Definitief verslag KDD 08-12-2021
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering.
KDD
Raadscommissieverslag, 8 december 2021
DEFINITIEF VERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vastgesteld op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Kunst, Diversiteit en Democratisering Donderdag 8 december van 13.30 tot 17.00 uur, digitaal Donderdag 12 januari 2022
Voorzitter: mevrouw De Fockert Portefeuillehouders: wethouder de heer Groot Wassink, wethouder mevrouw Meliani Commissiegriffier: mevrouw Ter Braak Verslaglegging: mevrouw Van de Belt (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de heer Biemond (PvdA), de heer Blom (GroenLinks), de heer Boomsma (CDA), mevrouw Bosman (D66), de heer Flentge (SP), mevrouw Grooten (GroenLinks), de heer Huisman (CU), mevrouw IJmker (GroenLinks), de heer Leenders (PvdA), de heer Mangal (DENK), mevrouw Nadif (GroenLinks), mevrouw Nanninga (JA21), mevrouw Poot (VVD), mevrouw La Rose (PvdA), mevrouw Van Soest (PvdO) en de heer Vroege (D66) Afwezige commissieleden: mevrouw De Grave-Verkerk (VVD), de heer Havelaar (CDA) en de heer Veldhuyzen (BIJ1) Overige aanwezigen: mevrouw Hallema, de heer Van Riel, mevrouw Saraber, de heer Schoolmeesters, de heer Stranders, de heer Van Praag, de heer Vyent, mevrouw Weitering en de heer Yilmaz
1, Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering van de commissie KDD en heet iedereen welkom. De basale regels voor het digitaal vergaderen zijn bekend: microfoon uit zetten wanneer u niet aan het woord bent en voor een interruptie de chat gebruiken. b. Mededelingen Er is een aantal gasten in deze vergadering. Bij punt 3 mevrouw Saraber van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst en de heer Stranders van de Amsterdamse Kunstraad. Bij agendapunt 6 is de heer Van Praag aanwezig namens de Initiatief- en Referendumcommissie en bij agendapunt 7 zijn leden van de stuurgroep Verkenning museale voorziening over trans-Atlantisch slavernijverleden, de heer Vyent en de heer Yilmaz. Daarnaast is ook mevrouw Weitering van de AKr aanwezig. De heer LEENDERS moet helaas de vergadering al om 14.00 uur verlaten. Indien nodig komt hij met een schriftelijke inbreng. De heer HUISMAN zal uiterlijk 16.00 uur de vergadering verlaten.
1
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
De VOORZITTER deelt mee dat twee mensen de commissie het boek Amsterdam sloopt hebben aangeboden. Daarop komt in januari bij het inspreken een korte toelichting. c. Vaststellen agenda De agenda wordt vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare raadscommissievergadering KDD d.d. 17 november 2021 Het verslag van de openbare raadscommissievergadering KDD van 17 november 2021 wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille De heer VROEGE ziet dat in de termijnagenda Diversiteit heel veel zaken op rood staan waarbij ook de stand van zaken of nieuwe data nog niet zijn ingevuld. Hij verzoekt de wethouder dat snel bij te werken. Misschien kan er schriftelijk worden aangegeven welke stukken de commissie nog van de wethouder kan verwachten – en dan graag voor 25 januari, de laatste datum om nog stukken te kunnen agenderen voor de laatste commissievergadering. De VOORZITTER brengt dit ook onder de aandacht van de andere wethouders. f. Tkn-lijst g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies 2, Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte b. Inspreekmoment publiek De heer VAN RIEL van WardFlow spreekt in over het bestuurlijk stelsel. Hij heeft nagedacht over een manier om beter contact te krijgen met de samenleving. Er resten nog 80 dagen tot de verkiezingen. Hij stelt voor eerst digitaal goed te laten zien wie waar op de kieslijst komt.
Wethouder Groot Wassink zou nog met een terugkoppeling komen van het bestuurlijk stelsel dus hij zou graag een overzicht willen van wat er in elke periode is opgeleverd. De heer SCHOOLMEESTERS spreekt in over de bezuinigingen op broedplaatsen in 2022. De urgentie van de boodschap die hij onlangs bij de raadscommissie trachtte over te brengen, wordt niet goed opgepakt. Er zijn ernstige zorgen over de 1.650 mensen die in 2022 op straat komen te staan en de ruim 2.000 mensen in de jaren daarna. Kennelijk moet dit creatieve en waardevolle potentieel zijn weg buiten Amsterdam vinden. De betaalbare meters verdwijnen in de stad en komen nooit meer terug. Juist deze situatie schept die urgentie. De dramatische consequenties lijken onvermijdelijk. Zo vallen 2
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
er in 2022 tien plekken af met een oppervlak van 21.000 m2. En die trend zet zich door: jaarlijks verdwijnt 12.000 m2 en in 2025 zelfs 23.000 m2. Bureau Broedplaatsen is al jaren onderbezet en het wordt steeds lastiger toekomstplannen vorm te geven. De verdwenen meters worden bij lange na niet gecompenseerd door nieuwe projecten. Hij denkt dat er met goed speurwerk echt wel geld vrij gespeeld kan worden in de begroting. Desgevraagd verduidelijkt hij dat er wel een aantal panden is dat kansen biedt waaronder Old School. Dat loopt in juli 2022 af. Na sloop zal dat terrein nog drie jaar braakliggen. Daar zit dus ruimte. Op Wittenburg staat een grote school die nu door een antikraakbureau wordt ingevuld, een ideale plek om een broedplaats in te maken. De aflopende contracten via GV zijn het meest urgent. Het GV is heel traag met het verlengen van contracten. Zo staat er bij broedplaats Lelie nu nog niet op papier dat de plek een jaar wordt verlengd – wat mondeling wel is toegezegd. Dat geeft grote onzekerheid. Mevrouw HALLEMA spreekt in over de referendumverordening. In het voorstel voor de nieuwe referendumverordening nieuwe stijl ziet ze enkele problemen. Die heeft ze gemeld en daarop is een reactie gekomen. In de Nota van beantwoording vond zij haar vragen niet terug. Ze is ervan geschrokken dat er een tegenstelling zou bestaan tussen de raad en de burgers.
In de tweede ronde rond de referendumverordening nieuwe stijl is het onduidelijk waarop de getallen zijn gebaseerd. Wethouders en raadsleden dienen toegankelijk te blijven voor goede ideeën en problemen van de inwoners. Het idee om te kunnen kiezen tussen een inwonersvoorstel en een gemeenteraadsvoorstel klinkt mooi, maar houd dan wel een band met die burgers. Ze wijst op het gevaar van een verschil van mening tussen de gemeenteraad als er een verplicht tegenvoorstel van de raad komt. Dat moet echt worden voorkomen. Laat het de gemeenteraad vrij om een goed burgerinitiatief over te nemen zonder dat daarvoor een referendum behoeft te worden georganiseerd. Desgevraagd verduidelijkt ze de vrees dat wethouders en raadsleden niet goed bereikbaar meer zouden zijn, want in het voorstel staat als bewoners het niet eens zijn met een besluit, dat ze dan een referendum moeten houden waarbij de gemeenteraad met een tegenvoorstel komt. Normaal neemt een bewoner contact op met een raadslid en dan heb je een gesprek. De VOORZITTER bedankt de insprekers voor hun bijdrage. c. Actualiteiten d. Rondvraag Mevrouw NADIF wijst op alle onzekerheid bij de verschillende broedplaatsen over de financiering tot aan de verkiezingen. Wellicht kan de wethouder de broedplaatsen informeren. Wethouder MELIANI is daartoe zeker bereid.
Eind december komt er een brief richting de raad met een overzicht van de broedplaatsen die ophouden te bestaan. Ze zal de broedplaatsen eveneens informeren middels een brief – en ze is natuurlijk zelf ook bereikbaar via de mail. Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed 3. Kennisnemen van de bestuurlijke reactie op de evaluatie van de totstandkoming van het Kunstenplan 2021-2024 en de afhandeling van motie 1640 van het lid De GraveVerkerk (VVD) over de evaluatie administratieve lastendruk (ZD2021-014028) Vragenronde aan de AKr 3
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
De heer BOOMSMA hoort graag hoe niet verdere juridisering het best kan worden bereikt; de Kunstraad stelt voor het Kunstenplan te verlengen; dan hoort hij graag voor hoe lang en dan met een toelichting. Tot slot staat in de evaluatie het advies om diversiteit via beleidscriteria te verplichten door er financiële consequenties aan te verbinden. Ook dat vergt een toelichting. De heer STRANDERS wijst erop dat het heel belangrijk is dat er een gemeenschappelijk proces komt met de verantwoordelijke advocaten en met de raad waarin dat tegengaan van verdere juridisering wordt meegenomen. De nadelen zijn helder. Hoe dat moet, daar kan hij niet op vooruitlopen. Het is heel complex geworden. De verlenging van het Kunstenplan heeft te maken met de coronamaatregelen. Alles is meteen op slot gegaan. Het is sowieso de vraag of vier jaar wel een goede termijn is om plannen goed vorm te geven. Een langere periode creëert meer ruimte voor de plannen die er zijn. Het hele criterium rond diversiteit is meegenomen in het afgelopen Kunstenplan. Het is nog niet duidelijk hoe dat precies vorm heeft gekregen. Door alle maatregelen is dat nog wat onzichtbaar gebleven. Dat is ook een reden om het Kunstenplan wat te verlengen. Er komt nog een beoordelingskader, er komt nog een erkenning, er komen hoofdlijnen vanuit de gemeente.
In z’n algemeenheid stelt de heer Stranders dat instellingen die met gemeentegeld kunst realiseren, de opdracht hebben toegankelijk te zijn voor alle Amsterdammers. Zo staat hij erin. De heer BIEMOND ziet in de brief van 9 november ’21 dat het onderzoek naar de Kunstenplansystematiek een collectief proces moet worden. Dat krijgt hij graag toegelicht. In het rijtje partijen dat de AKr daarbij wil betrekken, ziet hij nog niet de gemeenteraad staan. Hopelijk heeft de raad daarbij ook een rol. De heer STRANDERS benadrukt dat er zeker een rol voor de raad ligt bij dat onderzoek voor de juiste vraagstelling. Mevrouw NADIF is benieuwd naar hoe de AKr kijkt naar de eigen rol met betrekking tot hoe het proces met de raad is verlopen. De heer STRANDERS kan daarop niet goed antwoord geven vanuit zijn rol als bestuurder. Er is met name contact geweest vanuit de voorzitter en de secretaris. De raad is betrokken in het gesprek dat is gestart en dat is heel waardevol. Hij kan die vraag wel schriftelijk laten beantwoorden door de secretaris. De VOORZITTER waardeert dit en zal ervoor zorgen dat dat de raadsleden bereikt. Vragenronde voor het AFK: Mevrouw NADIF hoort graag hoe het AFK kijkt naar de evaluatie, in hoeverre het geld verdeeld moet worden, dus de integraliteit en hoe zo’n keuze wordt gemaakt. Voorts is ze benieuwd hoe het AFK de complexiteit heeft ervaren.
Helder is wel dat de aanvragers dat heel zwaar vonden. Mevrouw SARABER is blij met de evaluatie omdat het een grondige analyse betreft. Overall wordt geconstateerd dat beoordelingen met grote zorgvuldigheid zijn gebeurd. De echt harde beslissingen worden door het AFK zelf genomen en dan is het fijn om te horen dat die besluiten wel op steun en ervaring van deskundigen kunnen rekenen. Goed dat er aanbevelingen zijn om het proces met een aantal quick wins wat eenvoudiger te maken, bijvoorbeeld de manier waarop aanvraagformulieren zijn ingericht. Daarbij moet een balans worden gevonden om zo veel informatie van instellingen te krijgen om ze recht te kunnen doen bij de beoordeling en het werkbaar houden daarvan. Bij AFKgesubsidieerden gaat het soms om heel kleine bedragen, soms om heel grote. Er is 4
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
natuurlijk ook afstemming nodig op informatie die landelijk wordt gevraagd. Ze is blij met de genuanceerde aandacht voor het vraagstuk van integraliteit. Voor de diverse regelingen kunnen er toch verschillende accenten worden gelegd. Wel zou het logisch zijn dat er wat verschil zit in de uitwerking van criteria bij de Kunstraad en het AFK. Als het gaat om de rol van de gemeenteraad, dan laat de evaluatie zien dat het dringen is in het bestel. Uiteindelijk zijn er hele pijnlijke beslissingen te nemen. Dat heeft ook te maken met de optelsom van ontwikkelingen: de stad wordt steeds groter, stadsdelen hebben een omvang van hele provinciesteden, er is een ongelooflijke rijkdom van dingen die niemand kwijt wil maar ook nieuwe ontwikkelingen verdienen ruimte. Amsterdam is de kraamkamer van heel veel nieuwe ontwikkelingen in het land. Fair practise, stijgende kosten, inflatie, stijgende vastgoedprijzen en huurprijzen, het is een pittig pakket. Er liggen fikse financiële uitdagingen in de stad en des te belangrijker wordt het om aan de voorkant van dat proces heel goed na te gaan wat voor stad Amsterdam wil zijn, wat voor cultuur ze wil en waar de prioriteiten liggen. Dat is een belangrijke meerwaarde van de evaluatie. Het AFK en de AKr zitten al met elkaar om tafel om vragen te formuleren en zij zullen graag samenwerken met de raad.
De heer BOOMSMA begrijpt dat het AFK ervoor heeft gekozen diversiteit specifiek toe te spitsen op culturele diversiteit terwijl het college en de AKr juist die bredere invulling wilden geven. Hij is benieuwd wanneer en hoe die keuze is gemaakt en of dat in overleg met het college was en of organisatorische of juridische redenen daarbij een rol speelden. Hij hoort ook graag hoe het AFK reflecteert op het nadelige effect door een verschil in beoordeling. Mevrouw SARABER geeft aan dat het AFK een beleidsmatig voorstel heeft gedaan, dus het is inhoudelijk. Er moet op dat vlak echt nog een inhaalslag worden gemaakt. Het zou eigenlijk nog wat specifieker moeten. Het veld zou erbij gebaat zijn wanneer daarvoor wat extra ruimte is. Een beleidsuitgangspunt kan altijd wat breder zijn terwijl een criterium toch veel specifieker moet zijn. Het is een voorstel om dat accent te leggen op culturele diversiteit en daarom is dat zo in de regeling opgenomen. Die keuze is onderbouwd in de bijbehorende stukken die naar de raad zijn gekomen. Het heeft absoluut een zinvolle uitkomst opgeleverd. Mevrouw Saraber hoopt dat het in de toekomst niet meer nodig is. Als er eventueel verwarring is ontstaan tussen instellingen, dan moet daaraan misschien meer aandacht worden besteed in de communicatie. De VOORZITTER bedankt de heer Stranders en mevrouw Saraber voor hun toelichtingen.
De heer BIEMOND vindt het heel goed om uitgebreid stil te staan bij de cultuursector in Amsterdam. Het evaluatierapport heeft hem helaas niet helemaal het inzicht gegeven waarnaar hij op zoek was. Bij de vaststelling van het Kunstenplan is op een aantal momenten afgeweken van het afgesproken stelsel – door alle partijen. De sector heeft daaronder geleden. Dat maakt de evaluatie heel noodzakelijk. Het rapport bevat een reconstructie maar geen diepgaande analyse van de vragen hoe die afwijkingen in het stelsel zijn ontstaan en wat de rollen zijn geweest van de verschillende partijen. Dus het blijft onduidelijk wat dit rapport over de houdbaarheid van het huidige stelsel zegt. Voorts sluiten de aanbevelingen niet altijd even goed aan bij de bevindingen. Hij had graag gezien dat de onderzoekers de ingrijpende stelselwijziging van weleer hadden uitgezocht. De onderzoekers observeren alleen dat er een juridische reden was. Hij hoort graag van de wethouder of er inmiddels juridisch advies is ingewonnen over die recente jurisprudentie over hoe die kan worden toegepast in de Kunstenplansystematiek. Een andere aanbeveling die de heer Biemond niet kan rijmen met hoe het daadwerkelijk gegaan is, betreft de ingrijpen door het AFK in de verdeling.
Aanbevolen is het AFK als fonds op afstand te laten bijdragen aan een minder complex systeem, maar bij de beoordeling honoreert het AFK keer op keer het hele bedrag terwijl er onvoldoende budget is. Daarop zijn alle raadsleden bestookt met telefoontjes door instellingen die net onder de zaaglijn terecht kwamen. Dat is niet echt een fonds op afstand. De toenmalige 5
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
directeur zei in Het Parool letterlijk “Het woord is nu aan de politiek.” Het stelsel schrijft juist voor dat het niet de beslissing van de raad betreft. Niet helder is de verdere rol van het AFK én van de gemeenteraad in die dynamiek. Dat ziet hij niet terug in het rapport. Amsterdam wil uiteindelijk toch op een bestendige en vernieuwende cultuursector uitkomen en daarbij kan de subsidieverdeling onderscheid maken. Het rapport biedt niet veel houvast of de gemeenteraad aan zet is, het AFK of een mix daarvan. Hij is benieuwd of de wethouder het conceptrapport heeft gezien, of het is getoetst op feitelijke onjuistheden en met welk resultaat. Het is nu de taak van deze raad om de raad straks in nieuwe samenstelling voldoende uit te rusten met kennis om de systematiek verder te ontwikkelen. Het evaluatierapport ligt er nu; de wethouder heeft een verkenning aangekondigd naar stelselwijzigingen op basis van dit rapport. Het lijkt goed als de raad betrokken is bij de opdracht aan de onderzoeker. Daarvoor oppert hij een bijeenkomst te organiseren met de onderzoekers erbij om in de breedte te bespreken welke opdracht er nu voorligt. De heer BOOMSMA onderschrijft de opmerkingen van de heer Biemond over de evaluatie.
Het lijkt hem beter terug te keren naar de situatie van meer dan tien jaar geleden: de Kunstraad stelt een advies op voor alle vierjarige subsidies die de raad dan vaststelt. Uiteindelijk gaat het om belastinggeld. En dan doet het AFK de rest. Dat geeft meer eenduidigheid en maakt het een stuk minder complex. Er zit wel spanning op de vraag wanneer een overheid mag bepalen welke instellingen subsidie krijgen en welke niet. Daarvoor zijn eigenlijk objectieve criteria nodig, maar ook dat is lastig. Daarom moet dat heel beperkt zijn. Bovendien moet die kunstensector juist vrij zijn ook van politieke en democratische doelen. Dat is cruciaal in een tijd van toenemende intolerantie. Het is dus ook belangrijk geen diversiteitsideologie op te dringen met selectiecriteria. Anders dan het rapport ziet hij dat niet als een gemiste kans. Desgevraagd legt hij uit dat selectiecriteria zoals diversiteit en inclusie in de kunst de juiste manier zouden zijn volgens het rapport maar dat is een mening. Dat valt niet af te leiden uit de evaluatie. De diversiteitsideologie is bovendien omstreden. De heer Boomsma zou dat de kunstensector juist niet willen opleggen. De kunstensector moet je vrij laten. Mevrouw NADIF denkt juist dat er voor iedereen plek is binnen die sector als de kunstensector helemaal vrijgelaten wordt.
De heer BOOMSMA is ervan overtuigd dat die kunstensector dat heel goed zelf kan invullen; daarvoor hoeft de gemeente geen aanvullende eisen te stellen. Het streven naar diversiteit is goed wanneer alle instellingen wordt gevraagd een breed publiek te bereiken. Dan kan de balans worden gezocht om allerlei vormen van kunst aan bod te laten komen. Hij zou niet per instelling allerlei eisen willen opdringen. Hij bespreekt dit onderwerp graag in de raad – misschien na het advies. Voorts mist hij nog het aparte belang van de erfgoedinstellingen. Hij is benieuwd wanneer die evaluatie in de raadscommissie komt. Hij oppert het Kunstenplan met een jaar te verlengen en dan wel het volgende besluit op schema te houden zodat instellingen meer tijd hebben om zich voor te bereiden op een nieuwe situatie. Mevrouw NADIF bespreekt graag de systematiek met de raadscommissie. Daar is deze evaluatie kritisch op. Er komt nog een vervolgonderzoek. Het lijkt haar waardevol om met de onderzoekers rond de tafel te zitten om vanuit de raad input te kunnen aandragen. Een technische sessie lijkt haar ook een goed idee wanneer de bevindingen van deze evaluatie klaar zijn en dan samen met de onderzoekers van dit onderzoek – en dan wel vóór behandeling in de raad. Ook zij mist de diepgang hoewel ze wel begrijpt dat het hier om een procesevaluatie gaat.
Veel punten die werden besproken bij de eerdere behandeling van dit punt ziet ze terug in de evaluatie. Dat is fijn. Het wachten is nu op de evaluatie van de systematiek en dan pas kunnen er indien nodig wijzigingen worden aangebracht. Tot slot is ze wel benieuwd hoe het college hiernaar kijkt.
6
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Bosman. Mevrouw BOSMAN kan zich voor een groot deel aansluiten bij de bijdrage van de heer Biemond. Een evaluatie is heel nuttig, zeker bij zo’n proces dat eens in de vier jaar plaatsvindt. Ze wil dit echt gedegen overdragen aan de volgende raad. De evaluatie heeft een inhoudelijk doel: aanbevelingen voor het vervolg – overigens onderschrijft ze niet alle aanbevelingen. Maar het is ook een vorm van verantwoording afleggen over het gevolgde proces en dat ontbreekt in deze evaluatie. De procesevaluatie dient echt correct te zijn want mede op basis van deze evaluatie zal het college een verkenning laten uitvoeren naar verbetering en naar nieuwe vormen van de kunstfinanciering. Juist die procesevaluatie lijkt nog onvolledig want er is op een aantal punten afgeweken van de afspraken en ze ziet zelfs een aantal feitelijke onjuistheden in de verschuivingen van het budget. Zo werd Ons’ Lieve Heer op Solder in de A-Bis geplaatst; dat zou een reparatie vanuit de raad zijn. Dat was echter een collegebrief. Er zijn meer van dat soort fouten. Mevrouw NADIF weet dat het in dit geval echt om een verzoek vanuit de raad ging. Mevrouw BOSMAN herinnert zich dat het een brief van het college aan het eind van het zomerreces was. Verder is het theaterbudget opgehoogd maar niet volgens een criterium dat de raad heeft vastgesteld.
Dergelijke zaken zouden wel helder moeten worden benoemd. Voorts mist ze de benadering van functies en de jurisprudentie. Mevrouw Bosman steunt het voorstel om het onderzoeksvoorstel voor de verkenning in de raad te bespreken. Ze zou deze evaluatie in januari nogmaals willen bespreken met een aanvullende bestuurlijke reactie waaronder een feitelijk juiste tijdslijn en de verschillende rollen. Ze stelt voor een juridisch advies in te winnen over de aanpassing van het stelsel naar aanleiding van de jurisprudentie in Friesland met het aanvullen van functies in de ABis om ook die in januari te bespreken. Mevrouw NADIF verbaast zich erover dat D66 meent dat de raad hierin geen enkele rol heeft gespeeld en niet heeft bij gestuurd. Mevrouw BOSMAN ziet die aangevulde tijdslijn met de verschillende rollen graag tegemoet. Mevrouw VAN SOEST ondersteunt de bijdrage van mevrouw Bosman. Mevrouw POOT onderschrijft eveneens het betoog van mevrouw Bosman. Ze hoort nog wel graag hoe mevrouw Bosman opgelost wil zien wat ze mist in de feitelijke evaluatie. Mevrouw BOSMAN weet niet of dat kan met een onafhankelijk onderzoek. Toch zou ze graag zien dat het proces met feitelijke juistheden op papier staat en dat hoeft dan niet per se in een onafhankelijke evaluatie.
De heer HUISMAN onderschrijft de vraag naar een bestuurlijke reactie en dan kan dat op een later moment samen met dit stuk terugkomen op de agenda. Mevrouw POOT kan zich vinden in het voorstel om dit punt inclusief de aanvullende bestuurlijke reactie te laten terugkomen. Dan kan ook de eigen rol van de raad aan de orde komen. Wethouder MELIANI verduidelijkt dat er net als bij het vorige Kunstenplan nu een procesevaluatie voorligt. Die laat zien hoe het proces is verlopen. De vraag naar een aanvullende bestuurlijke reactie heeft ze goed gehoord, maar als het gaat om juridische adviezen, dan heeft het college al wel advies opgevraagd om er zeker van te zijn of een aantal instellingen wel of niet kon worden toegevoegd. Dat kan ze de raad toesturen. Alle 7
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
partijen zijn door de onafhankelijke commissie bevraagd, dus ook het college kan hierin niet sturen. De evaluatie is ontvangen en gedeeld met de raad en daarop heeft het college zijn reactie gegeven. Ze begrijpt de behoefte aan een scherpere analyse om beslagen ten ijs te komen wanneer het volgende Kunstenplan wordt ingericht. Deze procesevaluatie is één stap en daarnaast vindt er een verkenning plaats. Die gaat over het systeem. Het college is daarover met een bureau in gesprek en binnenkort ook met het AFK, de Akr en een culturele instelling, maar het is absoluut goed als de raad daarin een grotere rol wil spelen. Dat is prima te organiseren – maar dat is aan de raad. Dit is de tweede keer dat dit systeem ten uitvoer wordt gebracht en nu pas worden de consequenties zichtbaar. De manier waarop het systeem is ingericht, is heel ingewikkeld. Helder was wel dat er een plafond zit aan wat er verdeeld kan worden. Het proces is goed doorlopen, maar het kan beter. Ze hoort nog graag meer over die feitelijke onjuistheden. De wethouder benadrukt dat het om een onafhankelijk onderzoek gaat. Het college heeft het concept wel gezien, heeft wel op enkele punten gewezen maar het is aan het bureau zelf om dat aan te passen. Gaat het over Ons’ Lieve Heer op Solder, dan is dat zowel iets van het college, van de raad en van de stad geweest.
Financiële keuzes zijn wel van de kant van het college gekomen. Juridisch is het nodige uitgezocht rond die jurisprudentie. Het is de wethouder niet helder of de raad nog meer informatie wil opvragen. Wat er is, kan ze de raad overzichtelijk in een brief toesturen. Het systeem is complex en de wethouder is blij dat de raad aangeeft daarin een grotere rol te spelen. Over verlenging van het Kunstenplan zijn gesprekken gevoerd – ook met de minister en met andere grote steden. Corona heeft immers zo’n enorme impact op de diverse culturele instellingen. Als het niet meer synchroon loopt met rijkssubsidies, wordt het er niet eenvoudiger op. Dat zou betekenen dat er gezamenlijk moet worden opgetrokken. Dat levert ook gelijk een probleem op voor de volgende periode. Het lijkt verstandig rekening te houden met de systematiek die het rijk hanteert. Net als de heer Boomsma maakt ook de wethouder zich grote zorgen om de cultuursector, zeker tot 2025. De heer BIEMOND is dan wel benieuwd of de wethouder actief in gesprek is met het rijk over die verlenging van deze periode. Het belang van een verlenging is evident. Wethouder MELIANI heeft hierover heel actief gesprekken gevoerd met zowel de minister als andere grote steden en instellingen. De minister wil dit echter aan het nieuwe kabinet overlaten.
Ze neemt de raad mee in de verkenning en de raad kan natuurlijk het initiatief nemen om mee te praten. Aan de verkenning kan uiteraard een technische sessie voorafgaan. Bij die verkenning zal het college gesprekken voeren met het AFK en anderen. In februari kan de systematiek dan voor de raadscommissie worden geagendeerd. Dan kan dat nog voor de verkiezingen. Hiermee zijn alle vragen beantwoord. De VOORZITTER heeft de wens gehoord voor een technische sessie, een rondetafelgesprek en een raadscommissieronde. Als de technische sessie in januari plaatsvindt plus een tweede commissiebespreking op 12 januari, en als het onderzoek dan ook wordt afgerond, dan kan dat op 2 februari in de commissie aan de orde komen en voor de laatste raadsvergadering van deze raad in februari worden geagendeerd. Iedereen is akkoord. De VOORZITTER concludeert dat hiermee dit punt voldoende is besproken Op voorstel van de heer Vroege wordt zijn initiatiefvoorstel doorgeschoven naar de volgende raadscommissie zodat de punten waarvoor gasten zijn, nu aan de orde kunnen komen. ICT en Digitale Stad
8
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
4. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de voortgang van de opvolging van de aanbevelingen uit de verslagen van de Rekeningencommissie en de Accountantsverslagen met betrekking tot het i-domein (ZD2021-012113) Mevrouw IJMKER vernam uit het accountantsverslag dat de gemeente nog niet voldoet aan de AVG en daarbij gaat het om de bewaartermijnen van persoonsgegevens. Dat is zorgelijk. Er komt steeds vaker nieuws naar buiten over privacyschendingen en onrechtmatige verwerking van gegevens rond die AVG. Het beschermen van privacy vergt constante aandacht. Ze hoort graag of de gemeente hier wel voldoende grip op heeft juist omdat de uitvoering van de AVG vaak bij andere portefeuilles ligt. Het initiatiefvoorstel van de coalitie dit voorjaar, Grip op technologie, geeft een aantal denkrichtingen. Ze ziet de reactie daarop graag tegemoet. De jaarverslagen van de Persoonscommissie Amsterdam zijn hierbij behulpzaam. Dank aan de wethouder voor dat verslag. Ze zou volgend jaar graag het verslag nog voor het zomerreces ontvangen zodat de raad hieraan tijdig aandacht kan geven. Als het gaat om de relaties met externe leveranciers, IT, dan vond er vorige week een gesprek plaats over hoe IT kan bijdragen aan de donuteconomie. Bij verschillende IToplossingen en bij Software as a service is de gemeente afhankelijk van specifieke leveranciers.
Ze hoort graag welke keuzes de gemeente kan maken en hoe ze de belangen afweegt. Daarbij is het van belang de afhankelijkheid van IT-leveranciers te verkleinen. Ze wijst op haar motie in september over de inkoop van verantwoorde technologie. Wellicht kan de wethouder daarover een update geven. De heer MANGAL sluit zich volledig aan bij de vragen van collega IJmker. Hij is benieuwd welke systemen nog altijd niet op orde zijn en of er in het verleden gebruik is gemaakt van die persoonsgegevens die vernietigd hadden moeten zijn. Volgens de nieuwe wet mogen allerlei IT-systemen aan elkaar geknoopt worden. Dat roept de vraag op of Amsterdam dat ook doet of dat Amsterdam die verknoping kan afhouden. De heer LEENDERS dient zijn vragen schriftelijk in. Wethouder MELIANI heeft het gesprek met Kate Raworth en Leen Sticker niet gezien maar zal dat zeker terugkijken. Ambtelijk worden die ontwikkelingen zeker gevolgd. In de vorige bestuursperiode is ervoor gekozen één wethouder verantwoordelijk te maken voor het stelsel. Dan is er meer regie. Daarbij is het hele i-domein gereorganiseerd waarbij alle onderdelen die te maken hebben met ICT en informatievoorziening één geheel worden. De gemeente is teruggegaan van 8.000 systemen naar 3.000 systemen en uiteindelijk zal dat één systeem worden waardoor er veel meer overzicht komt. Iedere wethouder is verantwoordelijk voor het privacybeleid.
Daarop stuurt het college. Het jaarverslag van het CPA ontving het college in oktober en dat heeft het in november met de raad gedeeld. De wethouder zal erop toezien dat het volgend jaar voor de zomer wordt gepubliceerd. Dat is wel aan het CPA. Het opstellen van een bestuurlijke reactie vergt wel serieus tijd. Middels eisen en contractbepalingen kan het college met IT-leveranciers werken op een passende manier binnen de mogelijkheden van de wet- en regelgeving. De gemeente wil uiteraard met goede producten werken. Allerlei bedrijven uitsluiten zou wel een impact hebben op de dienstverlening. Wel kijkt de gemeente altijd naar de mogelijkheid van open source en naar open standaarden – dus dat systemen op elkaar aansluiten. Aandacht is er ook voor privacy bij design – overigens een verplichting bij de AVG. Standaarbepalingen zijn ingesteld voor bijvoorbeeld de inkoop van algoritmes zodat die uitlegbaar en controleerbaar zijn. Dan de vraag over onjuist gebruik van persoonsgegevens in verband met bewaartermijnen. Daar komt de wethouder schriftelijk op terug; dat moet ze eerst nagaan. Daarbij neemt ze de vraag of gegevens zijn gedeeld met derde partijen mee net als de vraag over de nieuwe wet. De informatie over de uitvoering van de motie komt naar verwachting nog voor het 9
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
reces richting raad. In de volgende rapportage neemt de wethouder een update van de privacy rond design mee. Over het initiatiefvoorstel Grip op technologie komt vandaag in de dagmail een stuk naar de raad. De VOORZITTER concludeert dat hiermee dit punt voldoende is besproken. Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid 5. Instemmen met het initiatiefvoorstel ‘Amsterdam LHBTIQ+ freedom zone’ van het lid Vroege en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel (ZD2021015434) Dit punt schuift door naar de volgende raadscommissievergadering. Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel) 6. Referendumverordening Amsterdam 2022 (ZD2021-016094) De heer Van Praag van de referendumcommissie is aanwezig om vragen te beantwoorden. Mevrouw GROOTEN wijst op het onderscheid tussen een alternatief voorstel en het initiatiefvoorstel in het tweede advies van de Commissie. Wat de Commissie daar aanbeveelt, is haar onduidelijk en dat krijgt ze graag toegelicht. De heer VAN PRAAG vreesde voor verwarring wanneer een alternatief voorstel zich zou ontwikkelen tot een volksinitiatief. Als de wethouder dat gevaar niet ziet, dan legt de Commissie zich daarbij neer. De VOORZITTER bedankt de heer Van Praag namens de raadscommissie voor zijn advisering en voor de beantwoording.
Mevrouw GROOTEN haalt aan dat het inmiddels twee jaar geleden is dat de raad deze richting bepaalde waarbij het in de basis ging om het laagdrempeliger maken van het referendum voor de Amsterdammers, een mooie doelstelling. Ze bedankt de Referendumcommissie voor haar adviezen. De wethouder heeft een fors aantal punten daarvan overgenomen; een aantal punten resteert nog. Bijvoorbeeld het punt collectief referendum; een referendum over een voorgenomen besluit. Dat laatste zou een betere term zijn. Wellicht zal de raad die term wijzigen middels een amendement. De heer BIEMOND vindt het woord collectief ook verwarrend. Hij leest dat de initiatiefnemers een besluit van de raad kunnen tegenhouden. Dat vindt hij ook verwarrend en dat zou er wat hem betreft ook uit de tekst kunnen. Mevrouw GROOTEN is het daarmee eens. Wellicht kan dat met een amendement worden geregeld. Het college heeft een goed antwoord op dat onderscheid tussen een alternatief en een initiatiefvoorstel; ze verwacht niet dat dat in de praktijk tot verwarring zal leiden. De gemeenteraad moet wel spoedbesluiten kunnen nemen waarbij rekening wordt gehouden dat er nog een referendum komt. Gaat het om duiding van de uitslag, dan doet de Referendumcommissie een goed voorstel. Daarvoor komt mevrouw Grooten met een motie of amendement.
De organisatie van de stemming zal niet veel uitmaken, maar als de modelverordening past, dan is dat ook prima. Ze komt met een voorstel. Gaat het over budget en subsidie, dan is het van belang dat mensen breder iets kunnen doen met een referendum. En dat is ook van belang voor mensen die niet zelf initiatiefnemer zijn. Ook 10
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
daarvoor komt ze met een voorstel. Ze bedankt iedereen die aan deze mooie verordening heeft gewerkt. De heer MANGAL bedankt het college en de ambtenaren voor dit mooie stuk waarmee de raad de burgers een instrument in handen geeft om die raad bij te sturen. Initiatiefnemers die gerechtigd zijn het initiatief te vertegenwoordigen; dat krijgt hij graag toegelicht want er ontbreekt nu een verdere definiëring van die term. De opschortende werking van een beslissing kan worden omzeild. Hij leest dat als een verzoek tot een referendum dat dan wordt omzeild. Het is volgens hem zo dat een voorstel doorgang krijgt ondanks een eventueel referendum daarop. Daarom lijkt het hem nodig specifiek te omschrijven wanneer deze regel mag worden ingezet. Ook wil hij weten waarom ondersteuningsverklaringen van een inleidend onderzoek niet zouden meetellen voor een definitief verzoek. Tot slot ziet DENK graag dat jongeren ook worden meegenomen in het democratische proces bijvoorbeeld door bij stadsdeelreferenda jongeren vanaf 16 jaar laten meestemmen. De heer VROEGE constateert dat de heer Mangal de ideeën van D66 omarmt. Goed nieuws. Het referendum is natuurlijk een D66-juweel. Dank aan de Referendumcommissie die tot twee keer toe de voordracht nauwgezet heeft doorgenomen. Heel mooi dat er een onafhankelijk team van experts op de inhoud naar de verordening heeft gekeken.
Misschien zou dat vaker zo moeten plaatsvinden. De besluitvorming wordt daar beter van. De wethouder geeft aan een aantal punten over te nemen en te verwerken in de verordening – maar bij een aantal punten niet of laat hij het oordeel aan de raad. Dan hoort de heer Vroege graag hoe de raad het moet aanpakken als die toch een punt wél wil opnemen in de verordening: zelf de tekst opstellen of het college daartoe opdracht geven? Mevrouw NANNINGA heeft twee vragen. Dank aan iedereen die heeft meegewerkt aan de voordracht en dank ook voor de afhandeling van de moties. JA21 vindt het referendum van groot belang om te bewerkstelligen dat Amsterdammers meer te zeggen krijgen over het stadsbestuur. Mooi dat er een veelheid aan vormen mogelijk zou zijn, dus zowel een referendum als besluit van de raad, van het college en voor initiatieven vanuit de Amsterdammers zelf. Ter tafel ligt een aantal voorstellen voor wijziging. Ook JA21 wil zo breed mogelijk een aantal amendementen indienen – dat is bij dit onderwerp toch heel passend. In de verordening staan enkele verwijzingen naar de raad met de tekst ‘de voorzitter van de raad’. Maar dat is tevens de voorzitter van het college. Dat lijkt een verkeerd signaal af te geven. Ze oppert daarvan ‘de voorzitter van het presidium’ te maken.
Over de duizend of tienduizend handtekeningen hoort ze graag hoe de wethouder of de voorzitter van de Referendumcommissie hiernaar kijken. Het gaat om grote aantallen en misschien is het reëler om te spreken van vijfhonderd en vijfduizend met name voor de volksinitiatieven voor wat kleinere onderwerpen. Komt er een referendum over een raadsbesluit, dan krijgt de desbetreffende wethouder subsidie voor de bijbehorende campagne. Daarbij hoort de afspraak om een organisatie op te zetten van dat geld, maar het kan niet zo zijn dat het hele budget wordt ingezet om vanuit het stadsbestuur campagne te voeren voor het standpunt van de wethouder. De heer FLENTGE ziet dat er een mogelijkheid zit in het voorstel om aan te geven of je voor plan A, voor plan B of voor geen van beide bent. Dat staat expliciet genoemd voor het volksinitiatief. Als er drie categorieën zijn, kan het zo zijn dat de tegenstem daarmee uiteengespleten wordt. Eigenlijk maakt dat de keuze heel ingewikkeld. Hij oppert niet een opkomstdrempel maar een uitkomstdrempel op te werpen waardoor er na afloop van een referendum discussie wordt vermeden. Een uitkomstdrempel gaat ervanuit dat er voldoende tegenstemmen zijn en dat een derde van de stemgerechtigden een nee-stem heeft uitgebracht. Dat lijkt hem een reële optie. 11
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
Wethouder GROOT WASSINK bedankt in het bijzonder de Referendumcommissie en de heer Van Praag voor wie er nu toch nog een vraag ligt. De heer VAN PRAAG volgt op het punt van het voorzitterschap de VNGverordening die de burgemeester een aantal technische bevoegdheden geeft - dus niet politiek geladen. Dat komt de snelheid van het proces ten goede. Wethouder GROOT WASSINK is blij met de positieve ontvangst van dit voorstel. Er is een zorgvuldig proces doorlopen. In twee rondes advisering heeft de Referendumcommissie een aantal punten naar voren gebracht waarvan het aan de raad is om te besluiten hoe ze daarmee wil omgaan. De wethouder is blij met de verordening die nu voorligt. De tekstuele punten neemt hij over; de andere punten zijn aan de raad. Daarvoor zijn dan amendementen nodig en daar zitten best wel wat keuzes in. Daarbij kan de raad uiteraard ondersteuning krijgen hoewel het college denkt dat dit een goede verordening is. Dan de vragen van de heer Mangal over de initiatiefnemers die gerechtigd zijn het initiatief te vertegenwoordigen. Er dienen een paar mensen initiatiefnemer te zijn. Dat lijkt hem helder. Het artikel over de opschortende werking is niet bedoeld om het referendum te verhinderen maar er zijn situaties denkbaar waarbij spoed echt van belang kan zijn. Daarvoor criteria vastleggen is moeilijk want die situaties zijn niet te voorzien.
Hopelijk is het zelfs nooit noodzakelijk. De wethouder hecht aan de tekst zoals die nu is opgenomen. Ondersteuningsverklaringen meetellen zou heel gek zijn. Anders zou er helemaal geen twee keer nodig zijn. Operationeel is het lastig om een criterium te stellen voor die leeftijdsgrens. Het referendum is immers op het kiesrecht gebaseerd en dat is nu eenmaal 18 jaar. Maar het staat de raad vrij. De voorzitter van de raad is een term uit de modelverordening, niet bedoeld als een politiek voorzitter. Het college denkt dat er een goed aantal handtekeningen staat opgenomen. Iedere drempel is per definitie arbitrair maar met deze drempel denkt het college een proportioneel aantal te hebben genoemd. Een level playing field is natuurlijk heel belangrijk als het gaat om de inzet van de financiering. Ook een wethouder moet goed kunnen verantwoorden hoe die het bedrag besteedt. Het kan zeker niet zo zijn dat er een heel ambtelijk apparaat in beweging wordt gezet. Mevrouw Grooten geeft aan dat er een aanmerkelijke verbetering voorligt. In Amsterdam lag het buitengewoon moeilijk om een referendum te organiseren. Daar houdt de wethouder zich aan vast en hij kijkt uit naar de bespreking in de raad. Problematisch aan een uitkomstdrempel is toch dat het eigenlijk hetzelfde is als een opkomstdrempel: een verdere beperking.
Er zal altijd discussie over een referendum zijn; er zal altijd discussie zijn over de uitslag. Maar het gaat erom hoe de representatieve democratie zich verhoudt ten opzichte van dit signaal vanuit de bevolking. De wethouder zou geen opkomst- of uitkomstdrempels willen invoeren omdat de tegenstanders van een referendum daarmee een extra instrument in handen krijgen. De schoonheid zit nu juist in de dynamiek van het referendum en de representatieve democratie – die uiteindelijk het laatste woord heeft. Volgens de heer FLENTGE denkt niet dat een uitkomstdrempel een belemmering zal vormen. Op het moment dat er meer nee-stemmers nodig zijn dan ja-stemmers, dan kan daarmee bijvoorbeeld een besluit van de raad worden weggestemd. Dat aantal neestemmers zou ook kunnen werken als een aanmoediging om wel degelijk naar de stembus te gaan waarmee wordt voorkomen dat er achteraf discussie is over de uitkomst als de opkomst laag is. Een uitkomstdrempel zou echt opkomstbevorderend kunnen zijn. Wethouder GROOT WASSINK brengt naar voren dat er rond het Hoofdlijnenbesluit uitgebreid discussie is gevoerd over zowel opkomstdrempels als uitkomstdrempels. Die ziet hij als beperking en hij is niet voornemens de verordening hierop aan te passen. Er zal immers altijd discussie zijn. Het gaat erom hoe de raad opkomst en uitkomst weegt.
Het is natuurlijk aan de raad hoe deze verordening vorm krijgt en hij kijkt uit naar de amendementen. Ook zo’n uitkomstdrempel kan een beïnvloedend 12
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
effect hebben net als een opkomstdrempel. Dat er drie opties zijn, is eigenlijk heel logisch. Hij ziet niet in hoe dat de tegenstem kan kanaliseren want datzelfde geldt voor de stemmen voor. Het lijkt hem zeker niet simpeler als er alleen een ja of nee mogelijk is. Hij verwacht niet dat dat kanaliserend werkt; hij verwacht juist dat het zuiverder is het zo te doen. Deze drie categorieën bevorderen juist de zuiverheid. De heer FLENTGE wijst erop dat er bij een volksinitiatief dat volksinitiatief voorligt en dan kan de raad zijn eigen initiatief daarnaast leggen. En dan is er nog de kans op geen van beide. Dat vindt hij gecompliceerd. Hij ziet liever een simpel ja en een simpel nee. Hij onderschat de Amsterdammer zeker niet, maar het gaat er immers om dat de bevolking een raadsbesluit kan corrigeren. Wethouder GROOT WASSINK ziet die complicatie helemaal niet. De VOORZITTER concludeert dat hiermee dit punt voldoende is besproken en dat het voor een middellange behandeling naar de raad gaat. Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed 7. Kennisnemen van advies kunstraden inzake verkenning museale voorziening slavernijverleden (ZD2021-015738) Er zijn drie gasten aanwezig om vragen aan te stellen: de heer Vyent en de heer Yilmaz van de Regiegroep en mevrouw Weitering van de Amsterdamse Kunstenraad. De heer VROEGE dankt voor het heldere advies.
Het advies luidt een groot, nieuw iconisch gebouw op te richten voor het museum. Musea kunnen ook goed terecht in bestaande gebouwen wat een meerwaarde kan hebben bijvoorbeeld het Joods Historisch Museum in de oude synagoge en de Hermitage aan de Amstel. Dus hij hoort graag waarom er specifiek een nieuw gebouw moet komen. De heer VYENT licht toe dat het een nationaal museum betreft en dat mag echt die uitstraling hebben en internationaal aanspreken. De heer BLOM bedankt alle betrokkenen voor hun uitgebreide advies. Hij is benieuwd welke financieringsstroom de AKr als realistisch ziet naast het geld van de overheid en de culturele fondsen en welke risico’s er nog zitten in het proces voor de totstandkoming van het museum. Als het museum ervoor kiest het perspectief van de Oost er in een later stadium bij te betrekken, wat is dan de consequentie en is één museum überhaupt wel voldoende om ook die Nederlands-Indische dimensie te belichten? Hij hoort graag meer over de mate van betrokkenheid vanuit de museale en culturele wereld voor dit museum. Dan de vragen aan de regiegroep. Hij is benieuwd hoe mensen de ruimte hebben gekregen om te participeren in de processen zoals de verkenning en hoe de regiegroep dit proces heeft ervaren.
Gaat het om die verbreding naar de Oost-Indische slavernij, wat is dan de reactie van de regiegroep? Mevrouw WEITERING legt uit dat de financieringsstroom buiten de scope van de adviesaanvraag van beide raden ligt. De primaire bronnen zijn duidelijk en daarna kan het museum andere bronnen aanboren zoals ook de gevestigde musea dat doen: vriendengroepen, donaties, nalatenschappen, privaat geld. In eerste instantie is de garantie van overheidssteun echt een vereiste. Risico’s bij de totstandkoming zijn het gevaar dat de discussie over verbreding naar de Oost-Indische slavernij de totstandkoming van het slavernijmuseum mogelijk kan frustreren of vertragen. De zoektocht naar een geschikte locatie net als een slepend bouwproces vormen ook een risico. De groep betrokken stakeholders is groot en daarom 13
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
roept ze de raad op extra aandacht te besteden aan de verschillende rollen en fases in het proces. Die verbreding van het perspectief niet van het begin af aan ziet de regiegroep als een gemiste kans. Het gaat erom recht te doen aan het totale slavernijverleden van Nederland. Die kans ligt er nu. Er zijn immers veel interessante dwarsverbanden en dat onderzoeken doet recht aan de maatschappelijke aandacht op dit vlak. De aandacht voor het trans-Atlantische slavernijverleden dient echter een zeer prominente plek in te nemen gezien de schaal en het aantal personen in de diaspora. De raden zouden heel positief staan tegenover meer musea in de verschillende regio’s. Maar gezien de inhoud zoals die in de verkenning is vastgelegd, is een nationaal museum echt gerechtvaardigd. Dat kan samengaan. De vraag over de betrokkenheid vanuit andere musea is lastig te beantwoorden want niet met alle musea is gesproken. Ze gaat ervanuit dat die betrokkenheid en het enthousiasme groot is. Zo is het Nationaal museum van Wereldculturen goed op de hoogte en dat geldt ook voor het Amsterdam Museum. De heer VYENT is blij dat de kunstenraden het rapport hebben omarmd. Het college heeft opdracht gegeven een verkenning te doen gericht op de trans-Atlantische slavernij. Dus alle gesprekken waren in lijn met deze opdracht.
Er is wel aandacht besteed aan de bredere behoefte en dat zou hij in fasen willen doen – vooral ook omdat het nationaal slavernijmuseum een netwerkmuseum wil zijn. Het Oost-Indische verhaal wordt al redelijk goed verteld in een aantal instellingen, het KID, het Tropeninstituut. De focus ligt op het trans-Atlantische verleden. Het is zeker niet één groot verhaal. Het is een pijnlijk onderwerp en daarbij lopen processen nu eenmaal moeizaam. Met de uitkomst is hij blij. Er is twee jaar nodig geweest om te komen tot de verkenning. Vanuit de inhoud zou men graag water en een park gecombineerd zien met iets iconisch. Een gebouw mag geen beladen koloniale erfenis hebben. Inmiddels zijn 23 culturele instellingen bevraagd waarop eigenlijk iedereen positief heeft gereageerd. Een aantal is bereid tot samenwerking op bepaalde aspecten. De regiegroep heeft het proces wel als redelijk ingewikkeld ervaren mede door de opdracht voor een focus op het trans-Atlantische verleden en latere gesprekken over de verbreding naar het Oost-Indische-Oceaandeel. Hoewel de regiegroep heel blij is met het overwegend positieve advies vanuit de raden, gaat die discussie over de verbreding absoluut tot vertraging leiden want daarover heeft de regiegroep echt aan andere mening. Het stuk van de trans-Atlantische geschiedenis is immers groot genoeg om daaraan een nationaal museum te wijden.
Twee grote geschiedenissen combineren op één plek wordt heel lastig; iedere geschiedenis verdient zijn eigen plek. De missie van het museum is heel duidelijk; het museum zal ook een katalysator worden voor sociale verbeteringen. Door te verbreden wordt er al direct aan die missie getornd. Wel zijn er veel aanknopingspunten met het Oost-Indische slavernijverleden. De brief die daarover is opgesteld, komt nog naar de raad. Daarin wordt verduidelijkt op welke wijze men denkt wel plek te kunnen geven aan dat verleden binnen de verkenning. De VOORZITTER bedankt de gasten voor hun bijdrage. De heer BLOM is blij met het enthousiasme dat zeker bijdraagt aan de komst van het museum. Het initiatief wordt breed gedragen en niets lijkt de komst in de weg te staan. Hij verzoekt de wethouder de vragen die hij nu stelt, mee te nemen in de toekomstige brief. Hij wil horen welke risico’s er schuilen in het proces en in de oprichting en welke acties daarop nodig zijn om die risico’s te verkleinen. Misschien kan de wethouder iets aangeven over de mate van participatie tot nu toe bijvoorbeeld bij het opstellen van de verkenning. En zijn er – digitaal – publieke ontmoetingen mogelijk op korte termijn? Veel mensen willen nog iets inbrengen naar aanleiding van de rapporten en adviezen.
Hij is ook benieuwd hoe de wethouder tegen de adviezen die nu voorliggen, aankijkt om vanaf het begin af aan ook de Oost hierbij te betrekken. Het museum heeft straks natuurlijk wel die netwerkfunctie, een agenderingsfunctie om andere vormen van slavernij aan te stippen. Nu is het uitgangspunt die gerichte focus op de trans-Atlantische slavernij en de heer Blom hoort graag hoe de wethouder hiernaar kijkt. Tot slot wil hij nog weten wanneer de volgende besluitvorming vanuit de raad plaatsvindt bijvoorbeeld over de 14
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
kwartiermakers. De heer VROEGE vraagt zich af of het wel voldoende is om het verhaal uit de Oost alleen aan te stippen en of daarvoor een tweede museum moet komen. De heer BLOM denkt dat er veel meer voorzieningen moeten komen om de koloniale geschiedenis en de slavernijgeschiedenis zo goed mogelijk te vertellen. Het museum dat er nu komt, heeft ook de verantwoordelijkheid om zaken aan te stippen, exposities te organiseren en wisselende tentoonstellingen te faciliteren. Zo draagt het museum straks bij aan een breder begrip over allerlei vormen van slavernij. De heer VROEGE hoort nu dat de heer Blom vanuit de politiek denkt te moeten bepalen wat voor exposities er in musea dienen te komen. Dat is niet de taak van de politiek; dat is aan de stichting zelf. Nu de Oost niet volwaardig meenemen, daarmee dreigt de gemeente die geschiedenis te kort te doen. De heer BLOM herkent zich totaal niet in die suggestie. Het gaat bij dit museum om veel meer dan de geschiedenis van de Oost aanstippen. De verkenners zelf geven aan een netwerkmuseum te willen zijn en dat ondersteunt GroenLinks. Mevrouw LA ROSE bedankt alle betrokkenen voor het advies. Complimenten aan de beide wethouders voor de zorgvuldige aanpak die heeft geleid tot dit verkenningsrapport met de prachtige titel Met de kracht van de voorouders. Daar gaat het om.
Ze ziet mooie ontwikkelingen met mooie samenwerkingsvormen met de focus op het trans-Atlantische als historisch uitgangspunt maar wel met oog voor de breedte van het vraagstuk. Ze heeft net gehoord dat daarmee zeker rekening wordt gehouden. Ze roept het college op druk op het proces te houden. Ze kijkt reikhalzend uit naar het resultaat. De heer MANGAL benadrukt het zwartperspectief hier te laten voorgaan. Worden er verschillende aspecten meteen meegenomen, dan kan het verwateren en dan wordt straks het slavernijverleden besproken vanuit een wit perspectief. Dit initiatief is vooral gericht op de grootschalige en onmenselijke slavernij, waarbij mensen veelal waren gekidnapt en werden weggeleid van hun familie, religie en hulp. Dat is de rode draad voor dit museum. Er moet echt ook oog zijn voor het begin: het lot van de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Hele stammen zijn afgeslacht om het land te kunnen innemen om daar totslaafgemaakten naartoe te kunnen brengen. Ook die culturen zijn weggevaagd. Nakomelingen van diegenen die de genocide hebben kunnen ontlopen, worden nog steeds gemarginaliseerd. Daarom dient dit beginverhaal expliciet te worden meegenomen. De heer FLENTGE wil zich juist onthouden van al te veel inhoudelijke bemoeienis.
Dit dient een maatschappelijke discussie te zijn en politici dienen daarin een bepaalde mate van terughoudendheid te betrachten bij de uitwerking van dit museum. Het is van groot belang om rekenschap te geven van de geschiedenis en dus ook van de slavernij. Hopelijk wordt het een heel dynamisch museum en de mensen aan wie die ambitie is meegegeven, die gaan ervoor zorgen dat daar iets goeds komt. Hij spreekt de hoop uit dat dit museum tijdloos is en niet meegaat met de maatschappelijke hypes van dit moment. Het museum dient de tand des tijds te kunnen doorstaan. Hij hoopt dat de raadsleden zich terughoudend willen opstellen. Er moet wel voortgang komen. Desgevraagd geeft hij aan dat de focus op de trans-Atlantische geschiedenis wel helder is maar dat betekent niet dat andere geschiedenis wordt uitgesloten. Ook hier wil de heer Flentge zich terughoudend opstellen: het moet niet een politiek maar een historisch museum worden. De heer BOOMSMA heeft destijds ingestemd met het initiatief en hij hoopt ook echt dat het er komt. Hij hoort graag wat nu het tijdspad is. Hij zou wel graag die verbreding zien en hij zou dat ook niet willen beperken tot Nederland. Slavernij bestond op allerlei plekken en in allerlei tijden. Het moet inderdaad geen politiekgeladen museum 15
Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering. Definitief Raadscommissieverslag, 8 december 2021
KDD
worden maar de teksten nu zijn al wel heel ideologisch beladen en ook eenzijdig. Dat brengt het risico met zich mee dat veel mensen dan zullen afhaken. De heer VROEGE worstelt een beetje met de verschillende rapporten die nu voorliggen. Zaken worden al gauw politiek. Hij krijgt daarop graag een reflectie van het college. Eén groep heeft hard gestreden om dit museum van de grond te krijgen maar dat mag geen reden zijn dat dit de enige groep is die nu wordt bediend met dit museum. Het kan niet zo zijn dat andere groepen niet worden vergeten. Hij is benieuwd wie nu uiteindelijk die beslissing gaat nemen. Wethouder GROOT WASSINK heeft weinig vragen gehoord. Hij bedankt de regiegroep en de Amsterdamse Kunstraad voor de uitgebreide advisering. Het college zal een bestuurlijke reactie opstellen en die komt in januari tijdig naar de raad. Uiteindelijk zijn er altijd risico’s. De minister gaf destijds aan dat het niet de vraag was of het museum er komt maar hoe het er komt en dat onderschrijft de wethouder. Het belang van dit museum staat voorop. De maten van participatie bij de totstandkoming van de verkenning is een vraag aan de verkenners. De wethouder weet dat er veel participatie is geweest. De bestuurlijke reactie volgt nog. Hij kan niet vooruitlopen op de advisering. De wethouder stuurt de precieze planning nog dit jaar naar de raad. Dit betreft overigens geen raadsbesluit.