Bijlage2 - WIN-aanpakGroot-Amsterdam.pdf
Tekst van het document
1
AANPAK WIN – WORK IN NL Arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam
Ontwikkeld onder Regionaal Werkcentrum in samenwerking met werkgroep Arbeidsmigratie gemeente Amsterdam Datum: 27 juni 2025
2
WIN-aanpak voor de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam 1. Aanleiding • De afgelopen jaren is de arbeidsmigratie in Nederland sterk gegroeid. Tussen 2006 en 2021 is het aantal arbeidsmigranten in Nederland verviervoudigd. Een trendmatige ontwikkeling zorgt volgens berekeningen voor een toename van 735 duizend arbeidsmigranten in 2019 tot bijna 1,2 miljoen in 20301. • Het merendeel van de arbeidsmigranten heeft werk, is relatief zelfredzaam en levert een belangrijke bijdrage aan de economie. Maar met de groei van de arbeidsmigratie nemen ook (maatschappelijke) uitdagingen toe, zoals malafide praktijken, arbeidsmatige misstanden, mensenhandel en dakloosheid. We zien in Amsterdam dat op het gebied van zorg en welzijn, huisvesting en werk en inkomen de problematiek groeit en dat sociale voorzieningen in toenemende mate onder druk komen. • We willen deze trend een halt toeroepen en voorkomen dat arbeidsmigranten in een kwetsbare positie belanden. Hiervoor wordt een brede integrale aanpak ontwikkeld die moet leiden tot een effectievere ondersteuning voor arbeidsmigranten in Amsterdam. • Onderdeel van deze brede aanpak is het landelijke initiatief Work in NL (WIN), dat in 2026 moet uitmonden in een landelijk dekkend netwerk aan informatie en dienstverlening voor arbeidsmigranten in de 35 arbeidsmarktregio’s.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (het ministerie van SZW) coördineert en ondersteunt de implementatie met financiële middelen, inhoudelijke expertise en best practices.
2. WIN-aanpak voor arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam • Er is al veel informatie beschikbaar als het gaat om het wonen, werken of leven in Nederland. Toch weten relatief veel arbeidsmigranten nog niet goed hun weg te vinden wanneer zij hier vragen over hebben. Dit komt bijvoorbeeld doordat zij tijdelijk (denken te) komen, weinig netwerk hebben in Nederland, laag geletterd zijn, wetten en regels uit het eigen land als referentiekader nemen, een wantrouwen hebben tegen overheidsinstanties en een afhankelijkheidsrelatie hebben van hun werkgever. • Eind 2024 heeft de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam de opdracht gegeven om een regionaal breed gedragen WIN-aanpak te ontwikkelen, die moet leiden tot een betere informatie en dienstverlening aan arbeidsmigranten. Daarbij is het nadrukkelijk de bedoeling dat de WINaanpak zoveel mogelijk gebruik maakt van bestaande loketten en voorzieningen voor andere doelgroepen nieuwkomers. En dat er gebruik wordt gemaakt van de leerervaringen van gemeenten die al eerder zijn gestart met een WIN-aanpak2. • Sinds de start van het project, maart jl., is er met name geïnvesteerd in het vormen van een concreter beeld op wat we voor arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam onder een WIN-aanpak kunnen verstaan.
Hiervoor zijn er gesprekken gevoerd met de projectleiders van SZW, landelijke en regionale stakeholders, leden van de werkgroep EU-arbeidsmigranten van de gemeente Amsterdam en ervaringsdeskundigen uit andere arbeidsmarktregio’s. • In dit document zijn de eerste bevindingen uit deze gesprekken samengevat en is de inhoud uit de scan arbeidsmigratie in Amsterdam betrokken3. Ook zijn de bestuurlijke wensen van de gemeenteraad verwerkt en in het bijzonder het initiatiefvoorstel van raadslid Bentoumya om de positie van arbeidsmigranten in Amsterdam te versterken.
3
3. Opbouw document • Op basis van de scan arbeidsmigratie in Amsterdam worden een algemeen omschrijving van de arbeidsmigrant in Amsterdam gegeven (hoofdstuk 4) en de (maatschappelijke) uitdagingen geduid (hoofdstuk 5). • Vervolgens worden op basis van de gevoerde gesprekken van ervaringsdeskundigen in hoofdstuk 6 de kernelementen van een WIN-aanpak beschreven: doelstelling, uitgangspunten WIN-aanpak, methodiek van werken: digitaal/vast/mobiel. • Afgesloten wordt met hoofdstuk 7 over hoe de WIN-aanpak in de arbeidsmarktregio GrootAmsterdam zal worden vormgegeven en geïmplementeerd.
4. Een algemene omschrijving van de arbeidsmigrant in Amsterdam • Op basis van BRP/GBA-inschrijvingen4 van mensen in loondienst wonen er ongeveer 40.000 arbeidsmigranten in Amsterdam en circa het dubbele aantal in de hele Metropoolregio Amsterdam (MRA)5. Daar bovenop wonen er circa 23.000 kinderen van arbeidsmigranten in de MRA. • Relatief wonen de meeste arbeidsmigranten in Amsterdamse stadsdelen Nieuw-West en Zuidoost. De buurten waar de meeste arbeidsmigranten wonen zijn De Punt, Venserpolder West en Osdorp Zuid. • De doelgroep arbeidsmigranten groeit jaarlijks met 5 tot 6%. Het merendeel, 84%, komt uit een EU-land. De belangrijkste EU-herkomstlanden zijn Polen 18%, Spanje 8%, Roemenië 7%, Italië 7% en Bulgarije 5%. • Omdat veel arbeidsmigranten niet in de BRP/GBA ingeschreven staan, als ZZP-er werken of werkloos zijn, is een grove schatting dat het werkelijke aantal arbeidsmigranten dat in Amsterdam en de Metropoolregio woont, minstens twee keer zo groot is. • Er werken ongeveer 130.000 arbeidsmigranten in loondienst in de MRA. Daarvan werkt bijna de helft, 60.000 mensen, in Amsterdam. Zij werken in de horeca, logistiek, detailhandel, maaltijdbezorging en voor uitzendbureaus. Daarnaast zijn Diemen, Haarlemmermeer, Haarlem, Zaanstad en Almere in de MRA de belangrijkste werkgemeenten.
• Er is in Amsterdam op basis van BRP/GBA-inschrijvingen en hoogte van het inkomen ook onderzoek gedaan naar een groep arbeidsmigranten die ‘potentieel kwetsbaar’ is. Een schatting van de omvang van deze totale groep laagbetaalde, potentieel kwetsbare arbeidsmigranten in de MRA is 24.000 personen. Daarvan wonen er 17.000 in Amsterdam, en van hen zijn 10.000 personen afkomstig uit een EU-land. • De personen die het vaakst voorkomen onder de potentieel kwetsbare arbeidsmigranten in Amsterdam hebben de Bulgaarse (18%), Italiaanse (17%), Spaanse (14%), en Roemeense (9%) nationaliteit. Voor de overige gemeenten in de MRA zijn dat personen met de Poolse (38%) en Bulgaarse (30%) nationaliteit, en daarna de Roemeense (9%). • Qua leeftijdsverdeling zien we dat twee derde van de potentieel kwetsbare arbeidsmigranten die als ingezetenen geregistreerd staat, jonger is dan 36 jaar. Het grootste deel van de mensen in deze doelgroep vormt een eenpersoonshuishouden. In Amsterdam is het aandeel in een eenpersoons- huishouden 56 procent; iets groter dan in de rest van de MRA (51 procent). • Van alle potentieel kwetsbare arbeidsmigranten in Amsterdam is ruim driekwart korter dan zes jaar in Nederland. Uit landelijk onderzoek blijkt dat de vertrekkans van arbeidsmigranten groter is naarmate hun loon lager is.
Onderzoek onder de doelgroep van de Regenboog laat zien dat jaarlijks ruim de helft van de dakloze EU-burgers die zich daar meldt, nieuw is.
4 5. Wat zijn de grootste uitdagingen in Amsterdam en aanpalende MRA-gemeenten? • Werk en inkomen: Een deel van de arbeidsmigranten heeft een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Dit komt onder meer doordat zij op basis van flexibele contracten werken of als (schijn)ZZP-ers en door de koppeling van werk en wonen, waardoor mensen bij ontslag op straat kunnen belanden. Daarnaast is er sprake van toenemende schijnzelfstandigheid waarmee werkgevers verantwoordelijkheden en premieafdrachten omzeilen. Misstanden komen relatief vaak voor in de horeca-branche, schoonmaak, bouw en logistiek, en huishoudelijk werk, zegt de organisatie FairWork die ondersteuning biedt aan slachtoffers van arbeidsuitbuiting. • Huisvesting: Het aantal overlastmeldingen rond huisvesting van arbeidsmigranten groeit in Amsterdam en er zijn signalen van slechte woonomstandigheden,en onrechtmatige huurcontracten. Daarnaast zijn er situaties van huisvesting in panden die niet voor bewoning geschikt zijn, of waar geen woonbestemming op zit, of waar de juiste vergunning ontbreekt. • Zorg en welzijn: Inmiddels is 80% van de mensen die op straat slapen EU-migrant. Het gaat om 1800 – 2400 personen en het aantal blijft toenemen. Kwetsbaarheid neemt bij hen snel toe en overlast veroorzaakt door een deel van deze groep zet de leefbaarheid in de stad onder druk.
Het aantal arrestanten onder de doelgroep neemt jaarlijks gestaag toe. • Wat ook blijkt uit de uitgevoerde scan arbeidsmigratie in Amsterdam is dat er onvoldoende zicht is op en kennis over de doelgroep. Dit komt onder meer doordat naar schatting minimaal de helft van de arbeidsmigranten niet in de BRP/GBA ingeschreven staat. In de scan wordt ook geconcludeerd dat er voor arbeidsmigranten ook geen gecoördineerde aanpak bestaat tussen dienstverleners6. Dit in tegenstelling tot de manier waarop er met nieuwkomers als statushouders, kennismigranten en Oekraïners wordt opgegaan. • In de gemeenten Aalsmeer/Uithoorn en Zaanstad is men al eerder met een brede aanpak begonnen: o In Zaanstad ontstond urgentie vanwege overlastgevende Bulgaren, die waren aangesloten op criminele netwerken in de glazenwassersbranche. Men signaleert hier aanvullend op de uitdagingen van Amsterdam ook hypotheekfraude en problematiek met de kinderen van arbeidsmigranten, zoals schoolverzuim en schooluitval. o In de glastuinbouw van Aalsmeer en Uithoorn ontstond jaren geleden al overlast door onder andere overbewoning, geluid, drankmisbruik en wonen op bedrijventerreinen. Bij de bloemenveiling in Aalsmeer is het al jaren een probleem van daklozen uit Oost- en MiddenEuropa en een deel van de problematiek verplaatst zich naar het Centraal Station in Amsterdam of de AMOC-locaties in Amsterdam West.
6. Wat zijn de kernelementen van een WIN-aanpak? 6.1 Inleiding • In maart is gesproken met de projectleiders die in WIN-aanpak hebben opgezet in de gemeenten Eindhoven, Tilburg, Rotterdam, Den Haag, Zaanstad, Aalsmeer en Breda. Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met deskundigen vanuit Politie, Juridisch Loket, FNV, ABU, het project Ongekend Talent van de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam, InAmsterdam, Open Embassy, FairWork en het ministerie van SZW. • Uit deze gesprekken komt een redelijk eensgezind beeld naar voren over wat de kernelementen van een WIN-aanpak zijn en dus ook voor arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam. Deze kernelementen worden in de paragrafen 6.2 t/m 6.5 samengevat. 6.2 Doelstelling WIN-aanpak (geïnspireerd op de doelstelling van Den Haag) • De arbeidsmigrant is op de hoogte van de rechten en plichten en de gebruiken van de Nederlandse samenleving. Deze informatie en dienstverlening is makkelijk digitaal vindbaar en laagdrempelig benaderbaar op mobiele en vaste informatiepunten en wordt zoveel mogelijk in
5 de eigen taal aangeboden. De WIN-medewerkers leggen hiervoor actief contact met de arbeidsmigrant in zijn/haar leef- en werkomgeving. 6.3 Uitgangspunten WIN-aanpak • De dienstverlening is gratis, betrouwbaar en onafhankelijk (geen overheidsuitstraling). • Elke migrant die zich meldt, is welkom. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen EU- en niet EU-arbeidsmigrant of kennismigrant. Men hoeft zich niet te identificeren. • Dienstverlening en informatie is makkelijk digitaal vindbaar en laagdrempelig benaderbaar op mobiele en vaste informatiepunten en wordt in meerdere talen aangeboden. • Door middel van een mobiele aanpak wordt er actief contact gelegd op de plekken waar arbeidsmigranten wonen, werken en zich ophouden. • Daarbij wordt gebruik wordt gemaakt van sleutelfiguren, actieve netwerken in de wijken en bestaande ‘outreachende’ initiatieven zoals het project Ongekend Talent van de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam . • Het WIN team is nooit verantwoordelijk voor ‘de oplossing’, bouwt geen caseload op. • Het WIN team zorgt voor een ‘warme overdracht’ aan specialistische diensten die zorgvuldig zijn gekozen. • Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik van de bestaande oplossingen/netwerk. Er is al veel. • Er wordt gestreefd naar een no-wrong-door aanpak bij de meest essentiële loketten waar arbeidsmigranten voor hulp en ondersteuning komen.
• Het betreft een lerende aanpak, die op basis van de kennis en informatie die wordt vergaard over de arbeidsmigrant, wordt doorontwikkeld. 6.4 Doelgroep • Op hoofdlijnen kan er onderscheid gemaakt worden tussen drie doelgroepen arbeidsmigranten: 1. (Zeer) kwetsbare arbeidsmigranten die niet of nauwelijks zelfredzaam zijn. 2. Potentieel kwetsbare laagbetaalde arbeidsmigranten die (nog) voldoende zelfredzaam zijn. 3. Volledig zelfredzame arbeids- en kennismigranten. • Voor de eerste groep is de bestaande gemeentelijke ketenaanpak i.s.m GGD en zorgpartners als Regenbooggroep de juiste plek voor ondersteuning. Vanuit een WIN-aanpak kunnen de partners van de ketenaanpak wel ingeschakeld worden. De WIN-aanpak heeft dan meer een signalerende functie. • Voor de derde groep kan bijvoorbeeld de digitale informatievoorziening vanuit de rijksoverheid en InAmsterdam voldoende zijn. Het staat hen altijd vrij om ook contact te leggen met de mobiele of vaste WIN-informatiepunten. • De WIN-aanpak is dan met name preventief bedoeld voor de tweede groep om te voorkomen dat zij daadwerkelijk kwetsbaar worden door schulden, ontslag, huisvestingsproblemen, zorgproblematiek, e.d. • Als deze potentieel kwetsbare groep informatie, dienstverlening of hulp zoekt bij een mobiel of vast WIN-punt wordt wel met een mate van zelfredzaamheid en eigen initiatief verwacht.
De WIN-dienstverlening is tenslotte vooral een manier om mensen hulp en ondersteuning te bieden en waar nodig met een zachte overdracht door te verwijzen naar een specialistische dienstverlener. • Wat er ontbreekt in Amsterdam en de MRA is een ondersteuningsstructuur waarin de drie niveaus op elkaar aansluiten. Waarin dus neerwaartse beweging wordt voorkomen en een opwaartse beweging naar ander en/of beter werk wordt bevorderd. Naar aanleiding van het initiatiefvoorstel van lid Bentoumya wordt dit in de verdere gesprekken over een WIN-aanpak verder verkend.
6 6.5 Methodiek 6.5.1. Van buiten naar binnen • De kern van een WIN-aanpak is het daadwerkelijk in contact komen met de doelgroep op de plekken waar zij wonen, werken en hun vrije tijd doorbrengen en hiervoor optimaal gebruik maken van de netwerken die er al zijn. En het op deze manier beter zicht krijgen en inspelen op hun informatie- en hulpbehoeften. • Zo heeft Rotterdam voor alle Rotterdammers een zogenaamde vraagwijzer ontwikkeld. Dit is een loket waar iedereen terecht kan voor vragen over zorg, gezondheid, geld, juridische zaken, etc. Hierop zijn cruciale netwerken van wijkteams, straatcoaches en sleutelfiguren aangesloten. • Voor specifiek de arbeidsmigrant verkent Rotterdam voor de WIN-aanpak wat de doelgroep arbeidsmigranten nodig heeft, wat er al aan dienstverlening voorhanden is en wat er eventueel nog extra nodig is. Daarbij streeft men naar een zoveel mogelijk inclusieve werkwijze, waarbij andere doelgroepen niet worden buitengesloten van voorzieningen. • In onder meer Den Haag, Tilburg, Eindhoven en Zaanstad zijn er ‘gidsen’ (term van het ministerie van SZW) vanuit de doelgroep aangesteld. In meerdere gesprekken wordt het belang benadrukt om de gidsen goed op te leiden. Door het ministerie van SZW wordt een opleidingsmodule ontwikkeld, die in juni gereed is.
• De gidsen leggen decentraal de contacten met de netwerken rondom de doelgroep en de doelgroep zelf en bemensen ook de vaste informatiepunten. In Den Haag houden de gidsen bijvoorbeeld themabijeenkomst over zaken als afval weggooien en huisartsbezoek en beantwoorden zij vragen via een Whatsapp nummer. In Zaanstad bezoekt de gids scholen en zorginstellingen, geeft zij voorlichtingsbijeenkomsten over de problematiek en verzorgt zij trainingen culturele sensitiviteit. • “Verwacht niet dat ze (de arbeidsmigrant) direct hun ziel en zaligheid op tafel leggen. Kweek vertrouwen door er op vaste momenten te komen. Houd dit vol. Mond tot mondreclame doet de rest (als je je werk goed doet!).” • Op basis van de specifieke vraag en situatie van de arbeidsmigrant voert de gids een triage uit: o Eenvoudige, voor de hand liggende is, vragen worden ter plekke beantwoord. o Bij vragen/behoeften die specifieke kennis of kunde vereisen, wordt doorverwezen naar een specialistische dienst. • Er wordt dus geen caseload opgebouwd en aan dossiervorming gedaan. Daar is simpelweg geen capaciteit/geld voor en is bijvoorbeeld ook een valkuil gebleken bij een eerder vergelijkbaar initiatief in Den Haag. Er moet niet ‘gedubbeld’ worden met bestaande dienstverlening. • De gids is de spelverdeler in het netwerk dat de arbeidsmigrant van informatie en dienstverlening kan voorzien.
Vanuit deze positie bouwt de gids kennis op over de leef- en werkomstandigheden van de arbeidsmigrant en het functioneren van het netwerk. Signalen van de gids dragen bij aan het lerend vermogen van de brede aanpak. • Bij signalen van eventuele misstanden moet er doordacht gehandeld worden. “Speel geen eigen rechter”, is de boodschap. 6.5.2. Vaste WIN-punten • Zoals hierboven vermeld heeft een aantal regio’s vaste WIN-informatiepunten ingericht. Breda en Eindhoven hebben het informatiepunt bij de RNI-inschrijving. Rotterdam en Den Haag in de wijken waar de doelgroep wonen. Zaanstad heeft ook deze ambitie. • Op deze vaste WIN-punten kunnen arbeidsmigranten vrij inlopen met vragen en houden de specialistische diensten spreekuur (zie spreekurenoverzicht van het WIN-informatiepunt van Den Haag in bijlage 1). Zo hebben partners als het Juridisch Loket en Barka een fysieke plek nodig om cliënten te ontmoeten. • Voordeel van RNI-locatie is dat men het WIN-aanbod aan de voorkant onder de aandacht kan brengen. De ervaring leert dat hier altijd wel een moment voor is.
7 • •
Het voordeel van een WIN-informatiepunt in de woonwijk is dat het onderdeel wordt van de leefomgeving van de arbeidsmigrant. Een ander aandachtpunt voor zowel een vast punt als een mobiele aanpak is het tijdstip waarop je de arbeidsmigrant kunt spreken. Overdag werken zij veelal. Eindhoven speelt hierop in door ook zaterdagochtend en maandagavond open te zijn.
6.5.3. Sociale netwerkkaart • “Kom na wat je toezegt/belooft, anders word je snel ongeloofwaardig. “ • Randvoorwaardelijk voor het slagen van een WIN-aanpak is de kwaliteit van de specialistische diensten waarnaar verwezen wordt. • In Den Haag heeft men het ‘het doorverwijslandschap-overzicht’ inzichtelijk gemaakt op drie niveaus: o Landelijke organisaties zoals arbeidsinspectie, GGD of Juridisch loket; o Organisaties waar de gemeente een subsidierelatie mee heeft. o Buurthuizen, belangenorganisaties, etc. • Naar het derde niveau wordt niet doorverwezen omdat de gemeente daar niet ‘garant’ kan staan voor de kwaliteit van de dienstverlening. • In Eindhoven heeft men het netwerk rondom de doelgroep gecategoriseerd in groen, oranje en rood (nadrukkelijk niet openlijk). Naar groen wordt doorverwezen. Bij de partners in oranje is de meeste winst te halen. Dit zijn bijvoorbeeld uitzendbureaus die hun goede wil tonen. • In Eindhoven is een data-analist aangesteld die op basis van openbare bronnen onderzoekt in hoeverre uitzendbureaus voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen (KvK op orde, aangesloten NBBU/ABU, etc.). Vervolgens gaat een WIN-medewerker het gesprek aan. • Een sociale netwerkkaart kan ook digitaal worden aangeboden. Zo heeft Aalsmeer een eigen app ontwikkeld met relevante informatie (ook events) voor de doelgroep in verschillende talen.
Gidsen brengen de app onder de aandacht. Er zijn inmiddels 2000 unieke gebruikers. • De website die SZW met relevante informatie heeft gelanceerd (WorkinNL.nl) bleek weinig bezocht te worden en wordt op dit moment aangepast. Deze website zal een doorverwijzingsfunctie hebben naar de regionale WIN-aanpakken. Onderzocht moet nog worden hoe Groot-Amsterdam hier eventueel op kan anticiperen met een eigen digitale dienstverlening. 6.5.4. No Wrong Door • Het ultieme streven is een dienstverlening waarbij alle netwerkpartners naar elkaar door kunnen verwijzen. Dus als iemand bij schuldhulpverlening belandt en ook arbeidsrechtelijke vragen heeft, wordt er doorverwezen naar het Juridisch Loket. In het kader van een WIN-aanpak zou deze hulpvraag van een arbeidsmigrant standaard via een WIN-informatiepunt kunnen lopen. • Dit vraagt veel kennis van de medewerkers bij de netwerkpartners en in het bijzonder bij de medewerkers van het WIN-punt van wat elke netwerkpartners te bieden heeft. Er zal bijvoorbeeld ook een inschatting gemaakt moeten worden in hoeverre een probleem oplosbaar is. • Essentieel voor het slagen van een WIN-no wrong door-aanpak aanpak is dat zowel de WINmedewerkers als de medewerkers van de specialistische diensten goed worden opgeleid/voorbereid voor hun rol in het netwerk.
8 7.
Vormgeving en implementatie WIN-aanpak arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam
7.1 WIN-team • De doelstelling is om conform het tijdspad van het ministerie van SZW per 1 januari 2026 een WIN-team gevormd te hebben. Dit betekent dat de medewerkers geworven zijn en van start gaan met hun opleidings- en inwerktraject. • Het advies vanuit zowel het ministerie van SZW als de gemeenten die al met een WIN-aanpak zijn begonnen is om met een klein team te beginnen en de aanpak geleidelijk op een verantwoorde manier te ontwikkelen. Hierdoor krijgen de medewerkers in het WIN-team de tijd om in hun rol te groeien en met zowel de doelgroep arbeidsmigranten als de netwerkpartners een relatie op te bouwen. • Het team zal in eerste instantie bestaan uit vijf deeltijds medewerkers (gemiddeld 28 uur per persoon) die afkomstig zijn uit de doelgroep. Dit betekent dat zij ervaringsdeskundigen zijn, de taal spreken, de cultuur kennen en hart hebben voor hun achterban. Tegelijkertijd dienen zij professionele distantie te kunnen betrachten bij het uitvoeren van hun taken. • Het WIN-team zal zelfsturend moeten worden en methodisch leren werken op een manier die aansluit bij de behoefte van de achterban. Dit betekent dat zij gaandeweg met elkaar leren wat wel en niet werkt om de doelgroep arbeidsmigranten optimaal te bereiken en te bedienen met informatie en dienstverlening.
Voorbeelden hiervan zijn: o Hoe leg je contact en maak je optimaal gebruik van sleutelfiguren en zelforganisaties. o Wat doe je vanuit vaste punten en wat leent zich meer voor een mobiele of digitale aanpak. o Hoe werk je samen met de partners in het netwerk. • Aangezien het een klein team zal voor alle gemeenten van de arbeidsmarktregio GrootAmsterdam en met betrekking tot een doelgroep die zowel letterlijk als figuurlijk moeilijk bereikbaar is, zal de beschikbare capaciteit slim ingezet moeten worden. Teamleden zouden bijvoorbeeld ingezet kunnen worden op specifieke nationaliteiten van arbeidsmigranten of op specifieke subregio’s zoals Aalsmeer/Uithoorn. • Kerncompetentie van de teamleden zijn: ondernemend, communicatief, empathisch, creatief, kunnen omgaan met onzekerheden en doorzettingsvermogen. • Om het team bij de eerste verkennende ontwerpende fase te ondersteunen zal vanuit één van de deelnemende gemeenten een kwartiermaker worden aangesteld. De kwartiermaker helpt het team op dagelijkse basis bij het ontwikkelen van een methodische aanpak, kent het sociale netwerk van publieke en private partners, dient als vraagbak voor de teamleden en partners en verzamelt monitoringsinformatie over de voortgang. Gaandeweg kan één van de teamleden deze functie overnemen.
7.2 Netwerksamenwerking • Naast de capaciteit van het WIN-team om in contact te komen met de arbeidsmigranten en hun ondersteuningsbehoefte op te halen valt of staat het succes van de WIN-aanpak met de kwaliteit van het netwerk. • In de tweede helft van 2025 zal er een sociale netwerkkaart worden ontwikkeld met cruciale partners op landelijk niveau (zoals UWV, Juridisch Loket, Barka, Stichting Fairwork, Belastingdienst), regionaal niveau (zoals het Regionaal Werkcentrum, InAmsterdam) en gemeentelijk niveau (stadsdelen, buurtteams, Huizen van de Wijk, schuldhulpverlening, taalonderwijs). • Om niet het wiel opnieuw uit te vinden, wordt nadrukkelijk ook gekeken worden naar voorzieningen die aan andere groepen nieuwkomers zoals asielzoekers, statushouders en Oekraïners worden geboden. • Enerzijds zullen de partners op de sociale netwerkkaart voorbereid moeten worden op de WINaanpak. Anderzijds zullen ook de medewerkers van het WIN-team kennis moeten opbouwen
9
•
over het ‘doorverwijslandschap van partners’. In de eerste fase van de WIN-aanpak zal de kwartiermaker hier een brugfunctie in vervullen. Werkendenweg zal gekeken moeten worden of de sociale netwerkkaart gedigitaliseerd in verschillende talen kan worden aangeboden aan de arbeidsmigranten. Ook hierbij kan geleerd worden van vergelijkbare initiatieven voor andere groepen nieuwkomers.
7.3 Lerende aanpak • Het team hanteert een lerende aanpak. Dit betekent dat de aanpak tussentijds doorontwikkeld kan worden op basis van inzichten over wat goed werkt en nog minder goed werkt. • In het kader van de lerende aanpak zal het WIN-team begeleid worden in het proces van implementatie en ontwikkeling. Hierbij wordt ingezet op de volgende elementen: o Het WIN-team ondersteunen bij het opzetten en uitvoeren van een Monitoring en Evaluatie systeem, dat aansluit bij de monitor die op landelijk niveau wordt ontwikkeld o Het WIN-team ondersteunen bij het toepassen van methodieken om contact te leggen met groepen arbeidsmigranten en het ophalen van hun ondersteuningsbehoeften. o Het WIN-team ondersteunen bij het vormgeven van de samenwerking met de publieke en private partners binnen de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam. o Het WIN-team ondersteunen bij het opzetten van een samenwerkingsverband met de andere WIN-teams binnen de Metropoolregio Amsterdam. • Het WIN-team zal ook participeren in de kennisuitwisselingsbijeenkomsten die periodiek door het ministerie van SZW worden georganiseerd en gebruik maken van de producten die op landelijk niveau worden ontwikkeld. 7.4 Geografische afbakening werkgebied • De inzet van het WIN-team kan op twee schaalniveaus plaatsvinden: 1. Het schaalniveau van de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam. 2.
Het schaalniveau van de Metropoolregio Amsterdam (MRA), waartoe ook de arbeidsmarktregio’s Flevoland (deels), Zuid-Kennemerland en IJmond, Zaanstreek-Waterland en Gooi- en Vechtstreek behoren. • De middelen vanuit het ministerie van SZW voor een WIN-aanpak zijn uitgekeerd op het niveau van de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam aan het Regionaal Werkcentrum (RWC). Hiertoe behoren de gemeenten Diemen, Ouder-Amstel, Amsterdam, Haarlemmermeer, Aalsmeer, Uithoorn, De Ronde Venen en Amstelveen. • Het WIN-team voor Groot-Amsterdam zal haar inzet richten op de gemeenten/wijken binnen de regio waar de uitdagingen met arbeidsmigranten het grootst zijn. Uit de scan arbeidsmigratie blijkt dat dit in ieder geval de stadsdelen Nieuw-West en Zuidoost in Amsterdam zijn en de uitdagingen in Uithoorn en Aalsmeer zijn al langer bekend. • Maar de arbeidsmigrant houdt zich voor wonen en werken niet aan de bestuurlijke grenzen en ook de werkgever zoekt zijn personeel overal. Uitgaande van een daily urban system1 is het meest logische schaalniveau voor een WIN-aanpak de MRA, maar tegelijkertijd ontstaat dan het risico dat met de beperkte capaciteit de aanpak onvoldoende impact maakt. • Op MRA-niveau wordt tussen de vijf arbeidsmarktregio’s thans verkend welke samenwerking sowieso mogelijk is.
Gedacht wordt aan een gezamenlijk wervings- en opleidingstraject van WINmedewerkers, periodieke (intervisie)bijeenkomsten om van elkaar te leren, een gezamenlijke lerende aanpak en gezamenlijke lobby-kracht richting het kabinet. Ook leent het schaalniveau van de MRA zich goed voor het maken van afspraken met werkgevers.
1 Dit is het gebied rond een stad waarbinnen de belangrijkste dagelijkse woon- werkverplaatsingen plaatsvinden.
10 7.5 Governance • De regionale governancestructuur ziet er als volgt uit:
•
•
•
•
De WIN-aanpak is een regionaal project en wordt ontwikkeld in opdracht van het RWC. Het RWC is een netwerksamenwerking waar de publiek en private partners vormgeven aan het regionale arbeidsmarktbeleid van Groot-Amsterdam. De ontwikkeling en toekomstige uitvoering van een WIN-aanpak geschiedt binnen de regionale governancestructuur van het RWC. Voor specifiek het thema arbeidsmigratie heeft de gemeente Amsterdam het initiatief genomen om een brede aanpak arbeidsmigratie te ontwikkelen. Hiervoor is een gemeentelijke werkgroep opgezet bestaande uit beleidsmedewerkers op het gebied van onderwijs, wonen, veiligheid, registratie, zorg en migratie. De inhoudelijke uitwerking van de WIN-aanpak is ook door deze werkgroep opgepakt. Voor de WIN-aanpak is het belangrijk dat het in verbinding staat met zowel de inhoudelijk dynamiek vanuit de gemeentelijke werkgroep voor de brede aanpak arbeidsmigratie, als de publiek private governance van het RWC. Dit kan door de inhoudelijk initiatieven om de WIN-aanpak voor arbeidsmigranten te verbeteren voor te bereiden in de werkgroep brede aanpak en deze te agenderen binnen de regionale governancestructuur. Ook voortgangsrapportages en beslissingen over de inzet van de regionale WIN-middelen kunnen door de werkgroep brede aanpak op die manier worden voorbereid.
7.6 Planning tot 1 januari 2026 • Om het WIN-team per 1 januari 2026 startklaar te krijgen, wordt de volgende planning gehanteerd: Activiteit Implementatieplan WIN-aanpak (dit document) Afspraken samenwerking MRA Ontwikkelen sociale netwerkkaart Aanbesteden onderzoeksbureau lerende aanpak Voorbereiden partners sociale netwerkkaart Voorbereiden vast, mobiel en digitaal WINinformatiepunt Werving kwartiermaker Werving WIN-medewerkers Ontwikkelen onboarding programma WIN-team in regio en met MRA
Wanneer juli aug x x x x x x x x x x x x x x x
sept
okt
nov
dec
x x x x x
x x
x x
x x
x x x
x x
x x
x
11 7.7 Financiën 2025 * 2026 Regionale WIN-middelen (decentralisatie uitkering SZW) Project 656.000 473.000 Budget voor inzet sleutelpersonen/zelforganisaties 35.000 Totaal kosten 691.000 473.000 *Resterende regionale middelen uit 2025 kunnen meegenomen worden naar 2026.
Kosten Projectleider ontwerp WIN-aanpak Opleiding/ontwikkeling / lerende aanpak’ Kwartiermaker WIN-team (schaal 11) medewerkers WIN-team 28u (5p 2026, 8p 2027 schaal 9) Marketing en communicatie Vast WIN werk- en informatiepunt Mobiele WIN-aanpak Digitale WIN-aanpak Onvoorzien Totaal kosten
2027 473.000 473.000
2025
2026
2027
90.000 25.000 30.000 -
50.000 120.000 350.000
50.000 120.000 560.000
5.000 5.000 155.000
20.000 100.000 20.000 40.000 20.000 710.000
30.000 100.000 20.000 30.000 20.000 930.000