Bijlage 4b. Raadsbesluit 2024-169B Statutenwijziging Stichting Openbaar Onderwijs Noord - voorstel.pdf
Tekst van het document
VOORSTEL TOT STATUTENWIJZIGING Begripsbepalingen In deze statuten wordt verstaan onder: a. Bevoegd gezag: de stichting als bedoeld in deze statuten; b. College van Bestuur: het orgaan dat belast is methet statutaire bestuur en de vertegenwoordiging van de stichting; c. Gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam,welke door de Wet op het primair onderwijs is aangewezen als extern toezichthouder, onverminderd de bevoegdheid van die toezichthouder om onderdelen van dat toezicht over te dragen aan of te laten uitvoeren door al dan niet zelfstandige onderdelen van die gemeente; d. Medezeggenschapsraad: de medezeggenschapsraad verbondenaan de school, die de bevoegdheden heeft als toegekend in de Wet medezeggenschap op scholen; e. Raad van Toezicht: het orgaan dat belast is met defunctie intern toezicht als bedoeld in de artikelen 17a, 17b en 17c van de WPO; f. School/scholen: de door de stichting in stand gehoudenschool/scholen voor basisonderwijs of speciaal basisonderwijs als bedoeld in de WPO, of een school of instelling voor (voortgezet) speciaal onderwijs als bedoeld in de WEC, waarbij onder school of instelling steeds wordt verstaan een organisatorische eenheid; g. Schriftelijk: per post, per e-mail of via enig anderelektronisch communicatiemiddel, waarmee het mogelijk is een bericht te
verzenden dat leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld; h. Sector: de scholen gezamenlijk; i. Stichting: deze stichting, zijndeInnoord, StichtingOpenbaar Onderwijs Amsterdam-Noord, statutair gevestigd te gemeente Amsterdam, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: 51366010; j. WEC: Wet op de Expertise Centra; k. WPO: Wet op het primair onderwijs. Naam en zetel Artikel 1 1. De stichting draagt de naam: “Innoord, Stichting OpenbaarOnderwijs Amsterdam-Noord”. 2. De stichting heeft haar zetel in de gemeente Amsterdam. 3. De stichting gebruikt in het maatschappelijk verkeer de naam: “Innoord”. Doel Artikel 2 1. Het doel van de stichting is het geven van openbaar onderwijs aan de scholen die onder haar gezag vallen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 46 van de Wet, waarin het karakter van het openbaar onderwijs wordt omschreven. 2. De stichting tracht dit doel te verwezenlijken door: a. de instandhouding van één of meer scholen voor openbaar onderwijs; b. het doen geven en bevorderen van onderwijs in de zin van de WPO en/of andere onderwijswetgeving die op de stichting van toepassing kan zijn.
c. De stichting onderkent de gezamenlijke verantwoordelijkheid van schoolbesturen voor een regionaal dekkend, kwalitatief hoogstaand en zo divers mogelijk onderwijsaanbod. De stichting geeft zich bij het nastreven van haarstatutaire doelen rekenschap van die (mede)verantwoordelijkheid, alsmede van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid in meer brede zin. Kernbegrippen bij de vormgeving van de openbare identiteit zijn brede toegankelijkheid, kansengelijkheid, burgerschap, pluriformiteit en participatie. d. en al hetgeen met vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord. Karakter openbaar onderwijs Artikel 3 1. Het openbaar onderwijs draagt overeenkomstig artikel 46 WPO bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden.
De scholen die de stichting in stand houdt, zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. Geldmiddelen Artikel 4 1. De stichting hanteert alle wettige middelen die kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling, de verwerving van de daartoe benodigde middelen bij overheden, bedrijven, fondsen, financiële instellingen, loterijen en particulieren inbegrepen. 2. Erfstellingen worden slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard. Stichtingsorganen Artikel 5 1. De stichting kent als organen: a. Het College van Bestuur; b. De Raad van Toezicht. 2. Het College van Bestuur functioneert als stichtingsbestuur. De Raad van Toezicht functioneert als intern toezichthoudend orgaan. 3. Zowel het College van Bestuur als de Raad van Toezicht kunnen commissies instellen, indien dat in het belang van de stichting noodzakelijk of wenselijk wordt acht. College van Bestuur - Samenstelling, benoeming en ontslag Artikel 6 1. Het College van Bestuur bestaat uit ten minste één lid.
Het aantal leden van het College van Bestuur wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht. 2. Indien het College van Bestuur uit meer dan één persoon bestaat, wordt één van hen door de Raad van Toezicht aangewezen als voorzitter van het College van Bestuur. 3. De leden van het College van Bestuur worden benoemd door de Raad van Toezicht. 4. Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de Raad van Toezicht, vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure en op basis van een vooraf openbaar gemaakte algemene profielschets, alsmede in geval van een meerhoofdig College van Bestuur, een profielschets per
zetel. De (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen terzake de profielschets(en). 5. De Raad van Toezicht stelt nadere regels vast omtrent de procedure voor de werving en selectie van de leden van het College van Bestuur met inachtneming van de relevante wettelijke bepalingen en daaruit voortvloeiende rechten voor de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. 6. Tot lid van het College van Bestuur kan niet worden benoemd een persoon die: - Middellijk of onmiddellijk deelneemt aan of betrokken is bij leveringen aan of aannemingen van de stichting of de school; - Lid is van de Raad van Toezicht van de stichting of die in de voorafgaande vier jaar lid van de Raad van Toezicht is geweest; 7. Een lid van het College van Bestuur vervult geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de stichting. Voor aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie wordt voorafgaand goedkeuring gevraagd aan de Raad van Toezicht. Aan leden van het College van Bestuur worden geen persoonlijke leningen of financiële garanties namens de stichting verstrekt. 8. De Raad van Toezicht schorst en ontslaat de leden van het College van Bestuur.
Een besluit tot ontslag wordt slechts genomen na verkregen advies van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. 9. Een lid van het College van Bestuur defungeert voorts: a. door zijn overlijden; b. doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest; c. door zijn ondercuratelestelling; d. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); e. door de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst met de stichting; f. door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming; g. door zijn ontslag door de rechtbank; 10. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van één of meer vacatures in het College van Bestuur vormen de overblijvende bestuursleden niettemin een wettig bestuur. Bij ontstentenis, schorsing of ontslag van het voltallige College van Bestuur, wordt het College van Bestuur waargenomen door de Raad van Toezicht, onverminderd de bevoegdheid van de Raad van Toezicht één of meer personen voor bepaalde tijd als waarnemend bestuurslid te benoemen. De gemeente dient zo spoedig mogelijk nadat deze situatie is ontstaan hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld.
Gaat de Raad van Toezicht niet binnen vier weken tot een zodanige beslissing over dan wordt het College van Bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de gemeenteraad op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. College van Bestuur - Taken en bevoegdheden Artikel 7 1. Het College van Bestuur is belast met het besturen van de stichting. Het College van Bestuur richt zich bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden naar het belang van de stichting en de door de stichting in stand gehouden scholen. 2. Het College van Bestuur draagt er zorg voor dat de Raad van Toezicht tijdig over de informatie beschikt die vereist is voor de uitoefening van het intern toezicht en diens overige taken. Ook
voorziet het College van Bestuur in administratieve ondersteuning ten behoeve van de Raad van Toezicht. 3. Het College van Bestuur is bevoegd de stichting te vertegenwoordigen. Indien het College van Bestuur uit meer dan twee personen bestaat, komt de bevoegdheid tot vertegenwoordiging toe aan de voorzitter tezamen met een ander lid van het College van Bestuur. Het College van Bestuur kan een lid of een andere persoon volmacht verlenen de stichting te vertegenwoordigen. 4. Het College van Bestuur benoemt, schorst en ontslaat de personeelsleden van de stichting. 5. Het College van Bestuur behoeft voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht voor besluiten strekkende tot: a. Vaststelling of wijziging van de (meerjaren)begroting, de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede - voor zover van toepassing - het strategisch koers- en/of meerjarenplan; b. Vaststelling en wijziging van het kwaliteitszorgsysteem en het daarbij te hanteren kwaliteitskader; c. Vaststelling en wijziging van de klachtenregeling; d. Verkrijging, vervreemding en bezwaring van onroerende zaken, aandelen en obligaties; e. Aangaan van langlopende geldleningen; f. Aanvaarding van aan de stichting gemaakte erfstellingen, legaten en schenkingen; g. Verkrijging, wijziging of beëindiging van deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon; h.
Aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met derden, voor zover van ingrijpende betekenis voor de stichting of de scholen; i. Doorvoeren van belangrijke wijzigingen in de organisatie van de scholen; j. Wijziging van de arbeidsvoorwaarden of ontslag van een aanzienlijk aantal personeelsleden van de stichting in korte tijd; k. Fusie of splitsing van de scholen; l. Vaststelling en wijziging van de reglementen van de stichting, met dien verstande dat de Raad van Toezicht bevoegd is zijn eigen reglement vast te stellen; m. Aanvragen van surseance van betaling of faillissement van de stichting. 6. Het College van Bestuur is slechts met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen, tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Op het ontbreken van goedkeuring van de Raad van Toezicht kan jegens derden een beroep worden gedaan. 7. De Raad van Toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan in lid 5 en lid 6 van dit artikel genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen.
Deze andere besluiten dienen duidelijk te worden omschreven en schriftelijk aan het College van Bestuur te worden medegedeeld. 8. Het College van Bestuur meldt de Raad van Toezicht mogelijke belangentegenstellingen. Besluiten van het College van Bestuur waarbij tegenstrijdige belangen kunnen spelen, behoeven eveneens voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. In situaties van belangenverstrengeling komt de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de stichting in afwijking van lid 3 van dit artikel toe aan de Raad van Toezicht. 9. Het ontbreken van goedkeuring als bedoeld in dit artikel tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het College van Bestuur niet aan behoudens het bepaalde in lid 6 van dit artikel.
College van Bestuur- Besluitvorming Artikel 8 1. In geval van een eenhoofdig College van Bestuur draagt deze zorg voor een schriftelijke vastlegging en bekendmaking van door hem genomen besluiten. 2. In geval van een meerhoofdig College van Bestuur vindt besluitvorming plaats bij meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid van het College van Bestuur één stem heeft. Bij het staken van stemmen beslist de voorzitter van het College van Bestuur. Een eventuele portefeuilleverdeling binnen het College van Bestuur laat de collectieve verantwoordelijkheid van het College onverlet. Het College van Bestuur regelt de wijze van vergaderen, besluitvorming en verslaglegging in een reglement. Raad van Toezicht - Samenstelling en benoeming Artikel 9 1. De Raad van Toezicht bestaat uit een door de Raad van Toezicht te bepalen aantal leden van ten minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen. De benoeming van de leden van de Raad van Toezicht vindt plaats op persoonlijke titel.
Is het aantal leden minder dan vijf, dan behoudt de Raad van Toezicht zijn bevoegdheden onverminderd de verplichting om onverwijlde maatregelen tot aanvulling van zijn ledental te nemen. 2. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de gemeenteraad, met inachtneming van het hierna bepaalde. 3. Bij zeven leden van de Raad van Toezicht worden drie leden benoemd op bindende voordracht van de oudergeledingen van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en één lid wordt benoemd op bindende voordracht van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. De drie overige leden worden op voordracht van de Raad van Toezicht benoemd. 4. Bij zes leden van de Raad van Toezicht worden twee leden benoemd op bindende voordracht van de oudergeledingen van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en één lid wordt benoemd op bindende voordracht van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. De drie overige leden worden op voordracht van de Raad van Toezicht benoemd. 5. Bij vijf leden van de Raad van Toezicht worden twee leden benoemd op bindende voordracht van de oudergeledingen van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en één lid wordt benoemd op bindende voordracht van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad.
De twee overige leden worden op voordracht van de Raad van Toezicht benoemd. 6. De (bindende) voordracht van een lid van de Raad van Toezicht geschiedt aan de hand van een door de Raad van Toezicht vast te stellen kenbare selectieprocedure en openbare profielschets, die ter advisering wordt voorgelegd aan de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. Een voorgedragen lid voor de Raad van Toezicht dient principieel voorstander te zijn van het openbaar onderwijs. 7. De profielschets bevat de kwaliteiten en deskundigheden, waaraan een lid van de Raad van Toezicht dient te voldoen. Bij het ontstaan van een vacature kan de Raad van Toezicht het profiel desgewenst nader invullen gelet op de in de Raad van Toezicht aanwezige en gewenste deskundigheden en diversiteit in de samenstelling. 8. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaren en zijn - al dan niet aansluitend - eenmaal herbenoembaar. Door de Raad van Toezicht wordt een rooster van aftreden opgesteld. Een lid van de Raad van Toezicht treedt volgens dit rooster, doch uiterlijk
vier jaar na zijn benoeming, af. Herbenoeming van een lid van de Raad van Toezicht vindt tevens plaats door de gemeenteraad. 9. De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter en kan eventuele taken onderling verdelen bij reglement. Raad van Toezicht – Schorsing, ontslag, defungeren, belet en ontstentenis Artikel 10 1. Een lid van de Raad van Toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest; c. door zijn ondercuratelestelling; d. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); e. door zijn ontslag verleend door de gemeenteraad. f. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming. 2. Een lid van de Raad van Toezicht kan door de gemeenteraad worden ontslagen wegens: a. ernstige taakverwaarlozing of functioneren in strijd met de wet; b. onverenigbaarheid van functies of belangen; c. wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid redelijkerwijs niet kan worden verlangd. 3. De Raad van Toezicht kan wegens de in lid 2 genoemde gronden een lid van de Raad van Toezicht voor maximaal drie maanden schorsen. 4. Bij belet of ontstentenis van alle leden van de Raad van Toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en
bevoegdheden van de Raad van Toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de gemeenteraad is of wordt aangewezen. De gemeente dient zo spoedig mogelijk nadat deze situatie is ontstaan hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. Gaat de gemeenteraad niet binnen twee weken nadat hij van de gemelde situatie op de hoogte is gesteld tot een zodanige aanwijzing over, dan wordt de Raad van Toezicht waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de Rechtbank (bevoegde rechtbank) op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. Raad van Toezicht - Taken en bevoegdheden Artikel 11 1. De Raad van Toezicht houdt toezicht op het beleid van het College van Bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de stichting alsmede het uitoefenen van die taken en bevoegdheden die in deze statuten aan de Raad van Toezicht zijn opgedragen of toegekend. Hij adviseert naar eigen inzicht het College van Bestuur. 2. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de Raad van Toezicht zich naar het belang van de stichting en de scholen. 3. De Raad van Toezicht is belast met c.q.
bevoegd tot: a. Benoeming, schorsing en ontslag van de leden van het College van Bestuur; b. Vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de leden van het College van Bestuur; c. Aanwijzing en benoeming - na overleg met het College van Bestuur - van de accountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, Burgerlijk Wetboek; d. Het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden in het jaarverslag; e. Vaststelling en wijziging van een reglement Raad van Toezicht waarin de wijze van besluitvorming van de Raad van Toezicht is geregeld;
f. Vertegenwoordiging van de stichting in geval van belangenverstrengeling bij het College van Bestuur. 4. Het toezicht omvat, buiten de in artikel 7 neergelegde goedkeuringsrechten, in ieder geval: a. Toezien op de naleving van de wettelijke bepalingen, de regels met betrekking tot governance daaronder begrepen; b. Toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de stichting en de school; c. Bewaken van het normatieve kader waarbinnen de stichting en de school opereren, met bijzondere aandacht voor de doelstelling en de continuïteit; d. Toezien op de kwaliteit van het onderwijs, alsmede het karakter van het openbaar onderwijs; e. Periodieke beoordeling en evaluatie van het (onderlinge) functioneren van bestuur en toezicht. 5. De Raad van Toezicht is vrij in de wijze waarop hij zich laat informeren over de stichting, met dien verstande dat hij ten minste tweemaal per jaar met de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad overleg voert. 6. De Raad van Toezicht legt in het bestuursverslag verantwoording af van de (neven)werkzaamheden van zijn leden, alsook van het door de Raad uitgeoefende toezicht op de stichting en de scholen. 7. De Raad van Toezicht regelt zijn werkzaamheden en al wat zijn functioneren betreft in een door de Raad van Toezicht vast te
stellen reglement Raad van Toezicht zoals bedoeld in lid 3 sub e van dit artikel. 8. De Raad van Toezicht kan desgewenst een auditcommissie en/of andere commissies instellen. De Raad van Toezicht regelt de samenstelling van deze commissie(s) in een reglement. Raad van Toezicht – Besluitvorming en werkwijze Artikel 12 1. De Raad van Toezicht vergadert ten minste vijf maal per jaar en voorts zo dikwijls als nodig is voor de juiste uitoefening van zijn taak. Vergaderingen worden voorts gehouden indien de voorzitter dan wel twee andere leden van de Raad van Toezicht dit wenselijk achten, of indien het College van Bestuur een met redenen omkleed verzoek daartoe aan de voorzitter richt. 2. De vergadering van de Raad van Toezicht is openbaar tot een zodanig aantal mensen als de vergaderlocatie toelaat. De vergadering wordt besloten gehouden, wanneer ten minste één lid hierover vraagt of wanneer de voorzitter dit nodig acht. De Raad van Toezicht beslist vervolgens op grond van de aard van de aan de orde zijnde aangelegenheid of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
Het vergaderen achter gesloten deuren kan uitsluitend geschieden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a. Het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; b. De economische of financiële belangen van de stichting; c. Het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden. 3. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter en bij afwezigheid door de vicevoorzitter dan wel een ander daartoe aangewezen lid van de Raad van Toezicht. Van de vergadering worden notulen gemaakt, die in de eerstvolgende vergadering worden vastgesteld.
4. De oproep geschiedt schriftelijk door of namens de voorzitter, ten minste zeven dagen vóór de vergadering zal worden gehouden en met opgave van de onderwerpen die ter vergadering in behandeling zullen komen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. Over niet in de oproep vermelde onderwerpen kunnen geen besluiten genomen worden, tenzij de voltallige Raad van Toezicht aanwezig is en het besluit met algemene stemmen wordt genomen. 5. De Raad van Toezicht kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet.
Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 6. Ieder fungerend lid van de Raad van Toezicht heeft recht tot het uitbrengen van één stem. 7. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, tenzij de statuten anders bepalen. 8. Een stemming over benoeming, schorsing of ontslag van een lid van het College van Bestuur of van de Raad van Toezicht vindt plaats met twee/derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering of overleg waar alle fungerende leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 9. De Raad van Toezicht evalueert jaarlijks zijn functioneren als zodanig. De wijze waarop deze evaluatie plaatsvindt wordt nader geregeld in het reglement van de Raad van Toezicht. 10. Wanneer een lid van de Raad van Toezicht een strijdig belang heeft met de stichting of de besluitvorming zijn persoon of positie betreft, neemt hij daarover niet deel aan het overleg en de besluitvorming binnen de Raad van Toezicht. 11. Tenzij de Raad van Toezicht anders besluit, woont het College van Bestuur de vergaderingen van de Raad van Toezicht bij.
Het College van Bestuur heeft in die vergaderingen een adviserende stem. Vergoedingen Raad van Toezicht Artikel 13 1. De leden van de Raad van Toezicht hebben recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten. 2. De Raad van Toezicht kan besluiten dat zijn leden tevens bezoldiging ontvangen. De Raad van Toezicht stelt de hoogte van die bezoldiging vast, rekening houdend met de grootte en complexiteit van de stichting en de school en de ter zake voor de onderwijssector geldende regelgeving en richtlijnen. 3. In het bestuursverslag van de stichting legt de Raad van Toezicht verantwoording af van de door hem aan zijn leden toegekende bezoldiging. Extern toezicht openbaar onderwijs Artikel 14 In aanvulling op de taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht en de taken en bevoegdheden van de Inspectie van het Onderwijszoals volgt uitde Wet op het onderwijstoezicht, geldt gelet op het openbaar karakter van het onderwijs voorts het navolgende: a. de gemeenteraad kan zich vanuit haar wettelijke taak en verantwoordelijkheden voor het openbaar onderwijs wenden tot het College van Bestuur en de Raad van Toezicht van de
stichting. De gemeenteraad ziet daarbij toe vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid voor het openbaar onderwijs, zij heeft daartoe een Gemeentelijk Toezichtkader op het Openbaar Primair Onderwijs in Amsterdam vastgesteld waar het College van Bestuur en de Raad van Toezicht uitvoering aan verleent; b. de gemeenteraad is bevoegd in geval van ernstige taakverwaarlozing door het College van Bestuur of het functioneren van het College van Bestuur in strijd met deWPO, maatregelen te nemen die zij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen en heeft het recht om - indien en voor zover dat noodzakelijk is - zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de stichting te ontbinden. Boekjaar en jaarstukken Artikel 15 1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het College van Bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van al hetgeen verder de financiën van de stichting betreft op zodanige wijze boek te houden dat daaruit te allen tijde de rechten en plichten van de stichting kunnen worden gekend. 3. Uiterlijk vóór 1 juli van ieder kalenderjaar legt het College van Bestuur aan de Raad van Toezicht rekening en verantwoording af over het verstreken boekjaar, aan de hand van een door het College van Bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag. 4. De
jaarrekening wordt ingericht overeenkomstig de wettelijke bepalingen en de richtlijnen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 5. Verder wordt de jaarrekening gecontroleerd door de accountant die door de Raad van Toezicht is benoemd. Deze accountant brengt over zijn onderzoek verslag uit aan de Raad van Toezicht en geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring over de getrouwheid van de in het vorige leden bedoelde stukken. Hij brengt zijn verslag ter kennis van het College van Bestuur. 6. De Raad van Toezicht is bevoegd in een apart besluit de leden van het College van Bestuur décharge te verlenen voor hun bestuur, nadat de jaarrekening door hen is goedgekeurd. 7. Het College van Bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende ten minste de wettelijke termijn te bewaren. 8. De jaarrekening en de begroting worden jaarlijks ter kennisgeving aan de gemeenteraad toegezonden. Statutenwijziging Artikel 16 1. Het College van Bestuur is met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht en de gemeenteraad bevoegd de statuten te wijzigen. 2. Het besluit van de Raad van Toezicht tot het verlenen van goedkeuring behoeft twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin alle leden vertegenwoordigd zijn.
Indien niet het vereiste aantal leden van de Raad van Toezicht vertegenwoordigd is, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin alsdan met meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen een besluit tot statutenwijziging kan worden genomen. 3. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. 4. Het College van Bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden. Het College van Bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de
gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 5. Het hiervoor in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het besluit tot juridische fusie en het besluit tot juridische opsplitsing. Ontbinding en vereffening Artikel 17 1. De gemeenteraad is bevoegd tot ontbinding van de stichting in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet. 2. In alle overige gevallen is het College van Bestuur, met goedkeuring van de Raad van Toezicht en de gemeenteraad, bevoegd de stichting te ontbinden. 3. De liquidatie geschiedt door het College van Bestuur onder toezicht van de Raad van Toezicht. 4. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Aan haar naam wordt toegevoegd ‘in liquidatie’. 5. Indien als gevolg van een bestuursbesluit de stichting is ontbonden, treden als vereffenaars van het vermogen van de ontbonden stichting het lid/de leden van het College van Bestuur op.
Op deze vereffenaars zijn de bepalingen van de wet en deze statuten omtrent de benoeming, de schorsing en het ontslag van het College van Bestuur van toepassing. 6. Een vereffenaar heeft dezelfde bevoegdheden, plichten en aansprakelijkheid als een lid van het College van Bestuur. 7. Een eventueel batig saldo wordt uitgekeerd aan een door de Raad van Toezicht aan te wijzen algemeen nut beogende instelling die als zodanig in aanmerking komt voor een vrijstelling van schenkingsrecht als bedoeld in de Successiewet 1956 en waarvan het doel zoveel mogelijk met dat van de stichting overeenkomt. 8. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaar berusten bij de persoon, door de vereffenaars daartoe benoemd. Vrijwaring Artikel 18 1. De stichting stelt iedere persoon die, vanwege het feit dat hij lid van het College van Bestuur of lid van de Raad van Toezicht van de stichting is of was, als partij betrokken is of was of als een op diens betrokkenheid als partij uitlopende ontwikkeling aannemelijk is bij een op handen zijnde, aanhangige of beëindigde actie of procedure van welke aard dan ook, door of namens de stichting dan wel door derden ingesteld, schadeloos voor alle nadelige financiële gevolgen, daaronder begrepen kosten en boetes, die hij in werkelijkheid en redelijkerwijze heeft
moeten dragen in verband met een dergelijke actie of procedure, mits hij heeft gehandeld op een wijze die hij redelijkerwijze kon beschouwen in het belang van of niet tegen de belangen van de stichting te zijn, en tenzij (en voor zover) het doen van een beroep op deze regeling in strijd zou zijn met de goede trouw. Hierbij wordt het begrip goede trouw zo ruim uitgelegd als juridisch van tijd tot tijd mogelijk is. 2. Een schadeloosstelling door de stichting bedoeld in het vorige lid geschiedt na een vaststelling dat het lid van het College van Bestuur of het lid van de Raad van Toezicht voldaan heeft aan de van toepassing zijnde gedragsnorm genoemd in het vorige lid. Deze vaststelling geschiedt door de Raad van Toezicht in een voltallige vergadering.
3. Kosten gemaakt voor het voeren van verweer in een actie of procedure kunnen door de stichting worden voorgeschoten in afwachting van de einduitspraak in de actie of procedure en wel krachtens besluit van de Raad van Toezicht met betrekking tot het desbetreffende geval, na ontvangst van een schriftelijke toezegging door of namens het lid van het College van Bestuur of het lid van de Raad van Toezicht om dit bedrag terug te betalen, tenzij uiteindelijk vastgesteld wordt dat hij het recht heeft door de stichting schadeloos gesteld te worden zoals in dit artikel bepaald. 4. De schadeloosstelling voorzien in dit artikel wordt niet geacht enig ander recht uit te sluiten, dat de betrokken persoon zou kunnen toekomen krachtens een reglement, (verzekerings)overeenkomst of van de niet-belanghebbende College van Bestuursleden of anderszins en zal blijven gelden voor een persoon die geen lid van het College van Bestuur of lid van de Raad van Toezicht meer is en zal ook ten goede komen aan de erfgenamen of legatarissen. Overgangsbepalingen Artikel 19 1. De huidige bestuurder bekleedt na het verlijden van de statutenwijziging tevens de functie van enig lid van het College van Bestuur.
De tot dan geldende overdracht van bestuursbevoegdheden komt daarmee te vervallen. Onvoorzien Artikel 20 1. In alle gevallen waarin de statuten of enig reglement niet voorzien beslist de Raad van Toezicht, gehoord het College van Bestuur.