Definitief verslag OZA 19 juni 2024
Tekst van het document
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 19 juni 2024
De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het lid Van Pijpen ziet uit naar de terugkoppeling van de toezegging over de aansluiting van huishoudelijke zorg. Het onderwerp hoeft verder niet in de raad worden besproken. Onderwijs 5. Benoemen twee leden Raad van Toezicht van de stichting Spinoza Lyceum (VN2024-007810) Hamerstuk 6. Instemmen met de gewijzigde statuten van Stichting Zonova en de oprichting van Holdingstichting Zonova Swazoom (VN2024-006886) Hamerstuk
Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 7. Bespreken en kennisnemen van de uitvoeringsagenda ouderenhuisvesting 20242027 en bijbehorende raadsinformatiebrief (VN2024-007395) Het lid RUNDERKAMP stelt vast dat Amsterdam vergrijst. Het aantal 85-plussers, dat vaker een beroep doet op zorg en ondersteuning, zal in 2040 zijn verdubbeld. Hij prijst initiatieven als de Lang Leven Thuisflats. Bij die woonzorgconcepten moet naast aandacht voor integraliteit (de samenhang tussen wonen en zorg), ook aandacht zijn voor de basisbehoeften van de ouderen als het onderhouden van relaties, autonomie en bestaanszekerheid. De flats moeten bijvoorbeeld boven winkels komen, zodat ouderen er kunnen winkelen en dus blijven bewegen. Cliëntenbelang ziet dat er in de verschillende stadsdelen op een andere manier wordt omgegaan met het toekennen van trapliften. In theorie worden de liften slechts vergoed tot de tweede etage, maar de verschillende stadsdelen gaan daar anders mee om. Er wordt onder andere ook gekeken naar de samenhang met de Amsterdamse maatwerkmethode. Het lid VAN PIJPEN is blij met de uitvoeringlegende en dat het onderwerp nu uitgebreid wordt besproken, want er ligt een gigantische opdracht. Spreekster is blij met enkele onderdelen uit de uitvoeringsplannen, met name met Actielijn 2, Wonen met zorg. De potentie van de Lang Leven Thuisflats is groot.
Maar het gaat niet alleen om wonen, het is ook de bouw en onderhoud van een gemeenschap. Het is goed dat daar onder andere via de sociale basis in wordt geïnvesteerd. Spreekster is minder blij met de plannen voor nieuwe woningen en voorlichting over doorstroom. Bij de eerste worden vooral processen beschreven met de opmerking dat de doelstellingen niet worden gehaald. Is dan niet meer inzet en doorzettingskracht nodig? En moet dit niet op stadsdeel- en buurtniveau worden aangepakt? Ook moeten er mogelijkheden komen voor om woningcorporaties, ook bij bestaande bouw, voor het splitsen van woningen om zo de oppervlakte beter te benutten, voor geclusterd wonen in de bestaande stad en verbetering van de processen rond aanpassing van woningen. De bureaucratie moet worden aangepakt. Het lid VON GERHARDT mist ook ambities bij het toevoegen van nieuwe woningen. Het aantal is genoemd, maar ook dat het onhaalbaar is. Verder wordt niet benoemd wat wel wordt gedaan. Afgesproken is om 7500 woningen per jaar te bouwen. Is
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 19 juni 2024
GroenLinks het met hem eens dat een groot deel benut moet worden voor ouderenhuisvesting? Het lid VAN PIJPEN beaamt dat een deel van de woningen voor ouderen bestemd zijn. Maar haar opmerkingen gaan ook over aanpassingen in de bestaande stad ten behoeve van ouderen. Het lid VON GERHARDT merkt op dat woningen voor ouderen ook goed is voor de doorstroming. De stad heeft het splitsen van woningen de afgelopen jaren extra moeilijk gemaakt, terwijl dat een oplossing kan zijn voor ouderenhuisvesting. Zouden die regels moeten worden versoepeld? Het lid VAN PIJPEN wil de problemen oplossen, dat is mogelijk door het soms grote woonoppervlakte van ouderen te delen. Zij is er geen voorstander van om de regels voor splitsen aan te passen. Dat zou leiden tot nieuwe problemen. De regels voor splitsen zijn destijds aangepast omdat er misbruik van werd gemaakt door pandjesbazen. Het lid DE JONG merkt op dat de flats die het lid Van Pijpen heeft bezocht, onder andere de Osdorperhof, geen Lang Leven Thuisflats zijn. Het lid VAN PIJPEN herhaalt dat een Lang Leven Thuisflat (ook) gaat over het bouwen van gemeenschappen. Die zijn daar wel degelijk aanwezig. Spreekster kijkt uit naar de Nota doorstroming. Zij stelt voor om te kijken naar buurtof zelfs blokniveau met een goede verbinding tussen koop en particuliere en sociale huur met een zogenaamde Buurt-Funda. Veel ouderen willen niet verhuizen.
Daarom moet gekeken worden hoe hun grote huizen beter kunnen worden benut door verhuur of door samenwonen. Wonen gaat ook over een thuis, zeker als je meer aan huis bent gebonden. Het is de verbinding met de buurt waar je je veilig voelt, waar je hebt geleefd en leeft. Een thuis bouwen doe je samen met ouderen. Het lid WIJMENGA stelt vast dat het college ambitieuze doelstellingen heeft. Voor de uitdagingen van de vergrijzende bevolking moeten de druk op het personeel en de schaarse woonruimte helder in beeld zijn. Maar de opgave zal ook met grote inspanningen de komende jaren niet gehaald worden. Er zijn echter nu al schrijnende situaties met mensen die vastzitten in ongeschikte woningen. Wat betekent het dat de doelstellingen de komende jaren niet worden gehaald? De voorliggende plannen zijn vooral middellange- en langetermijnoplossingen. Wat betekent dat voor de ouderen die nu al in een schrijnende situatie zitten? De urgentie is groot. Dat vraagt om een versnelling van de aanpak van de ouderenhuisvesting. Spreekster mist tot slot in de stukken de visie van de ouderen. Het lid WEHKAMP leest in de stukken dat 60% van de huishoudens met een leeftijd hoger dan 65 in woningen woont die niet volledig toegankelijk te maken zijn en daarmee niet geschikt zijn voor zorg. De helft van de 75-plussers woont in een woning dat alleen toegankelijk is met trappen.
Maar slechts een derde van de ouderen is zich bewust van deze problemen. De Kennisgroep zorg begeleidt (met kaarten) gesprekken met familieleden en bijvoorbeeld met de buurt over ouder worden. Dat vraagt om een goede communicate. Hoe wordt dat gemeten? De samenleving vergrijst. Welke type ouderen en welke woonvormen (bijvoorbeeld intramuraal of thuiswonend) krijgen te maken met de grote problemen? Verder, wat zijn de tekorten per woonvorm voor bijvoorbeeld de komende tien jaar? Het lid ASLAMI merkt op dat jaar het aantal 80-plussers in Nederland de komende vijftien jaar verdubbelt. Het gaat straks om 1,6 miljoen mensen. Binnen de Amsterdamse aanpak volkshuisvesting is aandacht voor doorstroom. D66 heeft in dat kader het voorstel Passend wonen in Mokum ingediend met aandacht voor verbetering van de verschillende verhuisregelingen (Van groot naar beter en Van hoog naar
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 19 juni 2024
laag). Wat is de stand van zaken, want de urgentie is hoog? Het aantal mensen dat gebruik heeft gemaakt van deze regeling is vrij beperkt. Dat is zorgwekkend. De potentie van doorstroom is groot. Het lid VAN PIJPEN wil weten wat het lid ASLAMI ziet als oorzaak. Is meer voorlichting van de oplossing? Het lid ASLAMI beaamt dat voorlichting kan bijdragen aan een oplossing. Velen weten nog niet eens van het bestaan van de verhuisregeling. Verder worden veel regels veel te rigide gehanteerd. Daardoor worden welwillende mensen vaak niet geholpen. Het lid VON GERHARDT stelt vast dat het voorstel van D66 voornamelijk gaat over de verhuisregeling bij corporaties. Maar veel ouderen hebben ook vaak een koophuis of huren particulier. Daar ligt ook veel potentieel. Het lid ASLAMI is het daar mee eens. Ook daar moet de gemeente mee aan de slag. Dat is al in de vorige commissie besproken naar aanleiding van de bijdrage van een inspreker. Het lid VON GERHARDT stelt voor om ook met marktpartijen te spreken over betere en passende woningen voor ouderen. Het lid ASLAMI staat daar niet onwelwillend tegenover, maar is van mening dat er nu geen tijd is om dat in deze sessie met elkaar te bespreken. Ook de mensen die geen sociale huurwoning hebben, moeten worden geholpen. Spreker ziet uit naar de reactie van de wethouder op de opmerkingen van D66 over woningsplitsen.
In de stukken wordt gesproken over het Platform matchpoint in samenwerking met de Stichting woon. D66 juicht dit initiatief van harte toe. Omdat het gaat om ouderen, moet het niet beperkt blijven tot een digitaal platform. Er moet ook een fysiek punt komen. Het lid PERDOK vindt dat er een interventie nodig is om de doorstroming te bevorderen. Zij stelt voor om de pilot in de Wildemanbuurt met aandacht voor bewonersgestuurde wijkontwikkeling gemeentebreed in te zetten, vooral in de wijken die sterk vergrijzen. Zij wil ook een onderzoek naar hoe dat toepasbaar kan worden gemaakt met bijvoorbeeld doorstroomcoaches voor het bevorderen van passende huisvesting. Het lid VON GERHARDT merkt op dat de voorliggende uitvoeringsagenda een uitwerking is van Amsterdamse aanpak volkshuisvesting. De onderwerpen van wethouder Scholtes (over de combinatie van zorg en wonen) zijn het meest uitgewerkt. Maar de stad moet ook aan de slag gaan met volkshuisvesting en woningbouw. Daarbij mag niet worden vergeten dat veel ouderen in hun eigen wijk willen blijven wonen. Het heeft geen zin om te bouwen op plekken waar ouderen niet heen willen. Daarom moet er goed gekeken worden op welke manier ouderen in hun eigen wijk kunnen blijven wonen. In de brief staat hoeveel woningen er bij moeten komen, maar er wordt niets gezegd over hoeveel daadwerkelijk worden gerealiseerd.
Dat wordt verder uitgewerkt in het Woningbouwplan met behulp van de Doelgroepprogrammering. Wat is de stand van zaken? Ouderen die in een grote koopwoning wonen, moeten worden verleid om te verhuizen naar een meer passende woning. Daarbij moeten ze actief worden ondersteund. Het lid ASLAMI wil weten of de VVD heil ziet in de aanstelling van een splitsingscoach voor dit proces. Het lid VON GERHARDT merkt op dat zijn fractie eerder al een voorstel heeft gedaan voor de aanstelling van een woonzorgcoach. De door het lid Aslami voorgestelde splitsingscoach kan breed worden ingezet zodat de grote gezinswoningen, waar de stad een groot tekort aan heeft, vrijkomen.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 19 juni 2024
Het lid VAN PIJPEN wil weten of de mensen in koopwoningen met publieke middelen moeten worden ondersteund. Het lid VON GERHARDT beaamt dat er publieke middelen nodig zijn voor de aanstelling van de coaches, maar benadrukt dat het ook gaat om een publiek belang. De verhuizing betekent een plek voor een groot gezin dat nu in een te kleine dure sociale huurwoning woont, die vervolgens weer bewoond kan worden door iemand anders. Het vrijmaken van grote gezinswoningen zal een keten van doorstromingen op gang brengen. Het lid KABAMBA prijst de inzet op ouderenhuisvesting. Zij pleit voor een goede en proactieve communicatie met behulp van tolken, ondersteuners en bijvoorbeeld mantelzorgers over de mogelijkheden van verhuizen. Wethouder SCHOLTES beaamt dat ook in de bestaande stad allerlei mogelijkheden liggen. Dat is ook onderdeel van het programma van de Lang Leven Thuisflats, met onder andere de Woonzorgcirkels. Binnen de Routekaart zorghuisvesting wordt gekeken naar tien concrete te vernieuwen locaties met kansen voor zorgwoningen. Binnen de Amsterdamse aanpak volkshuisvesting zijn met Gebiedsgericht programmeren afspraken gemaakt over het zoeken naar kansen per gebied. De wethouder beaamt dat de doelstellingen niet behaald worden, vanwege het grote aantal benodigde woningen, de problemen met de doorstroming en het rijksbeleid met geen uitbreiding van intramurale verpleegzorg.
Een groot deel van de mensen zal thuis langdurige verpleegzorg (WLZ) moeten krijgen. Dat is een nieuwe vorm van zorg. Daar worden nu met zorgpartijen afspraken over gemaakt. Het lid WEHKAMP vraagt voor welke groepen de doelstellingen niet worden gehaald. En op welke groepen wordt dan specifiek op ingezet? Wethouder SCHOLTES legt uit dat de vorderingen worden gerapporteerd met aandacht voor de verschillende doelgroepen. Dan wordt ook duidelijk waar de grootste knelpunten zitten. Het is nog niet duidelijk of er voldoende stappen kunnen worden ingezet voor mensen met een WLZ-indicatie die, doordat ze een ongeschikte woning wonen, geen adequate zorg kunnen krijgen. De wethouder ziet uit naar plannen hiervoor van het kabinet. Hij zegt toe ouderen met een goede communicatie bewust te maken van hun woonsituatie. Verder wordt gewerkt aan de Dialoog maatschappelijk ouder worden, waarbij het gesprek van ouder worden breed wordt gevoerd. De successen worden gemeten door ouderen om hun mening te vragen en met verdiepende gesprekken in de buurt met stakeholders, corporaties, Stichting woon en ouderen. De Lang Leven Thuisflats zijn een rehabilitatie van de vroegere bejaardentehuizen. Nu wordt er echter op gelijkwaardige voet samengewerkt met bewoners, corporaties, zorgpartijen en straks ook een welzijnspartij.
Er zijn verschillende concepten denkbaar, bijvoorbeeld samen met jongeren of studenten en met oog voor de basisbehoeften van de bewoners. Het aantal verdiepingen voor het verkrijgen van trapliften is geen criterium meer. Dat is nu een maximumbedrag (van 10.000 euro) met de mogelijkheid voor maatwerk volgens de Amsterdamse maatwerkmethode. Anders is er nog het Doorbraakteam. De wethouder zegt toe daar contact over op te nemen met Cliëntenbelangen. De wethouder benadrukt dat ouderen zijn betrokken bij de Amsterdamse aanpak volkshuisvesting en ook bij alle initiatievenen voor de Lang Leven Thuisflats en Stadsdorpen. Verder wordt er hard gewerkt aan het programma Amsterdam Age Friendly City. Het programma met Wonen en zorg nabij in combinatie met Welzijn en stimuleren van samen zelfredzaamheid, wordt inclusief de budgetten voor ouderen voor de zomer gepresenteerd. De wethouder legt uit dat de stadsdelen al gebiedsgericht werken, waarbij onder andere aandacht is voor bij elkaar liggende woningen die kunnen worden gelabeld voor ouderen. Daarvoor zijn al enkele pilots opgestart. In de voorjaarsnota is extra geld vrijgemaakt voor diverse initiatieven. Hij neemt in dit kader de suggestie van het lid Kabamba mee.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 19 juni 2024
Wethouder DE JAGER gaat in op de opmerkingen over doorstroming. Hij zegt toe de raad in september 2024 te rapporteren over de stand van zaken. Door onduidelijkheid over de passendheid van het begrip in het ONS-onderzoek is vertraging ontstaan. Met corporaties wordt druk overlegd over alle doorstromingsmogelijkheden en wat daarvoor nodig is. Het lid VON GERHARDT vraagt aandacht voor de ouderen die niet in corporatiewoningen wonen, maar in de vrije sector of een koopwoning. Ook daar zit veel potentieel. Wethouder DE JAGER beaamt dat binnen de gebiedsaanpak ook wordt gesproken met particulieren over de mogelijkheden van doorstroming in de buurt. Er is echter lastig om met de particuliere sector afspraken te maken. Daar wordt nu aan de hand van een motie van de VVD, aan gewerkt. De wethouder zegt toe onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de pilot in de Wildemansbuurt uit te breiden naar andere plekken in de stad en de raad over de bevindingen te informeren. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het wordt verder (middellang) in de raadsvergadering van 17 en 18 juli 2024 besproken. Zij schorst deze ochtendsessie tot 19.00 uur.
Jeugd(zorg) 10. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Visiebrief Jeugd (VN2024-007392) De VOORZITTER heropent de vergadering. Mevrouw Stellaard zal eerst een korte toelichting geven op het Boemerangbeleid. Mevrouw STELLAARD geeft slechts een korte introductie, maar is bereid om terug te komen voor een uitgebreidere toelichting. Het Boemerangbeleid gaat over passend onderwijs en jeugdzorg. Zij heeft vijftig jaar beleidshervormingen op een systematische manier gereconstrueerd door te kijken naar de doelstellingen, de evaluaties en het vervolg. Ze heeft zelf lang gewerkt op het terrein tussen jeugdzorg en onderwijs, maar zag pas na vier jaar onderzoek een repeterend patroon dat het hele denken in dit werkveld op zijn kop zet. De afgelopen eeuw zijn enkele zaken nooit veranderd, onder andere de vraagstellingen wat het probleem is, wat je eraan kunt doen, welke instrumenten je daar het beste voor kunt inzetten en wat de verwachtingen zijn. Verder is er sprake van een reparerend patroon, waarbij het beleid reageert op de nadelige gevolgen van eerder ingezet beleid, maar met een ongewijzigd idee over de eerdere vraagstellingen. Een hervorming is dus niet opzichzelfstaand. Dat is ook het geval in andere sectoren van het openbaar bestuur, zo kijken de Raad van State en bijvoorbeeld de Algemene Rekenkamer niet terug. Wetsevaluaties gaan altijd over staande wet.
De overheid probeerde in 1974 al de eerste knelpunten in beeld te brengen van de jeugdhulpverlening, jeugdbescherming en jeugdwelzijnswerk. Twee jaar later volgde er een startnotitie Op weg naar samenhangend beleid. Spreekster heeft onderzoek gedaan naar het vervolg. Het blijkt een langgerekte film te zijn waarbij steeds alleen naar de laatste scène wordt gekeken. Een overzicht van alle hervormingen levert een patroon op. Zo zijn de aanleiding steeds knelpunten met als oplossing een samenhangend aanbod van jeugdhulpverlening dat aansluit op de behoefte, want dat laatste is onvoldoende het geval, met aandacht voor preventie. Het heeft echter nog nooit op die manier gewerkt. Ook moet er steeds regionaal worden samengewerkt. Dan komt ten goede aan de doelmatigheid en leidt tot kostenbesparing. De uitkomst is eigenlijk iedere keer het tegendeel.
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 19 juni 2024
Spreekster erkent dat zij dit patroon zelf ook niet op de werkvloer heeft ervaren. Door steeds met dezelfde partijen en regio’s te praten over het beleid, is het logisch dat dat altijd dezelfde uitkomsten oplevert. Er gebeurt wel iets, maar steeds niet wat er zou moeten gebeuren. De hervormingen zorgen zelfs voor het tegendeel. Er zouden vraagtekens gezet moeten worden bij de aannames. Het lid VAN DER VEEN vond de presentatie in de technische sessie mindblowing en heftig. Hij wil weten hoe dit verhaal goed gecommuniceerd kan worden met het werkveld en de omgeving. En is daarbij de gemeente een belangrijke actor? Moet de gemeente het proces monitoren? Mevrouw STELLAARD legt uit dat het voorbereidende werk al voor een groot deel is gedaan. In de visiebrief staat dat het een ambitie is van de stad. Het is dan ook belangrijk om de ontwikkelingen te monitoren. Veel huidige aannames moeten worden herzien. Zij is blij met steun van wethouder Moorman en haar erkenning van deze theorie, ondanks dat het vervelend is en dat het ingaat tegen de huidige overtuigingen. Het lid RUNDERKAMP vraagt naar de reden van de explosie van het gebruik van jeugdzorg in relatie tot dat deze boemerangtheorie. Mevrouw STELLAARD legt uit dat er steeds is ingezet op lichte ambulante hulp. Dat heeft geleid tot een stijging van deze hulp. De overheid wil de problematiek beheersen door er sneller bij te zijn.
Dat leidt tot nog meer lichte ambulante hulp, waardoor de overheid er vervolgens nog sneller bij wil zijn. De sturingsfilosofie was dat meer inzet op lichte hulp zal leiden tot minder zware hulp. Daardoor zet het patroon zich voort en krijg je meer kinderen in de jeugdzorg. De filosofie om steeds vroeger te willen beheersen, jaagt echter meer aan dan dat er daadwerkelijk wordt beheerst. Het lid WEHKAMP vraagt informatie over de relatie met passend onderwijs. Mevrouw STELLAARD legt uit dat die problematiek vergelijkbaar is. Vanaf halverwege de jaren zeventig zijn de reguliere scholen zo ingericht dat kinderen met een speciale ondersteuningsbehoefte per definitie zijn aangewezen op het speciaal onderwijs. Een aantal hervormingen had vervolgens wel effecten, maar nooit het gewenste effect. Toen is men gaan sturen op het ongewenste effect met een ongewijzigd beeld van het probleem. Daar moet de overheid van kunnen leren. Dat is hoopvol. Het lid DE JONG merkt op dat hetzelfde gebeurt met de sociale basis en preventie binnen de geestelijke gezondheidszorg. Hij ziet uit naar een reactie van wethouder Scholtese, maar die is niet meer aanwezig. Het lid VAN DER VEEN wil weten wat mevrouw Stellaard de wethouder zou willen vragen over dit onderwerp, als zij raadslid zou zijn.
Mevrouw STELLAARD zou de wethouder die zijn nek uitsteekt om dit aan te pakken, steunen met een onderzoekende houding en het probleem breder te trekken, zoals het lid De Jong zojuist deed. Het hele openbaar bestuur moet ervan leren. Het moet uitvinden hoe je de juiste dingen doet door in ieder geval in de richting van de doelen te bewegen. Zij benadrukt dat niemand dit alleen kan en dat niet een iemand er verantwoordelijk voor is. Het lid DE JONG wil weten of in dit kader de lumpsum-financiering een juiste manier van financieren is. Mevrouw STELLAARD stelt zich daarbij de vraag: beheerst de overheid de kosten of beheersen de kosten de overheid? Het gaat te vaak over kosten. Dat gaat ten koste van de aandacht voor dieperliggende dynamieken. De aanpak in de afgelopen vijftig jaar heeft de kosten alleen maar opgejaagd. Je kunt helemaal niet spreken van een
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 19 juni 2024
kostenbeheersing. De geplande bezuiniging van 15% in 2015 heeft geleid tot een groei van de kosten met 15%. Het lid WEHKAMP vraagt om een reactie op de Hervormingsagenda jeugd. Mevrouw STELLAARD heeft gekeken naar de hoofddoelstellingen: knelpunten in de stelsels structureel aanpakken en het stelsel financieel houdbaar maken voor de toekomst. Dan zouden de knelpunten in beeld moeten zijn en zou daarop geacteerd moeten worden in plaats van op de symptomen. Maar het is slechts een voortzetting van het door haar geconstateerde patroon. Het stelsel wordt financieel houdbaar gemaakt door het afbakenen van de reikwijdte van jeugdhulpplicht en door regionalisering. Die afbakening voldoet aan het reparatiepatroon dat teruggaat tot 1976. De eerste regionalisering heeft al in 1985 plaatsgevonden. In het regeerakkoord van 1998 is vervolgens opgenomen dat dit niet heeft geleid een betere aansturing en financiering. Het blijft een langgerekte film vanaf de jaren zeventig. Daar moet de overheid lessen uit trekken. Spreekster heeft op verzoek van de gemeente Utrecht gekeken naar de Participatiewet en heeft geconstateerd dat het boemerangbeleid zich wellicht niet beperkt tot de jeugdzorg en passend onderwijs. Sturen op schaalvergroting zou efficiënter zijn, maar daarmee groeit ook de macht van de partijen. Zij gaan op een gegeven moment domineren en dan raakt de overheid de grip kwijt.
Om goed te kunnen sturen, moet je weten welke checks and balances nodig zijn. In de aanwijzingen voor het opstellen van wetten zitten ook geen controles op cumulatieve effecten van hervormingen die elkaar opvolgen. Het zou waardevol zijn om te kijken of de huidige crises daar iets mee te maken hebben. Het lid DE JONG wil weten of er een regio is hij het goed doet en waar iedereen van zou kunnen leren. Mevrouw STELLAARD antwoordt dat alle regiovisies hetzelfde zijn en dus dit patroon hebben. De VOORZITTER bedankt mevrouw Stellaard voor de toelichting en geeft het woord aan de commissie voor de bespreking van dit onderwerp. Het lid VAN DER VEEN stelt vast dat het debat over de jeugdzorg zich in een visuele cirkel bevindt. Jongeren hebben daar last van. Het is goed dat mevrouw Stellaard heeft meegewerkt aan de visiebrief. Spreker vraagt de wethouder hoe de raad haar kan helpen bij dit verhaal. Wellicht dat ze in het land en bijvoorbeeld bij de VNG tegen de stroom in moet zwemmen. Hij stelt de commissie tot slot voor om samen met mevrouw Stellaard een werkbezoek in het kader van gebiedsgericht werken voor om te waken voor herhalingsstappen. Het lid VON GERHARDT vraagt hoe het lid Van der Veen terugkijkt op zijn handelen in het verleden. Het lid VAN DER VEEN is jarenlang maatschappelijk werker geweest.
Dan denk je al snel conform het GGZ-wereldje met bijvoorbeeld zelfmoord als een taboe. Het is belangrijk om vragen te stellen, mensen in de ogen te kijken, een goed intermenselijk contact en een beetje aardig voor elkaar te zijn. Daar is vaak in gezinnen een groot gebrek aan, waardoor dure professionele zorg nodig is. Spreker heeft een aantal vragen aan de wethouder. Er zijn altijd mensen die zwaardere zorg nodig hebben. Hoe kun je ervoor zorgen dat ze die zorg krijgen? Er werken veel zzp’ers in de zorg. Dat kost veel geld. Is dat nog steeds een groot probleem? Kan Amsterdam daar wellicht samen met de VNG iets aan doen?
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 19 juni 2024
Het lid RUNDERKAMP is blij met de inhoudelijke bespreking van dit onderwerp. De jeugdzorg is complex met steeds dezelfde knelpunten en met steeds de switchen van decentralisatie naar centralisatie en vice versa. Het aantal zorgvragers neemt alleen maar toe. Het is daarom goed dat in deze visie het kind voorop staat. Problemen worden steeds meer gemedicaliseerd. Daartegenover staat dat mensen die echt (zware) zorg nodig hebben, met de juiste mensen in contact worden gebracht en goed worden geholpen. Dat is echter een complexe maatschappelijke uitdaging. De gemeente Amsterdam heeft een bepaling opgenomen dat aanbieders in Amsterdam bij winstuitkering boven 5% expliciet moeten aantonen dat het ten goede moet komen aan de jeugdzorg in Amsterdam. Dat is mooi, want private ecquity heeft niks te zoeken in de jeugdzorg. Het gaat over de zorg voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Het lid WEHKAMP prijst de visiebrief. Het welzijn van kinderen staat voorop en er spreekt liefde uit. Ook is er in de uitwerking expliciet aandacht voor de stem van jongeren; het advies van het jeugdplatform wordt altijd meegenomen. Bij de landelijke overheid heb je om meer bewustheid te creëren een SDG-toets of een gender-toets. Wellicht ook een goed idee voor de gemeente Amsterdam. Het is een nieuwe richting. Het is spannend.
Wat kan er misgaan? Sommige collectieve voorzieningen zoals kinderopvang en onderwijs staan op knappen door te weinig medewerkers. Daar moet je goed over nadenken. Maar spreekster blijft enthousiast over de richting en ziet uit naar de verdere uitwerking. Wethouder MOORMAN stelt iedere keer weer vast dat de presentatie van mevrouw Stellaard zorgt voor kortsluiting in de hoofden van de toehoorders. Wat je altijd al gedaan hebt, moet je loslaten. Dat is pijnlijk. Maar wat moet je dan wel doen? Bij het schrijven van de visiebrief kwam het woord liminaal naar boven. Dat is niet prettig. Dan dreig je weer terug te vallen naar het bekende. Het is moeilijk om te veranderen. De wethouder heeft samen met mevrouw Stellaard en de ambtenaren negen maanden lang hard gewerkt aan de brief. Het was een heel bijzonder proces. Iedereen moest er ‘doorheen’. Ambtenaren die zich al die jaren hebben ingezet voor de jeugd, kregen nu een spiegel voorgehouden. De brief geldt als toetssteen voor de komende periode, terwijl de trein met bijvoorbeeld aanbestedingsprocessen, de Hervormingsagenda jeugd, afspraken met aanbieders en de verwachtingen voor 2027, gewoon doorrijdt. De eindbestemming moet nog worden geschetst, maar de wissels zijn nog niet allemaal gezet. Dat is een spannend proces. Het lid VAN DER VEEN had bij de het lezen van de stukken het idee dat Amsterdam al enigszins op die manier werkte.
Wethouder MOORMAN herhaalt de opmerking van mevrouw Stellaard op de opmerking over lumpsum. Het gaat eigenlijk om de laag onder de financiën. Lumpsum is ingezet met vertrouwen in de partners. Professionals kunnen het beste de keuzes maken. Voor de overheid bijvoorbeeld betekent een bepaalde problematiek negen behandelingen van 50 minuten bij een bepaalde expertise. Daarmee wil de overheid de situatie beheersen. Maar meestal blijkt dat het probleem na negen behandelingen niet klaar is. Dan wordt het probleem doorgeschoven naar een volgend bakje. De professional moet zijn eigen afwegingen kunnen maken voor liefdevolle zorg, ongeacht de kosten. De gemeente werkt inderdaad al in die richting, maar leert nog steeds. De raad kan helpen door dit en alle onzekerheden die dat met zich meebrengt, toe te laten. Er is een ontwikkeling geweest van een maakbare samenleving naar een maakbaar individu. De mensen verdragen geen risico’s meer. Jeugdzorg is het vangnet van het kapotte maatschappelijke vangnet. Dingen die niet goed gaan in de samenleving, bijvoorbeeld in het onderwijs, bij complexe scheidingen, prestatiedruk, bestaansonzekerheid en onzekerheid over de toekomst, drukt op de jongeren en vervolgens op de jeugdzorg. Daar moet het worden opgelost. Op dit moment zit een op de zeven kinderen in de jeugdzorg.
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 19 juni 2024
De wethouder heeft ontzettend geworsteld met criteria voor monitoring, zodat bij de bespreking van de jaarrekening duidelijk is dat het heeft gewerkt. Maar het lukt niet. Wat betekenen wachtlijsten? Misschien is het wel goed dat mensen moeten wachten. Door de wachtlijst voor speciaal onderwijs, krijgen kinderen hulp in het regulier onderwijs. Soms blijkt dat de kinderen daar goed terecht kunnen. Je moet onzekerheid en risico’s durven te accepteren. Er is niet altijd een simpele oplossing. Je kunt de wachtlijsten afschaffen door bijvoorbeeld de jeugdwet af te schaffen of er veel geld in te investeren (wat wel vaak gebeurd is, maar de wachtlijst is er nooit korter op geworden). Je moet een goede analyse maken van mensen op de wachtlijst en onderzoeken wat deze kinderen willen. Er wordt altijd weer wordt gesproken over het inperken van de reikwijdte van de jeugdzorg bijvoorbeeld door paardenknuffelen te schrappen. Maar sommige kinderen hebben daar veel baat bij en hebben vervolgens minder (duurdere) hulp nodig. Het gaat niet om de wachtlijst, maar om de problematieken van de kinderen die op de wachtlijst staan. Slachtoffers van complexe scheidingen moeten helemaal niet op een wachtlijst staan. Het lid DE JONG vindt dat de raad moet kunnen achterhalen hoe goed de wethouder doet.
Als straks een op de drie kinderen in de jeugdzorg zitten, is dat dan een succes? Hij ziet uit naar parameters om dat te kunnen beoordelen. Wethouder MOORMAN kan daar geen antwoord op geven. Successen komen er pas als iedereen op een andere manier leert denken en werken. Zij verwijst naar de rattencasus bij het OKT in Noord. Een jeugdverpleegkundige sprak over een liefdevol gezin met een baby die niet goed groeide. Het bleek dat de ouders veel last hadden van ratten in het huis. Ze durfden daardoor geen eten meer in huis te halen. Dat zorgde voor veel stress. De jeugdverpleegkundige heeft daarop contact opgenomen met het buurtteam. De mensen deden bij bezoeken de deur niet open en toen heeft de buurt de casus afgesloten. Dit heeft eindelijk geleid tot een Veilig Thuis-melding. Als niet was ingegrepen, waren niet de ratten maar de kinderen uit huis geplaatst. Dan zou kunnen je zeggen dat de wethouder haar werk niet goed doet. Daarom zet zij het kind voorop. Dat vraagt om een omslag in denken. Dat kun je niet vangen in meetbare parameters. Het is pas een succes als er een omslag komt in denken, handelen en attitude. Zij hoopt dat ook de heer De Jong daaraan mee wil doen. Je moet er ook voor waken dat deze overgang in allerlei protocollen wordt vastgelegd. Je moet stoppen met verschil te maken tussen enkelvoudige en bijvoorbeeld hoog specialistische jeugdzorg.
Alle hekjes die je bedenkt, zijn grenzen en zorgen voor eilandjes Zzp’ers zijn soms nodig bij sommige vormen van zorg, maar het staat ook vaak haaks op eenduidige en liefdevolle zorg met vaste gezichten. Veel jongeren, onder andere van het jeugdplatform, willen geen professionele afstand, maar professionele nabijheid. Zij willen voelen dat mensen om hen geven. Daar moeten werkgevers mee aan de slag. De wethouder is het eens met de opmerking over private equity. Niemand mag verdienen aan kwetsbare kinderen. Het jeugdplatform is een fijne partner geweest in het doorlopen proces. Eerder stond er het woord normalisering in de brief, maar de kinderen wilden gewoon niet genormaliseerd worden, ‘we zijn gewoon autistisch’, zeiden ze. Dat is ook normaal. Het gaat om het accepteren dat mensen mogen afwijken en dat problemen bij het leven horen. Het gaat niet om standaardiseren met een checklist, maar om voelen hoe waardevol het is. De wethouder benadrukt dat daar altijd ambtenaren en ook de raad bij worden betrokken. De VOORZITTER bedankt de wethouder voor haar bevlogen betoog. Zij ziet de hersenen al kraken. Zij stelt vast dat het onderwerp voldoende is behandeld. GroenLinks heeft een motie aan aangekondigd waarin de fractie vraagt om geen parameters te gebruiken binnen de jeugdzorg. Het onderwerp wordt dus (kort) verder besproken in de raadsvergadering van 17 en 18 juli 2024.
Onderwijs
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 19 juni 2024
12. Raadsinformatiebrief gezamenlijke ambitie-agenda 2023-2027 voor sterke samenwerking (passend) onderwijs en jeugdhulp in verbinding met bestaanszekerheid (VN2024-007400) en 14. Kinderen die geen onderwijs krijgen (VN2024-008045) Het lid RUNDERKAMP merkt op dat er op dit moment veel kinderen thuiszitten. Dat is de realiteit. Uit een enquête van het Nationaal autisme-register blijkt dat een op de zes kinderen met autisme thuiszit. Daarom is hij het eens met de verbeterlijnen met zoveel mogelijk kinderen naar de voorschool, het stimuleren van inclusief onderwijs en inclusieve dagverblijven en krachtige verbindingen tussen school, wijk en omgeving van een kind. Maar hij heeft ook drie sterke suggesties om thuiszitten te voorkomen. Het Samenwerkingsverband VO werkt op dit moment met fixers. Zij helpen langdurige thuiszitters. Is het mogelijk om deze aanpak te verbreden en te integreren met Amsterdamse maatwerkmethode? Het Montessorilyceum heeft een specifieke aanpak gericht op leerlingen met autisme. Is het mogelijk om die aanpak ook op andere scholen onder te brengen? Kunnen ervaringsdeskundigen op het gebied van autisme worden ingezet op scholen? Het lid WEHKAMP stelt vast dat niet ieder kind in Amsterdam gebruik kan maken van het recht op onderwijs. In Nederland zitten 20.000 tot 30.000 kinderen thuis, 60% heeft autisme.
Een betere schoolomgeving en voldoende ondersteuning kunnen helpen. Spreekster steunt de voorgestelde verbeterlijnen van de wethouder, maar mist de aandacht voor autisme. Ook moeten deze en andere (ook als ze geen leerling zijn) kinderen meer betrokken worden bij het beleid. Dat geldt ook voor groepen kinderen die vrijstelling hebben, maar wel onderwijs willen hebben. Of kinderen die officieel nog niet leerplichtig zijn, maar wel meer zorg nodig hebben. Zij kunnen niet op scholen terecht. Heeft de wethouder deze groepen in beeld? Er is meer onderzoek nodig naar de behoeften van kinderen met autisme die geen zorg en onderwijs krijgen. Het doel van Leerplicht was eerder dat kinderen vanaf augustus 2023 niet langer dan drie maanden thuis zouden zitten. Is dat doel behaald? Het samenwerkingsverband biedt scholen toegang tot Leerlijn schoolaanwezigheid. Daar doen op dit moment slechts drie scholen mee. Spreekster mist ook hierbij aandacht voor autisme. Scholen die openstaan voor neurodiversiteit hebben een positief effect op alle leerlingen. Ook geven scholen aan meer uitwisseling te willen hebben tussen reguliere scholen en het speciaal onderwijs. In het Kinderrechtenverdrag staat dat kinderen recht hebben op onderwijs. D66 heeft daar in de Tweede Kamer een wetsvoorstel (Leerrecht) voor ingediend. Het doet spreekster plezier dat dat is opgenomen in de stukken.
Eerder is afgesproken dat Amsterdam ieder jaar een mensenrechtenonderzoek uitvoert. Spreekster stelt voor om daar het recht op onderwijs bij te betrekken met een onderzoek hoe de toegang tot onderwijs zo goed mogelijk geborgd kan worden en hoe (met een pilot) uitvoering kan worden gegeven aan het Leerrecht met medewerking van bijvoorbeeld kinderombudsman, Balans en de kinderen zelf. De stem van de kinderen komt niet terug in de ambities. Ze kunnen vragen beantwoorden als ‘Hoe kan een schoolgebouw helpen met weer naar school te gaan?’ of ‘Welk effect heeft de invoering van leerpleinen op de toegang van onderwijs?’. Het lid BROERSEN heeft met een zusje met een rugzakje haar hele basisschoolperiode gezien hoe belangrijk speciaal onderwijs is met extra leerkrachten die kinderen met een engelengeduld apart namen. Dat is een groot verschil met nu. Zij is dan
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 19 juni 2024
ook blij met de voorliggende uitgebreide agenda. Die is hard nodig om zaken op een mooie manier te verbeteren. Een inspreker heeft eerder opgeroepen voor een onderzoek naar thuiszitters in Amsterdam, hun reden en hun behoeften op school. Hoe kijkt de wethouder hiernaar? Kinderen met een extra zorgbehoefte zijn constant genegeerd, aldus die inspreker. In de Gezamenlijke Amsterdamse aanpak wordt samengewerkt met diverse instellingen. Spreekster pleit ervoor om ook daar de jongeren die thuis zitten, bij te betrekken. Wat zijn de uitdagingen in het kader van de personeelstekorten? Ligt de focus op investeren in sterke professionals? Het lid BOUALI wil weten hoe er extra wordt ingezet op scholen en buurten waar de extra uitdagingen het grootst zijn. Het lid DE JONG tipt de wethouder dat de verschillen tussen de scholen worden veroorzaakt door de aan- of afwezigheid van een schoolarts. Die wordt als eerste geconfronteerd met langdurig schoolverzuim. Wethouder MOORMAN is blij met de bespreking van verschillende onderwerpen over jeugd en jongeren, juist omdat de gemeente breder wil kijken dan alleen jeugdzorg. Daar moet ook het onderwijs bij worden betrokken. De Amsterdamse methode is een methode. Daar vinden trainingen over plaats. Dat is staande praktijk. De start van de autie-klassen is een goede ontwikkeling. Dat voorkomt dat kinderen naar speciaal onderwijs moeten.
Elk kind zou regulier onderwijs moeten krijgen. In de huidige situatie zitten echter steeds meer kinderen op speciaal onderwijs en zitten er ook steeds meer kinderen thuis, terwijl de doelstelling toch inclusief onderwijs is. Twee jongeren van het jeugdplatform geven op hun oude school op basis van eigen ervaringen trainingen over neurodiversiteit. Dat zorgt op een fijne manier voor begrip voor verschillen tussen kinderen. Dat krijgt nog veel te weinig aandacht in de lerarenopleiding. Het is begrijpelijk dat autisme vaak wordt genoemd, maar het gaat ook over hoogbegaafdheid, adhd en add, maar eerder is er al gesproken over dat er teveel gelabeld wordt. Jongeren geven aan blij te zijn met het begrip van hoe ze zijn, maar willen er ook gewoon bij blijven horen. Daar moet de omgeving zich ook bewust van worden. De wethouder begrijpt de opmerking over de inrichting van schoolgebouwen met bijvoorbeeld gedempt licht en geluid en ruimtes voor kinderen die zich willen terugtrekken. Scholen gaan over hun eigen inrichting, maar het is goed om er over te praten. De zorgonderwijsgroepen, ZOG, ten behoeve van kinderen die vrijgesteld zijn van onderwijs, zitten in onderwijsgebouwen terwijl het officieel geen onderwijs is. Eerder werden deze kinderen weggestuurd. Dat maakt de financiering dat gebaseerd is op het aantal leerlingen en het schoolgebouw, complex.
Het speciaal onderwijs wil meer ambulant werken en haar expertise en de kennis gebruiken in het regulier onderwijs. Drosteburg vraagt dus waar de gemeente al aan werkt. Het jonge kind (dus ook de vierjarigen) staat uitermate centraal, maar dat kan er ook voor zorgen dat kinderen niet in het reguliere proces terechtkomen. Elk nieuw KDC, voor kinderen met een vrijstelling, is snel vol. Een KDC wordt echter als onderwijs aangemerkt. Daarmee hebben deze kinderen leerrecht. De wethouder beaamt dat de doelstelling om kinderen maximaal drie maanden thuis te laten zitten, niet is gehaald. Vorig jaar waren er 143 kinderen die langer dan drie maanden niet naar school gingen. De wethouder legt uit dat het moeilijk is om vergelijkingen te maken omdat de definitie van thuiszitters verschilt. Voor Amsterdam gaat het om geoorloofd en ongeoorloofd verzuim langer dan vier weken. Landelijk bestaat er geen definitie. Het lid Broersen heeft gevraagd om in de gezamenlijke aanpak de stem van de kinderen (vooral de thuiszitters) mee te nemen. Dat kan inderdaad zorgen voor een brede aanpak. Juist in het jeugdplatform is dat ook het geval. De mensenrechtenscan is de afgelopen jaren steeds op een andere manier uitgevoerd. De kinderombudsman heeft twee jaar geleden een onderzoek gedaan. Vorig jaar heeft Zorg dat gedaan. De scan wordt ook niet ieder jaar uitgevoerd. De wethouder
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 19 juni 2024
zegt toe uit te zoeken hoe dit belegd is in de organisatie en of het iets toevoegt aan de bestaande kennis. Het lid Bouali wilde weten hoe de gemeente ervoor zorgt dat de meeste inzet plaatsvindt op plaatsen waar het het hardst nodig is, mede gezien het lerarentekort in het speciaal onderwijs. Dat is inderdaad relevant. Het Samenwerkingsverband PO hanteert daarvoor nu een ander model dan het schoolmodel (de middelen verdelen op basis van het aantal leerlingen); nu doet ook leerlingengewicht er toe. De wethouder is voorstander van een integraal team op iedere school met een schoolarts, maar bijvoorbeeld ook een schoolpsycholoog en schoolverpleegkundige. Ook de leerplichtambtenaar werkt nu op een andere manier, gebaseerd op de Amsterdamse maatwerkmethode met de zorg dat de leerlingen weer op het juiste spoor terechtkomen. Het lid DE JONG merkt op dat er een te groot tekort is aan jeugdartsen. Zijn aanof afwezigheid kan de verklaring zijn dat het op de ene school soepeler loopt dan op de andere, ook wat betreft langdurig verzuim. Wethouder MOORMAN legt uit dat in principe aan elke school een jeugdarts is verbonden, maar beaamt dat er een groot tekorten is aan jeugdartsen. Verder zijn er afspraken gemaakt met het Ouder-en-kindteam over een maatwerkplan per school met een gevarieerde inzet op basis van de aanwezige problematiek.
Het lid BROERSEN is blij dat de wethouder ook jongeren die ervaring hebben met thuiszitten, wil betrekken bij de gezamenlijke aanpak. Hoe gaat de wethouder dat realiseren? Wethouder MOORMAN deelt mee dat dat al voor een deel gebeurt in gesprekken met het jeugdplatform. Partners hebben veel kennis en ervaring. De wethouder zegt toe om samen met hen te kijken hoe dat zo goed mogelijk kan worden aangepakt. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Het hoeft niet verder te worden behandeld in de raadsvergadering.
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief raadscommissieverslag, 19 juni 2024
13. Initiatiefvoorstel Amsterdamse verhalenprijs van het lid Wehkamp (D66) (VN2024008030) Het lid WEHKAMP geeft een toelichting op het voorstel. Ze komt uit een dorp met 300 inwoners en een basisschool met 35 kinderen. Ze bracht als kind een bezoek aan de gay-parade in Amsterdam en was verbaasd over de vrolijkheid en de vrijheid. Als je zo’n verhaal vertelt (of leest of schrijft), over wat je lief hebt en leuk vindt, kun je zaken gemakkelijker uitleggen. Helaas vinden veel kinderen lezen en schrijven niet meer leuk. Een op de drie kinderen verlaat de middelbare school als analfabeet en hebben daarmee niet voldoende kennis om mee te doen in de maatschappij. Leraren geven aan dat kinderen met goed leesonderwijs sociaal groeien. Scholen investeren steeds meer in het leuk maken van lezen en niet meer alleen in het begrijpend lezen. Spreekster hoopt dat dit initiatiefvoorstel daaraan bijdraagt. Het is een goed moment om kinderen verhalen te laten vertellen en schrijven over wat ze lief hebben, om Amsterdamse schrijvers te horen vertellen over hun verhaal van Amsterdam en hoe je dat met elkaar kan delen. Spreekster bedankt de OBA en de wethouder voor de steun aan dit initiatiefvoorstel en besluit met de vraag ‘wanneer gaan we van start?’.
Het lid RUNDERKAMP is benieuwd naar het verhaal van de achtjarige mevrouw Wehkamp die de Gay-pride bezocht en wil weten wie de prijs kan overhandigen aan de winnaar van de verhalenwedstrijd. Het lid WEHKAMP vindt dat jongeren zelf moeten meedenken over wie de prijs gaat overhandigen. Het lid BROERSEN prijst dit mooie initiatiefvoorstel en het enthousiasme van de initiatiefnemer. Ze gaat ervan uit dat zij de prijs zou winnen met haar verhalen over haar werk in een nachtclub, maar zegt toe niet mee te doen. Ze kijkt uit naar de verdere uitwerking. Wethouder MOORMAN heeft het vermoeden dat het voorstel wordt aangenomen in de raad. Daarna kan er snel mee gestart worden in het kader van Amsterdam 750. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is behandeld. Over het voorstel wordt in de raad van 17 en 18 juli 2024 gestemd.
Sluiting De VOORZITTER bedankt iedereen voor inbreng en belangstelling en sluit de vergadering.
30