CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag raadscommissie Algemene Zaken 27-03-2025

Raadscommissie Algemene Zaken 27 maart 2025, gemeente Amsterdam10.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Raadscommissieverslag, 27 maart 2025 DEFINITIEF VERSLAG

Vergadering Openbare vergadering van de raadscommissie Algemene Zaken Vergaderdatum Donderdag 27 maart 2025 van 13:30 uur tot 17:00 uur in de Willem Kraanzaal Verslag vastgesteld op: Donderdag 8 mei 2025

Voorzitter: commissielid Van der Veen Portefeuillehouder: burgemeester Halsema Commissiegriffier: Willems Commissieondersteuner: Dutilh Verslaglegging: Post (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Abdi (PvdA), Alberts (SP), Bakker (Partij voor de Dieren), Bentoumya (GroenLinks), Van Berkel (JA21), Garmy (Volt), Von Gerhardt (VVD), Havelaar (CDA), Hofland (D66), IJmker (GroenLinks), Kabamba (Lijst Kabamba), Khan (DENK), Krom (Partij voor de Dieren), Moeskops (D66), Namane (PvdA), Veldhuyzen (De Vonk) en Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden: Broersen (Volt), Heinhuis (PvdA) en Nadif (GL) Overige aanwezigen: het lid Burgers (voorzitter presidium)

1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER heet iedereen van harte welkom op deze openbare raadscommissievergadering Algemene Zaken. Er zijn voldoende fracties aanwezig. b. Mededelingen De VOORZITTER heeft de volgende mededelingen: − Er is bericht van verhindering van de leden Broersen, Heinhuis en Nadif. Het lid Broersen wordt vervangen door het lid Garmy. − De expertmeeting Weerbaar Amsterdam over hybride dreigingen vindt plaats op 9 april van half acht tot half elf. − De technische sessie over gewijzigde referendumverordening vindt plaats op 10 april van zeven uur tot half negen. c.

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

Vaststellen agenda 3. Wijziging van de Gemeenschappelijke regeling ombudsman metropool Amsterdam VN2025-002848 Dit agendapunt wordt afgevoerd en kan als hamerstuk worden geagendeerd voor de raadsvergadering van 2 en 3 april 2025. 7. Zienswijzeprocedure Regionaal Risicoprofiel 2025-2028, Beleidsplan 2025-2028 en Dekkingsplan 2025-2028 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland VN2025-003301 Dit agendapunt is afgevoerd en wordt voor een korte bespreking geagendeerd voor de raadsvergadering van 2 en 3 april 2025. De agenda wordt met deze aanpassing vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie AZ d.d. 27 februari 2025 Het verslag van de openbare raadscommissievergadering AZ van 27 februari 2025 wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda’s en bestuurlijke langetermijnagenda’s (BLTA), per portefeuille Er zijn geen verzoeken naar aanleiding van de termijnagenda per portefeuille. f. TKN-lijst Er zijn geen verzoeken om agendapunten bij de volgende commissievergadering te bespreken. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Het ongevraagd advies van de stadsdeelcommissie Nieuw-West over ondervertegenwoordigd Amsterdam en de opkomstbevordering wordt voor kennisgeving aangenomen. 2. INHOUDELIJK DEEL a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering. b.

Inspreekmoment Publiek De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Van der Linde die op persoonlijke titel inspreekt over de driehoek.

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

Inspreker VAN DER LINDE vraagt aandacht voor politiehuisbezoeken aan demonstranten waar al jaren over wordt geklaagd en waar nooit actie op ondernomen is. Hij vindt het schokkend dat dit in een democratische samenleving gebeurt en dat zelfs in Amsterdam dit beleid bestaat. Nu de media het oppakken wordt het een onderwerp van het gesprek maar in plaats van actie te ondernemen wordt er vooral kritiek geuit op activisten. Verder vraagt hij aandacht voor het feit dat veel Amsterdammers onterecht als actieve veelpleger in databases staan. Hij heeft geen tijd om de oorzaak hiervan uit te leggen maar vergelijkt het met eerdere misstanden zoals CTER en TOOI. Hij pleit voor een technische sessie met raadsleden om dit te bespreken en roept hen op om dit onderwerp zelf te agenderen in plaats van te wachten tot activisten het opnieuw op de spits moeten drijven. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veldhuyzen. Het lid VELDHUYZEN (De Vonk) vraagt de inspreker waarom de politie huisbezoeken bij activisten aflegt. Inspreker VAN DER LINDE vermoedt dat het gaat om intimidatie en angst aanjagen bij demonstranten en activisten. Er is een proefschrift van een voormalig medewerker van de AIVD over linksextremisme waarin letterlijk wordt beschreven dat het een doelstelling van de AIVD is om angst te zaaien onder linkse activisten zodat de linkse beweging niet groeit.

Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor rechtsextremisten, dierenrechtenextremisten of corona-activisten. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Meijer die op persoonlijke titel inspreekt over demonstreren op de Dam. Inspreker MEIJER wil weten waarom demonstraties voor Israël en tegen antisemitisme niet op de Dam mogen plaatsvinden en worden verwezen naar het Leidseplein terwijl een anti-Israël-demonstratie wel op de Dam wordt toegestaan. En vraagt zich af hoe het gesteld is met het demonstratierecht van groepen waarbij de gemeente en ambtenaren zich niet betrokken voelen, die worden afgewezen of waartegen zelfs onder werktijd wordt geprotesteerd. De commissie moet ervoor zorgen dat het demonstratierecht in Amsterdam op een eerlijke en rechtvaardige manier wordt toegepast zodat de vreedzame kleinere groepen niet steeds het onderspit delven terwijl gewelddadige demonstranten elke keer ruim baan krijgen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Berkel. Het lid VAN BERKEL (JA21) vraagt of de inspreker voorbeelden heeft waaruit blijkt dat het demonstratierecht niet gelijkwaardig wordt toegepast. Inspreker MEIJER antwoordt dat een pro-Israël-demonstratie binnen vier weken twee keer is verplaatst naar het Leidseplein terwijl de pro-Palestina-demonstratie vier keer kon plaatsvinden op de Dam.

Het lid VAN BERKEL (JA21) vraagt of de inspreker ook vindt dat die beslissing gemaakt moest worden vanwege de veiligheid. Inspreker MEIJER vindt niet dat die beslissing gemaakt moet worden omdat dat zou betekenen dat pro-Israël-demonstranten iedere keer verdreven zullen worden van de Dam en daar mag veiligheid geen excuus voor zijn. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Derksen die inspreekt over het gebruik van de app Signal bij communicatie met de inwoners in het bijzonder en het gebruik alternatieve kanalen in het algemeen.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

Inspreker DERKSEN verwijst naar een motie die de gemeenteraad eind 2021 heeft aangenomen en die oproept om in te zetten op privacyvriendelijke alternatieven voor Facebook en WhatsApp bij zowel de communicatie binnen de gemeentelijke organisatie als het contact met de bewoners in de buurtapps. Voor containeradaptanten en betrokken bewoners is het momenteel alleen mogelijk om via WhatsApp te communiceren met de gemeente. De inspreker is benieuwd wanneer de aangenomen motie wordt uitgevoerd en de overstap naar een andere berichtenapp voor inwoners van Amsterdam verwezenlijkt wordt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid IJmker. Het lid IJMKER (GroenLinks) vraagt of de inspreker hierover al contact heeft gehad met de gemeente, het stadsdeel of ambtenaren. Inspreker DERKSEN antwoordt dat hij het heeft aangegeven in de appgroep van de containeradaptanten waarna een ambtenaar heeft laten weten dat de gemeente voornemens is het te implementeren. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Evers die namens Koninklijk Horeca Nederland inspreekt bij agendapunt 6, horecabeleid 2025. Inspreker EVERS geeft aan dat de leden van Koninklijk Horeca Nederland geschokt en teleurgesteld hebben gereageerd op enkele voorstellen in het nieuwe horecabeleid. Veel van de voorgestelde maatregelen worden als betuttelend ervaren en passen niet bij een metropool als Amsterdam.

Het verminderen van het aantal plekken dat 's nachts open mag blijven zal tot meer rumoer op straat zal leiden, wat niet alleen het uitgaanspubliek treft maar ook nachtwerkers zoals zorgmedewerkers, politieagenten en luchthavenpersoneel. Bewoners mogen niet langer bij hun buurman op het terras zitten en de afschaffing van het tropischweerscenario zal resulteren in een toename van airco's in plaats van minder overlast. De inspreker roept de commissie op om overbodige maatregelen uit het voorstel te schrappen om te voorkomen dat er nieuwe problemen ontstaan. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Khan. Het lid KHAN (DENK) vraagt welke verhalen de inspreker hoort van horecaondernemers buiten de ring. Inspreker EVERS antwoordt zij zich zorgen maken over het maatwerk waar de stadsdelen verantwoordelijk voor zijn en dat treft horecaondernemers buiten de ring meer dan in de binnenstad omdat daar vergunningen het snelst verleend worden. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Hofland. Het lid HOFLAND (D66) vraagt welke huidige regelgeving de inspreker ziet om te handhaven bij horecazaken in het geval van overlast. Inspreker EVERS antwoordt dat de huidige milieuwetgeving al streng is op overlast en daar wordt nu al op gehandhaafd. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Von Gerhardt.

Het lid VON GERHARDT (VVD) vraagt hoe de inspreker kijkt naar de opmerking dat de nieuwe regels wel worden opgenomen in het beleid maar dat er niet streng op gehandhaafd zal worden.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

Inspreker EVERS vindt dat een gevaarlijk reactie. Het is mogelijk dat er toch wordt opgetreden en dat kan uitmonden in oneindig lange trajecten met juristen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Namane. Het lid NAMANE (PvdA) vraagt de inspreker wat zou helpen om meer zekerheid te creëren voor horecaondernemers. Inspreker EVERS antwoordt dat als er onzekerheid is over de terugverdientijd van kosten een zaak misschien niet meer interessant is of alleen nog maar interessant is voor een commerciëler concept. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Meester die namens meerdere horecaondernemingen inspreekt bij agendapunt 6, horecabeleid 2025. Inspreker MEESTER had gehoopt dat in het nieuwe horecabeleid de scherpe kanten van het conceptbeleidskader waren geschrapt. Maar dat is niet het geval en dat heeft gevolgen voor de exploitatiemogelijkheden en vergunningsaanvragen. Het is onduidelijk welke problemen met het nieuwe horecabeleid worden opgelost want het leidt alleen maar tot veel onzekerheid en gedoe. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Namane. Het lid NAMANE (PvdA) leest in het horecabeleid is dat het meeste blijft zoals het is en vraagt hoe de inspreker daarnaar kijkt. Inspreker MEESTER antwoordt dat in de APV de openingstijden worden gewijzigd, dat het beleid wordt gewijzigd en dat in het bestemmingsplan de horecacategorieën worden gewijzigd.

De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Von Gerhardt. Het lid VON GERHARDT (VVD) vraagt of de inspreker voorbeelden kan noemen van problemen waar horecaondernemers in de praktijk tegenaan lopen. Inspreker MEESTER noemt Bagels en Beans die geen broodjes meer mogen meegeven, cafés die bij een vergunningsaanvraag moeten aangeven of er gedanst kan worden en het concept van de FEBO wordt aangetast omdat ze twee uur eerder moeten sluiten. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bentoumya. Het lid BENTOUMYA (GroenLinks) merkt op dat het nieuwe horecabeleid voortkomt uit de nieuwe Omgevingswet. Ze vraagt hoe de inspreker communiceert met de stadsdelen om af te stemmen over het inperken van overlast versus de noden van de ondernemers. Inspreker MEESTER antwoordt dat de Omgevingswet de gemeente niet verplicht om nieuw beleid vast te stellen of om de inhoud van bestemmingsplannen aan te passen. Er waren de afgelopen jaren voldoende middelen en instrumenten om op te treden tegen overlast en dat functioneerde in principe goed. Door dit nieuwe beleid met een ontheffingsstelsel wordt het ondoorzichtiger en dat gaat leiden tot meer procedures. De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Noyon die namens de Vereniging Voordestad inspreekt bij agendapunt 6, horecabeleid 2025.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

Inspreker NOYON spreekt in namens de bewoners van de binnenstad. Zij zijn niet ontevreden met het uiteindelijke resultaat van het nieuwe horecabeleid vanwege de sluitingstijden, de regels voor additionele horeca en het feit dat er niet is gekozen voor zelfregulering. Er is nog wel een probleem met terrasschotten die tot 1,8 meter vergund worden en het is tevens onverstandig en onnadenkend om eeuwigdurende rechten te verlenen aan locaties waardoor er terrassen ontstaan die botsen met de belangen van voetgangers. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bentoumya. Het lid BENTOUMYA (GroenLinks) vraagt wat terrasschotten van 1,8 meter betekenen voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Inspreker NOYON antwoordt dat er veel openbare ruimte in beslag wordt genomen voor de opslag van de schotten en parasols. Daarnaast is het een aantasting van het beschermd stadsgezicht van het centrum. De VOORZITTER geeft aan dat er bij dit punt nog meer insprekers zijn en dat voorafgaand aan de bespreking van het horecabeleid bekeken zal worden hoe het proces rond het beleid voortgezet kan worden.

De VOORZITTER geeft het woord aan inspreker Fischer die namens de Straatalliantie inspreekt bij agendapunt 13, het bespreken van de beantwoording schriftelijke vragen van de leden Krom cum suis inzake daklozen worden nog steeds beboet voor slapen op straat Inspreker FISCHER geeft aan dat de Straatalliantie een onafhankelijke belangenorganisatie is die opkomt voor de rechten en belangen van dakloze mensen. Bij het daklozenkantoor zien ze weinig boetes voor buitenslapen en het is daarom goed dat de raadsbrief ook aandacht besteedt aan de andere boetes die aan daklozen worden opgelegd. Er zijn in Amsterdam regels die in theorie voor iedereen gelden maar in de praktijk vooral daklozen treffen en dat is in feite discriminerend. De meest opvallende maatregelen zijn gericht op mensen die buiten moeten slapen of activiteiten buiten moeten uitvoeren zonder dat ze hier een echte keuze in hebben. Een voorbeeld daarvan is het gebrek aan openbare toiletten waardoor dakloze mensen soms te ver moeten lopen en genoodzaakt zijn hun behoefte in de openbare ruimte te doen. Daklozen krijgen ook boetes voor het drinken van een biertje of het luisteren naar muziek in de openbare ruimte. Die boetes zijn geen passend middel zijn om overlast te verminderen maar zijn wel belastend voor de betrokkenen en het systeem. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Abdi.

Het lid ABDI (PvdA) vraagt of de inspreker reacties heeft gekregen van de gemeente als het gaat om het beboeten van daklozen. Daarnaast wil ze weten wat de inspreker vindt van het beboeten als middel om te iemand naar hulp toe begeleiden. Inspreker FISCHER ziet in de praktijk dat er bij handhaving nog te weinig aandacht is voor signalen die kunnen leiden naar zorg of andere passende hulp. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bentoumya. Het lid BENTOUMYA (GroenLinks) vraagt wat een boete betekent voor iemand die dakloos is. Inspreker FISCHER antwoordt dat het gaat om mensen die in een kwetsbare positie verkeren en boetes maken de problemen erger. Een ander probleem is dat deze

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

boetes opduiken wanneer mensen weer een dak boven hun hoofd hebben waardoor ze meteen weer op achterstand komen te staan. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krom. Het lid KROM ( Partij voor de Dieren) vraagt of de inspreker ook iets kan zeggen over daklozen die de Straatalliantie niet weten te vinden. Inspreker FISCHER antwoordt dat het waarschijnlijk gaat om een veelvoud van het aantal daklozen dat in de brief wordt genoemd. Omdat deze mensen geen briefadres hebben zullen de problemen zich niet vanzelf oplossen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veldhuyzen. Het lid VELDHUYZEN ( De Vonk) wijst op de dossieropbouw voor de Amsterdamse Aanpak Overlast Veelplegers en vraagt de inspreker of dat opweegt tegen de nadelige effecten. Inspreker FISCHER antwoordt dat de Straatalliantie moeite heeft met de willekeur bij het begrip overlast. Er zijn geen voorbeelden waarbij boetes tot minder overlast hebben geleid, wel voor heel veel last bij de mensen zelf. Het helpt mensen niet, het zorgt voor meer stigma en het zorgt voor meer schuldenproblematiek. Het is dus niet het juiste middel om het probleem aan te pakken. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. d. Rondvraag De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Berkel voor een rondvraag.

Het lid VAN BERKEL (JA21) vraagt de burgemeester hoe zij reflecteert op de krappe voldoende die ze krijgt van haar eigen inwoners en of ze concrete plannen heeft om Amsterdammers die haar een laag cijfer geven voor zich te winnen. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat zij als burgemeester verantwoordelijk is voor alle Amsterdammers, ongeacht de wijze waarop men haar beoordeelt. Een beoordeling wisselt tussen groepen, het kan ook per dag wisselen en het kan ook met het weer wisselen, maar dat ontslaat haar nooit van de verplichting om iedereen op dezelfde manier en met evenveel empathie en compassie te behandelen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Hofland voor een rondvraag. Het lid HOFLAND ( D66) vraagt de burgemeester of er een beeld is van de omloop en de handel in dodelijke Oxycodon-pillen waaraan onlangs een Amsterdammer is overleden. Hij is ook benieuwd of er een strafrechtelijk onderzoek loopt. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA heeft daarover niet veel informatie. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft aangegeven dat zij ook enkele meldingen heeft gekregen over mensen die op de spoedeisende hulp zijn binnengebracht na gebruik van

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

dit soort tabletten en het Trimbos Instituut heeft een red alert afgegeven. Op dit moment onderzoek de politie de herkomst van de neppijnsteller maar de politie heeft haar niet geïnformeerd over een strafrechtelijk onderzoek. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Garmy voor een rondvraag. Het lid GARMY (Volt) vraagt of de burgemeester op de hoogte is van de mishandeling van een transgender sekswerker door straatdealers. Hij wil weten of dit aanleiding is om het gebiedsverbod te verlengen naar 72 uur. Hij wil weten welke regels aangepast moeten worden om effectiever te kunnen optreden tegen dit soort gedrag en of het gebruik van camerabeelden daaraan kan bijdragen. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA is op de hoogte van de mishandeling en zal kijken of ze contact kan krijgen met het slachtoffer. Het is onjuist om te veronderstellen dat THOR niet optreedt tegen overlastgevend gedrag van straatdealers. THOR is niet bevoegd om op te treden tegen dealen, bezit van drugs en geweldpleging. Het gebiedsverbod is sinds februari verlengt van 24 naar 48 uur en bij een tweede overtreding kan een gebiedsverbod van een maand opgelegd worden. De raad heeft bij motie vastgelegd dat er voor de zomer op basis van een evaluatie overgegaan kan worden naar een gebiedsverbod van 72 uur.

Extra maatregelen die al worden ingezet zijn langere verblijfverboden voor dealers, uitbreiding van het cameratoezicht in het Wallengebied en bij het Centraal Station, extra inzet van agenten undercover en gezamenlijke acties van de politie en THOR op dealers. Voor de zomer worden nog twee extra koppels veldwerkers in het Wallengebied ingezet specifiek gericht op kwetsbare dealers, hun verslaafde klanten en overlastgevende dak- en thuislozen. Tevens wordt er gewerkt aan een opzet voor een integrale aanpak dealerproblematiek Zeedijk en omstreken met handhaving en zorgpartijen. Het lid HAVELAAR (CDA)vraagt de burgemeester welke werkinstructie THOR heeft en wat de rol van de politie is bij drugscriminaliteit. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat THOR is aangesteld voor de leefbaarheid en om op te treden tegen overlastgevend gedrag. Dealen, bezit van drugs en geweldpleging vallen binnen de bevoegdheid van de politie. Als THOR dit soort feiten waarneemt dan moet ze de hulp van de politie inroepen. THOR zal wel op korte termijn in overleg met partners bekijken wat zij in preventieve zin nog kan doen tegen straatdealerproblematiek. Als een van de weinige gemeentes in Nederland heeft Amsterdam toestemming gekregen voor het gebruik van de korte wapenstok in het centrum om THOR in staat te stellen verdedigend op te kunnen treden als er problemen zijn.

De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Abdi voor een rondvraag. Het lid ABDI (PvdA) vraagt de burgemeester hoe zij kijkt naar een strategisch offensief tegen online seksuele intimidatie onder jongeren om ervoor te zorgen dat beelden sneller offline gehaald worden. Ze verwacht dat de expertise van het Centrum Seksueel Geweld en de inzet van toezichthouders daar een bijdrage aan kunnen leveren. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA is voornemens een ambstwoninggesprek te organiseren met nationale toezichthouders en organisaties als Offlimits om ervoor te zorgen dat dat gesprek over online seksuele intimidatie op gang komt. Het onderwerp

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

komt in de driehoek vaak ter sprake en de politie en recherche treden op tegen sextortion en andere vormen van intimidatie rond de middelbare scholen. Het college is van mening dat er meer aandacht nodig is voor online seksuele intimidatie en komt daarop terug bij de Voorjaarsnota en van 23 april tot 7 mei zal er online en op straat een campagne worden gevoerd die slachtoffers expliciet verwijst naar het inloophuis van het Centrum Seksueel Geweld waar diensten en hulp samen zijn gebracht. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Khan voor een rondvraag. Het lid KHAN (DENK) wil graag weten hoe de burgemeester kijkt naar religieus Amsterdam. Hij wijst erop dat de burgemeester religieuze gemeenschappen bezoekt in reactie op de brandbrief van kerken die zich zorgen maken over hun plek in de stad maar dat wethouder Groot Wassink het secularisme lijkt te gebruiken als een schijnargument om deze zorgen deels te ontwijken. Hij heeft vraagtekens bij de opmerking van de wethouder dat de gemeente alleen de maatschappelijke functie van kerken faciliteert en niet de religieuze en vraagt zich af of religieuze Amsterdammers alleen gewaardeerd worden wanneer ze bijdragen aan gemeentelijke doelstellingen. Volgens hem begrijpt de wethouder onvoldoende dat kerken hun maatschappelijke taken vervullen vanuit een religieuze overtuiging.

Als het college niet helpt bij het vinden van geschikte locaties voor deze gemeenschappen zullen belangrijke maatschappelijke initiatieven zoals voedselbanken en ontmoetingsplekken voor eenzame ouderen verdwijnen. Hij begrijpt goed waarom de kerken in hun brandbrief spreken van een gebrek aan erkenning. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat wethouder Groot Wassink bij herhaling het belang van religie voor de stad heeft benadrukt en dat er sprake is van een uitsnede van zijn woorden. Ze onderstreept de bijdragen van religieuze instellingen aan gemeenschapsvorming, hulp aan zwakkeren en kwetsbaren maar ook hun spiritualiteit. Tegelijkertijd respecteert de gemeente de scheiding tussen kerk en staat. De gemeente kan kerkgenootschappen van welke gezindte dan ook adviseren of helpen als zij op zoek zijn naar ruimtes. Dat is iets anders dan de verwachting dat kerken deel uit maken van de basisvoorzieningen van de gemeente, want dat betekent dat de gemeente zou treden in de religieuze vrijheid van kerkgenootschappen. Een kerk, een moskee of een synagoge kan niet gebonden worden aan allerlei voorwaarden ten aanzien van hun handelen of veiligheidsvoorschriften die de gemeente stelt. De vrijheid die elke religieuze gemeenschap heeft betekent ook dat de gemeente wat meer op afstand staat.

Het lid KHAN (DENK) benadrukt dat religieuze instellingen van grote meerwaarde zijn maar dat ze niet kunnen concurreren met commerciële instellingen. Hij hoopt dat dat aspect wordt meegenomen. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat het in Amsterdam ook ingewikkeld is om voldoende ruimte te creëren voor huisartsposten, speeltuinen, sporthallen en buurthuizen. Kerkgenootschappen zouden na moeten gaan of zij multireligieuze ruimtes kunnen inrichten waar meerdere gezinden samen kunnen komen of de ruimte aan elkaar afstaan. Ook buurtgezelschappen, kleine verenigingen en liefdadigheidsinstellingen hebben het moeilijk in de strijd met commercie maar ook voor hen geldt dat de gemeente het niet over kan nemen omdat de keerzijde is dat de gemeente zich zou gaan bemoeien met wat er binnen gebeurt. Het lid KABAMBA (Lijst Kabamba) vraagt of er mogelijkheden zijn om de religieus-maatschappelijke instellingen de juiste kant op te wijzen als het gaat om een multireligieuze ruimte of een andere manier waardoor ze kunnen beschikken over ruimte.

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

Burgemeester HALSEMA herhaalt dat de grote betekenis die religie in de stad heeft wordt erkend maar dat het ook noodzakelijk is om afstand te houden. De gemeente kan soms helpen maar het kan niet worden opgenomen in de basisvoorzieningen. Het lid HAVELAAR (CDA) vraagt de burgemeester of zij ook niet ziet dat de ruimtelijke component van godsdienstvrijheid onder druk staat en dat het onterecht is om te zeggen dat het programmeren van religieuze ruimtes niet mogelijk is omdat het niet neutraal genoeg is. Burgemeester HALSEMA is daar niet mee eens omdat godsdienstvrijheid een grondrecht is en dat betekent dat de overheid zijn handen er vanaf heeft te houden. Godsdienstvrijheid is daarentegen geen sociaal grondrecht waarbij de overheid een zorgplicht heeft. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid IJmker voor een rondvraag. Het lid IJMKER (GroenLinks) vraagt de burgemeester om een reactie op de inspreker met het verzoek om bewoners de mogelijkheid te bieden om met een alternatieve berichtenapp te communiceren met de gemeente. Ze wil ook weten wat de stand van zaken is met de communicatierichtlijn. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat het tegen het beleid is wanneer ambtenaren van de gemeente in hun communicatie met burgers niet via Signal gebruiken terwijl daar wel om gevraagd werd.

Tot op heden was het alleen bij WhatsApp mogelijk om meerdere medewerkers tegelijkertijd te berichten. Zodra die optie beschikbaar komt bij Signal zal worden bekeken of het haalbaar is om het berichtenkanaal ook op Signal aan te sluiten. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veldhuyzen voor een rondvraag. Het lid VELDHUYZEN (De Vonk) vraagt naar aanleiding van de bijdrage van de inspreker hoe de burgemeester reflecteert op de huisbezoeken van de politie bij activisten. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat zulke huisbezoeken in Amsterdam onaanvaardbaar zijn vanwege het chilling-effect dat het kan hebben op demonstraties. Het is dus in Amsterdam niet toegestaan om huisbezoeken aan demonstranten af te leggen. Mocht er in het verleden wel een huisbezoek zijn afgelegd bij een gewone demonstrant dan wil ze dat zij en de politie daarover geïnformeerd worden zodat ze daarover in gesprek kunnen gaan. Het is in Amsterdam wel de gewoonte is om met organisatoren van demonstraties contact te hebben met als doel de demonstraties vreedzaam te laten verlopen, ervoor te zorgen dat de vredeseenheden voldoende informatie hebben en de organisaties zich ervan bewust zijn dat naarmate zij meer ordediensten hebben er minder agenten ingezet hoeven te worden.

Het lid VELDHUYZEN zal eventuele signalen over huisbezoeken van de politie doorgeven aan de burgemeester. Burgemeester HALSEMA had van de inspreker begrepen dat die signalen er al zijn. De VOORZITTER schorst de vergadering tot vijf over drie.

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

14. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de volgende stappen in het oprichten van het Nieuw Amsterdams Verbond VN2025-003210 Dit agendapunt zal worden besproken in gemeenteraad en wordt nu afgevoerd. 16. Druggebruik bij de politie VN2025-004246 Dit agendapunt wordt doorgezet naar de volgende commissievergadering. 6. Horecabeleid 2025 VN2025-003838 De VOORZITTER meldt dat de leden van de commissie Ruimtelijke Ordening zijn uitgenodigd voor behandeling van dit agendapunt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar voor een punt van orde Het lid HAVELAAR (CDA) verwacht dat er nogal wat moties en amendementen zullen worden ingediend en heeft vernomen dat er een voorstel ligt om nog een inspraakavond te organiseren. Hij stelt daarom voor om dit agendapunt in twee commissies AZ te bespreken zodat de moties in de commissie ingediend en besproken kunnen worden. Het lid VON GERHARDT (VVD) vindt het belangrijk dat alle insprekers gehoord worden en stelt voor om op 1 april nog een inspraakavond over het horecabeleid te organiseren waarna het besproken kan worden in de raad van 2 en 3 april. Een tweede termijn in de commissie vindt hij vooralsnog niet nodig. Het lid HOFLAND (D66) sluit zich aan bij het lid Von Gerhardt. Het lid BENTOUMYA (GroenLinks) stelt voor om het debat af te wachten voordat besloten wordt over een tweede termijn in de commissie.

Het lid KABAMBA (Lijst Kabamba) steunt het voorstel van lid Havelaar. Het lid KHAN (DENK) is het eens met het voorstel van het lid Havelaar. Het lid NAMANE (PvdA) sluit zich aan bij het voorstel om aan het eind van de behandeling te bekijken of er nog een volgende commissiebehandeling nodig is. De VOORZITTER geeft aan dat na de behandeling een besluit kan worden genomen over een tweede termijn in de commissie en een inspraakavond. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Hofland. Het lid HOFLAND (D66) wijst op het belang van de vrijheid die hoort bij de nachtcultuur en de horecacultuur van Amsterdam. Hij kan zich vinden in het nieuwe horecabeleid maar ziet nog een aantal verbeterpunten bij de openingstijden van de snackbars, muziek en openingstijden bij restaurants en de ruimte voor terrassen. Hij stelt voor om niet te sturen op vergunningen maar om te sturen op overlast en de stadsdelen de ruimte te geven om beperkingen op te leggen in de gebieden waar het nodig is. Dit versterkt tevens de positie van de stadsdelen als gesprekspartner wanneer er sprake is van overlast. Tot slot vindt hij het zonde van de vierkante meters dat nachtclubs overdag geen zakelijke bijeenkomst mogen hosten.

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

Het lid BENTOUMYA (GroenLinks) vraagt hoe D66 kijkt naar de schaarse ruimte als het gaat om mensen die met mooi weer met een picknickkleedje onder boom willen zitten. Het lid HOFLAND (D66) vindt dat een goed punt. Tropische horecaterrassen betekenen in zijn ogen niet dat de hele stad vol wordt gezet en er geen ruimte meer is voor voetgangers en fietsers. Het lid HAVELAAR (CDA) vraagt hoe het lid Hofland wil voorkomen dat het horecabeleid weer een lappendeken wordt wanneer de stadsdelen een grotere rol krijgen. Het lid HOFLAND maakt zich daarover geen zorgen omdat de stadsdelen de mogelijkheid hebben de openingstijden te beperken. Het lid HAVELAAR verwacht dat er verschillen tussen stadsdelen zullen ontstaan. Hij vraagt het lid Hofland of hij tegen het nieuwe horecabeleid zal stemmen wanneer zijn voorstellen niet worden aangenomen. Het lid HOFLAND vindt het ondenkbaar dat zijn voorstellen niet worden aangenomen. In zijn voorstel is er geen sprake van verschillen tussen stadsdelen. Het gaat erom dat in een stadsdeel pas beperkingen worden opgelegd ten aanzien van openingstijden, muziek en terrassen wanneer er overlast is. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR (CDA) vraagt waarom is gekozen voor een indeling op basis van een lange lijst activiteiten in plaats van te kijken naar de uitgangspunten voor de verschillende buurten.

Hij wil weten hoe de gebiedskenmerken zoals uitgaansgebieden en woongebieden worden geborgd, welke rol het stadsdeel daarin heeft en welk afwegingskader daarbij wordt gevolgd. Het nieuwe beleid zorgt voor onzekerheid bij ondernemers. Ze weten niet of ze of ze nog een zware horecavergunning krijgen voor hun huidige activiteiten. Dit wordt nog ingewikkelder omdat bij de technische sessie bleek dat niet is onderzocht welke ondernemers nu iets anders doen dan er in het bestemmingsplan staat. Hij vraagt hoe de gemeente omgaat met die onzekerheid. Er ontstaat waarschijnlijk ook juridische onzekerheid rondom concepten, zoals dansen en ToGo. De stelling dat er in de praktijk niet streng op gehandhaafd zal worden biedt geen oplossing omdat buurtbewoners nauwkeurige handhavingsverzoeken kunnen indienen en rechters zullen toetsen aan de letterlijke regels Hij vraagt hoe de burgemeester kijkt naar deze juridische risico’s. Het lid NAMANE (PvdA) wijst erop dat het uitgangspunt van de regelgeving over ToGo is om te voorkomen dat elke zaak een afhaaltent wordt. Het lid HAVELAAR antwoordt dat hij problemen voorziet bij het handhaven van de regels bij ToGo. Het lid NAMANE vraagt of het lid Havelaar wel de risico’s ziet wanneer bedrijven met deze bestemming in feite ook een pizzeria of een afhaaltent kunnen worden.

Het lid HAVELAAR begrijpt de intentie van de regelgeving maar voorziet problemen bij de juridische uitwerking, met name bij ondernemers van goede wil. Een fundamenteel probleem is dat er nog niets bekend is over de praktische gevolgen van het nieuwe horecabeleid omdat niet is onderzocht hoe druk het is in kroegen en snackbars vlak voor sluitingstijd of met welk omzetverlies er rekening gehouden moet worden.

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

Het lid ALBERTS (SP) vraagt hoe het mogelijk is dat er zeven jaar lang geen cijfers zijn aangeleverd vanuit de horeca. Het lid HAVELAAR denkt dat de dialoog met de gesprekspartners niet goed is gegaan. Dat blijkt ook uit de vele brieven en insprekers. Hij vraagt of er een afwegingskader of een handreiking gemaakt kan worden over hoe de stadsdelen naar dit horecabeleid gaan kijken voordat de raad over dit beleid stemt. Het echte probleem is dat er onvoldoende wordt gehandhaafd bij bestaande overlast en hij vraagt zich af of extra regels bijdragen aan minder overlast. Tot slot sluit hij zich aan bij het snacken na het stappen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Garmy. Het lid GARMY (Volt) vindt het goed dat het horecabeleid opnieuw wordt bekeken en dat er wordt getoetst of regels nog werken. Het is ook goed dat beperkende maatregelen mogelijk zijn voor meer leefbaarheid maar het blijft onduidelijk welke overlast en problemen met de voorgestelde maatregelen worden opgelost. Het is begrijpelijk dat de gemeente grip wil krijgen op overlast maar in dit voorstel krijgen hele categorieën beperkingen opgelegd, ongeacht of er overlast is. Dat is niet rechtvaardig of effectief en het is de vraag of er geen problemen worden gecreëerd wanneer zaken sluiten zonder dat het uitgaanspubliek de gelegenheid heeft om verspreid naar huis te gaan.

Het is onduidelijk waarom fastfoodzaken een ontheffing aan kunnen vragen maar deze mogelijkheid niet bestaat voor reguliere horeca. Bovendien ligt de bewijslast voor deze ontheffing bij een ondernemer terwijl de gemeente beperkingen wil opleggen. Het is beter om dit om te draaien zodat stadsdelen gericht gebieden kunnen aanwijzen waar maatregelen nodig zijn. Dans en muziek kunnen impact hebben op overlast en duidelijke regels zijn nodig. Het huidige beleid van 20 procent leidt tot onduidelijkheid en is lastig te handhaven maar het nieuw voorstel schiet door. In de reguliere horeca mag straks niet meer gedanst worden en er mag alleen nog muziek met een achtergrondniveau gedraaid worden. Welk probleem wordt hiermee opgelost? Een generieke maatregel is niet doelmatig wanneer niet overal overlast wordt ervaren. Volt pleit daarom voor gerichte beperkingen met een toonbare impact. Het beleid heeft grote gevolgen voor vergunningverlening en handhaving, maar een uitvoeringsparagraaf ontbreekt. Hoe ziet het college dit voor zich? Volt is blij met de mogelijkheid tot maatwerk en dat de stadsdelen daarover beslissen maar er is een stedelijk toetsingskader nodig om grote verschillen tussen stadsdelen te voorkomen. Tot slot vraagt hij hoe de participatie wordt vormgegeven nadat het beleid is vastgesteld en of dit per stadsdeel wordt ingevuld.

De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Von Gerhardt. Het lid VON GERHARDT (VVD) vindt de uitwerking van het nieuwe horecabeleid een opeenstapeling van regels die de horeca beknotten. Dit beleid ademt betutteling uit en past daarmee in de trend van een vrije stad naar een stad van steeds meer regels. Dit nieuwe beleid legt onnodige beperkingen op terwijl er onvoldoende duidelijk wordt waarom het nodig is, welke problemen ermee worden opgelost en welke overlast er wordt verminderd. Het beleid leunt op uitzonderingen en dat werkt willekeur en onzekerheid in de hand werkt. Als liberaal is hij van mening dat beleid helder en voorspelbaar moet zijn. Dit beleid maakt ondernemers afhankelijk van de uitwerking van stadsdelen, er wordt geen rekening gehouden met de verschillende gebiedskenmerken in de stad en de handvaten hoe de stadsdelen daarmee om moeten gaan ontbreken. Bovendien zal de uitwerking van het beleid nog jaren op zich laten wachten waardoor horecaondernemers nog lang te maken hebben met onzekerheid.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

Het lid BENTOUMYA (GroenLinks) vraagt waarom de VVD niet begrijpt dat er nieuw beleid nodig is in tijden van toenemende overlast. Het lid VON GERHARDT begrijpt dat er iets gedaan moet worden aan de overlast maar hij ziet niet hoe dit beleid daaraan bijdraagt. Het lid BENTOUMYA denkt dat maatwerk en de rol van de stadsdelen bijdragen aan het tegengaan van overlast. Ze begrijpt niet waarom de VVD opeens in de contramine gaat terwijl ze altijd wijzen op de overlast van toerisme. Het lid VON GERHARDT denkt dat het beter is het beleid om te draaien en ervan uit te gaan dat er meer mogelijk is maar niet in een woonwijk. Omdat de kaders voor gebiedsprofielen ontbreken kan elk stadsdeel er op een andere manier mee omgaan en dat kan willekeur in de hand werken. Het lid BENTOUMYA begrijpt dat de VVD opkomt voor de ondernemer maar zou graag zien dat de VVD ook opkomt voor de bewoner die gebrek aan toegankelijkheid en overlast kan ervaren. Het lid VON GERHARDT antwoordt dat hij uitgaat van het goede wil van de ondernemer en dat er gehandhaafd moet worden op overlast. Hij verwacht dat ze gezamenlijk tot een goed beleid kunnen komen omdat het gevoel dat Amsterdam een bruisende stad is en dat de horeca daarbij hoort breed wordt gedeeld. Het lid KHAN (DENK) vraagt waarom het lid Von Gerhardt eerder heeft gezegd dat dit beleid zal leiden tot verslechtering van de veiligheid.

Het lid VON GERHARDT antwoordt dat snackbars een veilige omgeving zijn waar men op de bus kan wachten. Als die belangrijke rol van de snackbar wegvalt moeten vrouwen op straat wachten op de bus. Het lid KHAN had verwacht dat de VVD in dat geval meer zou inzetten op extra handhaving. Het lid VON GERHARDT antwoordt dat het gaat om beide, extra handhaving en een veilige omgeving. De VVD en D66 hebben voorstellen om het beleid voor de striktere openingstijden en het dansen om te draaien, om dit toe te staan waar het mogelijk is en pas beperkingen op te leggen als het noodzakelijk is. Het lid KABAMBA (Lijst Kabamba) vindt het helemaal niks dat de VVD de Febo voor het karretje spant om straatintimidatie tegen te gaan. Het lid VON GERHARDT antwoordt dat ondernemers hebben aangegeven dat hun zaak door vrouwen wordt gebruikt als een plek waar zij even rustig kunnen wachten omdat ze niet alleen op straat willen staan. Ook voor de vroege sluiting van snackbars wil hij het beleid omdraaien door uit te gaan van drie uur voor de hele stad. Het is voor horecaondernemers onduidelijk in welke categorie ze vallen. Het uitgangspunt van de VVD is om dat samen met de ondernemers te bekijken zodat ze in ieder geval kunnen blijven doen wat ze nu doen. De VVD pleit voor het uitbreiden van het tropenterras naar de hele stad en om stadsdelen de ruimte te geven om die plekken aan te wijzen.

Uiteraard moet de openbare ruimte toegankelijk blijven maar juist een paar plekjes erbij kunnen ervoor zorgen dat Amsterdammers in de zomer een biertje kunnen drinken. Hij vraagt hoe de sociëteiten en de studentencultuur voor de stad kunnen worden behouden wanneer zij bij het nieuwe beleid in de categorie zwaar vallen en moeten concurreren met clubs die elke nacht open zijn.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

Tot slot wil hij weten of de burgemeester een pilot wil starten met kraskaarten voor de horeca om langer open te blijven zoals dat in Rotterdam goed werkt. Het lid NAMANE (PvdA) vraagt het lid Von Gerhardt of hij verwacht dat met zijn voorstellen het beleid niet meer betuttelend zal zijn. Het lid VON GERHARDT denkt dat de horeca en de Amsterdammers tevreden zullen zijn wanneer zijn voorstellen worden aangenomen en dan blijft Amsterdam een bruisende stad. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Namane. Het lid NAMANE (PvdA) noemt de horeca plek van verbinding tussen buurtgenoten en een plek voor ontmoeting. De VOORZITTER onderbreekt het lid Namane en schorst de vergadering omdat de burgemeester wegens omstandigheden de vergadering moet verlaten. Het agendapunt wordt in de volgende commissievergadering van AZ verder behandeld en er zal een inspraakavond over het horecabeleid georganiseerd worden. Het lid HAVELAAR (CDA) stelt voor om bij de volgende behandeling in de commissie de voorstellen in te brengen zodat ze met een schriftelijk preadvies in de raad besproken kunnen worden. De VOORZITTER gaat daarmee akkoord en schorst de vergadering tot vier uur. 4.

Wijziging van het Reglement van Orde gemeenteraad Reglement van Orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam VN2025-002504 De VOORZITTER meldt dat het lid Burgers aanwezig is als voorzitter van het presidium om vragen te beantwoorden van de raad. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Garmy. Het lid GARMY (Volt) stelt voor om het aantal fractievertegenwoordigers te verhogen omdat het aantal commissies is toegenomen en het kleine fracties kan het helpen om het werk beter te verdelen. Een ander voorstel is het mogelijk maken dat mensen die niet op een kieslijst staan te benoemen als fractievertegenwoordiger omdat dat ruimte biedt aan jongeren en nieuwe aanwas. Het lid ABDI (PvdA) vindt het voorstel van Volt ingewikkeld omdat het feit dat iemand op een kieslijst staat betekent dat er belangrijke checks en balances zijn geweest. Het lid GARMY antwoordt dat een partij die checks en balances kan doen zoals het nu ook al gebeurt wanneer iemand wordt geselecteerd voor de kieslijst. Daarbij moeten personen ook ingezworen worden en dat is ook een check. Er is geen probleem met democratische legitimatie omdat een fractievertegenwoordiger geen stemrecht heeft. Het is voor kleinere partijen belangrijk dat dat zij daardoor meer mogelijkheden hebben voor de commissievergaderingen.

Het lid ABDI vindt het belangrijk dat ook de fractievertegenwoordigers de intentie hebben uitgesproken dat ze volksvertegenwoordiger willen worden. Het lid GARMY denkt dat elke fractie voor zichzelf kan bepalen wie ze wel of niet als fractievertegenwoordiger kiezen en dat de partijen zelf kunnen checken of ze er

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

mensen neerzetten die in de toekomst raadslid willen worden. Hij vertrouwt erop dat alle partijen dat op een verantwoordelijke manier kunnen doen. Het lid WIJNANTS ( VVD) vraagt of het niet verstandiger zou zijn om de voorstellen van het lid Garmy pas in te laten gaan bij de volgende raad in maart 2026. Het lid GARMY antwoordt dat het niet per se nu hoeft in te gaan. Het gaat erom dat het wordt aangepast zodat kleine partijen een betere vertegenwoordiging hebben. Het lid MOESKOPS (D66) is van mening dat de Amsterdammer een stem moet hebben in wie deelneemt aan de commissies. Ze stelt voor dat de gemeenteraad bij de VNG een voorstel indient om jongeren onder de achttien op een kieslijst toe te laten. Het lid GARMY sluit zich aan bij dat voorstel maar het blijft belangrijk voor kleine partijen om die mogelijkheid te hebben. Het is aan partijen zelf om te bepalen welke mensen ze als fractievertegenwoordiger inzetten. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bakker. Het lid BAKKER ( Partij voor de Dieren) is enthousiast over het voorstel en ziet geen probleem met democratische legitimiteit. Het is voor een fractie belangrijk om te kijken naar de expertise en ondersteuning die gevraagd worden van een fractievertegenwoordiger.

Het lid ABDI (PvdA) benadrukt nogmaals het belang van de kieslijst omdat daarmee van tevoren duidelijk is wie in aanmerking komt als fractievertegenwoordiger. Ze begrijpt het probleem van kleine partijen en vraagt of er alternatieven zijn die daarbij kunnen helpen. Het lid BAKKER antwoordt dat het niet gaat om de werkdruk van kleine partijen. Een kieslijst gaat vier jaar mee terwijl mensen in die tijd kunnen verhuizen, een andere baan nemen of andere toekomstplannen hebben en dan is het moeilijk om mensen te vinden die zich willen inzetten als fractievertegenwoordiger. Aan de andere kant is een partij wel continu bezig met talentontwikkeling en staan er misschien al mensen klaar die graag aan de slag willen en die straks op de kieslijst komen. Het lid MOESKOPS (D66) vindt dat met het voorstel de Amsterdamse kiezer het recht wordt ontnomen een partij af te keuren vanwege kandidaten op een kieslijst. Het lid BAKKER antwoordt dat een partij daar zelf op moet toezien. Er zijn veel gemeenten in Nederland die het toepassen en ze is het niet eens met de bezwaren die nu worden opgeworpen. Het lid MOESKOPS meent dat instituties zo geregeld moeten worden dat wordt voorkomen dat het mis kan gaan. In dit tijdsgewricht is het niet ondenkbaar dat nietdemocratische partijen commissies opzadelen met mensen van buitenaf.

Het lid BAKKER denkt dat het systeem niet ingericht moet worden op basis van vrees. Het lid IJMKER (GroenLinks) vraagt het lid Bakker of er nog andere voorwaarden moeten gesteld aan kandidaat-fractievertegenwoordigers. Het lid BAKKER wil daar graag over meedenken. Ze denkt dat het goed zou zijn om de volgende bestuursperiode de optie te hebben om het met de commissies helemaal anders te doen. Daarom zou het goed zijn als het presidium of de griffie daar vroegtijdig mee aan de slag gaan en kijken hoe het gaat in andere gemeentes. Ze stelt voor dat de

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

raad de opdracht geeft dat ze daar nu al mee beginnen en dan met een paar opties en een voorkeursoptie terug te komen naar de raad. Het lid ABDI (PvdA) vraagt wat dat voorstel toevoegt aan hetgeen het presidium nu al doet. Het lid BAKKER antwoordt dat het goed is om op tijd te kijken naar mogelijke verbeteringen en dat goed voor te bereiden. Ze verwacht dat de commissievergaderingen met een andere structuur en andere vormen van overleg in het vergadersysteem evenwichtiger zullen verlopen en ze denkt dat ze kunnen leren van andere gemeentes die dat op dit moment doen. Het lid ABDI denkt dat als het gaat om agendering of technische vragen dat de hygiëne eigenlijk moet komen vanuit de raadsleden zelf. Het lid BAKKER ziet dat er nieuwe vormen zijn van vergaderen en het lijkt haar goed om daarvan te leren en te kijken wat voor Amsterdam geschikt zou kunnen zijn. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR (CDA) heeft vier ideeën bij het Reglement van Orde van de gemeenteraad en raadscommissies. Ten eerste vindt hij dat commissieleden die twee dagdelen vergaderen ook voor twee dagdelen betaald moeten worden en hij vraagt welke stappen nodig zijn om dit mogelijk te maken. Ten tweede stelt hij voor om spreektijden per vergadering vast te stellen op basis van de aanwezige fracties.

Als een partij afwezig is, zouden de andere fracties meer spreektijd moeten krijgen. Daarnaast pleit hij ervoor om spreektijd per agendapunt in te richten waarbij fracties vooraf aangeven hoeveel tijd zij nodig hebben. Wanneer hun spreektijd op is zou de bijdrage in principe afgerond moeten zijn, tenzij de voorzitter besluit om interrupties toe te staan. Deze interrupties zouden dan in technische tijd moeten vallen zodat collega’s elkaar niet belemmeren. Tot slot wil hij dat commissieleden ook bij geheime raadsbesprekingen aanwezig kunnen zijn. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Veldhuyzen. Het lid VELDHUYZEN (De Vonk) spreekt zijn steun uit voor de voorstellen van Volt. Hij denkt dat met het oog op het vertrouwen in de politiek en de wens van deze raad om ondervertegenwoordigde Amsterdammers te bereiken het heel positief zou kunnen zijn om mensen die niet op een kieslijst staan wel de mogelijkheid te bieden om als fractievertegenwoordiger aan de slag te gaan omdat het laagdrempeliger en toegankelijker wordt om je te bemoeien met de politiek. Hij sluit zich ook aan bij de argumentatie van de leden Garmy en Bakker en benadrukt dat dit in andere gemeentes al gebeurt en dat het daar ook goed gaat. Het lid WIJNANTS (VVD) denkt dat dit soort zaken samenhangen met politieke cultuur en niet met het politieke proces.

Hij ziet dat in Amsterdam de noodzaak voor meer fractievertegenwoordigers niet zo hoog is. Het lid BAKKER vraagt of het lid Wijnants de noodzaak erkent bij partijen die met mensen in zee zouden willen gaan die niet op de kieslijst staan. Het lid WIJNANTS zou zelf ook graag iemand van buiten zijn kieslijst willen inzetten maar sluit zich toch aan bij het lid Abdi dat het democratisch onwenselijk is. Zijn opmerking was gericht tegen het voorstel om het aantal fractievertegenwoordigers uit te breiden van vier naar meer. Hij denkt dat daar op dit moment geen noodzaak toe is omdat de meeste partijen werken met drie fractievertegenwoordigers.

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

Het lid BAKKER vraagt wat het lid Wijnants bedoelt met democratische onwenselijk. Het lid WIJNANTS antwoordt dat hij zich aansluit bij het verhaal van het lid Abdi. Het lid BAKKER hoort graag van het lid Wijnants wat hij bedoelt met ondemocratisch. Het lid WIJNANTS antwoordt dat de Amsterdamse kiezer enige zeggenschap zou moeten hebben over wie zich namens die partij manifesteert in de raad. De kieslijst is daar geen ideale oplossing voor maar het is wel een manier om te kijken of deze personen op de lange termijn een commitment hebben uitgesproken aan een politieke partij. Een politieke partij is een essentie een uitzendbureau en een grensmechanisme om te kunnen beoordelen wie in een democratische arena mag optreden. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Kabamba. Het lid KABAMBA ( Lijst Kabamba) vindt het apart dat er commissieleden zijn die minder spreektijd hebben dan insprekers en stelt voor om deze commissieleden en fractievertegenwoordigers meer spreektijd te geven. Ze steunt het voorstel van het lid Garmy omdat er veel kan veranderen in vier jaar. Gevestigde partijen met een groot netwerk kunnen beschikken over mensen die wel vier jaar in een hele dure stad kunnen blijven wonen en die wel willen investeren in de politiek, maar voor kleinere partijen is dat moeilijk. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Khan.

Het lid KHAN (DENK) sluit zich aan bij het voorstel van het lid Kabamba voor meer spreektijd voor bepaalde commissie- en raadsleden. Wat betreft het voorstel van het lid Garmy vindt hij dat de verantwoordelijkheid ligt bij de fractie. De fractie heeft de democratische legitimiteit, de fractie bestaat uit raadsleden die wordt geïnstalleerd en de fractie benoemt vervolgens de fractievertegenwoordigers. En als er iets misgaat, dan kunnen Amsterdammers de fractie daarop aanspreken en dat is nu ook het geval. Hij stelt voor om bij andere gemeenten ervaringen op te halen en die te betrekken bij de raadsbehandeling. Het lid VELDHUYZEN (De Vonk) sluit zich aan bij dat voorstel. Hij vraagt hoe het lid Khan kijkt naar het argument van de VVD dat mensen hun stem uitbrengen op basis van de kieslijst. Het lid KHAN is het eens met dat argument. Hij ziet ook dat mensen op de kieslijst vanuit verschillende gemeenschappen hun eigen achterban meenemen en representeren. Hij is voorstander van het uitbreiden van het aantal fractievertegenwoordigers omdat zijn partij soms ook tegen de planning aanloopt maar vooral omdat het de diversiteit binnen de fractie kan vergroten door bijvoorbeeld meer vrouwen aan te stellen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid IJmker.

Het lid IJMKER (GroenLinks) wil graag weten of dat het aantal commissieleden wordt bepaald door het aantal stoelen in de zaal en of het op basis van artikel 12 van het Reglement van Orde mogelijk is om meer commissieleden te benoemen dan nu het geval is. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Alberts.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief raadscommissieverslag, 27 maart 2025

Het lid ALBERTS (SP) denkt dat een korte spreektijd commissieleden verplicht om goed na te denken over wat ze met die beperkte spreektijd doen. Meer spreektijd levert niet per se meer kwaliteit op. Commissieleden zouden zichzelf moeten afvragen hoe hun bijdragen in de commissie buiten de zaal worden opgepikt. Dan zal blijken dat mensen vaak denken dat ze daar ongelooflijk met elkaar bezig zijn en niet met het welzijn in of het welbevinden van de stad. Het lid VELDHUYZEN (De Vonk) vraagt waarom het lid Alberts het heeft over meer spreektijd. Het lid ALBERTS verwijst naar het voorstel van het lid Kabamba. Vervolgens geeft ze aan dat ze niet inziet waarom er getornd zou moeten worden aan de wijze waarop een kieslijst wordt samengesteld en hoe dat daarna uitpakt met leden in de raad en in de commissie. Het lid VELDHUYZEN merkt op dat het lid Kabamba het niet had over meer spreektijd in het algemeen maar over commissieleden die minder spreektijd hebben dan insprekers. Het lid ALBERTS vindt dat niet zo’n punt omdat insprekers een enkele keer mogen inspreken terwijl commissieleden iedere maand hun verhaal kunnen vertellen. Haar voornaamste punt is dat een beperkte spreektijd commissieleden dwingt om zich te beperken tot de kern van het betoog. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Moeskops.

Het lid MOESKOPS (D66) voelt zich tot denken aangezet door de bijdragen van de leden Khan en Alberts. Het lid BAKKER merkt op dat het in Utrecht mogelijk is om mensen die niet op de kieslijst staan te benoemen als fractievertegenwoordiger en dat zowel D66 als de PvdA van die mogelijkheid gebruik maken. Ze is benieuwd of D66 en de PvdA in Amsterdam dat ondemocratisch vinden. Het lid MOESKOPS antwoordt dat het gaat om de afspraken die onderling zijn gemaakt. Ze twijfelt wel of ze het de meest schone vorm van democratie vindt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Burgers, voorzitter van het presidium. Het lid BURGERS (VVD) legt uit dat de wijziging van het Reglement van Orde wordt voorgesteld naar aanleiding van de evaluatie van de vierwekelijkse cyclus. Daarnaast zijn er nog wat technische aanpassingen gemaakt. In het Reglement van Orde wordt afgesproken hoe er wordt vergaderd en dat wordt vastgesteld door de gemeenteraad. In antwoord op het lid Garmy geeft hij aan dat het maximum aantal fractievertegenwoordigers niet wettelijk is geregeld. Bij ongeveer de helft van alle gemeenten is er sprake van een gemaximeerd aantal fractievertegenwoordigers. Over het algemeen is dat een maximum van twee per fractie terwijl in Amsterdam het maximum is gesteld op vier. Een verruiming van het aantal fractievertegenwoordigers leidt wel tot meer kosten vanwege de vergoeding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15526185/1