Definitief verslag 23 05 2024
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit
FKD
Raadscommissieverslag, 23 mei 2024
DEFINITIEF VERSLAG Vergadering
Openbare vergadering van de Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit (FKD) Vergaderdatum Donderdag 23 mei 2024 van 9.00 – 12.55 uur in Willem Kraanzaal (commissiezaal) Verslag vastgesteld op: Donderdag 20 juni 2024 Voorzitter: R.P. Hofland Portefeuillehouders: wethouders H. van Buren, A. Scholtes (afwezig van 9.30 – 12.00 uur), T. Meliani Commissiegriffier: M. Diemont Commissieondersteuner: N. Bakkali Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: M.F. Asruf (PvdA), K. Hirsch (PvdA), F.A. Namane (PvdA), E.C. IJmker (GL), K.S.N. van der Veen (GL), J.F. van Pijpen (GL), E.D.M. Moeskops (D66), E. Schmit (D66), H.C. Burgers (VVD), S.N. Hijlkema (VVD), A.L. Bakker (PvdD), J.M. Krom (PvdD), T. Didderen (PvdD), I. Garmy (Volt), E. Bobeldijk (SP), C. van Berkel (JA21), E. Mangal (DENK), L.J.J. Lochtenberg (CDA), J. Badal (CDA), C.K.A. Kabamba (Lijst Kabamba) Afwezig: Overige aanwezigen: M. Belkasmi (PvdA), M. Emmerik (PvdD)
1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur en heet de aanwezigen en toehoorders welkom. Hij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER attendeert de leden erop dat de spreektijden vanaf heden zichtbaar zijn op de display. Binnenkort zullen er nog enkele aanpassingen in dit systeem worden gedaan, zodat elk lid alleen zijn of haar eigen resterende spreektijd kan zien. De VOORZITTER deelt mee dat er momenteel een evaluatie plaatsvindt van de jaarlijkse Methode Duisenberg-onderzoeken. Op woensdag 5 juni worden de resultaten gepresenteerd door de rapporteurs Havelaar en Kabamba van 15.00 – 16.30 uur. In de Dagmail van vandaag bevindt zich de uitnodiging hiervoor. Wethouder SCHOLTES deelt mee dat de eerder besproken ethische bijsluiters in het kader van dataverzameling in de openbare ruimte nog niet geschikt zijn om te publiceren, aangezien deze het karakter hebben van een gespreksverslag. De wethouder zegt toe dat bij projecten waarbij er aan de raad wordt gerapporteerd tevens de conclusie van de ethische bijsluiter wordt opgenomen. Er wordt ook gezocht naar mogelijkheden om de lessen, die worden getrokken uit die bijsluiters te delen. Vanaf 2025 worden de bevindingen bij de inzet van digitalisering gepubliceerd in een overzicht. Moresprudentie.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
Lid IJMKER verzoekt de wethouder om tevens de ethische dilemma’s aan de publicatie toe te voegen. Wethouder SCHOLTES overweegt om hieraan tegemoet te komen onder voorbehoud dat de inhoud hiervan op een praktische manier voor publicatie geschikt kan worden gemaakt. De wethouder deelt vervolgens mee dat de Tech Radar door de bode tijdens deze zitting zal worden uitgedeeld aan de leden. De wethouder verwijst naar een toezegging in de commissie SED van wethouder Groot Wassink inzake leefbaar loon. Het aantal deelnemingen dat gaat voor een leefbaar loon wordt steeds groter, hoewel er sprake is van een krappe arbeidsmarkt en een forse stijging van de loonkosten. De wethouder beschouwt hiermee de toezegging als afgedaan. Als laatste attendeert de wethouder de leden op een werkbezoek aan het GVB op 6 juni, maar zijn voorstel is om dit te verplaatsten naar een datum in het najaar, aangezien er op 14 juni eveneens een werkbezoek plaatsvindt van de Vervoerregio Amsterdam. In het najaar zullen tevens de uitkomsten van het MTO bekend zijn en zal er meer inzicht verkregen kunnen worden in de bevindingen van de oud-medewerkers. Wethouder VAN BUREN deelt mee dat er van het onderzoek dat Cebeon uitvoerde naar de uitgaven van de gemeente een rapport is verschenen, dat de leden volgende week zullen ontvangen.
Naar aanleiding hiervan biedt de wethouder de commissie een technische sessie aan om de inhoud van dit rapport nader te duiden. De voorgestelde datum hiervoor is 5 juni 2024. Lid VAN PIJPEN vraagt op welk tijdstip deze sessie plaatsvindt op die datum. Wethouder VAN BUREN deelt vervolgens mee dat het nieuwe financiële systeem Avis op 1 januari 2025 van start gaat. Op maandag 27 mei zullen de leden hierover een raadsinformatiebrief ontvangen. Wethouder MELIANI stelt voor dat er voor het zomerreces een presentatie door het Fonds voor de Kunsten wordt gehouden, ter voorbereiding op de publicatie van het Kunstenplan. Zij vraagt de leden of hier behoefte aan is en zo ja, om met een datum door te komen. De VOORZITTER concludeert dat hier voldoende animo voor is. De technische sessie op 5 juni 2024 vindt plaats van 17.00 – 18.00 uur. Ook hiervoor is voldoende belangstelling. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER stelt voor om te beginnen met agendapunt 3, Uiten van wensen en bedenkingen, dat besloten besproken dient te worden, aangezien het een raadsvoordracht betreft. Agendapunt 7, Bespreken van de raadsinformatiebrief ter afdoening van de toezegging over de verdeling van de lokale buurtmedia, zal vanaf 12.00 uur aan de orde komen na terugkeer van wethouder Scholtes.
Agendapunt 8, Kennisnemen van het Plan van Aanpak Algoritmen, zal gevoegd worden behandeld met agendapunt 9, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over ingekochte algoritmes. Aldus wordt de agenda vastgesteld. d. Conceptverslag van de raadscommissie FKD d.d. 18 januari 2024 Met inachtneming van een wijziging door lid Lust, inzake het politienetwerk roze en blauw, wordt het verslag vastgesteld.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
e. Termijnagenda, per portefeuille Lid BOBELDIJK verzoekt de wethouder om de termijnagenda voor Kunst en Cultuur op te schonen. Wethouder MELIANI geeft aan dat hieraan wordt gewerkt. Er zijn verder geen opmerkingen over de termijnagenda. f. TKN-lijst Op verzoek van het lid Mangal (DENK) wordt TKN-stuk 2, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het verlenen van een incidentele subsidie aan het Suriname Museum, geagendeerd voor de volgende vergadering op 20 juni 2024. Op verzoek van het lid Mangal (DENK) wordt TKN-stuk 7, Kennisnemen van de Barometer Culturele Diversiteit 2023, geagendeerd voor de volgende vergadering op 20 juni 2024. Op verzoek van de leden Nijssen (VVD) en Bobeldijk (SP) wordt TKN-stuk 8, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over een gefaseerde halvering van riviercruiseaanlopen en kennisnemen van het onderzoeksrapport ‘impactanalyse Scenario’s Riviercruisevaart Amsterdam’, geagendeerd voor de volgende vergadering op 20 juni 2024. Op verzoek van het lid Garmy (Volt) wordt TKN-stuk 10, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de nieuwe editie van de Tech Radar, geagendeerd voor de volgende vergadering op 20 juni 2024.
Op verzoek van de leden Bobeldijk (SP) en Burgers (VVD) wordt TKN-stuk 9, Raadsinformatiebrief over de herijking deelnemingen 2024 en de afdoening van moties en toezeggingen naar aanleiding van de AEB-raadsenquête, geagendeerd voor de vergadering van 11 juli 2024. De motivatie voor bespreking van deze onderwerpen is op 22 mei in de Dagmail gepubliceerd. De commissie gaat akkoord met de verzoeken. De VOORZITTER stelt voor om de eerstvolgende commissievergadering op 20 juni aanstaande in een ochtenddeel en een avonddeel op te delen in verband met de omvangrijke agenda. De commissie stemt hiermee in. g. Ingekomen stukken Stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. INHOUDELIJK DEEL a. Opening inhoudelijk gedeelte
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel om 9.20 uur. Vanaf dat moment zijn de spreektijden van kracht. b. Inspreekmoment Publiek Er hebben zich zes insprekers aangemeld. Inspreker 1, mevrouw M. van Helvoirt, directeur Koninklijke Binnenvaart Nederland, spreekt in inzake agendapunt 2b, TKN-stuk 8, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over een gefaseerde halvering van riviercruise-aanlopen en kennisnemen van het onderzoeksrapport ‘Impactanalyse Scenario’s Riviercruisevaart Amsterdam’. In haar betoog concludeert mevrouw Van Helvoirt dat deze maatregel de sector disproportioneel zal raken, maar die niet zal leiden tot vermindering van de overlast. Ook zal de investering in duurzaamheid hierdoor grotendeels teniet worden gedaan. Zij vraagt de gemeente hoe de effecten van deze maatregel gemonitord gaan worden, zodat deze eventueel kan worden teruggedraaid. Mevrouw Van Helvoirt wil namens haar organisatie graag in gesprek blijven met de gemeente om tot oplossingen te komen die zullen leiden tot vermindering van de overlast door overtoerisme, maar die voor alle partijen acceptabel zijn. Als onderbouwing geeft mevrouw Van Helvoirt aan dat het aantal overnachtingen in de stad door deze halvering niet of nauwelijks zal afnemen, maar de riviercruisesector wordt door deze maatregel onevenredig hard getroffen.
Uit onderzoek is gebleken dat deze branche een economisch belangrijke bijdrage levert en een halvering zou tevens een halvering van de toegevoegde waarde en de werkgelegenheid zijn. Vervolgens beschrijft mevrouw Van Helvoirt een aantal situaties die aantonen dat de riviercruisevaart een weinig overlast gevende vorm van toerisme is. Lid VAN BERKEL noemt het verschil tussen transit- en turn-around passagiers, waarbij de laatste categorie wel degelijk overnacht in hotels in Amsterdam. Hij vraagt mevrouw Van Helvoirt hierop te reflecteren. Inspreker 1, mevrouw M. van Helvoirt is van mening dat de laatstgenoemde categorie toeristen zijn die zich weten te gedragen en daarom welkom zouden moeten zijn. Lid VAN BERKEL geeft aan dat binnen het probleem van overtoerisme geen onderscheid wordt gemaakt in het type toerist en dat dus ook de turn-around passagiers bijdragen aan te veel drukte in de stad. Inspreker 1, mevrouw M. van Helvoirt is van mening dat de toeristen sowieso naar Amsterdam zullen komen, ook als het aantal riviercruiseschepen wordt gehalveerd. Zij is bereid om samen met de gemeente te zoeken naar een oplossing om te voorkomen dat de cruiseschiptoeristen van elders met bussen alsnog naar Amsterdam komen. Inspreker 2, de heer N.
Evers, spreekt in namens Koninklijke Horeca Nederland inzake agendapunt 2b, TKN-stuk 8, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over een gefaseerde halvering van riviercruise-aanlopen en kennisnemen van het onderzoeksrapport ‘Impactanalyse Scenario’s Riviercruisevaart Amsterdam’. Ook de heer Evers is er niet van overtuigd dat deze maatregel het gewenste effect zal sorteren. De riviercruise-gasten zijn toeristen die Amsterdam zou moeten omarmen, aangezien zij zich over het algemeen goed en respectvol gedragen. De halvering van het aantal van deze toeristen zal tot gevolg hebben dat minder gewenste toeristen de plaats innemen van de verdwenen cruiseschip-toeristen. Bovendien hebben de gemeente en het bedrijfsleven de afgelopen jaren geïnvesteerd in de verduurzaming van de riviercruisesector. Deze maatregel getuigt hierbij niet van een langetermijnvisie.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
Ook vreest de KHN dat de derving van inkomsten door deze maatregel zal leiden tot een verdere en buitenproportionele lastenverzwaring van het bedrijfsleven, hetgeen uiteindelijk ook de inwoners van Amsterdam zal treffen. In de slotfase van zijn betoog roept de heer Evers het college op om maatregelen te treffen die zullen leiden tot een betere balans tussen overlast gevende toeristen en de waardevolle, respectvolle toeristen en hierbij samen te werken met de bewoners en het bedrijfsleven. Lid VAN BERKEL vraagt hoe het kan dat, indien de hotelkamers toch zullen worden bezet, de ondernemers inkomsten zullen derven. Inspreker 2, de heer N. Evers vreest dat de haven inkomsten zal derven als er minder schepen zullen komen en dat dit dan wordt gecompenseerd door de toeristenbelasting te verhogen. Inspreker 3, de heer S. Gill, spreekt in namens CEO United Waterways inzake agendapunt 2b, TKN-stuk 8, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over een gefaseerde halvering van riviercruise-aanlopen en kennisnemen van het onderzoeksrapport ‘Impactanalyse Scenario’s Riviercruisevaart Amsterdam’. In zijn betoog beschrijft de heer Gill waarom hij van mening is dat riviercruisescheepvaart een van de schoonste manieren van toeristenvervoer is, aangezien er een uitgebreide studie plaatsvindt naar decarbonisatie van de brandstof.
Dit kan leiden tot veel minder schadelijke uitstoot en het streven is om al ver voor 2050 klimaatneutraal te zijn. Een ander belangrijk aspect dat hij noemt is het toerist-management, zijn organisatie heeft al veel ervaring hiermee. Het houdt in dat het van de toeristen die binnenkomen met een riviercruiseschip van minuut to minuut bekend is waar zij verblijven en wat zij doen, ook al omdat zij goed worden begeleid bij hun bezoek aan de stad en daarbuiten. Ook piekuurmanagement is daar een onderdeel van, zodat de bewoners zo min mogelijk overlast ondervinden van de toeristen. De heer Gill is voorts van mening dat de riviercruiseschipbranche deel uitmaakt van de oplossing om toerisme in goede banen te leiden, vooropgesteld dat de gemeente hierbij wil samenwerken met de branche. Lid VAN BERKEL vraagt of er in andere steden vergelijkbare problemen zijn. Inspreker 3, de heer S. Gill beaamt dit en hij geeft aan dat ook daar de riviercruisescheepvaartbranche een deel van de oplossing wil zijn en niet het probleem. Het werkelijke probleem is overtoerisme en de riviercruisscheepvaartbranche kan dit managen door de stroom van toeristen te begeleiden. Bijvoorbeeld door de toeristen te vertragen wanneer er sprake is van een piekuur in de stad. Aan boord van de cruiseschepen zijn er opties om het tijdschema van de toeristen te wijzigen.
Lid VAN BERKEL vraagt wat het halveren van de riviercruise-aanlopen kan betekenen voor de branche. Inspreker 3, de heer S. Gill geeft aan dat dit het aantal toeristen niet zal reduceren en dat een groot aantal riviercruiseschepen andere havens zal aandoen en de toeristen zullen dan toch, zij het onbegeleid, naar Amsterdam komen. Daarom is het belangrijk om samen te werken. Lid SCHMIT geeft aan dat de gemeente op zoek is naar partners die een goed inzicht hebben in de problematiek en veel data hebben die kunnen leiden naar oplossingen. Hij vraagt de heer Gill of hij bereid is zijn informatie en inzichten te delen met de gemeente. Inspreker 3, de heer S. Gill antwoordt dat zijn bedrijf valt onder de IG River Cruise, een Europese riviercruise organisatie, van waaruit tevens het onderzoek naar decarbonisatie
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
plaatsvindt. Zij werken heel graag samen met overheden en zijn ook bereid om informatie te delen. Inspreker 4, de heer D. van Laarhoven spreekt op persoonlijke titel, inzake agendapunt 4, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de vervolgstappen n.a.v. de onderzoeken over discriminatie en racisme. In zijn betoog beschrijft de inspreker de misstanden op de werkvloer bij de gemeentelijke organisatie op het gebied van discriminatie en racisme. Hij verzoekt de raad om bij het college een onafhankelijk onderzoek aan te vragen naar deze misstanden ten behoeve van de transparantie. Zal het college hier niet toe overgaan, dan zal de inspreker zich wenden tot de Ombudsman. Lid BOBELDIJK vraagt hoe de meldingen van de inspreker zijn afgehandeld. Inspreker 4, de heer D. van Laarhoven heeft via verschillende wegen en in verschillende hoedanigheden meldingen van misstanden gedaan, maar hier werd telkens op een onjuiste manier op gereageerd. Voor hem is het duidelijk dat de interne klachtenregeling niet naar behoren functioneert en de externe klachtenregeling is te fragiel. Zijn ervaring is dat medewerkers met klachten niet worden gehoord en zelfs worden uitgesloten. Lid BOBELDIJK vraagt of er meer medewerkers zijn met zulke ervaringen. Inspreker 4, de heer D. van Laarhoven geeft aan dat er hier sprake is van een collectief probleem.
Lid LOCHTENBERG vraagt of de inspreker van mening i dat er sprake is van een angstcultuur. Inspreker 4, de heer D. van Laarhoven beaamt dit. Hij vertelt daarbij dat teamleiders of managers de melding van de medewerkers vaak bagatelliseren. Ook de vertrouwenspersonen die de wethouder heeft ingezet bieden geen soelaas. Lid LOCHTENBERG vraagt wat de inspreker zou willen verbeteren aan de klokkenluidersregeling. Inspreker 4, de heer D. van Laarhoven zou het wellicht een oplossing vinden indien de medewerker in een G4-verband naar een onafhankelijke bedrijfscommissie zou kunnen stappen. Het advies dat hier wordt gegeven zal de gemeentesecretaris of het GMT moeten opvolgen. Ook zou de werkwijze binnen de gemeente onafhankelijk getoetst moeten worden. Lid MANGAL vraagt de inspreker te beschrijven op welke wijze hij werd gechanteerd. Inspreker 4, de heer D. van Laarhoven beschrijft hoe hij bij een evaluatie van de roosterregeling door de assistent van de gemeentesecretaris werd gevraagd om zijn standpunt te wijzigen. Toen hij dit weigerde werd de commissie afgebroken. Ook werd hij gedreigd met juridische stappen door de gemeentesecretaris toen hij op het punt stond zijn achterban van informatie te voorzien. Lid MANGAL vraagt wat zijn toekomstperspectief bij het bedrijf is nu de inspreker zich zo heeft uitgesproken bij de commissie. Inspreker 4, de heer D.
van Laarhoven gaat ervan uit dat hij hier kan blijven werken en dat hij kan bijdragen aan de transparantie van het bestel.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
Inspreker 5, de heer N. de Geus spreekt in namens Evenementen Vereniging Amsterdam, inzake agendapunt 6, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het vrijgeven van de APV-wijziging en nadere regels voor het evenementenbeleid voor 2025 en de stand van zaken van het integrale evenementenbeleid vanaf 2026 e.v. Hij uit kritiek op de instelling van het tussenbeleid, dat in 2025 van toepassing is. Het is voor hem onduidelijk wat de noodzaak hiervan is. Ook wordt het beoogde doel niet bereikt, namelijk de gewenste vernieuwing en ruimte voor meer kleinschalige elementen. In plaats daarvan holt het de sector verder uit. Vervolgens somt de inspreker op hoe zeer de evenementen een verrijking zijn voor de stad en hoeveel Amsterdammers hier plezier aan beleven. Volgens de inspreker is er aan ruimte geen gebrek en worden meerdere lege plekken dit jaar niet ingevuld. De inspreker roept op tot samenwerking voor een bestendig beleid in 2026 en daarna. Dit moet echter wel snel gebeuren. Een ander punt van kritiek is dat de APV-wijziging betrekking heeft op een beleid dat er nog niet is. Hij verzoekt de commissie het college aan te sporen pas met een APV-wijziging te komen nadat het beleid voor 2026 is geformuleerd. Lid MOESKOPS vraagt wat het voor de organisatie van de inspreker zou betekenen als er nu een jaar wordt gemist en hij volgend jaar weer meedoet. Inspreker 5, de heer N.
de Geus geeft aan dat dat het einde van de organisatie zou betekenen. Het is momenteel al moeilijk genoeg om de organisatie met een aantal vaste medewerkers in dienst overeind te houden. Lid VAN DER VEEN vraagt de inspreker hoe hij zou omgaan met nieuwe partijen als hij de burgemeester was. Inspreker 5, de heer N. de Geus is van mening dat er voldoende ruimte is voor nieuwe partijen. Lid VAN DER VEEN vraagt om een toelichting hierop. Inspreker 5, de heer N. de Geus geeft aan dat de dienstenrichtlijn inhoudt dat er voor iedereen gelijke kansen moeten zijn. De Europese regels geven de mogelijkheid om de organisatoren die al tien jaar ergens op een plek zitten, deze plek in de vorm van een tussenperiode te laten behouden. Lid EMMERIK stelt dat als er geen schaarste is, zoals de inspreker beweert, iedereen een plek zou kunnen krijgen. Inspreker 5, de heer N. de Geus beaamt dit. Echter er is een aantal plekken waar meerdere partijen op willen inschrijven. Maar op het N1, in de tuinen van West en op de NDSM is nog ruimte. Het wordt alleen ingewikkeld als er veel organisatoren op hetzelfde plekje in willen schrijven. Inspreker 6, de heer A.
Wiering spreekt namens Vrienden van het Flevopark, inzake agendapunt 6, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het vrijgeven van de APV-wijziging en nadere regels voor het evenementenbeleid voor 2025 en de stand van zaken van het integrale evenementenbeleid vanaf 2026 e.v. Hij uit de wens dat in de evenementenkalender van 2025 het locatieprofiel van het Flevopark wordt aangepast, zodat het in de toekomst niet meer mogelijk is om hier grote festivals te laten plaatsvinden. De inspreker geeft een beschrijving van het Flevopark en is van mening dat het terrein, de veenbodem, niet geschikt is om hier 15.000 feestvierders te laten dansen en stampen.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
Voor een festival wordt uit veiligheidsoverwegingen 75 procent van het Flevopark afgesloten bij wijze van uitzondering op andere parken, waar 25 procent geldt. Dit geeft al aan dat het Flevopark te klein is voor een groot festival. Ook geeft de inspreker aan dat het Flevopark het enige stukje groen in Oost is, waar veel bewoners die niet met vakantie kunnen willen recreëren. Het Stadsdeelbestuur heeft in 2023 al aangegeven het locatieprofiel van het Flevopark aan te willen passen en geen grote festivals meer toe te staan. Echter de parkprofielen worden jaar na jaar verlengd. Dat er nu in het Flevopark jaarlijks een festival wordt georganiseerd is ontstaan vanwege een uitzondering, namelijk toen het een keer vanwege renovatiewerkzaamheden niet mogelijk was in het Oosterpark. Dit is nooit meer teruggedraaid. Tenslotte geeft de inspreker aan dat de Vrienden van het Flevopark actie voeren tegen het No-Artfestival en de petitie is al ruim 3000 keer ondertekend. De heer Wiering hoopt ook op de steun van de gemeente. Lid EMMERIK verbaast zich erover dat het festival in het Flevopark plaatsvindt terwijl zowel het stadsbestuur als de bewoners dit niet willen. Hij vraagt de inspreker naar zijn mening over hoe de participatie van de bewoners heeft plaatsgevonden. Inspreker 6, de heer A.
Wiering geeft aan dat de evenementenkalender leidend is en dat druist in tegen de wensen van de bewoners. Over de burgerparticipatie heeft hij geen goed gevoel, mede doordat hij onlangs op een bijeenkomst heeft gezien hoe weinig bewoners op kwamen dagen. Lid EMMERIK vraagt of de heer Wiering iets kan zeggen over de effecten op de biodiversiteit in het park van grote evenementen. Inspreker 6, de heer A. Wiering is van mening dat het park te kwetsbaar is voor een dergelijk groot festival. Hij somt op welke schade hij heeft kunnen waarnemen in de naschouw die de Vrienden hebben gedaan. Ook beschrijft hij de overlast die hij en de buren hebben ondervonden toen er een festival plaatsvond waar 15000 mensen dansten en stampten. Lid BOBELDIJK vraagt in welk jaar deze overlast heeft plaatsgevonden. Inspreker 6, de heer A. Wiering geeft aan dat dit enkele jaren geleden is. Lid VAN DER VEEN vraagt hoe vaak per jaar deze overlast voorkomt. Inspreker 6, de heer A. Wiering geeft aan dat dit eenmalig is geweest nadat hij in Amsterdam is komen wonen. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. d. Rondvraag Lid KROM vraagt aandacht voor de klachten over de werkomstandigheden die er komen vanuit werknemers bij Afval en Reiniging, Stadswerken en Handhaving. Het betreft het aantal werkuren dat uitstijgt boven de wettelijke norm en dat de salarisuitbetaling niet op orde is.
Bovendien wordt er in een anonieme brief aangegeven dat er een angst- en doofpotcultuur heerst en dat er sprake is van machtsmisbruik. De Partij voor de Dieren benadrukt het belang dat deze werknemers hun werk goed kunnen uitvoeren. Lid Krom vraagt de wethouder of zij bekend is met deze problematiek en of zij bereid is dit te onderzoeken en hier iets aan te doen.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
Wethouder VAN BUREN is op de hoogte van de inhoud van de anonieme brief en het college neemt deze melding, evenals andere, eventueel zelfs anonieme, meldingen serieus. Het is echter bij een anonieme melding lastig om hoor-en-wederhoor toe te passen. De onderliggende brief gaat vooral over de invoering van de nieuwe roosterregeling. Hiervoor is allereerst een leerjaar ingesteld. Op dit moment vinden hierover evaluaties plaats en in juni wordt het gehele leerjaar geëvalueerd. De wethouder is voornemens om na het zomerreces de invoering van de roosterregeling met de commissie te bespreken. Bij de bespreking van agendapunt 4 zal de wethouder hier dieper op ingaan. De wethouder ontkent de geruchten dat medewerkers meer uren dan de wettelijke norm worden ingezet. De bron van deze geruchten is de wijze waarop het jaarrooster is ingericht, waarbij er onder andere sprake is van inzet naar keuze. Lid BOBELDIJK verzoekt de wethouder de raad schriftelijk te informeren over hetgeen er wordt gemeld. Wethouder VAN BUREN meent dat een mondelinge reactie afdoende zou kunnen zijn. Zij attendeert de commissie bijvoorbeeld op een begeleidingscommissie die is ingesteld. Zij zegt toe om te komen met een schriftelijke reactie met meer informatie hierover. Lid MANGAL vraagt hoe het is geregeld met de toeslagen bij overwerk.
Ook is het voor hem onbegrijpelijk dat Ortec leidend is, terwijl de cijfers uit Afas worden gehaald. Wethouder VAN BUREN beaamt dat het wel eens misgaat met de uitbetaling van salarissen. Er is nu een Taskforce ingesteld om dit in goede banen te leiden en dit lijkt een succes. De wethouder stelt voor om hier in de toegezegde schriftelijke beantwoording dieper op in te gaan. Lid NAMANE vraagt de wethouder iets te zeggen over het aantal uren dat de werknemers werken per week. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat er voor de werknemer een keuze is hoe het vereiste aantal werkuren verdeeld wordt in de week. Het kan dan voorkomen dat dit aantal in een week wordt overschreden. De keuze die een werknemer maakt en de gevolgen hiervan worden besproken in het team waarin de werknemer zit. Hoe dit uitpakt wordt meegenomen in de evaluatie. Lid GARMY vraagt inzake TKN-stuk 5 over de CPA, of de wethouder bereid is een gesprek met de raad te organiseren. Wethouder VAN BUREN antwoordt namens wethouder Scholtes hier bevestigend op. Lid LOCHTENBERG vraagt welke verbeteringen van de klokkenluidersregeling buiten de gemeente er voor de wethouder mogelijk zijn. Wethouder VAN BUREN kan niet toezeggen dat ze de klokkenluidersregeling nader zal onderzoeken.
Het lijkt haar beter om voort te gaan met de uitwerking van de bestuursopdracht inzake inclusie en discriminatie, zoals dat bij agendapunt 4 aan de orde zal komen. Bovendien is er een extern meldpunt ingesteld.
BESPREEKPUNTEN
Deelnemingen (incl. AEB en Schiphol)
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
De VOORZITTER schorst de openbare zitting om 10.10 uur om in beslotenheid verder te vergaderen inzake agendapunt 3. 3. Uiten van wensen en bedenkingen (VN2024-005774) BESLOTEN BEHANDELD Personeel en Organisatie De VOORZITTER heropent de vergadering om 10.55 uur. 4. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de vervolgstappen n.a.v. de onderzoeken over discriminatie en racisme (VN2024-006033) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en geeft aan dat dit punt is geagendeerd door het lid Badal (CDA) Lid BADAL doet zijn bijdrage naar aanleiding van de brief van de wethouder en de daarin verwoorde oproep. Voor het CDA is het belangrijk dat de bestrijding van discriminatie en racisme in gezamenlijkheid geschiedt met een duidelijke verdeling van de verantwoordelijkheden. Ook trainingen en de inzet van deskundigheid zijn nodig om de doelen te bereiken. Lid Badal roept de wethouder op ervoor te zorgen dat Art.1en Art. 3 van de Grondwet voor de gehele organisatie als leidraad dienen. Tot slot geeft lid Badal aan dat de bijdrage van inspreker 4, de heer Van Laarhoven, voor hem waardevol is. Lid DIDDEREN vraagt de wethouder of er niet meer inzet nodig is om de werksfeer binnen de gemeentelijke organisatie te verbeteren dan er tot dusver is gedaan.
Zij stelt de wethouder voor om een groot onderzoek te doen naar de werkcultuur binnen de ambtelijke organisatie en uit te zoeken hoe het komt dat er over zoveel verschillende afdelingen beschuldigingen, zoals omschreven door inspreker Van Laarhoven, worden geuit. Tevens vraagt lid Didderen namens haar fractie of de wethouder de raad een plan van aanpak kan doen toekomen, aangezien de Partij voor de Dieren vermoedt dat de gemeentelijke organisatie van doen heeft met een enorm cultuurprobleem. Lid MANGAL ziet nog weinig herstel van het vertrouwen binnen de organisatie ondanks alle pogingen vanuit het college. Er is bovendien kritiek gekomen op het onderzoek van het Verweij-Jonkerinstituut, dat te eenzijdig gericht zou zijn. Ook zou het ontbreken aan inzichten in de leiderschapscultuur, waar eveneens veel klachten betrekking op hebben. Leidinggevenden hebben volgens lid Mangal een cruciale rol in de afhandeling van de klachten en DENK is van mening dat hier veel problemen liggen. Een veel gehoorde klacht is dat er geen of niet voldoende vervolg wordt gegeven aan de meldingen. DENK suggereert dat de gemeentelijke organisatie, vanwege financiële redenen, de voorkeur geeft aan juridisch procederen met onterecht ontslagen medewerkers in plaats van zich in te zetten voor een cultuurverandering.
Lid VAN PIJPEN vraagt of lid Mangal kan onderbouwen dat de gemeente bewust liever procedeert dan zich inzet voor een verbetering van de cultuur. Lid MANGAL geeft aan dat hij dit opmaakt uit de signalen die hem bereiken en hij zou dit nog beter kunnen bewijzen als medewerkers zich durfden te uiten.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
Lid VAN PIJPEN verwijst naar de mogelijkheden die er zijn om meldingen te doen en vraagt aan lid Mangal of hij onderzoek doet op basis van die meldingen, zodat het niet alleen blijft bij insinueren. Lid MANGAL bevestigt dit. Lid Mangal heeft een aantal vragen: − Hoe is de verdeling van de verschillende type meldingen die er worden gedaan bij discriminatie.nl? − Welk effect heeft de aanstelling van externe vertrouwenspersonen op de veiligheid op de werkvloer? − Welke protocollen gelden er als het GMT zich schuldig maakt aan discriminatie? − Welke consequenties zijn er voor daders vanaf schaal 12, behalve het verplaatsen van de onheus bejegende werknemer tot de kwestie is overgewaaid? − Welke bescherming kunnen melders krijgen, zodat ze niet worden ontslagen? − Wordt er onderzoek gedaan naar het effect van de misstanden op de werkvloer op het contact met de burger die voor hulp naar de gemeente komt? − Hoe worden ambtenaren bijgestaan nadat zij grensoverschrijdend gedrag hebben ervaren op de werkvloer, al dan niet door de direct leidinggevende? Lid GARMY vraagt of het onderzoek naar meldingsbereidheid kan worden toegevoegd aan de inzet. Lid SCHMIT vraagt de wethouder de stand van zaken te schetsen inzake de leiderschapsontwikkeling. D66 is van mening dat de cultuurverandering van daaruit moet voortkomen.
Lid NAMANE is het opgevallen dat vanaf schaal 12 het aantal werknemers met een migratieachtergrond niet representatief is voor de stad. De PvdA is van mening dat juist in de lagere schalen hierin geïnvesteerd moet worden. Er zijn afspraken gemaakt met clusters over streefcijfers, maar zij vraagt zich af of dit voldoende is. Zij wil weten wat het college van plan is om werknemers in de gelegenheid te stellen de juiste carrièrestappen te nemen. Ook hoort zij graag van de wethouder wat de gevolgen zijn als de clusters de streefcijfer niet halen. Lid KABAMBA heeft een aantal vragen: − Is er gelegenheid om bij de in de brief genoemde bijeenkomsten aanwezig te zijn of achteraf de informatie hierover te krijgen? − Is er onderzocht waarom er zoveel gesprekken hebben plaatsgevonden tussen medewerkers en de externe gespreksleiders, en zo ja, heeft dit onderzoek geleid tot een bepaalde aanbeveling? − Wordt er bij alle slarisschalen gebruik gemaakt van de Culturele Barometer? Hoe wordt dit gemonitord? Wordt er hierbij ook ingezet op radicale veranderingen? − Hoe wordt er getoetst dat de huidige leidinggevenden in staat zijn om het takenpakket ter bestrijding van discriminatie en racisme kunnen uitvoeren? − Is er een onafhankelijke raad met een diversiteit van personen die advies kan geven? Zo niet, is de wethouder bereid een dergelijke instelling op te richten?
Lid VAN PIJPEN is benieuwd naar de herziene bestuursopdracht en naar de onderzoeken die er nog komen. De signalen wijzen erop dat het probleem zich aan het verbreden is naar sociale veiligheid en arbeidsverhoudingen in brede zin. GroenLinks vindt het belangrijk om zicht te blijven houden op discriminatie en racisme binnen het brede thema van de sociale veiligheid. Zij stelt voor om ‘sociale veiligheid’ als apart thema te bespreken.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
Wethouder VAN BUREN erkent dat er sprake is van een ernstige situatie, maar zij ontkent dat zij geen gehoor zou geven aan de meldingen en klachten. Zij benadrukt dat zij veelvuldig met groepen medewerkers in gesprek gaat en zich goed op de hoogte houdt van wat er speelt. Dat is de reden dat zij pleit voor een zorgvuldige evaluatie. Aansluitend op de inspreker die sprak als lid van de Onderdelencommissie geeft de wethouder aan dat niet deze commissie, maar de or de gesprekspartner is van de gemeente. De or heeft ingestemd met de nieuwe roosterregeling en met die afdeling wordt dan ook de evaluatie gedaan. De gemeente is er ook voor de bewoners van Amsterdam en de roosterregeling is hier ook voor bedoeld. Lid MANGAL vraagt de wethouder om nader in te gaan op de intimidatie die de oc-leden ervaren wanneer zij zich kritisch uitlaten. Wethouder VAN BUREN heeft er moeite mee om in deze openbare zitting zeer specifieke en individuele gevallen te bespreken. Zij benadrukt dat ze de gehele problematiek rondom discriminatie en inclusie binnen de werkomstandigheden heel serieus neemt. Er is een bestuursopdracht geformuleerd en de wethouder heeft de raad middels een brief op de hoogte gesteld van de stand van zaken. Er komt een herijking van de bestuursopdracht om het draagvlak te verbreden door de gehele organisatie heen.
Wanneer werknemers zich geïntimideerd voelen, zijn er externe meldpunten en externe vertrouwenspersonen bij wie zij terecht kunnen. Er is tevens een Ombudsman en een klokkenluidersregeling bij de VNG. Lid MANGAL had niet de bedoeling om namen te noemen. Hij vraagt de wethouder of er consequenties aan verbonden zijn voor mensen die zich schuldig maken aan intimidatie. Wethouder VAN BUREN vindt het vanzelfsprekend dat wanneer iemand zich schuldig maakt aan intimidatie hier sancties op staan. Welke sancties er gelden zal worden gerapporteerd aan de raad. Vervolgens betoogt de wethouder dat deze problemen spelen in de gehele samenleving. Onderzoeken kunnen bijdragen aan oplossingen en het college vindt het daarom belangrijk om aan de onderzoeken mee te doen. Onlangs zijn er sessies gestart voor alle directeuren en leidinggevenden. Ook is het belangrijk om vast te stellen wat voor soort leidinggevenden en medewerkers de gemeente wil hebben. Er zijn trainingen voor medewerkers en er zijn externe gesprekspartners. Deze laatste zijn belangrijk omdat hun expertise kan bijdragen aan de kwaliteit van de gesprekken en de meldingsbereidheid. Inmiddels is er een nieuw onderzoek, uitgevoerd door het Verweij-Jonker Instituut, afgerond. De eerste resultaten worden nu geanalyseerd en hieruit volgt een advies.
Het onderzoek is breder dan eerdere onderzoeken en ook medewerkers die geen ervaring hebben met discriminatie en uitsluiting, of mensen die menen dat het niet gebeurt zijn hierbij betrokken. Het is dan ook belangrijk om te voorkomen dat er een tweedeling gaat ontstaan. De wethouder zegt toe de bevindingen van dit onderzoek nog voor de zomer met de raad te delen, zodat de informatie bekend is als er na het zomerreces wordt gesproken over de bestuursopdracht. Bij de onderzoeken wordt er gevraagd naar alle vormen van discriminatie, of juist het nooit hebben ervaren van discriminatie. Lid KROM heeft twee vragen: − Wordt er bij de onderzoeken gekeken naar het gehele plaatje van de werkcultuur, dus niet alleen naar uitsluiting? − Wordt er bij de onderzoeken ook gekeken naar medewerkers die niet naar voren durven te komen met hun klachten? Wethouder VAN BUREN bevestigt dat deze beide aspecten worden betrokken bij de onderzoeken, die heel breed van opzet zijn. Er is niet alleen digitaal gewerkt, maar ook persoonlijke hulp bij het invullen en mensen zijn geïnformeerd via flyers.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
De wethouder benadrukt dat alle ambtenaren, dus ook het college, deel uitmaken van de werkcultuur. Dit houdt in dat iedereen een verantwoordelijkheid heeft. De wethouder verwacht dat er in de toekomst nog veel meer boven water zal komen, al dan niet via anonieme meldingen. Een belangrijk streven is om de medewerkers zich zodanig veilig te laten voelen dat anonieme meldingen niet meer nodig zijn. In antwoord op de vraag van lid Kabamba geeft de wethouder aan dat het in principe niet de bedoeling is dat de leden naar de genoemde bijeenkomsten gaan, zodat het voor de medewerkers veilig is om hieraan deel te nemen. De wethouder wil er tevens voor waken dat de raadsleden de rol van ‘meldpunt’ gaan krijgen. Met geregistreerde meldingen bij de officiële meldpunten kan meer worden gedaan. In antwoord op de vraag van het lid Namane geeft de wethouder aan, dat het niet alleen gaat om de streefcijfers, maar dat er een breed pakket van maatregelen ligt. De wethouder legt uit welke maatregelen en acties dit zijn. Bij Werving & Selectie gaat er soms nog wel wat tijd overheen, voordat de meest geschikte persoon is gevonden. Dan moet er een wat langere externe inhuur plaatsvinden. Indien er sprake is van een interne kandidaat is het zaak om ook de leidinggevende hier goed bij te betrekken. De wethouder somt de netwerken op die er bestaan in de ambtelijke gelederen.
Deze zijn belangrijk en worden ook gebruikt bij de onderzoeken. Lid KABAMBA verduidelijkt haar vraagt, waarbij het gaat om een onafhankelijke raad die erop gericht is om discriminatie en racisme te bestrijden en door ondersteund wordt door onafhankelijke organisaties uit het gehele land. Wethouder VAN BUREN legt uit dat de netwerken onder ambtenaren onafhankelijk zijn, evenals de externe meldpunten en vertrouwenspersonen. Wellicht dat het voorstel van lid Kabamba een van de aanbevelingen zal zijn van het Verweij-Jonker Instituut. In antwoord op de vraag van lid Garmy geeft de wethouder aan dat er geen onderzoek is gedaan naar de meldingsbereidheid. De wethouder heeft wel kunnen constateren dat deze groeit en wellicht dat de maatschappelijke ontwikkeling hiertoe heeft bijgedragen. Voor sommige medewerkers is de drempel nog te hoog, maar daar wordt aan gewerkt. Lid GARMY stelt voor om meldingsbereidheid bij de onderzoeken standaard mee te nemen. Wethouder VAN BUREN vindt dit een goede suggestie, aangezien het belangrijk is dat mensen gaan melden. Zij zal hierover met de onderzoekers in gesprek gaan. Voor de leiderschapsontwikkeling is er een Managers Development traject ingezet en de wethouder beschrijft hoe dat in zijn werk gaat.
Lid MANGAL geeft aan dat twee van zijn vragen nog niet zijn beantwoord, inzake de dienstverlening naar de burger en hoe de ambtenaren worden bijgestaan die grensoverschrijdend gedrag van hun leidinggevende hebben ervaren. Wethouder VAN BUREN is niet bekend met het feit dat een gesprek met de burger binnen drie minuten afgerond moet zijn, zoals werd gesuggereerd. Uit gesprekken hierover maakte zij op dat het juist gaat om de kwaliteit van het gesprek en of de vragen van de burger in één gesprek naar tevredenheid kunnen worden afgehandeld. Bij de uitvoerende organisaties is er wel degelijk aandacht voor de wijze waarop de ambtenaren de burger bejegenen. Een ambtenaar die te maken krijgt met discriminerend of intimiderend gedrag kan worden begeleid door een collega die hier speciaal voor is opgeleid. In alle teams en clusters zijn collega’s aanwezig die deze training hebben gevolgd. Er zijn ook trajecten beschikbaar met Arboartsen en bedrijfsmaatschappelijk werk. Lid MANGAL vraagt of het Bedrijvenopvangteam (BOT), behalve voor incidenten met burgers, ook open staat voor ambtenaren die intern te maken hebben met grensoverschrijdend gedrag.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
Wethouder VAN BUREN sluit dat niet uit en geeft aan dat dit de bespreekbaarheid in het team ten goede zou kunnen komen. De wethouder roept de omstanders op om collega’s die onder hun ogen met grensoverschrijdend gedrag te maken krijgen bij te staan. Lid MANGAL vraagt de wethouder toe te zeggen dat ambtenaren die grensoverschrijdend gedrag ervaren zich kunnen melden bij BOT. Wethouder VAN BUREN kan dit niet toezeggen, want zij zal daarover in gesprek moeten gaan. Zij meent echter dat het nu al mogelijk is. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken. Financiën 5. Kennisnemen van het onderzoek naar de haalbaarheid van forensenbelasting (VN2024-006031) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat lid Van Pijpen dit punt heeft geagendeerd en zij stelt hierbij lid Bobeldijk in de gelegenheid een bijdrage te leveren. Lid BOBELDIJK heeft gelezen dat er eerst een juridisch kader moet zijn, voordat het ontheffingensysteem van de forenzenbelasting in werking kan treden. Hij vraagt de wethouder hoe lang dit gaat duren. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het streven is om dit per 1 januari 2026 in te voeren. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken. Openbare orde en veiligheid 6.
Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het vrijgeven van de APV-wijziging en nadere regels voor het evenementenbeleid voor 2025 en de stand van zaken van het integrale evenementenbeleid vanaf 2026 e.v. (VN2024-006034) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dat de onderliggende brief een update bevat van het nieuwe Evenementenbeleid. Het lid Moeskops (D66) heeft dit punt geagendeerd om richting te geven aan het definitieve Evenementenbeleid. Lid MOESKOPS leidt haar betoog in met de conclusie dat er al zeven jaar gewacht wordt op een definitief Evenementenbeleid en zij heeft in de Jaarrekening gelezen dat de vertraging is opgetreden als gevolg van andere tijdrovende dossiers. Zij vraagt de wethouder uit te leggen welke dossiers dit waren. Vervolgens legt lid Moeskops uit waarom het tussenjaar 2025 wat D66 betreft op het gebied van evenementen als rommelig wordt beschouwd. Het programma verwijst wel enigszins naar het definitieve beleid, maar voordat dit is uitgewerkt zijn er nog veel problemen op te lossen. Zij geeft een opsomming van een aantal problemen die nog opgelost moeten worden. Zij stelt voor om mede vanwege de tijdsdruk de kalender van vorig jaar te kopiëren. Lid BOBELDIJK uit eveneens kritiek op de tijd die het kost om met een evenementenbeleid te komen, met als gevolg dat er nu moet worden gewerkt met een tussenjaar.
Ook de SP stelt voor om het tussenjaar op dezelfde manier vorm te geven als eerder is gedaan.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
Lid EMMERIK heeft uit de brief van de wethouder kunnen opmaken dat de overlast die mensen ervaren sinds 2019 is gestegen. Vervolgens somt lid Emmerik een aantal actuele problemen op die het evenementenbeleid met zich meebrengt, zowel voor de bewoners als voor de organisatoren. Vooral het sterk stijgende aantal bezoekers dat door de evenementen wordt aangetrokken, baart de PvdD zorgen en lid Emmerik zal binnenkort hiervoor een initiatiefvoorstel indienen. De PvdD verzoekt de wethouder het criterium ‘Duurzaamheid’ toe te voegen aan de vier genoemde criteria in de brief. Dit lijkt lid Emmerik logisch aangezien de natuur bij evenementen onder grote druk komt te staan. Voorts verbaast het lid Emmerik dat het evenement No-Art een vergunning heeft gekregen, terwijl zowel het stadsdeelbestuur als de bewoners tegen de komst van het evenement zijn. Het Flevopark is de enige groene locatie in Noord en het evenement vindt plaats precies één week nadat het broedseizoen is afgelopen. Lid Emmerik kondigt namens zijn fractie een motie aan om te voorkomen dat het Flevopark vanaf 2025 als festivalplek gebruikt zal worden. Tenslotte vraagt hij de wethouder te reflecteren op het verzoek om ‘duurzaamheid’ als criterium toe te voegen en het voorstel om het Flevopark niet meer als festivallocatie te gebruiken.
Lid GARMY deelt namens zijn fractie mee dat ook hij voorstander is van het kopiëren van de agenda van vorig jaar. Ook vraagt hij de wethouder naar de mogelijkheden om in samenwerking met de grote en meer ervaren festivals de kleine evenementen op weg te helpen. Lid HIJLKEMA is van mening dat de APV-wijziging te vroeg komt voor het evenementenbeleid vanaf 2026, maar juist weer te laat voor de sector om in 2025 alle voorbereidingen op tijd af te hebben. Voorts verwijst lid Hijlkema naar de noodoproep van de sector in Het Parool en hij vraagt de wethouder hierop te reageren. Namens de VVD pleit lid Hijlkema voor een eerlijker verdeling, waarbij ook de kleine evenementen worden betrokken, maar hij vreest dat de tijd ontbreekt om dit voor volgend jaar in te voeren. Lid Hijlkema verwijst naar de kalender die de Evenementenvereniging Amsterdam (EVA) heeft gemaakt, waarbij er nog ruimte is voor vier evenementen van boven de 10.000 bezoekers en vier evenementen van tussen de 5000 en 8000 bezoekers. Ook hij stelt voor om de kalender van dit jaar te kopiëren voor het komend jaar om aan de richtlijnen te kunnen voldoen. Graag hoort hij hoe de wethouder hierover denkt. Tenslotte vraagt hij wat de invloed is van Sail, Amsterdam 750 en de Pride op de evenementenkalender en of er aan deelnemende evenementen kosten in rekening wordt gebracht voor de viering van Amsterdam 750.
Lid VAN DER VEEN vraagt zich af wat de voorgenomen Btw-verhogingen op kaartjes in de Kunst- en Cultuursector voor Amsterdam zal betekenen. Voor GroenLinks lijkt het kopiëren van de kalender een logische zaak, maar lid Van der Veen vraagt welke juridische consequenties dit kan hebben. Ook wordt kopiëren wellicht lastig nu er in dit zelfde jaar een paar hele grote evenementen bijkomen, zoals Sail en ‘750 jaar Amsterdam’ Dit kan gevolgen hebben voor de veiligheid en politie-inzet. Lid Van der Veen wil ook graag duidelijk krijgen of er met het kopiëren van de kalender nog wel ruimte is voor nieuwe, kleinere evenementen. GroenLinks sluit zich aan bij het standpunt van de VVD dat het voor de organisaties moeilijk is om pas zo laat in het jaar in staat te zijn om evenementen voor te bereiden. Ten aanzien van duurzaamheid meent lid Van der Veen dat die eis al is verankerd in de vergunningen. Door dit nog als extra criterium toe te voegen, ontstaat er wellicht een bureaucratische situatie.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
Lid MOESKOPS is het met GroenLinks eens voor wat betreft de duurzaamheidsregels, maar D66 zou toch graag de tijd willen nemen om te bekijken hoe organisaties nog duurzamer kunnen worden. Dit zou een rol kunnen spelen bij de toewijzing. Lid VAN DER VEEN vindt dit ook, maar is tevens van mening dat de lat voor duurzaamheid in Amsterdam al hoog ligt. Wethouder MELIANI legt uit hoe de vertraging van het Evenementenbeleid heeft kunnen optreden, waarbij corona ook een rol heeft gespeeld. Vanaf eind 2022 is de wethouder aan de gang gegaan met het ontwikkelingen van een visie met een belangrijke rol voor participatietrajecten. De wethouder is voornemens dit visiedocument met de raad te bespreken en dit heeft betrekking op de periode na 2026. De evenementenkalender was voor dit jaar gekopieerd, maar de wethouder vraagt zich af of dit een tweede keer mogelijk is vanwege de toenemende schaarste van plekken. Ook zijn er inmiddels extra eisen voor de veiligheid en zal de viering ‘Amsterdam 750’ voor wijzigingen in de capaciteit zorgen. Zij snapt de wens van een aantal organisatoren om de kalender nogmaals te kopiëren, maar zij benadrukt dat de toegewezen plek nu slechts eenmalig is. Er is gekozen voor een tussenjaar om tijd te genereren om het Evenementenbeleid zorgvuldig uit te werken.
Het is ook niet zo dat er nu voor het eerst pas duidelijkheid is aan het einde van het jaar, een dergelijke termijn heeft er voorheen ook gegolden. Lid MOESKOPS erkent dat de risico’s groter zijn dan voorheen, maar deze risico’s zijn minder groot bij organisaties die al jaren ervaring hebben en die bij de gemeente bekend staan als solide. Wethouder MELIANI erkent dat de inmiddels bekende organisaties met meer ervaring beter kunnen voldoen aan de criteria. De wethouder vindt het echter ook belangrijk om kleine en nieuwe organisaties een kans te bieden. Het tussenjaar is bedoeld om in deze periode van schaarste de veiligheid en de juridische risico’s te toetsen. Zij geeft aan dat voor het nieuwe Evenementenbeleid de aanvragen voor een plek binnenstromen. In de visie vraagt de wethouder aandacht voor juist die organisaties die van belang kunnen zijn voor de stad. Lid MOESKOPS verwijst naar een publicatie in de media, waarin de wethouder aangeeft dat onderzoek heeft uitgewezen dat Amsterdam blij is met het aanbod en dat dit een verrijking voor de stad is. Hoe verhoudt dit zich tot de stroom van aanvragen die de wethouder zojuist noemde? Wethouder MELIANI geeft aan dat er ook in het stuk staat dat er een toenemende behoefte is aan meer buurtgerichte festivals. Lid MOESKOPS is van mening dat deze festivals buiten de evenementenkalender vallen.
Wethouder MELIANI meent dat beide naast elkaar kunnen bestaan. Zij vindt het ook belangrijk om naar de bewoners en gebruikers te kijken en niet alleen naar de organisatoren. Lid HIJLKEMA stelt dat de aanbestedingen gelden voor de grote organisaties en hij vraagt zich af of de kleine organisaties het risico lopen om door grote organisaties, zelfs als zij nu nog niet actief zijn in Amsterdam, eruit worden gestoten. Wethouder MELIANI hecht grote waarde aan de criteria en het is een eis dat organisaties hieraan kunnen voldoen. Dit heeft tot gevolg dat grote organisaties meer kans maken. Maar ook toegankelijkheid is een belangrijk criterium in het belang van de stad, waarmee je op het gebied van de toegangsprijzen komt. Dit kan voordelig uitpakken voor juist de kleinere organisatoren.
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
Lid BOBELDIJK vraagt de wethouder schriftelijk een uitgebreide toelichting te geven op de juridische en veiligheidsrisico’s die het kopiëren van de kalender met zich meebrengt. Hij ontvangt deze informatie graag voor de behandeling in de raad. Wethouder MELIANI licht toe dat er ten opzichte van dit jaar veel meer aanvragen zullen binnenkomen. Vanwege de schaarste zal verdeling op een eerlijke en transparante manier moeten plaatsvinden. De wethouder zegt vervolgens toe de juridische risico’s in een brief aan de raad te doen toekomen. Dit heeft dan te maken met de beperkingen en mogelijkheden van bepaalde populaire plekken op het gebied van geluid en het toegestane aantal bezoekers. Er zijn nog wel plekken open, maar dat zijn geen geschikte plekken voor de grote festivals. Lid MOESKOPS stelt in verband met de vrije plekken voor om de kalender van 2023 te kopiëren. Wethouder MELIANI geeft aan dat zij dit niet kan doen omdat de kalender wordt vastgesteld door de burgemeester. Lid MOESKOPS verduidelijkt haar vraag en illustreert dit met voorbeelden. De vrije plekken in 2023 zijn dit jaar eenmalig uitgegeven en komen dus volgend jaar weer vrij. Wethouder MELIANI gaat zich hierover beraden en zegt toe hier schriftelijk op te reageren, voordat dit in de raad wordt besproken.
Lid MOESKOP vraagt in een punt van orde of brieven die door de wethouder zijn toegezegd voor 26/27 juni bij de raad zijn. Wethouder MELIANI kan dit niet toezeggen, aangezien ze hierover moet overleggen met de burgemeester en de wethouder Ruimtelijke Ordening. Lid VAN DER VEEN ontvangt in de toegezegde brief graag nadere informatie over andere mogelijke locatie, verwijzend naar een eerdere vraag hierover. Wethouder MELIANI zegt dit toe. Zij gaat over tot de beantwoording van de vragen. In antwoord op de vraag van lid Hijlkema over het beleid geeft zij aan dat het Evenementenbeleid zich richt op evenementen met een bezoekersaantal vanaf 2000. Aangezien de evenementen Sail en ‘Amsterdam 750’ niet op de kalender staan, zullen zij andere festivals niet beperken, maar vanuit het perspectief veiligheid wordt hier wel naar gekeken. Lid HIJLKEMA geeft aan dat hij met ‘kleinere organisaties’ bedoelde met een bezoekersaantal van tussen de 5000 en 8000 bezoekers. Wethouder MELIANI geeft aan dat bij deze categorie het voldoen aan de criteria een cruciale rol speelt. In antwoord op de vraag van de PvdD stelt de wethouder dat de standaard voor duurzaamheid in Amsterdam heel hoog is. Dit criterium zit in het locatieprofiel en hoeft dus niet nog eens als apart criterium te gelden. Lid EMMERIK is van mening dat een organisatie die extra duurzaam is een streepje voor heeft in de ‘ranking’.
Wethouder MELIANI geeft aan dat het college hier niet voor kiest, omdat vanuit de sector is aangegeven dat de duurzaamheidseisen al zwaar zijn.
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
Lid EMMERIK heeft kunnen vaststellen dat ondanks de basiseisen sommige organisaties duurzamer zijn dan andere. Wethouder MELIANI vindt het te prijzen dat hier door de PvdD naar wordt gekeken. Hoewel de basiseisen al zwaar zijn is het altijd beter wanneer een organisatie nog duurzamer is. Over de lege plekken waarover werd gesproken deelt de wethouder mee dat deze na loting dit jaar alsnog zijn ingevuld. Bij opnieuw kopiëren zijn deze plekken alsnog bezet. Er is dan niet of nauwelijks ruimte voor nieuwkomers. De EVA zegt daarentegen dat de dienstenrichtlijn wel degelijk ruimte biedt voor het kopiëren door het te beschouwen als een overgangsperiode. De juristen die het college adviseren, geven aan dat dit alleen kan als er inbreuk wordt gemaakt op bestaande rechten. Dit is niet het geval, want een evenementenvergunning wordt altijd maar voor één jaar verstrekt. De wethouder erkent dat het gaat om ondernemingen en bedrijven, die tevens voor werkgelegenheid zorgen. Zij wil hier aandacht voor vragen bij de bespreking van de inhoud van de visie. Het moet niet alleen gaan over de risico’s en de problemen, maar zij houdt ook graag een pleidooi voor de waarde van evenementen en cultuur.
Tweede termijn Lid MOESKOPS geeft twee aanvullingen mee voor het definitieve Evenementenbeleid: − Het toevoegen van een andere categorie evenement met een bezoekersaantal van tussen de 2000 en 6000 om op een andere wijze op het gebied van veiligheid te kunnen beoordelen; − Het belonen van goed georganiseerde evenementen met meerjarige vergunningen. Lid BOBELDIJK vraagt of het Flevopark in eerste instantie een tijdelijke festivalplek was die sinds 2019 nu permanent is. Lid EMMERIK vraagt of met alle door de wethouder genoemde restricties en regelingen het No-Artfestival nu niet meer in het Flevopark plaatsvindt. Lid GARMY herhaalt zijn vraag uit de eerste termijn inzake de begeleiding van kleinere festivals door grote organisaties met meer ervaring. Lid HIJLKEMA verzoekt de wethouder om in de visie op te nemen de argumenten die door de juridische adviseurs worden genoemd versus de argumenten die door de EVA worden aangedragen. Wethouder MELIANI antwoordt lid Moeskops dat er op maat zal worden bekeken in hoeverre het mogelijk is een andere categorie evenementen toe te voegen en zij zal dit meenemen. Het Flevopark is de enige locatie waar een festival slechts één dag mag duren met maximaal 15000 bezoekers. Tijdens de op- en afbouw is het park gesloten voor de bewoners om het groen te beschermen bij de aan- en afvoer.
De wethouder gaat hier goed naar kijken als het een permanente locatie blijft in het nieuwe Evenementenbeleid. Lid EMMERIK licht zijn bezwaren nader toe door aan te geven dat één dag festival het park voor bewoners twee weken gesloten houdt. Bovendien is het park niet geschikt voor festivals, aangezien de bodem dit niet aankan. Ook wordt het park tijdens het festival voor 75 procent afgesloten, hetgeen veel meer is dan de norm van 25 procent. De Partij voor de Dieren is daarom tegen het organiseren van een festival in het Flevopark. Wethouder MELIANI heeft begrip voor dit standpunt, maar zij geeft een verklaring voor het feit dat het park twee weken ontoegankelijk is voor de bewoners. Zij zal onderzoeken of het park bij de volgende vergunningverlening minder lang afgesloten kan zijn.
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Definitief raadscommissieverslag, 23 mei 2024
FKD
Lid EMMERIK verwijst naar de historische achtergrond van het Flevopark als festivallocatie. Destijds zou dit eenmalig zijn, omdat de oorspronkelijke locatie, het Oosterpark, werd gerenoveerd. Hij vindt het onterecht dat dit park nu is opgenomen in de kalender als permanente locatie. Wethouder MELIANI stelt dat het Flevopark officieel als locatieprofiel is vastgesteld. In de bespreking van de visie zal dit nog aan de orde kunnen komen. Lid BOBELDIJK vraagt voor welke periode de volgende vergunningverlening geldt. Wethouder MELIANI geeft aan dat dit geldt voor het nieuwe Evenementenbeleid. Het voorstel van lid Garmy zal de wethouder meenemen in het Evenementenbeleid. Zij weet dat er onderling al contact bestaat tussen de verschillende organisaties. In de toegezegde brief zal de wethouder de vraag van lid Hijlkema meenemen. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken. Op verzoek van lid Moeskops zal het punt worden geagendeerd voor de raad van 26/27 juni 2024 voor een middellange bespreking, afhankelijk van de inhoud van de toegezegde brief van de wethouder. Lokale media (inclusief Buurtmedia) 7. Bespreken van de raadsinformatiebrief ter afdoening van de toezegging over de verdeling van de lokale buurtmedia (VN2024-006035) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit punt is geagendeerd door het lid Belkasmi (PvdA).
Lid BELKASMI beschrijft het belang en de meerwaarde van buurtmedia in de verschillende wijken om bewoners te bereiken en te informeren. Het valt lid Belkasmi op dat de verdeling van de stedelijke middelen voor buurtmedia scheef is. Hij vindt dat de gemeente met de stedelijke middelen ongelijk moet investeren voor gelijke kansen en daarom pleit hij voor meer geld in die stadsdelen waar het het hardste nodig is. Lid Belkasmi vraagt de wethouder of het voor de zomer mogelijk is om met de stedelijke middelen meer geld te investeren in Noord, Zuidoost en Nieuw-West. Ook hoort hij graag van de wethouder of ten behoeve van talentontwikkeling middelen ingezet kunnen worden voor de samenwerking met het mbo. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat het college voor de zomer zal komen met een voorstel hoe de middelen op een nieuwe manier zullen worden verdeeld. Er wordt nu een plan uitgewerkt voor een duurzame oplossing, waarbij wordt gekeken naar verschillende scenario’s voor verdeelsleutels. De wethouder heeft bij alle stadsdelen nagevraagd wat zij voor ogen hebben. Na overleg met de stadsdeelbestuurders zal de wethouder met een voorstel voor een van de scenario’s bij de raad komen. De ambitie is om de middelen meer gelijkelijk te verdelen over de verschillende stadsdelen met in ogenschouw nemend het ongelijk investeren voor gelijke kansen.