Definitief verslag FED 2022 01 20
Tekst van het document
Er is een bureau ingehuurd om te bewerkstelligen dat er een goede mix van mensen in de klankbordgroepen zit. Dat is niet overal gelukt. Via contextmapping is met een heel andere doelgroep het gesprek aan gegaan. Dat is in de reflectiefase gedaan – maar die fase is nog niet afgerond. Het expertgroep Natuur is een onafhankelijke expertgroep maar er kan natuurlijk wel informatie worden verstrekt – zoals het onderzoek uit Wageningen dat de heer Groen noemde. De heer KREUGER hoorde dat bepaalde groepen jongeren werden geweerd. Dat krijgt hij graag toegelicht. Wethouder VAN DOORNINCK kent die signalen maar herkent ze niet. Een onafhankelijke organisatie heeft die klankbordgroepen samengesteld. Soms was een klankbordgroep gewoon vol. De vraag of de Noorder IJplas ook betrokken kan worden bij de plan-MER is niet logisch. In een eerder stadium is daar een plan-MER voor gedaan. Daar komt nu een project-MER. Ontheffingen van de hoogtenorm van Schiphol verwacht de wethouder niet. Dat zou een hele zware procedure van de initiatiefnemer vergen. Initiatiefnemers bij de
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissieverslag, 20 januari 2022
FED
Noorder IJplas overwegen of ze een onderzoek zouden kunnen doen. Dan zouden er bijvoorbeeld 2 in plaats van 5 molens nodig zijn. In de brief van november heeft het college aangegeven hoe het de invulling van het afwegingskader zag. Dat was al eerder aangekondigd. Haast in het proces zat er rondom de gevraagde feed back aan de deelnemers van de klankbordgroepen op het afwegingskader. Het college wilde dat nog aan de raad voorleggen. De reflectiefase gaat nog gewoon door. De raad heeft het besluit genomen zoekgebieden vast te stellen voor windmolens. Dat is het traject dat nu loopt. Amsterdammers die dat niet willen, laten zich goed horen. Maar dat betekent niet dat dit democratische proces van tafel is nu er samen met bewoners wordt gekeken hoe het proces wordt ingericht. Als uit onderzoek blijkt dat een bepaalde windmolen onaanvaardbare risico’s voor de natuur of de volksgezondheid heeft, dan komt die er niet. willen.
Mevrouw KUIPER begrijpt dat die molens er niet komen als burgers dit echt niet
Wethouder VAN DOORNINCK herhaalt dat dat alleen het geval is op het moment dat er onaanvaardbare risico’s zijn. Serieuze reflectie is ook afzien van windmolens. De reflectiefase is bedoeld om het proces met de Amsterdammers te bespreken. Er wordt heel goed gekeken naar de zorgen van de Amsterdammers. De expertgroep gaat op vragen heel serieus in. Die waren niet heel makkelijk of snel te beantwoorden. Als het gaat om de nieuwe, landelijke geluidsnormen, dan betreft dat afstandsnormen. Dat vindt Amsterdam onverstandig. De afstand zegt immers niet alles over de overlast die mensen kunnen ervaren. Een geluidsnorm is veel logischer om overlast tegen te gaan of te voorkomen. Het college wacht af waarmee het rijk komt. Zo nodig worden de processen aangepast. Aan de twee expertgroepen is gevraagd te komen met een feitenoverzicht. Ook het rijk buigt zich over de dialoog rond feiten. Het rijk heeft een advies neergelegd bij het overlegorgaan Fysieke Leefomgeving. Dat roept op tot een landelijke dialoog over elektriciteit. De wethouder heeft alle vertrouwen in de voorzitter van de expertgroep Gezondheid. Die kijkt zeker naar de minderheidsstandpunten. Raadsleden kunnen het aangeven als er nog vragen zijn blijven liggen. Dan kan de wethouder die meenemen in de verduidelijkende brief. De VOORZITTER concludeert dat hiermee dit punt voldoende is besproken.
De commissie ontvangt graag die verduidelijkende brief. Het punt gaat door naar de raad. 11 Kennisnemen van de reactie op motie nr. 2145.19 inzake het ongevraagd advies van stadsdeel Nieuw-West over een klimaatadaptief huurcontract (ZD2021-014532) Mevrouw NADIF ziet een advies van stadsdeelcommissie Nieuw-West over de Kaskantine, een mooi circulair, lokaal initiatief. In de aanbeveling is meer ruimte nodig en er dienen betere afspraken te worden gemaakt. Ze hoort graag hoe het college de zeven punten beschouwt en hoe ze de kaskantine daarin kan meenemen. Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat het college de eerder aangenomen motie graag had willen uitvoeren, maar daarbij liep het college tegen regelgeving aan. Het lijkt haar goed over andere waarden na te denken. De Kaskantine heeft helder aangegeven geen subsidie te willen. Zij creëert immers andere waarde. Dat vergt om beleidsontwikkeling op een andere manier en dus om een ander instrument. Daarover kunnen de onderhandelende partijen na de verkiezingen eens goed nadenken. De stadsdeel legde ook de vraag neer hoe het aan geld kan komen. Er wordt nu gekeken hoeveel geld er in de nieuwe coalitieperiode komt voor circulaire middelen. De wethouder zou het betreuren als dat een louter financieel verhaal wordt. De Kaskantine wil worden gewaardeerd voor andere vormen van waardecreatie. Dat is echt een principieel punt.
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissieverslag, 20 januari 2022
FED
Mevrouw NADIF denkt dat dat allemaal nog wel even duurt. De vraag is wat er nu kan gebeuren. Ze agendeert dit punt graag voor de raad. Wethouder VAN DOORNINCK denkt dat het toch verstandig is even te wachten totdat de monitor Circulair er ligt. Die geeft aan waar de barrières zitten. Het stadsdeel vraagt nu met name om geld. Dat kan de wethouder niet zomaar toezeggen. De VOORZITTER concludeert dat hiermee dit punt voldoende is besproken. Het punt gaat naar de raad van 16 februari op verzoek van GroenLinks. 12 Kennisnemen van de afdoening van motie nr. 1278 d.d. 4 juli 2019 van het lid Groen inzake de Voorjaarsnota 2019, Financiering transitie aardgasvrij (ZD2021-013614) De heer GROEN bedankt het college voor de uitvoering van de motie. Hij betreurt het dat het geld voor de volgende periode niet preciezer is onderbouwd met doorrekeningen van waarom dat geld nodig is. Dat zou goed zijn voor de onderhandelende partijen bij de coalitieonderhandelingen. De hoogte van het bedrag past wel in de langetermijndoorrekeningen. GroenLinks heeft zich gecommitteerd aan het Klimaatverdrag van Parijs. Amsterdam heeft dat uitgewerkt in de routekaart Klimaatneutraal waarvan de transitie aardgasvrij een essentieel onderdeel is. Als het realiseren daarvan 200 miljoen euro incidenteel vergt, dan moet de gemeente dat geld zien te vinden.
Het is dus van groot belang geen verdere vertraging op te lopen. Dan worden de problemen alleen nog maar groter. GroenLinks meent dat de opbrengst van de verkoop AEB, 60 miljoen euro, aan het Klimaatfonds moet worden toegevoegd net als de 35 miljoen euro die het AEB nog moet terugbetalen aan de gemeente. De heer VAN LAMMEREN onderschrijft de vraagstelling van GroenLinks. Hij wil veel specifieker zien waaraan dit bedrag wordt uitgegeven. Het zou immers goedkoper worden om de huizen aan te sluiten. Het zal toch niet zo zijn dat dit bedrag naar de onrendabele top gaat voor de isolatie. Voorts wil hij weten hoeveel huizen nu van het aardgas af gaan voor dit bedrag. De opbrengst van de verkoop van het AEB in het Klimaatfonds storten zet wel de financiën van Amsterdam onder druk, want de schuldpositie was al wel meegenomen. Overigens betreurt hij het dat de gemeente haar infrastructuur aan Chinese bedrijven verkoopt. Wat dat op lange termijn gaat betekenen, dat is allemaal nog de vraag. De heer GROEN benadrukt dat het geld bedoeld is voor de routekaart Klimaatneutraal en de transitie aardgasvrij. Daaraan wordt het uitgegeven. Onduidelijk is waarvoor die 200 miljoen euro nodig is en dat wil hij helder krijgen. De heer VAN LAMMEREN neemt zeker geen afstand van de klimaatovereenkomst van Parijs. Er moet echt minder CO2 in de atmosfeer terechtkomen.
Het blijft jammer dat dit hele college ervoor heeft gezorgd dat Amsterdam meer CO2 in de lucht brengt met haar biomassacentrale. Van de wethouder hoort hij graag of de biomassacentrale nu eindelijk dicht gaat – zoals beloofd. Mevrouw VAN SOEST ziet dat de financiën nu al worden verdeeld. Dat is toch iets om aan het nieuwe college over te laten. De heer KREUGER vindt 200 miljoen euro echt een groot bedrag. Ook hij hoort graag of dit de onrendabele top betreft. Of is er een groter totaal van investeringen dat over een lange looptijd moet worden terugverdiend? Een aankomend nieuw college heeft helemaal geen vergelijkingsmateriaal. Op basis hiervan kan een nieuw college helemaal geen goede afweging maken. De heer GROEN denkt dat het goed is dat de kiezer weet welke positie bepaalde
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissieverslag, 20 januari 2022
FED
politieke partijen innemen ten aanzien van de energietransitie en de financiering daarvan. GroenLinks is daar helder in. De heer KREUGER neemt dit voor kennisgeving aan. Wethouder VAN DOORNINCK beaamt dat er geen uitgebreid onderzoeksrapport is opgesteld. Het college heeft zich gebaseerd op alle andere onderzoeken die er de afgelopen jaren zijn gedaan. De wethouder komt met een specifieke doorrekening voor de coalitieonderhandelingen. De bedragen zoals die er nu staan, zijn berekend voor de onrendabele top. De voorstellen van GroenLinks inzake de opbrengst van de verkoop van GroenLinks lijkt haar een prima inzet voor bij de coalitieonderhandelingen. Het college is uitgegaan van 40.000 woningen met een onrendabele top van 5.000 euro per woning. Dat is nu het bedrag dat de gemeente als subsidie verstrekt. Het betreft het middenscenario. Het college gaat ervan uit dat het op den duur minder gaat kosten, maar het wil voorzichtig zijn. De heer KREUGER hoort graag wat de totale investeringsruimte is en met welke terugverdientijd wordt gerekend. Wethouder VAN DOORNINCK legt uit dat dit de kosten van de gemeente Amsterdam zijn, dus wat de gemeente bijlegt bij de onrendabele top. De ambitie van de gemeente heeft immers effect op huiseigenaren en daarbij biedt de gemeente ondersteuning in de vorm van een subsidie voor de onrendabele top.
De heer KREUGER wil horen wat de totale investeringsruimte is. De wethouder weet dat, want ze heeft ook berekend wat de onrendabele top is en wat de terugverdientijd is. Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat het om de onrendabele top gaat, 5.000 euro per woning. Daarmee wordt gerekend in alle subsidies maar ook in de gesprekken met de woningbouwcorporaties. Dat kan per huis natuurlijk enigszins verschillen. Die onrendabele top is berekend voor een periode van ongeveer 30 jaar. De motie van de heer Groen vroeg om een berekening van het bedrag dat de gemeente moet betalen om haar aardgasvrije ambitie door te voeren. Dit is het bedrag dat het kost om die onrendabele top te subsidiëren. Na 12 jaar stopt de subsidie maar dat betekent niet dat de biomassacentrale na 12 jaar dicht gaat. De heer VAN LAMMEREN kent dit antwoord. Er is geen enkele garantie dat die biomassacentrale dichtgaat. Jammer dat GroenLinks, D66, PvdA en SP dit een goed plan vinden. Wethouder VAN DOORNINCK stelt de heer Van Lammeren een beetje gerust: de gemeente heeft de aandelen van WpW gekocht, dus die infrastructuur is van de gemeente. Die is juist weer publiek waar die een hele tijd privaat was. De heer VAN LAMMEREN hoort als laatste nog graag of en hoe lang er een afneemgarantie aan de nieuwe eigenaar is gegeven vanuit WpW. Wethouder VAN DOORNINCK heeft dat niet direct paraat.
Ze weet dat daarover is onderhandeld. Ze trekt dat na en zorgt dat die informatie richting raad komt. De heer KREUGER stelt als de subsidie wegvalt, de huizen nog in een lockin zitten en de huizen aan een warmtenet vast zitten, dat dan de prijs omhoog gaat. Dan is het onmogelijk de onrendabele top te berekenen. Wethouder VAN DOORNINCK weet dat de heer Kreuger altijd denkt dat de hele stad wordt verwarmd door biomassa, maar daarbij gaat het echt om een heel klein onderdeel van de bronmix. Er zijn tal van andere bronnen en er komen er ook steeds meer. De biomassacentrale is slechts een klein onderdeel van het warmtenet van
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissieverslag, 20 januari 2022
FED
Amsterdam. De heer KREUGER weet dat huizen in de volgende periode van het gas af gaan en op de biomassacentrale worden aangesloten. Dat maakt berekening van de onrendabele top onmogelijk als de wethouder niet weet wat er gebeurt met de prijs op het moment dat de subsidie wegvalt. Wethouder VAN DOORNINCK wijst op het bronnenboek en de transitievisie Warmte. Nu zijn er twee bronnen die geen biomassa zijn. De biomassacentrale is een kleine bron en die gaat echt niet alle warmte voor Amsterdam leveren. Het contract tussen het AEB en WpW geldt overigens tot 2040. De heer BOOMSMA vindt het absoluut onwenselijk om die biomassa langer te gebruiken dan die 12 jaar. Hij oppert aanvullende verklaringen op te stellen voor daarna. Amsterdam kan bijvoorbeeld die infrastructuur niet meer ter beschikking stellen voor warmte die wordt opgewekt door biomassa. Wethouder VAN DOORNINCK vindt het veel logischer ervoor te zorgen dat Amsterdam duurzame bronnen ontwikkelt die ze op het net kan aansluiten. Daar richt de bronnenstrategie zich op. Als de businesscase van de biomassacentrale niet meer interessant is – het is een transitievorm - dan dienen er nieuwe bronnen beschikbaar te zijn. Er wordt dus volop ingezet op de ontwikkeling van nieuwe, duurzame bronnen. De heer BOOMSMA denkt dat het een het ander niet uitsluit.
Het lijkt hem verstandig zekerheid te bieden aan iedereen: na die periode van 12 jaar stelt de gemeente haar infrastructuur niet meer ter beschikking voor warmte die is opgewekt met biomassa. Wellicht komt hij daartoe met een voorstel. Wethouder VAN DOORNINCK hamert erop op zoek te gaan naar nieuwe bronnen. De huizen in Amsterdam moeten wel worden verwarmd. Als er geen businesscase meer is voor de biomassacentrale, dan zullen er andere spelers opstaan. Tweede termijn: De heer VAN LAMMEREN concludeert dat die biomassacentrale minimaal tot 2040 zal voortbestaan. De wethouder geeft geen antwoord op de vraag om heldere afspraken te maken. Ondertussen heeft de gemeente wel een warmteafnamegarantie afgegeven tot 2040. Hij ziet de condities graag tegemoet. Hij constateert dat de politieke wil ontbreekt om een einde te maken aan biomassa. De heer GROEN meende dat dit debat zou gaan over de manier waarop de transitie zou worden gefinancierd. De heer Van Lammeren buigt de discussie om naar zijn stokpaardje de biomassacentrale. Hij is benieuwd hoeveel de Partij voor de Dieren bereid is uit te trekken voor de transitie in Amsterdam. De heer VAN LAMMEREN is bereid zoveel als mogelijk dan wel nodig is uit te trekken voor die transitie. Dat is niet los te zien van die biomassa.
Het geld wordt nu in de verkeerde dingen gestopt zoals een hoogtemperatuurwamtenet in plaats van dat er hele wijken zijn geïsoleerd. Het gaat erom de juiste keuzes te maken. Hij betreurt het dat GroenLinks en D66 hun eerder blunder niet willen rechtzetten. De heer VINK hoort de heer Van Lammeren weer oreren over biomassa. GroenLinks en D66 hebben dat volgens hem helemaal fout gedaan. D66 heeft er in de Tweede Kamer voor gepleit de subsidie daarop te beëindigen. Die vergissing geldt de hele natuurbeweging waarbij de heer Van Lammeren in zekere zin ook bij hoort. Bij deze centrale gaat het daadwerkelijk om regionaal rest- en kaphout. Dat is een harde afspraak. De heer VAN LAMMEREN legt uit dat de raad nooit inzage heeft gekregen in dat contract. De wethouder kent het contract overigens ook niet. Hij denkt dan ook dat dat hele contract niet bestaat.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissieverslag, 20 januari 2022
FED
De heer VINK wist dit niet. De heer Van Lammeren heeft er gelijk in dat iedereen zich wel heeft vergist met die biomassa. Hij ziet graag de stukken tegemoet waaruit blijkt dat het inderdaad om regionaal rest- en kaphout gaat. Dat moet op z’n minst aannemelijk kunnen worden gemaakt. De heer VAN LAMMEREN vraagt dat graag samen met D66 aan de wethouder. Wethouder VAN DOORNINCK heeft geen vragen gehoord. De heer Van Lammeren gaat ervan uit dat het contract tot 2040 specifiek over de biomassacentrale gaat, maar het gaat over alle warmte die het AEB aan de gemeente levert. Het contract is in handen van het AEB, een zelfstandig bedrijf. De subsidie is gebaseerd op het soort contract, het soort snoeihout dat wordt gebruikt. Het is aan de subsidieverlener om dat te controleren en niet aan de gemeente Amsterdam. Zo zijn de regels. Het is meer een vraag aan de wethouder Deelnemingen, maar de gemeente gaat er niet over. Vanuit Deelnemingen is ook al meermaals gezegd: zo gaan wij niet met onze deelnemingen om. De gemeente heeft dat contract niet. Wel zijn de voorwaarden van dat contract vertrouwelijk met de raad gedeeld. Die kan ze de heer Vink wel doen toekomen. De VOORZITTER concludeert dat hiermee dit punt voldoende is besproken. Dit punt gaat naar de raad van 16 februari waar de heer Boomsma met een voorstel komt.
Economische Zaken 13 Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam (EVMRA) 2021 (ZD2022000221) Professor DE GROOT licht de economische verkenning toe. Helder is dat de metropoolregio Amsterdam disproportioneel is geraakt door de coronacrisis. Daarbij gaat het om 7,1 procent in 2020 ten opzichte van 3,8 procent in Nederland, een fors verschil. Dat heeft te maken met het internationale karakter, de sterke vertegenwoordiging van cultuur en toerisme en de grote vertegenwoordiging van zzp’ers. Dat geldt ook voor de regio. Kijkend naar de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, dan heeft die zich heel erg snel hersteld – mede dankzij de vele steunfondsen. Toch zijn specifieke groepen op die markt disproportioneel geraakt: de flexwerkers, de zzp’ers de laagopgeleiden en de jongeren. Voor de toekomst geeft de heer De Groot graag een aantal aandachtspunten mee. De arbeidsmarkt herstelt zich snel. Dat heeft ook te maken met de vergrijzing die tot schaarste op de arbeidsmarkt leidt en gaat leiden. Dat bemoeilijkt een aantal grote ambities op het gebied van verduurzaming, digitalisering en de woningmarkt. Die zullen zelfs vastlopen in de tekorten op die arbeidsmarkt. Daar liggen dus grote opgaven. Te denken valt aan het bevorderen van participatie, productiviteitsontwikkeling, scholing, levenslange ontwikkeling en ook het immigratievraagstuk.
Verder is het van belang dat Amsterdam zich bewust is van de grotere metropolitane context waarin de stad zich bevindt en van alles wat er gebeurt in de versterking van de economische samenwerking binnen de regio – zeker gezien de enorme uitdagingen. Dat metropolitane schaalniveau is het schaalniveau dat de regio past en waar men de beleidsuitdagingen moet aangaan. Voor beantwoording van vragen is de heer De Groot nu maar ook later nog graag bereid. Mevrouw NADIF is benieuwd in hoeverre de heer De Groot meent dat de MRA en de gemeente Amsterdam al actief bezig zijn met de verschillende aanbevelingen. De heer DE GROOT ziet bij de SER hele mooie initiatieven op het gebied van de arbeidsmarktvraagstukken: House of Skills, het uitwerken van levenslang ontwikkelen. Maar die ontwikkelingen staan nog wel in de kinderschoenen. Hij benadrukt de urgentie om dat door te zetten. Die tekorten op de arbeidsmarkt zullen de komende decennia zwaar op de economie drukken. Ambities op het gebied van de energietransitie, klimaatverandering en digitalisering dreigen te worden vertraagd als die arbeidsmarkt niet goed op orde is.
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissieverslag, 20 januari 2022
FED
Mevrouw NADIF zou de heer De Groot graag buiten de orde van de vergadering benaderen om het gesprek voort te zetten. Voor nu hartelijk dank voor de toelichting op het rapport. Mevrouw VAN SOEST hoort graag meer over het doel en de effectiviteit van het House of Skills. Ook is ze benieuwd naar het draagvlak in de regio. De heer DE GROOT licht toe dat het bijvoorbeeld gaat om informatie geven aan jongeren om toegang te vinden tot de arbeidsmarkt, de rol van makelaar en schakelaar. House of Skills kan een platform bieden tussen kennisinstellingen, tussen het bedrijfsleven en tussen de overheid om na te denken over de dynamiek op de arbeidsmarkt tegen de achtergrond van de grote transities. Dat hogere schaalniveau heeft een potentiële meerwaarde. De arbeidsmarkt trekt zich immers niets aan van de stadsgrenzen van Amsterdam. Die is veel groter. Er ligt een collectieve opgave, maar lang niet alle gemeenten zijn daarover even enthousiast. Het is absoluut nodig om met elkaar tot investeringen te komen. Iedere gemeenten zou de meerwaarde daarvan moeten beseffen. De VOORZITTER bedankt professor De Groot voor zijn toelichting. Mevrouw NADIF is heel benieuwd naar de zelfreflectie van het college, hoe dat kijkt naar dit rapport en op welke manier het rapport invloed heeft op het beleid van Amsterdam.
Met haar collegawoordvoerders Digitalisering zal ze kijken of ze met moties het college kan aanmoedigen met de conclusie van deze economische verkenning aan de slag te gaan. Ze agendeert dit punt voor de raad. Wethouder EVERHARDT reflecteert op de economische verkenning. Die is in lijn met eerdere verkenningen de afgelopen jaren. De punten zijn niet nieuw. Dat werd zeker aan het begin van de pandemie snel helder. Zonder afbreuk te doen aan heel specifieke groepen zijn er niet heel veel arbeidsmarktvraagstukken ontstaan voor mensen aan de zijkant van de arbeidsmarkt. Veel mensen zijn bijgeschoold om de ambities rond duurzaamheid waar te maken. Ook wordt er ingezet op innovatie en onderzoek. Daarvoor heeft de gemeente serieus geld vrijgemaakt. Maar Amsterdam kan het niet alleen. Vanuit de EZ-portefeuille wordt op MRAniveau echt gezocht naar manieren om die samenwerking gestalte te krijgen. Veel praten, veel bestuurlijke druk, het inrichten van de ROM MRA inclusief Noord-Hollland Noord. Het sturen op skills en het aanpassen van skills op nieuwe eisen van de tijd – en die ontwikkelingen gaan heel snel – dat loopt allemaal. Het is een kwestie van werkenderweg leren. Dat moet zeker nog verder worden uitgebreid. Het is een blijvende agenda. Amsterdam moet zich durven binden. Dat vraagt wel iets van het bestuurlijk orgaan, van het ambtelijke apparaat en van de raad.
De wethouder kijkt uit naar de moties. Daarbij is het wel belangrijk dat dat in MRAverband kan worden opgepakt. De VOORZITTER constateert dat hiermee dit punt voldoende is besproken. Het stuk gaat naar de raad van 16 februari. 14 Arbeidsomstandigheden werkers Schiphol (ZD2022-000496) De heer FLENTGE wil dit punt piepen naar de raad. Daar zal zijn bijdrage houden De VOORZITTER concludeert dat dit punt hiermee voldoende is besproken en naar de raad van 16 februari gaat. Sluiting De VOORZITTER vraagt aandacht voor de heer Türkkol die mevrouw De Jager heeft vervangen tijdens haar zwangerschapsverlof. Ze bedankt hem voor zijn inbreng. Ze bedankt iedereen voor zijn inbreng, ziet de leden graag terug op de volgende vergadering en sluit deze vergadering om 18.55 uur.
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissieverslag, 20 januari 2022
FED
24