CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag raadscommissie Algemene Zaken 18-04-2024

Raadscommissie Algemene Zaken 18 april 2024, gemeente Amsterdam24.291 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Natuurlijk maakt hij geen vergelijking tussen extreemrechtse mensen en moslimvrouwen. Waar hij een vergelijking tussen heeft gemaakt is het feit dat er vanuit overheidswege kaders en regelgeving worden opgesteld omtrent het dragen van symbolen, welke symbolen dan ook. Dus dat is iets heel anders en dat weet het lid Veldhuizen ook wel. Het lid VELDHUYZEN merkt op dat extreemrechtse symbolen zoals het hakenkruis in Nederland verboden zijn. Dus dat is echt een andere kwestie. Het lid HOFLAND weet dat herkenbaarheid en zichtbaarheid volgens de instituties zelf de belangrijkste reden zijn voor een uniform. D66 vindt neutraliteit zeker iets om na te streven en begrijpt dat je dan zoveel mogelijk signalen en symbolen over opvattingen wil uitsluiten bij een uniform. Hij denkt alleen niet dat het uitsluiten van een groep Amsterdammers voor een belangrijk beroep voor de stad bijdraagt aan die neutraliteit. Burgemeester HALSEMA heeft met veel genoegen naar de raad geluisterd en is bang dat zij deel uitmaakt van die generatie politici en bestuurders die er decennialang een groot genoegen in hebben geschept om te kunnen spreken over religie, over seculariteit en over de verhouding tot het politieke bestel.

Ze heeft daar altijd met veel genoegen aan deelgenomen en wil daar ook twee opmerkingen over maken, want dan heeft de commissie wellicht ook duidelijkheid over waar zij staat in het debat en ook waar de uitspraak van destijds vandaan is gekomen maar waarvan ze al een jaar of tien geleden heeft gezegd dat

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 18 april 2024

ze die uitspraak niet op dezelfde manier zou herhalen. Maar dat neemt niet weg dat ze ook helemaal geen behoefte heeft om het tegengestelde te beweren. Het valt haar op dat in de opvattingen van sommige commissieleden een Franse opvatting over religievrijheid erdoorheen druppelt, bijvoorbeeld bij de heer Wijnants maar ook bij mevrouw Alberts. Dat is de opvatting van laïcité en daar heeft ze eigenlijk veel moeite mee. Religievrijheid in Nederland heeft altijd betekend dat de staat zich niet bemoeit met religieuze zaken, dat religie vrij is en dat deze vrijelijk mag worden uitgeoefend en dat betekent dat religie ook deel uit kan maken van de publieke sfeer. Dat is ook vastgelegd in de wet, het is vastgelegd met de religievrijheid, maar ook bijvoorbeeld met artikel 23 waaruit voortkomt dat bijzonder onderwijs in Nederland gefinancierd wordt. Voor de burgemeester is dat heel belangrijk geweest en voor haar heeft religievrijheid altijd betekend dat mensen in vrijheid hun godsdienst moeten kunnen uitoefenen en dat de staat hen daar niets bij in de weg legt. Het betekent ook dat ouders in vrijheid moeten kunnen oordelen over de religieuze opvoeding die zij hun kinderen willen geven.

Het lid VAN SCHIJNDEL denkt dat we in Nederland meer in de traditie zitten van laïcité en dat artikel 23 heel duidelijk moet worden gezien als een uitzondering die destijds is bevochten door de confessionelen en indruist tegen de scheiding van kerk en staat zoals die moet zijn. Ayaan Hirsi Ali heeft over artikel 23 in de Grondwet de staf gebroken, zoals de burgemeester weet. Burgemeester HALSEMA kan zich dat herinneren. Ze was het op sommige onderdelen met Ayaan Hirsi Ali heel erg eens en op sommige onderdelen niet. Het lid Van Schijndel vergist zich en ze kan talloze voorbeelden noemen waar Nederland godsdienst een plek geeft in het openbare leven en zelfs in de Nederlandse politiek is godsdienst verweven. Christelijke partijen worden volledig gerespecteerd in het parlement en kunnen op basis van godsdienst opereren. Op Prinsjesdag wordt de bede uitgesproken en ondanks dat een enkeling zich daar weleens tegen verzet kan dat al decennialang op stilzwijgende instemming rekenen. Ze beschouwt godsdienstvrijheid als een individueel recht van gelovigen. Dat is het recht om te geloven, van je geloof af te vallen, je te bekeren of ermee te stoppen. Elke gelovige moet kunnen beoordelen wat hij wil geloven en op welke manier hij dit wil geloven.

Daarbij hoort ook dat ze een broertje dood heeft aan kerkelijke instanties die gelovigen voorschriften opleggen met het gevaar van uitsluiting. In dat licht moet ook de uitspraak beoordeeld worden die de heer Van Berkel aanhaalt. Je kunt een wens uitspreken maar als bestuurder en als politicus staat ze voor de rechten en plichten van de Nederlandse bevolking. Wat hier dragend in is, is dat ze altijd het recht van vrouwen om een hoofddoek te dragen zal verdedigen. In die lijn opereert ze ook als bestuurder omdat ze het wezenlijk vindt dat vrouwen en mannen zelf bepalen op welke wijze ze hun religie willen uitoefenen. Zij gaat daar niet over als bestuurder, dat kan men zelf doen, vanzelfsprekend binnen de begrenzingen van de rechtsstaat en dat geldt altijd. Wanneer het lid Van Berkel haar verzameld werk zou lezen, dan zou hij erachter komen dat ze ook gedurende haar parlementaire carrière zich altijd heeft uitgesproken voor het recht van vrouwen om hoofddoeken te dragen in openbare en geüniformeerde posities, eigenlijk vanuit dezelfde gedachte dat het vrouwen zelf zijn die dit moeten kunnen beslissen. De burgemeester wil een argument in de discussie brengen dat zij een gemist heeft en dat is dat zij vindt dat deze discussie een licht seksistisch element heeft, of in ieder geval een seksespecifiek element.

Het College voor de Rechten van de Mens heeft al medio 2000 geoordeeld dat er geen beperkingen gesteld mochten worden aan het recht van vrouwen om een hoofddoek te dragen in openbare en geüniformeerde functies omdat vrouwen het ervaren als een onvervreemdbaar deel van hun eigen identiteit. Dat is namelijk ook heel bepalend bij de godsdienstvrijheid, dat het een subjectief recht is. Niet de staat bepaalt wat godsdienst is, maar degene die gelooft bepaalt wat godsdienst is. Vrouwen ervaren het als een onvervreemdbaar deel van hun identiteit, vergelijkbaar met bijvoorbeeld mannen die een baard dragen of een snor. Er zijn bij de Nederlandse politie en bij de boa's mannen die om religieuze redenen een baard of een snor dragen. Nog heel recent heeft de nationale politie opgemerkt dat van een baardenverbod geen sprake kon zijn in Nederland. En de

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 18 april 2024

vraag is natuurlijk aan de tegenstanders van het dragen van hoofddoeken, vinden zij dan ook dat baarden bij mannen verplicht afgeschoren moeten worden als zij die dragen om religieuze redenen. Want dat zou namelijk een consequente houding zijn. Het lid VAN SCHIJNDEL herhaalt zijn punt dat het openbaar bestuur niet uit moet gaan van de individuele ambtenaren maar van de burgerij en dat je met gezond verstand moet kijken wat dit allemaal teweeg kan brengen. En dat heeft de burgemeester onvoldoende gedaan. Burgemeester HALSEMA vraagt zich af of de heer Van Schijndel niet weet dat gesluierde vrouwen een belangrijk deel zijn van onze burgerij, om zijn woorden te gebruiken, en dat hun toegang tot de arbeidsmarkt van groot belang is. In het vervolg op haar betoog dat mannen niet gedwongen worden om religieuze kenmerken te verwijderen vindt zij het van groot belang dat religie geen uitsluitingsmechanisme vormt bij het kunnen krijgen van een baan. Want dat is natuurlijk wat hier feitelijk aan de hand is. Als je aanvaardt, zoals het College voor de Rechten van de Mens heeft gezegd dat hoofddoeken door vrouwen zelf worden gezien als een onvervreemdbaar deel van hun identiteit, dan betekent het dat op het moment dat zij geen toegang hebben tot werk als boa omdat ze gesluierd zijn, zij daarmee uitgesloten worden van de arbeidsmarkt. De burgemeester vindt dat niet aanvaardbaar.

Het lid VAN SCHIJNDEL meent dat de uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens geen juridisch bindende uitspraken zijn. Als je boa wilt worden, dan leg je je hoofddoek af, die eis mag gesteld worden. Er wordt te hard aangezet om te gaan voor individuele zelfexpressie van ambtenaren. Die ambtenaren kunnen het lid Van Schijndel een worst wezen, het gaat hem om de burgerij. Burgemeester HALSEMA beaamt dat het gaat om de burgerij en gesluierde vrouwen zijn een belangrijk onderdeel van de Amsterdamse samenleving en voor haar is het ook van belang dat ze vrije toegang op de arbeidsmarkt hebben en daarbij geen hinder ondervinden van de religie die voor hen onvervreemdbaar is. Ze vindt dat van groot belang. Het lid VAN BERKEL vraagt de burgemeester naar welke toekomst zij zelf het liefst wil bewegen, naar een meer seculiere toekomst of wil ze uiteindelijk naar minder scheiding tussen kerk en staat. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat Nederland een seculier land is. De staat is seculier, er is geen kerkelijk gezag in Nederland en het bestuur wordt niet uit hoofde van de kerk uitgevoerd. Nederland kent wel verschillende tradities in seculariteit en ze heeft zich altijd heel goed kunnen vinden in bijvoorbeeld de Engelse en Amerikaanse traditie waarin seculariteit veel minder wordt gezien als het weren van religie uit de openbare sfeer.

Dat is laïcité en dat heeft ze altijd moeizaam gevonden. Mensen die religieus zijn hoeven zich daarvoor niet te schamen in de openbare sfeer en moeten in volle vrijheid hun religie kunnen uitoefenen. Maar de Nederlandse staat is seculier. Het lid VAN BERKEL constateert dat met de komst van de hoofddoek of andere religieuze uitingen bij geüniformeerde gezagsdragers de scheiding tussen kerk en staat vermindert. Hij vraagt de burgemeester of dat wenselijk is. Burgemeester HALSEMA vindt niet dat daarmee de scheiding vermindert. Het hoort bij de definitie en de uitwerking van seculariteit en de scheiding tussen kerk en staat zoals die in Nederland is. Elke ambtenaar in Amsterdam legt een ambtseed af waarin de autonomie, de neutraliteit en de onafhankelijkheid worden beloofd en daar kan iedereen op worden aangesproken. Dat geldt voor elke ambtenaar, christelijk, Joods of islamitisch. Zoals het lid Broersen zei, diepgewortelde overtuigingen en religieuze overtuigingen zitten in mensen en die neem je mensen niet af. Daarom leggen ambtenaren een ambtseed af en daaraan worden ze gehouden, met of zonder hoofddoek.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 18 april 2024

Het lid NADIF vraagt hoe het proces verder verloopt en wanneer het wordt ingevoerd. Burgemeester HALSEMA komt daar zo op terug. Ze betreurt dat de heer Wijnants zich achter de rijksoverheid schaart ten koste van de autonomie van het lokale bestuur. Het lokaal bestuur waar hij deel van uitmaakt gaat het over de uniformen van de ambtenaren en het zou jammer zijn als dat anders zou zijn. Het eerste overleg met de minister moet nog plaatsvinden en ze kijkt daar met interesse naar uit. Tot dusver heeft de minister gezegd dat ze via een ministeriële regeling in staat zou moeten zijn om invoering landelijk te beperken, maar dat wordt betwist door bijvoorbeeld hoogleraar Voermans. Dit betekent dat de minister een wetswijziging nodig heeft en het is afwachten of de minister die stap zal zetten. Vooralsnog staat de burgemeester achter het standpunt van de VNG die houder is van het boa-uniform en heeft aangegeven dat het aan gemeenten is om te beslissen of er wel of niet een hoofddoek aan toe wordt gevoegd. Ten aanzien van het lid Havelaar denkt de burgemeester denkt dat hun opvattingen over de scheiding tussen kerk en staat en de rol van het bestuur daarbij heel dicht bij elkaar liggen en ze is van mening dat er een geüniformeerd hoofddoek toegevoegd moet worden aan het uniform.

Ze vergelijkt dat met de tijd toen vrouwen toetraden tot het politiekorps en ook de rok en het hoedje geüniformeerd werden. Hoewel het hoofddeksel voor vrouwen niet identiek is aan dat van mannen is het wel geüniformeerd. Het is nu wachten op gesprekken met de minister en het oordeel van de VNG voordat de volgende stappen worden gezet. De burgemeester belooft meer informatie te verstrekken zodra die beschikbaar is. Het lid WIJNANTS vraagt of er gewacht wordt op de gesprekken van de burgemeester met de minister en het VNG alvorens er verdere stappen worden gezet op het gebied van invoering. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat de minister al sprak over overleg dat op grote schaal had plaatsgevonden maar dat is de burgemeester blijkbaar ontgaan. Ze wacht nu op dat overleg en is benieuwd naar de uitkomst ervan. Ze is ook nieuwsgierig naar de juridische mogelijkheden die de minister denkt te zien maar die er volgens haar niet zijn. Het gaat immers om de Amsterdamse boa's en brandweer. Ten aanzien van de vraag van de heer Khan over de ervaringen in Engeland, het kan niet de bedoeling zijn dat vrouwen die toetreden en een hoofddoek dragen als deel van het uniform op straat worden aangestaard of achtervolgd worden door fotografen. Als er in Engeland inderdaad ervaringen zijn opgedaan staat de burgemeester daarvoor open.

Ze wijst er echter op dat de discussie in Engeland laat zien dat zodra iets geüniformeerd is het eigenlijk snel een non-issue wordt omdat het niet veel verschil maakt en het al snel niet meer opvalt. Dit is vergelijkbaar met de acceptatie van de rok en later de broek voor vrouwelijke politieagenten die ook vrij snel werden aanvaard. Het lid VAN BERKEL geeft aan dat hij de vraag heeft gesteld wie de brandweer vertegenwoordigt en hoe zij de wens hebben geuit over het toevoegen van religieuze uitingen in geüniformeerde functies. Hij vraagt hoe de uniformen worden geïmplementeerd bij de brandweer. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat het verzoek via de brandweercommandant bij haar is gekomen en dat er in het geval van de brandweer ook een concrete casus ligt wat betreft een toevoeging aan het uniform. Het is ingewikkeld om op dit moment vast te stellen of er een vraag is naar geüniformeerde functies voor gesluierde vrouwen aangezien gesluierde vrouwen op dit moment geen deel uitmaken van het handhavingsapparaat. Wel zijn er gevallen bekend van vrouwen die de opleiding tot handhaver volgen op ROC's en stoppen zodra duidelijk wordt dat zij niet met een hoofddoek kunnen werken. Het voldoen aan de behoefte van de

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 18 april 2024

stad en het potentieel op de arbeidsmarkt is van groot belang en de burgemeester denkt persoonlijk dat het goed zou zijn als zichtbaar gesluierde vrouwen gezag uitoefenen in de openbare ruimte bijvoorbeeld over jonge jongens die zich misdragen omdat dit kan bijdragen aan de verhoudingen tussen man en vrouw en de emancipatie in de samenleving. Ze hoopt dat mevrouw Alberts luistert naar haar argument dat religie geen uitsluitingsmechanisme mag zijn op de arbeidsmarkt en dat het niet kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt leidt tot achterstelling van vrouwen. Ze vindt dat dit onwenselijk is en niet past bij de principes van de SP. Ze bedankt het lid Broersen voor de vraag over extra arbeidskrachten en merkt op dat mevrouw Abdi en mevrouw Kabamba steun hebben betuigd zonder vragen te stellen. De burgemeester bedankt de heer Veldhuyzen voor zijn complimenten en geeft aan benieuwd te zijn naar het standpunt van de heer Hofland, aangezien dat voor haar nog niet duidelijk is. De heer HOFLAND legt dat het standpunt hetzelfde is als dat van de burgemeester, alleen dan iets korter geduid. Burgemeester HALSEMA trekt zich dat aan maar het lid Hofland heeft het voordeel dat hij geen vragen van tien fracties hoeft te beantwoorden.

Tweede termijn Het lid VAN SCHIJNDEL vindt dat de burgemeester de individuele zelfexpressie van bijvoorbeeld vrouwen met een hoofddoek erg centraal stelt en vraagt of er sociologisch onderzoek wordt gedaan door de gemeente naar hoe dit leeft bij de Amsterdammers. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat het niet gaat om individuele zelfexpressie, maar om religieuze vrijheid en die is grondwettelijk vastgelegd. Ze is inmiddels gewend dat de heer Van Schijndel selectief met de Grondwet omgaat maar wil hem toch nog een keer naar het betreffende artikel verwijzen. Er is geen sociologisch onderzoek gedaan omdat het uiteindelijk een principiële afweging is waarbij het college het ook belangrijk vindt dat gesluierde vrouwen volledige toegang tot de arbeidsmarkt hebben. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken. De VOORZITTER schorst de vergadering van 15:27 tot 15.35 uur. Openbare Orde en Veiligheid 5. Initiatiefvoorstel van het lid Hofland (D66) c.s. getiteld toezicht op TOOI, bescherm grondrechten Nr. VN2024-003811 Het lid HOFLAND geeft een toelichting op zijn initiatiefvoorstel. In een rechtsstaat zijn wederzijdse rechten en plichten van burgers en overheid vastgelegd in wetten. De staatsmacht wordt beperkt door waarborgen tegen machtsmisbruik.

Met dit initiatiefvoorstel formuleert de gemeenteraad een suggestie voor betere transparantie en verantwoording en daarmee een betere bescherming van grondrechten van Amsterdammers en een versteviging van de rechtsstaat met voldoende waarborgen voor nu maar ook voor in de toekomst, ongeacht wie er aan de macht is. Momenteel kunnen Amsterdammers onderwerp worden van inlichtingenmethoden door het Team Openbaar Orde en Inlichtingen (TOOI) zonder voldoende waarborgen. Het voorstel biedt een kader met waarborgen en bescherming tegen ongecontroleerde inbreuken op grondrechten. Landelijk is er een motie aangenomen om dit voorstel in alle regio's te laten landen.

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 18 april 2024

Hij bedankt de burgemeester voor de bestuurlijke reactie en voor het omarmen van het voorstel. Er zijn nog twee punten waarop de reactie negatief is. Dat gaat over de notificatieplicht en over het opnemen van waarborgen bij het betalen van informanten. Hij is bereid tot wijzigingen maar niet tot het schrappen van deze punten. Het lid Hofland bedankt zijn mede-indieners en benadrukt de waarde van gezamenlijk stappen vooruitzetten in het versterken van de rechtsstaat. Dat is misschien niet spannend maar het laat Amsterdammers zien dat ze een gemeenteraad hebben die samen stappen vooruit kan zetten. Het lid WIJNANTS bedankt het lid Hofland voor het initiatief. Hij vraagt zich af hoe een notificatieplicht eruit zou moeten zien, gezien het feit dat veel mensen terechtkomen in een TOOI-verhaal en het lijkt hem een enorme taak om al die mensen op de hoogte te stellen. Het lid HOFLAND antwoordt dat het kan zoals nu in het voorstel staat of in een gewijzigde vorm waarbij een categorie gevallen beschreven wordt waarvan mensen geïnformeerd moeten worden dat ze voorwerp waren van zo'n inlichtingenmethodiek. De VOORZITTER geeft de heer Hofland als eerste het woord voor de inhoudelijke behandeling van het initiatiefoorstel. Het lid HOFLAND vindt het onvoldoende wanneer punt 4 en 5 worden geschrapt en alleen de overige waarborgen overblijven.

Het gaat over een notificatieplicht en het betalen van informanten. De bestuurlijke reactie is dat mensen niet geïnformeerd kunnen worden als ze voorwerp zijn van TOOI dus hij zoekt een aantal voorwaarden waaronder mensen toch actief geïnformeerd kunnen worden wanneer ze gevolgd zijn, vooral wanneer een stevige methode is ingezet en achteraf blijkt dat het misschien niet helemaal gerechtvaardigd was. Hij nodigt de burgemeester uit om met hem mee te denken. Het idee achter dit voorstel was dat in het strafrecht de politie allerlei opsporingsmethoden heeft maar daar ook regels tegenover staan, zoals het Wetboek van Strafvordering en een leger aan officieren van justitie en rechter-commissarissen die dat toetsen. Dat is bij het TOOI niet het geval. In het strafrecht kan een rechter een bewijsstuk uitsluiten of zelfs het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk verklaren. Dat is een sterke prikkel voor de politie en het OM om scherp aan de wind te zeilen als het om de regels gaat. Een notificatieplicht zou een vergelijkbare prikkel voor TOOI kunnen zijn en voor de organisatie om extra scherp te zijn. Punt 5 gaat over het beloningskader dat het college niet over wil nemen omdat er al een landelijk beloningskader is. Het voorstel is om in Amsterdam duidelijk vast te leggen dat de politie en de uitvoerende macht bij het betalen van informanten getoetst worden op dat landelijk kader.

Het lid Hofland zoekt een aanzet zodat in het gewijzigde initiatiefvoorstel toch wordt opgenomen dat de politie in Amsterdam op de een of andere manier wordt getoetst. Het lid ALBERTS heeft meegedaan met het initiatiefvoorstel maar heeft nu geen spreektijd meer. Het lid BROERSEN bedankt haar collega Hofland voor dit initiatiefvoorstel. Haar voornaamste vraag aan de burgemeester gaat over punt 4 waarin wordt vastgelegd hoe en wanneer burgers ingelicht worden wanneer zij voorwerp zijn of worden van TOOI en op welke manier persoonsgegevens van hen daarbij worden verwerkt. Het college adviseert dit punt niet over te nemen maar het lijkt haar toch wel van wezenlijk belang om iets in soortgelijke richting wel te doen, al is het maar op zo'n manier dat bijvoorbeeld het informeren plaatsvindt wanneer daar mogelijkheid tot is. Ze begrijpt de gevoeligheid van dit punt. Onder de politiewet worden de werkzaamheden van TOOI geaccepteerd wanneer ze onder de geringe inbreuk vallen en het volgen van personen wordt daar ook onder

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 18 april 2024

geschaard. Na de bijdrage van de inspreker vraagt het lid Broersen aan de burgemeester wat zij ziet als een geringe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Het lid VELDHUYZEN complimenteert het lid Hofland met dit initiatiefvoorstel. Hij hoopt dat het als voorbeeld kan dienen voor gemeenten in de rest van het land en sluit zich aan bij de bijdrage het lid Hofland. Een vraag aan de burgemeester hierbij is of zij vindt dat het werven van informanten binnen de klimaatbeweging die informatie doorspelen over klimaatactivisten naar de politie om grip te krijgen op de blokkades op de A10 een geringe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is. Het lid KHAN wijst erop dat dit initiatiefvoorstel gezamenlijk is ingediend, maar het honderd procent het werk is van het lid Hofland. Hij heeft twee vragen over het nieuwe landelijke toetsingskader inzake transparantie en hoe burgers kunnen achterhalen dat ze zijn geregistreerd. Zijn eerste vraag aan de burgemeester is of de transparantie wordt verbeterd met het nieuwe kader. Diezelfde vraag heeft hij ook als het gaat om rechtsbescherming want de casus van de heer Van der Linde spreekt eigenlijk voor zich, het wordt vrijwel onmogelijk gemaakt om je recht te halen.

Hij kent een aantal mensen die vanwege allerlei registraties onterecht zijn beland op internationale terreurlijsten en in de media wordt het beeld gecreëerd dat informatie gewonnen vanuit TOOI vermengd raakt met CTER waardoor er een onterecht beeld ontstaat van mensen die vervolgens te maken krijgen met reële gevolgen. Het lid Khan vraagt of de burgemeester daar wat meer duidelijkheid over kan verschaffen. Het lid NADIF sluit zich aan bij de woorden van de vorige sprekers. Bij haar ligt ook de zorg met betrekking tot die notificatieplicht. In een geval waarbij het mis was gegaan met de uitwisseling van gegevens en daardoor iemand ten onrechte vastzat verwees de minister naar de klachtenprocedure. Dat lijkt haar niet genoeg. Ze heeft gezien hoe andere burgemeesters zich hebben ingezet om die burgers vrij te krijgen door de juiste gegevens door te sturen. Er is een groot verschil tussen een klachtenprocedure en je actief inzetten om ervoor te zorgen dat misverstanden gecorrigeerd worden en ervoor te zorgen dat dit soort situaties niet meer voorkomen. Het is belangrijk dat de stad Amsterdam bekijkt hoe we daarmee omgaan als het een van onze eigen burgers betreft. Burgemeester HALSEMA sluit zich aan bij de complimenten die er zijn gemaakt in de richting van de heer Hofland. Ze vindt ook dat er extra toezicht nodig is op de uitoefening en het gebruik van TOOI.

Tegelijkertijd is het lastig om dat te organiseren en ervoor te zorgen dat de rechtsbescherming voor burgers verbetert. Ze spreekt hier namens het RBO, Regionaal Bestuurlijk Overleg, waar ook andere burgemeesters in zitten en ze kan hier geen zelfstandige bevoegdheid uitoefenen. Ze begrijpt de zorgen rondom de notificatieplicht en hij begrijpt ook waar het verlangen vandaan komt om daar wel enige vorm van controle op uit te kunnen oefenen. Ze vraagt de commissie om haar in de gelegenheid te stellen om met de andere burgemeesters in het RBO te onderzoeken in welke gevallen notificatie wel mogelijk zou zijn. Het zou haar helpen als in initiatiefvoorstel in die zin gewijzigd wordt dat er onderzocht moet worden welke mogelijkheden er zijn om betere notificatie toe te passen. Ze vraagt het lid Hofland zijn vraag over informanten kan herhalen. Het lid HOFLAND verwijst naar de bestuurlijke reactie op het voorstel voor een Amsterdams beloningskader voor informaten. Zijn vraag was of de burgemeester kan meedenken over hoe in Amsterdam voldoende toezicht bij het landelijke kader georganiseerd kan worden zodat op zijn minst getoetst wordt door iemand anders dan degene die het werk zelf doet. Burgemeester HALSEMA moet dat onderzoeken omdat zij ook daarbij in overleg moet. Ze wil daarbij wel zeggen dat in haar regio de burgemeesters kritisch zijn op ongecontroleerde uitoefening van TOOI.

Het vindt natuurlijk plaats binnen artikel 3 van de Politiewet en het kent wel degelijk een wettelijke grond, maar dat neemt niet weg dat je je

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 18 april 2024

ten alle tijden moet blijven realiseren dat je geplaatst bent tegenover burgers die geen strafbare feiten hebben begaan en dat het dient ter versterking van de informatiepositie van politie die nodig is en die nodig kan zijn, bijvoorbeeld voor de bescherming van demonstranten waarbij het bijvoorbeeld gaat om het meedragen van wapens of andere onderdelen die een vreedzaam protest kunnen verstoren. Dat moet er toch wel nadrukkelijker bij worden gezegd. Tegelijkertijd mag het er niet toe leiden dat demonstranten die als lastig te boek staan stelselmatig zouden worden gevolgd. Daarmee komt ze op de vraag van het lid Broersen over geringe inbreuk en volgen. Het mag niet stelselmatig gebeuren, dus er zit wel een begrenzing in. De burgemeester denkt dat de heer Van der Linde een casus heeft aangeleverd waarin duidelijk was dat het niet goed is gegaan en dat heeft ze ook eerder met de heer Van der Linde gedeeld. De burgemeester stelt de commissie voor dat in het initiatiefvoorstel die twee onderdelen enigszins gewijzigd worden. Daaruit destilleert zij vervolgens de verplichting om terug te gaan naar het RBO om te praten over de aangepaste punten 4 en 5 en met de burgemeesters in de regio na te gaan of zij de gemeenteraad daarin toch nog meer tegemoet kunnen komen dan op dit moment het geval is. Het lid HOFLAND is bereid om het initiatiefvoorstel op die manier aan te passen.

De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken en dat het gewijzigde onderwerp op de raadsagenda van 29 of 30 mei geagendeerd zal worden. Het lid KHAN vraagt of de vragen nog beantwoord worden. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat de vragen van het lid Khan over de verbetering van de rechtsbescherming besloten liggen in de punten 4 en 5 en dat ze daar een procesantwoord op heeft gegeven. Ze komt er later op terug en neemt die vragen dan mee. Het lid KHAN vraagt of zijn vragen over transparantie en de verwevenheid tussen CTER en TOOI dan ook worden meegenomen. De VOORZITTER zal de beantwoording van die vragen daar ook in opnemen. Openbare Orde en Veiligheid 6. Afhandelingsbrief van negen moties inzake de Amsterdamse Taxi Aanpak en de Agenda Taxi 2020-2025 en de stand van zaken Amsterdamse Taxi Aanpak Nr. VN2024003989 Het lid MOESKOPS doet deze bijdrage ook namens haar schoonvader die al 37 jaar in de taxi zit, bijna 80 is en longkanker heeft die hij niet laat behandelen omdat hij dan niet meer zijn drie ochtendjes in de taxi kan stappen. En dan hoeft het eigenlijk niet meer. Uit eerbied voor hem begint ze dit punt met een anekdote uit zijn begindagen als taxichauffeur.

Als doorsnee burgermannetje van een jenever en bier reed hij in een keer af en aan naar de Roxy en de IT, stond op de stoep daar al een vrouw te wachten, een hele grote vrouw in een glitterjurk, getoupeerd haar, opgedirkt gezicht en een hoekige kaaklijn. Baste die dragqueen met een zware stem dat ze naar de Lellebel wilde, een ritje van nog geen twee minuten. Op hoge hakken is dat een enorme tippel, geen haar op zijn hoofd die eraan dacht om haar niet mee te nemen. Ook deze Pride kwamen er weer meerdere signalen naar buiten waar Wim zich als taxichauffeur zich voor zou doodschamen. Bij de stukken zit een onderzoeksrapport uit 2022 met een flinke lijst aanbevelingen als het gaat om discriminatie in de taxibranche. Het lid Moeskops hoopt dat de burgemeester een update kan geven over hoe daar in het vervolg mee omgegaan wordt. Met de herziening van de WP2000 zijn dit soort zaken urgent omdat

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 18 april 2024

de gemeente meer invloed op de taxivergunningen willen hebben. Het is onwenselijk dat in de complexe samenwerking met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) er geen zicht of grip is op het intrekken van taxivergunningen. Voor herziening is het wachten op het rijk, maar het lid Moeskops heeft ondertussen wel een idee. Het hangt samen met de behandeling in de commissie MOW maar de burgemeester heeft er ook een rol in. Er wordt momenteel gewerkt aan het definiëren van de doelgroepen voor intelligente toegang in de stad als straks meer straten autoluwer worden. Ze zou graag in overweging willen geven dat die definiëring van doelgroepen ook in de taxibranche ingezet wordt als een soort wortel en stok als het gaat om onwenselijk en wenselijk gedrag en ze hoort graag hoe de burgemeester hierop reflecteert. Burgemeester HALSEMA spreekt haar lof uit voor de schoonvader en ze hoopt dat hij nog een tijd kan rondrijden. De suggestie die het lid Moeskops doet moet ze verkennen en ze heeft daar geen pasklaar antwoord op. Dat betekent dat ze daarop terug zal komen, maar het lijkt haar een interessante suggestie. Het lid MOESKOPS vraagt of de burgemeester een update heeft over hoe de gemeente omgaat met de lijst aanbevelingen in het rapport discriminatie in de taxibranche. Burgemeester HALSEMA heeft een update van tweeënhalve pagina en stelt voor dat die wordt omgezet in een brief.

De VOORZITTER constateert dat de moties hiermee zijn afgehandeld. Openbare Orde en Veiligheid 7. Conferentie Dealing with Drugs en artikel in het Financieel Dagblad ‘Burgemeester Halsema pleit voor een gereguleerde cocaïnemarkt’. Nr. VN2024-003991 8. Het plan van de burgemeester om cocaïne te legaliseren Nr. VN2024-003994 15. Drugsgebruik in Amsterdam Nr. VN2024-004937 Het lid HOFLAND geeft een compliment aan de burgemeester die doet wat zoveel andere burgemeesters niet durven terwijl ze eigenlijk precies hetzelfde vinden, namelijk een betekenisvol begin maken aan de discussie over cocaïne. Cocaïne zorgt ervoor dat kogels door de Amsterdamse straten vliegen, cocaïne zorgt ervoor dat Amsterdamse jeugd valse kansen krijgt aangeboden die zo groot zijn dat er met geen beleid tegenop te vechten is en cocaïne zorgt voor problemen in de straten van Amsterdam waar je met een bescheiden politiemacht tegen kan vechten maar nooit van kan winnen. Er is maar één manier om dit probleem echt te tackelen en dat is grip krijgen en het op een hele andere manier regelen. Anders dan met wiet waarvoor op verschillende plekken in Nederland een gereguleerde keten van coffeeshops wordt gerealiseerd is het probleem dat cocaïne niet in Nederland wordt gemaakt.

Legalisering van cocaïne als oplossingsrichting moet in internationaal verband aangepakt worden en het enige wat je als Amsterdamse burgemeester kan doen is wat burgemeester Halsema heeft gedaan, bestuurders, politiemensen en iedereen die erbij betrokken is vanuit de hele wereld bij elkaar brengen op een conferentie om te kijken hoe dit gerealiseerd kan worden. Het lid Hofland was bij de conferentie en vond het een goede en betekenisvolle stap. Het is nu tijd voor stap twee en dat is dat de internationale verdragen worden aangepast zodat overgegaan kan worden tot legalisatie. Hij vraagt de burgemeester hoe zij de waardevolle contacten en de ideeën die nu zijn opgedaan verder kanaliseert naar een volgende stap die moet leiden tot een internationale coalitie die de drugsverdragen wil aanpassen.

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 18 april 2024

Het lid WIJNANTS vindt het grappig dat D66 vaak verkondigt dat internationale verdragen onaantastbaar zijn, behalve op dit soort punten. Hij is het eigenlijk eens met een heel groot deel van wat lid Hofland zegt maar hij mist het gebruik van cocaïne als oorzaak van al die ellende. De VVD was niet per se blij met de conferentie die de burgemeester heeft georganiseerd. Hij denkt op zich wel dat het goed is dat ze die stap vooruitzetten en kijken wat er mogelijk is. Maar als het gaat om de kerntaken van de burgemeester, de stad veilig houden en zorgen voor een veilige openbare orde en het aanpakken van de ellende, dan is het wel de vraag of dit de juiste manier is om zo hoog over te beginnen. Het lid NADIF vindt het jammer dat de VVD zo reageert want bij de conferentie waren politieagenten van verschillende landen, er waren mensen van overheden, journalisten die met gevaar voor eigen leven reportages maken over drugshandel. Er was veel informatie beschikbaar en er was een hele mooie samenwerking van mensen die veel verstand hebben over het onderwerp waarin men van elkaar kan leren hoe dit grote probleem in Amsterdam opgelost kan worden. En dan wordt er nu door de VVD gezegd dat het een slecht idee is. Het lid WIJNANTS betwist niet dat er goede mensen waren bij een prachtige bijeenkomst die vast heel gezellig was, maar daar gaat het niet over.

Het lid NADIF vindt dat ondermijnend aan de mensen die aanwezig waren, wetenschappers, artsen, mensen die met onveiligheid heel veel werk hebben gedaan in andere landen. Er waren beelden en een fotoreportage van de ontwrichting in andere landen vanwege drugshandel. Mensen maakten zich extreem zorgen over drugshandel en willen samen tot een oplossing komen en dan wordt er nu lacherig gedaan. Dat is kwalijk omdat het gaat om mensen die familieleden en collega's hebben verloren door de drugshandel en die samen tot een oplossing willen komen. En dan wordt er doodleuk gezegd dat het vast gezellig was terwijl iedereen het heel erg serieus nam. Het lid WIJNANTS herhaalt dat hij dat niet betwist dat het serieus was. Het lid BROERSEN vraagt wat de VVD vindt van het feit dat ongeveer 80 procent van de politiecapaciteit opgaat aan drugsgerelateerde criminaliteit. Het lid WIJNANTS vraagt wat het organiseren van een conferentie daaraan gaat veranderen. Het lid HAVELAAR is kritisch over de conferentie die uitmondde in het voorstel om de overheid als drugsdealer te laten fungeren. Hij begrijpt niet dat onze burgemeester zo de aandacht zoekt van de internationale pers om de reputatie van Amsterdam als moreel vakantieparadijs nog verder te grabbel te gooien en heeft vijf vragen aan de burgemeester.

In welke hoedanigheid deed de burgemeester deze oproep voor het legaliseren van cocaïne? Was dat als eindverantwoordelijke voor de openbare orde en handhaving van de wet, was dat als beleidsmaker, als liberaal politica of op persoonlijke titel? Staat de driehoek ook achter de wens om cocaïne te legaliseren? Sprak de burgemeester ook namens de politie en het Openbaar Ministerie? Het plan is namelijk een slecht plan en het een hellend vlak, want als je slechts een deel van de harddrugs vrijgeeft zul je altijd illegale handel, distributie en productie houden van die middelen die nog steeds illegaal zijn. Een gesloten cocaïneketen gaat niet helpen in de criminaliteitsbestrijding. Bovendien zal de legale cocaïneketen ook veel illegale gelukszoekers aantrekken. Daarnaast is het liberaliseren een impliciete goedkeuring, het mag van de overheid. Sterker nog, de burgemeester zegt ook nog in de krant dat cocaïne veel minder slecht voor je is dan alcohol. Het voorstel van de burgemeester zal ook kwetsbaren in de samenleving treffen en dat zijn juist de mensen die in een verslaving terechtkomen. Welke verwachting heeft de burgemeester op dit punt van een gesloten legale cocaïneketen? De wensen van de D66-

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 18 april 2024

en GroenLinks-festivalgangers lijken hier voorrang te krijgen. We noemen het een war on drugs maar we handhaven nauwelijks op festivals terwijl we weten dat het drugsparadijzen zijn. Als je kijkt naar het afvalwater, dan is Amsterdam ook zo'n drugsparadijs maar over dat gebruik worden geen kritische opmerkingen gemaakt. Het lid HOFLAND vraagt of het lid Havelaar van mening is dat in andere landen wel een succesvolle war on drugs wordt gevoerd. Het lid HAVELAAR vraagt zich af of er wel een war on drugs is, want dan zouden die festivals kritischer bekeken worden en zou er sneller gehandhaafd worden als mensen drugs bij zich hebben in plaats van dat het genormaliseerd wordt. Het lid HOFLAND vraagt in welk land de war on drugs succesvol wordt gevoerd. Het lid HAVELAAR antwoordt dat het overal een probleem is omdat de harddrugsketens criminele bendes zijn die zich bezighouden met harddrugs, mensensmokkel vrouwenhandel en allerlei andere criminele activiteiten. Wanneer een deel van hun werk wordt gelegaliseerd ontstaat daar een legale financiële stroom waarmee ze het illegale deel van hun activiteiten verder kunnen financieren. Het lid HOFLAND constateert dat het lid Havelaar geen enkel land kan noemen omdat de war on drugs overal gefaald heeft. Dat is waarom het anders moet. Het lid HAVELAAR irriteert zich aan de zelfingenomen arrogantie waarmee dit gezegd wordt.

Hij nodigt het lid Hofland uit om bijvoorbeeld naar Portugal te kijken waar het gebruik is gedaald. Hij begrijpt dat de D66-fractie verschrikkelijk blij is dat legalisatie wordt besproken en overtuigd is van haar eigen oplossing. Hij vindt het echter onverstandig dat voorstanders zich laten lenen als roeptoetertjes van de cokesnuivende festivalgangers en het ondermijnt de stay away-campagne die deze gemeente voert, nota bene met door het ministerie gegeven geld om drugstoerisme tegen te gaan. In dezelfde periode roept de burgemeester de wereldpers bij elkaar om over legale cocaïne te praten. Het lid VELDHUYZEN neemt aanstoot aan de woorden van het lid Havelaar. Het gaat hier om mensen in het globale zuiden die doodgaan door de war on drugs en om jongens die hier in de buitenwijk kapot worden geknald omdat die drugs nu in het criminele circuit zit. En juist door het te legaliseren kun je dat voorkomen. Dit gaat niet om drugssnuivende festivalgangers, dit gaat om het redden van levens van mensen, de meest kwetsbare mensen in onze stad en in het globale zuiden. Het lid HAVELAAR ziet dat anders en zolang we het gebruik van drugs normaal blijven vinden en blijven verdedigen zal het probleem alleen maar toenemen. En daarover gaat zijn laatste vraag.

Is de burgemeester zich ervan bewust dat zij met die oproep tot legalisering van cocaïne nog verder bijdraagt aan de reputatie van Amsterdam als stad waar je op een morele vakantie kunt gaan? Het lid NADIF bedankt de burgemeester voor de conferentie, ze heeft heel veel kunnen leren van iedereen die daar aanwezig was, zoals mensen die zich bezighouden met verslavingsproblematiek, agenten, journalisten en mensenrechtenorganisaties. Deze mensen kwamen bij elkaar om samen tot een oplossing te komen en om te praten over de wereldwijde ontwrichtende werking van de drugshandel. Ze denkt daarbij ook aan het moment dat er iemand op bezoek was van Shelter City, een journalist die veel collega’s heeft verloren vanwege het geweld en de reportages die ze maken over criminaliteit en drugshandel in Mexico. Het is zonde dat er nu geen discussie wordt gevoerd over wat het daadwerkelijk doet, wat de overheid kan doen en hoe de gemeente Amsterdam dat gesprek kan faciliteren. Amsterdam speelt een grote rol binnen de financiële stromen van de drugscriminaliteit als het gaat om witwassen, de geldstromen die hier plaatsvinden en de

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 18 april 2024

handel. De deelnemers aan de conferentie die zich inzetten voor de strijd tegen deze criminele organisaties waren blij dat ze een plek hebben gevonden om samen te komen en dit gesprek te kunnen voeren. De war on drugs heeft een afschuwelijke uitwerking gehad op verschillende gemeenschappen in de wereld en het averechts heeft gewerkt. Daartegenover staat de conferentie waarbij iedereen aan tafel zit en het gesprek met elkaar voert. Er is veel informatie gedeeld tijdens de conferentie en er zijn heel veel interessante presentaties gegeven door specialisten en onderzoekers. Het zou goed zijn om over die inhoudelijk informatie in deze commissie nog een discussie te voeren en te bespreken wat de gemeente Amsterdam concreet kan om dit soort gesprekken op internationaal niveau te faciliteren. Het lid Nadif sluit zich ook aan bij de oproep van het lid Hofland om te kijken hoe er een internationale coalitie daarin gevormd kan worden. Het lid ABDI zag het pleidooi van burgemeester vooral als een soort standpuntbepaling en niet zozeer voor een wijziging van het beleid. Ze sluit zich aan bij het lid Havelaar en is benieuwd hoe de oproep zich verhoudt tot de poging om een bepaald soort drugstoeristen te weren uit de stad. Het lid BROERSEN geeft aan dat Volt op het standpunt staat dat het drugsbeleid van Nederland aan een herziening toe is.

Het beleid moet niet worden gedreven door een moreel vooroordeel maar door feiten en onderzoek. Die feiten en onderzoek tonen aan dat de huidige criminalisering, repressie en bestraffing niet leiden tot het gewenste resultaat en de drugshandel en het gebruik blijven ondanks deze maatregelen wijdverspreid. Daarmee komt een markt voor middelen die een risico voor de volksgezondheid vormen in handen van criminelen en dat moet anders. Gezondheid en de veiligheid van mensen moeten centraal komen te staan en Volt steunt de burgemeester in haar wens om dit te reguleren. De internationale voorbeelden laten tegelijkertijd zien wat de risico's zijn. Het lid Broersen vraagt de burgemeester in welk licht zij het geagendeerde artikel over de situatie in Portugal leest en welke lessen zij hieruit meeneemt als er daadwerkelijk stappen gezet worden. Het is duidelijk dat dit geen lokaal maar een internationaal vraagstuk is en het lid Broersen vraagt aan de burgemeester welke rol zij hierin voor zichzelf weggelegd ziet. In de raadsinformatiebrief van de driehoek die geagendeerd staat onder agendapunt 9 wordt aangegeven dat de burgemeester een zogenoemde coalition of the willing wil formeren om het debat over regulering verder te brengen.

Ze vraagt of de burgemeester hier wat meer over kan vertellen, uit welke partijen die coalitie bestaat en op welke manier zij zal proberen het debat verder te brengen. Het lid VAN SCHIJNDEL heeft een genuanceerd verhaal geïnspireerd door Friedrich Hayek die een klassiek liberale kijk heeft op drugs. Hij benadrukt de autonomie van het individu waarbij in principe het individu zelf beslist wat hij in zijn lichaam brengt. Dat is in principe, want het lid Van Schijndel is wel beducht voor de onbedoelde neveneffecten van het creëren van een nieuw legaal cocaïnecircuit. Hij wijst op de drempelverlaging en normalisering die kunnen ontstaan waardoor het makkelijker wordt om aan cocaïne te komen en voorziet dat dit vooral jongeren in wijken zoals Nieuw-West en Zuidoost zal treffen en kwetsbare straatjeugd mogelijk meer in aanraking zal komen met cocaïne. Het plan van de burgemeester lijkt gunstig voor geprivilegieerde groepen zoals grachtengordelbewoners en D66'ers. Lees hierover de prachtige column van Lale Gül van twee jaar geleden.

De burgemeester schermt met 80 procent van de politiecapaciteit die nu opgaat aan het bestrijden van drugscriminaliteit maar de strijd tegen georganiseerde drugsmisdaad zal na het opzeggen van de VN-drugsverdragen doorgaan aangezien een groot deel van de in Nederland aan land gebrachte cocaïne naar buurlanden wordt vervoerd en jegens die landen kun je het niet maken om het bijltje erbij neer te gooien. Er is dus geen winst in het vrijmaken van politiecapaciteit maar er zijn wel grote nadelen verbonden aan normalisering. Het lid VELDHUYZEN refereert aan de woorden van minister Yeşilgöz die stelde dat ze tegen eenieder die zegt dat legaliseren van harddrugs de oplossing is zou zeggen

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 18 april 2024

dat dat totaal naïef is. Hij voegt hieraan toe dat het evenzeer naïef is om te denken dat de war on drugs tot nu toe heeft geholpen, het is juist de oorzaak van alle ellende. Legalisering is de enige oplossing om de verschrikkelijke moorden en ellende die voortkomen uit de drugshandel te stoppen. Het lid KABAMBA noemt het een moeilijk onderwerp personen die last hebben van jongeren die explosies veroorzaken maar ook voor personen in het globale zuiden die last hebben van de hele drugshandel. Toch heeft het verleden laten zien dat de war on drugs voornamelijk voor nog meer slachtoffers zorgt, vooral als er gebrek is aan informatie over preventie maar er wel veel informatie gedeeld wordt over repressie. Dat zet drugsgebruikers en omgevingen die last hebben van alles wat hiermee te maken heeft alleen maar nog meer onder druk. Ze complimenteert de burgemeester voor het lef om het hierover te hebben en vraagt aan de burgemeester of er een plan is om zoveel mogelijk mensen in Amsterdam mee te nemen in het idee dat regulering goed kan werken en de mensen toegang hebben tot essentiële informatie hierover zodat ook eventuele angst voor regulering kan worden weggenomen. Het lid Kabamba zou willen naar een toekomst waar er dankzij de regulering de moorden en de problemen tot het verleden behoren. Ze vraagt daarom hoe de gewone burgers hierin worden meegenomen.

Burgemeester HALSEMA bedankt de leden voor hun inbreng en ook voor de complimenten voor de conferentie, de organisatie ervan en de kwaliteit van de sprekers. Ze wil vooral de medewerkers bedanken die ongelooflijk veel werk hebben gestoken in de voorbereiding en het opbouwen van een internationaal netwerk waar ze nog steeds drukdoende mee zijn. De burgemeester wil een paar opmerkingen maken want er sluipen allerlei misverstanden in de discussie en er wordt ook heel makkelijk een persiflage van de discussie gemaakt. Ze heeft de conferentie niet georganiseerd vanuit een lichtzinnige opvatting over wat drugsgebruik teweeg kan brengen of dat het allemaal niet zo gevaarlijk is. Ze is zich goed bewust van de risico's van drugsgebruik maar de vraag die ze daarbij stelt is hoe het mogelijk is dat de handel, de distributie en de productie van gevaarlijke middelen in handen worden gelegd van criminelen. Want als het gaat om middelen die ook een risico voor de volksgezondheid in zich dragen, dan wil je dat als overheid kunnen reguleren en het kunnen beheersen. Het verbaast de burgemeester dat er partijen zijn die wel de risico's uitvergroten maar tegelijkertijd het bestaande systeem verdedigen van uitbesteding van de handel aan mensen die volstrekt immoreel en kwaadaardig zijn. Want juist als er risico’s zijn, dan wil je kunnen reguleren.

Er wordt heel makkelijk gezegd dat zij een voorstander is van het legaliseren van cocaïne maar dat is een uitspraak die hij niet heeft gedaan. Ze heeft wel verwezen naar de cocaïnefabriek die in het verleden in Nederland cocaïne en morfine geproduceerde voor medische verstrekking. Wat de burgemeester wel gezegd heeft is dat ze vindt dat er een internationale discussie op gang gebracht moet worden over marktordening en dat zal altijd moeten gaan om de hele keten vanaf productie, distributie, internationale handel en gebruik tot aan de afvaldumpingen die op dit moment met name in delen van Afrika plaatsvinden met immense gevolgen voor het milieu. Het gaat om een internationale discussie waarbij men probeert grip op de markt te krijgen. Afhankelijk van de risico's die er zijn voor verschillende soorten drugs zul je moeten nagaan welke vorm van marktordening daar het beste bij past. Dat kan bijvoorbeeld gaan om legalisering en dat zou een discussie kunnen zijn over MDMA die op eigen grond wordt geproduceerd en waar, sinds deze is geplaatst op de lijst van harddrugs, een volledige verruwing heeft plaatsgevonden van de handel tot en met martelcontainers in het zuiden van het land en het versnijden van MDMA en xtc met speed waardoor er grotere risico's zijn voor de gebruikers.

Toen MDMA nog niet was toegevoegd aan de lijst van harddrugs was het beter beheersbaar, dus in dat geval zou je kunnen denken aan een systeem van legalisering waarbij je het vergelijkbaar met alcohol onderbrengt in een systeem van btw-heffing. Of dat voor cocaïne moet gelden zou voorwerp moeten zijn van internationaal debat en dan zou het ook moeten gaan om de internationale productie van cocaïne die nu

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 18 april 2024

plaatsvindt in gebieden die in het verleden daardoor geopolitiek ongelooflijk kwetsbaar waren, waar oorlogen zijn gevoerd, coups hebben plaatsgevonden, vaak begeleid door de Amerikaanse overheid die sinds Nixon de internationale war on drugs verkondigde steeds harder is gaan opereren. Dat heeft op geen enkel moment geleid tot het verminderen van het gebruik van drugs. De veronderstelling dat marktordening leidt tot toenemend gebruik, is een a contrario-redenering en daar moet met name de heer Havelaar gevoelig voor zijn. In landen waar het gebruik het zwaarst gecriminaliseerd wordt is het ook heel erg wijd verspreid met als bijeffect dat de volksgezondheidsrisico's het grootst zijn. In de Verenigde Staten zijn de gebruikers ongezond, ligt het aantal doden heel erg hoog en zijn de meesten zwart want het zijn met name de kwetsbaarste mensen. Wil je gebruikers beschermen, wil je kunnen afremmen, wil je echt goede preventie kunnen geven, dan pleit dat juist voor het ordenen van de markt en het wegtrekken uit de handen van immorele criminelen.

En het is daarom onbegrijpelijk hoe een morele, niet-praktische en niet-economische discussie het elke keer wint als je weet dat het effect daarvan is dat criminelen de gebruikers benadelen en kwetsbaarder maken, dat de handel steeds winstgevender wordt, dat het leidt tot een internationaal systeem van criminele handel waarbij recordvangsten inmiddels worden gedaan in Antwerpen, in Rotterdam, zonder dat het ook maar enig effect heeft op de dagprijzen. De burgemeester pleit niet voor eenzijdig optreden van de Amsterdamse of de Nederlandse overheid maar vindt wel dat de perverse effecten van de criminalisering van drugs openlijk en taboeloos moeten worden besproken en moet onderzocht worden hoe de markt onder controle gebracht kan worden. En dat is echt iets anders dan lichtzinnig legaliseren. Tot slot merkt ze op dat er net een groot Europees vergelijkend onderzoek is gedaan naar drugsgebruik in Europese steden. Burgemeester De Wever in Antwerpen is een groot aanhanger van de meest harde benadering van gebruik en handel en gebruikt Amsterdam vaak als voorbeeld van een stad die het maar laat lopen. Nu blijkt dat het cocaïnegebruik in Antwerpen vele malen hoger ligt dan in Amsterdam en ondanks de recordvangsten zijn de dagprijzen nog steeds hetzelfde in Antwerpen.

Dus het beleid is faliekant mislukt en hetzelfde geldt voor amfetamine en MDMA en dan zie je dat een stad die repressie voorstaat heel slechte resultaten heeft. Het lid VAN SCHIJNDEL vindt het is niet realistisch om te denken dat je de hele illegale sector kan overnemen in die marktordening. Er zal altijd een groot deel van de handel en de invoer door criminele geschieden. Je kunt er een legaal circuit naast zetten maar je kunt het illegale circuit niet uitschakelen. Burgemeester HALSEMA is daar nooit naïef in geweest en ze is op geen enkele manier naïef over bijvoorbeeld wat er zou kunnen gebeuren op het moment dat je stapsgewijs de markt gaat ordenen op verschillende manieren via medische verstrekking, via legalisering of via overheidsregulering. Er zijn allerlei varianten denkbaar en er zijn ook slimme varianten denkbaar. Criminelen zullen nooit zomaar een markt verloren laten gaan. Dus het kan natuurlijk goed zijn dat dat een effect heeft, zeker in eerste instantie. Ze heeft ook altijd gezegd dat het een lange adem vergt en dat dit niet iets is dat je in een paar jaar hebt opgelost en dat het waarschijnlijk decennia kost voordat je bijvoorbeeld ook de cocaplantages in Colombia en de distributie daarvandaan onder regulering weet te brengen.

Maar in Colombia, een land dat het meeste geteisterd is door de internationale war on drugs, zegt de huidige premier dat ze naar een alternatief toe moeten en de voormalige burgemeester van Bogotá Claudia López zegt ook dat het is onvermijdelijk is dat we gaan proberen de markt te ordenen. Dat was de oproep en die heeft zij gedaan vanuit haar verantwoordelijkheid als burgemeester. Ze vindt het onverantwoord om tot in de eeuwigheid zoveel capaciteit van politie en justitie te reserveren voor de bestrijding van drugs terwijl het geen of een pervers effect heeft. En als je daarbij bedenkt dat die capaciteit ook ingezet zou kunnen worden voor het belangrijkste geweldsmisdrijf in deze stad, namelijk huiselijk en seksueel geweld, dan vindt zij dat ze daar verantwoordelijkheid in heeft en die neemt zij als burgemeester. Niet door

30

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Definitief Raadscommissieverslag, 18 april 2024

zich los te maken van het nationale beleid, want dat voert ze gewoon uit en dat zal ze ook blijven doen, maar Amsterdam is een internationale stad die ook deel uitmaakt van internationale debatten en op internationale fora opereert en daar opereert zij met deze discussie. Ten aanzien van de vraag van het lid Hofland over stap twee, daar wordt nog over nagedacht maar eind maart tijdens de vergadering van de United Nations Commission Narcotic Drugs in Wenen is wel dezelfde boodschap verkondigd. De bedoeling was eigenlijk dat de burgemeester eind deze maand naar New York, Washington en Baltimore zou gaan om andere redenen maar ook om daar te lobbyen bij parlementariërs, burgemeesters, wetenschappers en anderen voor deze opvatting. In het najaar zal ze in Lissabon aanwezig zijn om deel uit te maken van een internationale conferentie over de toekomst van de war on drugs en er is ook een cannabisconferentie in Londen waar ze ook aanwezig zal zijn en zal lobbyen. Door aanwezigheid en dagelijkse contacten met allerlei internationale partners, wetenschappers maar ook bijvoorbeeld politie proberen ze die netwerken te activeren en de onderlinge verbanden te versterken in de hoop dat ze op een gegeven moment in een stadium terecht komen waarin ook er een bereidheid onder zittende bestuurders ontstaat om de discussie te gaan voeren over een aantal internationale verdragen.

Want wat kenmerkend is aan de discussie tot dusver en waarin deze conferentie echt baanbrekend was, is dat zittende bestuurders zich zelden hierover uitlaten terwijl bestuurders eenmaal met pensioen buitengewoon stevige en pertinente opvattingen verkondigen. Daarom was deze conferentie en het manifest dat is opgesteld voor veel van de bestuurders echt een doorbraak. Er waren Europese internationale steden aanwezig en het blijkt dat iedereen die te maken heeft met dit probleem en daar niet moreel maar praktisch in wil handelen tot dezelfde slotsom komt. De uitspraken van het lid Wijnants heeft de burgemeester al beantwoord. Het is veel te gemakkelijk om te veronderstellen dat repressie leidt tot verminderd drugsgebruik. We zien gewoon in alle landen het omgekeerde en we zien het zelfs in Europese steden waar men veel repressiever opereert. De burgemeester heeft de conferentie georganiseerd vanuit haar kerntaak om de veiligheid in Amsterdam te verbeteren en ze denkt dat ze daarmee ook op een heel verantwoordelijke manier uitvoering aan geeft, ook door Amsterdam als internationale stad te positioneren. Met de overheid als drugsdealer maakt het lid Havelaar er een persiflage van. Het gaat erom de markt te ordenen en die discussie te voeren. En dat betekent ook dat het kan gaan om marktpartijen die daarin een verantwoordelijkheid nemen en niet alleen om de overheid.

Maar ze heeft de het lid Havelaar retorisch de vraag gesteld hoe hij ermee kan leven dat hij een middel, dat hij gevaarlijk vindt en dat afgeremd moet worden in gebruik, in handen legt van immorele criminelen. Niet iedereen in de driehoek staat erachter en de instituties waar zij gehoor aan geven denken er verschillend over. Er waren veel politieagenten aanwezig en er waren ook vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie aanwezig op de conferentie maar er wordt in alle organen heel verschillend over gedacht. Wat betreft alcohol vindt ze dat je over geen van deze middelen lichtzinnig moet oordelen. Wat ze heeft gezegd is dat ze zich erover verbaast dat je naar een club of festival kunt gaan waar je voor heel veel geld legaal shotjes alcohol kunt kopen, wat echt hele slechte effecten heeft op met name jonge mensen, terwijl je MDMA moet hebben meegenomen van een dealer terwijl bekend is dat MDMA minder gevaarlijk is dan alcohol. Maar bij alles geldt, misbruik is gevaarlijk. Op festivals wordt wel gehandhaafd maar het is ook heel moeilijk controleerbaar en het meeste gebruik vindt thuis plaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14198829/1