkeling 15-05-2024

Raadscommissie Stadsontwikkeling 15 mei 2024, gemeente Amsterdam4.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Stadsontwikkeling

SO

Raadscommissieverslag, 15 mei 2024

Vergadering Openbare vergadering van de Raadscommissie Stadsontwikkeling Vergaderdatum Woensdag 15 mei 2024 van 19.30 tot 22.30 uur in de raadszaal Verslag vastgesteld op: Woensdag 3 juli 2024

Voorzitter: mevrouw M. Yemane Plv Voorziter: Portefeuillehouders: wethouder Moorman Portefeuillehouders afw: wethouders Mbarki en Van der Horst Commissiegriffier: R. Willems Commissieondersteuners: N. Bakkali Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de heer M.F. Asruf (PvdA), de heer M. Belkasmi (PvdA), mevrouw Y.E. Bentoumya (GroenLinks), mevrouw I. Nadif (GroenLinks), de heer K.S.N. van der Veen (GroenLinks), mevrouw M. Lust (D66), de heer J.A. Veldhuyzen (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), mevrouw J.M. Krom (Partij voor de Dieren), de heer I.N. Hendriks (Volt), de heer J. Badal (CDA), de heer T. Bilgin (FvD), mevrouw C.K.E. Kabamba (Lijst Kabamba) Afwezige commissieleden:) de heer E. Bobeldijk (SP), de heer R.B. Havelaar (CDA), de heer L. Staartjes (VVD) Overige aanwezigen:

Algemeen, 1 1.a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 19.30 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1.b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat er bij deze vergadering geen spreektijden van toepassing zijn in verband met een storing in het systeem. De VOORZITTER refereert aan de technische sessie inzake de StayAwaycampagne, waarover is gesproken bij de behandeling Bezoekerseconomie en de Aanpak Binnenstad. De technische sessie zal plaatsvinden op 6 juni 2024, indien hiervoor tenminste vier fracties zich aanmelden. Dit is vooralsnog niet het geval, aangezien verkiezingen op die datum de aanwezigheid bij de sessie voor velen een belemmering is. Op suggestie van lid Asruf wordt de uitnodiging aan de leden schriftelijk gedaan. De VOORZITTER deelt mee, dat het werkbezoek, dat lid Belkasmi organiseerde aan Red Amsterdam Noord op 8 mei jongstleden geen doorgang heeft gevonden. Er wordt gezocht naar een andere datum. De VOORZITTER deelt mee dat lid Van Munster bereid is gevonden om lid Van Renssen op te volgen als plaatsvervangend voorzitter van deze commissie. De commissie gaat hier unaniem mee akkoord.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 mei 2024

1.c. Vaststellen agenda De VOORZITTER geeft aan dat op verzoek van lid Belkasmi aan de agenda zijn toegevoegd de jaarverslagen en de bestedingsplannen van de Masterplannen, waarbij het hem gaat om de bespreking van de Aanpak Noord. Dit staat als zodanig heden op de agenda en dit is op maandag 13 mei jongstleden in de Dagmail gemeld. Lid Belkasmi heeft tevens aangegeven dat beide agendapunten gevoegd behandeld kunnen worden. De commissie gaat hiermee akkoord. De VOORZITTER geeft aan dat lid Bentoumya de wens heeft geuit om in de volgende vergadering de jaarverslagen en de bestedingsplannen van de Masterplannen Nieuw-West en Zuid-Oost te bespreken. De commissie gaat hiermee akkoord. Hiermee wordt de agenda vastgesteld. 1.d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie SO d.d. 13 maart 2024. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1.e. Termijnagenda, per portefeuille Er zijn geen op- of aanmerkingen op de termijnagenda. 1.f. TKN-lijst De VOORZITTER heeft het volgende voorstel tot agendering in de volgende commissie ontvangen: Op verzoek van lid Staartjes wordt TKN-punt 1, Wij maken samen Nieuw-West, geagendeerd voor de volgende vergadering op 3 juli 2024. Vanwege de afwezigheid van lid Staartjes kan dit niet worden toegelicht en dit zal nu schriftelijk worden gedaan. 1.g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken.

Inhoudelijk deel, 2 2.a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering. 2.b. Inspreekmoment publiek Er hebben zich geen insprekers gemeld. 2.c. Actualiteiten en mededelingen

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 mei 2024

Er zijn geen actualiteiten of mededelingen. 2.d. Rondvraag Lid BADAL vraagt of het eerdere verzoek van het CDA, inzake TKN-stuk 3. Kennisnemen van de bestedingsplannen 2024 van de integrale aanpakken Nationaal Programma Samen Nieuw-West, Masterplan Zuidoost en Aanpak Noord, is doorgekomen. De VOORZITTER beaamt dat dit in de volgende commissie inhoudelijk zal worden behandeld. Lid NADIF vraagt of het college in gesprek kan gaan met de db in Noord over de situatie in de Molenstraat aldaar. Wethouder MOORMAN bevestigt dit, mede namens wethouder Van der Horst. BESPREEKPUNTEN Masterplan Zuidoost 3. Raadsinformatiebrief ter afdoening van de toezegging over de stand van zaken opvolging programmadirecteur Masterplan Zuidoost en raadsadres stadsdeelcommissie Zuidoost over de verklaring naar aanleiding van vertrek programmadirecteur Masterplan Zuidoost (VN2024-003433) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat de stadsdeelvoorzitter noch leden vanuit de stadsdeelcommissie aanwezig konden zijn. Zij geeft vervolgens aan dat het punt is geagendeerd door lid Lust. Lid LUST geeft aan hoe groot de betrokkenheid van de bewoners bij het Masterplan is, ook na het vertrek van de programmadirecteur Saundra Williams.

D66 is van mening dat met het vertrek van de programmadirecteur duidelijk werd hoezeer het Masterplan Zuidoost de slag heeft gemist waar het gaat om de bewonersparticipatie. Lid Lust geeft aan dat het heden ten dage nog steeds gaat over de governance, de organisatiestructuur achter het Masterplan. Zij schetst de huidige situatie, waarbij er sprake is van een heroriëntatie en vraagt de wethouder wat de stand van zaken is van het herontwerp nu de deadline van eind juni nadert. Zij verzoekt de wethouder tevens een algemene update te geven nu het inmiddels drie maanden later is na de laatste raadsinformatiebrief hierover. Gaat het lukken om medio 2024 een nieuwe programmadirecteur aan te stellen en wat gebeurt er verder concreet parallel aan de heroriëntatie? Het gaat lid Lust tevens om een juiste besteding van de middelen in 2024 om onderbesteding te voorkomen. Zij vraagt de wethouder hiervan openheid van zaken te geven in de voortgangsbrief die is beloofd. Lid Lust vraagt de wethouder of er inmiddels een evaluatie heeft plaatsgevonden en of zij de commissie inzicht kan geven in de lessen die getrokken zijn uit die evaluatie. Tenslotte roept zij op om daadkrachtig te werk te gaan, want zichtbare resultaten en successen zullen het draagvlak van het Masterplan verder verstevigen.

Lid BADAL roept in zijn betoog eveneens op om door te pakken met de ogen gericht op de bewoners van Zuidoost. Hij schetst het profiel van de ideale programmadirecteur en vraagt de wethouder of zij het ermee eens is dat goede governance afhankelijk is van betrokken mensen met de juiste instelling voor Zuidoost. Ook vraagt hij de wethouder hoe zij ervoor gaat zorgen dat buurtteams, jongerenwerkers en opleidingsinstituten samen gaan werken.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 mei 2024

Lid KABAMBA dringt er namens de bewoners van Zuidoost op aan dat er snel een programmadirecteur wordt aangesteld. Zij stelt de volgende vragen: − Wat is de stand van zaken met betrekking tot de herontwikkeling en verloopt dit volgens schema? − Wat gebeurt er bij de werving en selectie vanaf heden tot de deadline van eind juni 2024? − Is er sprake van uitval bij de organisatie en klopt het dat er wordt overwogen om te stoppen met projectmatig werken? − Hoe is de connectie met jongeren in Zuidoost? − In hoeverre is het Masterplan op dit moment voldoende toegankelijk voor de bewoners? − Evenals lid Lust wil lid Kabamba weten of er een evaluatie plaatsvindt en welke lessen hieruit worden getrokken; − Hebben de bewoners en de leden van de stadsdeelcommissie inzicht gekregen in de loop van de ontwikkelingen en hoe de werving en selectie verloopt? Lid ASRUF vraagt de wethouder welke stappen er in de afgelopen periode zijn gezet, waarbij aan de bewoners wordt duidelijk gemaakt, dat er aan het Masterplan wordt gewerkt. Ook krijgt hij graag bevestigd door de wethouder dat er een programmamanager is aangesteld. Hij vraagt zich wel af hoe lang het nog duurt voordat er een nieuwe programmadirecteur wordt aangesteld en wat dit betekent voor de dagelijkse gang van zaken bij het programmabureau.

Tenslotte vraagt hij de wethouder te reflecteren op de blueprint en of dit voor haar aanleiding is om de governance aan te passen. Lid VELDHUYZEN sluit zich aan bij het standpunt van lid Lust inzake de geringe snelheid van de uitwerking. Voorts benadrukt hij het belang van de bewonerscollectieven en lokale organisaties. Het lijkt lid Veldhuyzen zinvol om hier middelen voor vrij te maken, zodat deze zich kunnen professionaliseren. Het is voor lid Veldhuyzen belangrijk dat de blueprint betrekking heeft op alle bewoners van Zuidoost en hij geeft aan dat dit niet moet verzanden in weer een ander overheidsproject of iets wat daarop lijkt. Lid Veldhuyzen is van mening dat alles wat er in het Masterplan gebeurt inzichtelijk moet zijn voor de bewoners, zodat deze doelgroep kritisch kan blijven meedenken. Tot slot heeft lid Veldhuyzen nog drie vragen: Hoe is de verdeling van de ambtenaren uitgewerkt? Wat zijn de belangrijkste verdiepende stappen die op dit moment moeten worden gedaan? Wat is de meerwaarde van de Alliantie, specifiek als het gaat om wonen? Lid VAN DER VEEN beschrijft zijn kennismaking met het stadsdeel Zuidoost. Het was zijn goede vriend George Groot die hem daar voor de allereerste keer mee naartoe nam. Helaas is George Groot op 14 mei jongstleden overleden. Ook de wijksafari heeft lid Van der Veen veel informatie opgeleverd over deze wijk.

Voor lid Van der Veen is het belangrijk dat de nieuwe programmadirecteur alle gelegenheid krijgt om goed door te pakken. Tot slot nodigt hij de aanwezige leden uit om hem op 31 mei 2024 te vergezellen naar de netwerkborrel in Zuidoost. Wethouder MOORMAN stelt in antwoord op de vragen van lid Lust dat, hoewel mevrouw Williams veel heeft gedaan, het Masterplan niet afhangt van één persoon en dat de ontwikkeling verder is gegaan. Zij wil daarom niet spreken van ‘een valse start’. Het Masterplan Zuidoost wordt in het Nationaal Programma zelfs gezien als voorbeeld voor andere Masterplannen. De wethouder geeft aan dat het hier gaat om een geheel nieuwe

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 mei 2024

aanpak, zodat het nog niet direct allemaal perfect is. Dit blijkt ook uit de blueprint die de bewoners hebben gemaakt. Lid LUST geeft aan dat zij met de benaming ‘valse start’ verwees naar de bewonersparticipatie, die in de aanpak van mevrouw Williams achterwege is gebleven. Dit heeft geresulteerd in de blueprint door bewoners, die het signaal is voor een herstart vanuit hun leefwereld. Wethouder MOORMAN benadrukt de unieke werkwijze die Saundra Williams heeft toegepast in het Masterplan. Ook geeft zij aan dat de blueprint enthousiast is ontvangen door de Alliantie en dat het een onderdeel is van de heroriëntatie. Maar hieruit kan niet worden geconcludeerd dat bewonersparticipatie niet heeft plaatsgevonden of niet goed was. Hiermee wordt volgens de wethouder tekort gedaan aan alle mensen die zich hiervoor inzetten. Lid LUST erkent dat er bewonersparticipatie werd toegepast, maar de oprichting van de initiatiefgroep, die hier meer gewicht aan wil geven, toont aan dat bewonersparticipatie achterbleef. Wethouder MOORMAN concludeert hieruit dat lid Lust meent dat behalve bij Masterplan Zuidoost bij andere wijken de bewonersparticipatie helemaal op orde is en dit vindt zij een onjuist causaal verband. Zij vindt het toe te juichen dat er in het Masterplan Zuidoost ruimte wordt geboden voor bewonersparticipatie.

Lid VELDHUYZEN citeert uit het onderliggende document waarmee hij bijval geeft aan de woorden van lid Lust. Wethouder MOORMAN benadrukt nogmaals dat de blueprint door het college wordt omarmd en dat de bewonersparticipatie alle ruimte krijgt in het Masterplan. Met de nieuwe programmamanager, die sinds februari is aangesteld, kan het programmateam uitvoeren wat er is afgesproken. Vervolgens somt de wethouder op wat er inmiddels al is bereikt voor de lotsverbetering van de bewoners van Zuidoost. Hoewel het wellicht voor de commissie, maar ook voor de wethouder lang duurt, vindt de wethouder dat de governance op orde moet zijn om het beoogde doel te bereiken. Het programmateam werkt hier hard aan en dit wordt ondersteund door de Alliantie. In antwoord op de vraag van lid Lust zegt de wethouder toe dat in de beloofde voortgangsbrief zal worden vermeld wat er tot nu toe aan bestedingen is gedaan. Dit zegt niet veel over de uiteindelijke uitkomst van de bestedingen en de wethouder geeft aan dat de kans op onderbesteding bestaat om te voorkomen dat het budget de beperkende factor is om tot besteding te komen. Het geld dat overblijft gaat mee naar volgend jaar. Ook de lessen die kunnen worden getrokken uit de evaluatie zullen aan bod komen in deze voortgangsbrief.

Lid LUST licht haar bijdrage toe en geeft aan dat voor haar het oprichten van de initiatiefgroep en het verschijnen van de blueprint aantonen, dat het in eerste instantie heeft ontbroken aan bewonersparticipatie. Dit betekent niet dat zij een negatief beeld wil schetsen en zij wil allerminst de mensen die iedere dag keihard werken aan het Masterplan tekort doen. Zij hoopt dat er vanaf nu vaart kan worden gezet bij het Masterplan en dat de bewonersparticipatie hierin geborgd is. Wethouder MOORMAN stelt vast dat zij en lid Lust hiermee op één lijn zitten. Met de bijdrage van lid Badal kan de wethouder volledig instemmen; de governance duurt te lang en het is nu zaak om tot verbeteringen te komen voor de bewoners van Zuidoost. De wethouder benadrukt echter dat er wordt gerekend op een looptijd van 25 jaar, omdat er een grote achterstand is weg te werken en omdat er op een andere manier gewerkt wordt dan gebruikelijk. Er moeten gaandeweg steeds aanpassingen worden gedaan.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 mei 2024

Lid BADAL kan zich goed vinden in de uitleg van de wethouder en benoemt enkele elementen die belangrijk zijn in de aanpak. Wethouder MOORMAN is het hiermee eens en geeft aan hoe belangrijk het is dat de gemeente eveneens haar verantwoordelijkheid neemt in die aanpak, onder andere door mensen in staat te stellen de plannen uit te voeren. In antwoord op de vraag van lid Kabamba over de aan te stellen programmadirecteur geeft de wethouder aan dat zij niet kan garanderen dat deze de perfecte kandidaat is. Lid KABAMBA verduidelijkt haar vraag en geeft aan dat het haar gaat om, in ieder geval op korte termijn, een programmadirecteur aan te stellen. Wethouder MOORMAN stelt dat dit de reden is waarom op dit moment een situatie is gecreëerd met de beste mogelijkheden onder leiding van een goede programmamanager en dat dit kan leiden tot het vinden van de meest geschikte kandidaat. Hier is de stadsdeelcommissie ook bij betrokken. Lid KABAMBA verduidelijkt haar vraag over uitval en geeft aan dat dit betrekking heeft op het team van Masterplan Zuidoost en hoe hierop wordt ingezet in de toekomst. Wethouder MOORMAN geeft aan dat een van de taken van de programmamanager is om de communicatie tussen de gehele community, inclusief de jongeren, en het Masterplan zo goed mogelijk te laten verlopen en dit lijkt te lukken, volgens de wethouder.

Vervolgens beaamt de wethouder, in aansluiting op de bijdrage van lid Veldhuyzen, dat het juist niet de bedoeling is om weer een ander overheidsproject toe te passen. Er moet een andere werkwijze worden gehanteerd, niet langer een projectencarrousel, maar een gestructureerde aanpak die gezamenlijk wordt gedragen door bewoners en Alliantiepartners. Het Masterplan heeft ook een vliegwieleffect en steeds meer mensen willen zich inzetten voor Zuidoost. De wethouder is voorts van mening dat de Alliantie een grote meerwaarde heeft voor het Masterplan. Zij geeft een voorbeeld van wat een van de partners kan betekenen voor de volkshuisvesting in het stadsdeel. Dit geldt ook voor de G-buurt en de blokverwarming, waarbij het waardevol is dat Rochdale een onderdeel is van de Alliantie. De wethouder hoopt tenslotte dat de leden in zullen gaan op de uitnodiging van lid Van der Veen. Lid VELDHUYZEN vraagt de wethouder of er ook nadelige kanten zitten aan het feit dat er nu zoveel ambtenaren worden ingezet in Zuidoost. Wethouder MOORMAN erkent dat als er meer aandacht gaat vanuit de ambtenaren naar Zuidoost, dat dat ten koste gaat van de aandacht aan andere stadsdelen. Bij Zuidoost meent zij echter dat dit het tekort aan aandacht van de afgelopen jaren compenseert. Het is uiteindelijk wel de bedoeling dat deze werkwijze de aandacht naar alle probleemwijken zal versterken.

Tweede termijn Lid HENDRIKS ziet in de blueprint weinig aandacht voor cultuurverandering in de ambtenarij bij Zuidoost. Hij vreest dat strikte handhaving van regels door de stadsdeelcommissie en de gemeenteambtenaren het gewenste resultaat kan belemmeren. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Lid VELDHUYZEN vraagt het college te reflecteren op de rol van de lokale organisaties, zoals die in de blueprint worden beschreven.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 mei 2024

Lid KABAMBA vraagt de wethouder toelichting te geven op de geschiedenis van de betrokken organisaties. Lid BADAL sluit zich aan bij de woorden van lid Hendriks over cultuurverandering. Voor hem is het belangrijk dat er vooral naar de toekomst wordt gekeken en dan is een cultuurverandering noodzakelijk, zoals meer bewustwording van het doel dat bereikt moet worden. Wethouder MOORMAN constateert dat de leden in de tweede termijn eigenlijk allen dezelfde vraag stellen. Ook de wethouder meent dat cultuurverandering noodzakelijk is met het oog op de toekomst. Er moet ruimte worden gemaakt voor verschillende invloeden, niet alleen vanuit de ambtelijke sfeer, maar ook vanuit het stadsdeel zelf en nieuwe organisaties. Het heeft volgens de wethouder dan ook weinig zin om in dit debat de geschiedenis van bestaande organisaties te beschrijven of te betrekken bij de uitwerking van het Masterplan. In antwoord op de vragen van lid Hendriks geeft de wethouder aan dat het samenwerken met een Alliantie en een onafhankelijk programmabureau een van de eisen is die het ministerie van BZK stelt om financiering te krijgen voor het nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Een dergelijke werkwijze is ingewikkeld, omdat er moet worden voorkomen dat er intern een soort concurrentiestrijd ontstaat. Een goede samenwerking vergt sturing. Hier moet de komende periode veel aandacht naartoe.

De wethouder is van mening dat er op dit gebied al veel goeds is bereikt met de steun vanuit het Rijk, zoals de Regiodeal voor Zuidoost. Lid HENDRIKS geeft aan dat er toch nog wrijving bestaat in de communicatie tussen de mensen in het veld in Zuidoost en de ambtenaren bij wie zij terecht moeten. Hij vraagt de wethouder of hiervoor trainingen worden georganiseerd. Wethouder MOORMAN stelt dat hier aandacht voor is, aangezien de stadsdeelsecretaris hier sturing aan geeft. Lid HENDRIKS vraagt de wethouder om deze activiteiten in het Masterplan op te nemen en de commissie van deze ontwikkelingen op de hoogte te houden. Wethouder MOORMAN zegt dit toe. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Aanpak Noord 4. Kennisnemen van de jaarverslagen 2024 van de integrale aanpakken Nationaal Programma Samen Nieuw-West, Masterplan Zuidoost en Aanpak Noord (VN2024-006048) Gevoegd behandeld met 5. Kennisnemen van de bestedingsplannen 2024 van de integrale aanpakken Nationaal Programma Samen Nieuw-West, Masterplan Zuidoost en Aanpak Noord (VN2024-006050) De VOORZITTER leidt het agendapunt is en geeft aan dat de bespreking van deze punten alleen betrekking zal hebben op stadsdeel Noord. Wethouder Moorman zal de beantwoording namens wethouder Van der Horst voor haar rekening nemen.

De stadsdeelvoorzitter noch leden vanuit de stadsdeelcommissie konden aanwezig zijn. De onderwerpen zijn geagendeerd op verzoek van lid Belkasmi.

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 mei 2024

Lid BELKASMI geeft aan dat het voor de PvdA belangrijk is dat de stem van jongeren in de Aanpak Noord wordt gehoord en dit gebeurt ook. Het is voor lid Belkasmi nog niet duidelijk of er ook na 2026 coalitiemiddelen worden vrijgemaakt, aangezien de Aanpak Noord geen prominente plaats inneemt in het Nationaal Programma leefbaarheid en Veiligheid. Lid Belkasmi vraagt hoe het college ervoor gaat zorgen dat er middelen voor de Aanpak Noord beschikbaar blijven om de continuïteit te waarborgen. Ook wil lid Belkasmi weten in hoeverre er sprake is van bijdragen van partners in de pijlers waarin zij niet worden genoemd. Hij vraagt de wethouder wanneer de commissie hier inzicht in krijgt. De Aanpak Noord komt blijkbaar niet in aanmerking voor een nominale compensatie, hetgeen een afbouw betekent van de interventie door straatcoaches. Lid Belkasmi vraagt de wethouder hierop te reflecteren en of hier bij de begroting al rekening mee is gehouden. Lid LUST heeft kunnen constateren dat er sprake is van onderbestedingen bij de uitvoering van de Aanpak Noord. De verklaring hiervoor in het jaarverslag vindt lid Lust plausibel. Zij is blij dat het niet uitgegeven geld beschikbaar blijft voor 2024, aangezien dit een flinke stap in de goede richting is op alle zeven thema’s uit de Aanpak. Vervolgens roept zij op tot daadkrachtig handelen met aansluiting bij de behoeftes van de bewoners.

Lid KROM stelt de volgende vragen: − Hoe wordt duidelijk dat in het stadsdeel het herstel van vertrouwen is ingezet? − Wat is er nodig om het vertrouwen te laten groeien? − Hoe kun je de mensen bereiken voor wie het lastig of niet mogelijk is om bij de Aanpak betrokken te raken? − In Noord wordt nieuwbouw gepleegd en er is sprake van het uitvoeren van achterstallig onderhoud, waarbij de coöperaties zijn betrokken. Gebeurt dit ook in andere wijken? − Klopt het dat de coöperaties geen actieve rol hebben bij de Aanpak, hoewel ze wel als partner worden genoemd? − Kan de wethouder het functioneren van de groencoördinator toelichten en welke meerwaarde deze heeft voor Noord? Wordt deze groencoördinator ook ingezet bij andere stadsdelen? − Verwacht het college dat de middelen in 2024 wel volledig worden gebruikt? Zo niet, blijven deze middelen wel beschikbaar voor Noord? − Wat is de oorzaak van de onderbesteding in 2023 en kan dit in 2024 voorkomen worden door een betere aanpak? Lid NADIF geeft aan dat het voor haar duidelijk is beschreven waarom er onderbesteding heeft plaatsgevonden en hoe dat is opgelost en zij verbaast zich over de vragen die hierover worden gesteld. Met betrekking tot de governance in de Aanpak Noord vraagt zij wat het college vindt van de werkwijze en de structuur die nogal verschillen met die van Nieuw-West en Zuidoost.

Wethouder MOORMAN vindt het lastig om de vragen van lid Krom te beantwoorden, aangezien deze enigszins technisch van aard zijn. Zij suggereert dat de beantwoording eventueel schriftelijk wordt gedaan. De weethouder geeft aan dat er geen sprake is van structurele middelen voor de komende 25 jaar voor alle drie de programma’s. De middelen die beschikbaar komen hebben tot doel om acties in gang te zetten, een vliegwielfunctie. Zij heeft er wel vertrouwen in dat er middelen beschikbaar blijven, ook na 2026, aangezien er vanuit de gemeenteraad veel steun is voor de programma’s.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Stadsontwikkeling

SO

Definitief Raadscommissieverslag, 15 mei 2024

Lid BELKASMI stelt dat er steeds hetzelfde bedrag voor bijvoorbeeld de straatcoaches wordt begroot en dat dit een risico op afbouw van de interventie met zich meebrengt. Wethouder MOORMAN vindt het voorbeeld van de straatcoaches niet zo geschikt in deze discussie, aangezien deze activiteit niet structureel wordt ingebed. Lid BELKASMI stelt dat de ambitie bestaat om dit tijdelijk incidenteel meerjarig in te zetten in de begroting, echter met ieder jaar hetzelfde bedrag. Dit brengt het risico met zich mee dat hij eerder noemde. Wethouder MOORMAN zegt toe dat als dit risico zich manifesteert zij met lid Belkasmi hierover in gesprek zal gaan. De bijdragen van de partners in de verschillende pijlers zijn inderdaad elk anders van aard. In antwoord op de vraag van lid Nadif bevestigt de wethouder dat er verschil bestaat tussen de werkwijzen bij de programma’s. Het is makkelijker als er niet hoeft te worden samengewerkt met meerdere organisaties. Aanpak Noord verschilt in zoverre van de andere werkwijzen, dat het geen onderdeel is van het Nationaal Programma en de geldstromen moeten door de gemeente zelf worden georganiseerd. Dat er minder klachten zijn toont aan volgens de wethouder, dat het vertrouwen bij de inwoners groeit. Met buurtgericht werken probeert het college ook de bewoners die niet of niet gemakkelijk aanhaken te bereiken.

De organisatie De Noordas richt zich vanuit de armoedebestrijding op mensen die zij onder de aandacht van de gemeente wil brengen. Dit draagt bij aan de versterking van de verbindingen. Het zou nog beter zijn, volgens de wethouder, als de bewoners ook onderling hiermee bezig zijn. De VOORZITTER stelt vast dat het punt hiermee voldoende is besproken. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende commissievergadering zal worden voorgezeten door lid Van Munster en zij sluit de vergadering om 21.00 uur.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14377052/1