CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Nota van Beantwoording Erotisch Centrum.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 12 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Projectbesluit Erotisch Centrum (VN2026-000707)45.675 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

5 alinea's met “sluiting”: 294 319 356 362 648

Parkeren in de omgeving sluit aan bij het gemeentelijk parkeerbeleid (zoals vastgelegd in de Nota Parkeernormen Auto 2017), de Omgevingsvisie Amsterdam 2050, het Koersdocument Amsterdam maakt Ruimte en het Mobiliteitsplan Zuidflank, waarin wordt ingezet op het beperken van autoverkeer, het stimuleren van duurzame vervoerskeuzes en het efficiënter benutten van bestaande infrastructuur. Anderzijds is in inspraakreacties aangegeven door o.a. bewoners en bedrijven dat het oplossen van parkeren in de omgeving zorgt voor verkeer en bezoekersstromen van het Erotisch Centrum in de omgeving. Parkeren in de omgeving zou effect hebben op de o.a. de parkeerdruk, zoekverkeer, looproutes, veiligheid en overlast. Met als bijkomende vraag of het voor sekswerkers en overige werknemers van het Erotisch Centrum nodig of wenselijk is om een eigen parkeervoorziening te realiseren. Om tegemoet te komen aan de zorgen in de reacties wordt voorgesteld in de volgende fase nogmaals te kijken naar de parkeeroplossing. Stedenbouwkundig en verkeerskundig is het complex een parkeervoorziening voor auto’s in te passen, doordat in het gebouw relatief weinig parkeerplaatsen per bouwlaag mogelijk zijn. Ook effecten op de waterhuishouding, het voorkomen van negatieve effecten op de doorstroming op de Europaboulevard en kosten spelen mee.

Voor het geheel opvangen van het parkeren in, onder of naast het gebouw is te weinig ruimte en dit is gezien de beschikbare parkeerruimte in de omgeving ook niet nodig. Wel kan onderzocht worden of er een oplossing mogelijk is voor het opvangen van een deel van het autoparkeren. Zie Nota van Wijziging. Over het parkeren rond het Erotisch Centrum zijn veel inspraakreacties ingediend, met name vanwege het ontbreken van een eigen parkeervoorziening. Insprekers verwachten veel invloed op de omgeving doordat bezoekers van het Erotisch Centrum in de omgeving parkeren. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat in de omgeving in beginsel voldoende parkeerruimte beschikbaar is in bestaande parkeergarages en op straat. Het toevoegen van extra capaciteit wordt hierdoor niet noodzakelijk en ook niet wenselijk geacht vanuit het Mobiliteitsplan Zuidflank bereikbaar. Het onderwerp vraagt echter om een zorgvuldige afweging vanuit verschillende perspectieven – waaronder verkeerskundige haalbaarheid, veiligheid van werknemers en bezoekers, ruimtelijke inpasbaarheid, aantrekkelijkheid van het ontwikkelconcept en de financiële consequenties. In de fase van de investeringsnota worden de voor- en nadelen opnieuw in beeld gebracht, zodat het bestuur een integrale afweging kan maken. Zie Nota van Wijziging.

75

10.

Zuidasdok

Indieners van inspraakreacties uiten zorgen over de risico's van de gelijktijdige ontwikkeling van het EC en het infrastructurele project Zuidasdok. De locatie Europaboulevard waar het Erotisch Centrum is voorzien, is in het Tracébesluit Zuidasdok aangewezen als tijdelijk werkterrein voor de aanleg van het deelproject Reconstructie Knooppunt Amstel. Gevreesd wordt dat beide projecten elkaar in planning, uitvoering en logistiek kunnen belemmeren. Met name bestaat de zorg dat de ontwikkeling van het Erotisch Centrum leidt tot vertraging, hogere kosten of het verlies van cruciale werkruimte voor Zuidasdok. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op deze vragen. Aan de orde komen onder meer de planningsafstemming tussen het Erotisch Centrum en Zuidasdok, de risico’s aangegeven door Rijkswaterstaat, de zoektocht naar een alternatief werkterrein voor de uitvoering van Knooppunt Amstel en de (zorg over de) inzet van het Beatrixpark. Ook wordt ingegaan op de mogelijke meerkosten die kunnen ontstaan door raakvlakken in uitvoering en logistiek en op de wijze waarop die risico’s worden gemonitord, beperkt en financieel afgedekt.

10.1.

Planning ontwikkeling Erotisch Centrum en Zuidasdok

Indieners van inspraakreacties geven aan dat de gelijktijdige ontwikkeling van het Erotisch Centrum en het Zuidasdok-project risicovol is en tot wederzijdse belemmeringen kan leiden. Indieners zien dit vooral als risico voor de ontwikkeling van Zuidasdok, omdat dit project al (financieel) onder druk staat. De komst van het Erotisch Centrum op deze plek maakt het nog complexer. Zij vragen zich af in hoeverre de bouwplanning, logistieke fasering en infrastructurele ingrepen elkaar kunnen hinderen en hoe de gemeente dit risico onderschrijft en voorkomt. Antwoord In de Impactanalyse Zuidasdok concludeert de programmaorganisatie Zuidasdok dat realisatie van het Erotisch Centrum op de locatie Europaboulevard de werkzaamheden aan Knooppunt Amstel op verschillende punten verzwaart, maar niet onmogelijk maakt. In de projectnota is ook gekeken naar de samenloop met de uitvoering van Zuidasdok dat naar verwachting vanaf 2028 start. De start bouw van het Erotisch Centrum volgt enkele jaren later en het Erotisch Centrum opent als de werkzaamheden voor Zuidasdok nog niet zijn afgerond.

In de fase projectnota zijn de raakvlakken tussen beide projecten (zoals bouwfasering, ruimtegebruik, bereikbaarheid en veiligheid) nader onderzocht in overleg met de betrokken partijen, waaronder het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat West-Nederland Noord (RWS WNN) en de programmaorganisatie Zuidasdok. Het college erkent de risico’s van de raakvlakken met Zuidasdok: coördinatie met Zuidasdok vereist een definitief vergund alternatief werkterrein; gelijktijdige bouw kan kosten verhogen; tijdens gebruiksfase blijft afstemming nodig; gemeente draagt extra kosten voor Erotisch Centrum -gerelateerde impact. Het college erkent tevens de risico’s die ook door de wegbeheerder Rijkswaterstaat zijn aangegeven (zie 11.5). Het uitgangspunt is dat de ontwikkeling van het Erotisch Centrum de uitvoering van Knooppunt Amstel niet mag belemmeren. En dat indien gelijktijdige ontwikkeling leidt tot meerkosten in de uitvoering van Zuidasdok, de gemeente Amsterdam deze kosten voor haar rekening neemt (zie ook verderop bij 11.4 van deze nota). Om ervoor te zorgen dat beide projecten ongehinderd kunnen worden uitgevoerd en negatieve effecten worden voorkomen, maken de gemeente Amsterdam, de programmaorganisatie

76

Zuidasdok, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat als wegbeheerder vroegtijdig nadere afspraken. De gemeente voert constructief overleg op directieniveau met het rijk (ministerie van infrastructuur en Waterstaat, programmaorganisatie Zuidasdok en RWS WNN), met als doel gefaseerd tot gezamenlijke afspraken te komen. In de volgende projectfasen, waarin de aannemers voor beide projecten bekend zijn, kunnen gedetailleerde afspraken worden gemaakt over de inzet van werkruimte, bouwlogistiek, transportbewegingen, veiligheid op de bouwplaats en het voorkomen van hinder voor de omgeving. In hoofdstuk 3 van de projectnota wordt nader ingegaan op de samenloop van de beide projecten. Vooralsnog gaat het college ervan uit dat met inachtneming van de risico’s de ontwikkeling van het Erotisch Centrum en Zuidasdok gelijktijdig kunnen plaatsvinden.

10.2.

Beschikbaarheid alternatief werkterrein Zuidasdok

Indieners van inspraakreacties wijzen erop dat er nog geen duidelijkheid bestaat over een alternatief werkterrein voor het project Zuidasdok, indien een deel van de locatie Europaboulevard komt te vervallen als beschikbaar werkterrein als het Erotisch centrum daar wordt gerealiseerd. Eerder was aangekondigd dat het alternatief werkterrein met het uitkomen van projectnota duidelijk zou zijn. De zorg is dat de voortgang van Zuidasdok hierdoor in gevaar zou kunnen komen. Antwoord Momenteel worden in samenwerking met programmaorganisatie Zuidasdok verschillende varianten voor het alternatieve werkterrein verkend. De planning en uitvoeringsvolgorde van beide projecten worden daarbij op elkaar afgestemd, om conflicten en hinder zoveel mogelijk te beperken. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat in de impactanalyse (2023) vermeld staat dat de programmadirecteur van Zuidasdok pas definitief kan meewerken aan inpassing van het Erotisch Centrum binnen de projectgrenzen van Zuidasdok, als een alternatief werkterrein onherroepelijk vergund is. Het proces loopt en er sprake van een constructieve samenwerking tussen de gemeente Amsterdam en het rijk hierover. Het is op dit moment nog te vroeg om hierover naar buiten te treden.

10.3.

Zorg om gebruik Beatrixpark als alternatief werkterrein project Knooppunt Amstel

Indieners van inspraakreacties uiten hun zorgen over het mogelijke gebruik van delen van het Beatrixpark als alternatief werkterrein voor de uitvoering van het project Knooppunt Amstel, als gevolg van de geplande ontwikkeling van het Erotisch Centrum Erotisch Centrum aan de Europaboulevard. Zij vrezen aantasting van de natuur, rust, recreatieve waarde en het groene karakter van het Beatrixpark en vragen of en hoe het park wordt ontzien in de verdere planvorming. Antwoord Het Beatrixpark is niet in beeld als locatie voor het alternatief werkterrein voor de ontwikkeling van deelproject Reconstructie Knooppunt Amstel binnen het project Zuidasdok. Wel is het mogelijk dat een deel van het Beatrixpark wordt betrokken bij de ontwikkeling van project Tunnel van Zuidasdok. De zoektocht van Zuidasdok naar werkterreinen voor project Tunnel staat

77

los van de zoektocht naar een alternatief werkterreinen voor de ontwikkeling van Knooppunt Amstel.

10.4.

Mogelijke meerkosten als gevolg van gelijktijdige ontwikkeling Zuidasdok

Indieners van inspraakreacties vragen zich af of de gelijktijdige ontwikkeling van het Erotisch Centrum Erotisch Centrum en de infrastructuurprojecten van Zuidasdok zal leiden tot extra kosten voor het Erotisch Centrum. Met andere woorden: komen er meerkosten voor de bouw, logistiek of voorzieningen van het Erotisch Centrum als gevolg van de coördinatie met Zuidasdok? En wie draagt die kosten? Antwoord Bij gelijktijdige bouw bestaat de kans dat de kosten voor het project Knooppunt Amstel als gevolg van de raakvlakken met het project Erotisch Centrum zullen toenemen. Hoe groter de raakvlakken, hoe hoger de kosten (en andersom). Het doel van het college is het beperken van de risico’s en het zoeken naar oplossingen tegen zo laag mogelijke kosten, samen met het Rijk. Zoals ook aangegeven in de projectnota neemt de gemeente Amsterdam de mogelijke meerkosten als gevolg van gelijktijdige ontwikkeling voor haar rekening. In de fase projectnota zijn er echter nog geen specifieke inzichten mogelijk voor extra kosten voor Zuidasdok door realisatie van het Erotisch Centrum. De financiële consequenties worden doorgerekend in de fase van investeringsnota van het Erotisch Centrum en aan de raad voorgelegd.

10.5.

Risico’s vanuit Rijkswaterstaat als wegbeheerder

Lopende het constructieve overleg met Rijkswaterstaat (RWS), waar RWS ook naar verwijst in haar inspraakreactie, brengt RWS bevindingen, zorgen en risico’s nogmaals onder de aandacht van de gemeente. RWS vraagt de gemeente in de besluitvorming rekening te houden met de vereisten voor instemming door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Beheer Rijkswaterstaat kijkt vooral naar de aspecten veiligheid (o.a. afleiding voor de weggebruiker), doorstroming en de relatie met het Project Zuidasdok. De volgende risico’s worden aangegeven: 1. Het risico op filevorming in de tunnel door terugslag van het wegverkeer bij de S109 afrit van de A10 Zuid Links (Parallelrijbaan). 2. Het risico op verkeersonveilige situaties die ontstaan wanneer het Erotisch Centrum door zijn hoogte, vorm en uitstraling weggebruikers van de A10 afleidt van hun primaire taak. 3. Er dient voldoende ruimte beschikbaar te zijn voor het bouwen aan de uitbreiding van de A10 Zuid en voor het werkterrein van Zuidasdok, waarvoor deze locatie is aangewezen in het Tracébesluit Zuidasdok. Met de gemeente Amsterdam is afgesproken dat de gemeente zorgt voor alternatief werkterrein in de buurt van de locatie. 4. Meerkosten en vertraging voor Zuidasdok moeten worden uitgesloten. 5. Aantasting doelstelling internationale allure Zuidasdok en hoogwaardige bereikbaarheid Zuidasdok moeten worden uitgesloten. 6.

Het doelmatig beheer hoofdwegennet mag niet in het geding komen. 7. De mogelijkheid voor verruiming of wijziging van de A10 mag niet worden aangetast. 8. Er mogen geen negatieve gevolgen zijn voor kabels en leidingen. RWS spreekt waardering uit voor de samenwerking tot nu toe en verwijst naar de eerdere reacties vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en RWS op de (voorgenomen) locatiekeuze voor het

78

Erotisch Centrum en vraagt in de verdere besluitvorming beheersmaatregelen aan te geven voor de genoemde zorgen en risico’s. Antwoord Het college deelt het belang van een goede samenwerking met RWS, het programma Zuidsdok en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In de projectnota is de inbreng uit gesprekken en reacties meegenomen in het onderzoek naar de haalbaarheid. In volgende fasen kan dit verder wordt uitgewerkt tot een inpassing van het gebouw dat samengaat met het beperkingengebied en de realisatie van Zuidasdok. In de inspraakreactie wordt een aantal zorgen en risico's gedeeld door Rijkswaterstaat, zoals zorgen over het effect op de internationale allure en de hoogwaardige bereikbaarheid van Zuidas. Zuidas heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot een toonaangevend zakelijk en internationaal knooppunt van wonen, werken en mobiliteit. Bij de inpassing van het Erotisch Centrum is daarom nadrukkelijk gekeken naar de ruimtelijke, economische en maatschappelijke context van deze omgeving. Het Erotisch Centrum is bedoeld als een zorgvuldig ontworpen en gereguleerd alternatief voor de huidige situatie op de Wallen, naar verwachting kan dit worden ingepast binnen Zuidas. Zie verder thema Locatiekeuze.

In de reactie wordt ook gevraagd rekening te houden met het project Zuidasdok, het gaat dan over voldoende ruimte behouden voor bouw- en werkterrein, het aanbieden van een alternatief werkterrein, het uitsluiten van meerkosten en vertraging. In de projectnota is het kader geschetst vanuit Zuidasdok waar bij de realisatie van het Erotisch Centrum rekening mee moet worden gehouden. Bijvoorbeeld dat het plangebied ligt binnen het Tracébesluitgebied Zuidasdok waar een tijdelijk werkterrein is beoogd, samenloop van bouw, veiligheid, kosten en de opgave voor het alternatief werkterrein. Duidelijk is dat de uitvoeringsplanningen overlappen en dat verdere uitwerking en afspraken nodig zijn. In de volgende fase investeringsnota is vervolgonderzoek nodig, samen met Zuidasdok. Wanneer meer zicht is op de raakvlakken tussen beide projecten, worden de beheersingsmaatregelen voor de risico’s bepaald en geraamd in een volgende impactanalyse. In het kader van de haalbaarheid is ook gekeken naar effecten van het Erotisch Centrum op de verkeersdoorstroming, zie 5.3 van de projectnota en figuur 96 in de projectnota waar de verkeersontsluiting is weergegeven. Het Erotisch Centrum krijgt een Kiss & Ride-voorziening vanaf de Europaboulevard, voor parkeren van bezoekers wordt in de projectnota uitgegaan van parkeren in de omgeving.

Uit het verkeersonderzoek komt naar voren dat de ontwikkeling van het Erotisch Centrum zorgt voor beperkte toename van autoverkeer in de ochtend- en avondspits. Bijv. in de avondspits gaat het om ca. 350 aankomsten en vertrekken van auto’s en taxi’s op vrijdag. Er wordt geen terugslag van verkeer op de A10 verwacht. Voor het verkeersnetwerk in de omgeving geldt dat het verkeersonderzoek laat zien dat het verkeer, los van de ontwikkeling van het Erotisch Centrum, in de toekomst toeneemt. Zonder maatregelen ontstaan er knelpunten. Om de bereikbaarheid van het gebied ook in de toekomst te waarborgen zijn er op gebiedsniveau maatregelen nodig, deze zijn reeds voorzien in het Mobiliteitsplan Zuidflank. Dat de verkeersdoorstroming een aandachtspunt is bij de verder uitwerking wordt gedeeld.

79

11.Participatie, proces en planning De totstandkoming van de projectnota Erotisch Centrum is mede het resultaat van een proces, waarin participatie heeft plaatsgevonden. Bewoners(organisaties), ondernemers, sekswerkers, maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen hebben hun input kunnen geven via adviesgesprekken. Daarnaast heeft na het vrijgeven van de conceptprojectnota in juni de formele inspraakperiode van zes weken plaatsgevonden. In dit hoofdstuk worden de inspraakreacties besproken die ingaan op de kwaliteit, betekenis en impact van het participatieproces, de informatievoorziening, de besluitvorming over de locatiekeuze en het bestuurlijke verloop van het project. Indieners van inspraakreacties uiten zorgen over de mate van openheid, de invloed van participatie, het draagvlak in de stad en de manier waarop signalen vanuit de buurt en het stadsdeel zijn verwerkt. Ook vanuit gevoel van erkenning als gesprekspartner wordt de oproep gedaan tot meer transparantie en bestuurlijke verantwoording. Daarnaast wijzen indieners op maatschappelijke weerstand en juridische procedures die kunnen ontstaan als het gevoel leeft dat er onvoldoende is geluisterd naar de omgeving.

In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke manier participatie is vormgegeven, welke criteria en uitgangspunten daarbij zijn gehanteerd, welke invloed deze hebben gehad op de inhoud van de projectnota en hoe het college daarmee invulling geeft aan de eisen van de Participatieverordening Amsterdam en andere wettelijke kaders. Ook wordt besproken hoe participatie in de volgende fasen van het project wordt voortgezet. Tot slot gaan verschillende inspraakreacties in op de planning van het project. Er worden vragen gesteld over de haalbaarheid van de voorgestelde fasering, de risico’s op vertraging en de invloed van andere grote projecten in het gebied, zoals Zuidasdok. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de planning is opgebouwd, welke onzekerheden zijn onderkend en hoe flexibiliteit is ingebouwd om het project stapsgewijs en beheerst te realiseren. 11.1.

Kwaliteit van de participatie

Indieners van inspraakreacties uiten kritiek op de kwaliteit en betekenis van het participatieproces rondom het Erotisch Centrum. Zij geven aan dat zij onvoldoende betrokken zijn bij de locatiekeuze en dat het proces te weinig openheid en ruimte voor échte dialoog bood. Er is brede behoefte aan meer transparantie en samenwerking. Meerdere indieners ervaren dat hun zorgen onvoldoende serieus zijn genomen of niet terugkomen in de uitwerking van de plannen. Antwoord Vanaf de start van de fase projectbesluit (opstellen projectnota) is ingezet op participatie, met de overtuiging dat de ontwikkeling van het Erotisch Centrum alleen kan plaatsvinden in dialoog met de omgeving. Hiervoor is op 4 november 2024 een participatieplan opgesteld. Om tot dat plan te komen zijn verkennende gesprekken met bewoners(organisaties), ondernemers (van nabijgelegen bedrijven en hotels, maar ook met geïnteresseerde marktpartijen), sekswerkers, maatschappelijke organisaties en anderen actief betrokken via informatieavonden, adviesgesprekken, terugkoppelgesprekken, klankbordgroepen en individuele gesprekken. Voor de fase locatiekeuze heeft het bestuur de keuze gemaakt de locatiekeuze via de route van het democratisch proces te laten lopen. Het college heeft zich laten informeren over locatieonderzoek en de afweging gemaakt tussen geschikte locaties op basis van criteria.

Vervolgens is deze keuze met de gemeenteraad besproken. Na steun van de raad is de vervolgfase ingezet, die van het onderzoeken van de haalbaarheid in de vorm van de projectnota Erotisch Centrum.

80

De opbrengst van het participatietraject voor de fase Projectnota is op verschillende niveaus van betekenis geweest. Inhoudelijk heeft de inbreng geleid tot een bredere en diepere risicoanalyse, extra aandacht voor thema’s als programma, verkeersdrukte, sociale veiligheid en de leefbaarheid van de omliggende wijken. Ook de stem van sekswerkers (over privacy, autonomie en veilige werkomstandigheden) heeft direct invloed gehad op de inrichting van het programma. 11.2.

Informatievoorziening

Indieners van inspraakreacties geven aan dat zij de informatievoorziening vanuit de gemeente als te laat en onvoldoende transparant hebben ervaren. Verschillende indieners stellen dat zij pas in een laat stadium zijn geïnformeerd over de plannen voor het Erotisch Centrum, toen de keuzes over locatie en opzet al grotendeels waren gemaakt. Hierdoor hadden zij het gevoel niet meer wezenlijk te kunnen meedenken of invloed uit te kunnen oefenen op de koers van het project. Antwoord Het college hecht grote waarde aan tijdige, transparante en toegankelijke informatievoorziening richting alle betrokkenen bij het Erotisch Centrum. Goede informatievoorziening is niet alleen essentieel voor een zorgvuldig besluitvormingsproces, maar vormt ook een noodzakelijke randvoorwaarde voor zinvolle participatie. Er is gebruikgemaakt van verschillende communicatiekanalen en participatiemomenten, zoals vastgesteld in het participatieplan Zie hierboven bij het antwoord op de vorige vraag: de keuze voor de locatie verliep via het proces van het college met de raad. In de fase projectnota zijn informatieavonden en themabijeenkomsten werden ruim van tevoren aangekondigd via de gemeentelijke website, sociale media en via gerichte uitnodigingen aan bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en belangenbehartigers.

Daarbij is gezorgd voor een mix van bijeenkomsten en kleinere gesprekken, afhankelijk van doelgroep en thema. Op verzoek van het stasdeel is het verspreidingsgebied voor bijvoorbeeld de inspraakbijeenkomsten vergroot. Daarnaast ontvangen geïnteresseerden periodiek een digitale nieuwsbrief over de voortgang van het project. Op de gemeentelijke website amsterdam.nl/erotischcentrum zijn alle documenten terug te vinden, waaronder raadsinformatiebrieven, onderzoeksrapporten en verslagen van participatiebijeenkomsten. Ook directe communicatie is ingezet om maatwerk te bieden: gesprekken met omwonenden, belangenorganisaties van sekswerkers, ondernemers en maatschappelijke instellingen hebben plaatsgevonden in verschillende vormen. Hierdoor is de informatievoorziening afgestemd op de behoeften en vragen van verschillende groepen. 11.3.

Besluitvorming locatiekeuze

Indieners van inspraakreacties uiten twijfels over de transparantie van de besluitvorming rondom de locatiekeuze voor het Erotisch Centrum. Zij vragen zich af op basis van welke bestuurlijke motieven de keuze voor de beoogde locatie tot stand is gekomen en of deze motieven expliciet, controleerbaar en navolgbaar zijn gecommuniceerd. De indruk bestaat bij sommige indieners dat de locatiekeuze reeds vaststond voordat het participatietraject op gang kwam, waardoor het besluitproces als weinig open of beïnvloedbaar werd ervaren. Antwoord De keuze voor de locatie aan de Europaboulevard is gebaseerd op een gefaseerde afweging. In het coalitieakkoord van 2022 is opgenomen dat het college inzet op het realiseren van een Erotisch Centrum buiten de binnenstad als onderdeel van de Aanpak Binnenstad. Vervolgens heeft het college een locatieonderzoek uitgevoerd. De gemeenteraad is daarbij in verschillende fases geïnformeerd over de stand van zaken, onder meer via raadsbrieven en presentaties. In

81

2023 heeft het college het principebesluit genomen om de Europaboulevard als voorkeurslocatie aan te wijzen. Met de start van het participatieproces in november 2024 is een nieuwe fase ingegaan, gericht op de ruimtelijke inpassing van het Erotisch Centrum op deze locatie. De locatiekeuze zelf maakte geen onderdeel meer uit van deze inspraakronde. In deze fase zijn via bijeenkomsten en gesprekken met onder andere bewoners, ondernemers, sekswerkers en maatschappelijke organisaties wensen, zorgen en adviezen opgehaald over onderwerpen zoals veiligheid, verkeer, uitstraling en het programma van het centrum. De opbrengsten van deze participatie zijn meegenomen in de concept-projectnota. Deze nota is in juni 2025 vrijgegeven voor inspraak. Veel inspraakreacties op de concept-projectnota bevatten vragen bevatten over het bredere beleid, zoals de sluiting van ramen op de Wallen, de noodzaak van een Erotisch Centrum en het locatiekeuzeproces zelf. Hoewel deze onderwerpen buiten de scope van de huidige inspraakronde vallen, worden ze in deze nota van beantwoording zo veel mogelijk toegelicht. De signalen en zorgen die hierover zijn geuit, worden meegenomen in de verdere besluitvorming. In de projectnota is een bijlage toegevoegd met de voorgeschiedenis van de locatiekeuze. 11.4.

Selectiecriteria deelnemers participatie

Indieners van inspraakreacties uiten zorgen over het gebrek aan transparantie in de selectie en benadering van deelnemers aan het participatieproces rondom het Erotisch Centrum. Zij vragen zich af op basis van welke criteria is bepaald wie mocht deelnemen aan bijeenkomsten of gesprekken en in hoeverre die selectie representatief en inclusief was. Er leeft twijfel of alle relevante groepen (waaronder bewoners van de directe omgeving, sekswerkers en maatschappelijke organisaties) voldoende en evenredig zijn betrokken. Antwoord Het participatieproces voor de concept-projectnota van het Erotisch Centrum is uitgevoerd op basis van een participatieplan dat door het college is vastgesteld in november 2024, met advies van stadsdeel Zuid. Dit plan is opgesteld in lijn met de geldende Participatieverordening en beschrijft welke doelgroepen betrokken zouden worden, met welk doel en op welke manier. In het participatieplan is gekozen voor een opzet die gericht was op brede en toegankelijke participatie. Het college is van mening dat voor deze projectfase sprake was van een voldoende brede en evenwichtige betrokkenheid. De opbrengsten zijn verwerkt in de conceptprojectnota en vormen mede de basis voor de verdere uitwerking van het project.

In de vervolgfase wordt opnieuw een participatieplan opgesteld, waarin ook opnieuw wordt gekeken naar de betrokken doelgroepen, waaronder eventuele aanvullende groepen die tot dusver ondervertegenwoordigd waren. Uitgangspunten voor deelname aan participatie: 1. Gebiedsgericht: Specifieke uitnodiging ging uit naar (georganiseerde) bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in de directe omgeving van de beoogde locatie, vanwege de directe impact die zij kunnen ervaren. 2. Wie worden uitgenodigd: Sekswerkers, belangenorganisaties, bewoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen, experts op het gebied van veiligheid en zorg zijn actief betrokken. 3. Hoe kan worden deelgenomen: Via openbare informatie- en participatiebijeenkomsten, een formele inspraakprocedure en online informatiekanalen

82

kon iedere geïnteresseerde Amsterdammer een bijdrage leveren. Deze aanpak is bewust gekozen om laagdrempeligheid en diversiteit in perspectieven te waarborgen. 4. Directe communicatie: Sleutelfiguren en instellingen zijn actief benaderd en bijeenkomsten zijn georganiseerd waarin deelnemers actief meedachten over risico’s, kansen en wensen voor het Erotisch Centrum. 5. Transparantie en documentatie: De gemeente heeft gecommuniceerd via onder andere huis-aan-huisbrieven, digitale nieuwsbrieven, sociale media, de gemeentelijke website en raadsinformatiebrieven. Opbrengsten uit de participatie zijn samengevat en gebruikt in onder meer de projectnota, de veiligheidsanalyse en het aanvullend verkeersonderzoek. 11.5.

Verwerking en terugkoppeling input uit participatie

Indieners van inspraakreacties uiten zorgen over de manier waarop hun inbreng uit het participatieproces is verwerkt en of deze daadwerkelijk invloed heeft gehad op het beleid en de plannen voor het Erotisch Centrum. Zij vinden dat hun opmerkingen, zorgen en suggesties onvoldoende zijn meegenomen in de besluitvorming, en dat er geen sprake was van een transparante en structurele terugkoppeling over wat er met hun input is gedaan. Ze vinden dat de participatie onvoldoende heeft geleid tot bijstellingen in inhoudelijke keuzes en deze slechts is gebruikt als legitimering van reeds genomen besluiten. Antwoord De participatie-input rondom het Erotisch Centrum is verzameld, geanalyseerd en verwerkt in de totstandkoming van de projectnota. Hierbij is ingezet op een zorgvuldige en transparante verwerking van de inbreng, met aandacht voor de inhoudelijke diepgang, de diversiteit aan perspectieven en de terugkoppeling naar betrokkenen. Op deze manier is geborgd dat participatie daadwerkelijk betekenis heeft gehad in het planproces, zonder dat dit een vorm van medebesluitvorming was. Participatie betekent echter niet dat alle inbreng zondermeer is overgenomen. In de zg. terugkoppelbijeenkomsten in voorjaar 2025 is aan de deelnemers van de adviesgesprekken gepresenteerd hoe de opgehaalde adviezen zijn verwerkt in de conceptprojectnota.

Onderstaande aspecten geven een beeld van de gang van zaken rondom de input. 1. Registratie en documentatie: Input uit gesprekken, bijeenkomsten en schriftelijke reacties is vastgelegd. De input ging over locatiegebonden signalen (bijvoorbeeld specifiek over de Europaboulevard) en inhoudelijke thema’s zoals veiligheid, verkeer, privacy, functie-invulling en ruimtelijke inpassing. 2. Thematische analyse: De verzamelde input is inhoudelijk geanalyseerd en gegroepeerd per thema. Dit heeft geleid tot een thematische indeling van zorgen, suggesties en wensen. 3. Afweging van belangen: Bij de verwerking is expliciet rekening gehouden met de uiteenlopende en soms conflicterende belangen van verschillende groepen, zoals bewoners, ondernemers, sekswerkers, maatschappelijke instellingen en veiligheidspartijen. De input is niet één-op-één overgenomen, maar is nadrukkelijk gewogen binnen de bredere beleidskaders en doelstellingen van het project. Daarbij is gestreefd naar een evenwichtige benadering die recht doet aan de diversiteit van de bijdragen. 4. Concrete invloed op het plan: In meerdere gevallen heeft participatie-input geleid tot aanpassingen of aanvullingen, zoals de opdracht tot extra mobiliteitsonderzoek, de uitwerking van de veiligheidsanalyse, en de aangescherpte aandacht voor de openbare ruimte

83

rondom het Erotisch Centrum. Ook zijn de uitgangspunten voor het Erotisch Centrum verder verrijkt met wensen vanuit sekswerkorganisaties en veiligheidsexperts. 5. Transparante terugkoppeling: De manier waarop participatie heeft bijgedragen aan de inhoud van het project is deels al toegelicht in de conceptprojectnota zelf.

6. Formele inspraak als sluitstuk: Na de participatiefase heeft een formele inspraakperiode plaatsgevonden waarin alle belanghebbenden hun zienswijze op de conceptprojectnota konden indienen. Deze inspraakreacties worden integraal betrokken bij de uiteindelijke besluitvorming en worden voorzien van een formele reactie in deze nota van beantwoording.

11.6.

Betrokkenheid vervolgproces

Indieners van inspraakreacties vragen zich af in hoeverre zij en andere belanghebbenden ook in het vervolgproces van het Erotisch Centrum nog invloed kunnen uitoefenen. Er is behoefte aan duidelijkheid over hoe participatie vorm krijgt in de volgende projectfasen, bijvoorbeeld bij het opstellen van het programma van eisen, het ontwerp van het gebouw en de inrichting van de openbare ruimte. Antwoord Het college erkent het belang van duidelijke communicatie over hoe belanghebbenden ook in de volgende fasen van het project betrokken blijven. Daarom zal voor de vervolgfase van het Erotisch Centrum (waaronder de investeringsfase, de vergunningsprocedure en de realisatie) – een nieuw participatieplan worden opgesteld. In dit plan staat beschreven hoe, wanneer en in welke vorm bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, sekswerkers en andere betrokkenen invloed kunnen uitoefenen op de verdere uitwerking van het project. Dit nieuwe participatieplan wordt opgesteld op basis van de Participatieverordening Amsterdam, vastgesteld in september 2024. Deze verordening stelt duidelijke eisen aan onder meer het doel en de reikwijdte van participatie, de betrokken doelgroepen, de wijze van communicatie en terugkoppeling, en de evaluatie van participatie.

De gemeente bouwt hiermee voort op de participatiestructuur die in de eerdere fasen is gehanteerd, met onder meer brede bijeenkomsten, gerichte adviesgesprekken en individuele contacten. De verdere ontwikkeling van het Erotisch Centrum kent verschillende projectfasen, elk met eigen besluitvormingsmomenten en mogelijkheden tot participatie, inspraak of bezwaar. Deze worden hieronder toegelicht: 1. Investeringsfase In deze fase wordt een investeringsnota opgesteld. Over deze nota vindt opnieuw formele inspraak plaats, voorafgaand aan besluitvorming door de gemeenteraad. Het participatieplan voor deze fase beschrijft ook de manier waarop bewoners en belanghebbenden mee kunnen denken over thema’s zoals veiligheid, ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheid en het programma van eisen. 2. Vergunningen en ruimtelijk-juridische procedures Na het investeringsbesluit volgen de benodigde vergunningprocedures (omgevingsplan of BOPA). In deze fase bestaat de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen of na besluitvorming bezwaar of beroep aan te tekenen.

84

3. Realisatiefase / bouw Tijdens de bouwfase wordt participatie georganiseerd door de ontwikkelende partij. De gemeente stelt voorwaarden aan omgevingscommunicatie en participatie. 4. Inrichting openbare ruimte De gemeente is verantwoordelijk voor de inrichting van de openbare ruimte rondom het Erotisch Centrum. Hierover wordt separaat participatie georganiseerd, met bewoners en gebruikers van het gebied. De gemeente blijft gedurende het gehele vervolgproces transparant communiceren via de projectpagina Erotisch Centrum | Gemeente Amsterdam, nieuwsbrieven en bijeenkomsten. Ook komt er een vast aanspreekpunt voor omwonenden en andere belanghebbenden. Zo blijft er ruimte voor invloed en betrokkenheid, binnen de kaders van het projectbesluit. 11.7.

Referendum

Indieners van inspraakreacties pleiten voor het organiseren van een referendum. Zij vinden dat het plan voor een Erotisch Centrum en de keuze voor een specifieke locatie dermate ingrijpend zijn voor de stad en haar inwoners, dat hier een directe volksraadpleging op zijn plaats zou zijn. Antwoord In de Referendumverordening Amsterdam staat in welke gevallen een verzoek om een referendum kan worden gedaan. Bijvoorbeeld over een ontwerpbesluit van de gemeenteraad, een inleidend verzoek of alternatief voorstel. Een verzoek moet 7 dagen voor de raadsvergadering binnen zijn en ondersteund worden door 1000 handtekeningen van kiesgerechtigden. De vervolgstappen worden beschreven in de verordening. Het tijdsbeslag van een inleidend verzoek tot een raadsbesluit over het definitief verzoek neemt enkele maanden in beslag. Daarna moet een referendum worden georganiseerd. Nadat de uitslag van een referendum bekend is moet de raad uiterlijk na twee maanden besluiten over het onderwerp van het referendum. Alleen bepaalde besluiten die genoemd worden in de verordening komen dus in aanmerking voor een raadgevend referendum. Het collegebesluit tot vaststelling van de projectnota voor het Erotisch Centrum valt hier niet onder.

11.8.

Niet gereageerd op bezwaren

Indieners van inspraakreacties geven aan dat zij zich niet serieus genomen voelen in het participatieproces rond het Erotisch Centrum. Zij ervaren dat hun zorgen over leefbaarheid, veiligheid, bereikbaarheid en de sociale impact van het Centrum onvoldoende zijn terug te vinden in de uitwerking van de plannen, met name in de conceptprojectnota. Er is overleg geweest met bewoners en buurtorganisaties, maar bezwaren zijn inhoudelijk niet of nauwelijks verwerkt of beantwoord. Daarnaast leeft het gevoel dat zij als tegenstanders worden weggezet, in plaats van als legitieme gesprekspartners met oprechte zorgen over hun leefomgeving. Antwoord Het college ziet dat de plannen voor het Erotisch Centrum veel losmaken in de omgeving en dat bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zorgen en bezwaren hebben geuit tegen zowel het beoogde programma als de locatie aan de Europaboulevard. Deze zorgen zijn onder meer naar voren gebracht tijdens de participatiebijeenkomsten en in de inspraakreacties.

85

Het participatieproces is opgezet om zorgen, adviezen en meningen op te halen en in beeld te brengen. Zoals in de projectnota beschreven staat, is er met verschillende groepen gesproken, waaronder sekswerkers, bewonersorganisaties, ondernemers (zowel van bedrijven in de omgeving als geïnteresseerde marktpartijen), hotels en maatschappelijke instellingen. De uitkomsten van deze gesprekken zijn gebundeld in de bijlage 2 van de projectnota en samengevat in hoofdstuk 4 van de projectnota. Dat niet alle bezwaren hebben geleid tot het afzien van het project of een andere locatiekeuze, betekent niet dat deze niet serieus zijn genomen. Het college weegt alle reacties mee in de besluitvorming over de projectnota. In een complex project als dit, met uiteenlopende belangen, is het onvermijdelijk dat niet aan alle wensen en bezwaren tegemoet worden gekomen. Wel zijn aandachtspunten vanuit de participatie opgenomen in de uitgangspunten voor het ontwerp en de verdere uitwerking van het Erotisch Centrum, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, uitstraling, routing, bereikbaarheid, sociale controle en verkeersveiligheid zijn suggesties meegenomen. Deze worden verder onderzocht in de volgende projectfase (de investeringsnota). 11.9.

Eerder advies dagelijks bestuur en stadsdeelcommissie Zuid niet meegenomen

Indieners van inspraakreacties uiten kritiek op het feit dat de negatieve adviezen van de stadsdeelcommissie en het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid over het Erotisch Centrum onvoldoende of niet expliciet worden besproken in de projectnota of de besluitvorming. Zij ervaren dat deze lokale bestuursorganen, die dicht bij bewoners en ondernemers staan, weliswaar hun zorgen hebben uitgesproken over de locatiekeuze en de verwachte impact op de buurt, maar dat deze signalen vervolgens niet inhoudelijk zijn meegenomen of weerlegd. Dit roept bij hen vragen op over de integrale afweging van belangen in het besluitvormingsproces en over de rol van het stadsdeel in relatie tot centrale gemeentelijke keuzes. Antwoord Binnen het bestuurlijk stelsel van gemeente Amsterdam hebben stadsdelen een formeel adviserende rol bij projecten van stedelijke omvang, zoals het Erotisch Centrum. Conform de Verordening op de Stadsdelen brengt het dagelijks bestuur (DB) van een stadsdeel een formeel advies uit aan het college van Burgemeester en Wethouders. De stadsdeelcommissie heeft hierin een signaalfunctie richting het dagelijks bestuur, maar brengt zelf geen formeel advies uit. In het geval van het Erotisch Centrum zijn er in twee fasen adviezen uitgebracht door het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Zuid: •

•

In 2023 heeft het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Zuid een negatief advies uitgebracht over de voorgenomen locatiekeuze. Dit advies is voorafgaand aan het collegebesluit van 12 december 2023 meegewogen. De locatie Groene Zoom viel daarbij af, wel heeft het college, met steun van de gemeenteraad, besloten om de locatie aan de Europaboulevard verder uit te werken. In september 2025 heeft het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Zuid opnieuw een formeel advies uitgebracht over de conceptprojectnota. Dit advies was inhoudelijk kritisch, maar niet eenduidig negatief. Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Amsterdam-Zuid erkent de inspanningen van het college om tot een zorgvuldig plan te komen en vraagt aandacht voor aanvullende maatregelen, onder meer rond mobiliteit, toezicht, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Dit advies is betrokken bij het opstellen van de concept-projectnota.

86

Het college heeft de adviezen van het DB serieus genomen en waar mogelijk benut om het plan te verbeteren. Tegelijkertijd maakt het college een integrale afweging van belangen op stadsbreed niveau. In dit kader worden ook andere perspectieven meegenomen, zoals die van sekswerkers, maatschappelijke organisaties, ondernemers, en de belangen die volgen uit het gemeentelijk prostitutiebeleid en de Aanpak Binnenstad. Het is uiteindelijk aan de gemeenteraad om een besluit te nemen over de projectnota. 11.10. Participatievereisten artikel 16.55 Omgevingswet Indieners van inspraakreacties uiten zorgen over de kwaliteit en legitimiteit van het participatieproces rondom het Erotisch Centrum. Daarnaast wordt gevraagd hoe is voldaan aan artikel 16.55 van de Omgevingswet over participatie bij de aanvraag, omgevingsvergunning. Antwoord Het college ziet dat er vragen leven over de wijze waarop participatie is vormgegeven en hoe de inbreng van betrokkenen is verwerkt in het proces rond het Erotisch Centrum. Op grond van de participatieverordening heeft het college in november 2024 een participatieplan vastgesteld voor de fase projectbesluit van het Erotisch Centrum. In dit participatieplan is vastgelegd wie op welke momenten betrokken zijn, op welke wijze participatie plaatsvindt en wat de mate van invloed is.

Het plan is opgesteld op basis van de uitgangspunten van openheid, toegankelijkheid en gebiedsgerichtheid. Het plan richt zich zowel op bewoners en ondernemers in de omgeving als op specifieke doelgroepen zoals sekswerkers, hulpverleners en maatschappelijke organisaties. Artikel 16.55 van de Omgevingswet geeft procedurele eisen voor participatie bij de aanvraag omgevingsvergunning. Een aanvrager moet aangeven of en hoe participatie heeft plaatsgevonden en wat de resultaten zijn. De Omgevingswet stelt geen inhoudelijke eisen aan de participatie in de huidige besluitvormingsfase (projectnota). De participatie in de fase projectnota vindt plaats binnen het kader van de participatieverordening. De opbrengst daarvan is onderdeel van de afweging over de projectnota. De projectnota en bijbehorende participatie zijn onderdeel van een gefaseerd proces om te komen tot een plan waarvoor een aanvraag omgevingsvergunning op basis van de Omgevingswet kan worden verleend. De participatie in de fase projectplan is daarmee een onderdeel om op een later moment te voldoen aan artikel 16.55 Omgevingswet. 11.11. Risico langdurige publieke weerstand en juridische procedures Indieners van inspraakreacties geven aan dat het ontbreken van breed maatschappelijk draagvlak voor het Erotisch Centrum leidt tot risico’s voor het verdere verloop van het project.

Zij waarschuwen dat wanneer zorgen en bezwaren onvoldoende serieus worden genomen, dit kan uitmonden in langdurige publieke weerstand, juridische procedures en vertragingen in de uitvoering. Antwoord Het Erotisch Centrum is een project met uiteenlopende maatschappelijke belangen. Juist om die reden wordt participatie niet als een eenmalig moment, maar als een doorlopend proces georganiseerd. In de vervolgfase wordt een nieuw participatieplan opgesteld, volgens de Participatieverordening Amsterdam, waarin wordt vastgelegd hoe inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden betrokken blijven.

87

Daarnaast blijft het college inzetten op transparantie, zorgvuldige terugkoppeling van keuzes en het zichtbaar maken van afwegingen. Daarmee wordt beoogd de maatschappelijke legitimiteit te versterken, ook waar belangen en meningen uiteenlopen. Deze aanpak is essentieel om het project op verantwoorde wijze uitvoerbaar te maken. 11.12. Planning en risico’s Indieners van inspraakreacties vragen zich af of de voorgestelde tijdsplanning voor het realiseren van het Erotisch Centrum Erotisch Centrum realistisch is. Met andere woorden: in hoeverre is het haalbaar om alle stappen (van ontwerp, vergunningverlening, bouwvoorbereiding, gunning tot uitvoering) binnen de voorliggende fasering te voltooien, zonder dat vertragingen ontstaan door juridische procedures, technische complexiteiten, afstemming met Zuidasdok of andere risico’s? Indieners wijzen er specifiek op dat het Erotisch Centrum gesitueerd zal worden op een plaats die veel netcongestie ervaart. Door nog een ontwikkeling toe te voegen aan dit gebied (naast de ontwikkelingsopgave op de Zuidas, Kop-Zuidas en het RAI-terrein), op een locatie die tot vorig jaar niet eerder als gebied met ontwikkelperspectief was aangewezen, zullen andere ontwikkelingsopgaven nog meer hinder en vertraging ondervinden doordat de druk op het energienet alleen maar verder zal toenemen.

Antwoord De voorgestelde planning voor het Erotisch Centrum is gebaseerd op gangbare doorlooptijden van vergelijkbare grootstedelijke projecten. De ontwikkeling van het Erotisch Centrum is opgezet als een gefaseerd traject met duidelijke mijlpalen (zie ook paragraaf 8.2 van de projectnota). De planning wordt bij iedere mijlpaal getoetst op haalbaarheid wordt indien nodig worden aangepast. Bij het opstellen van de planning is rekening gehouden met potentiële risico’s en mogelijke vertragingen. Zo zijn bezwaar- en beroepsprocedures opgenomen in de planningsscenario’s. De gemeente kan vertragingen niet uitsluiten, maar probeert deze te beperken door zorgvuldige voorbereiding. Naast de planningsrisco’s wordt ook rekening gehouden met technische en ruimtelijke risico’s, zoals de aanwezigheid van een hogedrukgasleiding in het plangebied en de samenloop met de werkzaamheden van Zuidasdok. Deze onderwerpen zijn ook meegenomen in de ruimtelijke en technische onderzoeken in de fase van de projectnota. Uit de impactanalyse van Zuidasdok blijkt dat de gelijktijdige uitvoering van beide projecten uitvoerbaar is, mits er onder andere een geschikt alternatief werkterrein wordt gerealiseerd. De gemeente stemt hierover af met Rijkswaterstaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de programmaorganisatie Zuidasdok.

Zoals bij alle projecten en vanwege de omvang en complexiteit van het project is het onvermijdelijk dat er kosten worden gemaakt voordat het investeringsbesluit is genomen. Dit gebeurt altijd stapsgewijs en onder formele besluitvorming van het college en de gemeenteraad. Deze werkwijze is gebruikelijk voor projecten en wordt ondersteund door heldere afspraken over kostenbeheersing en risicomanagement. Netcongestie De vraag naar elektriciteit in Amsterdam groeit snel. Sinds eind 2021 is er in Amsterdam sprake van netcongestie, aanvankelijk alleen nog op delen van het regionale Liander-net. Inmiddels is er op het gehele Noord-Hollandse hoogspanningsnet van TenneT ook sprake van congestie, waardoor er tot minimaal 2031 geen extra vermogen meer wordt toegekend aan grootverbruikers van elektriciteit. Voor kleinverbruikers zoals woningen is vooralsnog wel genoeg

88

vermogen beschikbaar. Dit betekent dat er tot en met 2031 geen elektriciteit van het net beschikbaar zal zijn voor niet-woonfuncties zoals het Erotisch Centrum. Amsterdam werkt daarom samen met partners aan structurele oplossingen voor de netcongestie. Vanaf 2031 zal er stapsgewijs extra vermogen beschikbaar komen voor (de regio) Amsterdam, met een uitloop tot 2036. Tot die tijd worden nieuwe aanvragen van grootverbruikers op een wachtlijst geplaatst. Dit heeft gevolgen voor de algehele ontwikkeling van de stad. Amsterdam zoekt in brede samenwerking tussen directies en programma's naar oplossingen voor de congestie. Aangezien de plannen en de situatie met betrekking tot netcongestie veranderlijk zijn, wordt gedurende het project gemonitord welke invloed de netcongestie heeft op het project.

89

12.

Ontwikkelstrategie

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de inspraakreacties die zich richten op de ontwikkelstrategie van het Erotisch Centrum. Inspraakreacties gingen over de wijze van selectie van een marktpartij of een combinatie van marktpartijen, de juridische en financiële opzet en de wijze waarop flexibiliteit en toekomstbestendigheid in het project wordt ingebouwd. Indieners van inspraakreacties hebben zorgen geuit over de maatschappelijke belangen als de eigendom, beheer en exploitatie van het Erotisch Centrum uit handen worden gegeven aan een private partij. In dit hoofdstuk wordt ook stilgestaan bij criteria waarop marktpartijen worden geselecteerd, waarbij indieners van inspraakreacties pleiten voor strenge eisen ten aanzien van integriteit, maatschappelijke betrokkenheid en ervaring met de exploitatie van sekswerkplekken. Sommige indieners zien ook kansen in het benutten van kennis van marktpartijen, als maar duidelijk is welke randvoorwaarden er gelden. Daarnaast vragen indieners aandacht voor de situatie dat het niet lukt om het Erotisch Centrum te bouwen. Verschillende indieners vragen of de gemeente heeft nagedacht over een exit-strategie en hoe wordt voorkomen dat de gemeente onomkeerbare investeringen moet doen of dat er andere maatschappelijke schade ontstaat.

Zij vragen zich af of het gebouw in de toekomst ook een andere functie kan krijgen en of het Erotisch Centrum ook in fases kan worden gebouwd. Ook worden er vragen gesteld over of het mogelijk is om de plannen in de toekomst nog aan te passen als er maatschappelijke, juridische en beleidsmatige ontwikkelingen zijn. Met haar antwoorden op de vragen laat het College zien dat zij kiest voor een ontwikkelstrategie waarin de publieke belangen centraal staan, met een strikte selectieprocedure en een langdurige samenwerking met marktpartijen om het Erotisch Centrum verder uit te werken. De markt brengt haar kennis en ervaring, en neemt tevens het ontwikkelrisico. Via een goed uitgedachte samenwerking met voldoende flexibiliteit, in combinatie met contractuele waarborgen, wordt gestuurd op een toekomstbestendig en maatschappelijk verantwoord Erotisch Centrum. De selectieprocedure zal na het projectbesluit nog verder uitgewerkt moeten worden, voordat deze daadwerkelijk zal starten. 12.1.

Bewaken maatschappelijke doelen

Indieners van inspraakreacties uiten zorgen dat marktpartijen mogelijk andere belangen nastreven dan de publieke en maatschappelijke doelen van het Erotisch Centrum. Zij vragen zich af of winstoogmerk en marktwerking niet kunnen leiden tot keuzes die haaks staan op de belangen van sekswerkers, zoals hoge huurprijzen, beperkte toegankelijkheid voor kwetsbare groepen of een programmering die niet past bij een veilige, inclusieve en respectvolle omgeving. Ook leeft de zorg dat commerciële functies zoals horeca of entertainment ten koste kunnen gaan van het aantal sekswerkplekken of bijdragen aan een ongewenste uitstraling. Antwoord Het college onderkent het belang dat de invulling van het Erotisch Centrum moet bijdragen aan de maatschappelijke doelen van de gemeente. Om dit te borgen, wordt een zorgvuldige selectieprocedure gehanteerd. De gemeente selecteert één of meerdere ontwikkelende partijen via een partnerselectie met voorselectie. Voorafgaand aan deze procedure worden duidelijke criteria opgesteld die aansluiten bij de doelstellingen zoals beschreven in de projectnota. Deze criteria betreffen onder meer ervaring met sociaal-maatschappelijke opgaven, integriteit, betrokkenheid bij kwetsbare doelgroepen en visie op concept, veiligheid, inclusiviteit en duurzaamheid. Inschrijvende partijen worden gevraagd een plan van aanpak aan te leveren

90

waarin zij onderbouwen op welke wijze zij zo goed mogelijk invulling geven aan de maatschappelijke opdracht. Het plan van aanpak is onderdeel van de beoordeling en vormt bij gunning van de opdracht een leidend document bij het sluiten van een overeenkomst tussen gemeente en geselecteerde marktpartij. In deze overeenkomst worden afspraken vastgelegd over het vervolgproces om de ontwikkeling van het Erotisch Centrum verder te brengen tot aan de oplevering van het gebouw. De gemeente houdt toezicht op de naleving van deze afspraken. Daarnaast wordt in de selectie nadrukkelijk rekening gehouden met enkele randvoorwaarden, zoals het voorkomen van een monopoliepositie van één exploitant door samenwerking met meerdere exploitanten, een minimaal aantal werkplekken en het vastleggen van een gemaximeerde huurprijs. Dit draagt bij aan transparantie, continuïteit en evenwichtige zeggenschap binnen het Erotisch Centrum. Op deze manier wordt gewaarborgd dat commerciële partijen niet alleen worden geselecteerd op basis van financiële of ruimtelijke haalbaarheid, maar juist ook op hun inzet voor publieke waarden en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Uiteindelijk wordt er een erfpachtrecht gevestigd waarin ook in de exploitatiefase waarborgen kunnen worden vastgelegd. 12.2.

Eigenaar Erotisch Centrum

Meerdere indieners van inspraakreacties pleiten ervoor dat de gemeente zelf eigenaar blijft van het gebouw en/of de grond, zodat zij blijvend invloed kan uitoefenen op de kwaliteit, het programma en de maatschappelijke functies van het centrum. Antwoord Het uitgangspunt van de gemeente is dat zij zelf geen investerende of beherende partij is, omdat het ontwikkelen, exploiteren en ontwikkelen van een Erotisch Centrum niet tot de expertise en taken van de gemeente behoort. De gemeente selecteert daarom één of meerdere marktpartijen met aantoonbare expertise op het gebied van sekswerk, projectontwikkeling van multifunctionele concepten en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Om de publieke belangen te waarborgen, blijft de gemeente sturend en stelt zij duidelijke eisen aan de selectie en het handelen van deze marktpartijen. Deze eisen hebben onder meer betrekking op: •

Programmatische randvoorwaarden: de kernfunctie van het Erotisch Centrum (veilige, vergunde werkplekken voor sekswerkers) wordt geborgd door minimumeisen aan het aantal werkplekken en aanvullende maatschappelijke functies, zoals zorg- en ondersteuningsdiensten. Daarnaast gelden aanvullende eisen ten aanzien van betaalbaarheid.

•

Langdurige invloed van de gemeente: om ook bij latere eigendomsoverdracht grip te houden, wordt een zogeheten kettingbeding opgenomen. Dit betekent dat verplichtingen die gelden voor de oorspronkelijke partij ook gaan gelden voor nieuwe eigenaren of exploitanten.

•

Overeenkomsten met handhaafbare afspraken: in het contract met de geselecteerde partner(s) worden de verplichtingen juridisch verankerd, zodat hierop gehandhaafd kan worden indien de kwaliteit, toegankelijkheid of maatschappelijke doelstellingen onder druk komen te staan.

91

•

Grondpositie en zeggenschap: de gemeente blijft grondeigenaar en geeft de gronden in erfpacht uit, waarmee aanvullende sturingsmogelijkheden blijven bestaan, onder andere bij doorverkoop of functiewijziging.

•

Regulering door exploitatievergunningen: in het Erotisch Centrum zijn alle werkplekken in handen van een vergund bedrijf en gelden er strenge eisen aan exploitanten om te mogen exploiteren. Doordat het sekswerk plaatsvindt in één gebouw is beter toezicht en aanbod van zorg mogelijk. Het uitgangspunt is bovendien dat er meerdere exploitanten zijn, waardoor een monopoliepositie wordt voorkomen.

De precieze uitwerking van deze waarborgen wordt opgenomen in de selectiedocumenten en de contractstukken die volgen op de gunning. Daarbij zal de gemeente ook toetsen of de ingediende plannen van aanpak van kandidaten daadwerkelijk aansluiten bij de beleidsdoelen van het Erotisch Centrum, zoals leefbaarheid, veiligheid, inclusiviteit en verbetering van de positie van sekswerkers. Gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst tussen gemeente en geselecteerde partner blijft de gemeente toezien op de uitvoering van deze afspraken. Kortom: hoewel de gemeente niet zelf investeert in of eigenaar wordt van het Erotisch Centrum, zorgt zij via een zorgvuldig ingerichte selectieprocedure, contractuele borging en juridische instrumenten voor blijvende invloed op de maatschappelijke en programmatische kwaliteit van het project. 12.3.

Selectiecriteria exploitanten in het Erotisch Centrum

Indieners van inspraakreacties uiten zorgen over wie het Erotisch Centrum uiteindelijk zal gaan exploiteren. Er leeft breed de wens dat exploitanten niet alleen beschikken over ervaring met vastgoed of horeca, maar vooral ook aantoonbare kennis en affiniteit hebben met sekswerk, kwetsbare doelgroepen en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Er wordt gevreesd dat onvoldoende kritische selectie kan leiden tot een onveilige werkomgeving voor sekswerkers. De kern van de zorg is dat de gemeente bij strenge, transparante en maatschappelijk verantwoorde criteria hanteert om te waarborgen dat alleen integere en geschikte partijen het Erotisch Centrum kunnen exploiteren. Antwoord Het college vindt een zorgvuldige screening van partijen die betrokken worden bij de exploitatie van het Erotisch Centrum heel belangrijk. Gezien de maatschappelijke gevoeligheid en de risico’s die gepaard gaan met de exploitatie van sekswerkplekken, wordt bij de selectie nadrukkelijk ingezet op integriteit, betrouwbaarheid, maatschappelijke betrokkenheid en ervaring met soms kwetsbare doelgroepen. Bij de partnerselectie selecteert de gemeente één of een combinatie van partijen. Dit kan eventueel ook een combinatie van partijen zijn waarbij al één of meerdere toekomstige exploitanten zich hebben aangesloten.

Onderdeel van het plan van aanpak is ook de werkwijze voor het betrekken van toekomstige exploitanten, en hoe zij bijdragen aan veiligheid, inclusiviteit en leefbaarheid. Alle partijen in de winnende combinatie worden gescreend op integriteit, ter uitvoering van de Wet Bibob en de beleidsregel BIO (bij gronduitgifte). Ook aanvullende instrumenten kunnen worden ingezet zoals financiële toetsingen en betrouwbaarheidsonderzoeken. Screening geldt nadrukkelijk ook voor de exploitanten die binnen het Erotisch Centrum actief zullen zijn. Zij zullen moeten voldoen aan de eisen die vanuit de exploitatievergunning gelden. Op deze manier waarborgt de gemeente dat commerciële exploitatie geen afbreuk doet aan de maatschappelijke doelstellingen van het Erotisch Centrum.

92

12.4.

Inzet private expertise bij exploitatie

Indieners van inspraakreacties geven aan dat zij kansen zien in het betrekken van private partijen bij de exploitatie van het Erotisch Centrum, mits dit zorgvuldig gebeurt. Zij wijzen erop dat commerciële partijen kennis, ervaring en slagkracht kunnen inbrengen op het gebied van gastvrijheid, veiligheid, bedrijfsvoering en de exploitatie van werkplekken voor sekswerkers. Volgens deze indieners hoeft commerciële betrokkenheid niet per definitie strijdig te zijn met de maatschappelijke doelen van het Erotisch Centrum, zolang er duidelijke kaders en toezicht zijn. Indieners geven aan dat de inzet van private expertise meerwaarde kan bieden voor een professioneel, goed functionerend en toekomstbestendig Erotisch Centrum, mits publieke waarden voldoende geborgd blijven. Antwoord Het college onderschrijft dat private expertise bij de exploitatie van het Erotisch Centrum niet alleen waardevol, maar zelfs noodzakelijk is. De exploitatie van een Erotisch Centrum met sekswerkplek, erotiek, horeca, kunst en cultuur en educatie vraagt om specialistische kennis en ervaring op meerdere terreinen, waaronder hospitality, sekswerk, veiligheid, dienstverlening aan kwetsbare doelgroepen en bedrijfsvoering binnen een complexe maatschappelijke context. Mede om deze reden kiest het college ervoor het Erotisch Centrum niet zelf te ontwikkelen, realiseren of exploiteren.

In plaats daarvan wordt gezocht naar één of meerdere marktpartijen of combinaties van partijen met aantoonbare expertise en maatschappelijke sensitiviteit. Deze partijen worden via een zorgvuldig ingerichte selectieprocedure betrokken bij de verdere uitwerking en realisatie van het centrum. De waarde van private inbreng is ook naar voren gekomen in de gehouden marktconsultaties. In deze gesprekken met marktpartijen is input opgehaald over onder andere haalbaarheid, programmeerbaarheid, exploitatiemodellen en mogelijkheden voor samenwerking tussen private en publieke partijen. De inzichten uit deze consultaties zijn meegenomen in het plan zoals beschreven in de projectnota en de uitwerking van de ontwikkelstrategie in de projectnota. Om ervoor te zorgen dat de uiteindelijke selectie bij de beleidsdoelen van het Erotisch Centrum aansluit, zal de gemeente in een volgende fase ook de ontwerp-selectiedocumenten opnieuw voorleggen aan de markt in een aanvullende marktconsultatie. Hiermee wordt getoetst of de voorgestelde criteria en randvoorwaarden realistisch, uitvoerbaar en effectief zijn.

12.5.

Exit-strategie

Indieners van inspraakreacties uiten hun zorg over het ontbreken van een duidelijk scenario voor het geval het toch niet lukt om het Erotisch Centrum te bouwen, nadat er een partner is geselecteerd. Ook vragen zij zich af wat er gebeurt als het Erotisch Centrum niet blijkt te functioneren zoals beoogd of als de bezoekersaantallen achterblijven als het wel lukt om het Erotisch Centrum te bouwen. Er leeft de vrees dat het gebouw of de locatie dan alsnog een andere bestemming krijgt die niet in lijn is met de oorspronkelijke doelen, of juist meer overlastgevend is. Er is behoefte aan inzicht in de risico’s van een mislukking en aan transparantie over hoe de gemeente, in samenwerking met marktpartijen, omgaat met zulke scenario’s. De kern van de zorg is dat zonder vooraf vastgelegde exit-strategie de publieke doelen niet voldoende gewaarborgd zijn als het project niet of onvoldoende slaagt, en dat mogelijke risico's onvoldoende zijn afgedekt. Antwoord Het college onderkent het belang van een realistische en goed doordachte exit-strategie voor het geval het Erotisch Centrum niet slaagt of zich anders ontwikkelt dan voorzien. Bij de fase

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16549759/1