Bijlage 3 - Nota van Beantwoording Erotisch Centrum.pdf
Tekst van het document
93
investeringsnota worden scenario's en risico's verder onderzocht. Er kunnen bijvoorbeeld bij het sluiten van de overeenkomst met de geselecteerde partner afspraken worden gemaakt over beëindiging bij uitblijvend succes of gewijzigde omstandigheden. 12.6.
Gefaseerd en adaptief ontwikkelen
Indieners van inspraakreacties vragen zich af hoe de gemeente omgaat met de onzekerheden rond de ontwikkeling van het Erotisch Centrum. Zij wijzen op mogelijke risico’s zoals onderbenutting van sekswerkplekken, maatschappelijke weerstand, veranderende regelgeving of gewijzigde politieke koers. De zorgen richten zich op de vraag of en hoe het Erotisch Centrum zodanig wordt ontwikkeld dat het in de toekomst kan worden aangepast of herbestemd, mocht de beoogde functie niet haalbaar of wenselijk blijken. Indieners vragen om een gefaseerde en adaptieve aanpak, waarbij het gebouw en het programma flexibel zijn en er ruimte blijft voor bijsturing. Antwoord De looptijd om het Erotisch Centrum te ontwikkelen is een aantal jaar. De ontwikkeling vindt daarom plaats in verschillende fasen en met een adaptieve ontwikkelstrategie, zodat gedurende het proces ruimte blijft voor bijsturing, maatwerk en maatschappelijke inbedding. Dit betekent dat het Erotisch Centrum het concept, het programma en het bouwplan stapsgewijs worden uitgewerkt, in samenwerking met de geselecteerde marktpartij(en) en met voortdurende betrokkenheid van relevante stakeholders. In eerste instantie selecteert de gemeente een ontwikkelpartner.
Deze partner wordt niet uitsluitend gekozen op basis van financiële of ruimtelijke criteria, maar mede op de kwaliteit van het plan van aanpak: een document waarin onderwerpen zoals de visie, de maatschappelijke inbedding, het participatieproces, en het vermogen tot flexibel en adaptief ontwikkelen centraal zullen staan. De geselecteerde partner en de gemeente werken vervolgens gezamenlijk het concept voor het Erotisch Centrum verder uit. Binnen deze uitwerkingsfase worden meerdere toetsmomenten ingebouwd. Op deze momenten wordt gekeken naar onder meer de voortgang, de aansluiting bij de maatschappelijke doelstellingen, de uitvoerbaarheid van het programma, en de uitkomsten van participatie met onder andere sekswerkers, bewoners, maatschappelijke organisaties en veiligheidspartijen. Op basis van deze toetsmomenten kan het plan worden aangepast en bijgestuurd, nog voordat het tot realisatie komt. Naast deze procesmatige adaptiviteit wordt ook op ruimtelijk-stedenbouwkundig niveau ingezet op aanpasbaarheid. De motie Havelaar (motie 141) is door het college overgenomen en stelt dat het gebouw “transformatieproof” moet worden ontworpen. Dit houdt in dat het Erotisch Centrum fysiek geschikt moet zijn om in de toekomst (gedeeltelijk of geheel) een andere functie te krijgen, mocht daar aanleiding toe zijn.
Denk aan alternatieve invullingen op het gebied van zorg, maatschappelijke dienstverlening of cultuur. Deze ruimtelijke aanpasbaarheid maakt het mogelijk om flexibel om te gaan met toekomstige ontwikkelingen, zoals gewijzigde regelgeving, beleidswijzigingen of veranderend gebruik en behoeften. Daarnaast wordt bij de verdere uitwerking van de ontwikkelstrategie onderzocht welke juridische en contractuele instrumenten ingezet kunnen worden om de flexibiliteit tijdens de exploitatiefase te waarborgen. Onderdeel hiervan kunnen bijvoorbeeld zijn tussentijdse evaluatiemomenten of heronderhandelingsclausules. De mogelijkheid tot tussentijdse aanpassing of, in het uiterste geval, afbouw van het project zal dus onderdeel zijn van de partnerselectie. Hiermee voorkomt het college dat partijen (publiek of privaat) vastlopen in een project indien deze niet meer bijdraagt aan de doelen.
94
12.7.
Relatie met andere ruimtelijke investeringen
Indieners van inspraakreacties vragen zich af hoe de komst van het Erotisch Centrum zich verhoudt tot andere ruimtelijke investeringen in de omgeving, zoals woningbouw, infrastructuur, voorzieningen en herontwikkeling van bestaande functies. Zij willen weten of het Erotisch Centrum deze ontwikkelingen versterkt, belemmert of verdringt, en of er voldoende afstemming plaatsvindt met andere publieke en private investeringen. Antwoord Net als bij andere ontwikkelingen in Amsterdam draagt de ontwikkelende partij bij aan de gemeentelijke kosten via erfpachtcanon. De grondwaarde is marktconform en wordt op een genormeerd residuele methode berekend, conform het beleid van de gemeente. Deze grondopbrengsten worden ingezet voor: • • • •
Aanpassingen aan de openbare ruimte rondom het Erotisch Centrum (denk aan inrichting, bereikbaarheid, verkeersmaatregelen en eventuele vergroening); Ambtelijke kosten voor de planvorming, begeleiding van het proces en het toezicht op de uitvoering; Onderzoeken of maatregelen die nodig zijn om het Erotisch Centrum zorgvuldig in te passen in de omgeving. Het resultaat (opbrengsten minus kosten) wordt via het Erfpacht resultaat afgedragen aan de Algemene dienst.
Indien een deel van de opbrengsten resteert na dekking van de project gerelateerde kosten, dan wordt dit bedrag via het Erfpacht resultaat toegevoegd aan de algemene middelen van de gemeente en kan aldaar worden uitgegeven aan andere beleidsdoelstellingen van de gemeente. Hierdoor kan het Erotisch Centrum ook indirect bijdragen aan de totale gemeentelijke begroting, zonder afbreuk te doen aan andere beleids- of investeringsdoelen. Tot slot besluit de gemeenteraad over het vaststellen van het investeringsbesluit. Dat betekent dat er voorafgaand aan de realisatie van het Erotisch Centrum nog een integrale afweging plaatsvindt waarin ook de financiële onderbouwing, risico’s en samenhang met andere ruimtelijke programma’s aan de orde komen. Op deze manier wordt geborgd dat het Erotisch Centrum zowel financieel als beleidsmatig zorgvuldig wordt ingepast in het bredere ruimtelijke en financiële beleid van de gemeente Amsterdam.
95
13.Ruimtelijke onderzoeken en juridische procedures In dit hoofdstuk zijn de inspraakreacties gebundeld die betrekking hebben op de juridische, ruimtelijke en milieutechnische aspecten van het plan voor het Erotisch Centrum, waaronder de vraag of de beoogde locatie aan de Europaboulevard geschikt en juridisch-planologisch uitvoerbaar is. Veel indieners gaan in op het juridische instrumentarium dat nodig is om het project mogelijk te maken, zoals de wijziging van het omgevingsplan of het aanvragen van een buitenplanse omgevingsvergunning. Ook wordt gevraagd naar de mate waarin belanghebbenden rechtsbescherming hebben in deze procedures. Daarnaast bevat dit hoofdstuk reacties die zich richten op de reikwijdte, objectiviteit en onderbouwing van de ruimtelijke onderzoeken die in het kader van de projectnota zijn uitgevoerd. Inspraakreacties vragen onder meer of de milieueffecten, de verkeersdruk, de effecten op de waterhuishouding en de nabijheid van risicobronnen (zoals de A10 en de hogedruk aardgasleiding) voldoende zijn onderzocht en transparant gepresenteerd. Er is specifiek aandacht gevraagd voor de gevolgen voor thema’s zoals stikstofdepositie, ecologie, water, kabels en leidingen en de hoofdbomenstructuur.
Een terugkerend punt is het verzoek om meer duidelijkheid over de voorwaarden waaronder het project ruimtelijk en financieel haalbaar is en of de belangenafweging voldoende inzichtelijk en evenwichtig is gemaakt. In meerdere reacties wordt gevraagd om aanvullende of onafhankelijke toetsing van de onderzoeken, bijvoorbeeld door externe deskundigen of instanties zoals de STAB. Ook is gevraagd naar de toepassing van de Omgevingswet, de rol van het Rijk (met name Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat), en de juridische randvoorwaarden zoals die voortvloeien uit het Tracébesluit Zuidasdok, het Luchthavenindelingbesluit Schiphol en het beperkingengebied van de A10. In dit hoofdstuk wordt per onderwerp uiteengezet welke onderzoeken zijn uitgevoerd, welke juridische procedures relevant zijn en hoe het college zich verhoudt tot de geuite zorgen. Er wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving, de verantwoordelijkheden van verschillende bestuursorganen en de vervolgstappen die nodig zijn om tot een juridisch-planologisch besluit te komen. 13.1.
Planwijziging of afwijkingsprocedure
Indieners van inspraakreacties voeren aan dat een Erotisch Centrum op de beoogde locatie niet past binnen het huidige bestemmingsplan/omgevingsplan van Buitenveldert en dat realisatie slechts mogelijk is via een planwijziging of afwijkingsprocedure. Zij wijzen erop dat dergelijke procedures juridisch kunnen worden aangevochten op basis van de Wet ruimtelijke ordening, de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) en de Omgevingswet. Antwoord Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet het kader voor ruimtelijke besluiten. De Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gelden niet meer. Het plangebied is op dit moment ingericht als openbaar groen en water. De bestemming in het omgevingsplan (onderdeel bestemmingsplan Buitenveldert 1974) is Groen en Water. Het Erotisch Centrum past inderdaad niet in het huidige omgevingsplan. Ook moet rekening worden gehouden met het Tracébesluit Zuidasdok. Om het plan mogelijk te maken is een afwijking of wijziging van het omgevingsplan nodig op basis van de Omgevingswet. In het besluit/omgevingsvergunning moet gemotiveerd worden dat de nieuw functie ingepast kan worden op de locatie ('evenwichtige toedeling van functies aan locaties'). Tegen een besluit tot wijziging van het omgevingsplan of verleende omgevingsvergunningen kan bezwaar en beroep worden ingediend.
96
13.2.
Wijziging omgevingsplan
Indieners van inspraakreacties vragen wat precies wordt bedoeld met de stelling dat, omdat het huidige omgevingsplan geen ruimte biedt voor de ontwikkeling, “een nieuw juridisch-planologisch kader nodig is waarin ruimtelijke en planologische aspecten zijn afgewogen.” Antwoord De Omgevingswet bevat procedureregels om nieuwe functies mogelijk te maken die niet in het geldende omgevingsplan passen. Het criterium om medewerking te verlenen is dat een plan voldoet aan 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (ETFAL). In een besluit omgevingsvergunning afwijken omgevingsplan (Bopa) of wijziging van het omgevingsplan wordt omschreven wat de nieuwe mogelijkheden zijn voor gebruik en bouwen. Bij een dergelijk juridisch-planologisch besluit hoort een onderbouwing door onderzoeken, een afweging van belangen die aangeven of het voldoet aan ETFAL en eventuele voorwaarden vastleggen. De projectnota voor het Erotisch Centrum is een stap in het proces om te komen tot een omgevingsvergunning afwijking omgevingsplan (Bopa) of een wijziging van het omgevingsplan.
13.3.Vergunningen De indieners verzoeken een helder overzicht van welke vergunningen, besluiten of procedureinstrumenten juridisch noodzakelijk zijn om een functie als het Erotisch Centrum mogelijk te maken op een locatie waar het geldende omgevingsplan momenteel geen ruimte biedt. Antwoord In 6.3 Juridische Verkenning van de projectnota worden de ruimtelijke besluiten geschetst. De Omgevingswet biedt verschillende mogelijkheden voor de besluitvorming, door vergunningen te bundelen of apart aan te vragen. Daarin moeten nog keuzes worden gemaakt. Een afwijking of wijziging van het omgevingsplan is het (hoofd)besluit om de functie en bouwvolume van het Erotisch Centrum mogelijk te maken. In die procedure moet ook onderbouwd worden of wordt voldaan aan Rijks (instructie)regels, regels voor het beperkingengebied van de Rijksweg A10, het Tracébesluit Zuidasdok en de provinciale regels uit de omgevingsverordening. In de projectnota staat omschreven dat er bijvoorbeeld voor de kap van bomen, de technische bouwactiviteit en het beperkingengebied van de Rijksweg A10 ook een omgevingsvergunning nodig is. Er moet na de fase Investeringsnota een keuze gemaakt worden welke besluiten straks apart of gezamenlijk worden aangevraagd.
Daarnaast is een watervergunning nodig van het waterschap AGV voor het dempen van water, het realiseren van een gebouw in de waterplas en de locatie voor watercompensatie. 13.4.
Nieuwe onderzoeken
Indieners van inspraakreacties stellen dat ondanks eerder gedane toezeggingen, geen nieuwe of aanvullende ruimtelijke onderzoeken zijn uitgevoerd naar de geschiktheid van de locatie van het Erotisch Centrum Erotisch Centrum aan de Europaboulevard. Antwoord Het college kan dit standpunt niet volgen. Met de projectnota is de ruimtelijke en technische haalbaarheid op de locatie onderzocht. Hiertoe zijn meerdere onderzoeken opgesteld, die zijn bijgevoegd als bijlage bij de projectnota: onder andere een watertoets, een verkeersonderzoek,
97
een ecologische quickscan en een stikstofonderzoek. Deze onderzoeken zijn allemaal opgesteld ten behoeve van de projectnota en zien op de geschiktheid van de locatie in ruimtelijke zin. 13.5. Presentatie resultaten onderzoeken Indieners van inspraakreacties uiten het vermoeden dat in de projectnota de uitkomsten van onderzoeken gunstiger worden voorgesteld dan terecht is en dat bepaalde risico’s of onzekerheden worden weggelaten of verzacht met verhullend taalgebruik. Zij vragen daarom om een helder en volledig overzicht van de randvoorwaarden die aan de haalbaarheid van het project worden gesteld. Antwoord Het college herkent zich niet in dit standpunt. Het onderzoeken van de ruimtelijke en technische haalbaarheid van het Erotisch Centrum op deze locatie is een stapsgewijs proces. Onder meer omdat in deze fase nog niet alle uitgangspunten bekend zijn. Dat betekent dat er op sommige punten nog geen definitieve conclusies kunnen worden getrokken, maar een nadere afweging of nader onderzoek noodzakelijk is. Dit staat beschreven in de projectnota. 13.6.
Onafhankelijkheid onderzoeken
Indieners van inspraakreacties menen dat de onderzoeken die zijn uitgevoerd voor het project niet onafhankelijk zijn of te eenzijdig en dat daarom een objectieve contraexpertise gewenst is, bijvoorbeeld door een onafhankelijke instantie zoals de STAB (Stichting Advisering Bestuursrechtspraak). Antwoord Het college herkent zich niet in het beeld dat de uitgevoerde onderzoeken niet onafhankelijk of objectief zijn. Dat de watertoets is uitgevoerd door ambtenaren die werkzaam zijn voor de gemeente (het gemeentelijke Ingenieursbureau) betekent niet dat de beschreven effecten voor de waterhuishouding niet objectief zijn weergegeven. Ook bij de overige onderzoeken ziet het college geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat de beschreven effecten niet onafhankelijk of objectief zijn. Het college ziet op dit moment geen aanleiding voor het laten uitvoeren van een contraexpertise. De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (STAB) adviseert uitsluitend in gerechtelijke procedures. 13.7.Planologische status plangebied Indieners van inspraakreacties stellen dat de beoogde locatie van het Erotisch Centrum ten onrechte wordt gepresenteerd als onderdeel van het grootstedelijke gebied rondom Station RAI.
Zij wijzen erop dat in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 de locatie niet is opgenomen binnen de contouren van de “Stationsbuurt RAI” en dat, anders dan bij Station Zuid, de geplande bebouwing niet over de A10 heen is geprojecteerd. Volgens de indieners ligt het bouwvlak daarmee feitelijk buiten het stedelijk gebied, aan de rand van het Amstelpark en binnen het landschappelijke raamwerk van de Amstelscheg. Antwoord De locatie is nu ingericht als openbaar groen, ligt binnen stedelijk gebied en is geen onderdeel van het Amstelpark of de Amstelscheg. Zowel het Amstelpark als de begrenzing van de Amstelscheg liggen aan de zuidkant van de op- en afrit van de A10/S109. De Omgevingsvisie is een langetermijnvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling die de leidraad is voor de inrichting en ontwikkeling van de stad. De omgevingsvisie geeft richting, maar heeft een ander karakter dan bijvoorbeeld het omgevingsplan waarin de juridische regels voor gebruik en bouwen per locatie zijn opgenomen. De omgevingsvisie bestaat uit een visiekaart, vijf strategische keuzes en o.a. een ruimtelijk-programmatisch kader. De locatie aan de Europaboulevard is op de visiekaart aangeduid als gemengd/luw gebied. Voor de aanduiding Stationskwartier geldt dat deze op de
98
visiekaart indicatief is aangegeven rondom station RAI, zonder oogpunt van exacte begrenzing. In samenhang gelezen met de tekst van de omgevingsvisie past een stedelijke voorziening op deze locatie binnen het streven naar een meerkernige ontwikkeling. 13.8.
Passendheid binnen gemeentelijk beleid
Indieners van inspraakreacties betogen dat de voorgestelde locatie voor het Erotisch Centrum strijdig is met het gemeentelijke beleidskader. Zij voeren aan dat zowel de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 als het Ontwikkelbeeld Zuidas inzetten op hoogwaardige stedelijke functies zoals wonen, werk, kennisontwikkeling en publieke voorzieningen. Een Erotisch Centrum past volgens hen niet binnen dit beeld. Verder wordt aangevoerd dat de Erotisch Centrum -locatie een belemmering kan vormen voor andere beoogde projecten, zoals de afwaardering van de A2, woningbouw in het Joan Muyskenskwartier, herontwikkeling van het RAI-terrein en verdere verdichting van Buitenveldert. Antwoord In het Amsterdams Akkoord 2022-2026 heeft de coalitie afgesproken het aantal ramen op de Wallen te verminderen door een deel te verplaatsen naar een Erotisch Centrum. In 2023 heeft het college de Europaboulevard aangewezen als voorkeurslocatie. Dit besluit is in de tekst van de actualisatie Omgevingsvisie verwerkt. Het college ziet het Erotisch Centrum als passende stedelijke voorziening in het gebied rondom station RAI dat in de omgevingsvisie is aangeduid als ‘stationskwartier’ en het past binnen het streven naar een meerkernige ontwikkeling. Tot slot is niet duidelijk waarom indieners van oordeel zijn dat het Erotisch Centrum een belemmering vormt voor andere projecten.
Bij de ruimtelijke onderzoeken voor de projectnota zijn, voor zover relevant, overige projecten betrokken. Uit deze onderzoeken volgen geen belemmeringen voor overige projecten.
13.9.
Milieueffectrapportage
Indieners van inspraakreacties stellen dat voor de ontwikkeling van het Erotisch Centrum Erotisch Centrum een milieueffectrapportage (MER) moet worden opgesteld, omdat de omvang (bijv. 1,5 miljoen bezoekers), verkeersdruk, samenloop met Zuidasdok en effecten op leefomgeving en milieu zo groot kunnen zijn dat sprake is van “aanzienlijke milieueffecten”. Zij vragen zich af hoe in de projectnota kan worden geconcludeerd dat de verwachte (milieu)gevolgen niet disproportioneel zijn voor de omgeving, zonder een volledige MER? Antwoord Door de omvang van het initiatief (circa 10.000 m2 bvo) en de ligging bij stations RAI en Amsterdam Zuid en stedelijk gebied Zuidas is de inschatting dat op voorhand geen aanzienlijke milieueffecten worden verwacht. Zoals op pagina 92 van de projectnota staat vermeld, zal in de volgende fase (bij de investeringsnota) een plan-mer-beoordeling worden opgesteld. In dat onderzoek wordt beoordeeld of sprake is van aanzienlijke milieueffecten vanwege de ontwikkeling of dat kan worden afgezien van het opstellen van een milieueffectrapport. Dit betekent dat niet op voorhand zal worden afgezien van het opstellen van een milieueffectrapport, maar dat in de vervolgfase aan de hand van onderzoeken zal worden beoordeeld of het opstellen van een milieueffectrapport nodig is. Deze werkwijze is in overeenstemming met de wettelijke eisen.
99
13.10. Milieuonderzoeken Indieners van inspraakreacties uiten zorgen over het ontbreken of tekortschieten van milieuonderzoeken ten aanzien van de beoogde locatie van het Erotisch Centrum aan de Europaboulevard. Zij stellen dat mogelijke effecten op luchtkwaliteit, geluid, water, gezondheid, trillingen, energieverbruik, afvalproductie en lichtvervuiling niet of onvoldoende zijn onderzocht. Daarbij vragen zij aandacht voor de mogelijke gezondheidsrisico’s voor kwetsbare groepen in de omgeving, zoals kinderen en ouderen. De kern van hun vraag is of de milieueffecten van het project volledig en adequaat in beeld zijn gebracht, en of aanvullende of diepgaandere studies noodzakelijk zijn voordat tot besluitvorming kan worden overgegaan. Antwoord Geluid: Het Erotisch Centrum is geen geluidgevoelige functie zoals een woning. Er is geen onderzoek nodig naar geluid vanuit de omgeving zoals bijvoorbeeld verkeersgeluid vanaf de Rijksweg A10. Het Erotisch Centrum ligt op 200 meter afstand van de dichtstbijzijnde geluidgevoelige functie, in deze fase is uitgegaan dat deze afstand voldoende is om te voldoen aan de algemene eisen voor milieubelastende activiteiten. De projectnota wordt aangevuld op dit punt. Zie Nota van Wijziging. Trillingen: Er wordt geen trillingsgevoelige functie gerealiseerd, er is geen onderzoek nodig. De projectnota wordt aangevuld op dit punt. Zie Nota van Wijziging.
De overige onderwerpen worden besproken in de projectnota: Luchtkwaliteit - pagina 93, Water – pagina 80 en bijlage 3.7, Ecologie - pagina 84, Gezondheid - pagina 88, Afvalproductie - pagina 87, Energieverbruik - pagina 87, Verlichting - pagina 102. Bij de toetsing aan de wettelijke normen, zijn risico’s voor kwetsbare groepen verdisconteerd. Voor zover het gaat om een bestuurlijke afweging om sekswerkplekken en aanvullend programma toe te staan op deze locatie is onduidelijk wat door indieners wordt bedoeld. Sekswerk en een aanvullend voorzieningenprogramma acht het college in zijn algemeenheid inpasbaar in een stedelijke omgeving. 13.11. Luchthavenindelingbesluit Schiphol Indieners van inspraakreacties wijzen erop dat het beoogde gebouw voor het Erotisch Centrum zich binnen het beperkingengebied van Schiphol bevindt en dat daardoor het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) van toepassing is. Zij vragen of dit gevolgen heeft voor de maximaal toegestane bouwhoogte van het gebouw en of deze beperking voldoende is onderzocht en juridisch geborgd. Met deze vraag willen indieners duidelijkheid over de mate waarin de locatiekeuze en het bouwvolume daadwerkelijk uitvoerbaar zijn binnen de luchtvaartveiligheidsregels. Antwoord Indieners wijzen er terecht op dat de hoogten van het Luchthavenindeling besluit bepalend zijn voor de maximale bouwhoogte van het gebouw.
Ter plaatse van het plangebied is de maatgevende toetshoogte 51 meter. Er wordt uitgegaan van maximaal 10 bouwlagen, waarmee het gebouw lager zal zijn dan 51 meter (circa 41 meter). Dit betekent dat het Luchthavenindelingbesluit niet aan de haalbaarheid van het project in de weg staat.
100