CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag 24 11 2021

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 25 november 2021, gemeente Amsterdam19.066 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

RO

9 ‘Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop’ (ZD2021-008503) De heer BOOMSMA wijst op het ijzersterke rapport van Berenschot met zeven conclusies en een aantal belangrijke aanbevelingen. Zoals ook uit de sessie van afgelopen maandag bleek, is het duidelijk dat het allemaal maar te laten bij hoe het nu is geen optie is. Er moeten nu stappen gezet worden om bescherming te bieden. De Tweede Kamer heeft nu unaniem ingestemd met de motie die expliciet verwees naar het rapport van Berenschot om de consumentenbescherming te verbeteren. Dus het is nu de plicht van de gemeenteraad om nu ook zelf de verantwoordelijkheid te nemen dit nu verder op te pakken. Hij roept op dat dan ook te doen. Transparantie en participatie leiden tot beter bestuur en het voorkomt slecht beleid. Dan kan Amsterdam ook weer voorop gaan lopen in die landelijke discussie over een nieuwe bestuurscultuur. Het gaat om bescherming vooraf en niet alleen achteraf. Er is een normenkader nodig juist om te voorkomen dat het misgaat. Hierbij hoeft het wiel niet helemaal opnieuw te worden uitgevonden. De andere aanbevelingen zijn naar zijn mening ook allemaal goed. Er moet ook een onafhankelijke geschillencommissie komen. Hij denkt ook dat het goed is om een algemene bijsluiter te maken. De heer ERNSTING wil van de heer Boomsma weten aan welk nieuw beleid deze refereert.

Hij hoorde de heer Boomsma namelijk zeggen dat er nieuwe normenkaders of randvoorwaarden geformuleerd gaan worden voor nieuw beleid. Welk nieuw beleid? De heer BOOMSMA wijst erop dat een belangrijke conclusie van het rapport Berenschot is dat het huidige erfpachtbeleid niet volstaat en dat er een betere consumentenbescherming moet komen. Daarvoor is het dus nodig om een normenkader op te stellen om dat in de toekomst te verbeteren. De heer ERNSTING vraagt zich af of de heer Boomsma dan een nieuw erfpachtstelsel wil introduceren. De heer BOOMSMA wijst erop dat een van de aanbevelingen is een normenkader op te stellen. Een andere aanbeveling is ook om de doelstelling van het erfpachtbeleid nader onder de loep te nemen, omdat in feite die doelstelling ook op andere manieren en wellicht zelfs effectiever, behaald zou kunnen worden. Dus die fundamentele discussie moet ook gevoerd gaan worden. Het gaat er nu om de aanbevelingen over te nemen en in ieder geval te werken aan het normenkader om die beginselen van goed bestuur te omarmen. Als men dus het huidige erfpachtstelsel zou willen behouden, dan moet dat toch minstens op een manier geschieden die veilig is. De heer BOUTKAN hoort de heer Boomsma de urgentie uitspreken om nu aanpassingen te plegen.

Maar wat betekent dat ‘nu aanpassen’? De heer BOOMSMA is van mening dat de raad de dure plicht heeft om ervoor te zorgen dat er sprake is van een goed beleid. Op dit moment is dat beleid gewoon niet goed. Dat ziet hij ook in het feit dat het college nu heel laat zelf tot het inzicht is gekomen dat er toch nog de kans geboden moet worden voor een spijtoptantenregeling. Dat geeft al aan dat het beleid niet goed was. Ook de ACM, Berenschot en ook de Tweede Kamer geven dat aan. Het is buitengewoon urgent, omdat heel veel mensen in de stad te maken hebben met dit beleid dat gewoon niet goed is en onvoldoende consumentenbescherming biedt. De heer VAN SCHIJNDEL heeft een steunende interruptie. Er is nu geen onafhankelijke geschillencommissie. Die zou ingevoerd kunnen worden. De narekenbaarheid van de aanbiedingen vanuit de gemeente is er nu niet. Die zou ingevoerd kunnen worden. Ook iets dat narekenbaar is en waarvoor men naar de geschillencommissie kan gaan, kan intrinsiek niet goed zijn. Dus het beleid dat zo’n vijf

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

jaar geleden is ingezet voldeed niet aan de eisen van goed bestuur. Is het nu zo dat ‘gedane zaken nemen geen keer’ of valt daar volgens de CDA-fractie wat aan te doen? De heer BOOMSMA bevestigt dat daaraan iets valt te doen en dat daar ook iets aan gedaan moet worden. Dat is ook urgent, omdat men er nog lang niet is. Volgende raadsvergadering worden deze aanbevelingen hopelijk aangenomen. Dan moet het grote werk nog beginnen! Het is belangrijk dat de raad nu die stap zet. Dus hij doet een klemmend beroep op zijn collega’s om die aanbevelingen volgende week aan te nemen. De heer BOUTKAN wijst erop dat de PvdA voorstander is van erfpacht als systeem. Dat wil niet zeggen dan men vindt dat het huidige systeem feilloos is. Iedereen weet dat dit systeem ook niet de keuze was van de PvdA. Daar zijn in de afgelopen jaren allerlei ideeën voor opgeworpen. De partij was voorstander van vereenvoudiging, meer transparantie en van minder grote schokken bij canonherziening. Als het gaat om het systeem van erfpacht an sich dan zijn er tal van voorbeelden waarbij zijn partij erfpacht wil inzetten als sturingsinstrument, waarbij de opbrengsten ten goede komen aan de hele gemeenschap. Hij merkt in de discussie dat dit laatste punt vaak ook ter discussie wordt gesteld.

In die discussie wordt vaak de nadruk gelegd op allerlei technische aspecten, maar hij vindt dat dat principiële aspect, namelijk als gemeenschap kunnen sturen ten behoeve van gewenste ontwikkelingen, ontzettend belangrijk. Mevrouw VAN SOEST zegt ook deel te hebben uitgemaakt van de raad tijdens de vorige collegeperiode. Toen heeft zij de PvdA samen met GL fel horen verzetten tegen de invoering van dit systeem. Deze partijen wilden graag bij het oude systeem blijven. Die twee partijen hadden de grootste mond. Nu zijn zij voor dit voorstel. Waarom gaan zij dan niet mee in de voorstellen van de heer Boomsma. Dat begrijpt zij niet. De heer BOUTKAN meent dat het historisch geheugen van de PvdO hier toch tekortschiet. De PvdA heeft in de vorige collegeperiode heel veel suggesties gedaan voor alternatieven voor het erfpachtstelsel, omdat zij ook van mening waren dat het veranderd moest worden. Dat valt na te gaan in de notulen. Het stelsel zoals het nu is, was niet de keuze van de PvdA. Hetgeen de heer Boomsma voorstelt, namelijk het overnemen van de aanbevelingen via de voordracht, dat is niet de keuze van de PvdA. Mevrouw VAN SOEST benadrukt niet aan geheugenverlies te lijden. Zij zal het allemaal terugzoeken in de analen waaruit zal blijken waar ‘jullie toentertijd zo ontzettend op tegen waren!’ Nu zit men in het college en nu gaat men … zij zegt zich boos te maken.

De heer BOUTKAN merkt dat mevrouw Van Soest zich boos maakt. Laat hij mevrouw Van Soest geruststellen en haar verwijzen naar het artikel wat destijds op de website stond van de huidige wethouder Moorman, waarin gezegd werd dat erfpacht eerlijker en transparanter kan dan het voorstel van het toenmalige college. Daar werd in 2017 klip en klaar uitgelegd wat men vond van het toenmalige college. Hij roept mevrouw Van Soest op om daar nog eens goed naar te kijken. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ hoort de heer Boutkan een relatie leggen tussen het bouwen van middeldure huurwoningen en het hebben van duurzame gebouwen en erfpacht. Is hij bekend met het feit dat andere gemeentes in Nederland ook deze zaken kunnen realiseren zonder erfpacht. De heer BOUTKAN zegt daarmee bekend te zijn, maar dat hij nog meer elementen van erfpacht heeft genoemd, die voor de PvdA van belang zijn, zoals het terugvloeien van de grondwaarde naar de gemeenschap. Zij vinden dat het gaat om de collectiviteit. Zij vinden ook dat als er iets gedaan wordt in de omgeving van Amsterdam, dat leidt tot waardevermeerdering, dat juist weer moet terugvloeien naar die gemeenschap waar weer nieuwe dingen uit gefinancierd kunnen worden. Dat collectieve beginsel is voor zijn partij heel belangrijk.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ meent dat het het goed recht van de heer Boutkan is om ideologisch voor erfpacht te zijn, maar als hij afgelopen maandag op de sessie aanwezig was geweest, dan had hij van de experts gehoord dat er ook ander instrumenten zijn om bijvoorbeeld grondgebruik bij woningbouw te reguleren, die minder vergaand zijn. Dus zij wil hem vragen om geen onjuiste informatie te verspreiden. De heer BOUTKAN reageert met te zeggen deze kwinkslagen voor rekening van de VVD te laten. De heer VAN SCHIJNDEL stelt ter verduidelijking dat de PvdA destijds tegen die afkoopmogelijkheid van het nieuwe stelsel was. De heer BOUTKAN bevestigt dat. De PvdA zag dat toen niet als de beste oplossing. De heer VAN SCHIJNDEL meent dat daardoor de erfpacht wel eeuwigdurend kan blijven als er niet afgekocht kan worden. Is de heer Boutkan het daarmee eens? De heer BOUTKAN is het niet eens met ‘erfpacht als melkkoe’. Erfpacht ziet hij wel als een middel om te sturen, maar ook als een middel om datgene wat toegevoegd wordt aan de stad met een verhogend effect op de grondwaarde, ten goede te laten komen aan het collectief. De heer VAN SCHIJNDEL meent dat als men niet kan afkopen, de erfpachter voor altijd aan het systeem vastzit. Daarbij gaat het dan om macrofactoren zoals het gebrek aan huizen, een ECB-beleid met ultra-lage rentes. Dat vertaalt zich in kolossale stijgingen van grondwaarden.

Dat zou ook de PvdA toch niet rechtvaardig moeten vinden!? De heer BOUTKAN wijst erop dat dat de reden is waarom zijn partij in 2017 een alternatief had voor eeuwigdurende canon. Dat zou namelijk op een veel eenvoudigere manier ingevoerd kunnen worden zonder dat het sociale karakter verloren zou gaan. Destijds heeft de partij ook benadrukt dat die canonsprongen ongewenst zijn. Er is bij het van start gaan van dit college gezegd, dat hetgeen door het vorige college besloten is, uitgevoerd zou worden, omdat de PvdA zich realiseerde dat het continue wijzigen van een zo’n complex systeem voor extra onzekerheid bij erfpachters leidt. Ook dat vond de PvdA ongewenst. De heer MANGAL wil weten bij welke burgers de PvdA de vermeerdering van de grondwaarde dan denkt te halen, want de echt vermogenden hebben vooral eigen grond. De heer BOUTKAN bestrijdt dat idee. Er zijn zeer vermogenden in Amsterdam die hun huis hebben op erfpacht. Zo zijn er ook mensen wier vermogen in het huis zit, of op hun bankrekening hebben staan. Er zijn er ook die weliswaar vermogen hebben dat in hun huis zit, maar die geen vette bankrekening hebben. Dat is juist iets dat de PvdA in 2017 ook gezegd heeft, namelijk dat die grote sprongen in de canonherzieningen ongewenst is. Dat kan in sommige gevallen tot financiële problemen.

Hij zet zijn betoog voort met de vraag wat de verbouwing van het stelsel gaat doen aan de rechtszekerheid van erfpachters. Hij pleit vooral voor duidelijkheid. Hij is van mening dat er zeker interessante delen in het rapport van Berenschot zitten. Hij begrijpt de kritiek over het niet kunnen doorgronden van het systeem. Dat is een ingewikkelde zaak. Ook over de keuze van overstappen of niet moet nagedacht worden. Met de conclusie van het rapport dat het niet helder is welk publiek belang het stelsel dient, is hij het niet eens. Volgens hem is dat een politieke uitspraak, die wetenschappelijk niet toetsbaar is. Hij wil de uitkomst van het door het college ingestelde onderzoek afwachten, zodat er een goed inhoudelijk debat kan worden gevoerd over de toekomst van het

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

erfpachtstelsel. Verder vindt hij het aan de volgende raad en college om met eventuele voorstellen te komen. Hij zou het onjuist vinden om in de nadagen van dit bestuur met majeure ingrepen te komen. De voordracht zoals die er nu ligt en het CDA dat akkoord gaat met alle conclusies, daar kan de PvdA zeker niet mee instemmen. Hij wil van de wethouder weten wanneer de uitwerking van de spijtoptantenregeling naar de commissie komt. Hij hoort ook graag wanneer het rapport van het college ter bespreking voorligt. De heer BOOMSMA wil horen welke aanbevelingen de PvdA dan wel wil overnemen. De heer BOUTKAN gaat daar nu nog niets over zeggen. Hij heeft net iets gezegd over die transparantie en de duidelijkheid voor consumenten. Daar vindt hij wel iets van. Mevrouw DE BRUINE is blij met het rapport van Bereschot en ook met de technische sessie van afgelopen maandag. Daaruit bleek de bevestiging dat het gaat om een heel lastige constructie. Het gaat om heel veel geld. Het gaat niet om mensen die ontzettend rijk zijn, maar vaak om mensen voor wie het moeilijk is om de eindjes aan elkaar te knopen. Dan is het belangrijk dat er duidelijkheid is over de gevolgen van die erfpacht. Als dan de conclusie wordt getrokken dat men de burger uit het oog heeft verloren, dat mensen wantrouwen hebben richting de overheid, dan schrikt zij daarvan. Dan is er ook de aangenomen motie in de Tweede Kamer.

Zij roept het college daar concreet handen en voeten aan te geven om te komen tot een betere consumentenbescherming in het geval van erfpacht, waarbij zekerheid, transparantie, wetsgelijkheid en participatie beter worden geborgd. De heer ERNSTING irriteert zich een beetje aan de herhaling van zetten. Het lijkt hem een beetje op een déjà vu. Het rapport is afgelopen juli reeds besproken. Hij heeft het rapport toen enigszins politiek genoemd. Het rapport doet politieke uitspraken over het instrument van de erfpacht, omdat daarbij de begrippen burgers, erfpachter, consumenten door elkaar worden gehaald en onvolledige, normatieve en onvolledige analyses worden gepleegd. Het is onvolledig. In het begin wordt kort benoemd dat er beginselen zijn van bestuur, algemene beginselen van behoorlijk bestuur en aan de andere kant zijn er beginselen van goed bestuur. Die algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn opgenomen in de wet en in de rechtsspraak. Dat geldt niet voor de beginselen van goed bestuur. Hij verwijst naar de verwarrende teksten op de bladzijde 71. Het rapport ontkent ook andere doelen van erfpacht of bagatelliseert die. Zijn voornaamste bezwaar is dat het rapport ook nog het essentiële verschil miskent van eeuwigdurende erfpacht ten opzichte van voortdurende erfpacht. Eeuwigdurende erfpacht is zo goed als koop.

Het is dus een overdracht van een collectief goed naar een privaat goed. Dit is de grote weeffout die onder het eeuwigdurende erfpachtsysteem ligt, hetgeen overigens in een bijzin wel wordt ingezien. Mevrouw VAN SOEST wil weten of zij goed begrepen heeft dat de heer Ernsting het rapport van Bereschot in twijfel trekt. De heer ERNSTING noemt het geen goed rapport. Mevrouw VAN SOEST meent dat dan de conclusie moet zijn dat GL het rapport van Bereschot in twijfel trekt. De heer ERNSTING benadrukt dat in juli ook al gezegd te hebben. Hij zegt zich te ergeren aan partijen die steeds maar weer teruggrijpen op oudere discussies en die de Amsterdamse erfpachter dus kennelijk niet serieus nemen. Het stemt hem teleur dat de indiener van deze raadsvoordracht met al die 16 aanbevelingen geen enkele moeite heeft genomen om ook maar iets van het vorige debat door te laten dringen in de voordracht. Hij geeft daar tekstuele voorbeelden van.

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ hoort de heer Ernsting nu tweemaal zeggen dat hij geïrriteerd is, omdat het een herhaling van zetten is. Volgens haar is het echter de eerste keer dat het rapport besproken wordt. Zij vraagt hem waar hij precies geïrriteerd over is. De heer ERNSTING zegt dat nu werkelijk zijn klomp breekt. De VVD neemt dus kennelijk de eigen rol in dit debat niet ook maar enigszins serieus. Afgelopen juli is dit rapport besproken! De aanbevelingen liggen nu voor en niet het rapport. Hij leest ‘om de randvoorwaarden van het erfpachtstelsel in overleg en met inbreng van betrokken burgers tot stand te laten komen’. Hij is het daar in principe mee eens, maar hij is niet voor een nieuw stelsel! De vorige coalitie heeft dit stelsel ingebracht. Dat kan men niet zo maar weer terugdraaien. GL kan deze aanbevelingen niet omarmen, omdat het onderzoek niet volledig is en de aanbevelingen onnauwkeurig. Het is onduidelijk of hier nu wel of niet op een nieuw stelsel wordt gepreludeerd. Hij lijkt hem onjuist om te gaan voor een nieuw stelsel, want ook Bereschot zegt dat de introductie van nieuwe stelsels heeft bijgedragen aan de onoverzichtelijkheid voor erfpachters. Met die conclusie is hij het wel eens.

Hoe zeer hij vindt dat iedereen in Amsterdam voldoende geïnformeerd moet worden en dat er gewerkt moet worden aan de publieke taak, ziet hij dat het college daar de afgelopen jaren aan gewerkt heeft. Daar moet men dan ook maar mee doorgaan. De heer HOFLAND noemt het niet bepaald de eerste keer dat er gesproken wordt over de manier waarop er tegemoet gekomen kan worden aan bezwaren van Amsterdammers richting de gemeente als erfpachter. Het verschil met de erfpachtbesprekingen hiervoor is dat er nu een rapport ligt dat niet alleen handvatten geeft voor hoe er vooruitgeblikt kan worden en er voortgang geboekt kan worden. Het rapport bevat ook een belangrijke waarschuwing. Een toevoeging aan wat erfpachters voor mogelijkheden wordt geboden kan tegelijkertijd het leven van de erfpachter onoverzichtelijker maken. Dat is het paradoxale effect dat in zichzelf gunstige wijzigingen ook voor problemen kunnen zorgen. Dus los van de aanbevelingen, weet men dat als men iets wil verbeteren dat zorgvuldig moet gebeuren. En dat iedere wijziging gezien moet worden in de context van het geheel. Erfpacht kent een lange historie van aanpassingen. Bij toekomstige aanpassingen moet er nadrukkelijker gekeken worden naar de effecten ervan voor individuele gevallen. Het geheel is er voor D66 niet zonder een duidelijke bestuurlijke reactie op deze aanbevelingen.

Hij heeft begrepen dat er op zeer korte termijn een reflectie verwacht mag worden op al deze aanbevelingen. Hij heeft er behoefte aan om nu al wel te weten te komen hoe de wethouder enkele van de aanbevelingen ziet. Allereerst is er dan de geschillencommissie. Dat lijkt hem een mooi instrument waarmee Amsterdammers de gelegenheid geboden kan worden om hun situatie tegen het licht te houden. Laagdrempelig betekent ook dat er meer verzoeken verwacht mogen worden. Hij is benieuwd of de wethouder een beeld kan geven van het aantal gevallen dat verwacht kan worden bij zo’n geschillen commissie. Als men zo’n geschillencommissie de kans wil geven, dan moet het goed gedaan worden. Zijn tweede punt betreft het normenkader, de voorkant. Wat D66 betreft wordt dat gezocht in beginselen van goed bestuur. Dan gaat het ook om de vraag welke normen de gemeente zichzelf oplegt jegens erfpachters. D66 vindt dat dit punt een uitvoerige discussie met de raad en het college verdient. Daarom wil hij van de wethouder horen of de informatie die binnenkort de richting van de raadslenden opkomt al voldoende reflectie biedt op dit thema. Hoe ziet de wethouder het proces van het tot stand komen van een dergelijk normenkader. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ hoort de heer Hofland het accent ook bij het college leggen, terwijl het rapport met zijn aanbevelingen zich toch richt tot de raad.

Wat is de overweging van de heer Hofland om ook het college daarbij te betrekken. De heer HOFLAND wijst op de informatie die nog richting de raad komt. Dat is dus een rol die het college al heeft. Van een aantal aanbevelingen, die weliswaar tot de raad zijn gericht, is het wel handig als daarvan wordt duidelijk gemaakt wat dat betekent

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

voor de gemeente. Naar zijn mening gaat het hier om een goed en zorgvuldig samenspel tussen raad en college, waarbij er met zijn allen naar het geheel wordt gekeken en niet naar de aanbevelingen op zichzelf. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt de heer Hofland aan te geven wat het concreet zou betekenen als een aanbeveling als onuitvoerbaar of als een te grote last wordt gekenschetst door het college. De heer HOFLAND houdt het voor mogelijk dat dat het geval kan zijn, hoewel hij dat niet kan overzien. De wens om bepaalde zaken wel te kunnen overzien heeft tot zijn zojuist gestelde vragen geleid. De heer VAN SCHIJNDEL laat bij interruptie weten dat in het nieuwe verkiezingsprogramma van D66 gepleit wordt voor de mogelijkheid om niet alleen de canon af te kopen, maar het volle eigendom te verkrijgen. Waarom wil D66 dat? De heer HOFLAND wijst erop dat het in dit debat veel is gegaan over debatten in het verleden. D66 huldigt reeds sinds jaar en dag het zojuist weergegeven standpunt. Er is geen aanleiding om van mening te veranderen. De heer VAN SCHIJNDEL heeft in een ver verleden reeds betoogd dat een onafhankelijke geschillencommissie er zou moeten komen. Hij vindt het fijn dat die aanbeveling er nu ligt. De narekenbaarheid van wat er uitgebracht is aan erfpachtaanbiedingen moet er natuurlijk ook komen en dat zou ook moeten gelden voor hen die een niet narekenbaar aanbod hebben gekregen.

Richting de heer Ernsting wijst hij erop dat juridische uitspraken in veel gevallen normatief van aard zijn. Dat heeft Bereschot keurig gedaan. Hij vindt dat glashelder verwoord. Hij vindt dat GL te makkelijk zegt dat het allemaal politieke uitspraken zijn. Erfpacht als ordeningsinstrument kan naar zijn mening ook contractueel geregeld worden, zoals dat in vele gemeente ook geregeld is. Amsterdam is een beetje een buitenpost geworden in Nederland met het eindeloos doorgaan over die erfpacht. De hoogte van de afkoopsommen en de hoogte van de nieuwe canons is een rekenarij dat volgens hem neigt naar het schandalige. Daar heeft de VVD volgens hem nog steeds een enorme verantwoordelijkheid. Nu zo veel mensen zijn overgestapt naar een onrechtvaardig eeuwigdurend systeem, heeft de VVD echt iets uit te leggen. Hij vindt dat mevrouw Naoum Néhmé een beetje te gepikeerd is richting GL, dat in het verleden een verdedigbaar links standpunt had, terwijl de VVD met Van der Burg het keihard uit zijn handen heeft laten vallen. Hij is als een doorgeefluik gaan functioneren voor zijn hoge ambtenaren. Dat kan absoluut niet! De heer MANGAL is van mening dat het rapport niet bepaald een duidelijk beeld schetst. Het is onduidelijk welk doel precies wordt gediend. Kan de wethouder een duidelijk gedefinieerd doel geven voor de erfpacht in Amsterdam en aangeven welke doelen specifiek worden beoogd.

Hij hoort graag wat het college hierover zegt. Daarnaast heeft de raad veelvuldig gevraagd naar de BSQ. Het is nog steeds niet duidelijk waarom deze is gemaximeerd op 49%. Misschien kan de wethouder dat nu wel aangeven. Bereschot is daar ook niet achter gekomen. Er worden in het rapport meerdere percentages genoemd, die aan de hoge kant zouden zijn. Weet de wethouder die percentages alsnog te beargumenteren. Hoe is de rechtspositie van de burger gelijkwaardig aan de private overeenkomst? Welke onderhandelingsruimte heeft de burger. Als daar al sprake van is, kan de wethouder dan aangeven welke dat dan is? Hoe kunnen burgers zich nu beschermen tegen de starheid van een monopolist, die een overeenkomst neerlegt waar noch de burger noch de notaris een letter aan mag veranderen. Kan de wethouder aangeven hoe er sprake is van een overeenkomst tussen gelijkwaardige partijen. Wat doet de gemeente om de rechtspositie van de burger in dezen te verbeteren. Volgens het rapport leidt het huidige beleid tot een scheefgroei in de positie van erfpachters. Hoe gaat de wethouder dat oplossen? Zo heeft hij nog veel meer vragen, maar hij sluit zich verder aan bij de vragen van de vorige

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

sprekers. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ begint met een reactie richting de heer Van Schijndel, die niet begrijpt waarom zo veel mensen overgestapt zijn. Zij verwijst naar pag. 68 van het rapport. Zij citeert dat het vanuit financieel perspectief voor vrijwel alle erfpachters interessant is om tussentijds over te stappen naar eeuwigdurende erfpacht. Het mooie aan het onderwerp van het volksinitiatief dat aanleiding was voor het rapport van Bereschot is dat consumentenbescherming links noch rechts is, maar vooral behoorlijk, redelijk en fatsoenlijk is in een rechtsstaat als de onze. Tevens is het mooie aan het rapport dat het vakkundig alle instrumenten heeft beoordeeld. Er is geen relatie tussen investeringen in de stad en erfpacht. Er is geen relatie tussen sturing en goed gebruik van woningbouw en erfpacht. Voor sturing van grondgebruik zijn er proportionelere instrumenten dan de erfpacht, zoals bestemmingsplannen. Hierdoor blijft één instrument over om voor erfpacht te zijn. Dat is een ordinaire belasting, die ook nog niet eens voor iedereen in gelijke gevallen in gelijke mate wordt voldaan. Zij heeft geen vragen aan de wethouder, omdat zij vindt dat het rapport van Bereschot een raadsaangelegenheid is en moet blijven. Daarom roept zij haar collega’s op om deze kansen aan te grijpen en heldere kaders mee te geven aan het college omtrent consumentenbescherming.

Zelf denkt zij aan twee concrete verbeteringen rondom consumentenbescherming en betere governance. Het eerste is een oproep aan het college om zich te houden aan de toezicht over het rentekader. Verder een betere governance, want het is ondenkbaar dat beleid, uitvoering en financiën in één hand zijn. Het gaat om checks and balances en daar schort het aan in Amsterdam. Bereschot doet goede suggesties op dat gebied. Mevrouw NANNINGA wijst op de grote ideologische verschillen waar het de erfpacht betreft. De discussie hierover loopt al vele jaren en stamt van voor de tijd dat JA21 in de raad zat. Het besluit voor eeuwigdurende erfpacht werd destijds door de SP, D66 en VVD genomen en had een eind moeten maken aan alle stelselwijzigingen. Dat mocht echter niet zo zijn, zoals ook blijkt uit het rapport van Berenschot, waarin geconstateerd wordt dat in feite niemand nu tevreden is met hoe het nu geregeld is. Toch denkt zij dat veel conclusies van dit rapport onderschreven kunnen worden, namelijk dat het op dit moment niet transparant is; dat de erfpachter de boel niet kan overzien; dat ie niet voldoende beschermd wordt; dat er sprake is van rechtsongelijkheid en dat ook niet precies omschreven is waar de erfpachter zit. Dan kan ook niet gemeten worden in welke mate het systeem efficiënt is. Dus dan kan ook niet goed beoordeeld worden of het goed of slecht gaat.

Zij is het niet eens met de VVD dat de conclusies van het rapport bij de raad neergelegd moeten worden, die vervolgens voor verbeteringen moet zorgen. Zij dankt de wethouder voor de technische sessie waar zij niet bij kon zijn. Zij denkt niet dat dit rapport het slotakkoord is in het hele verhaal. Zij roept op in ieder geval de verbeteringen door te voeren en als raad sturende opdrachten te geven richting het college. Wethouder VAN DOORNINCK dankt de heer Boomsma voor het initiatief om de aanbevelingen van het rapport Bereschot om te zetten in een raadsvoordracht. Het college gaat ook heel graag het gesprek aan met de raad over hoe in de werking van het huidige erfpachtstelsel verbeteringen aan te brengen, zeker waar dat de helderheid voor Amsterdammers betreft en de andere zaken waar de raadsleden zich zorgen over maken. Zij denkt dat het rapport van Bereschot daar een goede aanleiding toe is, maar dat zou zij het liefst doen samen met de behandeling van het rapport waar het college mee bezig is. Dat is een algemeen rapport dat zich op het gehele erfpachtstelsel richt. Zij hoorde een aantal commissieleden zeggen dat op het moment deze aanbevelingen aangenomen worden, niet de specifieke doorwerking beheerst wordt van eventuele andere effecten. Dat is waar. Het gaat om een erfpachtstelsel dat door de afgelopen eeuw heen meerdere keren is aangepast.

Daardoor is de complexiteit alleen maar toegenomen. Dus op het moment dat er aanpassingen plaatsvinden in de uitwerking en uitvoering, zou zij dat graag met de precisie doen die nodig is om er niet weer een extra complexiteit in

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

aan te brengen of er zelfs extra tegenstrijdigheden aan toe te voegen wegens de snelle invoering van wijzigingen. Daarom is het haar voorstel om deze raadsvoordracht samen te bespreken met de resultaten van het onderzoek van het college. Dan kan alles in de gewenste samenhang aan de orde zijn en dan gaat het dus niet alleen over het specifieke punt van de consumentenbescherming. Het rapport van het college wordt half december in het college besproken. Dan kan het vervolgens in januari doorgestuurd worden naar de raad. Dan zal het college voorstellen doen op basis van zowel het eigen onderzoek als op basis van het rapport van Bereschot. Daar zit dan ook een bestuurlijke reactie van het college op het rapport van Bereschot in, gecombineerd met de ideeën van het college zelf aangaande verbetering van de uitvoering, transparantie, bescherming etc. Het is echter aan de raad om te beslissen hoe om te gaan met de resultaten van het rapport van Bereschot. Het gaat om een goed debat en het streven om de opvolgers in de volgende collegeperiode een goed verhaal mee te geven betreffende de implementatie. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop dat de wethouder al in juli een reactie heeft toegestuurd over het rapport van Bereschot. Zij begrijpt nu dat de wethouder met een nieuwe reactie komt.

Of ziet zij dat verkeerd? Wethouder VAN DOORNINCK bevestigt dat het college toen een heel snelle eerste reactie op het rapport van Bereschot heeft gegeven. Daarbij is niet op alle aanbevelingen in gegaan. Het college is nu bezig met een eigen onderzoek en men wil die twee dingen combineren, zodat de reactie op het rapport van Bereschot een onderdeel krijgt in het rapport, waarbij wordt ingegaan op de voor- en nadelen die het college daarin ziet. Zij denkt dan bijvoorbeeld aan de geschillencommissie. Er zal dan dus wat dieper op de zaken worden ingegaan. Het zal niet ingestoken zijn als een bestuurlijke reactie, maar dat zit er impliciet wel in. Geprobeerd wordt er een rond verhaal van te maken. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst op een van de aanbevelingen van het rapport van Bereschot rondom de scheiding tussen beleid en uitvoering, zodat er niet de schijn van belangentegenstelling ontstaat. In Den Haag is dat al heel lang gebruikelijk. Hoe belangrijk is dit punt voor de wethouder? Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt niet zo met Den Haag bezig te zijn, tenzij het gaat om de belangen van Amsterdam aldaar te verdedigen of te bevorderen. Verder is zij niet zo gefixeerd op Den Haag. Als het echter een van de aanbevelingen van het rapport van Bereschot is, dan zal zij ervoor zorgen dat de voor- en nadelen die het college daarin ziet duidelijk gemaakt worden.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil toch weten hoe belangrijk de wethouder het punt van die scheiding vindt, zodat de schijn van een belangentegenstelling wordt voorkomen. Wethouder VAN DOORNINCK wil, alvorens daarop te antwoorden, dan toch eerst de gelegenheid krijgen het rapport van Bereschot daar precies op na te lezen. Vaak zit er een heel verhaal achter een aanbeveling waar zij dan niet weet waar dat precies vandaan komt. Dat geldt hier ook. Het is daarom de bedoeling van het college elke aanbeveling te beoordelen op mogelijke consequenties, tegenstrijdigheden e.d. ten opzichte van de praktische uitvoering van het beleid. Mevrouw NANNINGA roept de raadsleden op hier nu op hun zaak te passen. Er wordt nu een procedureel voorstel gedaan, waarbij zij de indruk krijgt dat de raad daarbij ingepakt gaat worden. Zij is er voor om het initiatief bij de raad te houden. Zij weet niet of hetgeen de wethouder voorstelt procedureel wel zo’n goed idee is. Wethouder VAN DOORNINCK heeft niet direct het idee dat dat een vraag aan

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

haar is. Het is inderdaad een procedureel voorstel dat ervoor moet zorgen dat er geen discussie ontstaat over aanbevelingen, die misschien wel een averechts effect hebben. Dus als haar gevraagd wordt wat haar preadvies is op alle aanbevelingen, dan moet zij die helaas ontraden, omdat zij in veel van de uitwerkingen niet goed kan overzien wat dat betekent. Op sommige punten is het college het er ook niet mee eens. Soms is het heel onduidelijk wat Bereschot nu precies bedoelt. Zoals bij het punt van de algemene beginselen van goed bestuur bijvoorbeeld het geval is. Als dat overgenomen wordt, dan wordt ervan uitgegaan dat dat harde, vast omlijnde begrippen zijn. In de technische sessie viel te bemerken dat de experts daar verschillende over denken. Zij wijst erop dat het college er voortdurend op gewezen heeft zelf ook met een onderzoek bezig te zijn. Hun intentie is altijd geweest om die twee onderzoeken samen te nemen. Mevrouw NANNINGA wijst erop dat de wethouder in juli zei dat het aan de raad zelf is te beslissen wat men doet met de aanbevelingen van het rapport van Bereschot. De aanbevelingen kunnen in de vorm van moties worden ingediend. Nu hoort zij de wethouder de aanbevelingen negatief preadviseren.

Wethouder VAN DOORNINCK legt uit dat het idee van het college toen was dat de aanbevelingen van het rapport van Bereschot uitgewerkt zouden worden door raadsleden en daarna in uitgewerkte vorm zouden worden voorgelegd. Wat er nu gebeurt is een onverkort overnemen van alle aanbevelingen, die in de ogen van het college nog een uitwerking behoeven, voordat men er voor of tegen kan zijn. De heer BOOMSMA hoort de wethouder zeggen niet te weten wat goed bestuur is. Daarom lijkt het hem des te belangrijker om wel deze aanbevelingen over te nemen en het college opdracht te geven om dat uit te gaan werken. Daar gaat het nu om. De wethouder geeft aan dat sommige aanbevelingen daarom nu nog te onduidelijk zijn, maar voor welke van de aanbevelingen geldt dat volgens de wethouder niet? Wethouder VAN DOORNINCK meent op geen enkele wijze te hebben gezegd niet te weten wat goed bestuur is. Zij heeft gezegd dat die begrippen helemaal niet zo hard omlijnd zijn. De experts tijdens de sessie hadden daar een verschil van mening over. Het is dus veel te kort door de bocht om nu maar gewoon aan te nemen dat bekend is waar in deze materie goed of behoorlijk bestuur precies op neerkomt. De heer BOOMSMA meent dat het bijvoorbeeld gaat om transparantie in het participatiebeginsel.

Heeft de wethouder contact opgenomen met Bereschot om te vragen wat men daarmee bedoelt? Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat dat een van de zaken is die het college natuurlijk doet in het kader van zijn onderzoek. Daarom pleit zij ervoor te wachten tot het onderzoek van het college klaar is. Maar het natuurlijk volledig aan de raad om te bepalen welke weg men kiest om te gaan. Het college zegt voor nu dat het nu al overnemen van alle aanbevelingen van het rapport van Bereschot niet handig en zelfs onwenselijk is. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ reageert op de bewering van de wethouder geen positief preadvies te kunnen geven op een raadsvoordracht waarin alle aanbevelingen staan. Welke aanbevelingen zouden eruit gehaald moeten worden wil de wethouder wel een positief preadvies geven? Wethouder VAN DOORNINCK meent er zojuist al een paar te hebben genoemd, zoals die betreffende het goed bestuur, terwijl zij daar wel graag de discussie met de raad over zou willen voeren. Zoals dat er nu staat, is die discussie niet mogelijk. Dat geldt ook voor het normenkader. Het gaat om een heel complexe zaak. De minister heeft gezegd dat erfpacht geen financieel product is! De checks and balances op de taxatie en de waardebepaling is ook lastig. Zo is er wel meer. Ook voor andere aanbevelingen zou zij

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

kunnen zeggen niet precies te weten wat de uitwerking ervan is. Wat het opnieuw vaststellen van de doelstellingen van het erfpachtbeleid betreft, wil zij heel graag in het rapport het beeld over de meerwaarde van erfpacht neerzetten. Nu wordt er echter gezegd dat dat opnieuw bepaald moet worden. Dat wil zij niet zo overnemen. Zij denkt ook dat het de aanbevelingen geen recht doet ze zo zondermeer over te nemen. Inhoudelijk ziet zij geen enkel bezwaar in een gezamenlijke bespreking van de beide rapporten. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ ziet die inhoudelijke bezwaren wel, want het is aan de raad de wethouder met een concrete opdracht aan het werk zetten. Als er een raadsuitspraak is en dan kan de wethouder in januari met een ander verhaal terugkomen bij de raad als er niet een eerdere, duidelijke raadsuitspraak ligt. Daarom is het cruciaal dat er volgende week over wordt gesproken. Haar vraag was wat de wethouder uit de aanbevelingen zou willen halen, maar kreeg daar geen duidelijk antwoord op. Zij maakt zich daar zorgen over, want de wethouder is kritisch op heel veel aanbevelingen. Wat spreekt haar dan wel aan in de aanbevelingen van het rapport van Bereschot? Wethouder VAN DOORNINCK hoort mevrouw Naoum Néhmé nu veel voorschot nemen op de discussie, waarvan het college heeft gezegd daar in januari met een rapport op te zullen reageren.

Zij benadrukt te zijn begonnen met te zeggen dat zij graag de discussie over de verbetering van het stelsel aangaat en daarbij wil kijken hoe bijvoorbeeld transparantie vergroot zou kunnen worden. Als men het erfpachtstelsel gaat bespreken dan zullen alle kanten daarvan meegenomen moeten worden. Als die discussie beperkt blijft tot louter het aspect van de consumentenbescherming, dan wordt die discussie veel te nauw gevoerd. Dat is niet de bedoeling van het college. Vandaar dat men de discussie graag in samenhang met alle aspecten wil voeren. Als de raad daar anders over denkt, dan is dat prima. In juli heeft zij gezegd de resultaten van het rapport van Bereschot in het eigen onderzoek te willen meenemen. Dus dat gebeurt sowieso. Tot slot gaat zij nog in op de bijdrage van de heer Van Schijndel, die zei dat er geen enkele meerwaarde bestaat bij erfpacht. Hij noemde daarbij specifiek de contractuele vastlegging. Daarbij zit men echter op dat moment heel erg vast aan degene waarmee het contract wordt getekend, maar bij erfpacht gaat het ook om de opvolgers. Erfpacht kan wel degelijk als sturingsmechanisme gebruikt worden. De heer VAN SCHIJNDEL wijst erop dat er natuurlijk voor de publiekrechtelijke weg gekozen kan worden. Er komen ook steeds meer publiekrechtelijke instrumenten om er van alles en nog wat mee te doen in de stad.

Hij blijft van mening dat de nadelen van dit erfpachtstelsel voor particulieren huiseigenaren onbetwistbaar zijn. Hij wilde dit even gezegd hebben. Wethouder VAN DOORNINCK neemt hier kennis van en erkent dat sommige dingen publiekrechtelijk worden geregeld, maar niet allemaal. De heer Mangal had allerlei vragen over het rapport die hij aan haar stelde, maar waar deze beter mee kan wachten tot januari. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop dat andere gemeenten in Nederland bestemmingswijzigingen doorvoeren zonder dat zij erfpacht hebben. Zij verzoekt de wethouder om niet te doen alsof Amsterdam dat alleen kan doen wegens erfpacht. Zij wil er op wijzen dat ook wanneer erfpacht niet zou bestaan Amsterdam nog steeds bestemmingswijzingen per transformatie kan doorvoeren. Wethouder VAN DOORNINCK geeft mevrouw Naoum Néhmé daar volledig gelijk in, maar bij het tegengaan van speculatie in geval van transformatie heeft de gemeente wel veel voordeel van erfpacht. Terug naar de heer Mangal. Zij verwijst hem naar het rapport waar het college zelf mee gaat komen in januari. Zijn vragen zou hij ook eerder aan Bereschot of aan de indiener van de voordracht kunnen stellen. De vraag hoe het canonpercentage berekend

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

wordt valt na te gaan in de wijze waarop de grondwaarde wordt bepaald, hoofdstuk 5. Tweede termijn De heer BOOMSMA lijkt het niet nodig het allemaal naar januari te schuiven. De wethouder zegt nog niet over de specifieke doorwerking van deze aanbevelingen te kunnen beschikken. Dat vindt hij onzin, want die aanbevelingen gaan helemaal niet over nieuwe erfpachtvoorwaarden. Het gaat om het uitwerken en voorbereiden van processen van het behandelingskader. Het gaat om het vaststellen van het kader. De wethouder zegt dat als dat niet precies duidelijk is, dat niet kan worden overgenomen. Dat noemt hij flauwekul. Een aanbeveling is een discussie te starten over het door de gemeente te hanteren normenkader. Beweren dat dat nog niet goed is uitgewerkt, slaat natuurlijk nergens op. Hij benadrukt dat de raad nu zijn verantwoordelijkheid moet nemen en een aantal richtinggevende kaders schetsen. Dan kan het college opgedragen worden om dat uit te werken. Vervolgens gaan die uitgewerkte voorstellen met elkaar besproken worden. Dat is hoe het werkt en er is geen enkele reden om daarmee tot januari te wachten. Daarom wil hij een behandeling volgende week in de raadsvergadering. De heer BOUTKAN vroeg in eerste termijn wanneer de spijtoptantenregeling naar de commissie komt. Hij wil benadrukken dat het voor zijn fractie belangrijk is dat de dingen in samenhang bekeken gaan worden.

Hij wacht het rapport van het college dan ook af. Hij zou het buitengewoon onverstandig vinden nu zo maar te besluiten over 16 aanbevelingen en dat zo maar over te nemen. Het gaat om een heel ingewikkeld systeem! De heer ERNSTING sluit zich graag aan bij de heer Boutkan, want als het de bedoeling is dat de raad beter zijn werk doet, dan moet er zo gehandeld worden. Het onderwerp moet ook gedepolitiseerd worden. Daarom is het verstandig om met alle informatie, inclusief die van het college, dat in alle samenhang te bediscussiëren in januari. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ is blij dat de heer Ernsting aandringt op depolitiseren van dit onderwerp. Maar zij houdt hem toch voor wat de wethouder in juli heeft gezegd, namelijk dat het aan de raad is om zelf te beslissen wat men met de aanbevelingen wil doen. Als er echter aanbevelingen zijn die de raad per motie opgenomen wil zien in het onderzoek van het college, dan zal zij daar graag gevolg aan geven. Dus de raad is nu aan zet om het college opdracht te geven. Dus waarom deze kans voorbij laten gaan en wachten tot januari? De heer ERNSTING denkt dat dat wel zo moet, omdat het de bedoeling was dat de aanbevelingen van het rapport van Bereschot zo werkbaar te maken dat de raad dat in zijn geheel kon overnemen en door het college uitgevoerd zou kunnen worden.

Het college geeft aan dat die aanbevelingen zoals nu verwoord, niet overgenomen kunnen worden. Daarom wil hij meer informatie en dat komt in januari. Dan kan daar in gezamenlijkheid naar gekeken worden. Dat lijkt hem verstandig. De heer MANGAL is van mening dat als e.e.a. in de vorm van moties wordt ingediend, dat wel de nodige duidelijkheid zou geven, want moties dienen de uitvoerbaarheid duidelijk te maken. De uitwerking van die moties zou kunnen worden meegenomen in het rapport van het college. De heer ERNSTING vraagt de heer Mangal even in de geschiedenis van het onderwerp te duiken. In het coalitieakkoord is afgesproken dat het college met een rapport komt over de stelsels en de toekomst van de stelsels. De raad heeft zelf besloten een eigen onderzoek te doen. Prima. Dat heeft geleid tot aanbevelingen en daarvan zegt het college dat sommige intern tegenstrijdig zijn en dat andere weer moeilijk uitvoerbaar zijn. Dus dan moeten die aanbevelingen niet zo maar een op een overgenomen gaan worden. Dat lijkt hem heel onverstandig. Hij weet niet waar die moties ineens vandaan komen. Het college heeft heel duidelijk gezegd, bijvoorbeeld bij de geschillencommissie, dat men dan

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

heel duidelijk moet worden waar zo’n geschillencommissie wel of niet over gaat. Zo zijn er talloze voorbeelden. De heer HOFLAND hield zojuist een betoog over aanpassingen en dat er nadrukkelijk en zorgvuldig gekeken moet worden naar wat te effecten zijn. Hij zag dat iedereen het daarmee eens was, totdat de wethouder aan het woord kwam. Zij gaf aan straks met veel uitgebreide reacties te zullen komen op de aanbevelingen. Toen werd het enthousiasme voor het in samenhang beschouwen al wat minder. Toen werd gevraagd of Bereschot wel benaderd is. Daarop gaf de wethouder te kennen dat dat inderdaad het geval was. De wethouder leek het verstandig om de twee rapporten in samenhang te bespreken. Vervolgens werden tot zijn verbazing de aanbevelingen in de uitverkoop gedaan. De wethouder noemde een paar aanbevelingen die er wel meteen doorgejast kunnen worden. Hij doet een beroep op iedereen hier nu even de nodige zorgvuldigheid en boven-politieke eigenheid te betrachten door alles in samenhang te bekijken. De heer MANGAL denkt – richting de heer Hofland – dat dat misschien ook gedaan had moeten worden bij het invoeren van een deadline voor de overstap bij erfpacht. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ meent dat als zij de heer Hofland zo hoort, zij de parlementaire geschiedenis erbij moet halen en refereert aan een grap van de heer Pechthold richting iemand die opriep alles in samenhang te bekijken.

De heer HOFLAND legt uit dat die grap te maken had met een rapport dat informatie bevatte dat al bekend was. Hij had het zojuist hier over informatie die nog niet bekend is. Er is eerst papier nodig, voordat er een nietje doorheen geslagen kan worden! Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop dat dat papier er is: het rapport. Zij wilde aangeven dat D66 bewees niets te hebben met samenhang. Zij wil de heer Boomsma bijvallen, die de noodzaak niet ziet om behandeling uit te stellen tot januari. Bereschot wees erop dat de raad zijn controlerende taak kan oppakken. Daarom meent zij dat de raad volgende week aan zet is om de opdracht aan het college heel duidelijk te formuleren. Daarom kan er niet uitgesteld worden tot januari. Dat wil niet zeggen dat de VVD niet uitkijkt naar het onderzoek van het college. Men vindt alleen dat nu de raad aan zet is. De heer ERNSTING hoort graag welke opdracht mevrouw Naoum Néhmé mee wil geven aan het college. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vindt het belangrijk dat het college aan de slag gaat met de aanbevelingen van het rapport van Bereschot en dat met alle vaagheid waarmee de aanbevelingen van Bereschot ervaren worden. De heer ERNSTING vindt dit een vaag en algemeen antwoord. Hij vroeg heel erg precies wat de opdracht is die mevrouw Naoum Néhmé aan het college meegeeft op basis van het rapport.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ verwijst naar de raadsopdracht zoals deze op de agenda van de raad staat. Mevrouw NANNINGA spreekt haar steun uit aan de heren Boomsma en Mangal en aan mevrouw Naoum Néhmé dat het eerst in de raad besproken moet worden. Daarna is het college aan zet. De heer BOUTKAN is van mening dat dit helemaal niets met efficiency te maken heeft. Dit heeft alles te maken met zorgvuldigheid van bestuur en besluitvorming! Wat maken dan die zes weken uit?

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

Mevrouw NANNINGA is het niet met de heer Boutkan eens. De zorgvuldigheid wil nu juist dat de raad zijn verantwoordelijkheid neemt. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoorde de heer Hofland zeggen dat het in samenhang beschouwd moest worden. D66 is echter een partij die dat regelmatig ook niet doet. Zij noemt voorbeelden. Zij wil voorts de heer Boomsma steunen in diens voorstel. Het is belangrijk dat dat kan gebeuren. Wethouder VAN DOORNINCK wil nog kort ingaan op de vraag van de heer Boutkan betreffende de spijtoptantenregeling. Zij is wat dat betreft nu bezig met het opstellen van een plan van aanpak. De regeling zal er niet voor januari zijn, omdat zij er alle ketenpartners bij wil betrekken. De VOORZITTER stelt vast dat hiermee aan het einde van de beraadslaging is gekomen en dat dit onderwerp besproken zal worden in de raadsvergadering waar het een lange behandeling zal krijgen. 10 Instemmen met de afwijking van het TAC-advies ten behoeve van de herontwikkeling van sportpark Spieringhorn (ZD2021-014931) Mevrouw DE BRUINE wijst erop dat de TAC op verschillende momenten om advies is gevraagd op het bestemmen van een alles in een school op dit terrein. De TAC zegt een aantal keren dat niet te doen, dus niet in de hoofdgroenstructuur te bouwen. Zij ziet geen goede argumentatie in de stukken om dat wel te doen. Wat haar betreft wordt er hier niet in de hoofdgroenstructuur gebouwd.

Zij hoort graag van de wethouder wat de argumentatie is om precies daar te gaan bouwen. Zijn er geen alternatieven voor deze school? Er wordt ook gesproken van een parkeergarage bij het sportpark. Zij wijst erop dat het daar gaat om een OV-knooppunt. Men wil een autoluwe stad worden. Hoe past dit in dat plaatje? Verder heeft zij begrepen dat, doordat er gewerkt wordt met kunstgras, er bespaard wordt op de ruimte van vier grasvelden. Ze hoort de wethouder daar graag nader over. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA wijst op het negatieve advies van de TAC. Verder benadrukt de TAC dat stedelijke functies binnen de gebiedsontwikkeling horen. Zij herkent zich in dit beeld, want zij heeft in de afgelopen jaren meerdere discussies gevoerd over scholen die in de hoofdgroenstructuur worden geplaatst. Dat is niet de bedoeling, zo stelt zij duidelijk. Zij vraagt zich af waarom hoe het mogelijk is dat hier weer in de hoofdgroenstructuur gebouwd gaat worden. In het coalitieakkoord staat duidelijk aan gegeven dat er niet gebouwd mag worden in de hoofdgroenstructuur. Haar oproep aan de wethouder is dit plan terug te nemen en aan te passen, zodat er niet gebouwd gaat worden in de hoofdgroenstructuur. De heer TURKKOL geeft aan dat D66 enthousiast is voor dit plan, omdat het bijdraagt aan meer sportfaciliteiten in Nieuw-West. Hij heeft complimenten voor deze uitbreiding van het sportpark.

Er is weliswaar een negatief TAC-advies, maar door de versterking van de ecologische waarde van het park, de potentie van leren in de natuur en de overweldigende vraag naar sport, vindt D66 dat het bouwen in de hoofdgroenstructuur geen hinder moet zijn voor deze plannen. Qua participatie wil hij weten hoe de wethouder alle verenigingen nog mee wil nemen in het proces. Hoe wordt er voor een goede samenwerking en beheer gezorgd? Hij heeft begrepen dat de commissie ZWS zich ook over dit onderwerp buigt, maar hij heeft niet gezien dat die commissie hier nu uitgenodigd is.

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoort dat D66 zo maar instemt met het bouwen in de hoofdgroenstructuur. Waarom gaat D66 daarmee akkoord? De heer TURKKOL betreurt het dat er in de hoofdgroenstructuur gebouwd wordt, maar er is wel sprake van een versterking van de ecologische waarde, de grote vraag naar sport en de mogelijkheid van leren in de natuur. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoort de heer Turkkol spreken van de versterking van de ecologische waarde. Dat kan wel zo zijn, maar heeft hij in de stukken gelezen dat er groen gecompenseerd wordt voor het groen in de gebieden er omheen om de groennorm te halen? Volgens de heer TURKKOL moedigt de TAC juist de versterking van de groenstructuur aan. Dat is in deze zaak gebeurd. Daarom vindt hij dit een goed plan. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA concludeert dat D66 zegt de natuur en het groen te willen versterken, maar dat ze het uiteindelijk kapot maken door te gaan bouwen in het groen. De heer TURKKOL benadrukt dat mevrouw Bloemberg-Issa hem dat niet heeft horen zeggen. Hij heeft juist benadrukt dat er een grote behoefte is aan sport en groen en dat dat in dit plan integraal is meegenomen. Wethouder VAN DOORNINCK snapt dat dit punt discussie oproept, want het is niet iets wat het college makkelijk voorlegt aan de raad.

Zij wil niet in de hoofdgroenstructuur bouwen en bij de keren dat dat gebeurt kan men verzekeren dat daaraan veel interne discussies aan vooraf zijn gegaan aangaande de inpassing. Sloterdijk heeft deze tweede school nodig. Natuurlijk is er gekeken of de school elders gebouwd zou kunnen worden, maar door externe factoren als schone lucht en externe veiligheid is men op deze plek terecht gekomen. Daar kwam bij dat de gemeente in dat gebied niet veel grond bezit. Vandaar dat er ook op het sportpark is gekeken om te bezien of er daar een combinatie van de vele functies valt te maken. In het plan is bovendien veel gedaan om de ecologische waarde te versterken. Bovendien leidt het ook tot een verbetering van het sportpark zoals het nu is. Op dit moment wordt het parkeren nog in het park opgelost en dat gaat hierdoor nu juist naar buiten. De gemeente is bij sportparken verplicht om voor parkeergelegenheid te zorgen. Richting mevrouw De Bruine verzekert zij dat als er al voor kunstgras gekozen wordt, geprobeerd wordt om dat dan ook zo goed mogelijk in te zetten. De heer Turkkol vroeg zich af hoe ervoor gezorgd wordt dat de clubs worden meegenomen. Er hebben veel gesprekken plaatsgevonden met de clubs. Zij weet dat er nog punten zijn waar nog zorgen liggen. Dat blijft onderwerp van gesprek met de clubs.

De vraag of het veld niet te klein is: dat veld gaat nu juist verplaatst worden, waardoor het voetbalveld zijn juiste afmetingen krijgt. Zij denkt dat het combineren van de clubhuizen een goed idee is, maar daar denken de verenigingen zelf dus anders over. Dat is dus nog onderdeel van gesprek. De VOORZITTER stelt vast dit onderwerp hiermee rijp is voor behandeling in de raad waar het een middellange bespreking krijgt. 11 Instemmen met de investeringsbeslissing Banne Noord voor de eerste twee fases tot 2024 en het beschikbaar stellen van een krediet voor de herinrichting van vijf groene hoven en het zuidelijk deel van het park langs het Parlevinkerpad (ZD2021-009170) Gevoegd te behandelen met 12 Kennis te nemen van het projectbesluit Banne Noord (ZD2021-009171)

30

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

Dit punt wordt niet behandeld omdat de sprekers allen geen spreektijd meer hebben. De VOORZITTER stelt vast dat het punt dan doorgezonden wordt naar de raadsvergadering waar het een lange behandeling zal krijgen. 13 Actualisatie Meerjarenperspectief Grondexploitaties 2021 (ZD2021-012565) Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering. Ruimtelijke ordening 14 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief en het Jaarverslag 2020 van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (ZD2021-012726) De heer BOOMSMA wil graag dat er in het jaarverslag ook voorbeelden worden gegeven van de keren dat er afgeweken wordt van de schoonheid van Amsterdam in de zin van criteria van de Welstandsnota. Er staat bij de P.C. Hooftstraat dat er negentiendeeeuwse panden worden gesloopt waardoor het negentiende-eeuwse karakter van de straat onder druk komt te staan. Hoe ziet het college dat? Hij is er voorstander dan gewoon terug te bouwen wat er stond in plaats van een heel nieuw pand. Tot slot de aanbevelingen in het rapport over Welstand op Water. Hij zou die aanbevelingen over willen nemen en daar zou hij over willen spreken in de raad. Wethouder VAN DOORNINCK wijst er allereerst op dat er met betrekking tot de P.C. Hooftstraat wordt gewerkt aan een herziening van het bestemmingsplan.

Het punt van het behoud van het negentiende-eeuwse karakter wordt meegenomen in de herziening van het bestemmingsplan. Wat Welstand op Water betreft, wordt ernaar gestreefd zo veel mogelijk vast te houden aan de maten die verbonden zijn aan een ligplaats. Wel is bekend dat in geval van historische schepen daardoor problemen kunnen ontstaan. Dergelijke schepen kunnen ook een aanwinst voor de stad zijn. Zij neemt de aanbeveling van het CAK in overweging. Zij laat uitzoeken wat juridisch daartoe de mogelijkheden zijn. Zij kan daar nu nog niets over zeggen. Waar het het afwijken van de schoonheid van Amsterdam betreft, dat zal zij opnemen met het CAK. Zij hoort daartoe wel graag precies van de heer Boomsma wat deze bedoeld met ‘afwijken’. Zij zegt toe dat de commissie voortaan zal aangeven waar zij hebben afgeweken van de schoonheid van Amsterdam. Het uitzoeken van de juridische kant van de zaak duurt ongeveer een half jaar. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt zal worden doorgeleid naar de raadsvergadering van 22 december. 15 De nieuwe kansen voor erfpachters om de overstap te doen onder de overstapvoorwaarden van 2019 Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering.

De VOORZITTER sluit deze vergadering om 17.55 uur.

31

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

32

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 24 november 2021

RO

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10937899/2