Definitief verslag OZA 02-11-2022
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Raadscommissieverslag, 02 november 2022
Vergadering
Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Vergaderdatum Woensdag 02 november 2022 van 09.00 tot 12.06 uur in de Willem Kraanzaal Verslag vastgesteld op: Woensdag 23 november 2022 Voorzitter: het lid Nanninga Portefeuillehouders: wethouder Van Buren, wethouder Rijxman Commissiegriffier: K. van Klooster, N. Bakkali Verslaglegging: M. Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Alberts (SP), Bilgin (Forum voor Democratie), Didderen (PvdD), Von Gerhardt (VVD), De Jong (JA21), Van Laake (Volt), Van Pijpen (GroenLinks), Runderkamp (PvdA), Wehkamp (D66), Wijmenga (CDA), Yemane (GroenLinks) Afwezige commissieleden: de leden Bons (BIJ1), Van Haarlem (Forum voor Democratie) Overige aanwezigen: E. Brussaard, R. Aallouch, Q. Dasburg
ALGEMEEN GEDEELTE
1. a. Opening De VOORZITTER opent de vergadering om 09.03 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER merkt op dat wethouder Moorman zich heeft afgemeld. Haar plaats wordt voor de rondvraag ingenomen door wethouder Van Buren. Het lid Bilgin vervangt het FvD-lid Van Haarlem. Verder is er een afmelding van het lid Bons van BIJ1. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER maakt melding van het voorstel van het lid Van Pijpen om agendapunt 3 over Switch door te schuiven naar de vergadering van 23 november a.s. Het lid Khan stelt voor om agendapunt 5 over het Cornelius Haga Lyceum van de agenda af te voeren. Zij constateert dat de commissie met deze wijzigingen akkoord gaat. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 12 oktober 2022. Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
Er zijn geen opmerkingen. f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken tot bespreking op 23 november a.s.: TKN-3 op verzoek van de leden Hakiki, Wehkamp en Van Laake. TKN-6 op verzoek van het lid Abdi. Zij constateert dat de commissie hiermee akkoord gaat. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen. INHOUDELIJK DEEL 2. a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk gedeelte van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek E. BRUSSAARD spreekt namens Stichting Single SuperMom / Alliantie Mannen Vandaag. De gemeente Amsterdam vindt mannenemancipatie erg belangrijk. Zij is oprichter van Single SuperMom. 87% van de vrouwen in Amsterdam staat alleen voor de opvoeding van kinderen, en daarom is mannenemancipatie heel erg belangrijk. Het zou voor iedereen belangrijk moeten zijn, want als mannenemancipatie niet worden bevorderd, kost dat de overheid een heleboel geld door vechtscheidingen, of oneerlijke verdeling van taken waardoor vrouwen niet aan het werk komen en langdurig in armoede zitten. Het kan heel veel problemen veroorzaken. Zij was daarom heel erg blij dat mannenemancipatie op de agenda werd gezet. Zij heeft met de inzet van veel tijd met alle andere organisaties in de stad een mannenalliantie gevormd in elk stadsdeel. Het idee was om met zijn allen te gaan kijken wat er in de stad kon veranderen.
Er is een plan ingediend, maar dat is vervolgens ‘verdwenen’. Iedereen vindt het belangrijk, er is geld beschikbaar gesteld, dus moet mannenemancipatie op de kaart gezet worden. Zij vraagt waar het geld, dat al beschikbaar was gesteld, naartoe gegaan is. R. AALLOUCH spreekt namens Stichting Home Empowerment over mannenemancipatie. Bijna 80% van de slachtoffers van huiselijk geweld is vrouw. De Stichting zet zich in voor verborgen vrouwen. Het is belangrijk ook wat te doen met de plegers. Er wordt veel aan mediation gedaan. De Stichting ondersteunt niet alleen het slachtoffer, maar ook de dader omdat emancipatie van mannen heel belangrijk is. Anders blijf je het in stand houden. Het is dan gieten van water in zand, een spreekwoord dat zij leerde van haar ouders. Mannenemancipatie is door de Alliantie ingediend, maar helaas is dat niet gelukt. Ook heeft zij vernomen dat andere organisaties het geld evenmin hebben gekregen. Mannenemancipatie is heel belangrijk. Corona heeft een enorme impact gehad op gezinnen. Huiselijk geweld komt het meest voor in Nieuw-West. Dat is ook het grootste stadsdeel, met veel bewoners die onder de armoedegrens leven. Voor mannenemancipatie heeft de Stichting, als ogen en oren in de wijk, wel de steun van de raad nodig. Zonder die ondersteuning kan zij niet verder. Zij nodigt uit om vragen te
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
stellen. Dat is belangrijk, want het gaat om kwetsbare burgers van Amsterdam. De politie rijdt elke drie minuten uit voor huiselijk geweld. Zonder mannenemancipatie blijft dat doorgaan. Het wordt tijd iets te doen. De taakverdeling is heel belangrijk. Het lid RUNDERKAMP vraagt waar de niet gehonoreerde subsidieaanvraag is ingediend. Bij het stadsdeel? R. AALLOUCH antwoordt dat zij subsidie heeft gevraagd aan de gemeente. De Stichting zet zich in voor slachtoffers van huiselijk geweld, dus verborgen vrouwen. Zij doet veel aan mediation, waarbij de daders meegenomen worden. Zonder deze bijdrage kan de Stichting niet verder. Het kost zo te veel tijd. Er zijn niet eens voldoende financiën voor trajecten voor de gezinnen. Dat geldt nog meer voor mannenemancipatie. Het lid VAN PIJPEN vraagt of zij contact heeft met organisaties zoals Veilig Thuis of de Blijf Groep. Hoe zit het met de samenwerking? R. AALLOUCH antwoordt dat de Stichting nauw samenwerkt met de Blijf Groep, die ontzettend blij is met de Stichting als informele zorg in de wijken. De Stichting zit in Nieuw-West en is een soort kenniscentrum geworden. Zij is zelf ervaringsdeskundige en socioloog. Zij zet zich sinds de jaren tachtig in voor kwetsbare gezinnen en meiden. Zij heeft het eerste Marokkaanse meisjescentrum opgezet in Amsterdam.
Zij is een echte Amsterdammer en weet wat er leeft in de stad, met name bij de kwetsbare doelgroepen. Er wordt samengewerkt met OKT’s, de Blijf Groep, de buurtteams en de politie. Zij trekt in de wijk samen op met de politie als het gaat om een huisverbod of kindermishandeling. De gezinnen worden in beeld gebracht bij Veilig Thuis. De Stichting loopt tegen heel veel dingen aan, bijvoorbeeld de grenzen van de stadsdelen. Als er een beroep gedaan wordt op de Stichting vanuit het gebied buiten Nieuw-West, dan wordt ze op het matje geroepen. Als ze financiën krijgt van Nieuw-West, waarom helpt de Stichting dan mensen van West? Maar men ziet zich bij de Stichting zoals de witte artsen. Als iemand verborgen is en niet door de formele of informele partners bereikt wordt, deelt zij de expertise. Vandaar het belang van mannenemancipatie om het huiselijk geweld terug te dringen. Het lid WEHKAMP begrijpt dat er door gebrek aan financiën programma’s van de Stichting dreigen te stoppen. Zij vraagt hoe die mannenemancipatie eruitziet. Kan ze ook iets meer vertellen over de genoemde mediation? R. AALLOUCH antwoordt dat vertrouwenspersoontrainingen gegeven worden. Er wordt niet alleen mediation gegeven, maar er is ook aandacht voor de opvang voor mannen en het voortraject. Als een traject binnenkomt, blijven veel vrouwen thuis. Soms wordt er een huisverbod opgelegd. Je zit dan met de pleger.
Die moet je ook horen. Je moet de pleger tijd en aandacht geven; er moet een plekje voor hem gezocht worden. Soms moet er contact opgenomen worden met het netwerk van de pleger. Misschien kan de pleger daar opgevangen worden. Alles moet zoveel mogelijk in harmonie opgelost worden. Daarnaast moet je ook zorgen dat er hulpverlening ingezet wordt. Je moet contact opnemen met de psycholoog of de psychiater. Al die dingen kosten tijd, dus geld. Dat geld heeft de Stichting niet. Er wordt gewerkt met veel vrijwilligers. Maar ook die moet je, om ze gemotiveerd te houden, belonen. Dat mist zij. Daarom heeft de alliantie het project gezamenlijk ingediend. Het lid WEHKAMP begrijpt dat er eerst wel budget was. Klopt het dat die geldstroom nu stopt? R. AALLOUCH antwoordt dat de Stichting in Nieuw-West voor 45 gezinnen, waarbij 20 kwetsbare jonge meiden, subsidie ontvangt voor slachtoffers van huiselijk geweld. Op jaarbasis bedient zij jaarlijks 265 gezinnen, allemaal vrijwillig met vrijwilligers en ervaringsdeskundigen.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
Het lid VON GERHARDT vraagt om welke reden de subsidie niet is toegekend. Is zij daarover in gesprek gegaan met de gemeente? Wat kan de gemeenteraad verder doen om ervoor te zorgen dat mevrouw Aallouch haar werk makkelijker of beter kan uitvoeren? R. AALLOUCH antwoordt dat de Super Single Man de penvoerder was van haar organisatie. Men vond de onderbouwing van de aanvraag onvoldoende. Zijzelf denkt dat die onderbouwing er wel degelijk is. De alliantie zet zich in verschillende delen van de stad in. Er zijn partners in Noord, Zuid, West en Nieuw-West. Eigenlijk is het een alliantie over de hele stad. Het zijn allemaal informele organisaties met vrijwilligers. Zijzelf vond de afwijzing van de gemeente niet voldoende onderbouwd. Zij is met hen in gesprek gegaan. Men zei: misschien wel bij de volgende keer. Maar waar is dat geld dan gebleven? Ook heeft zij geïnformeerd bij de andere formele partners, zoals welzijnsorganisaties waarmee zij samenwerkt. Daarvan hebben ook veel mannenorganisaties die aanvraag ingediend. Van hen heeft zij vernomen dat het ook aan niet is gegund. Het geld ligt er dus en de Stichting is er. Zij wil het geld graag uitgeven en daarover aan de raad verantwoording afleggen. Ook heet zij iedereen uit om een kijkje te komen nemen in de keuken.
Het lid BILGIN heeft de indruk dat het niet lukt om een groot deel van de slachtoffers en gezinnen in Nieuw-West te bereiken. Hij vraagt welke impact de gevraagde financiële bijdrage van de gemeente zal hebben op het wel of niet vinden van die gezinnen. R. AALLOUCH antwoordt dat een financiële bijdrage zal bijdragen aan het vinden, herkennen en signaleren van huiselijk geweld. De Stichting geeft preventieve voorlichting aan de basisscholen en zet ervaringsdeskundigen in. De ervaringsdeskundigen hebben het zelf meegemaakt en kunnen het goed verwoorden en signaleren, waardoor je ook achter de voordeur komt. Het begint achter de voordeur. Gezinnen willen bij elkaar blijven. Je moet de problematiek oppakken waarmee die gezinnen te kampen hebben. Ga je met de bezem door het huis, dan ga je het ook wegzetten en delen met andere, formele partners. Daarmee doelt zij op welzijnsorganisaties, de expertise van de Blijf Groepen die verschillende trainingen en cursussen aanbieden. Dan kan de Stichting die mensen warm aanmelden. Je moet deze mensen ambulant begeleiden, maar dat kost veel tijd en inspanning. Voor het begeleiden van iemand bij het doen van aangifte ben je al acht uur bezig. Daarnaast is er nog het doorverwijzen en overbrengen naar de informele organisaties, er zijn de rapportages die je moet overleggen, er is het verhaal dat je goed moet belichten.
Om voor een noodbed voor iemand te zorgen moet je het hele systeem omzetten. Soms lukt dat niet. Het komt dan voor dat iemand dan ter overbrugging, bijvoorbeeld omdat het weekend eraan komt, moet overnachten bij een ervaringsdeskundige. Je kunt iemand met een minderjarig kind die slachtoffer is geweest van huiselijk geweld niet in de kou laten staan, omdat er geen time-outplek is. Dat speelt zich af in Nieuw-West. Zij wil het graag nog een keer over dit onderwerp hebben, maar dan in het algemeen over huiselijk geweld in de gemeente Amsterdam. Het lid YEMANE vindt het schrijnend te horen dat de Stichting niet genoeg gefaciliteerd wordt, waardoor het niet mogelijk is dit belangrijke werk goed uit te voeren. Zij begrijpt dat de Stichting rapportages moet aanleveren als zij werkt met formele organisaties. Gebeurt dat nog steeds vanuit de vrijwillige inzet? Is er gesproken over een andere manier van samenwerken, zodat de Stichting niet te zwaar belast wordt? R. AALLOUCH antwoordt dat de Stichting vrijwillig rapporteert. Alles wat zij voor de 250 gezinnen doet is vrijwillig. Natuurlijk kijkt zij of het anders kan, maar zonder de expertise van een formele organisatie en met angstige slachtoffers is het moeilijk om te vragen een casus over te nemen. Dat komt niet aan. Vandaar de samenwerking.
Gelukkig is er het handboek dat nu ook in Nieuw-West en andere stadsdelen wordt geïmplementeerd. Toch kan de formele en informele samenwerking nog altijd beter.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
Q. DASBURG spreekt namens 1ouderpunt, maar als Amsterdammer spreekt hij ook namens vele anderen. Al tien jaar is hij alleenstaande vader. De stad verandert qua uiterlijk en techniek. Het gezin verandert ook, waar men vaak geen rekening mee houdt. De rollen van man en vrouw veranderen. Het is niet langer vanzelfsprekend dat de man kostwinner is en de vrouw thuis zit. Er zijn deeltijdbanen waardoor zowel in de verzorging als in de opvoeding veel meer gedeeld wordt. Het gezin is zoals bekend de hoeksteen van de samenleving. Die moet stevig zijn zodat hij de samenleving kan dragen, nu en in de toekomst. Je behoudt dan moraal, principes en respect. In een gezin is balans nodig, naast rust, geborgenheid en veiligheid. De taak van de man in het gezin moet veranderen en verruimen. Hij spreekt uit ervaring. Door omstandigheden kwam hij te zitten met een kind van drie, een kind van vijf en een van veertien. Hij heeft het dus in alle facetten mee kunnen maken. Hij leerde de taak van de vrouw kennen. Nu is het hem duidelijk dat ze moe wordt, van het poetsen, kleren wassen, vouwen, eten bereiden, aandacht geven. En dan moet ze ook nog tijd vinden voor zichzelf. Ook moet zij haar partner tevreden stellen om thuis de rust te behouden en problemen te voorkomen. Daarin moet verandering komen, wat je kunt het niet alleen als mens. Of je nu het geld verdient, of niet.
Het werk moet gedeeld worden en er moet meer begrip voor elkaar komen, zodat ook meer balans gaat ontstaan. De man moet weten wat er speelt bij de vrouw, waardoor hij beter kan inspringen op de behoeftes. Dat maakt dat er straks minder gebroken gezinnen zullen zijn. De huidige jeugd komt dan later niet te zitten met de problemen van nu. Een groot deel van de talrijke vrijgezellen in Amsterdam leeft in gebroken gezinnen. Het lid DE JONG vraagt welke taken de heer Dasburg voor de gemeente ziet. Q. DASBURG antwoordt dat hij voor een gemeente een ondersteunende taak ziet. Er zijn veel vrijwilligers. Hijzelf is ervaringsdeskundige. Via een andere organisatie heeft hij een opleiding tot ervaringsdeskundige kunnen doen. Maar als die organisaties geen geld hebben voor het faciliteren van denktanks, maak je geen gebruik van mensen met visie en ideeën. Die zouden kunnen helpen nieuwe lijnen uit te zetten. Dat zou dan weer omgezet kunnen worden in cursussen, workshops, het voorzien in de behoefte van volwassenen van nu en straks. Het probleem hoeft zich dan niet generatieslang voort te slepen. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten ingebracht. d. Rondvraag Het lid DIDDEREN heeft van verschillende kanten gehoord dat de termijn voor het beantwoorden van de aanvraag voor energietoeslag ruimschoots overschreden wordt. Zij sprak mensen die de aanvraag in juli hebben ingediend.
De termijn zou twee maanden zijn, dus hadden ze in september iets moeten horen. Die hebben nog steeds niets gehoord. De gemeente zegt dat de aanvraag nog in behandeling is. Vier maanden lijkt best een lange termijn voor iets dergelijks. Zij vraagt waarom het zo lang moet duren. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat er nu aan in totaal 82.000 huishoudens de eerste 800 euro is uitgekeerd. Het Amsterdamse college heeft fors ingezet op ambtshalve toekenningen. Een grote meerderheid van de Amsterdamse minimahuishoudens, namelijk 77.000, hebben het bedrag al automatisch op hun rekening gekregen. Zij hoefden dus geen aanvraag in te dienen. Minima die geen beroep doen op gemeentelijke uitkeringen, zoals de bijstand, zijn niet bekend bij de gemeente en moeten zelf een aanvraag doen. Er zijn meer aanvragen binnengekomen dan verwacht. Men ging uit van 10.000 aanvragen
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
en dat zijn er tot op heden ongeveer 20.000 geworden. Elke week komen er nog honderden binnen. De totale werkvoorraad bedraagt op dit moment 11.700 aanvragen, waarvan er 5100 buiten de termijn vallen. Het streven is om alle aanvragen binnen de wettelijke termijn van acht weken af te handelen, maar dat lukt door het grote aantal aanvragen niet altijd. Het is ook een eenmalige nieuwe regeling. Er was niet voorzien dat de ontwikkelingen zich zo snel zouden opvolgen. Eerst was het 800 euro, en dat werd nog eens verhoogd naar 1300 euro. Zoveel aanvragen vergen behoorlijk veel van de capaciteit van het ambtelijk apparaat. Het is wel gelukt om hiervoor nieuwe medewerkers te werven. Er werken nu 40 fte om alle aanvragen zo snel mogelijk af te handelen en de achterstanden in te lopen. Ook de procedure is aangepast om het sneller te kunnen afhandelen. Naar verwachting zullen alle achterstanden in december ingelopen zijn. Als huishoudens in problemen raken, kan hun aanvraag met voorrang afgehandeld worden. De hulpverleners en alle intermediairs zijn hiervan op de hoogte. Het lid VAN PIJPEN vraagt naar aanleiding van de inspraak om welke reden precies de subsidieaanvraag voor mannenemancipatie afgewezen is. Wethouder RIJXMAN zegt toe dat zij hierop een andere keer zal terugkomen. Het lid DE JONG begreep van de inspreker dat er wel een verdeling is geweest van de gelden.
Naar welke organisaties is het geld gegaan? Wethouder RIJXMAN zegt toe dat zij die uitsplitsing de volgende commissievergadering zal leveren. Het lid BILGIN refereert aan de bijdrage van de insprekers. Hij heeft gehoord dat slachtoffers vaak moeite hebben met het doen van aangifte of het vinden van een opvangplek. Het is mooi dat er organisaties zijn die mensen hierbij helpen. Denkt de wethouder dat dit soort barrières structureel zijn in de stad? Is zij het eens dat het belangrijk is om groepen die hiermee bezig zijn financieel te ondersteunen? Wethouder RIJXMAN zegt toe dat zij er bij de volgende vergadering op terug zal komen. Het lid ALBERTS brengt onder de aandacht dat pas op 28 oktober schriftelijke vragen van 31 mei jl. over bijlesinstituten beantwoord werden. Het college blijkt het zeer met haar partij eens te zijn. In de beantwoording staat dat de wethouder dit zal aankaarten in het BBO met de basisscholen. Zij vraagt wanneer dat gaat gebeuren? Krijgt de commissie een reactie? Het BBO heeft goed samengewerkt met betrekking tot de detacheringsbureaus, iets in dezelfde sfeer als de bijlesinstituten. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat wethouder Moorman zeker bereid is om deze kwestie in het BBO aan te kaarten. Zij zal aan de schoolbesturen vragen alert te zijn als er flyers worden uitgedeeld.
Het is echter niet mogelijk om het BBO te dwingen tot onderlinge gezamenlijke afspraken. Wethouder Moorman zal daar wel zeer op aandringen. Zij weet niet wanneer het eerstvolgende BBO is, maar zij gaat ervan uit dat erover gerapporteerd zal worden. Het lid ALBERTS leest in de beantwoording ‘binnenkort’. Het BBO komt ook regelmatig terug. Zij vraagt daarom het onderwerp aan te snijden bij het eerstvolgende BBO. De wethouder zegt dat het niet afgedwongen kan worden, maar dat bedoelde zij niet. Het gaat erom dat de scholen de koppen bij elkaar steken. Degenen die staan te flyeren voor bijlesbureaus moeten weten dat het zinloos is naar een volgende school te gaan, omdat ze daar hetzelfde antwoord krijgen. Dat is pedagogiek, waarin basisscholen nu juist heel goed zijn.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
Wethouder VAN BUREN vermoedt dat wethouder Moorman het hiermee helemaal eens zal zijn. Zij denkt dat dit bij het eerstvolgende BBO aangekaart zal worden. BESPREEKPUNTEN Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 4. Raadsbrief ter afdoening van de toezegging over de gevolgen van de aanbesteding Huishoudelijke hulp (TA2022-000605) (VN2022-033951) Het lid VAN PIJPEN heeft het liever over huishoudelijke zorg dan over Hulp bij Huishouden. Vandaag stond daarover een artikel van haar in de krant. De huishoudelijke zorg is het fundament van onze zorg. Zonder dat betaal je de prijs op vele andere plekken. De aanbesteding zal daaraan moeten bijdragen. Helaas lijkt het er soms op dat die er juist aan afdoet, met name als het gaat om personeel. Er zijn na de aanbesteding nog steeds wachtlijsten. De vraag is nu hoe ervoor te zorgen dat de aanbesteding niet leidt tot langere wachtlijsten. Bij het lezen van de brief viel haar op dat de invloed van de gemeente en de aanbieders op het personeel beperkt is. Het lijkt haar juist dat die invloed heel erg groot is. Zij vraagt een toelichting. Niet duidelijk wordt uit de brief hoeveel medewerkers overgestapt zijn. Nu relateert men het aan het aantal cliënten. 50% heeft zijn eigen medewerker gehouden, maar dat zegt nog niet zoveel over medewerkers. Zij vraagt of nieuwe aanbieders verplicht zijn om medewerkers onder dezelfde voorwaarden over te nemen.
En wat gebeurt er verder om ervoor te zorgen dat de medewerkers behouden blijven voor de zorg? Er is al een personeelstekort, en dan is het zorgelijk als door de aanbesteding het personeelstekort nog verder toeneemt. Wat gebeurt daar specifiek aan? Van Cliëntenbelang heeft haar fractie een aantal ernstige klachten gehoord over een specifieke aanbieder. Cliënten worden aan hun lot overgelaten en ze worden niet overgedragen. Is de wethouder bekend met die klachten? Kan het dat een nieuwe aanbieder, al dan niet als gevolg van personeelstekort, niet kan voldoen aan de eigen aanbesteding? Wat gebeurt als men niet kan leveren? Het lid RUNDERKAMP heeft een aantal aanvullende vragen. In Het Parool stond dat de wachtlijsten opgelopen zijn van 500 in 2020 naar 1740 nu, op een totaal aantal mensen dat huishoudelijke zorg nodig heeft van 11.800. Hij vraagt hoeveel mensen huishoudelijke zorg nodig hadden in 2020. De wethouder geeft in Het Parool aan dat tot en met 2026 er 25 miljoen euro extra wordt geïnvesteerd in de huishoudelijke zorg. Hoe worden die gelden precies ingezet? Verder zegt de wethouder dat dit geld ertoe leidt dat naar verwachting de wachttijden in 2026 teruggebracht zijn van 9,4 maanden naar 3,3 maanden. Hij vraagt in hoeverre die verwachting waargemaakt kan worden als de personeelskrapte aanhoudt.
Waar is die 3,3 maanden op gebaseerd? De gemeente zet in op het ontmoedigingsbeleid. Hij vraagt hoe dat er concreet uitziet. Heeft het tot nu toe geleid tot concrete resultaten? Het lid WEHKAMP ziet in veel dossiers die in de commissie langskomen dat het lastig is om personeel te vinden. Zij las het opiniestuk van het lid Van Pijpen. Zijzelf heeft een zomer als huishoudelijke hulp gewerkt en merkte dat het neerkwam op drie uur poetsen en een halfuur praten. Je zag dat mensen sterk hechten aan dat halfuur, iets waaraan zij moet denken als ze dit leest. In de brief wordt duidelijk dat personeel een overstap moet maken van gegunde naar niet-gegunde aanbieder. Het is daarbij belangrijk om te luisteren naar de wensen van de medewerkers, zodat een goede match ontstaat. Wordt het personeel goed geïnformeerd over de stappen in het proces van de overname? De verantwoordelijkheid hiervoor ligt niet bij de gemeente, maar die heeft wel de verantwoordelijkheid te zorgen voor goed personeel. Misschien helpt dat, want een rommelige overdracht betekent een verlies van personeel. De gemeente heeft een mooie wervingsvideo gemaakt (‘Zorg voor
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
Amsterdam’) De tekorten in de zorg zijn schrijnend. Niet alleen in de huishoudelijke hulp, maar ook in de jeugdzorg. De financiële tekorten in de huishoudelijke hulp komen ook omdat teveel mensen gebruikmaken van het budget, zodat het niet toereikend is. Het lid VAN PIJPEN hoort het lid Van Pijpen zeggen dat teveel mensen gebruikmaken van huishoudelijke zorg. Wanneer is het teveel? Het lid WEHKAMP antwoordt dat er teveel mensen zijn voor het beschikbare budget. In het coalitieakkoord staat dat men niet wil tornen aan het recht op Hulp bij Huishouding, maar het gebruik van de regeling ontmoedigt door Amsterdammers met voldoende middelen in overweging te geven om de HbH zelf te organiseren. Om de tekorten tegen te gaan onderzoekt men hoe de middelen zo goed mogelijk via individuele benadering en wachtlijstdifferentiatie kunnen worden besteed. Zij vraagt wat de status ervan is. Zou het mogelijk zijn om budget te reserveren voor schrijnende gevallen, zoals voor mensen die net geopereerd zijn? Kan de wethouder een update geven van hoe het met deze individuele gesprekken staat? Welke rol spelen de buurtteams in deze gesprekken? Het lid DIDDEREN sluit zich aan bij vorige sprekers. In de stukken staat dat mensen door het personeelstekort steeds vaker afhankelijk zijn van mantelzorg door familieleden, met de invloed die dat heeft op de levens van zorgbehoevenden en mantelzorgers.
Vooral vrouwen nemen deze zorgtaken op zich. Wat betekent het dat de kosten voor dit personeelstekort specifiek bij vrouwen terechtkomen? Zij verwijst in dat verband naar de inspreker vandaag die het belang van een goede verdeling van zorgtaken benadrukte. Ingrijpen op dit probleem is dus ook van belang om de agenda gelijkheid in de stad te verbeteren. Hoe denkt de wethouder daarover? Kijkt men met een genderbril bij het maken van beleid, het uitzetten van aanbestedingen etc.? Het lid VON GERHARDT bedankt de wethouder voor de brief, waarin staat dat 2150 mensen een nieuwe aanbieding krijgen voor huishoudelijke hulp. Volgens de wethouder is er een goede overdracht geregeld, maar er komen signalen dat dit niet waar is. Er gaat veel mis. Zo kreeg een 87-jarige vrouw al een aantal jaren huishoudelijke hulp. In oktober stond er plotseling en tot haar schrik een nieuw iemand voor de deur, dus zonder overdracht. Zoiets kan voor iemand van die leeftijd intimiderend overkomen. Daarbij kwam de nieuwe kracht in plaats van een keer per week, nog maar een keer in de twee weken. Er blijkt dus toch echt wel wat mis te gaan bij de overdracht. Hoe kan dit zo gebeuren? Hoe kan het dat mensen plotseling minder huishoudelijke hulp krijgen? Dit signaal lijkt niet op zichzelf te staan. Er zijn heel wat mensen die niet op lijsten staan, maar wel overgedragen moeten worden.
Deze mensen vallen tussen wal en schip. Herkent de wethouder deze signalen? Hoe kan het dat dingen mislopen terwijl men zegt dat er voor 97% een overdrachtsafspraak is gemaakt? Is de wethouder het met de VVD eens dat de zorg die mensen oorspronkelijk kregen op hetzelfde niveau moet blijven als voorheen? Mensen zouden door deze aanbesteding niet plotseling minder huishoudelijke hulp moeten krijgen. Hij sluit zich aan bij de vragen van het lid Van Pijpen over personeelstekorten. Hoe gaat het met die personeelstekorten? Heeft de aanbesteding eraan bijgedragen dat er veel personeel is verdwenen? Men is van 25 naar 8 aanbieders gegaan. Hoeveel personeel is daarmee verloren? Had men niet moeten kiezen voor meer aanbieders om zodoende het personeelstekort te verminderen? Wat kan gedaan worden om het personeelstekort op te lossen? Het lid ALBERTS ziet in deze brief bewijs dat het aanbestedingscircus ‘prut’ is. Wat is men ermee opgeschoten? Cliënten en medewerkers vallen tussen wal en schip. Vermoedelijk hebben de bureaus die dit begeleiden er goed aan verdiend, maar de mensen die zorg nodig hebben krijgen die niet, of niet goed, of te laat. Zij heeft om een update gevraagd. Cliëntenbelang heeft de vorige keer al ingesproken met allerlei dramatische verhalen. Nu blijkt op 31 oktober nog steeds niet iedereen overgedragen te
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
zijn. Wat haar betreft geeft de wethouder straks allerlei positieve preadviezen over voorstellen om te stoppen met aanbestedingen. Er moeten inbestedingen komen. Er moet heel precies gekeken worden of er geen financiële ruimte gevonden kan worden om de zorg zo te verbeteren dat iemand die uit het ziekenhuis komt weet dat er zorg zal zijn. Het moet niet zo zijn dat je in het ziekenhuis moet blijven. Niemand ziet dat in de zorggelden, want het is een probleem van het ziekenhuis. Het zijn verschillende potjes. Maar als je iemand langer in het ziekenhuis moet houden omdat er thuis geen opvang is, is er echt iets mis. En minder zorg is meer mantelzorg. Meer mantelzorg betekent minder inzetbaarheid van mensen in het arbeidsproces. Men moet hier dus echt vanaf. De VOORZITTER schorst de vergadering van 09.52-10.00 uur. Wethouder RIJXMAN maakt zich ongelofelijk veel zorgen over dit onderwerp. Mensen komen uit het ziekenhuis en kunnen thuis niet worden opgevangen. Ouderen moeten steeds langer thuisblijven, maar kunnen geen HbH krijgen. Zij heeft de afgelopen dagen geprobeerd om direct en indirect, via de lobby, invloed uit te oefenen om dit probleem zo snel mogelijk op te lossen. Al jaren lopen de wachtlijsten op, vooral door het niet meer kunnen rekenen van de verschillende tarieven, maar ook door de vergrijzing. Zij vindt het zeer belangrijk dat deze zorg kan worden aangeboden.
Er wordt gelobbyd bij het Rijk voor een wet. Die komt er in 2025. Van haar partij in de Tweede Kamer begreep zij dat men hier ook echt op mag rekenen. De wet gaat zo spoedig mogelijk naar de ministerraad en is klaar in 2025. Het lid VAN PIJPEN is blij te horen dat die wet er komt. Vindt de wethouder 2025 ‘zo snel mogelijk’? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat zij persoonlijk dat te laat vindt. Maar ook wet zij hoe het gaat in Den Haag. Het blijkt onmogelijk om het eerder te realiseren. Zij is al heel blij met de toezegging dat het in 2025 zover is. Het lid VAN PIJPEN zal hierop verder ingaan bij de behandeling van het IZA. Wethouder RIJXMAN merkt op dat er voor de komende vier jaar 25 miljoen euro extra is uitgetrokken. Als uiterste redmiddel wordt een beroep op mensen gedaan om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de HbH, dus af te zien van de gemeentelijke HbH. Dat beroep wordt gedaan via keukentafelgesprekken. Dit moet zo om het geld in te kunnen zetten voor mensen die het echt niet zelf kunnen betalen. Zij antwoordt het lid Van Pijpen verder dat er contractbreuk plaatsvindt als niet geleverd wordt. Daarmee gaat de gemeente dan juridisch aan de slag. Dat gebeurt op dit moment nog niet, want er worden goede gesprekken gevoerd met de aanbieders. Ook zij hoort van gevallen zoals het lid Von Gerhardt beschreef. Die worden gemonitord en bekeken.
Als dat nodig lijkt, zal zeker opgetreden worden. Het lid VON GERHARDT vraagt waarover de gesprekken met aanbieders gaan. Worden daarbij de punten genoemd waar de aanbieders zich nu niet aan houden? Welke middelen gebruikt de wethouder om ervoor te zorgen dat het zo snel mogelijk goed geregeld wordt? Wethouder RIJXMAN wil graag haar betoog afmaken. Er wordt geëvalueerd en vinger aan de pols gehouden bij alle aanbieders. Voor zover zij weet is er een probleem met één van de aanbieders. Daarmee is een gesprek gevoerd en het lijkt de goede kant op te gaan. Zij heeft gewaarschuwd dat de gemeente zo nodig juridische maatregelen niet uit de weg gaat. Zij antwoordt het lid Van Pijpen verder dat iedereen zich aan de bestaande cao zal moeten houden. Er is krapte op de arbeidsmarkt, maar het positieve daarvan is dat organisaties heel graag personeel overnemen. Personeel stelt ook meer dan anders eisen.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
Het lid VAN PIJPEN antwoordt dat zij geen vragen heeft gesteld over de cao. Zij vroeg of de voorwaarden die afgesproken zijn een-op-een worden overgenomen door de nieuwe aanbieder. Wethouder RIJXMAN antwoordt bevestigend. De aanbestedingen worden na het afronden van de overgang geëvalueerd. Zij zal daarbij de vandaag naar voren gebrachte punten meenemen. Zij antwoordt het lid Von Gerhardt dat zij niet op een bepaalde casus in kan gaan. Er is een klachtenprocedure. Er is een aantal klachten binnengekomen, waarmee rekening gehouden wordt. Cliënten krijgen het recht op HbH. Die beschikking verandert niet bij de overgang naar een andere organisatie. De zorg zou dus in stand moeten blijven. Het lid VON GERHARDT gaf de casus als voorbeeld van wat niet goed gaat. Hoeveel klachten heeft de wethouder nog meer gehad over dit onderwerp? Wat heeft de gemeente eraan gedaan? Hij heeft gehoord dat de gemeente niets heeft laten horen aan die mensen. Hoe zorg je ervoor dat dit soort klachten niet blijven optreden? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat er een tiental klachten is binnengekomen. Die worden bekeken. Er zijn gesprekken geweest met de aanbieders. Het lid VON GERHARDT vraagt wat de wethouder specifiek heeft gedaan.
Heeft zij contact opgenomen met deze mensen om te laten weten wat er aan de hand is? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat een van de hoogste ambtenaren bij Zorg een ferm gesprek heeft gevoerd. Als dat nodig is komt er een juridisch vervolg. Het lid VON GERHARDT vraagt of de gemeente ook zelf stappen heeft genomen richting de mensen die klachten ingediend hebben. Heeft men uitgelegd wat eraan de hand is, wat er is veranderd? Hij heeft gehoord dat die mensen van de gemeente niets hebben vernomen. Wethouder RIJXMAN heeft begrepen dat er een warme overdracht is geweest. Als het goed is, is er door de aanbieders en mogelijk ook de gemeente gepraat met de betrokkenen. Als er grote problemen zijn, zal de gemeente aan de bel trekken. Zij antwoordt het lid Runderkamp dat er 25 miljoen euro wordt geïnvesteerd in HbH in de komende jaren. Hopelijk verdwijnen daarmee de wachtlijsten. Het getal dat in Het Parool stond was overigens niet helemaal juist. Verspreid over vier jaar worden hiervoor meer plekken gekocht bij aanbieders. Het is niet mogelijk de achterstanden helemaal in te lopen. Met dit geld wordt de wachttijd teruggebracht van nu 9,4 maanden naar 3,3 maanden in 2026. Dat is een inschatting op basis van de berekeningen en overleg met de aanbieders. De ontwikkelingen van de arbeidsmarkt blijven lastig om in te schatten.
Zij is het eens dat het belangrijk is om de wachttijden onmiddellijk te verkorten. Het lid RUNDERKAMP concludeert dat ingezet wordt op het ophogen van de budgetplafonds, zodat meer mensen kunnen worden geholpen door de aanbieders die de aanbesteding hebben gewonnen. Hij is benieuwd naar de ontwikkeling sinds 2020 van het totaal aantal mensen dat huishoudelijke zorg nodig heeft, ten opzichte van het aantal mensen dat het nu heeft. Zit daar een vergelijkbare ontwikkeling in? Hoe ziet het ontmoedigingsbeleid er precies uit en welke effecten sorteert het? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat het ontmoedigingsbeleid bestaat uit het voeren van keukentafelgesprekken waarbij mensen gevraagd wordt of zij in staat zijn zelf HbH in te kopen, in plaats van gebruik te maken van het te kleine gemeentelijke budget. Als zij daartoe bereid zijn, komt er meer plek voor mensen die het niet zelf kunnen financieren.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
Het lid VAN PIJPEN is benieuwd wat er dan gevraagd wordt bij die keukentafelgesprekken. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat er een soort gedoogbeleid is geweest, waarbij heel omslachtig gekeken is naar de omstandigheden van mensen. Er werden allerlei vragen gesteld en als de indruk ontstond dat mensen HbH zelf konden betalen, ging men daarover in gesprek. Er wordt tegelijkertijd training gegeven aan medewerkers om goede gesprekken te kunnen voeren. Ze doen dan een beroep op de solidariteit van mensen, als die de mogelijkheid hebben om het zelf te betalen. Het lid RUNDERKAMP vraagt of de gemeente een beeld heeft van het aantal mensen dat afziet van de huishoudelijke zorg op basis van deze keukentafelgesprekken. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat zij dat getal niet paraat heeft. Zij kan het wel uitzoeken en aan de commissie sturen. Het lid VON GERHARDT vraagt of de wethouder zich kan voorstellen dat soms ook mensen met voldoende financiële middelen toch niet in staat zijn om die hulp zelf te kunnen regelen. Wethouder RIJXMAN kan zich dat voorstellen. De keukentafelgesprekken zijn nog nauwelijks gevoerd; het zijn er tot nu toe maar enkele. Vanaf januari zal dit met een speciale training voor de medewerkers wat vaker gebeuren. Na die maand kan zij vragen beantwoorden over de solidariteit etc.
Het lid VON GERHARDT vraagt bij die gesprekken rekening te houden met de door hem geschetste mogelijkheid. Het kan voor de betrokkenen intimiderend overkomen als men zegt: u heeft voldoende financiële middelen en moet het zelf maar regelen! Wethouder RIJXMAN antwoordt dat die gesprekken niet zo gevoerd worden. De gemeente heeft niet het recht en de mogelijkheid om te praten over inkomens. Het lid VAN PIJPEN heeft heel veel moeite met de term ‘ontmoedigingsbeleid’. Kan het niet beter over solidariteit gaan? Het gaat hier over zorg. Als mensen zorg nodig hebben, mogen zij op geen enkele manier het gevoel krijgen dat zij die ondersteuning niet mogen krijgen. Dat zou alleen maar tot hogere en duurdere zorg leiden. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat het de bedoeling is zoveel mogelijk mensen te helpen. Er staan nu al mensen op een wachtlijst en het is al bijna ondoenlijk. Wil je dit probleem oplossen, dan zal bekeken moeten worden hoe zoveel mogelijk mensen geholpen kunnen worden. Heel veel mensen hebben niet de mogelijkheid om zelf HbH in te kopen. Zij neemt goede nota van de afkeer van het lid Van Pijpen van de term ‘ontmoedigingsbeleid’, maar zij wil zoveel mogelijk mensen helpen. Als je niets doet, verzuip je uiteindelijk in een wachtlijst. Het lid Didderen vroeg of er genoeg geld is voor de schrijnende gevallen.
Het lid DIDDEREN licht toe dat iemand die uit het ziekenhuis komt de hulp echt nodig heeft, maar die staat dan op een wachtlijst. Kan daaraan iets gedaan worden, bijvoorbeeld via een speciaal budget? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat er een speciale opvang is voor alle schrijnende gevallen. Zij vraagt het Von Gerhardt een toelichting op zijn vraag. Het lid VON GERHARDT had nog vragen of er personeel verloren is gegaan nadat men van 25 naar 8 aanbieders ging. Is dat inzichtelijk? Wat kan de gemeente meer doen om de personeelstekorten op te lossen?
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
Wethouder RIJXMAN antwoordt dat het goed lijkt te gaan met het personeel en het opnemen ervan door een nieuwe aanbieder. Qua personeelsverloop gaat het dus goed, maar er is toch niet genoeg personeel. Het lid VON GERHARDT vraagt meer duiding, als de wethouder zegt dat het ‘goed’ gaat. Zijn fractie heeft signalen ontvangen dat veel hulpverleners er tijdens de overgangsafspraken voor kiezen om toch te stoppen. Hij vraagt hoeveel personeel overgenomen is. Hoe is het verloop geweest? Er is een personeelstekort, dus zal je moeten kijken wat er met het personeel is gebeurd bij die aanbesteding Wethouder RIJXMAN antwoordt dat zij die cijfers niet heeft. Men zit nu midden in de transitie. Zij kan de cijfers later in het jaar leveren. Het lid VON GERHARDT vraagt wanneer precies die cijfers beschikbaar zijn. Hij vindt het wel vreemd dat je bij zo’n transitie van 25 naar 8 aanbieders niet inzichtelijk houdt wat er precies gebeurt. Je moet toch monitoren wat er met het personeel gebeurt? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat dit inderdaad heel belangrijk is. Zij wil echter pas met cijfers komen als ze compleet zijn. Midden in de transitie kunnen de cijfers over een week weer heel anders zijn. Het lid VON GERHARDT blijft erbij dat het voor de commissie belangrijk is om tussentijds te weten hoe het ervoor staat. Het is juist wel heel goed om op bepaalde momenten een tussenstand te geven.
Hoe gaat het nu met het personeel? Dan kan bekeken worden of het over een maand beter of slechter geworden is. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat zij toegezegd heeft dat die cijfers geleverd zullen worden. De gesprekken met aanbieders zullen gemonitord worden, maar zij gaat niet halverwege vragen om wekelijkse of maandelijkse rapporten. Daarmee zou de zorg ook niet geholpen worden. Het lid DE JONG vraagt bij de cijfers ook inzicht te geven in de streefwaarde voor de wachttijden. Een huis kan in drie maanden gemakkelijk verpauperen, mensen kunnen in die tijd ondervoed raken. Drie maanden is eigenlijk heel erg lang. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat het streven voor de wachttijden idealiter nul is. Het lid VAN PIJPEN gaat het er niet om dat de wethouder met een precies cijfer over het personeel komt, in beton gegoten. Er is gezegd dat het wordt gemonitord. Dat betekent dat je kunt sturen als je die cijfers hebt. Zij wil zicht hebben wat er gebeurt bij het bijhouden van die cijfers. Het moet mogelijk zijn te sturen, ook eventueel vanuit de gemeente. Zij vraagt dus tussentijds met enige gegevens te komen. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat zij liever met een compleet beeld komt. Zij zal, voor iets toe te zeggen, kijken of de huidige percentages zinvol zijn om te geven. Zij zal het dan aan de commissie laten weten. In januari zal het beeld compleet zijn.
Het lid VAN PIJPEN merkt op dat het personeel heel belangrijk is. Er is toch wel informatie over hoeveel personeel er in dienst stonden en hoeveel er nodig is? Zij vraagt basiscijfers. Het gaat haar erom dat de raad moet kunnen sturen. Wethouder RIJXMAN begrijpt wat het lid Van Pijpen bedoelt. Voor iets toe te zeggen, wil zij echter zeker weten dat zij de juiste percentages en informatie kan aanleveren. Zij zal ernaar kijken.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
De VOORZITTER concludeert dat de wethouder hierbij toezegt dat zij zal kijken of er wat geleverd gaat worden. En als er een tussenrapportage mogelijk blijkt, dat die voor de volgende commissie aangeleverd wordt? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat zij geen druk wil leggen op de organisatie die bezig is met de transitie. Men heeft het ongelofelijk zwaar. Zij zegt niet meer toe dan er de volgende keer nog wat meer over te vertellen, afgaande op de gesprekken die zij heeft in de organisatie. Het lid VON GERHARDT merkt op dat je tijdens een transitie de beschikking moet hebben over de cijfers om te kunnen sturen. Het team dat ermee bezig is, moet in staat zijn om die cijfers te leveren. Anders kan je de transitie niet goed doen. Wethouder RIJXMAN blijft erbij dat ze er bij de volgende vergadering mondeling iets over zal zeggen. Zij komt met een rapportage in januari, als de transitie afgerond is. Zij antwoordt het lid Didderen dat zij bij het IZA graag terugkomt op de mantelzorg en de kosten. Tweede termijn Het lid VAN PIJPEN komt terug op het ‘niet leveren is contractbreuk’. Het is goed dat de juridische mogelijkheden dan aan de orde komen. Zij vraagt of dat alleen geldt voor het geval er mensen overgedragen moeten worden, dus bestaande, huidige gebruikers van zorg. Als er een wachtlijst is, wordt er ook niet geleverd.
Hoe werkt dat? Zij hecht veel waarde aan het monitoren van het personeel. Zij wil dat er gestuurd worden en dat het personeel zo goed mogelijk overgenomen wordt, zonder mensen te verliezen. Zij wil er graag zicht op houden, zodat ook de raad kan blijven sturen. Het is wat betreft het ontmoedigingsbeleid duidelijk dat iedereen het probleem wil oplossen. Er ligt geld bij het Rijk. Er is nú een probleem. Zij wil een versnelling doorvoeren, zodat het niet over een ontmoedigingsbeleid hoeft te gaan. Dan kan het gaan over het bieden van goede huishoudelijke zorg aan mensen die dat nodig hebben. Het lid WEHKAMP is het eens dat de benodigde zorg ook geleverd moet kunnen worden. Maar wat vindt mevrouw Van Pijpen van de tekst in het coalitieakkoord over ontmoediging van het gebruik van de regeling door Amsterdammers die genoeg middelen hebben om het zelf te organiseren. Het lid VAN PIJPEN antwoordt dat zij zich met name focust op het eerste deel van de betreffende passage, waarin staat dat het om een recht gaat. Zij heeft het dus liever over ‘solidariteitsgesprekken’. Het ‘ontmoediging’ noemen is ook risicovol naar buiten. Zij wil de term daarom liever niet gebruiken. Het lid VON GERHARDT heeft enigszins verbaasd geluisterd naar de beantwoording van de wethouder. De wethouder zegt dat er wel degelijk sprake is van een warme overdracht.
Hoe rijmt zich dat met de signalen die zijn fractie kreeg dat het niet helemaal goed gaat met die overdracht? Hij vraagt hoe de wethouder hier zelf naar kijkt. Mensen die een nieuwe aanbieder aan de deur kregen, hebben ook nooit informatie van de gemeente ontvangen over de veranderingen. Wat heeft de gemeente gedaan naar de mensen die een klacht hebben ingediend in verband met de HbH. Is ze in gesprek gegaan met die mensen? Hij sluit zich ook aan bij de oproep van het lid Van Pijpen. Het is belangrijk dat de raad tussentijds kan bijsturen gedurende deze transitie. Op die manier kun je nog dingen voor elkaar krijgen. Hij doet derhalve een beroep op de wethouder om ervoor te zorgen dat de gevraagde cijfers er komen, ook al zijn ze niet in beton gegoten. Het lid ALBERTS merk op dat men rekening had kunnen houden met de komende transitie. Hoezo wil de wethouder dan geen druk leggen op de organisatie? Als er een aanbestedingsproces gaande is, weet je wanneer het afloopt en wanneer het
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
ingaat. Zij vindt het ‘gezeur’ van de organisatie dat het allemaal moeilijk gaat. De wethouder moet er veel strakker op zitten. De organisatie moet dan maar even harder lopen, want men levert zijn werk niet. Zij roept op wél druk te leggen op de organisatie. Wethouder RIJXMAN antwoordt het lid Alberts dat de organisatie bezig is ervoor te zorgen dat alles in goede banen loopt. Als het in sommige gevallen niet goed gaat, moet men erbovenop springen. Zij heeft al eerder gezegd dat 50% inmiddels is overgegaan. Zij heeft dus wel degelijk informatie gegeven. Het lid ALBERTS constateert dat de wethouder en zij elkaar even niet begrijpen. Wethouder RIJXMAN spreekt daarover graag verder na de vergadering. Zij stuurt niet zelf op het aannemen van personeel. Dat doen de organisaties die ermee bezig zijn. Zijzelf is niet in staat om zelf aan de knoppen te gaan zitten. Het lid VON GERHARDT vraagt wat de wethouder dan wel doet. Op welke manier praat de wethouder dan hierover met de organisaties? Legt ze druk op de organisaties? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat zij met de organisaties spreekt. Er wordt gemonitord of de overgang soepel loopt en organisaties die dat naar verluidt niet goed doen, worden daarop aangesproken. Het lid VON GERHARDT wil graag de resultaten van die monitoring.
Het lid VON GERHARDT herhaalt wat zij in eerste termijn heeft gezegd, dus dat zij er bij de volgende vergadering mondeling op terugkomt. Verder herhaalt zij dat ze al een percentage van 50 heeft genoemd en dat er in januari een officieel rapport naar de raad komt. Het lid VON GERHARDT denkt dat het voor de raad lastig te volgen is als de wethouder met mondelinge cijfers komt. Dat is zeker zo als je de verschillende stromen van personeel wilt volgen. Hij doet een klemmend beroep op de wethouder om hierover schriftelijk informatie te geven. Zeker omdat het een breed gedeelde wens van de raad is, bedoeld om tussentijds bij te kunnen sturen. Wethouder RIJXMAN zal geen brief sturen en herhaalt haar eerdere toezegging. Er is geen monitor beschikbaar. Zij zal de tussenstand zoals gevraagd delen. Zij citeert: ‘Dat is mijn antwoord en daarmee zal u het moeten doen!’ De VOORZITTER constateert dat de commissie het met deze toezegging zal moeten doen. Zij stelt voor om niet verder te vragen op dit punt. Wethouder RIJXMAN antwoordt het lid Van Pijpen dat zij het volkomen eens is met wat zij zei over het Rijk en het geld. Zij heeft in de lobby haar best gedaan om het geld naar voren te halen. Het was nog de vraag of het überhaupt zou lukken in 2025, wat dus wel lijkt te gaan lukken. Zij zal haar best doen, maar het zal niet eenvoudig zijn.
Het lid VON GERHARDT had nog een reflectie gevraagd op de al dan niet warme overdracht. Hij hoorde ook dat de gemeentelijke communicatie daarbij onvoldoende is. Wethouder RIJXMAN verwijst naar haar eerdere antwoorden. Voor zover zij weet verloopt de overdracht goed, behalve bij één van de partijen. De gemeente zit daar bovenop en heeft bij voortduring gesprekken met de organisaties die daarvoor verantwoordelijk zijn. Het lid VON GERHARDT vraagt wat de gemeente heeft gedaan. Hij heeft gehoord dat gebruikers van HbH niets over deze aanbesteding is verteld. Wat heeft de
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
gemeente gedaan richting deze mensen? Is er contact opgenomen met de indieners van klachten? Of spreekt de wethouder alleen met de aanbieders? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat de klachten gevolgd worden. Er wordt op basis van die klachten gestuurd. Zij heeft nog recent gesproken met Cliëntenbelang. Het lid VON GERHARDT vraagt wat de gemeente heeft gedaan naar mensen die klachten hebben en aangegeven dat de overdracht niet goed is gegaan, of dat ze minder zorg krijgen dan voorheen. Hoe gaat de wethouder met die mensen in gesprek? Hoe stelt zij ze gerust? Wethouder RIJXMAN herhaalt dat de gemeente gesprekken voert met mensen en organisaties. Er wordt gemonitord. Alle punten worden serieus genomen en er worden acties op ondernomen. Zij antwoordt het lid Van Pijpen dat het ontmoedigingsbeleid al langer onderwerp van discussie is. Zij kan zich wel voorstellen dat men moeite kan hebben met de term ‘ontmoedigingsbeleid’, maar hoe noem je het dan? Zij zou wensen dat dit niet nodig is en dat iedereen geholpen kan worden, maar dat lukt niet. Het gaat erom dat de betrokkenen in gesprekken gevraagd wordt om solidariteit, om er op die manier voor te zorgen dat iedereen op deze manier geholpen kan worden. Misschien is ‘solidariteit’ inderdaad een vriendelijker woord dan ‘ontmoediging’. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende besproken is.
Het wordt geagendeerd voor de raad van 30 november en 1 december a.s. Zorg 6.
Wetten en regels hinderen jongeren met een beperking (nr. VN2022-035567) Het lid RUNDERKAMP merkt op dat jongeren met een beperking risico lopen op langdurige financiële problemen door ingewikkelde wetten en regels, grote administratieve lasten, onzekere financiën en weinig toekomstperspectief. Dat staat in het rapport van de Nationale ombudsman dat zich richt op de samenloop van wet- en regelgeving en de vraag in hoeverre deze aansluit bij de leefwereld van jonge mensen met een beperking. Dit rapport ziet vooral toe op de Participatiewet, maar bevat ook een concrete aanbeveling voor de wethouder Zorg: ‘Jongeren met een beperking hebben vaak hulp nodig bij hun administratie, het aanvragen van een uitkering en voorzieningen, en contacten met instanties. Daarom is het belangrijk dat deze jongeren persoonlijke begeleiding krijgen. Deze begeleiding moet onafhankelijk zijn van de overheid en goed op de hoogte zijn van de wet- en regelgeving. Cliëntondersteuning vanuit de Wmo kan hierin voorzien.’ Hij vraagt of de wethouder voornemens is om deze aanbeveling van de Nationale ombudsman over te nemen, ofwel gaat zij de jongeren met een beperking in Amsterdam ondersteunen via de Cliëntondersteuning vanuit Wmo? Ziet de wethouder hierbij een rol voor de buurtteams? Het lid WIJMENGA vindt het citaat van de heer Runderkamp een mooie samenvatting van dit stuk.
Alle regelingen bij elkaar zorgen ervoor dat jongeren telkens weer met hun beperkingen worden geconfronteerd, wat niet eerlijk is. Wet- en regelgeving moet erop gericht zijn om jongeren op weg te helpen, niet om ze te hinderen als ze willen meedoen in de samenleving. Zij vraagt wat precies overgenomen wordt van de aanbeveling. Hoe geeft men er uitvoering aan? Is er al iets van een tijdspad bekend? Er staat ook in dat de ombudsman de opvolging van zijn aanbevelingen door overheidsinstanties zal monitoren. Kan de wethouder bevestigen dat ook de commissie op de hoogte wordt gehouden van die monitoring? Het lid DIDDEREN sluit zich aan bij de al gestelde vragen.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
Het lid BILGIN merkt op dat er in de stad ondernemers zijn die graag extra kansen bieden aan jongeren met een beperking. Zo’n bedrijf kwam in de coronaperiode in financiële problemen en kon pas op het laatste moment door de gemeenschap gered worden. Het is een heel stressvolle periode voor de mensen die daar werken. Wat kan de wethouder in de toekomst doen om te voorkomen dat dit zo gebeurt? Hoe kan een dergelijk bedrijf eerder geholpen worden? Verder heeft hij gemerkt dat mensen met een beperking graag zo zelfstandig mogelijk willen leven. Dat sluit aan bij de overgang van jeugd naar volwassenheid, zoals dat er staat. Hij mist dat men rekening houdt met de mobiliteit. Het maakt daarbij veel uit in welk deel van de stad je woont. Soms kan je rekenen op haltes met liften etc., maar in andere gedeeltes van de stad zijn er in plaats van liften steile trappen op tramhaltes. Herkent de wethouder dat dit een cruciale rol speelt bij participatie, leuk leven en financiële zekerheid? Wethouder RIJXMAN antwoordt het lid Runderkamp dat toegankelijkheid naast het personeelstekort en de wachtlijsten een zeer groot probleem vormt. Het is belangrijk dat die mensen op een goede manier zorg kunnen krijgen. Veel van de vragen moeten beantwoord worden door wethouder Groot Wassink. Er wordt Cliëntondersteuning geboden vanuit de Wmo en de buurtteams.
Als dit voor buurtteams te complex blijkt, kan men daar gebruikmaken van interne ambtenaren. Deze mensen kunnen ondersteuning vanuit de gemeente krijgen bij het doen van deze aanvraag. Eventueel kan zij een apart plan leveren, maar de buurtteams zijn hierin al voorzien. Het lid RUNDERKAMP begrijpt dat het al staand beleid is dat jongeren met een beperking vanuit de buurtteams worden ondersteund. Hij vraagt hoe dat er concreet uitziet, ook in relatie tot de bevinding van de ombudsman dat dit nu niet goed genoeg gebeurt. Hij ziet graag een plan of informatie tegemoet over hoe het er nu uitziet. Wethouder RIJXMAN antwoordt dat het de vraag is of dat nodig is. Gisteren is er in commissieverband over gesproken. Toen werd gezegd dat in de buurtteams vijf extra mensen zijn aangesteld. Het plan wordt nu uitgevoerd. Dat plan heeft zij gisteravond toegezegd. Zij heeft gisteravond ook tegen het lid Runderkamp gezegd dat er binnen de eigen organisatie ook iemand opgeleid is die zich bezighoudt met mensen op afstand tot de arbeidsmarkt, of met een beperking waardoor ze niet met bus of trein kunnen gaan. Het is dus eigenlijk staand beleid. Er begint nu een experiment met de buurtteams. Zij zal een brief sturen met informatie. Zij verwijst voor de vragen van het lid Bilgin naar de wethouders Groot Wassink en Van der Horst, die verantwoordelijk zijn als het over het openbaar vervoer gaat.
Er zullen in de komende tijd nog heel veel gesprekken gevoerd worden met jongeren en er zal bekeken worden of er nog aanvulling vanuit Zorg nodig is om ze verder te helpen. Het lid BILGIN snapt dat de wethouder niet in kan gaan op details van het project. Hij vraagt of zij inziet dat mensen graag een zelfstandig leven willen leiden, waarbij het belangrijk is dat zij toegang hebben tot mobiliteit. Wethouder RIJXMAN ziet dat zeker in. Het lid WIJMENGA vraagt een tijdspad. Er komt een brief, maar op welke termijn? Wethouder RIJXMAN antwoordt dat het nu staand beleid is. Er worden al dingen gedaan. Er is dus iemand speciaal in dienst genomen bij de gemeentelijke organisatie en er zijn extra medewerkers bij de buurtteams. Het moet nog verder ontwikkeld worden. Zij stuurt een brief over de exacte invulling. Het lid WIJMENGA vraagt of zij mag concluderen dat de ombudsman na zijn monitoring zal vaststellen dat het goed uit wordt gevoerd.
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 02 november 2022
Wethouder RIJXMAN antwoordt dat zij haar uiterste best zal doen voor het gedeelte waar Zorg verantwoordelijk voor is. Het lid DIDDEREN vraagt bij de brief ook even te kijken naar de evaluatie van het beleid. Zij hoort vaker dat er al beleid is, maar dan blijkt uit stukken dat mensen wel degelijk tegen bepaalde problemen aan te lopen. Dient het beleid dan wel het doel waarvoor het is ingezet? Wethouder RIJXMAN vraagt iets meer tijd, zodat zij met relevante cijfers kan komen. Het project is net begonnen. Het lid RUNDERKAMP vraagt op welke termijn de commissie deze brief mag verwachten. Wethouder RIJXMAN verwacht dat zij voor de zomer met deze brief kan komen. Het lid RUNDERKAMP vraagt zich af of het echt nodig is om tot de zomer te wachten, als het nu al staand beleid is en het nu wordt uitgevoerd. Wethouder RIJXMAN herhaalt haar toezegging dat er een update zal komen van wat momenteel gedaan wordt. Het is echter jong beleid. Voor een evaluatie is meer tijd nodig. Het lid DIDDEREN vraagt al sneller dan voor de zomer informatie te sturen over wat het beleid is, om dan later met de evaluatie te komen. Zij wil niet op alles tot de zomer wachten. Wethouder RIJXMAN vindt dat een goed voorstel. Zij verwacht voor het einde van dit jaar met een brief te kunnen komen met de lopende zaken en cijfers. Voor het zomerreces komt de evaluatie.
De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is. Zij schorst de vergadering van 11.02-11.10 uur. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 7.
Integraal Zorg Akkoord Nr. VN2022-035485 Het lid VAN PIJPEN leest in dit stuk ‘beleidsproza van de bovenste plank’. Het is van een hogere orde met een hoop afkortingen. Dat is ook wel een risico, want er zitten heel belangrijke dingen in. De leidende principes zijn zeer relevant. Zij leest dat ‘passende zorg begint bij zelfzorg en informele zorg’. Dus ook mantelzorg. Zij vindt het goed te benoemen hoe men daar mee omgaat in de regioplannen, of in het af te sluiten Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Vanuit de regioplannen moeten zorgverzekeraars en gemeenten hun inkoopbeleid gaan afstemmen. Daarvan krijgt zij kriebels, het inkoopbeleid van verzekeraars kennende. Zij wil dat het helder is dat de gemeente haar vrijheid heeft om de eigen vorm en inhoud van de inkoop te doen. Of anders is het misschien mogelijk om invloed te krijgen op het inkoopbeleid van de zorgverzekeraar. De eerstelijnszorg is een belangrijk onderdeel van dit akkoord. De huisartsen zijn geen partij, omdat ze geweigerd hebben te tekenen. Zij is benieuwd hoe het zit met de Amsterdamse huisartsen, en wat de betekenis daarvan is voor de regionale samenwerking. Zij is benieuwd hoe de wethouder nu kijkt naar de investeringsmiddelen voor nieuwe mentale gezondheidscentra. Het klinkt als een prima voorziening, maar mag niet een vervanging worden van behandeling.
Wat betreft de middelen ervoor moet er boter bij de vis komen. Het GALA wordt voor de gemeente zeer belangrijk. Is er iets te zeggen over de planning en de invloed daarop? Zij gaat ervan uit dat de nota Gezondheidsbeleid