CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief verslag 03 11 2021

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 november 2021, gemeente Amsterdam15.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dus het duurt nog even voordat er feitelijk met de sanering moet worden aangevangen. De heer TURKKOL legt uit dat hem tijdens het werkbezoek is gevraagd of er een prognose gegeven kan worden voor hoe de sanering moet plaatsvinden en hoe lang dat zal duren. Daarbij is aangegeven dat zolang er geen bodemonderzoek heeft plaatsgevonden, er geen uitspraak gedaan kan worden over die sanering. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoort D66 pleiten voor ‘misschien minder sport en groen’. Wil D66 de sport- en groennormen, die het college mét D66-wethouder Sport, heeft vastgesteld, loslaten. De heer TURKKOL stelt nadrukkelijk niet gezegd te hebben dat de norm omlaaggehaald moet worden. Hij heeft alleen datgene wat in het haalbaarheidsonderzoek staat naar voren gehaald. Het is geen standpunt van D66. Het is wat er in het rapport staat! Naar aanleiding daarvan heeft hij vragen gesteld. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA hoorde niet alleen vragen, maar hoorde echt ook geluiden dat D66 misschien minder groen of sport wil. Daarom wil zij weten of de D66fractie ervan op de hoogte is dat deze groen- en sportnormen gerealiseerd worden voor een groter gebied en dat er in Noord vaak sprake is van een tekort aan groen en sport, die dan in andere gebieden gecompenseerd zouden moeten worden. De heer TURKKOL geeft aan tijdelijk gemeenteraadslid te zijn.

Hij heeft niet alle stukken kunnen doornemen, maar wat hij weet is dat zijn fractie de groen- en sportnorm wil handhaven. Hij heeft alleen maar herhaald wat in het haalbaarheidsonderzoek te lezen valt. Mevrouw VAN SOEST stelt voor minder huizen te bouwen, zodat er voldoende groen en sport gerealiseerd kan worden. Door de woningbouw die daar gepleegd gaat worden, komt het groen in het gedrang. Volgens de heer TURKKOL gaat het vandaag alleen over het haalbaarheidsonderzoek op de NDSM-werf. In dat onderzoek gaat het niet over bouwen, maar over de vraag hoe die sport- en groenvoorzieningen gecreëerd kunnen worden. Daarover heeft hij

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 november 2021

RO

zijn opmerkingen geplaatst. Hij heeft niets gezegd over het afzien van het bouwen van nieuwe woningen. Er staat terecht dat de werf in Oost een openbare ruimte is met betekenis voor heel Noord, maar ook voor de rest van heel Amsterdam. Onder andere hierom wil zijn fractie het participatietraject openstellen voor iedereen die wil meedenken. De uitnodiging daartoe wordt op internet en op de sociale media geplaatst, zo staat in het rapport. D66 vindt dit een heel positieve ontwikkeling! Elk type Amsterdammer komt graag op NDSM. De Amsterdammers van achtergronden ontmoeten elkaar hier. De NDSM beperkt zich absoluut niet alleen tot het omliggende gebied. De werf is van heel Amsterdam! Daarom is D66 blij dat de participatie verder reikt dan de omwonenden. Dit kaartte de partij ook al aan tijdens de begrotingsbehandeling van eind oktober. Bij grootstedelijke ontwikkelingen, openbare ruimtes, het bouwen van huizen en andere bewegingen met stadsbrede belangen is D66 absoluut voorstander van een stadsbrede participatie. Dat deze participatie nu in praktijk wordt gebracht, vindt hij een geweldig initiatief. Hij hoopt dat dit de norm zal worden. De heer NIJSSEN hoorde de heer Turkkol eerst kritische noten kraken over hoe de makers niet gehoord zijn in dit traject. Maar aan het eind van diens betoog hoort hij een lofzang over participatie in Amsterdam.

Is D66 nou tevreden met hoe het gegaan is rondom dit stuk? Gaat D66 daarmee instemmen of niet? De heer TURKKOL wijst erop dat D66 kritische vragen gesteld heeft. Hij hoopt dat de wethouder daar ook antwoord op gaat geven. Hij vindt dat de aangenomen motie niet voldoende is uitgevoerd. Dát zijn de kritische noten geweest in zijn betoog. Hij heeft in het haalbaarheidsonderzoek gelezen dat er een uitvoerige participatie zou moeten plaatsvinden en dat vindt hij juist erg positief. Dat heeft hij willen aangeven. De heer NIJSSEN interrumpeerde zijn collega van D66, omdat hij zich zorgen maakt. Hij was namelijk heel blij met het begin van het betoog van de heer Turkkol, omdat hij D66 aan de zijde van de VVD dacht aan te treffen in het beschermen van de makerscultuur op de NDSM-werf. Hij hoopt dan ook, dat na de beantwoording door de wethouder, D66 hier ook voor zal blijven strijden en zal blijven aandringen op de motie Kat en Naoum Néhmé. De heer TURKKOL zegt eerst te willen wachten op hoe de vragen beantwoord gaan worden. Hij zal de kwestie kritisch blijven volgen, omdat hij vindt dat de ondernemers die daar al zo lang zitten, een unieke plek in Amsterdam hebben gecreëerd en dat wil hij graag beschermen. Mevrouw VAN RENSSEN hoorde de inspreker zeggen dat er geen herontwikkeling meer gaat plaatsvinden op de NDSM-werf.

Iemand anders vroeg zich af of er wel zo veel woningen gebouwd moeten worden. Wat er echter gebeurt is dat er wel herontwikkeld gaat worden, maar dan in groen en in sport. Daar is juist voor gekozen in plaats van de woningen die hier eerst stonden gepland. Zij denkt daarom dat hier die compacte stad gebouwd wordt en dat bekeken wordt hoe dat zo goed mogelijk te doen voor iedereen. Zij dankt voor het werkbezoek van afgelopen vrijdag. De wethouder gaf aan in haar brief van deze week dat er in gesprek gegaan gaat worden met de kunstenaars en ook met de tijdelijke ondernemers. Dus wellicht dat de wethouder over die gesprekken nog iets naders over kan zeggen. De GL-fractie wil ook nog weten of er een locatie of een alternatief is gevonden voor de specifieke ateliers die nu de Tree Houses zijn. Zij vraagt zich ook af wat er is gedaan met het advies van de stichting NDSM voor permanente ruimte voor kunst. De heer NIJSSEN hoort mevrouw Van Renssen opkomen voor de ateliers. Dat is mooi, maar hij is benieuwd hoe GL kijkt naar de andere ondernemers, zoals de makers, de horecaondernemers. Wil zij ook dáárvoor opkomen en er bij de wethouder op aandringen om ook daarvoor een plekje te gaan vinden?

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 november 2021

RO

Mevrouw VAN RENSSEN zegt zich inderdaad af te vragen wat er wordt gedaan met de kunstenaars en met de tijdelijke ondernemers en hoe er met hen in gesprek wordt gegaan. GL maakt zich zeker sterk voor makers en ondernemers in deze stad. Er moet aan de andere kant ook goed gekeken worden naar het vergroenen en naar de ruimte voor sport. De heer NIJSSEN vraagt zich dan specifiek in dit geval af hoe GL opkomt voor makers en ondernemers. Hoe ziet hij dat terugkomen in de opstelling van de GL-fractie? Mevrouw VAN RENSSEN weet dat er in NDSM Oost een aantal loodsen staan en in die loodsen is heel veel ruimte voor makers en kunstenaars. Zij denkt daarom dat juist daar naar een plek gezocht moet worden. Zij vindt dat er een plek moet zijn voor jonge makers, zoals die van Make Up North. Daar moet de stad zeker mee aan de slag. Zij zet haar betoog voort met te benadrukken dat het zeker ook haar wens is om zo veel mogelijk te restaureren van dit Rijksmonument. Dat is ook begrijpelijk. Haar vraag is ook zo veel mogelijk groen toe te voegen en zo veel mogelijk verharding weg te halen, maar dan zodanig dat het de leefbaarheid van de voormalige scheepswerf en van de werf, zoals die er ligt, niet aantast.

Kunnen bijvoorbeeld de hellingen toch vergroend worden? Kan daar ook nog specifiek onderzoek naar gedaan worden? De vraag is ook hoe er rekening gehouden wordt met de waterkwaliteit, maar ook met de ecologie in de ontwikkeling. Zij denkt dat daar in het vervolg nog meer aandacht aan besteed moet worden. Men wil dus het Rijksmonument zo veel mogelijk restaureren, maar daarvoor wordt nog naar geld gezocht. Wat zal de strategie zijn als er daarvoor geen voldoende middelen worden gevonden? De heer NIJSSEN wijst er richting mevrouw Van Renssen op dat een van de insprekers namens de ondernemers en makers aangaf dat er waarschijnlijk 4000 m 2 nodig is voor hen. Als hij dan kijkt naar de 25.000 m2 tot 70.000 m2 die in het stuk is opgenomen voor groen, dan klinkt die 4000 m2 niet als heel veel. Mevrouw VAN RENSSEN denkt dat er zo veel mogelijk ingezet moet worden op het vergroenen. Zij is niet zo blij met de onderkant van die range, maar wel van de bovenkant daarvan. Uiteraard moet men in gesprek om te bekijken op welke manier de nu reeds ontplooide initiatieven wellicht op een andere plek ruimte geboden kan worden. De heer NIJSSEN stelt dat dus die 4000 m 2, die de makers en de horecaondernemers vragen, niet gegarandeerd zijn.

Mevrouw VAN RENSSEN weet niet precies wat de heer Nijssen precies bedoelt met ‘niet gegarandeerd’, maar zij kan zich vinden in de haalbaarheidsstrategie, waarin wordt ingezet op zo veel mogelijk vergroening. De heer TURKKOL hoort dat de GL-fractie voor vergroening is, maar dat kan toch niet betekenen dat GL tegen duurzaam ondernemerschap is! Het gaat hier om ondernemers, die tijdens hun inspraak hebben aangegeven dat zij alles gedaan hebben om duurzame bedrijvigheid te laten zien. Mevrouw VAN RENSSEN geeft aan zelf ook een groot liefhebber te zijn van Noorderlicht en van andere initiatieven op de NDSM-werf. Zij begrijpt de ratio van de ingeslagen weg. Er worden geen woningen gebouwd, maar men gaat openbare ruimte van hoge kwaliteit toevoegen. Dat past in de visie van een compacte stad, die toegankelijk en bereikbaar is voor zo veel mogelijk mensen. De heer BOOMSMA benadrukt dat het CDA ook wil dat die groen- en sportnormen gehaald worden. Tegelijkertijd vindt hij het ook heel belangrijk dat bedrijven die dit gebied hebben willen opbouwen nog een plek kunnen vinden. Het is hem niet duidelijk in hoeverre daar nu op wordt ingezet en of daar nog ruimte voor kan komen.

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 november 2021

RO

Het speelt wel verder in Noord dat bij ontwikkelingen maakbedrijven onder druk komen te staan. Hij denkt dat het belangrijk is dat er met zijn allen voor gezorgd wordt dat er daarvoor nog ruimte wordt geboden. Hij is het eens met mevrouw Van Renssen inzake de helling. Het is dan wel een monument, maar in feite ook een hoop asfalt, waar weinig van te maken valt. Dus wat gaat men daar uiteindelijk mee doen? Hij denkt dat het de moeite waard is om er heel creatief naar te kijken bij het vergroenen. Misschien kan er een soort wijkraad georganiseerd worden om de betrokkenen zelf met ideeën te laten komen. Mevrouw VAN SOEST wil een aantal knelpunten in dit geheel doorgeven. Ook van de insprekers is de vraag gehoord wat er gaat gebeuren met de bedrijven die moeten verdwijnen uit het gebied. Krijgen die bedrijven de garantie dat zij hun bedrijven kunnen voortzetten in Noord daar waar hun klanten zitten? Zijn deze knelpunten meegenomen in dit voorstel? Er is nu al een aantal bedrijven in Noord, die nergens meer een plek in Noord kunnen vinden. Worden die ook geholpen door dit Dagelijks Bestuur? Het gaat om werkgelegenheid en als die ontbreekt komt er ook geen brood op de plank.

Dan verdwijnt de werkgelegenheid waar veel mensen uit Noord van afhankelijk zijn! De heer NIJSSEN begint met te benadrukken dat ook zijn fractie absoluut voorstander is van het groen dat voorgesteld wordt voor NDSM Oost met sportvoorzieningen. Daarover hoeft de discussie dus niet gevoerd te worden, maar hij wil vooral voorkomen dat men een valse tegenstelling gaat creëren tussen een aantal duizenden vierkante meters die er voor makers en hun prachtige makerscultuur is, inclusief de horeca, die dit terrein definiëren en daarnaast een wens om te vergroenen. Hij vindt niet dat daar een valse tegenstelling tussen zou moeten zijn. Hij is onlangs daar ook langs geweest en hij vond het supermooi om te zien wat daar allemaal gebeurt. Hij zou het heel erg vinden als dat allemaal ging verdwijnen. Hij denkt dat iedereen ook gehoord heeft dat de ondernemers daar ook alternatieve plannen hebben. Zij zeggen dat zij heel graag met het projectteam daarover in gesprek. Zij willen graag laten zien dat zij meedenken. Ook zij omarmen die vergroening. Er moet ook een plekje gezocht worden voor hen om te kunnen blijven voortbestaan. Volgens hem is dat een heel valide vraag. De haalbaarheidsstudie bevat ook een ontwikkelstrategie. In die strategie is duidelijk dat een aantal van die tijdelijke projecten gaan verdwijnen in de komende jaren. Dat vindt zijn fractie onwenselijk.

Het is immers zo dat de groenberekening een vrij grote range kent tussen het minimale en het maximale. Dat geeft zijn fractie het gevoel dat er ruimte is om ook de andere ruimtevraagstukken op te lossen om bijvoorbeeld die makerscultuur te kunnen behouden. Hij vraagt daarom aan de wethouder of zij de motie Kat ruimhartig gaat uitvoeren door echt met die betrokkenen te gaan praten. Wat zijn fractie betreft, moet deze haalbaarheidsstudie nog eventjes niet vastgesteld worden totdat dat contact met de betrokkenen gerealiseerd is. Hij zegt dat niet als politieke truc. Hij zegt dat vanuit de wens dat dat makershart daar behouden gaat worden en dat daarover echt het gesprek gevoerd gaat worden. Hij hoopt dat de wethouder dit toezegt. Als die toezegging niet komt, dan zal hij dat in de vorm van een motie of een amendement trachten af te dwingen. Wethouder VAN DOORNINCK dankt voor de gebleken warme belangstelling voor dit onderwerp. Zij is blij om te horen dat de doelstellingen van de haalbaarheidsstudie door iedereen worden gedeeld. Dat klopt ook, want toen de actualisatie van NDSM West werd vastgesteld en iedereen inzag dat daar de groennormen met geen mogelijkheid gehaald konden worden, de plannen nog wat zin aangepast.

Als die beweging echter nog wat verder doorgezet was geworden, hadden er kavels van projectontwikkelaars opgegeven moeten worden met minder woningen én een grote schadepost voor de gemeente als gevolg. Er is dus gekeken waar het kon, maar méér lukte niet. De heer LEENDERS legt uit dat zijn vraag vooral was of ooit onderzocht is of die compensatie, die door NDWM West moest plaatsvinden, ook in andere gebieden kan

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 november 2021

RO

plaatsvinden. Hij heeft nooit beweerd dat kavels van ontwikkelaars gekort zouden moeten worden. Wethouder VAN DOORNINCK neemt het gehoor even mee in de zoektocht die gedaan is toen de actualisatie van NDSM West aan de orde was en duidelijk werd dat die groennorm daar met geen mogelijkheid werd gehaald. Dat laat zien dat er in de gebiedsontwikkeling andere stappen gemaakt worden dan vijf jaar geleden. Daardoor ontstaan soms knellende situaties, waarbij het gaat om de vraag hoe men alles wat men in een compacte stad een plaats wil geven, ook inderdaad geplaatst kan krijgen. Die zoektocht kwam voor een deel uit op andere terreinen. Veldsporten zijn echt een onmogelijkheid op NDSM West en Oost. Dus wel kleinschaligere sportvoorzieningen. Compensatie zal elders in Noord gevonden moeten worden en daar wordt nu ook naar gezocht. Die haalbaarheidsstudie is ingegaan om echt een beeld te krijgen van wat er mogelijk is als er, conform de wens van de gemeenteraad, voor gezorgd wordt dat dit hele gebied meer groen en sport krijgt. Duidelijk moet zijn dat het hierbij niet gaat om een ontwikkelstrategie. Het is hooguit een ontwikkelvisie om te kijken wat de spelregels zijn als er met elkaar aan de slag gegaan wordt. Dat is nadrukkelijk de wens vanuit de gemeente.

Daarmee zijn er kaders geschapen, waarbinnen met alle ondernemers en iedereen die belangstelling heeft, het gesprek wordt aangegaan over de vraag hoe die vergroening plaats gaat vinden. En dat is dus ook de vraag naar wat men met dat groen wil. Die spelregels zijn vooral gericht op de vaag hoe ervoor gezorgd kan worden dat die monumentale gebouwen en de waarde ervan niet worden aangetast. Het gaat er ook om de ruimte voor creatieve programma’s en evenementen te bewaren. De openbaarheid en toegankelijkheid van de werf moeten worden gewaarborgd. Van deze spelregels is gezegd, dat als die zaken maximaal onderzocht moeten worden, de terreinen die nu tijdelijk zijn uitgegeven, onderdeel van die opgave moeten zijn. Dat betekent het opgeven van die contracten, maar dat betekent niet dat de ondernemers die daar nu zitten geen onderdeel van de discussie zijn. Soms gaat het niet om het aantal meters dat in beslag wordt genomen, maar wel om de specifieke locatie, die juist geschikt is voor vergroening. Sommige plekken zullen veel slechter te vergroenen zijn wegens de vervuiling. Juist plekken die nu tijdelijk vergeven zijn, zijn beter geschikt voor vergroening. Het gaat dus specifiek om de vergroening en niet om het meepraten. Daarom kan zij geen garantie geven, maar zij kan wel zeggen dat het gesprek samen aangegaan gaat worden.

Aan iedereen die de NDSM gemaakt heeft tot wat het is, is de gemeente schatplichtig. Zij hoopt dat zij dat ook in de brief van onlangs duidelijk heeft gemaakt. Er ligt dus ook een vergroeningsopgave. Veel van de maakindustrie zit in de gebouwen die op erfpacht zijn uitgegeven. Die worden dan ook niet aangetast. Dus alles wat in erfpacht is uitgegeven blijft daar. Zij wil ook nog verder onderzoeken hoe dat beter betaalbaar wordt gehouden. De heer NIJSSEN volgt het betoog van de wethouder. Als men naar de haalbaarheidsstudie kijkt dan ziet men een aantal kaartjes. Op bladzijde 41 maakt een kaartje duidelijk wat de nieuwe bestemming van bepaalde gebieden zal zijn. Daardoor kan hij zich voorstellen dat een ondernemer of maker het idee krijgt dat hij daar weg zal moeten. Kan de wethouder daar nader op ingaan? Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat er heel duidelijk nog geen sprake is van een plan. Er is wel aangegeven welke gebieden het meest logisch in aanmerking lijken te komen voor vergroening. Zij heeft het voornemen over de voornemens met de ondernemers in gesprek te gaan. Zij zijn heel duidelijk gesprekspartner in de ontwikkeling van het terrein. Zij kan alleen niet garanderen dat zij blijven op de locatie waar zij nu zitten. De heer NIJSSEN wijst erop dat hij daarom zei niet te willen dat er een soort tegenstelling ontstaat tussen groen en makers.

Wat hij moeilijk vindt is dat een aantal mensen, die hij daar spreekt, zeggen dat zij ideeën ontwikkeld hebben en dat beide plannen kunnen. Een kwestie dus van én-én. Hij hoort de wethouder daarvan zeggen dat dat nog uitgezocht moet worden en dat het denkbaar is dat sommige van die partijen naar een

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 november 2021

RO

ander plekje zullen moeten gaan zoeken. Hij is dus nieuwsgierig van de wethouder te horen hoe in haar optiek die twee verhalen zich tot elkaar verhouden. Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat het haar uitnodiging is samen in gesprek te gaan en dat het haar intentie is daarbij verder te gaan dan zij ooit gegaan heeft. Zij ziet het niet als participatie, maar als een gezamenlijk opdrachtgeversschap richting de tekenaars om aan te geven wat kan. Als zij daarbij echter van tevoren al zegt dat alle tijdelijke ondernemers de garantie hebben dat zij kunnen blijven zitten op de plek waar ze nu zitten, dan gaat zij het niet halen. Daar zit haar spagaat. Zij wil niet dingen tegenover elkaar zetten, maar zij weet dat er op een gegeven moment wel keuzes gemaakt moeten worden. De eerste keuze voor dit terrein is vergroening. Vervolgens wordt gekeken wat daar allemaal bijpast. Het gaat dus om het totale plaatje. De tijdelijke contracten worden uitgediend. Daar zit geen verlenging aan vast, omdat eerst gezamenlijk die zoektocht gedaan moet worden naar wat mogelijk is. Als het dan gaat om nieuwe maakindustrie, dus nieuwe bebouwing op NDSM, is dat niet iets waar zij nu naar op zoek is. Zij zoekt juist naar minder bebouwing. Het beeld van de sanering heeft zij nog niet.

Zij wil juist met alle gebruikers gaan bekijken wat het betekent voor het gebied als het gaat om plekken waar niet vergroend kan worden. Als zij nu al zou aangeven dat iemand op een bepaalde plek daarvoor altijd kan blijven, dan is er geen enkele marge meer. Daarom is het voor de vergroening en sportopgave die er liggen voor het gebied, wel goed om te zeggen dat er wel van de maximale ruimte uitgegaan moet kunnen worden. Dat betekent dat er geen garantie is op de plekken die nu worden gehuurd. Dat is uiteindelijk de keuze die dit college maakt om aan die groen- en sportopgave te voldoen. Dat betekent niet dat mensen geen onderdeel van het gesprek zijn. Dat is ook haar reactie op de indieners van de motie, die het idee hebben dat die niet is uitgevoerd. Die uitvoering volgt in de ontwikkelfase, maar daar zitten we nog niet! Nu pas gaat de fase van gebiedsontwikkeling in! Er gaat vergroend worden met veel aandacht voor sport en respect voor degenen die nu reeds actief zijn op het terrein en heel veel respect ook voor het industriële karakter van het gebied. De heer NIJSSEN hoort dat de huurders op dit moment geen garantie krijgen voor het behoud van hun huidige plaats. Hij hoort dan wel graag van de wethouder wat haar intentie of uitgangspunt is om datgene wat er nu is, te behouden.

Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt dat het uitgangspunt heel duidelijk is om de openbaarheid en toegankelijkheid van het gebied, het industriële karakter in combinatie met de creatieve industrie, inclusief de culturele invulling en de evenementen, dat dat allemaal behouden blijft. Daarmee gaat zij aan de slag met alle betrokkenen zonder garanties te geven, want dan is alle speelruimte te beperkt. Zowel mevrouw Van Renssen als de heer Leenders vroegen hoe zij om zal gaan met het industriële erfgoed. In principe slaat te vergroening niet op het monument zelf. Maar er kan wel bekeken worden hoe het gebied daar direct omheen groen gemaakt kan worden. Zij zou dolgraag een keer naar Duisburg gaan waar een oud industriegebied tot een park omgeturnd is. Daar kan heel veel inspiratie opgedaan worden. Een van haar plannen is om met de gebruikers van het gebied die reis een keer te gaan maken en misschien kan de commissie daarbij aansluiten. Zij kan nu niet zeggen die helling wel te gaan vergroenen, want dat mag in principe niet, omdat het een Rijksmonument is, maar ook omdat het onderdeel is van die zoektocht, die gezamenlijk wordt aangegaan. Mevrouw VAN RENSSEN gaat graag een keer naar Duisburg met de wethouder. Haar vraag was hoe binnen de bandbreedte van een Rijksmonument zo veel mogelijk vergroening kan worden toegevoegd.

Kan daar op een creatieve manier naar gekeken worden? Daarbij doelt zij vooral op de hellingen. Wethouder VAN DOORNINCK denkt dat dat een onderdeel is van de zoektocht

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 november 2021

RO

die gezamenlijk gedaan gaat worden. Het zijn echter mooie tips voor hoe hiermee om te gaan. Er zijn dus ook plekken in de wereld waar inspiratie opgedaan kan worden. De heer BOOMSMA is blij als de griffie een werkbezoek aan Duisburg gaat organiseren. Hij heeft ook nog de suggestie van een prijsvraag. Het lijkt hem dat er iets met al dat asfalt gedaan moet worden in termen van vergroening. Daar moet creatief mee omgegaan worden. Dat lijkt wethouder VAN DOORNINCK ook een goed idee. Zij krijgt graag de gelegenheid dat idee naar voren te brengen op het moment dat zij het gesprek aangaat met alle gebruikers, ondernemers, kunstenaars en creatievellingen van het gebied. Het is juist de bedoeling dat men gezamenlijk met een plan gaat komen. Zij wil dat gesprek in alle openheid aangaan juist met de mensen die dit terrein hebben gemaakt. NDSM is natuurlijk uniek wegens de cultuurhistorische waarde en juist ook door die mensen die dat gebied gemaakt hebben. Er moet niet gezegd worden dat die allemaal weggaan. Er zitten veel maakbedrijven die nu gewoon in de panden zitten en daar huren. Die hoeven niet weg. De mensen die in de helling en de loods zitten hoeven ook niet weg. Het gaat om de mensen met tijdelijke contracten. De heer Turkkol vroeg waarom er niet samengewerkt wordt. Er zijn echter wel veel gesprekken geweest.

De onduidelijkheid van de kosten van de sanering is juist iets dat zij samen met iedereen die betrokken is wil gaan opheffen. Wat betekent het voor de vergroening als er meer bekend wordt wat de sanering gaat kosten en waar deze plaats moet vinden?! Misschien kan het in fases gedaan worden. Het is niet zo dat er van vandaag op morgen mensen weggestuurd worden om de schop in de grond te kunnen zetten. Het is de bedoeling om samen een plan te maken en te bekijken hoe dat het best kan worden uitgevoerd. Mevrouw Van Renssen vroeg specifiek naar een alternatief voor Tree House. Tree House zit er tot 2028. Er is nu geen alternatief, want dat hoort tot de garanties die zij niet kan afgeven voor degenen die tijdelijk gebruik hebben. Permanente plekken voor kunst zitten overal verspreid. Het is absoluut de wens om kunst en cultuur in de voortdurende tijdelijkheid terug te laten keren. Dat kunnen dus ook andere jonge kunstenaars zijn en niet per definitie degenen die er nu zitten. Verjonging en vernieuwing moeten steeds een kans blijven krijgen. Wat het scheppen van extra ruimte voor makers betreft, wijst zij erop dat dat niet mogelijk is, maar in de bedrijfshallen die er nu nog zijn, zit ruimte voor makers. Een van de toezeggingen die zij wel wil doen is dat zij wil bekijken hoe die bedrijfsruimten betaalbaar kunnen blijven.

Dat is een probleem en zij kan geen garantie op de uitkomst geven, want zij is daarbij afhankelijk van degene die onderverhuurt. Het is belangrijk dat de makers voor de stad behouden kunnen blijven! Ook wethouder Everhardt maakt zich daar hard voor. Richting mevrouw Van Soest benadrukt zij altijd op zoek te zijn naar bedrijven. Zij kijkt wel mee waar het bedrijven met een tijdelijk contract betreft, maar daar geldt niet de inspanningsverplichting, die andere bedrijven wel hebben. Mevrouw VAN SOEST stelt dat daar haar vraag niet over ging. Het gaat haar erom dat er bedrijven zijn in Amsterdam Noord, die weg moeten voor de woningbouw, terwijl hen al in 2016 beloofd was dat ze een plek zouden krijgen op het NDSM-terrein. Daar is echter geen plek meer vrij. Die mensen staan met de rug tegen de muur. Het gaat om bedrijven met mensen die afhankelijk zijn van de bevolking in Amsterdam Noord, omdat hun cliënten daar zitten. Haar vraag is hoe dat probleem opgelost gaat worden. Wethouder VAN DOORNINCK kent deze cases niet waarbij bedrijven van elders verwezen zijn naar NDSM. Misschien dat het goed is om buiten de vergadering hierover te spreken, zodat zij weet waar het over gaat. Dan kan zij ook zeggen of daar gesprekken mee lopen. Zij gaat verder met duidelijk te maken waarom het belangrijk is dat de haalbaarheidsstudie wordt vastgesteld, want dan is bekend wat de spelregels zijn.

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 november 2021

RO

De heer NIJSSEN had inderdaad de vraag wat er gebeurt als de raad de haalbaarheidsstudie niet vaststelt. Wethouder VAN DOORNINCK zet uiteen dat dan heel moeilijk een ontwikkelplan gemaakt kan worden, omdat dan niet bekend is wat de referentienormen zijn. Dat alles is wel nodig om het gesprek met iedereen te kunnen voeren. Zo lang niet bekend is wat we met elkaar moeten gaan doen, zal dat voor heel veel onduidelijkheid leiden. Men gaat er dan vanuit dat er ergens wel degelijk een plan van de gemeente ligt, terwijl dat niet het geval is. Er is wel de ambitie van de gemeente om te vergroenen en sport toe te voegen. Er zijn kaders die stellen hoe dat gedaan kan worden. Maar het plan wordt gezamenlijk gemaakt. En zij kan niet wachten om daarmee te beginnen! Mevrouw VAN SOEST gaat in op de toezegging van de wethouder. Zij hoort graag wanneer dat gesprek plaats gaat vinden. Wethouder VAN DOORNINCK denkt dat het beste is dat mevrouw Van Soest een-op-een aangeeft om welke bedrijven het gaat. Dan kan zij gaan uitzoeken hoe het precies zit. Indien nodig kan de kwestie daarna geagendeerd worden. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp hiermee voldoende besproken is en dat het in de raad besproken kan worden waar het een lange bespreking gaat krijgen.

11 Vaststellen van de Investeringsnota Werkstad Over-Amstel (voorheen Amstel Business Park Zuid) en het beschikbaar stellen van een krediet (ZD2021-0109605) De heer ERNSTING vindt het een mooi plan. Het gaat wel om een ingewikkelde plek. Het betreft een zeer ruim opgezet bedrijventerrein. Ook bedrijventerreinen moeten verdicht worden. Dat gaat nu gebeuren. Het is echter niet het grondgebied van Amsterdam, maar de stad heeft daar wel grond in bezit. Daar kan op gestuurd worden. Er wordt daarbij ook gedacht aan vergroening van de openbare ruimte. Er komt ook meer levendigheid. Hij dankt daarvoor. Wethouder VAN DOORNINCK hoorde geen vraag. Het geeft haar echter de mogelijkheid om aan te geven dat dit een tweede voorbeeld is, waarbij in goede samenwerking met de gemeente Ouder-Amstel dat gebied in gezamenlijkheid wordt opgeknapt. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp in de raad gehamerd kan worden.

12 Instemmen met de investeringsbeslissing Banne Noord voor de eerste twee fases tot 2024 en het beschikbaar stellen van een krediet or de herinrichting van vijf groene hoven en het zuidelijk deel van het park langs het Parlevinkerpad (ZD2021-0109170) De heer LEENDERS stelt voor dit punt door te schuiven naar de volgende commissievergadering, omdat het investeringsbesluit dan tegelijkertijd voorligt met het projectbesluit. Volgens wethouder VAN DOORNINCK kan het doorgeschoven worden, maar het betekent wel dat dan het projectbesluit voorligt als ter kennisname stuk. Zij stelt voor dan de volgende keer wel over beide zaken te besluiten om er de vaart in te houden. Het punt wordt dus doorgeschoven naar 24 november. De heer LEENDERS gaat akkoord met een dergelijk besluitvormingsproces. De VOORZITTER constateert dat er een meerderheid is voor het verschuiven

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 november 2021

RO

naar 24 november en de gelijktijdige besluitvorming op dat moment.

13 Vaststellen grondexploitatie Entree Blomwijckerbuurt fase 1 (ZD2021-013684) De heer BOOMSMA vindt het mooi dat het hierbij gaat om woningen in het middensegment. De bewoners hadden een aantal zorgen meegegeven. Hoe worden die bewoners hier nu verder bij betrokken? Hij ziet dat er bomen omgehakt worden die niet terugkomen. Daarom vraagt hij zich af of er niet gewoon een groen dak op had kunnen worden gezet. Wethouder VAN DOORNINCK geeft aan dat aan dit plan reeds gewerkt wordt en dat er een blijvend participatietraject is ingezet. Als er zorgen van bewoners zijn die bij haar niet bekend zijn, dan vraagt zij de heer Boomsma haar daarvan in kennis te stellen, dan kan daarop nog gereageerd worden. Er is voor gekozen om zonnepanelen op het dak te doen om de energie-eisen te halen. De combinatie met groen is dan soms mogelijk, maar dat is hier niet het geval. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp een korte bespreking zal krijgen in de raad.

14 ‘Erfpacht in Amsterdam: een Gordiaanse knoop’ (ZD2021-0108503) Dit agendapunt is uitgesteld naar de commissievergadering van 24 november.

15 Instemmen met de Raadsvoordracht voor het intrekken van het Erfpachtakkoord 91998) en het Aanvullend Convenant Erfpacht (2001), en kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het collegebesluit inzake het Aanvullend Convenant Erfpacht 2021 (ACE 2021). (Z?..) De heer BOOMSMA is van mening dat hier, relatief gezien, een heel goede deal wordt geleverd. Daar is hij voor, want dat komt die transformaties ten goede. De vraag is wel hoe het zich tot de rest van het grondwaardebeleid verhoudt. Moeten diezelfde voorwaarden ook niet gelden voor andere, bijvoorbeeld particuliere transformaties? Is het überhaupt wel juridisch verdedigbaar corporaties op deze manier voordelen te bieden als het gaat om (?) activiteit. Wethouder VAN DOORNINCK is van mening dat het niet alleen voor (?)activiteiten geldt. Het gaat immers om de gehele voorziening, Er wordt meer aan woningbouwcorporaties gevraagd dan aan particuliere verhuurders. Daar zitten voordelen aan vast in het grondwaardebeleid. Dat is de afspraak die gemaakt is. Vandaar dat er andere regels en afspraken gelden. De VOORZITTER stelt vast dat dit onderwerp gehamerd zal worden in de raad.

Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 16 Evaluatie nota’s parkeernormen (ZD2021-0106253) De heer ERNSTING dankt voor deze evaluaties. Hij wil zich voor nu concentreren op die voor de auto. Daarin wordt iets geconstateerd waarvan hij denkt dat dat wel klopt.

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 november 2021

RO

Het is zo dat tegenwoordig ook het rijdende verkeer steeds meer vast komt te staan als doorgegaan wordt met auto’s toe te voegen door verdichting. Daardoor moet er gekeken worden naar een aanpassing van de parkeernormen. Hij las dat daar ook mee begonnen gaat worden, maar dat daarbij ook gekeken wordt naar de volgende coalitie. Dat lijkt hem een goede zaak. Hij wil de wethouder vragen de partijen die na de verkiezingen de coalitieonderhandelingen moeten voeren, de informatie meegegeven krijgen, die nodig is om daar afgewogen keuzes in te kunnen maken, gerelateerd aan de in de Omgevingsvisie gemaakte afspraken. De heer LEENDERS leest dat geconstateerd wordt dat het stallen van fietsen bij maatschappelijke instellingen regelmatig een probleem is. Hij is benieuwd naar een reflectie van de wethouder op dit probleem. Mevrouw DE BRUINE wil een aanbeveling meegeven bij deze notitie. Allereerst het effect van de verdrijving in geval van wijken, waarin helemaal niet meer met de auto kan worden geparkeerd, waardoor het parkeren op andere wijken wordt afgewenteld. Mensen die voor hun wijk op de wachtlijst staan, parkeren hun auto massaal in andere wijken. Zij vindt dat er meer aandacht voor dat probleem moet komen. Dat geldt ook voor bestelbussen, die vaak door hun hoogte niet in een garage geparkeerd kunnen worden.

Tot slot wil zij aandacht voor de vergrijzing in de komende 20 tot 30 jaar, waarin het aantal 50-plussers met een kwart gaat groeien. Dat betekent een heel andere dynamiek in mobiliteit. De auto-afhankelijkheid wordt daar wellicht ook groter door. Hoe gaat dat in de stad opgelost worden? De heer ERNSTING vindt de vraag over dat waterbedeffect wel relevant. Het antwoord daarop is volgens hem verkeersregulering in de gehele bebouwde kom. Daarmee kan dat soort ongewenste effecten worden weggenomen. Mevrouw DE BRUINE vindt het inderdaad belangrijk dat er één groot beleid voor de hele stad wordt neergelegd. Dus niet een beleid dat per wijk verschilt. Het moet ook een beleid zijn dat mensen stimuleert om de fiets te nemen of het openbaar vervoer. De heer NIJSSEN heeft gezien dat dit punt vooral voor na de verkiezingen is. Hij wil twee punten meegeven aan de wethouder. Misschien kan zij al iets zeggen over de oplossingsrichting. Allereerst het parkeren bij maatschappelijke voorzieningen, hetgeen een knelpunt is. Wordt dat probleem meegenomen? Het tweede punt betreft het laden en lossen. Hij hoort de wethouder ook daar graag nader over. Wethouder VAN DOORNINCK wijst erop dat dit punt niet helemaal haar portefeuille raakt. Zij wil collega De Vries niet voor de voeten lopen.

Richting de heer Ernsting wijst zij erop dat in de Mobiliteitsvisie aandacht wordt gevraagd voor zowel de rijdende als de stilstaande auto. Daar vindt hij een verdere uitwerking van zijn vraag. Zij zal de kwestie inderdaad doorgeven aan wethouder De Vries voor na de verkiezingen. Richting de heer Leenders wijst zij erop dat het stallen van fietsen in het geval van nieuwbouw op het eigen terrein van maatschappelijke instellingen moet gaan gebeuren. Dat betekent wel iets voor de gemeente, zoals bijvoorbeeld bij onderwijshuisvesting. Daar moet geld en ruimte voor vrijgemaakt worden. Dit betreft een gezamenlijke verantwoordelijkheid van haarzelf en de wethouder Onderwijs.

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Definitief Raadscommissieverslag, woensdag 3 november 2021

RO

Mevrouw De Bruine verwijst zij met haar vraag naar haar collega-wethouder. Als zij naar haar eigen portefeuille kijkt, dan denkt zij dat deelauto’s voor de mensen waar mevrouw De Bruine op doelt, een oplossing zou kunnen zijn. Zij is blij dat in de gebiedsontwikkeling daarmee rekening gehouden gaat worden. Het waterbedeffect is een kwestie van zowel parkeertarieven als het parkeerbeleid. Op dat gebied zijn in de afgelopen periode stappen gezet, maar ook die discussie verwijst zij graag door naar collega De Vries. Richting de heer Nijssen wijst zij op het bestaan van leraarparkeerplekken en parkeerplaatsen bij maatschappelijke voorzieningen. De VOORZITTER sluit deze vergadering om 17.00 uur.

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10836153/1