CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag OZA 20 03 2024

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 20 maart 2024, gemeente Amsterdam13.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het lid MANGAL vraagt of er een follow-up komt voor de mensen die uit de inrichtingen zijn. Wethouder MOORMAN zegt toe dat zij over een langere periode zal bekijken hoe het is verlopen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Het wordt op verzoek van het lid Nadif geagendeerd voor de raad van 24-25 april a.s.

BESPREEKPUNTEN

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

Onderwijs 3.

Benoemen van twee leden in de Raad van Toezicht van Stichting Amsterdam West Binnen de Ring (AWBR) (VN2024-000958) Dit punt wordt gehamerd. 4.

Benoemen leden in de raad van toezicht van Stichting Progresso (VN2024002432) Dit punt wordt gehamerd. Onderwijs 5.

Zijinstroom in het primair onderwijs (VN2024-002521) De VOORZITTER licht toe dat het hierbij gaat over het rapport Evaluatie Subsidieregeling Zijinstroom primair onderwijs G5. Het is geagendeerd op verzoek van het lid Wehkamp van D66. Het lid WEHKAMP merkt op dat schoolbesturen voor primair onderwijs 36 miljoen euro subsidie van het Rijk krijgen om zij-instromers aan te trekken, hun begeleiding te verbeteren en hun opleiding passender te maken. Er is per stad afgesproken hoeveel zijinstromers minimaal starten met de opleiding. Uit het rapport blijkt dat Amsterdam in geen enkel jaar de beoogde aantallen heeft gehaald. Zij vraagt een reactie van de wethouder. De Amsterdamse aanpak blijkt over het algemeen enorm te worden gewaardeerd. Een ruime meerderheid van de zij-instromers is heel tevreden met de begeleiding. Hopelijk verleent het nieuwe kabinet de subsidie. In Amsterdam zijn tussen schoolbesturen afspraken gemaakt over de salariëring en het studieverlof van zij-instromers. Bij een evaluatie stelde men echter vast dat schoolbesturen zich niet aan de afspraken houden vanwege concurrentieoverwegingen. Scholen willen een vaste salariëring, maar besturen willen daarvan afwijken, bijvoorbeeld omdat zij-instromers komen werken op scholen in diverse wijken. Zij vraagt of de grote steden bonus ook beschikbaar is voor zij-instromers.

Hoe kan gewaarborgd worden dat schoolbesturen zich aan de afspraken houden? Waar lopen schoolbesturen tegenaan en wat moet er gaan gebeuren? De schoolbesturen zeggen dat het nodig is meer samen te werken bij de informatievoorziening, het opleiden en begeleiden van zij-instromers. Zij vraagt hoe de gemeente daarbij kan helpen. De schoolleiders geven zelf aan dat er stadsbreed afspraken moeten worden gemaakt om concurrentie tussen scholen, schoolbesturen, de gemeenten en de regio te voorkomen. Men ziet wat dat betreft een rol weggelegd voor BBO en 1loket. Hoe ziet de wethouder dat? De schoolleiders geven verder aan dat zij weinig of niet samenwerken met de lerarenopleidingen. Schoolleiders en lerarenopleidingen functioneren op grote afstand van elkaar. De schoolleiders vinden dat de lerarenopleidingen vaak rigide werken en te zeer vasthouden aan afspraken die gemaakt zijn in de partnerschappen. Meer flexibiliteit is van belang om mensen naar het onderwijs te trekken. Zij vraagt hoe de gemeente beter op de aansluiting tussen opleiding en Amsterdamse praktijk kan sturen. Eerder heeft D66 een voorstel gedaan van een terugkeergarantie voor de zijinstromers bij de gemeente. Zij vraagt hoe het daarmee staat. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit rapport is geschreven naar aanleiding van een onderzoek waar de schoolbesturen zelf aan hebben deelgenomen. Ook het Rijk deed mee.

Daarom is het niet op een andere manier naar de raad gebracht. Gelukkig dat het

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

meevalt met het aantal mensen dat is opgeleid. Het aantal in deze periode bedroeg 411, dus niet wat hier is gerapporteerd. In het afgelopen jaar was dat 156. Dit jaar staat het nu al op 130, dus er wordt goed ingelopen. Solidariteit tussen de schoolbesturen kan niet afgedwongen worden. Het is zeker belangrijk dat elk van de schoolbesturen zich hieraan houdt. Juist ook de schoolbesturen die het probleem zelf minder ervaren, en daardoor meer ruimte hebben. Het is belangrijk het gesprek te blijven voeren zodat iedereen zich verantwoordelijk blijft voelen. De terugkeergarantie staat er niet in omdat die geen onderdeel is van de landelijke afspraken. Alleen de landelijke afspraken zijn hier geëvalueerd. Al het extra dat Amsterdam doet, staat er dan ook niet in. Het zal lastig zijn de grote steden bonus in te zetten, want daaraan zijn voorwaarden gekoppeld. Zo is vereist dat mensen echt in dienst zijn, en voor langere tijd. Op die manier wil je schoolbesturen verantwoordelijkheid geven. Door mensen die vanaf de pabo komen wordt wel geklaagd dat zij-instromers vaak veel hoger starten dan startende leraren. Daartegenover staat het probleem voor zij-instromers van een dip in het inkomen. Er wordt overigens een stevige lobby naar het Rijk gevoerd om dat te voorkomen. Het lid WEHKAMP vraagt wat geleerd kan worden van andere steden die wél de zij-instroomdoelen hebben gehaald.

Zij snapt het dilemma met betrekking tot de grote steden bonus, maar schoolbesturen geven zelf aan dat zij zich niet aan de afspraken houden door bijvoorbeeld iets meer te willen geven in wijken met veel leerlingen uit gezinnen met een lagere sociaaleconomische status. Hoe ziet de wethouder dat? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het op vier na niet halen van je doelstelling geen reden is om de noodklok te luiden. Zeker niet omdat Amsterdam er dit jaar waarschijnlijk overheen gaat. De stevige waardering voor het Amsterdamse zijinstroomtraject laat zien dat de gemeente op koers zit. Die progressie is zichtbaar over een aantal jaren. Blijkbaar zijn de lessen uit het verleden dus geleerd. Er kan nog meer uitgehaald worden als er ondersteuning komt vanuit het Rijk, bijvoorbeeld om de inkomensdip te bestrijden voor mensen die kiezen voor een carrièreswitch. Een grote steden bonus lost dat niet op, want dat bedrag is veel beperkter en het opleiden van leraren in sociaaleconomisch zwakkere wijken is lastiger. Het vasthouden van zij-instromers blijkt afhankelijk te zijn van de begeleiding die ze krijgen. Als je, zoals NieuwWest, een tekort hebt van 28%, wordt het ingewikkeld om voldoende ruimte vrij te maken voor de begeleiding van de leraren. En de grote steden bonus geeft in dat soort wijken juist meer geld. Die lijkt dus niet het juiste instrument.

De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. Jeugd(zorg) 6.

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming in Amsterdam (VN2024001724) De VOORZITTER licht toe dat dit onderwerp op de TKN-lijst stond van de vorige vergadering. Het is geagendeerd op verzoek van het lid Abdi. Het lid ABDI is blij dat er goede resultaten geboekt worden met de integrale aanpak van Blijvend Veilig van huiselijk geweld en kindermishandeling. Gezinnen voelen zich meer gehoord en het aantal uithuisplaatsingen en ondertoezichtstellingen daalt. Zij dankt alle betrokken medewerkers en hulpverleners voor hun werk in moeilijke omstandigheden. Zij is blij met de suggestie om de aanpak uit te breiden. Zorgelijk is het financieel kader. De nadruk van het Rijk ligt te zeer op het realiseren van besparingen. Er ligt nog steeds een bezuiniging van 511 miljoen euro op tafel voor 2025 en 2026. Daarbovenop komt nog een structurele bezuiniging van 1 miljard euro die de sector moet zien te realiseren door de hervormingsagenda. Zij vraagt de wethouder om meer informatie.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

Het lijkt nog niet genoeg te lukken om de afstand tussen de volwassenen-ggz, inclusief verslavingszorg, en gezinnen en kinderen met de meest complexe problematiek, te verkleinen. Wie een kind echt wil beschermen, moet in de eerste plaats de ouders helpen. Het is goed dat er met de raad over de knelpunten gesproken wordt, en de rol die de zorgverzekeraar speelt. Zij vraagt het college daarover meer te vertellen. Een heel goede ontwikkeling is de inzet van de sociaalpsychiatrische verpleegkunde. Ook preventie met gezagsmiddelen wordt benut voor Zuidoost en NieuwWest. Maar wat is het beeld? Hoe vaak kan ingezet worden? Hoe wordt er ingezet? Er is een rapport uitgekomen met advies over de rechtspositie en rechtsstatelijkheid als het gaat om ouders en kinderen met een maatregel. Ouders en kinderen moeten zich gehoord en gezien voelen. Ze moeten weten dat er zorgvuldig en op de juiste manier een analyse is gedaan, zeker gezien de ingrijpende inbreuk op hun rechten en hun gezin. De adviescommissie zegt dat het onvoldoende lukt, met het feitenonderzoek dat vaak onjuist is. Op basis daarvan zijn kinderen onder toezicht en uit huis geplaatst. Ouders hebben niet het gevoel dat ze de weg kunnen vinden. En dan is er nog de rol van de Raad voor de Kinderbescherming. Zij vraagt het college met een schriftelijke reactie te komen op dit advies.

Welke lessen kunnen getrokken worden voor het regionale veiligheidsteam? Het lid WEHKAMP vraagt hoe samengewerkt kan worden met Blijvend Veilig, het onderwijs en de kinderopvang. De Veilig Thuis-meldingen worden laat opgevolgd. Een zorgcoördinator klaagde dat hij er steeds bovenop moest blijven zitten door te vragen hoe het ervoor stond. Hoe kan de samenwerking met scholen en kinderopvang geborgd worden? Het lid VAN DER VEEN heeft zelf jarenlang gewerkt in de aanpak van huiselijk geweld. Hij kent dus ook de aangiftes die ’s ochtends binnenkomen van de politie. Die is dan ’s nachts ergens geweest, met kinderen huilend beneden aan de trap. Dat was voor de politie ook behoorlijk zwaar. Hij merkte dat je met empathie en troost van grote waarde zijn voor iemand. Je kunt naast iemand gaan staan en het gesprek voeren over huiselijk geweld en kindermishandeling. Dat gesprek is belangrijk. Een collega van hem noemde al die huizen in de stad waar huiselijk geweld plaatsvindt ‘brandhaarden’. Als je er voor de eerste keer komt en het gesprek aangaat om het huiselijk geweld te stoppen, is de situatie smeulend. Het begint dan pas. Hij is trots als hij deze brief leest en de aanpak van Blijvend Veilig. Het blijvend veilig maken is de belangrijkste opdracht voor de stad.

Iedereen kan het verschil maken door aan de bel te trekken als hij de indruk heeft dat er bij vrienden of buren iets speelt. Het kan zijn dat je het niet bij het juiste eind hebt, maar toch is het belangrijk dat gesprek aan te gaan. Het is goed je eigen waarneming serieus te nemen en ernaar te handelen. Hij vraagt of de gemeente, als grote werkgever met duizenden ambtenaren, zelf beleid heeft op het gebied van huiselijk geweld. Steunt men collega’s om uit een geweldsspiraal te komen? Of collega’s die met signalen rondlopen van andere collega’s? Op welke manier worden vertrouwenspersonen erbij betrokken? Het lid EMMERIK vindt het belangrijk om deze zorg te transformeren. Hij leest dat deelnemende organisaties intensief samenwerken als een team van specialisten op het gebied van veiligheid. Continuïteit en vertrouwen in behandelingen en behandelaars zijn heel belangrijk voor gezinnen. Deze brief kan het begin zijn van een cultuuromslag waarin men toewerkt naar een overzichtelijker systeem, vooral voor de cliënten die er zo afhankelijk van zijn. Dierenmishandeling is een vroege indicator voor het ontwikkelen van kindermishandeling en/of huiselijk geweld. Het is daarom van levensbelang dat signalen van dierenmishandeling ook bij deze instellingen bekend zijn. Op die manier kan effectiever ingezet worden op vroege signalering en preventie.

Bij de commissie AZ vroeg zijn collega Bakker om een update van de samenwerkingen tussen 144 Red een Dier, de dierenpolitie, en de gezondheidsinstellingen in Amsterdam. Binnenkort volgt hierop een brief van burgemeester Halsema, maar in het kader van een integrale aanpak zou hij het punt ook graag in deze commissie aan de orde

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

willen stellen. Hij vraagt dus in het plan Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming ook te focussen op dit laaghangende fruit. Op die manier kan extra ingezet worden op vroege signalering en preventie van huishoudelijk geweld en/of kindermishandeling. Is de wethouder bereid om bij die brief over de samenwerkingen samen op te trekken met de burgemeester, zodat binnen dit programma ook de samenwerking met de dierenpolitie en 144 Red een Dier kan worden versterkt? Wethouder MOORMAN merkt op dat er 3 april een werkbezoek aan Blijvend Veilig is georganiseerd. Er zijn nog maar drie aanmeldingen, dus zij hoopt dat er meer komen. Zij antwoordt het lid Abdi dat financiën heel belangrijk zijn. Het moet gaan over de inhoud, maar eerst moet er een financiële basis zijn. Anders wordt het lastig om die transformatie, die inderdaad een soort cultuuromslag genoemd kan worden, te realiseren. Er is voor extra geld en ruimte gezorgd door het ministerie van JenV (niet dat van VWS), maar het is nu nog een soort proeftuin. Het zal behalve een financieel, vooral ook een ‘schottenvraagstuk’ worden. Van wie komt wat en wanneer? De volwassen-ggz is cruciaal. Een kind wordt uit huis geplaatst omdat er iets mis is gegaan in zijn omgeving. Het gaat sowieso in de jeugdzorg vaak minder om de kindfactoren, maar om de omgevingsfactoren. Ouders moeten ouders kunnen zijn. Daar moet stress weggenomen worden.

Soms ook blijkt het om ggz-problematiek te gaan. Daarbij krijgt de zorgverzekeraar dan een rol. Daarbij stuit je dan weer op de schotten, het bij elkaar brengen van de financieringsstromen. De SPV’er wordt nu al deels betaald door de zorgverzekeraar. Er zijn nu drie tot zes SPV’ers werkzaam. Wat betreft de commissie-Van Dooijeweert merkt zij op dat de uitkomst voorspelbaar is als je juristen vraagt hoe zij juridisch ernaar kijken. Het was voor haar dus niet verrassend, maar zij betreurt het wel. Op deze manier blijf je namelijk in het oude kader zitten, terwijl iedereen experimenteerruimte wil om het anders te gaan doen. De proeftuin laat zien dat het veel minder nodig is om een maatregel op te leggen aan ouders, juist omdat daarin alle expertise, het vertrouwen onderling en het partnerschap aanwezig zijn. Het lid ABDI wijst erop dat het niet de eerste keer is dat de volwassen-ggz, met de verslavingszorg, aangekaart is. Het is al langere tijd een probleem; het lukt niet om tot aansluiting te komen. Zij merkt dat ook in haar gesprekken met vrouwen. Een had in een Blijf Groep gezeten en had eigenlijk recht op een traumabehandeling. Als ondernemer had zij er geen recht op, kreeg problemen met de zorgverzekeraar en belandde in schulden. Dat is toch idioot geregeld? Het zegt ook iets over de rol van de zorgverzekeraar.

Daarom vindt zij het belangrijk dat de raad een brief krijgt waarin de knelpunten staan, met aandacht voor de rol van de zorgverzekeraar, de mogelijk perverse financiële prikkels. Bij 40-60% is er sprake van psychische problematiek, wat aanzienlijk is. Wethouder MOORMAN snapt goed wat het lid Abdi bedoelt. Bij een werkbezoek aan Blijvend Veilig hoorde zij van een gezinsbeschermer over een gezin met twee kinderen waarbij de moeder psychotisch was, wat soms tot gevaarlijke situaties voor de kinderen kon leiden. Hun hangt een maatregel boven het hoofd, of de kinderen uit huis worden geplaatst. Een oplossing zou zijn als de moeder permanent haar medicijnen toegediend krijgt, iets wat met een depot kan. Dat is een heel ingrijpende maatregel, want het raakt aan de lichamelijke integriteit. De psychiater is heel huiverig om zoiets te doen. Maar zou het beter met de moeder gaan als zij haar kinderen verliest? Dit vraagt dus om een omslag in het denken. Het gaat om het belang van kinderen eerst te stellen. Meestal gaat het om allerlei andere dingen dan het belang van kinderen, zoals privacy issues of lichamelijke integriteit. Hoe zorg je ervoor dat de professionals zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor het gezin? Er moet geluisterd worden als vanuit Blijvend Veilig aangegeven wordt aan een psychiater of zorgverzekeraar dat het noodzakelijk is zoiets te doen.

De analyse die gevraagd wordt zal ingewikkeld zijn en het is de vraag hoe die daarin bijdraagt. Als die dat doet, dan maakt zij zo’n analyse met alle liefde. En anders is het beter de aandacht te geven aan wat nodig is voor de transitie.

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

Het lid ABDI is het volledig eens met de woorden van de wethouder. Toch ziet zij bij het raadswerk steeds dat er geen goed zicht is. Zij hoort steeds dat er onvoldoende zicht is op wat de schotten in de financiering doen met de slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het is belangrijk om dat inzicht wel te hebben. Zij leest in meerdere raadsinformatiebrieven dat het onvoldoende lukt om die aansluiting te vinden op de volwassen-ggz. Vaker hoort zij over de rol van de zorgverzekeraar. Zij vraagt zich af waar hem dat in zit. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het niemand helder is. Niemand denkt dat het goed is om kinderen uit huis te plaatsen. Zij kan een raadsbrief sturen met alle informatie die al bekend is, over de schotten, financieringsstructuren en verantwoordelijkheidsverdeling. Liever dan dat opereert zij vanuit wat wél werkt, en hoe dat dan werkt. De vraag van het lid Abdi is heel terecht, maar ook heel complex, waarin vooral teruggekeken wordt naar het verleden. Zij wil graag vooruitkijken. Dit komt overigens allemaal aan de orde in de visiebrief. Bij de behandeling daarvan is er nog alle gelegenheid om erover te praten. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat men bij Blijvend Veilig vooral bezig is met de jeugdpartners. De signalen moeten wel aankomen bij Veilig Thuis. De raad heeft daarover op 17 juli 2023 een brief ontvangen van wethouder Scholtes.

Die zal er zelf ook nog op terugkomen, waarbij zij dan als wethouder Onderwijs betrokken wordt. Zij antwoordt het lid Van der Veen dat je pas als je het zelf ervaart, merkt hoe ingewikkeld het is. Ook in dit geval is een beleidskader niet alles. Mensen moeten het gevoel hebben dat zij daarin een rol spelen. Het lid VAN DER VEEN heeft niet zozeer behoefte aan en beleidskader. Wel wil hij een organisatie die uitspreek dat dit een belangrijke vraag is. Het is belangrijk dat ook op andere locaties van de gemeente het gesprek gevoerd wordt. Je zou bij de koffie iemand uit kunnen nodigen van Blijvend Veilig. Wethouder MOORMAN moet denken aan een regel van Camperts gedicht over verzet: ‘Jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet’. Zij is, ook in het kader van de visiebrief, breder aan het nadenken over haar visie op jeugdzorg. Bij jeugdzorg is iedereen doordrongen van de noodzaak ernaar te kijken. Maar dat geldt niet voor de samenleving in den brede. Misschien wordt er wel steeds minder gekeken en duwt men het allemaal terug in het jeugdzorgdomein, dat daarmee elk jaar met 7% toeneemt. Dat is niet gek als daar opgelost moet worden wat eigenlijk elders een probleem is. Zij ondersteunt de oproep van het lid Van der Veen om het gesprek daarover overal te voeren binnen de organisatie. Daarvoor zouden inderdaad mensen kunnen worden uitgenodigd. Zij zal ermee aan de slag gaan.

Zij antwoordt het lid Emmerik dat er een logische relatie is tussen het mishandelen van dieren en andere mishandelingen die plaats kunnen vinden. Dat zit ook in het beleid. Als blijkt dat er binnen een gezin sprake is van dierenmishandeling leidt dat altijd tot een Veilig Thuis-melding. Het lid EMMERIK vraagt of de wethouder vanuit het perspectief van OZA nog eens kan kijken naar de brief van burgemeester Halsema. Kan de brief ook nog voorgelegd worden aan de commissie? Wethouder MOORMAN antwoordt dat brieven normaal niet op verschillende plekken besproken worden, omdat het dan drukker wordt voor de raad. Zij hoopt dat iedereen meer vanuit de belangen van het kind gaat kijken, met de relatie daarvan met het belang van het dier. De VOORZITTER voegt toe dat bij de bespreking van dat soort brieven de leden van andere commissies worden uitgenodigd. Zij concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is. Onderwijs

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

8.

Minister draait geldkraan stichting Islamitische school Amsterdam dicht. De maat is nu vol De VOORZITTER licht toe dat het onderwerp geagendeerd is op verzoek van het lid Yacoubi, die vandaag echter wordt vervangen door het lid Mangal. Het lid MANGAL is vooral bezorgd over de 1200 leerlingen die straks zonder school zitten. Die mogen niet het kind van de rekening worden. Dat geldt ook voor het personeel, dat goed werk verricht. De leerkrachten zorgen ervoor dat kinderen de landelijke toetsen kunnen halen. Hij vraagt wat het college ervan vindt dat deze scholen 80% van hun financiering verliezen. Het risico bestaat dat deze kinderen in het komende halfjaar geen les zullen ontvangen. Hij vraagt of het college heeft bemiddeld tussen het bestuur en de minister om dat risico af te dekken. En als dat niet is gebeurd, wat heeft het college dan wel gedaan om het risico af te dekken? Toen zijn fractie eerder vroeg om een plan van aanpak om ervoor te zorgen dat de leerlingen niet de dupe worden, heeft de wethouder geantwoord dat het nog lang niet zover was. Dat ligt nu dus anders.

Ligt er nu een plan van aanpak om het risico af te dekken dat de kinderen straks het onderspit delven door het wanbeleid over en weer? Beginnen de leerlingen in kwestie straks met een leerachterstand het volgende studiejaar? Vindt het college ook dat deze kinderen in eerste instantie moeten worden ondergebracht bij andere islamitische scholen, mocht het zover komen? Ze zijn immers met een reden ingeschreven bij deze bijzondere school? Het lid VON GERHARDT hoorde het lid Mangal spreken over wanbeleid over en weer. Hij vraagt wat het lid Mangal daarmee bedoelde. Het lid MANGAL antwoordt dat het bestuur een moeilijke positie heeft ingenomen. De minister had wellicht ook beter zijn werk kunnen doen door beter in gesprek te gaan en te kijken hoe leerlingen kunnen worden overgeplaatst naar andere scholen. Hij mist daarvoor een plan. Het lid VON GERHARDT wijst erop dat het overplaatsen van leerlingen een gemeentelijke taak betreft; daarover gaat de minister niet. De minister heeft veel stappen gezet om met deze schoolleiders in gesprek te gaan. Helaas zijn er geen stappen gezet, en dus moet de minister deze maatregel nemen. Hij vraagt wat de minister volgens DENK heeft nagelaten, waardoor je het zou kunnen hebben over ‘wanbeleid’. Het lid MANGAL kan dat niet zeggen. Hij is niet bij de gesprekken geweest.

Zijn partij kijkt echter vooral naar de leerlingen en de ouders, waarmee onvoldoende rekening wordt gehouden. Het lid WEHKAMP vindt het merkwaardig dat het lid Mangal spreekt over ‘wanbeleid’. Hij kan daar niets over zeggen, maar vindt wél dat er sprake is van wanbeleid bij de minister. Zij vraagt hoe de stand van zaken is bij de bemiddeling. Voor de leerlingen is het natuurlijk een heel spannende tijd, maar dat geldt ook voor het personeel. Zij vraagt of er gesproken wordt over herplaatsingen bij omliggende scholen. In een brief van de minister staat dat die in gesprek is met de gemeente, terwijl die op haar beurt ontkent een rol te hebben. Zijzelf denkt dat de gemeente wel degelijk een rol speelt bij de herplaatsingen. Zij vraagt om een reactie. Het lid VON GERHARDT vindt het erg belangrijk dat de kinderen onderwijs kunnen blijven volgen. Hij schrikt van de woorden van het lid Mangal, die stelt dat de minister wanbeleid heeft gevoerd zonder te denken aan de kinderen. Dat is niet het geval. Iedereen

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Definitief Raadscommissieverslag, 20 maart 2024

zoekt naar een goede oplossing. Het schoolbestuur werkt tot nu toe niet genoeg mee en zet daarmee de positie van de kinderen op het spel. Dat moet voorkomen worden. Hij vraagt wat er met de 1200 kinderen gebeurt als de scholen moeten sluiten. Hij is bang dat in het geval er te weinig plek is op andere islamitische scholen, er veel thuisonderwijs plaats zal gaan vinden. Dat zou niet goed zijn, want je haalt op die manier de kinderen uit de samenleving weg. Hoe ziet de wethouder dat? Worden daarover gesprekken gevoerd? Het lid HAIJEN heeft de wethouder gisteren bij AT5 horen zeggen dat er wordt nagedacht over de herplaatsingen. Hij heeft er vertrouwen in dat de wethouder er achter de schermen mee bezig is. Wethouder MOORMAN maakt zich veel zorgen over de 1200 leerlingen. Zijzelf vindt dat de minister in dezen zeer zorgvuldig handelt. De minister kon op een gegeven moment niets anders meer doen. Er was al heel lang een aanwijzing gegeven. De minister had al veel eerder kunnen ingrijpen. Daarover heeft zij indertijd contact met de minister gehad. Zij zei tegen de minister dat het misschien nog te vroeg was, en daarnaar heeft de minister goed geluisterd. Zij is het helemaal eens met de minister. Het is heel pijnlijk dat een bestuurscrisis zo uit de hand moet lopen over de ruggen van de kinderen. Het is een prestatie van formaat dat de scholen nu nog blijven draaien.

Volgens de inspectie wordt er kwalitatief nog voldoende onderwijs geboden. 80% is natuurlijk al te weinig. Als je nog maar 20% van de bekostiging krijgt, kan je school niet draaien. Als de bekostiging helemaal stopt, als niet aan de aanwijzing wordt voldaan, houdt het helemaal op. De vraag is dan dus wat er met de kinderen gebeurt. De gemeente heeft daarbij een rol. Op dit moment heeft de gemeente formeel geen rol, maar wel denkt men na over wat er gaat gebeuren als dit gaat plaatsvinden. Daarop zullen ook maatregelen getroffen worden. De onderwijscontinuïteit voor de kinderen moet gewaarborgd zijn, het liefst op basis van de wensen van de ouders. Die hebben inderdaad niet voor niets voor een islamitische school gekozen. Daarover wordt gesproken met de islamitische schoolbesturen, met ISA en OCW. Zij leunt dus bepaald niet achterover. De gemeente wil een mediation mogelijk maken. Zij hoopt dat het belang van de kinderen voor alle verantwoordelijken voorop blijft staan. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 12.04 uur.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14634309/1