Definitief verslag 29-03-2023
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
Vergadering
Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Vergaderdatum Woensdag 29 maart 2023 van 09.00 tot 12.04 uur in de Willem Kraanzaal Verslag vastgesteld op: Woensdag 19 april 2023 Voorzitter: het lid Nanninga Portefeuillehouders: wethouder Moorman Commissiegriffier: K. van Klooster Verslaglegging: M. Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Didderen (Partij voor de Dieren), Van Haarlem (Forum voor Democratie), Haijen (SP), Hoogtanders (VVD), De Jong (JA21), Van Laake (Volt), Molema (JA21), Olivieira (Lijst Kabamba), Van Pijpen (GroenLinks), Runderkamp (PvdA), Yemane (GroenLinks), Wehkamp (D66), Wijmenga (CDA), Williams (D66), Yacoubi (DENK) Afwezige commissieleden: de leden Alberts (SP), Bouhassani (PvdA) Overige aanwezigen: D. Jones, G. Cederburg, H. Roothart
ALGEMEEN GEDEELTE
1. a. Opening De VOORZITTER opent de vergadering om 09.02 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat het lid Bouhassani zich heeft afgemeld. Het lid HAIJEN deelt mee dat het lid Alberts door ziekte afwezig is. Wethouder MOORMAN doet de volgende mededelingen. Het lid Hakiki had in de vorige vergadering een vraag gesteld naar aanleiding van de constatering dat tuberculose bij katten een gevaar kan vormen voor mensen. Uit een casus in Hollands Noorden van 2022 bleek dat het besmettingsgevaar heel laag is. Mensen uit die omgeving zijn allemaal gecontroleerd en bleken geen tuberculose te hebben gekregen. Het is wel iets wat in de gaten gehouden moet worden. Er waren in de raad vragen over de nieuwe Lerarenagenda. Zij stelt voor om in aanloop naar de Lerarenagenda een technische sessie te houden over dit onderwerp. De VOORZITTER constateert dat de commissie akkoord gaat met het voorstel van de wethouder om een technische sessie te houden over de Lerarenagenda. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER merkt op dat de agendapunten 7 en 8 gevoegd besproken zullen worden.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. d. Conceptverslagen van de openbare en besloten vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 08-03-2023 De verslagen worden conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Het lid DE JONG constateert dat op de termijnagenda van de portefeuille Jeugdzorg de beloofde technische sessie, om in gesprek te gaan met het Amsterdam UMC over het sluiten van de spoedeisende hulp, ontbreekt. Die toezegging kwam van de toenmalige wethouder Rijxman. Hoe staat het ermee? Wethouder MOORMAN vermoedt dat het de portefeuille Zorg betreft, dus niet ‘Jeugdzorg’. Het verbaast haar dat er een toezegging ligt, want spoedeisende zorg VUMC valt niet onder de regie van de gemeente. Het lid DE JONG merkt op dat de rampenopvang in het gedrang is. Eigenlijk hoort dat bij de portefeuille AZ, maar daar heeft men het teruggeschoven naar de commissie Zorg. Het probleem is dat de spoedeisende hulp in de VU gesloten is, terwijl er voor het rampenplan nog wel een uitwijkmogelijkheid is als het AMC vol is. Dat klopt niet. Hij wil de vraag aan het Amsterdam UMC zelf willen stellen. Daarvoor zou een technische sessie komen. Wethouder MOORMAN hoort van de griffier dat er inderdaad iets aanstaande is. Zij gaat ervan uit dat die technische sessie er komt. De VOORZITTER stelt voor dat de heer De Jong de termijnagenda in de gaten houdt.
Als zijn geduld op is, kan hij zich weer melden. Het lid HOOGTANDERS ziet in de termijnagenda een motie van haar hand naar aanleiding van de discussie over de aanbesteding dagbesteding, en het uitvallen van Kwekerij Osdorp. Zij leest dat daarover informatie komt in de vergadering van 19 april a.s. De strekking van die motie heeft betrekking op wat vandaag voorligt, namelijk het subsidiekader voor de sociale basis. Zij hoopt dat de beantwoording van die motie aansluit bij de discussie over het subsidiekader. Wethouder MOORMAN vraagt of het lid Hoogtanders de beantwoording van de motie graag voorafgaande aan de bespreking in de raad ziet. Het lid HOOGTANDERS antwoordt dat het zou helpen als de inhoud al beschikbaar is. Wethouder MOORMAN zegt toe het na te zullen gaan. f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking op de vergadering van 19 april a.s. TKN-4 op verzoek van het lid Hoogtanders van de VVD. De motivatie stond gisteren in de dagmail. Zij constateert dat de commissie hiermee akkoord gaat.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen. INHOUDELIJK DEEL 2. a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk gedeelte van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek D. JONES spreekt namens BijlmerNieuws, het jongeren media platform van Zuidoost over de plannen van OBA NEXT. Hij is 22 jaar en een jongere uit Kraaiennest. BijlmerNieuws is een succesvol platform dat populair is onder jongeren. Hij heeft gehoord van de OBA, maar waar blijft die? De jongeren willen nieuwe kennis opdoen, informatie van de toekomst krijgen. Vaak worden dingen die naar Zuidoost komen als een afdankertje gezien, iets wat de jongeren zeker niet willen. Zij willen juist dat de buurt mooier wordt. Het is zaak steden zoals Rotterdam jaloers te maken. Momenteel is hij bezig aan een internationaal project in de buurt. Het lid RUNDERKAMP vraagt naar de eigen ideeën van de inspreker over de OBA NEXT. D. JONES antwoordt dat het mooi is voor de jongeren om gestimuleerd te worden en zichzelf verder te ontwikkelen. Het lid RUNDERKAMP oppert dat de heer Jones ruimte ziet voor zijn platform binnen de OBA NEXT. Kan dat geïntegreerd worden? D. JONES zou dat een mooi idee vinden. Er kan misschien een edit-ruimte komen, iets voor podcasts. Je kunt mensen van andere steden uitnodigen om daar een meeting te houden.
Het lid OLIVIEIRA zou graag zien dat vaker jongeren van Zuidoost de weg naar de Stopera weten te vinden. Hoe denkt de inspreker dat OBA NEXT kan helpen om meer jongeren uit de hele stad te bereiken? D. JONES antwoordt dat dit niet moeilijk zal zijn. Hij heeft een bereikt over heel veel jongeren uit verschillende steden, zoals Rotterdam, Breda en Den Haag. Kraaiennest is naast de Poort en stad de populairste buurt van Zuidoost. Jongeren uit andere steden kennen Kraaiennest en Zuidoost. Het lid WEHKAMP vraagt of de inspreker nog andere gesprekken heeft gevoerd over de OBA. Het verbaast haar dat het idee nog niet goed geland is. D. JONES antwoordt dat hijzelf het initiatief heeft genomen om naar het stadhuis te komen. Het lid YACOUBI vraagt of de inspreker wat betreft OBA NEXT het gevoel heeft dat hij met zijn ideeën terechtkan bij de gemeente, in het bijzonder bij stadsdeel Zuidoost. D. JONES antwoordt bevestigend. Hij vindt dat hij best al veel heeft bereikt. Hij
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
heeft ook het gevoel dat hij met zijn ideeën terechtkan bij de gemeente. Het lid YEMANE sluit zich aan bij het lid Olivieira. Zij is erg blij dat jongeren uit Zuidoost naar het stadhuis komen. Hun input is welkom. Zij vraagt mee te denken. Waarom is het zo belangrijk dat deze OBA in de Bijlmer komt, en specifiek in Kraaiennest? D. JONES antwoordt dat het twaalf minuten lopen is van de stad naar de Poort, en dus de OBA als die daar komt. Kraaiennest heeft bovendien een mooi metrostation met een verbinding vanuit Centraal. Verder kijkt hij graag naar de toekomst, niet naar het verleden. In Kraaiennest leven mensen met ambities. De VOORZITTER vraagt of de commissie akkoord gaat om de wethouder te laten reageren op de inspreker. Zij constateert dat dat het geval is. Wethouder MOORMAN kondigt aan dat ze binnenkort langskomt in Kraaiennest om het gesprek te voeren over een geschikte plek. Het is zeker geen afdankertje. Sterker nog, er is besloten om de OBA NEXT van de Zuidas naar Zuidoost te verplaatsen, zodat de jongeren daar ervan kunnen profiteren. Het zal wel even duren voordat het gebouw er staat. Gemiddeld duurt zoiets vijf of zes jaar. G. CEDERBURG spreekt als jongere, talentontwikkelaar en lid van de Jongeren Adviesraad Amsterdam (JARA). Helaas zijn er vandaag geen andere leden van JARA aanwezig. De OBA NEXT zou naar Zuidoost komen, zoals stond in het coalitieakkoord.
De JARA wil daar graag vanaf het begin aan meedoen. Het moet niet weer zo’n bedacht plan worden dat niet aansluit bij de doelgroep. Het moet met en door de doelgroep getrokken worden. Hij hoorde uit zijn omgeving dat er behoefte is aan een vernieuwende plek voor jongeren, maar de vraag is hoe dat moet. Hij is dat gaan onderzoeken. Het bleek dat jongeren een ondernemingscentrum willen verdeeld in vier takken. Er moeten kantoorruimtes zijn voor alle startende ondernemers. Studio’s voor alle muzikale en creatieve doeleinden. Een fitnessgedeelte dat de fysieke en mentale staat van de jongeren bevordert. En dan een lounge/restaurant waar je wat kunt eten en samen kunt komen. Het moet iets van wereldklasse worden. De jongeren zijn het zat om in antikraakpanden hun talenten te moeten ontdekken. Deze plek moet centraal staan voor de volgende generatie. De jongeren moeten er zich kunnen ontplooien tot de beste versie van zichzelf. Waar kan dat beter dan in de OBA NEXT? Het lid OLIVIEIRA vraagt of de inspreker alvast een tijdelijke versie van OBA NEXT wil in Kraaiennest. G. CEDERBURG bevestigt dat. De behoefte is er, de plannen zijn er. Er mist alleen nog een locatie. Het lid YEMANE vraagt of de inspreker al met de stadsdelen of de gemeente hierover van gedachte heeft gewisseld. G. CEDERBURG antwoordt bevestigend. Hij heeft meegepraat bij het Masterplan over dit initiatief.
Maar het is moeilijk om een grote locatie te vinden voor dit grote plan. Hij liep in dat verband tegen een paar blokkades aan. H. ROOTHART spreekt op persoonlijke titel over de Verordening leerlingenvervoer 2024. Het viel haar niet mee om op tijd te komen, want het leerlingenvervoer voor haar zoon stond in de planning voor 08.21 uur. Zij kon pas weg nadat hij was opgehaald. Dat geeft goed weer wat de belasting voor ouders en leerlingen kan zijn in het speciaal onderwijs. Haar zoon Teun is negentien jaar en gaat naar VSO Alphons Laudy. Hij heeft het Down syndroom. Sinds 2016, toen Teuns vader plotseling overleed, maken ze gebruik van leerlingenvervoer. Zijn vervoer van en naar school, stage
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
of naschoolse dagbesteding, bestaat nu uit het busje van Munckhof, het ov met een begeleider, de eigen auto, of de fiets met haar als begeleider. Als alleenstaande ouder, moeder en mantelzorger, bewindvoerder en mentor is zij in hoge mate betrokken bij en verantwoordelijk voor zijn welzijn en ontwikkeling. Ze kunnen samen in de stad fietsen, maar dat heeft veel tijd en inspanning van allebei gekost. Eerder heeft zij al in digitale vorm haar zeven meningen gegeven over de Verordening leerlingenvervoer. Nu wil zij het hebben over het recht. Volgens het kinderrechtenverdrag hebben alle kinderen recht op goed onderwijs. Je moet naar school kunnen gaan en goed les kunnen krijgen, op een manier die bij je past. Dat laatste is belangrijk. Wat passend is verschilt van leerling tot leerling. Als ouder wil zij onderwijs en vervoer dat rekening houdt met zijn beperkingen en mogelijkheden. Liefst zelfstandig, want dat is in het belang van allemaal. Ook van Teun. Maar vanwege de zeven meningen die zij eerder gaf, is dat niet altijd en voor alle leerlingen mogelijk. De opgestelde Verordening leerlingenvervoer hinkt op twee gedachten. Ze dicteert de tijden en afstanden. En ze wil in gesprek gaan met ouders en een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen. Als ouder vindt zij dat niet het aanbod van vervoer, maar de vraag van leerlingen en ouders bepalend moet zijn.
Dus vervoer dat bij de leerling past, en niet andersom. Uit liefde voor haar kind neemt zij de verantwoordelijkheid voor het welzijn van haar zoon. Ook op de fiets en bij het stoplicht. Zij vraagt de raad om rekening te houden met zijn beperkingen en mogelijkheden, en recht te doen aan zijn behoefte aan passend vervoer. Het lid RUNDERKAMP vraagt hoe de gemeente kan helpen, zodat zij met haar zoon kan blijven fietsen naar school. H. ROOTHART antwoordt dat het vervoer van en naar school ingewikkeld is. Haar zoon gaat twee dagen in de week naar Happy2Move in Noord. Op die dagen kan zij hem niet zelf met de fiets naar school brengen. Dan gaat hij met het busje van leerlingenvervoer van Buitenveldert naar Noord, en moet hij ’s avonds weer terug. Dat vraagt om een heel speciaal plan. Dat kan per ouder en per leerling verschillend zijn. Zij is op zichzelf niet tegen zo’n plan, maar er is wel veel aandacht en tijd nodig om te beoordelen wat de beste manier voor leerlingen en ouders is om naar school te gaan. Het is goed om het huidige leerlingenvervoer te heroverwegen, want het levert frustraties op bij ouders en misschien ook de leerlingen. Het zou goed zijn om ouders daarbij te betrekken en in gesprek met hen te gaan over de behoeften van de leerlingen. Het lid WEHKAMP vraagt of zij het goed begrijpt dat men in het huidige systeem te weinig overlegt met de ouders. H.
ROOTHART antwoordt dat de argumenten voor deze verordening zijn dat er problemen zijn met het vinden van voldoende goede chauffeurs. Verder zou het te duur zijn. Voor het eerste argument heeft zij begrip. Het tweede lijkt een politieke keuze; het hangt af van wat je wilt. Ouders zijn best bereid om mee te denken over een beter alternatief voor het huidige systeem, maar zij voelen zich momenteel onvoldoende gehoord. Er zijn ook verschillen tussen ouders. Daarmee moet rekening gehouden worden. De ene ouder is beter in staat alles te regelen dan de andere. Het lid WEHKAMP vraagt of de ouders verenigd zijn. Is er contact met Cliëntenbelang? H. ROOTHART antwoordt dat zij contacten onderhoud met andere ouders, maar niet formeel. Het lid YEMANE bedankt voor het inspreken. Wat de inspreker naar voren bracht wordt zeker betrokken bij de discussie. Het is goed dat zij het belang van maatwerk nog eens onderstreept. c.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten ingebracht. d. Rondvraag Het lid WIJMENGA heeft een vraag over de dagopvang in Weesp. De betrokkenen gaan nu naar Zuidoost. In december is gezegd dat er wel een aanbieder was, maar nog geen locatie. Er kon dus nog niet gestart worden. Wat is de stand van zaken in Weesp? Wethouder MOORMAN kan daarop geen antwoord geven. Zij zal het uitzoeken. Het lid YEMANE was vorige week in De Balie samen met haar collega van DENK. Ze waren bij de filmvertoning ‘Alleen tegen de staat’ en daarna een gesprek. Het ging over de gedupeerden van het toeslagenschandaal. Het onrecht dat is aangedaan is niet te beschrijven. Er waren veel gedupeerde in de zaal die ook in Amsterdam woonden. Nog steeds hebben ze het gevoel niet op de juiste manier gezien te worden. Misschien kan de gemeente nog meer voor ze doen. Ook Faith Bruyning van Number 90 sprak daar. Het leek haar een prachtig initiatief, waar ze binnenkort langs gaat. Bij Number 90 gaat het om gedupeerden die zelf initiatief hebben genomen om mee te denken over herstel. Zij citeert: ‘Het is uniek dat de gemeenten en ouders samen kiezen voor een herstelaanpak vanuit een neutrale ruimte. Het is geen gemakkelijke weg, maar wij hebben vertrouwen dat hier de menselijke zienswijze bewaakt gaat worden.’ Zij vraagt of de wethouder dit initiatief kent.
Vorige keer kwam in de commissie ter sprake dat de meeste gedupeerden in Zuidoost wonen. Daarbij gaat het om mensen die vaak niet goed zichtbaar zijn. Ze komen bijvoorbeeld niet vaak terecht bij de buurtteams. Kan iets als Number 90 ook in Amsterdam van de grond gekregen worden? Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij de documentaire kent. Daarin werd het beeld bevestigd dat zij al had door de vele gesprekken met slachtoffers van het toeslagenschandaal. Zij wijst ook op de fototentoonstelling die tot stand is gekomen dankzij de SP. Het lijkt haar goed om de verhalen van de betrokkenen voortdurend te vertellen, zeker nu het duidelijk is dat herstel veel langer gaat duren. Je moet je blijven verplaatsen in wat mensen is overkomen. Zij spreekt nog steeds regelmatig met de slachtoffers van het toeslagenschandaal. Die geven aan dat zij het belangrijk vinden om elkaar te ondersteunen. Er zijn meerdere steungroepen van slachtoffers in ontwikkeling. Ook de gemeente is bezig met een aantal slachtoffers om hun kennis tot onderdeel te maken van wat de gemeente doet. Of er een fysieke locatie moet komen zoals Number 90 heeft, moet bekeken worden. Het is vooral om mensen ondersteuning te geven als zij met elkaar in contact willen komen. BESPREEKPUNTEN Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 3.
Vaststellen Hoofdlijnenbesluit sociale basis (VN2023-004544) De VOORZITTER licht toe dat dit onderwerp een raadsvoordracht betreft. Het lid WEHKAMP merkt op dat een sterke sociale basis als fundament dient voor de zorgaanpak in Amsterdam. Het vergroot de kansengelijkheid en voorkomt dat zwaardere vormen van zorg nodig zijn. Activiteiten onder de sociale basis moeten beter vindbaar worden voor buurtbewoners. De sociale kaart moet beter bekend zijn, zodat buurtgenoten weten waar
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
ze terechtkunnen. Het waaiermodel van Amsterdam vormt volgens het onderzoek een uitdaging hiervoor. Het is goed dat dit kader inzet op het vergroten van de herkenbaarheid van de sociale basis en bij het in verbinding brengen met andere onderdelen van het sociaal domein, zoals de buurtteams. Buurtteammedewerkers, maar soms ook buurtgenoten, weten momenteel vaak niet wat er in de buurt allemaal beschikbaar is. Een duidelijke sociale kaart kan dat verbeteren. Welke plannen heeft de wethouder om de sociale kaart meer bekendheid te geven? De uitvoering en monitoring van de sociale basis ligt bij de stadsdelen. Dat monitoren kan lastig zijn. Zo werden in Zuidoost projecten ondersteund voor jonge alleenstaande vrouwen met kinderen. Daarvoor was een budget, maar men liet na te monitoren hoe deze vrouwen de hulp hebben ervaren. Kon het beter, en hoe dan? De stadsdeelcommissie werd vervolgens jaarlijks gevraagd hoe de invulling van de sociale basis moest zijn. De monitoring door de stadsdeelcommissie zal dus beter moeten worden, anders kan je niet beoordelen of het budget op de juiste plekken terechtkomt. Welke rol ziet de wethouder in dit verband voor de stadsdeelcommissies? Het lid VAN PIJPEN vraagt of D66 de sociale basis als een zorgvoorziening beschouwt. Het lid WEHKAMP antwoordt dat de sociale basis kan voorkomen dat zwaardere zorg nodig is.
Het lid VAN PIJPEN vraagt of D66 vindt dat Amsterdammers zonder zorgvraag ook gebruik kunnen maken van de sociale basis. Het lid WEHKAMP antwoordt bevestigend. Het gaat, zoals bij een project met betrekking tot laaggeletterdheid, niet altijd om een zorgvraag. Het lid VAN PIJPEN is blij te horen dat het niet alleen als een zorgvraag wordt gezien. Van belang is dat de sociale basis er is voor álle Amsterdammers, dus niet alleen voor mensen met een zorgvraag. Het lid HOOGTANDERS merkt op dat de contacten in je eigen buurt, met alle activiteiten daar, mede bepalend zijn voor de vraag of het fijn is te wonen in Amsterdam. Dat heet in beleidsjargon de ‘sociale basis’. Zeker voor ouderen of eenzame mensen kan de sociale basis heel bepalend zijn voor de kwaliteit van hun leven. Voor die sociale basis hebben mensen idealiter de overheid niet nodig. Buurtbewoners zoeken elkaar op en men organiseert zelf dingen. In de ideale situatie bemoeit de overheid er zich dus niet mee. Maar die ideale situatie bestaat lang niet altijd. De overheid kan initiatieven daarom financieel stimuleren. Ook kan gezorgd worden voor continuïteit. Met subsidie kunnen professionals, als dat nodig is, het voortouw nemen. De wens bestaat om in Amsterdam het zorgstelsel te transformeren. Dat kan door alleen dure gespecialiseerde zorg te bieden als dat echt nodig is.
Wat betreft die transformatie is het vijf voor twaalf. De zorgvragen stijgen en de personeelskrapte wordt steeds groter. Meer mensen zullen dus opgevangen moeten worden in de sociale basis. Haar fractie wil zich daarom inzetten voor een sociale basis die deze transformatie optimaal kan ondersteunen. Zij wil graag samen met het college de eerste stappen zetten om tot een nieuw kader te komen voor de sociale basis. Er werd gevraagd kennis te nemen van de huidige situatie van de sociale basis en de aanleiding voor de inrichting. Maar er is maar weinig kennis over beschikbaar. Zij sluit zich daarom aan bij de vragen van mevrouw Wehkamp over het inzichtelijk maken van de sociale basis en de monitoring ervan. De sociale kaart is al eeuwen in ontwikkeling in deze stad. Waarom lukt dat steeds maar niet? Zij leest dat er geen zicht is op de meerwaarde van de sociale basis. Maar hoe moet het dan? Als er een transformatie moet komen, moet je toch weten of de sociale basis eraan bijdraagt? Het jaarlijks subsidiëren is inderdaad niet gewenst als je zaken structureel wilt verankeren. Maar hoe voorkom je dat alleen grote professionele instelling nog subsidie krijgen? En hoe zorg je voor wendbaarheid als je meerjarig gaat subsidiëren?
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
Zij leest over een spanning tussen enerzijds organiseren en opdrachtgeverschap, en anderzijds de echte initiatieven van onderop. Hoe wil de wethouder die spanning oplossen? Is de gemeente een opdrachtgever of degene die via subsidies ervoor zorgt dat initiatieven tot stand kunnen komen? De uitgangspunten zijn een eerste stap bij het maken van een nieuw subsidiekader op basis waarvan straks minder partijen geselecteerd moeten worden. Recent zag zij hoe onwenselijk uitkomsten kunnen zijn als zo strak aan de voorkant een doel wordt gesteld, iets wat eigenlijk niets te maken heeft met wat men eigenlijk wil bereiken. Het is alleen een afgeleide ervan. Hoe zorg je straks voor dat met een nieuw subsidiekader nog bijgestuurd kan worden als er uitkomsten komen die je eigenlijk niet wilt? Er moet in het subsidiekader dus ruimte komen om bij te sturen. Op basis van een impactanalyse aan het einde, maar wellicht ook als er uitkomsten komen die onwenselijk zijn. Het lid VAN PIJPEN werd verrast door de agendering van dit hoofdlijnenbesluit sociale basis. Er wordt daarin een aantal fundamentele beslissingen genomen. Het lijkt haar meer dan een procesbesluit. Waarom is daarbij geen input vanuit het veld gebruikt? De eerste vraag is wat de sociale basis is en voor wie hij nodig is. Mensen snappen vaak niet wat de sociale basis is. Vroeger heette het ‘welzijnswerk’.
Daar gaat het om: het welzijn van Amsterdammers, op individueel en collectief- en buurtniveau. Het lijkt nu wel alsof er een zorgvoorziening in het leven geroepen wordt, erop gericht om mensen met ondersteuningsvragen te helpen. Doel daarvan zou zijn het beheersbaar houden van zorgkosten en voor preventie. Maar de rol van de sociale basis is veel breder. Hij moet bijdragen aan sterke buurten en gezonde bewoners. Ook mensen zonder ondersteuningsvraag moeten zich welkom voelen in een Huis van de Wijk voor een praatje. Ook mensen zonder ondersteuningsvraag moeten elkaar weten te vinden, om samen de buurt te verbeteren. Hoe kijkt de wethouder naar de rol van de sociale basis en de verbinding met andere domeinen, waaronder democratisering? In het blad Zorg en Welzijn las zij over een onderzoek naar samenwerking tussen bewonersinitiatieven en professionele organisaties. Zij citeert: ‘Professionals werken vanuit de bedoeling om mensen te ondersteunen…’ Het lid HOOGTANDERS vraagt of de overheid een rol moet hebben bij de brede kant van de sociale basis. En zo ja, welke dan? Het lid VAN PIJPEN antwoordt bevestigend. Die rol betreft een combinatie van ondersteuning, activering en financiering. Het lid HOOGTANDERS vraagt of de samenleving zelf niet in staat is om dit soort initiatieven te ontwikkelen. Het lid VAN PIJPEN denkt dat de samenleving daartoe wel degelijk in staat is.
De overheid mag daarmee blij zijn en moet die initiatieven daarom ondersteunen en financieren. Zij vervolgt haar citaat: ‘Professionals werken vanuit de bedoeling om mensen te ondersteunen. Zij willen bijdragen aan een oplossing van problemen. Terwijl bewonersinitiatieven doorgaans vanuit iets positiefs, vanuit een wens ontstaan. Actieve bewoners zetten hun talent, kennis en vaardigheden bijvoorbeeld in om de buurt mooier te maken, of andere bewoners te leren kennen of om iets nieuws te kunnen leren. Dat matcht niet altijd.’ Dat is waarover het gaat. In dit hoofdlijnenbesluit valt op dat er wordt uitgegaan van twee smaken: de professionele organisatie en de vrijwilligersorganisatie over het kleinschalige buurtinitiatief. Is dat reëel en wenselijk? Veel informele organisaties krijgen veel voor elkaar, maar moeten de eindjes aan elkaar knopen. Ze maken verbindingen met groepen die professionele organisaties niet voor elkaar krijgen. Dan ontstaat de situatie dat zogenaamde vrijwilligers zich het snot voor de ogen werken voor een vrijwilligersvergoeding. Zij vraagt hoe informele organisaties ooit nog de kans krijgen om
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
uitgaande van dit hoofdlijnenbesluit semi-professioneel te worden. Vanuit buurt- en zelforganisaties worden buurthuizen opgebouwd. Dat zijn allang geen kleinschalige buurtinitiatieven meer. Het zijn mooie voorbeelden van zelforganisaties waarbij bestaande organisaties worden uitgedaagd. Dat ‘right to challenge’ moet net als het zelfbeheer van buurthuizen een plek krijgen. Maar hoe moet dat binnen deze hoofdlijnen? Haar fractie wil informele organisaties, zelforganisaties en bewonersinitiatieven ook in daden serieus nemen. Er moet dus ruimte voor gemaakt worden. Zij vraagt hoe dat werkt met de alliantie. Wie bepaalt wie erin komt? Hoe zit het met stedelijk werkende organisaties die in alle stadsdelen actief zijn? Moeten die aansluiten bij de allianties? Of kan er stedelijk op worden gesubsidieerd en aangestuurd? Langjarig subsidiëren vindt zij een heel goede zaak. Maar welke ruimte blijft er dan over voor nieuwe ontwikkelingen? Zij sluit zich aan bij wat hier al gezegd is over monitoring en verantwoording. Ook zij vraagt de controlerende taak van de raad beter uit te kunnen oefenen. Zij is blij met de monitoring die voorzien is in de bestuursrapportage. Maar er is meer nodig. Er moet inzicht komen in ervaringsgegevens van beelden van buurten, van gebruikers van de sociale basis, kwalitatief en onafhankelijk. Het moet dus veel meer zijn dan een klanttevredenheidsonderzoek.
Kan een meer antropologische benadering geen oplossing zijn? Het lid YACOUBI maakt zich zorgen over de overgang van jeugd naar volwassenheid. Jongeren van 18-27 jaar vallen sinds de decentralisatie in een zwart gat. De sociale basis moet een ondersteuning bieden als het gaat om het welzijn van deze doelgroep. Maar de sociale basisorganisaties weten deze doelgroep niet altijd even goed te bedienen. Hij vraagt hoe dat kan verbeteren. Het lid RUNDERKAMP kan zich vinden in uitgangspunten zoals het je meerjarig vastleggen op de gebiedsopgave op hoofdlijnen, of het meerjarig subsidiëren van ketenpartners. Hij wijst erop dat de causale verbanden in de sociale basis moeilijk te leggen zijn. Het welzijn van Amsterdammers wordt door meer bepaald dan door een specifieke interventie, waarvan de effectiviteit ook lastig te meten is. Hoe rijmt de wethouder dat met het uitgangspunt om te focussen op bewezen effectieve interventies? Wethouder MOORMAN hoort in alle bijdragen doorklinken dat de sociale basis een belangrijke functie heeft in de stad. In het gesprek erover komt de complexiteit goed naar voren. Men vraagt hier hoe gemonitord wordt, maar ook is er de oproep het vrij te laten en niet alles bureaucratisch vast te leggen. Tegelijkertijd wordt gevraagd ervoor te zorgen dat er goed gestuurd kan worden. Maar ook moet initiatief van onderop kunnen groeien.
Er wordt gevraagd het aan te laten sluiten op het meer formele aanbod dat er is, maar daarbij wordt aangetekend dat het bereik soms lastig is. Al die dingen zijn waar. Het is dus complex. Zij antwoordt het lid Hoogtanders dat de sociale basis inderdaad het sociale weefsel is. Vroeger, in de verzuilde samenleving, was binnen elke zuil alles aanwezig. Maar je wilt dat mensen niet afhankelijk hoeven te zijn van knellende netwerken. Voor hun emancipatie moeten ze niet afhankelijk zijn van de kerk. De overheid moet genoeg aanbod hebben. Maar waar ligt dan de rol van de overheid? Het lid HOOGTANDERS vraagt of mensen dan wel afhankelijk moeten zijn van de overheid. Wethouder MOORMAN erkent dat dilemma. Wanneer bemoeit de overheid zich ermee, en wanneer kunnen mensen en buurten het zelf doen? De sociale basis is in ieder geval geen toverdrank die de eenzaamheid oplost. In de monitoring is het dus verstandig te kijken wat werkt. Zij antwoordt het lid Runderkamp dat het onmogelijk is om voortdurend achter iedereen aan te lopen om de effectiviteitsscore bij te houden. De meer antropologische benadering die het lid Van Pijpen bepleit, betekent ook dat je het niet helemaal hard maakt. Sommige methodieken blijken te werken, maar dat betekent niet dat iedereen die deelneemt aan bijvoorbeeld een taalinterventie, ook daadwerkelijk er dat profijt van hebben.
Het is moeilijk te ontdekken of iets wel of niet werkt, omdat in het
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
sociale systeem alles op elkaar in werkt. Het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut is heel interessant. Daaruit komt naar voren dat met de goede beleidsvisie in Amsterdam er zoveel bloemen zijn gaan bloeien dat het onoverzichtelijk is geworden. Er worden, zoals het lid Van Pijpen zegt, hierbij inderdaad fundamentele afspraken gemaakt. Maar tegelijkertijd zijn het ook uitgangspunten. Het wordt niet allemaal vastgelegd. Op basis van de uitgangspunten kan een beleidskader worden vastgesteld, en ook een subsidieregeling. Het lid HOOGTANDERS vraagt of er een weg terug is, mocht straks blijken dat de uitgangspunten toch niet de goede waren. Wethouder MOORMAN antwoordt dat hiermee wel een bepaalde richting wordt ingeslagen. Je moet aan de slag kunnen. Zij begrijpt de zorgen van het lid Hoogtanders, want elke keer als je ergens grip op probeert te krijgen, laat je er ook iets uitvallen, wat je niet van tevoren zou willen. Het is belangrijk wendbaar te blijven voor het geval het idee ontstaat dat de route verkeerd is, maar ook moet het verder kunnen gaan. Zij proeft in de commissie steun voor de uitgangspunten, maar ook kritiek op de manier waarop dat een vervolg moet krijgen. Het lid VAN PIJPEN wijst erop dat hier een fundamentele keus gemaakt wordt over de wijze waarop tussen formele en informele organisaties wordt gewerkt. Daarbij plaatst zij kanttekeningen.
Hoe ziet de wethouder dat? Wethouder MOORMAN antwoordt dat er altijd ruimte zal moeten zijn voor informeel initiatief. Het is belangrijk dat het formele en het informele elkaar zoveel mogelijk weten te vinden. Dat kan in de praktijk lastig uitpakken, wat dan een spelverdelersrol vergt van de gemeente. Soms moet de subsidieverlener, maar ook de raad als controleur afscheid nemen van een bepaald initiatief. Soms omdat de gemeente er geen verantwoordelijkheid voor heeft, en soms omdat het niet past bij wat de gemeente wil bieden voor de inwoners. Het lid VAN PIJPEN citeert uit de brief: ‘Tegelijkertijd zien we dat het karakter en de functie van de activiteiten die door vrijwilligersorganisaties en buurtinitiatieven worden uitgevoerd, anders zijn dan de kernfuncties die door de meer professionele organisaties worden uitgevoerd.’ Dat is waarover het voor haar gaat, en niet over het afscheid nemen van organisaties. De verschillen zijn er niet altijd. Wethouder MOORMAN leest in het citaat vooral de waardering voor het zowel hebben van formeel als informeel initiatief. Beide moeten op elkaar aansluiten. Je kunt echter niet van het informele initiatief vragen om het formele over te nemen. Het lid VAN PIJPEN herhaalt haar vraag of informele organisaties ook semiprofessioneel kunnen worden. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dat niet kan als het dubbel werk betekent.
Je moet gebruikmaken van de laagdrempeligheid van de informele organisaties, maar zonder dat het werk dubbel gedaan wordt. Het gaat om samenwerking met de formele organisaties. Het lid HOOGTANDERS kan nog niet zeggen of haar fractie positief is over de uitgangspunten. Zij vond het een abstract en lastig stuk om te doorgronden. Zij vraagt wat betreft het onderscheid tussen formeel en informeel of het nodig is om alles binnen één subsidiekader te willen vangen. Doet men daarmee recht aan de stad? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de sociale basis is gemandateerd aan de stadsdelen. Dat is ook verstandig, vanwege de lokale kennis daar. Dat betekent dat er voor de stadsdelen een subsidiekader gemaakt wordt. Binnen dat subsidiekader is er nog veel ruimte voor verschillende initiatieven, die nog allemaal langs komen in de commissie.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
Zij hoort graag suggesties voor nieuwe of andere uitgangspunten. Het lid HOOGTANDERS merkt op dat de uitgangspunten heel richtinggevend zijn. De vraag is echter of deze uitgangspunten als één maat betrekking kunnen hebben op alle facetten van de sociale basis, waarop de gemeente geen zicht heeft. Daar zit formeel in, informeel, professioneel op zorg, welzijn en welbevinden gericht. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit precies de reden is. De raad vraagt om sturing te kunnen geven. De raad wil grip om te begrijpen waarvoor de sociale basis precies dient. Daarom denkt zij dat het belangrijk is om ordening aan te brengen in wat de sociale basis precies biedt, ook op basis van het onderzoek van Verwey-Jonker. Die uitgangspunten moeten vervolgens vertaald worden in een uitgewerkt beleidskader, of een subsidieregeling. Die komen dan weer langs bij de commissie. Als je geen enorm bureaucratisch systeem wilt optuigen waarin alles tot in detail moet worden gemonitord, is het verstandig op basis van evidence based methodiek te gaan werken. Het lid WEHKAMP wijst erop dat stadsdelen op het moment helemaal niet goed kunnen monitoren omdat ze het overzicht niet hebben. Zij vraagt niet om een enorm bureaucratisch systeem. Het gaat haar om het in hun kracht zetten van stadsdeelcommissies en de ervaringen van mensen die ermee te maken krijgen.
De stadsdeelcommissies moeten goed kunnen monitoren. Ze moeten iets weten over de effectiviteit, maar zonder grote bureaucratie. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het uitgangspunt daarom monitoring, verantwoording en informatievoorziening gericht op de opgave is. Uiteindelijk is het binnen de taken die iedereen heeft gekregen in het stelsel. Een raadslid heeft een andere taak dan een stadsdeelcommissielid. Maar wel is de sociale basis een stadsdeelaangelegenheid. Het lid WEHKAMP vraagt of de stadsdeelcommissies voortaan beter kunnen monitoren wat er in de sociale basis gebeurt op basis van de resultaten. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit iets is wat voor iedereen geldt. Daarom staat het als uitgangspunt vermeld. Dat maakt een gesprek mogelijk. Wel zal men de rollen moeten blijven respecteren. Er wordt momenteel gewerkt aan de sociale kaart. Soms bestaat er onder professionals weerstand tegen het weergeven van een sociale kaart. Het is ook complex door het grote aanbod. Ook bestaan er ‘wandelende sociale kaarten’, zoals bij de buurtteams, van mensen die heel goed op de hoogte zijn van wat allemaal aanwezig is. Sommige professionals betwisten de waarde van een aparte sociale kaart. Het lid WEHKAMP vraagt een tijdlijn te geven. Wethouder MOORMAN zegt toe dat zij dat na zal gaan.
Het lid YACOUBI vraagt hoe de wethouder ervoor wil zorgen dat vanuit de sociale basis de doelgroep ‘jongeren’ of ‘jong volwassenen’ wordt ondersteund. Vooral die doelgroep valt in een zwart gat, bij de overgang van jeugd naar volwassenheid. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit een van de doelen is van de sociale basis. Net zoals ook ouderen en eenzame mensen worden ondersteund. Verder kan iedereen in een buurt elkaar ontmoeten. Dat kan bijvoorbeeld in het buurthuis gebeuren. Een heel groot deel van de sociale basis is echter gericht op jongeren. Het is altijd beter om te voorkomen dat jongeren terecht hoeven te komen in de specialistische zorg. Het lijkt haar verstandig om op meerdere momenten technische sessies te blijven organiseren.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
Het lid VAN PIJPEN merkt op dat de opvolger van wethouder Rijxman waarschijnlijk volgende week geïnstalleerd wordt. Die zal dit agendapunt vermoedelijk dan nog niet behandelen. Misschien is het daarom beter dit punt drie weken uit te stellen, tot de daaropvolgende raadsvergadering. Wethouder MOORMAN zou dat niet prettig vinden gezien de tijd. Zij stelt het lid Van Pijpen voor om voorafgaande aan de raadsvergadering nog een keer met de ambtenaren een gesprek te voeren. Andere raadsleden kunnen bij dat gesprek uiteraard ook aanwezig zijn. Het lid VAN PIJPEN had niet de bedoeling om de boel op te houden. Zij maakt graag gebruik van het aanbod om het gesprek verder te voeren, mogelijk met de wethouder erbij. Het lid HOOGTANDERS vindt een wethouderswissel bij een bespreking in de raad niet handig. Als het onderwerp wordt besproken in de komende raad moet vooraf gesproken worden. Wethouder Moorman zou dat debat dan moeten voeren. Als het debat gevoerd moet worden met de nieuwe wethouder moet er tijd zijn om met de nieuwe wethouder het huidige gesprek nog eens over te doen. Het lid VAN PIJPEN trekt haar voorstel in. De VOORZITTER concludeert dat de voordracht gereed is voor een lange behandeling in de raad. Daar kan een debat gevoerd worden met wethouder Moorman. Als er behoefte is aan een gesprek met ambtenaren, dan kan dat. Zij schorst de vergadering van 10.14-10.25 uur. 4.
Beantwoording raadsadres van Wijkraad Zuid-West over herindicatie langdurige hupvragen pgb Wmo (VN2023-007030) De VOORZITTER licht toe dat dit een TKN-stuk betreft van de vergadering van 8 februari jl. Het is geagendeerd voor bespreking op verzoek van de leden Van Pijpen en Runderkamp. Het lid RUNDERKAMP ziet in dit raadsadres de confronterende ervaring die sommige mensen met een fysieke beperking moeten doorlopen in het herindicatieproces. Men vraagt rolstoelgebruikers op te staan om vast te kunnen stellen of ze recht hebben op een rolstoel. De vraag is waar het soms verkeerd gaat. Daarbij moet behalve naar het IAB, ook naar het stelsel gekeken worden. In het huidige stelsel is het buurtteam verantwoordelijk voor de indicatiestelling als Amsterdammers naar het buurtteam komen met een zorgvraag. Het buurtteam ondersteunt dan bij de adviesaanvraag bij het IAB, dat erover moet oordelen overeenkomstig de door de gemeente opgelegde kaderstelling. Er zijn 33 buurtteams en 700 buurtteammedewerkers in Amsterdam. Gemiddeld heeft een buurtteammedewerker een of twee adviesaanvragen per jaar, dus ontbreekt het vaak aan ervaring om dat in een keer goed te doen. Bij adviesaanvragenmissen missen dan soms documenten, of er is onvoldoende duidelijkheid. Het IAB moet oordelen volgens een rigide beleidskader en constateert het gemis aan bepaalde documenten. Dat geeft frustratie in het proces.
Hij vraagt of het een optie is om het regievoerderschap van het buurtteam over te dragen aan het IAB, op het moment dat het buurtteam vaststelt dat een Amsterdammer recht heeft op een pgb. Het IAB geeft het indicatieadvies, ook bij herindicaties, maar de gemeente geeft de beschikking af. Dat laatste is logisch, en houdt terecht de mogelijkheid in om in bepaalde gevallen af te wijken van adviezen van het IAB. Als dit gebeurt, krijgt het IAB daar echter niet automatisch bericht van. Vijf jaar later, bij de herindicatiestelling, bekijkt het IAB de zaak vanuit dezelfde beleidskaders als de eerste keer, en wijst dan bijvoorbeeld de vraag om een scootmobiel af, terwijl de betrokkene er al vijf jaar recht op
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
had door de gemeentelijke beslissing af te wijken van het oorspronkelijke IAB-advies. Kan er niet vanuit de gemeente automatisch een bericht gaan naar het IAB als ze afwijkt van het oorspronkelijke IAB-advies? Het lid VAN PIJPEN wil graag minder bureaucratie. Zij wil de regeling die blijkens de brief opnieuw wordt ontworpen, graag terugzien in de commissie. Het lid HAIJEN merkt op dat dit raadsadres hem uit het hart gegrepen is. Uit eigen ervaring weet hij hoe vervelend het proces van herindicatie kan zijn, waarbij iemand dus opnieuw moet bewijzen gehandicapt te zijn, terwijl het duidelijk is dat die handicap nooit meer weg zal gaan. De vragen van het lid Runderkamp over het IAB waren terecht. Maar het probleem is niet alleen van de gemeente; het is met de herindicaties voor zorg die onder de Zorgverzekeringswet valt, ook gewoon een landelijk probleem. Iemand die spastisch is en zijn leven lang al bij een revalidatiearts loopt, moet van de zorgverzekeraar toch weer een nieuwe verwijsbrief halen, met een herindicatie. Dat probleem kan alleen in de Tweede Kamer opgelost worden. Er wordt wel gewerkt met langjarige indicaties. Zo is het bij fysiotherapie mogelijk om een chronische indicatie te krijgen als je valt onder de lijst met aandoeningen.
Kan het stadsbestuur via de lobby naar De Haag proberen voor elkaar te krijgen dat bij gemeentelijke Wmo- of pgbzorg, parallel aan de fysiotherapie, een chronische indicatie mogelijk is? Wethouder MOORMAN merkt op dat bureaucratie altijd ten dienste moet staan van mensen om een eerlijk systeem in te richten. Het lid Runderkamp stelde heldere vragen, of het regievoerderschap niet bij het IAB neergelegd moet worden en of de terugkoppeling niet veel beter moet als de gemeente afwijkt van het IAB-advies. Haar antwoordt op beide vragen is ‘ja’. Eigenlijk is het ook al de huidige werkwijze, maar het gaat nog niet altijd goed. De terugkoppeling gaat niet automatisch, dus met de hand. Dat maakt dat het soms niet goed gaat. Het IAB heeft de juiste mensen en het overzicht, en zou dus het regievoerderschap op zich moeten nemen. Dat is echter nog niet overal goed geland. Er is dus nog een slag te slaan. Zij vindt dat het lid Haijen gelijk heeft. In Amsterdam wordt een onderscheid gemaakt tussen kortstondig en langdurig. Langdurig is soms altijd, dus wat is dan de zin van de voortdurende herindicaties? Voor de betrokkenen is het nodeloos belastend, of vernederend. Maar er zijn regels en wetten waaraan de gemeente zich te houden heeft. Er moet inderdaad snel een lobby naar Den Haag gestart worden om dat te verbeteren. Zij zal nagaan of daarmee al een begin gemaakt is.
Zij antwoordt het lid Van Pijpen dat de beleidslijn desgewenst nog eens in de commissie besproken kan worden. Het lid RUNDERKAMP begrijpt dat er geen automatische terugkoppeling is. Het gaat handmatig. Hij vraagt of het huidige systeem er niet op toegerust is om het automatisch in te richten. Wethouder MOORMAN denkt inderdaad dat het momenteel niet kan. Zij wil geen toezeggingen doen over ICT-toepassingen. Als het automatisch kan en zo goed werkt, moet het zo gebeuren, maar dat is dus niet de huidige praktijk. Het is duidelijk dat het beter moet. Zij vraagt het lid Van Pijpen welk stuk precies zij in de commissie voorgelegd wil krijgen. Het lid VAN PIJPEN antwoordt dat in het antwoord op het raadsadres gesproken wordt over een ‘aanpak gericht op alle aspecten in het proces’. Die aanpak bedoelt zij. Wethouder MOORMAN zal nagaan welke aanpak dat precies is en ervoor zorgen dat het stuk in kwestie ter bespreking wordt voorgelegd. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
5.
Kennisnemen van de raadinformatiebrief ter afdoening van de toezegging over heropenen aantal verzorgingshuizen. (VN2023-008196) De VOORZITTER licht toe dat dit bespreekpunt ter kennisname is aangeleverd voor de vorige vergadering. Het is geagendeerd voor bespreking op verzoek van de fractie van JA21. Het lid DE JONG heeft met verdriet kennisgenomen van de brief van voormalig wethouder Rijxman. De brief geeft eerst een toelichting op de verpleeghuizen, waarvan er maar enkele gesloten zouden zijn. Dat bedoelde de wethouder als geruststelling, maar dat is het niet. De financiering van de verpleeghuizen is niet aangetast door het sluiten van de verzorgingshuizen. Het is zorgelijk dat verpleeghuizen zelfs gesloten worden in Amsterdam. De aanleunwoningen die bij de verpleeghuizen hoorden, zijn losgekoppeld. Die woonvorm bestaat ook niet meer. Uitgelegd wordt dat er andere woonvormen bestaan die beter aansluiten bij de lichte zorgvraag, zoals geclusterde seniorenwoningen. Er wordt geopperd dat mensen goed thuis kunnen blijven wonen met het pakket ‘Volledig Pakket Thuis’. Dat wordt gefinancierd vanuit de Wlz, voor mensen die 24-uurszorg nodig hebben. Het zijn verpleeghuispatiënten die thuis wonen. Het gaat daarbij dus niet om bejaarden die langer thuis willen blijven wonen. Dat lijkt hem een fout van het college.
Eerder zijn de wachtlijsten besproken bij de HbH, de personele bezetting van de thuiszorg. Op papier kunnen de bejaarden wel langer thuis wonen met zorg aan huis, maar in de praktijk is dat niet zo. De wachtlijsten zijn negen maanden of langer. PvdA-minister Van Rijn heeft indertijd besloten tot sluiting van de verzorgingshuizen. Dat heeft die partij waarschijnlijk behoorlijk wat zetels gekost. Amsterdam is het openluchtmuseum van de sociaaldemocratie en de verzorgingsstaat. Het is nooit te laat om de koers te wijzigen. Ten slotte wordt in de brief gerustgesteld met de intentieverklaring voor zelfstandig geclusterd wonen voor ouderen in Amsterdam 2020-2025. In die periode worden 2000 geclusterde seniorenwoningen gebouwd. Dit jaar, in 2023, mag je dan verwachten dat ongeveer de helft van die woningen gerealiseerd is. Maar de voorbeelden uit de brief voor de nieuwe woonvormen bieden wat dat betreft maar weinig hoop. Een bonte verzameling aan projecten wordt gepresenteerd als succesverhalen. De Makroon is een verpleeghuis geworden, zodat bejaarden er niet meer kunnen wonen. De Nieuwe Sint Jacob is een luxe appartementencomplex in de vrije sector, terwijl de meeste bejaarden in sociale huurwoningen zitten. Ook De Drie Hoven wordt als voorbeeld van een geslaagd project genoemd, waarbij een verzorgingshuis is omgebouwd tot seniorenwoningen.
Wat dat betreft verwijst hij naar Het Parool in 2019 onder de titel ‘Sollen en leuren met de ouderen uit De Drie Hoven’. Hij vraagt of het gesloten houden van de verzorgingshuizen past bij een verzorgingsstaat zoals de wethouder die voorstaat. En passen de dure particuliere verzorgingshuizen, zoals die nog bestaan, bij de visie van dit college? Ten slotte vraagt hij hoeveel geclusterde seniorenwoningen er nu, halverwege de door het college gestelde termijn, gerealiseerd zijn. Het lid RUNDERKAMP las in de NRC over de zoektocht van de oom van Jeroen Wester, die woonde in een seniorenflat, op het moment dat die hulpbehoevend werd. Het essay illustreert de bureaucratie in de zorg, maar laat ook zien dat er behoefte is aan een woonvorm tussen het zelfstandig wonen en het verpleeghuis in. In Amsterdam worden nieuwe woonvormen gevonden door het realiseren van geclusterde woningen voor ouderen, of verpleegzorgplekken in zorgwoningen. Een mogelijk concept voor deze nieuwe woonvorm is MyLivy, waarover vorige maand een rapportage stond in Het Parool. Nu is MyLivy vooral actief in Amsterdam in de middenhuursector Men is in gesprek met woningcorporaties om te kijken of het mogelijk is het concept te verbreden naar de sociale sector.
Hoe kijkt de wethouder aan tegen het concept van MyLivy? Kan de gemeente een rol spelen door het faciliteren van een mogelijk pilot van MyLivy en de woningcorporaties om die woonvorm ook beschikbaar te maken voor sociale huur?
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
Het lid VAN HAARLEM merkt op dat de experimenten met gemengd wonen van jongeren en ouderen van de laatste jaren, voornamelijk positieve resultaten heeft. Zowel jongeren als ouderen zijn enthousiast. Het kan een oplossing zijn voor eenzaamheid onder ouderen en het oplossen van de woningnood. Hij vraagt waarom dit ‘gespikkeld wonen’ zo weinig gebeurt. Waarom zijn er zo weinig projecten? Wethouder MOORMAN antwoordt het lid De Jong dat niet alles in het verleden goed is gegaan en dat het vooral zaak is de blik op de toekomst te richten. Zij begrijpt zijn zorg. Een grote groep oudere Amsterdammers blijft langer thuis wonen. Vaak gaat dat goed, maar er is veel aandacht nodig voor de groep die op die manier vereenzaamd, of problemen krijgt. Het is goed om het aanbod voor die mensen goed in kaart te brengen. Zij wil de politiek getinte vragen van het lid De Jong graag eens buiten de vergadering bespreken. Het aantal woningen dat is ondergebracht in de categorie ‘geclusterd’ is op dit moment 12.347. Het gaat dan om woningen die door corporaties zijn gelabeld als ‘seniorenlabel’, ‘woongemeenschap voor ouderen’, of wibo-woningen. Het lid DE JONG denkt dat met 12.346 woningen er gestopt kan worden met bouwen. Dan zijn er al veel te veel gebouwd. Naar zijn informatie zijn er 149 bijgekomen sinds 2020. De vergrijzing gaat veel sneller dan de bouw van die woningen.
Hij vraagt specifiek naar de visie, het document 2020-2025, want daarop kan het college beoordeeld worden. Wethouder MOORMAN doelde op het totale aantal woningen op dit moment. Zij wilde niet zeggen dat het college dat aantal in het afgelopen jaar heeft gerealiseerd. De visie hierop staat verwoord in het document van wethouder Pels, de Amsterdamse verordening volkshuisvesting. Daarin hebben de ouderenwoningen een belangrijke plek gekregen. Het lid DE JONG begreep van wethouder Pels dat soms enige dwang gebruikt wordt om ouderen uit hun bestaande woningen te krijgen, naar een niet-bestaande seniorenwoning. Hoe ziet de wethouder dat? Wethouder MOORMAN antwoordt dat die informatie niet van wethouder Pels komt, maar afkomstig is uit de mediadynamiek die ontstaan is. Zo is het zeker niet bedoeld door wethouder Pels. Maar als een oudere op driehoog woont in een grote, eigenlijk niet comfortabele woning met trappen, is er een kans voor die ouderen om een betere woning te krijgen. Er komt op die manier ook een woning vrij. Die match maken is heel verstandig en pakt voor iedereen gunstig uit. Niemand wordt gedwongen om zijn woning te verlaten. Zij antwoordt het lid Runderkamp dat zij positief is over MyLivy, maar het is niet aan de gemeente. De zorgaanbieder, de eigenaar, de verhuurder, of de bewonerscommissie moet beslissen of met dit concept gewerkt gaat worden.
Tot nu toe zijn de resultaten positief. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld. Het wordt besproken in de raadsvergadering van 10-11 mei a.s. Publieke Gezondheid en Preventie 6.
Kennisnemen van de campagne HPV vaccinatie voor jongvolwassenen van 19 t/m 26 jaar In Amsterdam, Amstelland en Weesp (VN2023-007033) De VOORZITTER licht toe dat dit agendapunt is geagendeerd door het lid Wehkamp. Het lid WEHKAMP is heel blij met deze vaccinatiecampagne die de kans verkleint
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
dat Amsterdammers kanker krijgen. Kinderen van negen jaar krijgen een oproep voor vaccinatie, maar er is een hele generatie die niet gevaccineerd is. Deze groep jongeren van 19 t/m 26 jaar kan zich nu gratis laten vaccineren tegen HPV. De campagne loopt een jaar zonder de mogelijkheid tot uitloop. Om te werken, moet er twee keer gevaccineerd worden met vijf tot zes maanden ertussen. Er is dus maar weinig tijd over. 8 maart las zij in NH Nieuws dat de campagne maar langzaam op stoom komt en dat maar weinig jongeren zich laten vaccineren. Zij vraagt waarom de campagne beperkt blijft tot de periode van een jaar. Is het doel niet om een bepaald aantal jongeren te vaccineren? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het doel is om zoveel mogelijk jongeren te vaccineren. Het is bijzonder te zien dat de Amsterdamse vaccinatiegraad op HPV hoger ligt dan het landelijk gemiddelde, want meestal blijft Amsterdam bij dat soort campagnes achter. Blijkbaar werkt de campagne goed. Zij is het eens dat het jammer is dat de campagne maar een jaar duurt. Jezelf laten vaccineren op eigen rekening is duur. Dit is echter de uitvoering van een landelijke maatregel, gefinancierd door het ministerie van VWS. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. 7.
Raadsbrief Gezond Leven Makkelijker Maken (VN2023-008024) 8. Betaalbaarheid gezonde voeding (VN2023-007031) Het lid VAN PIJPEN ziet bij het Gezond Leven Makkelijker Maken een heel aantal goede dingen, maar ook heeft zij een aantal vragen en kanttekeningen. De brief en de aanpak gaan erg over, in plaats van mét mensen. Zij dringt aan op de inzet van ervaringsdeskundigen in het programma, ook in de aansturing. Verder moet niet alleen de communicatie worden aangepast, maar waar nodig ook het aanbod zelf, waarbij bureaucratie wordt vermeden. Gezond leven is namelijk ook afhankelijk van je inkomen, de woonsituatie en de omgevingsfactoren. Als dat soort dingen niet serieus aangepakt wordt, moet vooral het doen-vermogen worden aangesproken om in actie te komen en collectief eisen te stellen. Het is mooi dat het onderzoek over gezonde voeding er ligt. Er zijn twee knoppen om aan te draaien: de inkomens- en stresssituatie, naast de ongezonde voedselomgeving. Zij vraagt zich af wat er voor activiteiten gaan plaatsvinden om mensen dingen te leren. Zij hoorde van supermarktsafari’s, waarbij men met groepen in supermarkten leert hoe je gezonde boodschappen kan doen. Toch is dat wat gek. Beter is het dat die groepen in plaats daarvan een gesprek vragen met de supermarktmanager om aan te geven hoe de inrichting, prijsstelling en opstelling in de supermarkt moet veranderen.
De voedselindustrie, inclusief fastfoodketens etc., moet gezonder worden en veranderen. Dit onderzoek bewijst dat het niet gaat om de wens of kennis om gezond te eten, maar om de mogelijkheden. Het gaat om inkomen, beschikbaarheid van gezond en betaalbaar voedsel en het verminderen van stress. Zij vraagt zich af wat er nog voor verder onderzoek nodig is. Het lid WEHKAMP wijst erop dat informatie geven over de gezondheidsaspecten van het eten van broccoli zinloos is als kinderen zonder te hebben ontbeten op school komen. Gezond eten is vaak een kwestie van niet kunnen. Het is belangrijk om Amsterdammers te helpen met de aanpak van onderliggende structuren die zorgen dat gezonde voeding nu onderaan de prioriteitenlijst staat. Kinderen ondervinden de gevolgen als ouders niet genoeg geld hebben om gezond eten te kopen. Het is dus belangrijk dat er gezonde schoonlunches zijn, of een schoolontbijt. Het is goed dat dit nu omgezet wordt in structureel beleid. Zij vraagt de raad te informeren over de uitkomsten van het onderzoek van de VU en de GGD over het voedingsbeleid op Amsterdamse basisscholen, en hoe dat aangevuld kan worden zodat leerlingen voldoende en gezond eten op school. Bij de Voedselbank Amsterdam zag zij dat daar chips, koekjes en mayonaise gedoneerd worden, terwijl verse
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Definitief Raadscommissieverslag, 29 maart 2023
groente door de Voedselbank moet worden aangekocht. Verder vraagt zij te onderzoeken welke rol het kan spelen als groenteoverschotten van bedrijven of boeren beter beschikbaar gemaakt worden voor de formele voedselinitiatieven. Het lid RUNDERKAMP focust zich bij Gezond Leven Makkelijker Maken vooral op de informatievoorziening voor Amsterdammers om gezond te leven. Er zijn allerlei regelingen om Amsterdammers te faciliteren om gezonder te leven, bijvoorbeeld door te bewegen, maar de cijfers laten zien dat juist de Amsterdammers waar de sportparticipatie laag is, het minst gebruikmaken van deze voorzieningen. In de brief van de voormalig wethouder Rijxman staat dat op basis van data, kennis en ervaring begin 2023 wordt gekeken op welke doelgroepen de gemeente zich als eerste gaat richten in haar informatievoorziening. Hij vraagt of daarover al duidelijkheid is. Kan de wethouder toelichten hoe juist de gebieden en doelgroepen waar dit het meeste nodig is, zullen worden bereikt? In de Tweede Kamerbrief Preventieaanpak Leefstijl met focus op overgewicht van 9 december 2022 staat dat het Rijk de mogelijkheden onderzoekt om de optionele bevoegdheid van gemeenten om ongezonde voedselaanbieders in bepaalde delen van de stad te weren.
Hoe staat het met de gesprekken die met het Rijk hierover worden gevoerd? Wanneer komt er concreet duidelijkheid over deze bevoegdheid voor gemeenten? Het is belangrijk te faciliteren dat er een beweegvriendelijke leefomgeving komt, in de eerste plaats voor kinderen. Daarbij hoort een aantal suggesties voor een beweegvriendelijke leefomgeving op scholen. Kinderen zouden op scholen gestimuleerd moeten worden om tussen de lessen door te bewegen, natuurlijk zonder dat dit ten koste gaat van taal en rekenen. De gymleraar zou een rol moeten krijgen bij de inrichting van de schooldag om te zorgen voor meer beweging tussen de lessen. Ook bij het naar school gaan kan het nodige gedaan worden, zoals door te zorgen voor verkeersveiligheid, waardoor kinderen eerder lopend of fietsend naar school gaan. Verder kunnen scholen en sportverenigingen meer met elkaar in verbinding gebracht worden, opdat kinderen op jonge leeftijd al gestimuleerd worden om lid te worden van een sportvereniging. De buurtsportcoaches kunnen daarbij een nadrukkelijke rol krijgen. Het lid HOOGTANDERS ziet aangetoond dat armoede de kans op ongezondheid vergroot en de levensverwachting doet dalen. Maar het omgekeerde is niet waar. Het is niet zo dat arme mensen per definitie ongezond en korter leven. Toch zou je dat soms denken, afgaande op de retoriek van de stukken die regelmatig voorbijkomen in de commissie.
Het is geen vraag of gezond eten bijdraagt aan een gezond leven en een hogere levensverwachting, maar wel of de gemeente daarop extra moet investeren, want ze doet al heel veel. In de brief staat dat de grens voor de armoederegelingen verhoogd wordt naar 150%, op initiatief van de VVD. Daarnaast is er aandacht voor gezond ontbijten en lunches op school. Ook daar pleitte de VVD voor, net als voor educatie over gezonde voeding op scholen, in aanvulling op wat landelijk wordt aangeboden. De kern blijft echter dat er maar één manier bestaat om armoede, met alle risico’s van dien, te verminderen: het verhogen van het inkomen en waarborgen dat noodzakelijke goederen betaalbaar zijn. De belangrijkste maatregelen in dat kader moeten op rijksniveau genomen worden, zoals de wethouder schrijft in haar brieven. Lokaal kan er wel voor gezorgd worden dat mensen door middel van werken zoveel mogelijk in hun eigen inkomen voorzien. Daar ligt nog een uitdaging voor dit college. Zij ziet geen meerwaarde in het uitwerken van weer een nieuw programma door de gemeente, en weer nieuwe maatregelen en initiatieven. Uit eigen ervaring kan zij zeggen dat dit beleid vaak leidt tot extra coördinatie op coördinatie en het van de les houden van de mensen die met Amsterdammers bezig willen zijn, en in plaats daarvan uren moeten besteden aan extra overleg.