Definitief verslag 11 04 2024
Tekst van het document
Dit lijkt volgens hem een soort vrijbrief te zijn voor alle linkse mensen die denken dat ze nu weer allerlei dingen mogen gaan doen. Het lid NADIF vat de reactie van het lid Kreuger op als een compliment. Het lid NOORDZIJ denkt dat de aangekondigde versnellingsmogelijkheden ervoor kunnen zorgen dat de uitbreiding van het elektriciteitsnet zo min mogelijk onnodig vertraagd wordt. Het is goed dat er gekeken wordt naar wat er nodig is als deze versnellingen onvoldoende blijken te zijn. Hij is benieuwd waarom er niet nu al voor de aangekondigde extra versnellingsopties is gekozen en wanneer daar wel toe overgegaan wordt en welke rol de Themastudie Elektriciteit Amsterdam 3.0 hierin gaat spelen. Zoals de SP al benoemde, moet gekeken worden naar de vraag en prioriteiten op het net. Voor de PvdA staat daar altijd het publiek belang voorop. Naar aanleiding van een eerdere motie van het lid Bobeldijk wordt hiernaar gekeken. Het lid NOORZIJ is benieuwd of bij de nieuwe Themastudie wordt gekeken naar mogelijkheden om bij te sturen en wanneer de commissie die kan verwachten. De nood is
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Definitief Raadscommissieverslag, 11-04-2024
hoog en de gemeente wil versnellen, maar het betrekken van bewoners mag geen bijzaak worden, ook als het gaat om het creëren van een goede informatiepositie. Er staat dat er maatwerk geleverd gaat worden, maar belangrijk voor bewoners is dat er een duidelijk aanspreekpunt is en duidelijkheid over nut, noodzaak en overlast. Ook wanneer bewoners niet de tijd hebben om naar een informatiebijeenkomst te gaan, moet er een aanspreekpunt zijn voor antwoorden op vragen van de bewoners. Hoe kijkt de wethouder hiernaar, welke afspraken zijn hierover gemaakt met de netbeheerders en hoe staat dit in verhouding tot de zogenaamde timeboxen, de maximale tijd voor verschillende stappen in het proces? Wethouder GROOT WASSINK weerspreekt de suggestie dat wijken zonder stroom komen te zitten of dat elektriciteit op rantsoen moet. Het gaat hier vooral om uitbreiding, onder andere voor grote afnemers. Dat betekent echter niet dat hij geen zorgen heeft op de langere termijn. Zoals blijkt uit de complexiteit van de stukken, is dit een grote en ingewikkelde opgave waar veel bij komt kijken. Het lid Garmy vraagt dus terecht aandacht voor de integraliteit van het vraagstuk. De wethouder is van mening dat de samenwerking met Liander en TenneT een goede aanpak biedt. Er moet veel overlegd worden, maar het is haalbaar.
Wat betreft de vergunningsplicht, zoals gevraagd door het lid Havelaar, de wethouder ziet ruimte in de voorgestelde uitwerking binnen het ontwikkelperspectief, maar een vergunningsplicht lijkt hem niet nodig. De methode Werken In de Openbare Ruimte geldt zowel voor bestaande als voor nieuwbouwprojecten. De wethouder is het oneens met de suggestie van Forum voor Democratie dat asielzoekers verantwoordelijk zouden zijn voor de netcongestie. De oorzaak hiervan ligt elders. Het uitdelen van energierantsoenen op korte termijn is niet aan de orde. Het doel van deze voordracht is juist om mensen toegang tot energie te verschaffen en het tegenover elkaar zetten van dit doel en de strijd tegen klimaatverandering is geen realistische keuze, aangezien beide noodzakelijk zijn. De uitrol van flexibele contracten, zoals door het lid Norbruis genoemd, is wenselijk voor bepaalde partijen, bijvoorbeeld in de logistiek. Het idee om tankstations om te zetten in een Energiehub wordt meegenomen in de locatieonderzoeken, maar dit is geen eenvoudige taak en dit wordt niet apart gerapporteerd. Over de vormgeving van elektriciteitshuisjes wordt overlegd met de stadsdelen, waarbij diverse meningen worden meegenomen. De wethouder erkent de zorgen over de uitvoeringscapaciteit, die ook op andere beleidsterreinen spelen.
Wat betreft communicatie, er wordt met alle betrokken partijen gecommuniceerd, inclusief ondernemers en vastgoedeigenaren. Het voorstel om het verminderen van energieverbruik hierin mee te nemen, wordt door de wethouder omarmd. De wethouder verzekert dat Weesp wordt meegenomen in de TSA 3.0. Het lid NORBRUIS vraagt wanneer de TSA 3.0 met de commissie gedeeld gaat worden. Ook is ze benieuwd of de wethouder de timing van het langetermijnonderzoek niet opmerkelijk vindt. Wethouder GROOT WASSINK heeft geen sterke gevoelens bij de timing van het onderzoek en hij verwacht de TSA 3.0 in mei te kunnen aanbieden aan de commissie. Het voorzorgbesluit waarover de SP proactief geïnformeerd wil worden, komt vanuit de GGD en ligt formeel bij wethouder Scholtes. De wethouder onderschrijft dat de commissie hierover goed op de hoogte gehouden moet worden, omdat de raad daar belangstelling voor heeft, en omdat het college het belangrijk vindt. Dat kan de wethouder toezeggen. De maatschappelijke prioritering, benoemd door de SP en lid Garmy, is belangrijk. Het maatschappelijk prioriteringskader wordt op 18 april vastgesteld en komt dan naar de commissie. De integraliteit, zoals gevraagd door lid Garmy, is evident en het is belangrijk dat de verschillende projecten in de ruimtelijke ordening worden gecoördineerd vanuit Stadregie, zodat dit niet leidt tot permanente overlast in de stad.
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Definitief Raadscommissieverslag, 11-04-2024
De wethouder ziet geen discrepantie tussen wat de inspreker zegt en wat in de stukken wordt betoogd. In het Ontwikkelperspectief staat dat het nog een enorme klus is en er wordt gekeken naar hoe daarmee omgegaan moet worden. Dus ook de vormgeving moet worden bekeken in de toekomst. De dagelijkse besturen zijn meegenomen en zullen ook in het vervolgtraject zeer intensief worden betrokken, want dit kan niet zonder de stadsdelen. Wat betreft risico's en uitdagingen, die zijn er, maar de hele raad ziet dat deze onderneming noodzakelijk is. De wethouder deelt het belang van informatie, zoals benoemd door lid Nadif. Het is belangrijk dat de raad dit proces intensief kan volgen. Rond juni komt er een update van de taskforce en na de zomer wordt een technische sessie georganiseerd. Het is inderdaad zo dat reclame soms helpt bij de bekostiging. De raad heeft eerder afspraken gemaakt over welke vormen van reclame zijn toegestaan en er komt een herziening van het Kader Buitenreclame. Dus wellicht krijgt deze discussie daar ook een rol. De vraag van lid Noordzij over maatschappelijke prioritering is ook belangrijk voor het college. Economische belangen en maatschappelijke belangen moeten worden afgewogen en daarom is samenwerking tussen alle partijen cruciaal. Het betrekken van bewoners is zeker geen bijzaak.
Daarom is er ook altijd één aanspreekpunt in het project en wordt er bijvoorbeeld bij de distributie door Liander altijd gecommuniceerd via een website. Communicatie is belangrijk, maar moet wel op een goede en fatsoenlijke manier gebeuren. Los van de transformatorhuisjes hebben onderstations nu eenmaal ruimtelijke impact en daar zijn zorgen over. Daarom is het van belang dat er goed gecommuniceerd wordt en mensen er zoveel mogelijk bij betrokken worden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een korte bespreking in de raad. Dierenwelzijn 6. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de afdoening toezegging inzake het draaiboek Wilde dieren in de knel bij extreem weer (VN2024-003380) De VOORZITTER meldt dat dit agendapunt is geagendeerd op verzoek van het lid Krom. Het lid KROM uit teleurstelling over de algemene inhoud van de brief van de wethouder. Er was gevraagd om een inventarisatie en een draaiboek om dieren te helpen bij weersextremen, maar de brief bevat voornamelijk algemeenheden. Er wordt gewezen op verschillende manieren waarop dieren in de knel kunnen komen door weersextremen, zoals voedseltekorten in de winter en hete zomers. De brief stelt dat er geen noodzaak is voor een draaiboek omdat er afspraken zijn gemaakt, maar deze afspraken worden niet concreet uitgewerkt in de Omgevingsvisie en de Agenda Dieren.
Verwijzingen naar informatie op een website vindt het lid Krom onvoldoende beschouwd, gezien de behoefte van Amsterdammers aan concrete informatie over hoe ze dieren kunnen helpen tijdens extreem weer. Het lid KREUGER vraagt hoe je kunt voorkomen dat vogels vastvriezen in het ijs. Het lid KROM antwoordt dat wanneer hooi over het ijs gestrooid wordt, vogels niet vast komen te zitten. Het lid KREUGER constateert dat er dan niet meer geschaatst kan worden. Het lid KROM geeft aan de discussie met JA21 liever buiten de microfoon voort te zetten vanwege haar spreektijd. Ze concludeert dat hoewel de brief letterlijk ingaat op de
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Definitief Raadscommissieverslag, 11-04-2024
vragen, er geen concrete acties worden genoemd. Ook wijst ze erop dat Amsterdammers behoefte hebben aan concrete informatie over hoe ze dieren kunnen helpen bij weersextremen, maar dat de brief slechts een link naar een website bevat zonder verdere details. De PvdD vraagt de wethouder of hij bereid is om nogmaals kritisch te kijken naar een draaiboek. Indien niet, vragen ze de wethouder om bij de Agenda Dieren een stuk toe te voegen met concretere acties dan wat er momenteel genoemd staat. Wethouder GROOT WASSINK benadrukt dat er bij verschillende partijen, waaronder de Dierenambulance, het Amsterdamse Bos, de Toevlucht en DierenLot, onderzocht is of een apart draaiboek noodzakelijk is. Deze partijen geven aan dat het op dit moment niet noodzakelijk is, omdat er al communicatie naar bewoners plaatsvindt bij extreem weer, deels via bestaande protocollen zoals het botulismeprotocol en het vissterfteprotocol. Volgens de wethouder is alle benodigde informatie al in deze protocollen verwerkt, waardoor de toegevoegde waarde van een apart draaiboek beperkt zou zijn. Het lid KROM wijst erop dat er in de Agenda Dieren wel aandacht wordt besteed aan het onderwerp, wat aangeeft dat de wethouder het toch wel belangrijk vindt. Echter, de acties die daarin staan zijn volgens haar te weinig concreet.
Ze vraagt de wethouder daarom om nogmaals te kijken naar de mogelijkheid om uitgebreidere maatregelen te beschrijven die ook elders terugkomen. Het hoeft geen compleet draaiboek te zijn, maar enige uitbreiding over wat er gedaan kan worden is gewenst. Met het oog op verwacht extreme weer in de toekomst is het goed is dat er meer aandacht aan besteed wordt. Wethouder GROOT WASSINK is bereid om nogmaals goed te kijken naar de Agenda Dieren die binnenkort aan de commissie wordt voorgelegd, om te zien of er meer concrete maatregelen kunnen worden opgenomen met betrekking tot het helpen van dieren bij weersextremen. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken. De VOORZITTER schorst de vergadering van 11:01 tot 11:10 uur. De VOORZITTER meldt dat de volgende agendapunten zijn geagendeerd door het lid Nijssen en gevoegd behandeld worden. Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie 7. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over Windenergie Amsterdam Q3 en Q4 2023 (VN2024-003377)
de voortgangsrapportage
8. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ter afdoening van de toezegging inzake het informeren van de raad over het collegebesluit op het verzoek van de energiecoöperatie voor financiële steun voor windturbines Noorder IJplas (VN2024-003378) Het lid NIJSSEN benadrukt dat met betrekking tot de windturbines in Amsterdam en aan de Noorder IJplas de maskers nu af zijn. Onder eerdere wethouders werd participatie als belangrijk gezien, maar onder de huidige wethouder lijkt het erop dat de windturbines er gewoon moeten komen, zoals blijkt uit diverse brieven aan de provincie en interviews. Participatie lijkt niet langer nodig te zijn, wat ook blijkt uit een gelanceerde website die oproept tot het indienen van zienswijzen tegen een besluit van de provincie om de windturbines aan de Noorder IJplas niet toe te staan. Bovendien wordt aangekondigd dat er al kabels worden gelegd voor windturbines die op dit moment helemaal niet gaan komen.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Definitief Raadscommissieverslag, 11-04-2024
Het lid NADIF vraagt of het lid Nijssen de gemeenteraad niet beschouwt als een democratisch gekozen orgaan, gezien daar ook besluiten zijn genomen binnen de gemeente. Het lid NIJSSEN erkent dat de gemeenteraad een democratisch gekozen orgaan is. Echter, het gaat hier om drie windturbines waarvoor de provincie het bevoegd gezag is en de provincie heeft aangegeven dat ze deze windturbines niet willen toestaan. Het lid NADIF uit haar verbazing over de volgzaamheid van de VVD. Blijkbaar kan een door de gemeenteraad genomen besluit afgewezen worden, zelfs als het besluit van de provincie mogelijk niet op juiste wijze is genomen en er mogelijk fouten zijn gemaakt, zoals het niet juist informeren van het college. Dat vindt de VVD blijkbaar prima en daar wordt niks over gezegd. Het lid NIJSSEN brengt het graag ordentelijk in kaart. De provincie heeft zeggenschap over de drie windturbines en kan vergunningen verlenen voor dergelijke projecten. Het is aan de Provinciale Staten om hierover te stemmen en al dan niet bezwaar aan te tekenen. Dit is een normaal democratisch proces dat valt binnen de bevoegdheden van de provincie. Het accepteren van dit besluit is daarom geen kwestie van volgzaamheid, maar eerder een erkenning van de gebruikelijke gang van zaken in Nederland. Het lid NADIF vraagt wat het advies van het besluit toen was.
Het lid NIJSSEN verschilt van mening met het lid Nadif en is van mening dat het besluit van de Provinciale Staten op goede gronden is genomen. Volgens hem hebben de Provinciale Staten een afweging gemaakt die de gemeenteraad eerder had moeten maken. Ze hebben gekeken naar verschillende aspecten zoals gezondheid, natuur, woningbouw en ruimtelijke inpassing, aspecten waar de gemeenteraad jarenlang geen aandacht aan heeft besteed. Het lid Nijssen is daarom blij dat de Provinciale Staten deze aspecten wel serieus nemen. Het lid HOFLAND benadrukt dat juist het masker van het lid Nijssen valt, omdat hij altijd met een redelijke toon leek te pleiten tegen windturbines, maar in werkelijkheid gewoon tegen windenergie is. Hij wijst erop dat het lid Nijssen in zijn opsomming wegliet dat de provincie op een ongebruikelijke manier, en in een laat stadium van de procedure, een streep heeft gezet door een eerder genomen besluit. Dit maakt de overheid onbetrouwbaar voor initiatiefnemers die groene energie willen leveren. De vraag aan het lid Nijssen is waarom hij dit feit buiten beschouwing heeft gelaten. Het lid NIJSSEN benadrukt dat het belangrijkste feit de voortdurende verwaarlozing is van mogelijke gezondheidseffecten van windturbines, waarover elders in het land onderzoek wordt gedaan en die als relevant worden beschouwd.
Hij vindt het zorgelijk dat de gemeenteraad en het college hier geen aandacht aan besteden, en dat is voor hem de belangrijkste reden om tegen windenergie te blijven strijden. Het lid HOFLAND wijst erop dat gezondheid wel degelijk is besproken in de commissie, dat er onderzoek naar is gedaan en dat het een belangrijke rol speelt bij iedere vervolgstap. Hij herhaalt zijn vraag aan het lid Nijssen of het niet eerlijk zou zijn om ook de werkelijke gang van zaken te belichten, waarbij de provincie op een ongebruikelijke manier een streep heeft gezet door een eerder genomen besluit, terwijl de wethouder probeert zich aan zijn beloftes te houden. Het lid NIJSSEN is bereid toe te geven dat de huidige wethouder gehandeld heeft in lijn met het collegeakkoord. Echter, er is altijd gesteld dat participatie belangrijk is en wat nu gebeurt, is dat coalitiepartijen simpelweg zeggen dat de windturbines worden geplaatst. Ook de provincie en Provinciale Staten hebben een taak te vervullen en maken afwegingen bij het al dan niet verlenen van een vergunning voor windturbines in de Noorder IJplas. Dit proces is ordentelijk verlopen.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Definitief Raadscommissieverslag, 11-04-2024
Het lid HOFLAND wijst op de participatie waar blijkbaar zoveel waarde aan wordt gehecht en vraagt aan het lid Nijssen hoe de provincie heeft geparticipeerd met de initiatiefnemer voordat ze een streep zetten door het project. Het lid NIJSSEN benadrukt dat zijn zorg niet primair gaat om participatie, maar om de inhoudelijke afwegingen die gemaakt zouden moeten worden, zoals gezondheid, natuur, impact op woningbouw en andere effecten. Hij stelt dat deze afwegingen niet op de juiste wijze worden beoordeeld in dit geval, terwijl de provincie dit wel doet. Het lid NIJSSEN vraagt hoelang de onzekerheid over de situatie in de Noorder IJplas zal blijven bestaan als gevolg van de keuzes van het college, vooral nu er wordt aangekondigd dat de kabels alsnog worden gelegd. Hij wijst erop dat binnenkort zoekgebieden worden gepresenteerd in andere delen van Amsterdam die aan dezelfde dynamiek onderhevig zullen zijn als die nu besproken worden over de Noorder IJplas. Hij vraagt zich af of deze processen niet gepauzeerd zouden moeten worden, gezien het risico dat er veel gemeentelijk geld wordt geïnvesteerd in trajecten die uiteindelijk niet succesvol zullen zijn. Het lid Nijssen wil ook graag weten hoe de bestuurlijke gesprekken tussen de wethouder en de gedeputeerden van de provincie zijn verlopen, hoe het verder zal gaan en hoe de relatie tussen hen is.
Het lid HAIJEN wil eerst stilstaan bij de Noorder IJplas en vervolgens de focus verbreden naar Amsterdam als geheel. Hij wijst op het project-MER van de Noorder IJplas en de ernstige hinder die al wordt ervaren door omwonenden door weg- en vaarverkeer en ander omgevingsgeluid. Hij vraagt waarom er geen maatregelen worden genomen om deze hinder te verminderen en waarom het college ervoor kiest om windturbines te plaatsen, waardoor de hinder zal toenemen. Het lid HAIJEN wijst erop dat toekomstige woningbouw in de geluidsberekeningen moet worden meegenomen, wat zal resulteren in nog meer mensen die hinder ondervinden. De SP wil niet verantwoordelijk zijn voor verstoring van de nachtrust van burgers, aangezien dit op lange termijn kan leiden tot gezondheidsklachten. Hij legt uit dat de SP tegen de windturbines bij de Noorder IJplas is, maar wel voorstander is van de oprichting van een publiek warmtebedrijf in Amsterdam. Hij uit kritiek op de manier waarop het gemeentebestuur omgaat met het besluit van de provincie om geen verklaringen van geen bedenkingen af te geven, en vraagt de wethouder om reflectie hierop. Haijen benadrukt dat andere locaties voor windturbines nog geen geluidsberekeningen hebben, maar de SP is wel voorstander van lokaal eigendom, met name via het coöperatiemodel.
Hij pleit voor het gebruik van omgevingsfondsen om ervoor te zorgen dat omwonenden altijd meeprofiteren. Hij wijst erop dat bij de perikelen rond het betaalbaar houden van het warmtenet blijkt dat de praktijk weerbarstig is en dit zal ook het geval zijn bij energiecoöperaties met windturbines. Hij benadrukt dat plannen voor energiecoöperaties concreet moeten worden ingevuld en er geen beloftes gedaan moeten worden die niet waargemaakt kunnen worden. Het lid NADIF betreurt de negatieve kijk op de mogelijkheden van energiecoöperaties, gezien het feit dat Amsterdam een geschiedenis heeft van succesvolle energiecoöperaties. Zij wijst erop dat er ook in Weesp voorbeelden zijn van goed functionerende energiecoöperaties. Daarom pleit zij ervoor om juist te kijken naar hoe de deze voorbeelden verder in de praktijk kunnen worden gebracht, in plaats van uit te gaan van het idee dat het niet zal lukken. Het lid HAIJEN antwoordt dat hij hoewel hij aan het begin van zijn betoog kritisch was, enigszins positief eindigde door aan te geven dat GroenLinks de SP aan haar zijde staat als energiecoöperaties veilig kunnen worden uitgevoerd. Hij benadrukt echter dat er niet te snel moet worden geclaimd dat alles betaalbaar zal zijn. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat de lagere energierekening voor omwonenden daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Definitief Raadscommissieverslag, 11-04-2024
Het lid BILGIN benadrukt dat de energietransitie sociaal moet zijn, maar dat het niet sociaal is om een windmolenplan door te drukken waar omwonenden tegen zijn. Gelukkig heeft de provincie zich van haar sociale kant laten zien door geen goedkeuring te verlenen aan de plaatsing van drie windturbines aan de Noorder IJplas. Hij betoogt dat windturbines in een stad een achterhaald idee zijn, vooral gezien de groei van de bevolking en de noodzaak om ruimte te bieden aan nieuwe wijken en natuurgebieden. Volgens FvD zou de Noorder IJplas een ideale plek zijn voor een natuurgebied, vergelijkbaar met de Sloterplas. Hij acht het daarom onzinnig om bij de provincie te pleiten voor een overdracht van bevoegdheden en om daar slechts één windturbine te bouwen. Hij wijst op het gebrek aan draagvlak onder omwonenden en benadrukt dat de kosten van compensatie voor de gemeente niet opwegen tegen de voordelen van een rustige leefomgeving en een mooi natuurgebied. Het lid BAKKER uit haar teleurstelling over de vertraging van het programma windenergie Amsterdam en het uitblijven van helderheid over de mogelijkheden van windmolens in de haven. Zij wijst op de vertraging van het programma, waarvan het concept het afgelopen najaar zou voorliggen.
Ze leest in de brief dat er een link gelegd wordt met de situatie rond de drie windmolens bij de Noorder IJplas en dat er nieuwe zoekgebieden worden genoemd. Ze vraagt zich af waarom er een nieuw zoektraject wordt gestart terwijl de gemeente ervan overtuigd lijkt dat de windmolens bij de Noorder IJplas er toch wel gaan komen en uit haar zorgen over de waardevolle tijd die verloren gaat door deze vertraging en het toevoegen van nieuwe zoekgebieden. Het lid NADIF benadrukt dat de gemeente Amsterdam niet voldoet aan de voorwaarden die zij zichzelf heeft gesteld en die zijn afgesproken in de RES wat betreft het opwekken van een bepaalde hoeveelheid energie. Ze stelt dat dit betekent dat het plan aangepast moet worden en dat goed bestuur vereist dat dit verantwoord wordt. Het lid BAKKER uit haar verwarring over het feit dat de gemeente enerzijds overtuigd is dat de windmolens er toch wel komen terwijl in het programma gekeken wordt naar waar windmolens kunnen komen en onder welke voorwaarden. Dat wordt al opgehaald in het onderzoek naar die milieueffectrapportages. Met de onderzoeksgebieden die al in de pijplijn zitten, vindt ze het zonde dat de locaties in de haven nu een half jaar vertraging oplopen. Het lid NADIF vraagt of de Partij voor de Dieren eigenlijk zegt dat het ook prima is als er minder energie wordt opgewekt.
Het lid BAKKER is het inderdaad niet eens met de voorgestelde energiemix. Daarnaast is er nog veel onduidelijkheid over hoe succesvol zonne-energie zal zijn en hoe daarmee geschipperd zal worden. De PvdD heeft nog veel meer ruimtelijke standpunten, maar zal die hier niet herhalen. Ze heeft ook een positief punt over het milieuonderzoek, ze begrijpt dat de opzet is aangescherpt na zienswijzen, bijvoorbeeld dat de volkstuincomplexen nu als kwetsbare objecten worden beschouwd. Dat was ook een motie van de PvdD-fractie jaren geleden. Het rapport over de financiële participatie is opgesteld met handvatten en advies en er staat ook een doorkijk naar mogelijke vervolgacties. Het college gaat daar in de brief niet op in en de geadviseerde vervolgstappen lijken los te staan van het traject van het programma. Ze zou daar graag nog een bestuurlijke reactie op willen, want ze vindt dat er lessen moeten worden getrokken uit adviezen die naar de commissie komen. Bij de stukken was een inspraakreactie over een verslag van een bijeenkomst van bewoners uit Zuidoost. Dat verslag zou geen recht doen aan de realiteit en kwam ook pas twee maanden nadat de bijeenkomst had plaatsgevonden. De gang van zaken komt niet zorgvuldig over en dat is zorgwekkend voor het vertrouwen wat er al niet is rondom deze dossiers van windenergie. Kan de wethouder hierop reflecteren?
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Definitief Raadscommissieverslag, 11-04-2024
Het lid KREUGER vindt het lelijk dat de gemeente Amsterdam er gewoon voor kiest om boze brieven te sturen naar een hogere overheid, in dit geval naar de provincie, waarin wordt gedreigd met allemaal juridische stappen en er zelfs de belachelijke vraag wordt gesteld of het gezag kan worden overgedragen. Hij begrijpt niet waarom de gemeente Amsterdam deze stappen allemaal zet, want als het op één plek in Nederland mogelijk zou moeten zijn om een breed draagvlak te vinden voor de energietransitie, dan is dat in Amsterdam. En zelfs dan weet dit college het nog zo te buigen dat er met duwen, trekken, drammen en manipuleren er van alles en nog wat doorheen gedrukt moet worden, in dit geval dus drie windturbines bij de Noorder IJplas. Het lid HOFLAND vraagt of lid Kreuger vindt dat de Nederlandse staat zich nooit zo kritisch mag opstellen tegenover de Europese Unie, een hogere overheid, zoals de gemeente zich nu opstelt tegenover de provincie. Het lid KREUGER antwoordt dat hij niet zegt dat het niet mag. Hij zegt dat hij het lelijk vindt. Het lid HOFLAND vraagt of het lid Kreuger het lelijk zou vinden als de Nederlandse staat dat zou doen bij de Europese Unie. Het lid KREUGER antwoordt dat hij dat niet lelijk zou vinden omdat er nu voorbij wordt gegaan aan het feit dat dit proces zou moeten stoelen op draagvlak, wat er niet is. Het is alleen maar duwen en trekken.
Hij vraagt of de commissie weet dat de lokale eigenaren niet zelf bij de Noorder IJplas wonen. Er wonen geen mensen daar die eigenaar zijn van die windturbine, het is een bedrijfscollectief van NDSM Energy en het heeft niets met lokaal eigenaarschap te maken. Het draagvlak waarmee geschermd wordt, is in oktober 2020 gepresenteerd en één dag later werd in de provinciale staten de 600-meternorm afgeschaft. Dus die windturbines konden helemaal niet bij de Noorder IJplas komen. Als het gaat om participatie, dan heeft deze wethouder heeft een slecht trackrecord. In een interview heeft hij ooit gezegd, wie stelt, die moet bewijzen. Maar deze wethouder heeft in het Meervaart-dossier en ook hier met die windturbines, zaken gemanipuleerd. Er zijn in een zaal mensen gezet die goedgemutst waren, want de gemeente ging zelf over het beleid. Dat is gewoon manipuleren. Het lid NADIF vindt het kwalijk dat JA21 met grote woorden en zware beschuldigingen allerlei rare aannames doet. Ze vindt het ook niet passend bij deze commissie. Het lid HOFLAND wijst erop dat dit agendapunt niet over Meervaart gaat. Het lid Kreuger brengt dit naar voren op een moment waarop veel commissieleden geen spreektijd meer hebben, waardoor hij de wethouder de meeste nare verwijten kan maken zonder dat anderen nog kunnen reageren. Hij doet dit bij een punt dat eigenlijk buiten de orde is.
De VOORZITTER onderschrijft dat het nu niet gaat over participatieportefeuille van wethouder Groot Wassink, die hier zit met betrekking tot duurzaamheid. Het lid KREUGER benadrukt dat het hier gaat om participatie en hoe de gemeente daarmee in algemene zin omgaat. Hij geeft aan dat hij vrij is om te benoemen dat deze wethouder geen goed trackrecord heeft op het gebied van participatie, en dat hij dit op elk moment in deze zaal kan doen, ondanks eventuele tegenwerpingen van de voorzitter. De VOORZITTER herhaalt dat het gaat om een andere portefeuille van de wethouder, met betrekking tot een ander participatievraagstuk waar niet iedereen in de commissie wellicht van op de hoogte is. Hij benadrukt dat het terecht is dat daar een punt van orde over wordt gemaakt. Hij verzoekt het lid Kreuger om verder te gaan met zijn betoog over windenergie.
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Definitief Raadscommissieverslag, 11-04-2024
Het lid KREUGER wil graag andere manipulatieve handelingen van deze wethouder aan de orde stellen. Hij refereert aan een fragment uit de Hofbar waarin wordt gesteld dat de provincie geen ruimtelijke afweging heeft gemaakt tijdens het debat over windenergie. Hij betoogt dat tijdens dat debat wel degelijk gesproken is over zaken zoals slagschaduw, woningbouw en gezondheidsrisico's, die allemaal verband houden met ruimtelijke afwegingen. Hoewel het niet noodzakelijkerwijs de ruimtelijke afweging is die de wethouder zelf zou maken, is er wel degelijk sprake van een ruimtelijke afweging. Hij vraagt of de wethouder kan erkennen dat deze voorstelling van zaken niet correct is. Daarnaast benoemt hij de plannen voor één windturbine die het college zelf wil plaatsen. Hij merkt op dat dit binnen hun bevoegdheid valt, maar hij uit kritiek op de manier waarop dit allemaal verloopt. Hij vraagt zich af of het participatieproces opnieuw zal worden doorlopen voor de nieuwe vergunning die de gemeente zelf zal verlenen en of de kaders voor dat participatieproces met een breed draagvlak in de gemeenteraad zullen worden aangenomen. Hij is benieuwd naar de visie van de wethouder hierover.
Het lid HOFLAND vraagt aan de wethouder of er maatregelen genomen kunnen worden om ervoor te zorgen dat initiatiefnemers die willen bijdragen aan een oplossing voor de energietransitie, maar te maken krijgen met verschillende wensen van twee overheidsinstanties, aan boord blijven. Het lid NADIF sluit zich aan bij de vraag van het lid Hofland, omdat coöperatief bezit een van de ambities is. Op het moment dat energiecoöperaties het financieel niet gaan halen vanwege deze vertragingen en vanwege de onzekerheid vanuit de provincie, die zich niet baseert op een positief advies van de VVAB, is dat heel erg kwalijk. Zij maakt zich daar zorgen over en vraagt zich af hoe ervoor gezorgd wordt dat aan deze ambitie wordt vastgehouden. Het lid NIJSSEN vraagt of het lid Nadif het formuleert als onzekerheid vanuit de provincie. Het lid NADIF vindt het heel erg kwalijk dat er afspraken worden gemaakt waar heel veel geld mee gemoeid is, waar heel veel onderzoek naar is gedaan en jarenlang werk, die vervolgens bij zo'n commissievergadering van tafel af worden gegooid, zonder dat er met de initiatiefnemers is gesproken, noch met de desbetreffende gemeente. Ook al maak je die beslissing, en je kunt het niet met elkaar eens zijn politiek gezien, maar als je dan ook nog eens het proces niet zorgvuldig volgt, dat is wel heel erg kwalijk.
Dan zou je op zijn minst even die telefoon moeten oppakken en bellen. Het lid NIJSSEN vraagt hoe het lid Nadif het proces duidt zoals het nu loopt rondom de Noorder IJplas en of de gemeente het wel voorbeeldig doet. Het lid NADIF antwoordt dat de commissie vaak is geïnformeerd over het proces. Ze vindt het ook fijn dat de gemeente zelf de onzekerheid benoemt en er belang aan hecht dat het zo snel mogelijk met elkaar wordt opgelost. Het lid NIJSSEN vraagt of de fractie van GroenLinks op dit moment vindt dat het proces rondom Noorder IJplas vanuit de gemeente bezien voorbeeldig verloopt. Het lid NADIF geeft aan dat zij bij haar antwoord blijft. Het lid NOORDZIJ wijst erop dat het voorstel voor deze windturbines niet zomaar tot stand is gekomen. Er is een lang en zorgvuldig proces aan voorafgegaan en het is terecht dat er nu wordt gekeken naar wat er nog mogelijk is, wat nog openligt en waar meer duidelijkheid over nodig is, ook juridisch. Te lang is er geen urgentie geweest achter de aanpak van de klimaatcrisis, wat de opgave om de meest extreme gevolgen te voorkomen alleen maar groter heeft gemaakt. De vertraging die nu wordt opgelopen, maakt de situatie ook alleen maar moeilijker. De situatie zorgt ook voor veel onduidelijkheid bij omwonenden en het lid Noordzij is benieuwd hoe het contact op dit moment verloopt met de omwonenden. Zowel de
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Definitief Raadscommissieverslag, 11-04-2024
provincie als de gemeente hebben de verantwoordelijkheid om de omwonenden zo goed mogelijk te informeren en hij is dus ook benieuwd of en hoe de gesprekken met de gedeputeerde verlopen. Het lid BILGIN denkt dat hier een verkeerde tegenstelling wordt gepresenteerd, alsof het niet plaatsen van die windturbines gelijk staat aan het niet aanpakken van klimaatverandering. Maar als je in een stad verdicht, mensen bij elkaar zet, voorzieningen bij elkaar plaatst en recreatiegebieden bij elkaar voegt, dat is op zichzelf het meest duurzame en CO2-besparende. Het plaatsen van deze windturbines staat haaks op die ontwikkeling. Is de PvdA het ermee eens dat duurzaamheid meer is dan alleen windturbines plaatsen? Het lid NOORDZIJ is het daarmee eens. Echter, de energietransitie is een zeer belangrijk onderdeel van verduurzaming en dat onderdeel is altijd vooruitgeschoven en weggeschoven. Dus nu moet er ook actie worden ondernomen en daarom begrijpt hij wat er nu gebeurt. Het lid BILGIN wijst erop dat de energietransitie ook te maken heeft met elektriciteitsverbruik. Als mensen niet dicht bij elkaar wonen met voorzieningen in de buurt, moeten ze grotere afstanden afleggen om ergens te komen. Dat betekent vaker je auto opladen, vaker tanken, enzovoort. Dus door die windturbines niet te plaatsen, wordt er op een indirecte manier CO2 bespaard.
Is de PvdA het daarmee eens? Het lid NOORDZIJ antwoordt dat voor de PvdA deze windturbines zeker wel een duurzame optie zijn, en het is zeker belangrijk dat er aan wind op land wordt gewerkt, ook op deze plek. Wethouder GROOT WASSINK vindt dat het lid Noordzij een goede samenvatting geeft van een heel lang en zorgvuldig proces dat uiteindelijk heeft geresulteerd in een advies, ook van het college van B en W, aan de provincie. Hij wijst erop dat ook de Gedeputeerde Staten en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied hebben gezegd dat er een goede ruimtelijke afweging is gemaakt. Provinciale Staten zien dat echter anders. In die zin heeft het lid Hofland het goed gezegd, het is hier een wat wispelturige overheid. Dat is overigens niet bijzonder, soms nemen verschillende overheden maar ook rechtbanken en overheden volstrekt tegengestelde besluiten. In die zin is het ook een beetje onzinnig om te doen alsof het ene besluit democratischer zou zijn dan het andere besluit. Natuurlijk is het besluit van Provinciale Staten democratisch genomen, maar de vraag is, en dat is natuurlijk de positie van de gemeente Amsterdam, of het op de juiste gronden is genomen. Natuurlijk is het besluit door het college evenzeer een democratisch besluit. Dus dat kan nu eenmaal met elkaar botsen.
Overigens is de provincie niet altijd het hogere gezag ten opzichte van de gemeente, maar dat is voor de fijnproevers in het staatsrecht. De wethouder herkent zich niet in het beeld van een boze brief. Het is een heel nette brief waarin de positie van Amsterdam wordt toegelicht. Er zijn prima bestuurlijke gesprekken geweest met de twee gedeputeerden waarin de gemeente haar positie heeft toegelicht en zij hun positie hebben toegelicht. Er zijn verschillen van mening en uiteindelijk kom je in een juridische situatie waar de Raad van State over adviseert. De gemeente heeft daarvoor nu een zienswijze ingebracht en na de zomer zal Provinciale Staten een definitief besluit nemen en dan zal blijken waar de gemeente. Dus dat is hoe het hoort. Het lid NIJSSEN erkent dat vanuit theoretisch oogpunt deze zakelijke weergave van hoe zo'n proces verloopt klopt. Echter, hij wijst erop dat dit wel om mensen gaat die daar wonen en die nu nog langer in onzekerheid zijn, terwijl ze eigenlijk dachten dat ze veilig waren omdat de provincie voor hen had besloten. Dus het gaat hier om meer dan alleen een zakelijk handjedruk. Wethouder GROOT WASSINK beschouwt het niet als handjedruk. Het is buitengewoon uitzonderlijk dat de Provinciale Staten in dit soort procedures besluiten over verklaringen van geen bedenkingen. Het zou zelfs kunnen dat daardoor de omwonenden
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Definitief Raadscommissieverslag, 11-04-2024
die tegen zijn nu denken dat de windmolens er niet komen, terwijl dat nog niet definitief is omdat dit een tegenstelling betreft tussen twee bestuurslagen die daar samen over moeten beslissen. De wethouder ziet ook geen enkele reden om vanwege dit traject het Programma Wind Amsterdam te pauzeren, zoals het lid Nijssen vroeg. Er zijn volstrekt democratisch genomen besluiten van deze gemeenteraad die moeten worden uitgevoerd. Het is in die zin niet vreemd dat het college belastinggeld besteedt aan zaken waar de gemeenteraad achter staat, zelfs als sommige leden het daar niet mee eens zijn en tegen hebben gestemd. Maar er is een meerderheid in deze gemeenteraad die het college een opdracht heeft gegeven. Het lid NIJSSEN volgt deze redenering en het geschetste proces. Echter, er is ook zoiets als voortschrijdend inzicht. Het college neemt waar wat er nu gebeurt rond de casus Noorder IJplas in de relatie met de provincie. Provinciale Staten hebben het weggestemd en het is niet onwaarschijnlijk dat bij een volgend traject de animositeit tussen de bestuurslagen wordt meegenomen en dat vergunningen dus niet worden toegekend. Het college zou eerst kunnen kijken hoe de relatie met het provinciebestuur is voordat ze doorgaat. Want de kans dat mensen nog een jaar lang hieraan doorwerken voor niets is vrij groot.
Wethouder GROOT WASSINK herkent zich op basis van de gesprekken die hij heeft gevoerd met de gedeputeerde niet in het beeld alsof er nu animositeit zou bestaan tussen het Amsterdamse gemeentebestuur en het provinciebestuur. Ze hebben een interpretatieverschil over het besluit dat niet door de Gedeputeerde Staten maar door de Provinciale Staten is genomen. De positie van Amsterdam is dat dit op oneigenlijke gronden is gedaan en dat wordt nu getoetst. In die zin is dat geen reden om wat dan ook te wijzigen. Dus de Noorder IJplas is op zichzelf jammer, maar dat is geen reden om niet gewoon door te gaan met het programma Windenergie Amsterdam, temeer omdat de Gedeputeerde Staten daar misschien in een volgend project anders naar kijken. Amsterdam voert uit wat met elkaar is afgesproken, er ligt gewoon een raadsbesluit over wind en dat voert het college naar eer en geweten uit. Het is een normale gang van zaken dat je met elkaar praat en niet, zoals de SP zei, meteen juridische stellingen betrekt. Het is buitengewoon verdrietig voor de initiatiefnemers dat dit nu niet doorgaat, want coöperatieve eigendom en initiatiefnemers zijn belangrijk. Het zou een mooie casus zijn geweest als de Noorder IJplas was doorgegaan, omdat dan had kunnen blijken dat coöperatieve samenwerking in windenergie heel goed kan werken.
Ten aanzien van de vraag van lid Bakker over PWA en nieuwe zoekgebieden, het is niet zo dat er daarna nog een keer nieuwe gebieden worden gezocht of iets dergelijks. Dat is absoluut niet het geval. En met betrekking tot financiële participatie, de bestuurlijke reactie zit in het PWA en de wethouder kan daar nu nog niets over zeggen, hij moet even wachten tot het wordt vrijgegeven. Het lid HAIJEN hoort graag nog van de wethouder waarom in de brief aan de provincie wordt gevraagd om de bevoegdheid tot vergunningverlening over te dragen. Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat het college alle beschikbare middelen en mogelijkheden heeft onderzocht en besproken in bestuurlijke gesprekken, inclusief de handelwijze van Provinciale Staten, gezien het feit dat Gedeputeerde Staten het voorstel met een positief advies heeft voorgelegd. Het lid BAKKER heeft nog de vraag of de vertraging wordt veroorzaakt door de zoektocht naar nieuwe zoekgebieden. Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat dat niet het geval is, want ook in de haven loopt het gewoon. Het is niet zo dat er nu niks gebeurt. Er is eerder gezegd, als het kan in de haven dan graag in de haven en de afgelopen tijd zijn gesprekken met de haven gevoerd. Maar het Programma Wind Amsterdam wordt zorgvuldig opgesteld en er wordt
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Definitief Raadscommissieverslag, 11-04-2024
gesproken met de stedelijke adviesraad en dergelijke. De wethouder hoopt binnenkort het PWA aan de commissie aan te kunnen bieden. Het lid BAKKER vraagt of in de bestuurlijke reactie op de adviezen met betrekking tot financiële participatie in het PWA een reflectie over de oprichting van een gemeentelijk energiebedrijf kan worden opgenomen. Wethouder GROOT WASSINK acht het niet waarschijnlijk dat de oprichting van een gemeentelijk energiebedrijf wordt opgenomen in de bestuurlijke reactie op de adviezen met betrekking tot financiële participatie in het Programma Windenergie Amsterdam (PWA), omdat dat de scope van het PWA overschrijdt. Hij erkent echter dat het onderwerp van groot belang is en in de toekomst alleen maar urgenter zal worden, gezien andere discussies en wetgeving vanuit het rijk. De wethouder stelt voor om het agendapunt van een gemeentelijk energiebedrijf te behandelen omdat er brede belangstelling voor dat onderwerp is in de gemeenteraad. Wat betreft het contact met de omwonenden, stelt de wethouder dat de gemeente zich momenteel voornamelijk verhoudt tot de provincie, aangezien zij het bevoegd gezag zijn voor de aanvraag van de molens. De initiatiefnemers hebben nu een aanvraag voor één molen gedaan en daar is formeel de gemeente het bevoegd gezag om dat te doen.
Tenslotte geeft de wethouder aan geen enkele betrokkenheid te hebben gehad bij de Meervaart en kijkt hij uit naar de motie die de heer Kreuger naar verwachting zal indienen tijdens de raadsbespreking. Het lid NOORDZIJ geeft aan dat hij zich kan voorstellen dat er nog steeds contact is met omwonenden, omdat zij vanuit verschillende kanten verschillende berichten ontvangen en zich afvragen wat er nu precies gebeurt. Wethouder GROOT WASSINK bevestigt dat er contact is en dat omwonenden worden geïnformeerd door de initiatiefnemers. Het lid NIJSSEN vraagt of de omwonenden van de Noorder IJplas zijn geïnformeerd over de verandering van de plannen voor drie windturbines naar één turbine. Wethouder GROOT WASSINK durft daar geen uitspraak over te doen. Hij vermoedt dat de initiatiefnemers dit in hun communicatie hebben meegenomen, maar hij gelooft niet dat dit vanuit de gemeente is gebeurd, omdat de vergunningsaanvraag formeel via de reguliere procesgang wordt behandeld. De wethouder belooft dat hij dit zal navragen, omdat hij het ook belangrijk vindt dat de initiatiefnemers hierover communiceren. Hij zal hierop terugkomen. Het lid NIJSSEN vraagt of de wethouder iets kan zeggen over de kabels die alvast worden gelegd. Want zolang er geen vergunning is, lijkt hem dat volstrekt onzinnig.
Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat Liander bezig is met het ontwerpen van kabels van station Oostzaan Zaanstad. De gemeente lift nu mee in die ontwerpfase omdat als je dat nu meeneemt in het ontwerp, dit kosten kan besparen en mogelijk het kappen van bomen kan voorkomen. Dit betekent niet dat de kabels nu al worden gelegd; het wordt slechts meegenomen in het ontwerp. Dit najaar moet een besluit worden genomen over de verdere stappen. Dus het is vooral een kwestie van het combineren van verschillende zaken in het ontwerp. Het lid KREUGER wil benadrukken dat wethouder Groot Wassink de wethouder van Democratisering is, waar participatie ook onder valt. Dus hij is hoofdverantwoordelijk voor wat er op het gebied van participatie gebeurt bij de Meervaart. Hij had een vraag gesteld over de participatie in het verdere proces en of bij een nieuwe vergunningsaanvraag participatie opnieuw wordt gestart en of de commissie kan worden meegenomen in hoe dat proces wordt vormgegeven.
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Duurzaamheid en Circulaire economie
DC
Definitief Raadscommissieverslag, 11-04-2024
Wethouder GROOT WASSINK denkt dat de heer Kreuger niet helemaal begrijpt hoe een coördinerend wethouderschap eruitziet. Het betekent namelijk niet dat je dan een soort opperhoofd van alles bent. Elke wethouder heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. Verder herkent hij zich totaal niet in de suggestieve opmerkingen en tendentieuze kwalificaties die hier zijn geuit en ziet niet in waarom hij daar nog verder op in zou moeten gaan. Het lid KREUGER vraagt om antwoord op zijn vraag over de participatie en het verdere proces. Als raadslid is hij hier om vragen te stellen, en hij vindt het dan onacceptabel dat een lid van het college, dat verantwoordelijk is voor de uitvoering, weigert om te antwoorden. De VOORZITTER vraagt of de wethouder de vraag met betrekking tot de verdere participatie van het lid Kreuger kan beantwoorden. Wethouder GROOT WASSINK ziet niet waarom hij dat zou doen, na alles wat hier over tafel is gegaan. Hij kijkt uit naar een motie. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is behandeld en gereed is voor een korte bespreking in de raad. Het lid BAKKER vraagt of er een inventarisatie kan worden gemaakt van wie er behoefte heeft aan een technische sessie over de oprichting van een gemeentelijk energiebedrijf, zodat de griffie verzocht kan worden om de sessie te organiseren.
De VOORZITTER constateert dat de leden Bakker (PvdD), Noordzij (PvdA), Haijen (SP), Nijssen (VVD), Garmy (Volt), Nadif (GrLi) en Norbruis (D66) behoefte hebben aan een technische sessie. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 12:05 uur.
29