CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag

Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs 12 januari 2022, gemeente Amsterdam8.110 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering.

WIO

Raadscommissieverslag, 12 januari 2022

Vergadering Vergaderdatum Verslag vastgesteld op:

DEFINITIEF VERSLAG Openbare digitale vergadering van de Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs (WIO) Woensdag 12 januari 2022, van 9.00 tot 12.05 uur Woensdag 2 februari 2022 Voorzitter: mevrouw Bakker Portefeuillehouders: wethouder mevrouw Moorman, wethouder Groot Wassink Commissiegriffier: mevrouw Diemont Verslaglegging: de heer Timmermans (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de heer Boomsma (CDA), mevrouw Heinhuis (PvdA), mevrouw IJmker (GrLi), de heer Khan (DENK), de heer Kreuger (JA21), mevrouw El Ksaihi (D66), mevrouw Kuiper-de Haan (CU), mevrouw Van der List (GrLi), de heer Miedema (PvdA), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw De la Rose (PvdA), de heer Schreuders (SP), de heer Wijnants (VVD) Afwezig: Nida, FvD, PvdD, PvdO Overige aanwezigen: mevrouw Versteegh en mevrouw De Waard (insprekers)

1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur. Zij gaat na welke leden daadwerkelijk digitaal aanwezig zijn en stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen Wethouder MOORMAN deelt naar aanleiding van haar toezegging aan de heer Boomsma mee dat de juridische toetsing heeft uitgewezen dat er geen juridische gevolgen zijn voor de voorrangsregels die in de schriftelijke scholengids bij sommige scholen niet vermeld stonden. OSVO zorgt ervoor dat de ouders correct geïnformeerd worden over die regels. Wethouder GROOT WASSINK deelt mee dat in Zuidoost het AO Hostel in Zuidoost extra opvang is geregeld voor asielzoekers, op termijn zal daar capaciteit komen voor 600 personen. Amsterdam is verder bijna rond met de voorbereiding voor opvang van AMV’ers. c. Vaststellen agenda De agenda wordt conform het voorstel vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare vergadering Raadscommissie WIO d.d. 8 december 2021 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda per portefeuille

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitieve Raadscommissieverslag, 12 januari 2022

WIO

Mevrouw KUIPER-DE HAAN vraagt wanneer de toezegging aan de heer Ceder over volwasseneneducatie wordt ingelost en wanneer de schriftelijke vragen van de CU over armoede beantwoord worden. De VOORZITTER merkt op dat de portefeuillehouders deze oproep nu hebben vernomen.. f. TKN-lijst Het schriftelijk ingediende verzoek van mevrouw Kuiper-de Haan ter agendering van TKN8 over statushouders wordt gehonoreerd. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel om 9.13 uur. Vanaf dit moment gaan de spreektijden in. b. Inspreekmoment Publiek Mevrouw VERSTEEGH roept namens veel bewoners van de wijk Oostzanerwerf in Noord de gemeente op af te zien van het voorgenomen plan om de Vrije School Kairos te huisvesten aan het Zuideinde. Dat zou ten koste gaan van het weinige groen in de wijk en de verkeersveiligheid, leefbaarheid en de door de gemeente beoogde inclusiviteit niet ten goede komen. Het plan zou alleen maar verliezers opleveren. De school wil men daar tijdelijk huisvesten in een verwaarloosd schoolgebouw waar dan nog tien noodlokalen moeten worden bijgeplaatst ten koste van het enige speelveldje in de wijk. Een petitie tegen dat plan is inmiddels al door 280 bewoners ondertekend. Bewoners hebben gevraagd te mogen meespreken, maar hebben daar geen gehoor voor gekregen.

De vrije school heeft een regionale functie en dus valt er veel autoverkeer te verwachten, terwijl er maar twee in- en uitgangen zijn naar de wijk. Dat zal dus leiden tot een verkeersinfarct. De kinderen zullen amper uit de wijk zelf komen, dus van de beoogde inclusiviteit zal geen sprake zijn. Volgens de bewoners zijn er veel betere alternatieven in de buurt, bijvoorbeeld het leegstaande deel van de school De Krijtmolen of in het Vogelnest. Zij roept de gemeente op met dit vruchteloze vooronderzoek naar de locatie Zuideinde te stoppen en op zoek te gaan naar alternatieven die beter zijn voor alle betrokkenen. De VOORZITTER constateert dat er geen vragen zijn en bedankt de inspreekster voor haar inbreng. Mevrouw DE WAARD van De Noordas spreekt in samen met twee andere leden van de actiegroep. Zij vragen bij de toetsing voor armoedevoorzieningen meer ruimte te bieden voor maatwerk. De actiegroep bestaat uit mensen die uit ervaring weten wat armoede betekent en willen meedenken over structurele verbeteringen. Zij spreken hun waardering uit voor wethouder Moorman die een echt luisterend oor biedt en zoekt naar oplossingen, zoals het beschikbaar stellen van de Stadspas voor alle klanten van de voedselbank. De voedselbank

2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitieve Raadscommissieverslag, 12 januari 2022

WIO

toetst aan de hand van het besteedbaar inkomen of mensen in aanmerking komen voor haar diensten, terwijl de formele instanties alleen toetsen op het bruto-inkomen. Uit het verhaal van Marijke, dat onlangs ook in stripvorm is gegoten, blijkt dat mensen ook met een hoger inkomen door omstandigheden waar ze niets aan kunnen doen, in armoede kunnen belanden. Bijvoorbeeld na het overlijden van een echtgenoot. Instanties en professionele hulpverleners hebben daar echter vaak geen oog voor, wijzen hulpvragen af of verstaan die verkeerd of schuiven de problemen af op het gedrag van de hulpvrager. De armoedemonitor die hier vandaag op de agenda staat geeft aan dat de vraag bij de voedselbank blijft stijgen, terwijl aan de andere kant de schuldhulpvraag afneemt, mede dankzij de vroegsignalering. Maar in de cijfers wordt de armoede afgemeten aan het bruto-inkomen. Bij de voedselbank wordt gekeken naar het besteedbaar inkomen en daarom kunnen mensen die bij de formele instanties tussen wal en schip vallen, daar wel terecht. Daarom pleit De Noordas voor meer maatwerk rond de vaststelling van armoede. Mevrouw HEINHUIS vraagt of De Noordas die oproep al eerder gedaan heeft aan de gemeente en hoe daar dan op is gereageerd. Mevrouw DE WAARD c.s. antwoorden dat men zich wel gevoelig toonde voor de argumenten, maar problemen voorzag als men op die manier zou gaan toetsen.

Maar de praktijk bij de voedselbank wijst uit dat het om incidentele gevallen gaat en dat die werkwijze over te nemen valt. Mevrouw KUIPER-DE HAAN vindt het goed te horen dat de wethouder kennelijk wel aandacht geeft aan de geluiden van De Noordas. De methode van de Voedselbank leidt volgens spreekster tot een betere opsporing van werkelijke armoede dan die van Belastingdienst of CBS. Zij is benieuwd of deze problematiek ook speelt bij grote gezinnen. Mevrouw DE WAARD bevestigt dat toeslagen en armoederegelingen gekoppeld zijn aan het bruto-inkomen. De woningbouwvereniging staat niet open voor tijdelijke huurverlagingen en houdt strikt vast aan de inkomensgrenzen voor de goedkoopste woningen onder de 525 euro huur. Daardoor moeten mensen die feitelijk te weinig besteedbaar inkomen hebben, in een te dure huurwoning blijven wonen. Er zijn ook grote gezinnen met opgroeiende kinderen die gebaat zouden zijn bij armoedevoorzieningen, maar daar geen gehoor vinden. Zij verwijst naar het stripverhaal van Sandra als voorbeeld van een dergelijk geval. Mevrouw EL KSAIHI vindt het goed deze ervaringsdeskundigen weer eens hun inbreng te horen leveren. Zij vraagt hoe professionele hulpverleners reageren op vragen van deze groepen. Mevrouw DE WAARD c.s. antwoorden dat hulpvragen niet goed gehoord worden.

Sandra vroeg bijvoorbeeld om een Ov-kaart, fietsen en een laptop voor haar kinderen om naar school te kunnen gaan, maar daar werd niet op ingegaan. Uiteindelijk heeft ze via Doras en stichting Leergeld wel dingen voor elkaar gekregen, maar bij de formele instanties werd niet goed naar haar hulpvraag geluisterd. De VOORZITTER stelt vast dat er geen vragen meer zijn en bedankt de insprekers voor hun inbreng.. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten ingebracht. c. Rondvraag Mevrouw KUIPER-DE HAAN vraagt of de wethouder ervan op de hoogte is dat veel sekswerkers grote problemen hebben met het terugbetalen van hun TOZO-uitkering. Zij vraagt

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitieve Raadscommissieverslag, 12 januari 2022

WIO

of de wethouder kan verklaren waarom er bij deze mensen verwarring is ontstaan over het al dan niet van kracht zijn van de informatieplicht bij TOZO. Vanwege de lockdown kunnen ze geen inkomen verwerven, maar ze worden wel belast met terugbetalingen waardoor schulden ontstaan. Zij vraagt wat de gemeente kan doen voor deze mensen die buiten de reguliere trajecten vallen. Zij heeft gehoord dat het om zeker 25 gevallen gaat, maar is benieuwd via welke wegen de gemeente alle sekswerkers kan bereiken die in deze omstandigheden verkeren. Zij vraagt of zij ook aanspraak kunnen maken op voedselhulp. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat er via maatschappelijk werk signalen over enkele gevallen zijn binnengekomen waarin sekswerkers problemen hebben met terugvorderingen. Er zijn ook sekswerkers die niet in aanmerking kwamen voor TOZO omdat ze in een fictief loonverband werkten. De informatieplicht is altijd van kracht bij bijstand, maar ook bij TOZO. Hij begrijpt niet hoe daar verwarring over zou kunnen zijn ontstaan. De situatie is wel zorgwekkend. Hij zegt de raad in een voortgangsbrief over corona al eerder geïnformeerd te hebben over pogingen om deze groep te ondersteunen via een ruimhartige interpretatie van de voorwaarden in de Participatiewet. De gemeente gaat coulant om met terugvorderingen.

En er wordt nog gekeken of er vanuit bijzondere doelgroepen ondersteuning kan worden geboden aan deze groep. De gemeente heeft mensen die TOZO hebben ontvangen in beeld, maar hij maakt zich vooral zorgen om de mensen die daar geen beroep op hebben kunnen doen. Daar wordt geen aparte informatiecampagne voor opgezet, maar de afdeling Bijzondere Doelgroepen van WPI heeft veel contacten. Verder zijn er contacten via het prostitutie en gezondheidscentrum waar m en zich ook kan melden. Hij vraagt signalen door te geven want het uitgangspunt blijft dat de gemeente ondersteuning biets aan mensen die in de knel raken. Wethouder MOORMAN zegt dat mensen op zoek naar voedselhulp kunnen worden doorverwezen naar de buurtteams, waar dan wel een toetsing plaatsvindt, of naar de informele voedselinitiatieven in de stad. Mevrouw ROODERKERK spreekt haar zorgen uit over de scholen die nog steeds geen goede ventilatie hebben. Pas eind 2022 zullen alle scholen die met het programma mee willen doen, voorzien zijn van goede ventilatie. Zij vraagt of dat niet versneld kan worden. Verder vraagt zij de wethouder in de toegezegde brief over het actieplan bij de elf scholen waar de aanleg niet mogelijk zou zijn, per school aan te geven waarom dat zo is. Zij vraagt op scholen zonder goede ventilatie nu dan in ieder geval wel CO2-meters te laten plaatsen, zodat men weet wanneer er gelucht moet worden.

Zij vraagt de wethouder daar op korte termijn meer regie en actie in te ondernemen dan alleen maar het sturen van een mail. Wethouder MOORMAN merkt op dat het CDA en D66 dit punt meermalen aankaarten. Zij deelt het gevoel van urgentie. Nog deze morgen heeft zij overleg gehad met de schoolbesturen. Die willen dat er een einde komt aan het zwabberbeleid rond corona en openstelling van scholen. Zij wil alles in het werk stellen om schollokalen veilig te maken in deze tijden. De meeste scholen hebben al meegedaan met het programma gezonde scholen en er staan er nog 32 op de rails. Er zijn inderdaad elf scholen die de boot afhouden om diverse redenen, bijvoorbeeld omdat de school gaat sluiten of verhuizen. Zij heeft de scholen nog eens extra gewezen op de urgentie vanwege corona, maar het blijft een verantwoordelijkheid van de scholen zelf. De Amsterdamse regeling gaat verder dan die van het Rijk die slechts 30% van de kosten vergoed. Zij blijft contact houden met die elf scholen. CO2-meters kunnen tijdelijk een oplossing bieden door de leerkracht meer regie te geven over het luchtklimaat in de klas. De gemeente is bereid die meters te leveren en zo de school een handelingsperspectief te bieden. De brief over het actieplan met een uitgebreide toelichting komt eind deze week. Mevrouw ROODERKERK is blij te horen dat de gemeente bereid is de meters aan te leveren als dat nodig is.

Zij ziet het als een gezamenlijke taak van de scholen en de gemeente als verantwoordelijke voor de schoolgebouwen. Zij blijft het zorgelijk vinden dat elf scholen geen gehoor geven; het gaat immers om honderden leerlingen die te maken krijgen met slechte luchtkwaliteit in hun schoollokaal. Zij hoopt dat er in de brief details staan over de redenen en dat er een helder tijdspad wordt aangegeven voor de scholen die wel nog gaan meedoen.

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitieve Raadscommissieverslag, 12 januari 2022

WIO

Wethouder MOORMAN ziet in de woorden van mevrouw Rooderkerk een onderstreping van haar oproep aan scholen. BESPREEKPUNTEN Onderwijs 3. Kennisnemen van de aanbiedingsbrief inzake de 7 zienswijzen op initiatieven die zijn ingediend o.g.v. de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen (ZD2021-014448) De heer KHAN betreurt het dat geheime stukken inclusief negatieve adviezen van de wethouder al in de media terechtkwamen voordat de raad ze zelfs maar had kunnen zien. Ook ouders hebben die dus kunnen lezen en wie zou zijn kind nog op een school met een dergelijk negatief advies plaatsen, vraagt hij zich af. Volgens hem belemmert deze gang van zaken de nieuwe initiatieven. Hij vraagt waarom er geen aangifte gedaan is van dit lekken van geheime stukken. Hij ziet de nieuwe wet als een aanpassing aan de huidige tijd. Nieuwe onderwijsconcepten krijgen een betere kans en tegelijkertijd worden de kwaliteitseisen hoger gesteld. Het is niet langer verplicht naast openbaar ook christelijk onderwijs te hebben. Het college reageert echter vooral heftig negatief.. Islamitische scholen zouden leerkrachten van andere scholen weghalen. Het lijkt hem niet terecht nieuwe initiatieven de schuld te geven van het lerarentekort. Dat ligt volgens hem eerder aan de politiek.

Bovendien lijkt het hem juist een compliment voor nieuwe initiatieven als zij vanwege hun concept aantrekkelijker blijken te zijn voor leerkrachten. Het college vindt bovendien dat islamitische scholen integratie in de weg staan. Volgens hem zijn alle bevolkingsgroepen welkom op deze scholen en lijkt men te vergeten dat er ook Nederlandse islamieten zijn. Naar zijn mening zegt het college hiermee dus eigenlijk dat islamitisch onderwijs ongewenst is omdat het segregatie zou bevorderen. Dit terwijl de bestaande islamitische scholen goed presteren. De nieuwe wet is bedoeld om nieuwe concepten een betere kans te geven om tot bloei te komen. Hij vindt dat de wethouder meer met de tijd moet meegaan. De heer BOOMSMA zegt dat men bepaalde initiatieven en segregatie onwenselijk kan vinden, maar dat het wel gaat om de fundamentele vrijheid van onderwijs. Hij is benieuwd welke criteria het college hanteert bij het beoordelen van initiatieven. Hij vindt het college te negatief als het gaat om de hoeveelheid scholen. De visie getuigt volgens hem van een topdown bureaucratische opstelling alsof het alleen maar zou gaan om het optimaal vullen van lokalen. Hij ziet de opkomst van nieuwe initiatieven vooral als een uiting van ontevredenheid van ouders over het bestaande aanbod. Dat zou het college juist ter harte moeten nemen, is zijn mening.

Hij is benieuwd hoe het dan nu staat met overcapaciteit bij scholen en hoe scholen daar dan op worden aangesproken. Mevrouw ROODERKERK zegt dat D66 voorstander is van meer ruimte voor onderwijsvernieuwing en nieuwe scholen, ook als die een andere grondslag hebben dan een levensovertuiging. Zij vindt dat de brief getuigt van angst voor vernieuwing en een conservatieve inslag die uitmondt in waarschuwingen voor segregatie, lerentekort en druk op de onderwijshuisvesting. Zij vindt het niet aangaan om het nieuwe scholen te verwijten als bestaande scholen hun zaken niet op orde hebben. Volgens haar hebben scholen onderling afspraken gemaakt om overcapaciteit te voorkomen. Zij vraagt een actueel overzicht van de overcapaciteit zodat de raad dat kan beoordelen of daar verbetering in gekomen is. Overcapaciteit zou ook benut kunnen worden om nieuwe initiatieven een plek te geven. Zij spreekt de hoop uit dat dit college blijft openstaan voor onderwijsvernieuwing waar ouders en leerlingen graag naartoe gaan. Zij noemt Spring High als voorbeeld. Wethouder MOORMAN zegt de parade van stolpaardjes met enig genoegen te hebben aangehoord. Zij benadrukt dat ze een voorstander is van vrijheid van onderwijs en innovatie.

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitieve Raadscommissieverslag, 12 januari 2022

WIO

Islamitisch onderwijs ziet zij als behorend bij de stad en de heer Khan weet volgens haar heel goed dat zij dat niet anders benaderd dan andere vormen van onderwijs. Zij vindt haar opstelling niet bureaucratisch, maar uitgaande van het collectief belang van de stad. Er is een grote variëteit aan onderwijs in de stad, soms wellicht iets te veel. Op 20% van de scholen is volgens haar sprake van overcapaciteit. Zij acht zich als wethouder verantwoordelijk voor het collectief. In de nieuwe wet was aanvankelijk geen enkele rol voor gemeenten toebedeeld bij de toetsing van nieuwe scholen. Zij vindt dat gemeenten de gevolgen van de komst van nieuwe scholen moeten kunnen aangeven. Met instemming van de gehele raad heeft zij destijds die opvatting in een zienswijze aan de minister overgebracht. De criteria die daarin stonden, zijn gehanteerd bij de beoordeling van deze nieuwe initiatieven. Die zou men ook kunnen aanleggen bij bestaande scholen. Voor de verschillende zienswijzen op ingediende nieuwe initiatieven is zoals gebruikelijk geheimhouding opgelegd en daarom kan daarover hier nu geen discussie gevoerd worden. Maar voor al die initiatieven zijn dezelfde criteria aangehouden en daarbij is geen onderscheid gemaakt met islamitische scholen. Zij vindt het flauw dat de heer Khan de indruk wekt dat daar wel verschil in zou zijn gemaakt op basis van denominatie.

Zij sluit niet uit dat initiatieven los van elkaar zelf zienswijzen hebben geopenbaard. De raad heeft ze allemaal wel kunnen inzien onder geheimhoudingsplicht. Ze vormen bijlagen bij de zienswijze die aan de minister wordt voorgelegd. Die neemt uiteindelijk het besluit, maar zij vindt het als wethouder haar plicht om aan te geven welke effecten er zullen uitgaan naar het collectief van het onderwijsaanbod in de stad. De heer KHAN zegt dat de wethouder dan wellicht niet tegen islamitisch onderwijs is, maar door zich te keren tegen segregatie uiteindelijk wel de komst van islamitische scholen tegenwerkt, terwijl de praktijk uitwijst dat hun onderwijs op niveau is en voor deze nieuwe wet nog hogere kwaliteitseisen gesteld worden. Wethouder MOORMAN zegt dat de heer Khan nu zelf met de verkeerde bril kijkt. Als er in de criteria sprake is van segregatie duidt dat niet op een denominatie, maar bijvoorbeeld op het feit dat een VO-initiatief slechts één onderwijsniveau aanbiedt. De heer KHAN stelt vast dat hier nu niet uit te komen valt. De heer BOOMSMA merkt op dat de wethouder ook zelf een stokpaardje berijdt, namelijk dat van het vullen van bestaande klaslokalen. Daarom dringt hij aan op een overzicht van de overcapaciteit, ook in vierkante meters. Wethouder MOORMAN zegt open te staan voor nieuwe initiatieven, maar het nodig vond in de zienswijze ook te wijzen op de andere kanten.

Zij wijst erop dat er in de bijlagen ook positieve adviezen over nieuwe initiatieven zitten. Bij nieuwe scholen wordt altijd al gekeken naar mogelijkheden binnen bestaande schoolgebouwen in de omgeving. Zij vindt het lastig een overzicht van overcapaciteit te geven omdat het dan altijd gaat om een momentopname van schommelende bewegingen. Bovendien worden in scholen ok andere voorzieningen ondergebracht voor kinderopvang of zorg. Mevrouw ROODERKERK zegt dat zij geen stokpaardjes berijdt, maar signalen uit het veld vertolkt. D66 is net als de wethouder voorstander van een rol voor de gemeente bij de toetsing van aanvragen. Zij vindt dat de brief te weinig uitstraalt dat er ruimte moet zijn voor vernieuwing. Verder vraagt zij om een actueel overzicht van de structurele overcapaciteit. Zij wil graag weten bij welke scholen sprake is van grote overcapaciteit en waar dus plekken over zijn. En ook welke scholen te klein zijn. Zij wil kunnen zien of de afspraken effect hebben. Wethouder MOORMAN vraagt wat zij dan precies nodig heeft in dat overzicht. Zij heeft eerder al gezegd dat er structureel sprake is van 20% overcapaciteit. De actuele situatie per school is volgens haar erg variabel. Als er een nieuw initiatief gehuisvest moet worden, gaat men eerst kijken op welke school in de buurt op dat moment ruimte vrij is.

Zij kan wel een overzicht geven van scholen die onder de opheffingsnorm verkeren. Zij stelt voor buiten de

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitieve Raadscommissieverslag, 12 januari 2022

WIO

vergadering om met mevrouw Rooderkerk te bekijken wat zij nu precies wil weten en welke sturing zij wil geven. Mevrouw MARTTIN stelt voor een lijst van scholen met onvoldoende leerlingen te maken en dan te kijken of die onderbezetting te maken heeft met de kwaliteit van het onderwijs, locatie of andere factoren. Dan kan men ook bekijken of daar ruimte te vinden is voor nieuwe initiatieven. Wethouder MOORMAN zegt dat ze met deze suggesties om openheid te bieden aan de slag zal gaan Ze tekent daarbij meteen aan dat scholen ook de kans moeten krijgen te groeien naar volledige benutting van hun capaciteit. De gemeente weet ongeveer hoe het ervoor staat. Alleen werken met oppervlaktebenutting is volgens haar grofmazig, ook al omdat er in veel schoolgebouwen ook andere voorzieningen zijn ondergebracht. Zij streeft naar openheid, maar wil dan wel zinvolle informatie verastrekken. De heer KHAN geeft aan het onderwerp te willen piepen naar de raad voor een korte bespreking. De VOORZITTER constateert dat het onderwerp voor dit moment voldoende besproken is en zal worden geagendeerd voor de raad van 16 en 17 februari voor een korte behandeling.

4. Kennisnemen van de aanbiedingsbrief factsheet schoolloopbanen en evaluaties loting en matching (ZD2021-015741) Mevrouw MARTTIN is blij met de aandacht voor de kernprocedure en deze evaluatie middels een langlopend onderzoek. Zij is benieuwd wat de wethouder hiermee gaat doen. Het factsheet toont ook aan dat corona goede advisering bemoeilijkte wat leidde tot minder vwoadviezen. Men is kennelijk voorzichtig ondanks het advies van de minister om kansrijk te adviseren. Uit het tevredenheidsonderzoek komt naar voren dat de helft van de respondenten tevreden is over de informatievoorziening. Dat vindt zij niet genoeg, zeker bij ingewikkelde zaken als de staartverbetering. Zij vraagt of de wethouder een verbeterslag kan toezeggen. Uit het 2015-2020 onderzoek is de conclusie dat de uitkomst van de loting en matching niet van invloed is op de schoolloopbaan. Een deel van de kinderen gaat uiteindelijk naar een andere school, maar de meesten weten hun draai te vinden op de school waar ze geplaatst worden, ook al zit die niet in de Top5. Aan de ene kant lucht dat haar op, maar aan de andere kant is zij bang dat die dan toch te lang blijven hangen op een school die eigenlijk niet bij ze past. Zij hoopt niet dat men hieruit nu een houding krijgt van dat het allemaal wel meevalt met deze procedure.

Mevrouw DE FOCKERT is het met haar eens dat men niet alleen moet kijken naar het schoolresultaat, maar ook oog moet blijven hebben voor de sociaal-emotionele kant. Dat neemt niet weg dat een school bij nader inzien toch prima bij een leerling blijkt te passen. Mevrouw MARTTIN zegt dat een match prima kan uitvallen, maar dat het ook heel goed kan dat de leerling tot nog betere prestaties was gekomen op een school met een onderwijsvisie naar eigen voorkeur. Leerlingen blijken flexibel te zijn en het is goed om dat te zien. Maar er zijn ook veel leerlingen bij wie dat niet het geval is en zij wil dat men daar oog voor blijft hebben.. Mevrouw DE FOCKERT merkt op dat het mes naar twee kanten snijdt en dat men altijd waakzaam moet zijn voor tunnelvisies. Zij verwelkomt het langjarig onderzoeken waar al jaren om gevraagd wordt. Zij vindt het opvallend dat leerlingen die buiten hun Top5 zijn geplaatst, met meer focus lijken te studeren volgens dit onderzoek. Zij is benieuwd welke factoren daarbij meespelen. Bij hert factsheet viel haar op dat in 2020, het jaar waarin geen eindtoets plaatsvond, met name meisjes met laagopgeleide ouders aanmerkelijk vaker laag geplaatst

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitieve Raadscommissieverslag, 12 januari 2022

WIO

werden en te maken kregen met onderadvisering. Dat vindt zij een schokkend feit. Zij vraagt in de eigen onderzoeken van scholen naar onderadvisering in hun praktijk, iets waar de motie Simons om vroeg, nadrukkelijk ook het genderaspect mee te nemen. De opstroom blijkt in Amsterdam lagere te zijn dan in de andere G4-steden. Zij vraagt of de wisseling tussen scholen in de praktijk wel even soepel verloopt als zo mooi op papier staat. Haar bereiken signalen dat dit niet altijd het geval is. Wisselingen tussen scholen doen zich volgens het onderzoek vooral voor in het eerste jaar. Dat zou eraan kunnen liggen dat het daarna domweg een stuk lastiger gemaakt wordt om van school te wisselen. Zij wil dat dit nader uitgezocht wordt. Verder valt het haar op dat heroverwegers door het late tijdstip van de eindtoets in feite weinig meer te kiezen hebben omdat er op gewilde scholen amper plekken over zijn. Verder signaleert zij weinig ruimte voor maatwerk bij bijvoorbeeld hoogbegaafdheid. Zij hoopt dat OSVO de aanbevelingen overneemt in het belang van alle leerlingen. De heer BOOMSMA deelt de vraag over onderadvisering. Hij noemt de kernprocedure een jaarlijks terugkerende mokerslag met voorbedachten rade. Met name voor havo-kinderen zijn de kansen op een plek in de Top5 kleiner geworden. Hij is niet erg onder de indruk van het onderzoek naar de effecten.

Dat mag zeker niet leiden tot een opstelling dat het allemaal niet uitmaakt op welke school een kind geplaatst wordt. Men kan niet miskennen dat er individuele gevallen zijn waar het echt fout uitpakt. Hij zet vraagtekens bij de vragen die in het onderzoek gesteld zijn aan leerlingen om te bepalen of zij zich thuis voelen op een school, zoals of de leerling zou meedoen aan een staking voor het klimaat. Men zegt dat ouders vooraf zich een beter beeld zouden kunnen vormen van geschikte scholen voor hun kinderen. Maar de procedure op zich is voor veel mensen een onbegrijpelijk systeem, zeker als het gaat om de staartverbeteringen en ingewikkelde termen. Het is voor veel ouders echt ondoenlijk om tot een weloverwogen lijst van twaalf voorkeurscholen te komen. Dit kan volgens hem zo niet langere en hij pleit ervoor te kijken naar heel andere systemen dan algemene loting en matching. Men zou bijvoorbeeld kunnen kiezen voor een systeem waarin alleen een onderlinge loting plaatsvindt voor scholen met echte schaarste. Hij mist ook de optie van capaciteitsaanpassingen om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Hij kondigt enkele moties aan en wil daarom het onderwerp piepen naar de raad. Mevrouw DE FOCKERT wijst erop dat elk jaar in technische sessies met de raad de discussie gevoerd wordt over mogelijke andere systemen.

Zij is benieuwd of de heer Boomsma nu substantieel andere inzichten te bieden heeft. Zij tekent daarbij aan dat het pas na de aanmeldingen zichtbaar is bij welke scholen sprake is van over- of ondercapaciteit. De heer BOOMSMA zegt dat men nu op basis van deze langjarige onderzoeksresultaten kan kijken naar meer gerichte systemen en capaciteitsaanpassingen. Hij is benieuwd of het college ingaat op alle aanbevelingen. Hij is benieuwd waarom in de laatste evaluatie de inlotingskans per individuele school is weggelaten. Dat vindt hij juist nuttige informatie. Verder adviseert hij de wettelijke termijn van zes weken bij bezwaarprocedures te handhaven en die niet terug te brengen naar twee zoals nu voorgesteld wordt. Mevrouw ROODERKERK signaleert dat er minder kinderen op de school van hun eerste voorkeur geplaatst zijn, maar daardoor ook meer op hun laatste. Zij is benieuwd wat de wethouder gaat doen om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Zij heeft opgevangen dat zij met OSVO aan een plan werkt.. Mevrouw HEINHUIS zegt dat zij al eerder vragen heeft gesteld over het effect van corona op het schooladvies voor meisjes. Zij is benieuwd naar de verklaring voor de onderadvisering, of dit een structureel verschijnsel is en welke lering daaruit getrokken kan worden.

Zij merkt op dat ouders overwegend positief zijn over de kernprocedure, maar die minder transparant vinden door de invoering van de ingewikkelde staartverbetering. Zij vraagt wat daaraan te doen valt. Zij is benieuwd hoe de gesprekken met OSVO over dit onderzoek verlopen en hoe de raad wordt meegenomen in verbeteringen van het systeem.

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitieve Raadscommissieverslag, 12 januari 2022

WIO

De heer KREUGER signaleert dat kinderen zich structureel minder tevreden en veilig voelen op een school buiten hun Top5. Dat doet zich vooral voor bij vwo-leerlingen. Dat is volgens hem het gevolg van de weigering van dit college om vraag en aanbod logisch op elkaar af te stemmen en impopulaire scholen te laten krimpen ten gunste van populaire. Hij is niet onder de indruk van het tegenargument dat men pas weet welke scholen populair zijn als de aanmeldingen hebben plaatsgevonden. Er zal altijd enige mismatch zijn, maar volgens hem zijn over de jaren heen trends te zien, zoals een voorkeur voor categoraal onderwijs. Hij vraagt waarom de wethouder weigert te komen tot een betere afstemming zodat veel meer kinderen op de school van hun voorkeur terecht kunnen. Wethouder MOORMAN zegt de vragen zonder kwalificaties te willen beantwoorden.. De invloed van corona op het onderwijs is volgens haar inderdaad groot. Hoe groot die is, zal pas op termijn helemaal duidelijk zijn, maar er is effect op de leerprestaties en op sociaalemotioneel vlak. Men zal met elkaar moeten nadenken over hoe dat op te vangen. Zij heeft zelf het idee dat men leerlingen meer leertijd zal moeten gunnen. Dat het effect van de loting op de schoolloopbaan mee blijkt te vallen, ziet zij niet als een aansporing om achterover te leunen. Het gaat hier om gemiddelden, niet om individuele gevallen.

Het streven blijft optimaliseren van de procedure. Het is fijn als kinderen een zelfgekozen plek kunnen krijgen. Het nadeel is dat verbeteringen meestal ook leiden tot minder helderheid en meer ingewikkeldheid in de procedure. Het vergt veel van schoolbesturen om de informatie goed over te dragen aan ouders. Er staan goede aanbevelingen op dit gebied in de evaluatie. Het is haar ook opgevallen dat meisjes van laagopgeleide ouders onevenredig vaak verwezen worden naar het praktijkonderwijs. Zij weet niet of het zelfonderzoek naar onderadvisering van AMOS nu al door veel andere scholen wordt nagevolgd, maar zij zegt toe te zorgen dat het genderaspect daarin een plek krijgt. Het gegeven dat in Amsterdam de opstroom minder is dan in andere grote steden, komt wellicht omdat in Amsterdam veel vwo-leerlingen zijn die per definitie niet meer kunnen opstromen. Aan de andere kant kan het grote aantal categorale scholen een belemmering vormen voor het wisselen van school. Zij is niet op de hoogte van structurele drempels voor schoolwisselingen, maar staat open voor signalen die daarop duiden.

Het naar voren halen van de eindtoets zou een echte oplossing kunnen bieden voor de heroverwegers die nu inderdaad vaak te maken krijgen met een beperkte keuze op het moment dat hun score hoger blijkt uit te vallen dan hun advies, Zij heeft zelf geen principiële of ideologische voorkeur voor enige procedure. Zij begrijpt de zoektocht van de heer Boomsma die zich hier al jaren om bekommert en deelt zijn wens voor optimalisatie. Zij hoort het graag van hem als hij een goed ander systeem weet. De suggestie om een verschil aan te brengen tussen populaire en impopulaire scholen lijkt op papier een prima oplossing, maar vanwege de jaarlijkse wisselingen in populariteit is die niet uitvoerbaar. Voor een overzicht per school met capaciteit en aantal aanmeldingen, verwijst zij de heer Boomsma naar de bijlage. Zij begrijpt de suggestie van de heer Kreuger om tot een betere afstemming van vraag en aanbod te komen en die stelt ze ook bij OSVO aan de orde. Maar het is ondoenlijk om jaarlijks krimp en groei toe te wijzen. Zij ziet meer in betere samenwerking tussen de scholen zelf en het nieuwe OSVO-bestuur wil daar volgens haar graag over meedenken om te kijken wat er aan de hand is op scholen die jaren achter elkaar slecht in de markt liggen. Zij is het niet eens met de suggestie als zou zij iets blokkeren in die richting.

De VOORZITTER constateert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en dat het onderwerp op verzoek van de heer Boomsma voor een middellange behandeling is geagendeerd voor de gemeenteraad. Sociale Zaken 5 Aanbieden evaluatierapport pilot 'Maatwerk economisch daklozen' Nr. VN2021031483

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitieve Raadscommissieverslag, 12 januari 2022

WIO

Mevrouw VAN DE LIST bedankt voor het uitvoerig onder\zoek van OIS naar aanleiding van de motie van GroenLinks en DENK. Het toont aan dat schaarste aan inkomen en onderdak leidt tot vermindering van zelfredzaamheid. Zij vindt het schokkend om te lezen wat langdurig geldgebrek doet met mensen. Daarom pleit GroenLinks in het verkiezingsprogramma voor verhoging van het minimuminkomen en afschaffing van kortingen. Zij vraagt welke verbetering het voorstel voor maatwerk inhoudt ten opzichte van de huidige praktijk, Zij vraagt en of dat niet te veel papierwerk met zich meebrengt voor het aantonen van werkelijk gemaakte kosten waardoor mensen gaan afzien van aanvragen. In Utrecht de uitkering aan daklozen verhoogd naar 65%. Het voorstel is hier met maatwerk te gaan tot 70%. Het onderzoek toont aan dat die verhoging wenselijk is, maar de financiele stress niet zal wegnemen omdat daklozen op alle fronten tegen extra kosten oplopen. Zij vraagt of de wethouder het met haar eens is dat de uitkering hoger moet worden. Zij vraagt wat Amsterdam maximaal zelf kan doen en waar het Rijk stappen moet nemen om dat te bereiken. Zij is benieuwd welk advies de wethouder daarover zou willen afgeven aan een volgend college. Zij is benieuwd hoe de intensieve begeleiding van economisch daklozen gestalte krijgt en of de Regenbooggroep daar een rol in krijgt.

Volgens het onderzoek werkt de samenwerking tussen klantmanagers en de Regenbooggroep uitstekend. Zij vraagt of die ondersteuning meteen stopt als een economisch dakloze werk vindt maar nog steeds geen dak boven het hoofd heeft. Zij is benieuwd naar de betekenis van de wetswijziging bij de BRP die volgens de VNG gemeenten uitdaagt opnieuw te kijken naar hun proces voor het verstrekken van briefadressen en voorkoming van dakloosheid. Dan gaat het om de samenwerking tussen Burgerzaken, WPI en WMO en met hulpverleningsinstanties. Zij vraagt of het klopt dat iemand automatisch het briefadres wordt ontnomen als die werk vindt, ook al is hij nog steeds dakloos. Zij vraagt of gesprekken daarover via WPI moeten verlopen. Zij vraagt hoe daarmee wordt omgegaan met mensen die vanwege wisselend tijdelijk werk pendelen tussen bijstand en eigen inkomsten. Zij is benieuwd hoe het staat met de derde pijler uit de pilot: het vinden van tijdelijk onderdak. Het onderzoek maakt duidelijk dat de wooncrisis oplossingen in de weg staat. Een stabiele woonsituatie is voor daklozen steeds moeilijker te bereiken. Zij is benieuwd welke lessen de wethouder daaruit trekt en welke stappen hij gaan ondernemen met zijn collegawethouders Wonen en Zorg. Mevrouw EL KSAIHI merkt op dat ook de SP de afgelopen jaren vaker de aandacht gevraagd heeft voor deze doelgroep.

De deelnemers aan de pilot geven in het onderzoek aan dat de verhoging naar 70% wel enige verlichting, maar geen structurele oplossing biedt. Tijdelijk onderdak en goede begeleiding zouden wel meer rust geven om daaraan te werken. Zij vraagt welke vorm de wethouder daaraan gaat geven en of daar budget voor is. Het programma 202125 voor daklozen is met volledige instemming van D66 gestart met een integrale blik. Dat is voor deze doelgroep zeker hard nodig. De wethouder schrijft dat hij wil zoeken naar creatieve oplossingen om tot tijdelijke huisvesting en andere vromen van begeleiding te komen. Zij vraagt de wethouder de raad mee te nemen in die creatieve speurtocht. Mevrouw KUIPER-DE HAAN sluit zich bij de vragen van haar voorgangers aan. Zij is benieuwd of de GGD zijn rol in dit traject nog kan waarmaken met alle beslag die corona op die instelling legt. De heer KHAN sluit zich aan bij de vragen van GroenLinks. Hij vindt de evaluatie inzichtelijk, maar ziet er vooral een bevestiging in van wat hij eigenlijk al wist, namelijk dat verhoging van de uitkering helpt. DENK zal blijven pleiten voor volledige gelijktrekking tot het normale bijstandsniveau. Verder vraagt hij zich af of de in het regeerakkoord aangekondigde verhoging van het minimum niet tenietgedaan zal worden door de inflatie. Hij is benieuwd of de wethouder die visie deelt.

Wethouder GROOT WASSINK merkt op dat de dakloosheid de afgelopen tien jaar is verdubbeld. De hogere uitkering blijkt wel te helpen, maar is inderdaad geen oplossing. Het minimuminkomen is te laag en intensieve begeleiding van deze groep blijkt hard nodig. Maar een verhoging maakt het leven wel makkelijker. Het is aan het volgende college om daar een

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitieve Raadscommissieverslag, 12 januari 2022

WIO

besluit over te nemen en hij onthoudt zich van een advies. De pilot bestaat eruit dat men mensen een hogere tegemoetkoming geeft als ze zelf opvang hebben geregeld. In Utrecht heeft het college besloten de uitkering zelf te verhogen tot 65%, maar er is niet aangetoond dat dit leidt tot een hogere uitstroom. De bestaanszekerheid staat in Nederland voor veel mensen onder druk, vooral bij de groepen met de laagste inkomens. Dit college deelt zijn zorg en zet in op het versterken van de bestaanszekerheid. Hij is zelf een voorstander van de gelijktrekking, maar men moet zich realiseren dat dit grote financiele gevolgen heeft. Een eerste berekening heeft uitgewezen dat er 7 miljoen euro mee gemoeid zou zijn. Het gaat dus om een forse investering, maar hij begrijpt de wens volledig. Daarnaast is er geld nodig voor de begeleiding en ondersteuning. Dat staat ook zo in het plan dat loopt tot 2025. De ondersteuning en begeleiding stopt niet meteen zodra mensen werk vinden, maar er zit wel een grens aan de capaciteit. Door samen te werken met ketenpartners als De Regenbooggroep stuurt de gemeente aan op langere begeleiding om terugval te voorkomen. In de pilot is niet nader ingegaan op het effect van het hebben van een briefadres, maar de praktijk wijst uit dat een postadres het contact vergemakkelijkt.

Er wordt gekeken naar een goede inrichting van het proces om een briefadres te krijgen en het is nu al mogelijk dat op meer plekken in de stad te regelen. Als men werk vindt, kan men dat briefadres nog een tijdje aanhouden, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden tot een half jaar lang. Woonruimte is helaas schaars en er zijn verschillende groepen urgenten in de stad. De gesprekken met de wethouder Wonen zijn dus lastig. Dat punt heeft ook landelijk aandacht gekregen via het rapport van Ter Haar. De wooncrisis treft niet alleen starters, maar ook veel andere kwetsbare groepen en dat leidt tot een concurrentie tussen die urgente groepen. Dat is een gezamenlijke opgave voor het hele college en is zo in alle grote steden. Er wordt gekeken naar allerlei mogelijkheden om tijdelijk onderdak te vinden voor economisch daklozen. De begeleiding is opgenomen in de cohortaanpak. Daar zit een kostenplaatje aan, maar daar heeft dit college voor gekozen om economisch daklozen weer zo snel mogelijk op de rails te krijgen. De Regenboogroep is een van de ketenpartners bij die begeleiding en daar was men zeer te spreken over deze evaluatie. De integrale aanpak wordt met een brede coalitie uitgevoerd. Er is ook intensieve samenwerking met de GGD en die gaat ondanks de pandemie onverminderd door.

Hij spreekt zijn waardering uit voor die organisatie en koppel daaraan de wens dat al dat maatschappelijk applaus ook vertaald wordt in de beloning van medewerkers. Hij deelt het pleidooi voor verhoging van het minimumloon. In het regeerakkoord wordt die echter pas voor 2024 voorzien, terwijl de inflatie intussen blijft toenemen. Dat vindt hij zorgwekkend en vergroot de zorgen over de bestaanszekerheid bij veel mensen. De VOORZITTER constateert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn, maar dat het onderwerp op verzoek van mevrouw Van der List wel gepiept wordt naar de raad van 16 b en 17 februari voor een korte behandeling.

Armoede en Schuldhulpverlening 6. Amsterdamse Armoedemonitor 2020 en Schuldenmonitor Amsterdam Nr. VN2021-034762 Mevrouw VAN DER LIST is blij met de eerste schuldenmonitor. Zij hoopt dat de vóór corona ingezette daling van de armoedecijfers zich zal herstellen na de coronacrisis, maar heeft net als de wethouder twijfels of dat zal gebeuren. In eerste instantie wordt een toename van 10% van het aantal minimumhuishoudens verwacht. Zij is benieuwd hoe de wethouder denkt over de suggestie van de insprekers om voor armoedevoorzieningen te toetsen op besteedbaar inkomen in plaats van het bruto-inkomen. Zij vraagt of de daling van het aantal curatieve schuldhulptrajecten verband houdt met de sterkere inzet op vroegsignalering. De ervaring wijst uit dat mensen meestal vijf jaar wachten tot ze met hun hulpvraag naar een instantie komen. Daarom is ook de vroegsignalering opgetuigd. Zij vraagt hoe daarop wordt ingespeeld bij mensen die door de lockdown in financiele perikelen beland zijn en hoe wordt omgegaan met

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitieve Raadscommissieverslag, 12 januari 2022

WIO

de nieuwe lockdown, Zij vraagt verder hoe de gemeente mensen met een laag inkomen en een sterk stijgende energierekening plus bijkomende inflatie kan bijstaan. Verder vraagt zij of de wethouder haar zorgen deelt over de toename van gokverslaving dankzij de groei van de online gokmarkt en de reclame daarvoor. Mevrouw EL KSAIHI maakt zich grote zorgen over de spagaat tussen theorie en praktijk. Aan de ene kant worden cijfers over dalingen gepresenteerd, terwijl aan de andere kant het aantal mensen in problemen toeneemt. Zij vreest dat het nog maar om het topje van de ijsberg gaat, terwijl in Den Haag landelijke regelingen worden afgebouwd en in Amsterdam het bereik van de voorzieningen ongeveer gelijk blijft. Het bereiken van mensen die aanspraak zouden kunnen maken op een regeling, blijft een probleem. Zij is verheugd dat er nu ook via voedselbanken informatie wordt gegeven. Daarnaast is zij benieuwd naar een reactie van de wethouder op het pleidooi van de insprekers om te toetsen aan de hand van het besteedbaar inkomen. Mevrouw HEINHUIS zegt dat de zorgen om corona terecht zijn, maar dat men toch ook op positieve ontwikkelingen kan wijzen als het aanslaan van de vroegsignalering en het grotere bereik van de armoederegelingen. ER is een mooi startpunt voor een volgend college, maar er blijven meer dan genoeg zorgen.

Zij is benieuwd naar de reactie van de wethouder op de insprekers. Zij is benieuwd naar het bereik van het Jeugdeducatiefonds en de stichting Leergeld. Zij vraagt of de gemeente die belangrijke fondsen kan helpen hun bereik te vergroten. Mevrouw KUIPER-DE HAAN signaleert dat de kloof tussen mensen die zichzelf kunnen redden en anderen zich verdiept. Zij vraagt of het mogelijk is het besteedbaar inkomen als toetsnorm te hanteren. In bepaalde stadsdelen is er veel armoede en de verschillen op het gebied van gezondheid zijn groot. Jongeren, zzp’ers en ondernemers zouden daar wel een inkomen kunnen verwerven, maar worden nu daarin belemmerd door de coronamaatregelen. Zij vraagt of in het college over die zaken gesproken wordt en welk signaal daar aan het nieuwe kabinet over kan uitgaan. DE stad kan dat immers niet allemaal in zijn eentje aan. Zij vraagt naar de visie van het college op deze groep. Wethouder MOORMAN vindt dit een goed moment om deze monitoren te bespreken en met een dosis realisme in een perspectief te plaatsen. Zij ziet geen aanleiding om tevreden achterover te leunen. Mensen die normaal gesproken hun eigen inkomen verdienen, zijn nu van hun bestaansbron afgesneden. Daarbij loopt de inflatie op, stijgen de energiekosten en stijgen lonen en uitkeringen amper of niet en wordt de AOW losgekoppeld van de loonontwikkeling.

Dat alles baart veel zorgen en daarom is het goed dit onderwerp op de agenda te houden. Zij spreekt haar waardering uit voor De Noordas. Zij brengen terecht het punt onder de aandacht dat iemand door stomme pech en gebeurtenissen waar ze geen invloed op hebben, op een laag besteedbaar inkomen uitkomen maar op papier boven de armoedegrens verkeren. Dankzij De Noordas is het signaal tot haar doorgedrongen dat er mensen bij de voedselbak lopen die geen Stadspas konden krijgen. Daarop heeft zij aanpassingen in de regels gemaakt. Zij zou het liefst ook bij armoederegelingen toetsen op het besteedbaar inkomen, maar dan zouden de uitvoeringslasten voor die regelingen enorm stijgen omdat elk individueel geval dan uitvoerig beoordeeld moet worden. Maar zij zoekt wel naar mogelijkheden via andere wegen. Organisaties als Leergeld werken anders en kunnen daardoor mensen bedienen die buiten de formele regels vallen. Er valt ook te denken aan maatwerkpotjes bij buurtteams. Het is zaak de grote bulk met minimale uitvoeringskosten te bedienen en daarnaast ruimte te scheppen voor maatwerk. Op het gebied van vroegsignalering is Amsterdam een pionier die steeds meer navolging vindt in het land. Met die aanpak worden veel problemen voorkomen en kan bevorderd worden dat mensen sneller hulp zoeken dan voorheen.

De hoge energiekosten zijn inderdaad een grote extra zorg, De steunmaatregelen van het kabinet zijn welkom, maar zij betreurt het dat die generiek zijn zodat de meest kwetsbaren per saldo niet genoeg steun krijgen. Het bedrag is op zich redelijk en met drie wethouders wordt gekeken hoe de gemeente de duizenden huishoudens met energiearmoede kan helpen. Het is belangrijk daarbij te

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, Onderwijs, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering. Definitieve Raadscommissieverslag, 12 januari 2022

WIO

voorkomen dat men met een beschuldigende vinger wijst naar het energieverbruik van de mensen zelf. De erbarmelijke isolatie van hun woning is veelal de grootste boosdoener. Zij deelt de zorg over gokverslaving ten volle. De liberalisering van de gokmarkt vindt zij zeker in deze tijd schokkend. Het heeft haar aandacht, net als die van haar collega Kukenheim. De gemeente kan hier weinig aan doen, maar signaleert wel dat er veel mensen door in de problemen komen, vooral jongeren. Zij roept de fracties op hun zorgen door te geven aan partijgenoten in Kamer en kabinet. Haar bereiken ook signalen dat professionals niet goed ingaan op hulpvragen omdat ze strikt vanuit hun eigen discipline handelen. Dat is een van de redenen geweest voor de instelling van de multidisciplinaire buurtteams in de verwachting dat die de ware aard van problemen met elkaar beter zouden kunnen onderkennen. Ter aanvulling zijn er ook de particuliere organisaties en fondsen met hun eigen werkwijzen die ondersteuning kunnen bieden aan gezinnen die buiten de grenzen van de formele gemeenteregelingen vallen. Om het bereik van regelingen en zulke organisaties te vergroten wordt bijvoorbeeld ook het Flying Squad ingeschakeld die onder meer bij buurtinstellingen en sportplekken de informatie in meer talen aan bieden.

Dat squad gaat gericht af op plekken waarvan vermoedt dat er veel mensen komen voor wie de steunmaatregelen bedoeld zijn. Er is op dit moment ook extra veel aandacht voor het bereik van ondernemers. Zij is verheugd dat in het nieuwe kabinet een minister speciaal voor Armoedebestrijding is aangesteld. Zij heeft minister Carola Schouten al uitgenodigd voor een werkbezoek aan Amsterdam om de verbinding tussen wat hier gebeurt en De Haag zo goed mogelijk te maken. Mevrouw KUIPER-DE HAAN zegt dat haar fractie ook alles in het werk stelt om minister Schouten naar Amsterdam te laten komen en dan niet alleen met het oog op de komende verkiezingscampagne. Zij is benieuwd welke signalen dit college aan haar en het nieuwe kabinet zou willen meegeven over de lockdown en het wegvallen van verdienmogelijkheden voor veel mensen. Wethouder MOORMAN zegt dat dit onderwerp elke week ter tafel komt in het college. Zij verwijst naar het Nieuwjaarsbericht van de burgemeester. Het college heeft bij het kabinet aangedrongen op voortzetting van de te vroeg gestopte steunmaatregelen aan ondernemers. De gemeente heeft de voorwaarden voor de woontoeslag verlaagd en dat zal ook het volgende kwartaal van kracht blijven, in de verwachting dat het Rijk die zou steunen. Maar die toegezegde steun blijft helaas uit. Dat punt is ook al door de VNG naar voren gebracht.

De VOORZITTER constateert dat het punt nu voldoende besproken is. De VOORZITTER sluit de vergadering om 12.05 uur.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11107871/1