Bijlage 2. TAC Jaarverslag 2023.pdf
Tekst van het document
Jaarverslag TAC 2023 Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur
Februari 2024 1
Voorwoord Het jaar 2023 was voor de TAC een bijzonder jaar. We rekenden op het nieuwe Beleidskader Hoofdgroenstructuur. De TAC is hier enthousiast over. Maar verschillende burgers vonden het niet ver genoeg gaan en stuurden aan op een referendum, dat plaats zal vinden op 6 juni 2024. De TAC adviseert nu op basis van het bestaande Beleidskader, maar kijkt ook met een schuin oog naar het nieuwe, niet vastgestelde Beleidskader. Na het referendum is het aan de gemeenteraad om te bepalen over de verdere gang van zaken. Maar er is meer gebeurd. Weesp maakt nu deel uit van de gemeente Amsterdam, inclusief het grote agrarische gebied van Weesp. Er wordt in Weesp een park aangelegd tussen de nieuwbouwwijk Weespersluis en de A1, dat gekoppeld wordt aan de Diemerscheg. En binnen de stad Weesp zijn prachtige groene parels: de schansen. We hopen dan ook in 2024 een voorstel tegemoet te zien voor toevoeging hiervan aan de Hoofdgroenstructuur. Met het agrarische gebied van Weesp en van Waterland is Amsterdam een niet onbelangrijke speler bij de agrarische transitie. Een Notitie landelijk gebied en landbouw is recentelijk besproken in de raadscommissie Ruimtelijke Ordening. De visie van Amsterdam op de mogelijke en vaak ook noodzakelijke veranderingen in deze agrarische gebieden, heeft gevolgen voor het toetsingskader nu en in de toekomst.
Het belang van natuur en ecologie krijgt niet alleen in de buitengebieden alle aandacht. Ook binnenstedelijk bepaalt het in toenemende mate onze omgeving. De aanwezigheid en de kwaliteit van groen is daarin essentieel. Maar er is een toenemend bewustzijn dat ook water en bodem, luchtkwaliteit, temperatuurbeheersing, energietransitie een belangrijke rol spelen. Op alle mogelijke terreinen werkt Amsterdam aan een klimaatbestendige stad en haar buitengebieden. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Regelmatig moet weerstand worden overwonnen. Voor anderen gaat het niet snel genoeg. Het compacte stadbeleid is al enkele decennia met succes ingezet en draagt bij aan de klimaatbestendigheid. Dichte bebouwing biedt ruimte voor royale parken en groene zones. Oude bedrijventerreinen worden omgevormd tot prettige woonwijken en parken. De ruim opgezette naoorlogse wijken worden duurzaam vernieuwd en de daarbij behorende parken, zoals het Rembrandtpark, prachtig gerenoveerd. Zo mogelijk is er sprake van dubbel grondgebruik, zoals het Brasapark op het tunneldak van de A9 en het Houthavenpark. En dan is Amsterdam bovendien gezegend met de vele grachten en de Amstel en het IJ, waarvan het water tegenwoordig van zwemkwaliteit is. Dat is weleens anders geweest en niet zo lang geleden.
Inhoudsopgave De energietransitie heeft ook grote gevolgen voor het ruimtebeslag boven- en ondergronds. De TAC is het afgelopen jaar regelmatig geconfronteerd met het verzoek tot aanleg van kabels en leidingen door de Hoofdgroenstructuur. Ook voor zendmasten wordt bijna vanzelfsprekend gekeken naar het groen. De gemeente is bezig spelregels op te stellen met de netbeheerders, waarbij de TAC uitdrukkelijk aandacht vraagt voor het koesteren van de groene kwaliteiten van onze stad. Het groen is geen restruimte, maar een volwaardig element. De Hoofdgroenstructuur is hiervoor het bestuurlijk-juridisch kader, waaraan de TAC voorgestelde veranderingen toetst. Het woekeren om de ruimte in de compacte stad Amsterdam doet zich ook gelden bij de stedelijke vernieuwing. Het belang van woningbouw staat terecht centraal. Maar de TAC is verschillende malen geconfronteerd met het voorstel om maatschappelijke voorzieningen, zoals scholen en buurtsportvoorzieningen te verplaatsen naar een onderdeel van de Hoofdgroenstructuur. Er zijn toch legio voorbeelden waarbij dergelijke voorzieningen op een organische manier onderdeel uitmaken van woonblokken in een buurt of wijk – zo hoort het. Een dergelijke spanning doet zich ook voor tussen sport en groen. Iedere Amsterdammer zal beamen dat beide functies van groot belang zijn. Zij maken niet voor niets beide deel uit van de Hoofdgroenstructuur.
Het is iedere keer weer puzzelen om beide functies in hun waarde te laten. Soms kan dat door niet alleen bij bebouwde voorzieningen, maar ook bij groene gebieden te denken in 3D in plaats van in 2D. Zo stuurt de TAC regelmatig aan om bij uitbreiding van sportkantines te denken aan stapeling. Maar ook sportvelden op een verkeersdek of op daken van minder voor de hand liggende voorzieningen. Het is allemaal mogelijk en inmiddels ook wenselijk wat de TAC betreft.
Samenvatting 4 1.
Aanbevelingen 6
2.
De Hoofdgroenstructuur en de TAC 14
3.
TAC adviezen in 2023 19
4.
Bijlagen 26
De TAC concludeert op basis van haar werkzaamheden in 2023 dat de betrokkenheid van de Amsterdammers bij groen onverminderd groot is. Dat geldt voor de burgers, voor de vele medewerkers met een groen hart binnen en buiten de gemeente en voor de stedelijke media. Een betrokkenheid die blijkt uit vele bijeenkomsten en acties in de stad die het groen op de agenda hebben staan. Ook spontane acties, als het bijvoorbeeld bomenkap betreft, geven blijk van betrokkenheid en bezorgdheid voor natuur en groen. Het referenduminitiatief is een uitvloeisel van deze betrokkenheid en daarmee ook een steun voor de TAC bij het advieswerk in het kader van de Hoofdgroenstructuur. Marijke van Schendelen Voorzitter TAC
Informatie: secretariaatTAC@amsterdam.nl 06 48487365 / 06 23457013 www.amsterdam.nl/TAC
Fotoverantwoording: Fotobank Gemeente Amsterdam en secretariaat TAC 2
3
Samenvatting Adviezen In 2023 zijn in totaal 45 adviezen door de TAC gegeven. Dit aantal ligt iets lager dan in 2022. De beoordeling van initiatieven resulteerde in 25 positieve of neutrale, 9 positieve onder voorwaarde(n) en 11 negatieve adviezen. De meeste plannen zijn afkomstig uit stadsdeel Oost (14), gevolgd door Nieuw-West (10) en
Noord (10). Van de 45 adviezen betroffen er 13 een preadvies. Een overzicht van de betreffende adviezen is opgenomen in bijlage 1 van het jaarverslag. De adviezen zelf zijn openbaar toegankelijk en op de interactieve Hoofdgroenstructuurkaart te raadplegen.
Westpoort Noord
Aantal aanvragen 25 positief
West
9 postief onder voorwaarden
Nieuw-West
Centrum Oost
11 negatief Zuid
figuur 1: beoordeling initiatieven
Aantal aanvragen 14 6 10
2
Zuidoost
Weesp
0
figuur 2: aantal vragen. Een aanvraag was van algmene aard en is niet weergegven op de kaart.
Evaluatie van adviezen
Evaluatie oude en nieuwe beleidskader
Op grond van de evaluatie van negatieve adviezen en positieve adviezen onder voorwaarden kan net als in vorige jaren worden geconstateerd dat er geen misstanden zijn, dat het instrument van de Hoofdgroenstructuur goed functioneert en dat het gerespecteerd wordt. Ten aanzien van de plannen die in 2023 voor advies zijn voorgelegd en inmiddels zijn afgerond kan worden geconcludeerd dat: y De voorwaarden die de TAC aan 4 adviezen heeft verbonden zijn opgevolgd; y In 7 gevallen de planvorming nog loopt; y In 2 gevallen de planvorming gestopt is en het project van de baan is; y In 1 geval zijn B&W en gemeenteraad contrair gegaan aan een negatief TAC advies. Dat geldt voor het tijdelijk transformeren van het pand aan de Prinses Irenestraat 19 in het Beatrixpark tot opvanglocatie voor 100 vluchtelingen uit Oekraïne voor de duur van circa 2,5 jaar.
Om een actieve bijdrage te leveren aan het stedelijk gesprek over de verschillen in doorwerking van het oude en nieuwe Hoofdgroenstructuurbeleid heeft de TAC het afgelopen jaar initiatieven in de Hoofdgroenstructuur getoetst aan beide beleidskaders. Naast een formele toets aan het nu nog vigerende beleidskader Hoofdgroenstructuur uit 2011, heeft de TAC parallel informeel getoetst aan het nieuwe (geamendeerde versie) beleidskader Hoofdgroenstructuur. Ambtelijk werd vaak al geanticipeerd op het nieuwe beleid doordat projecten meerjarige planningen kennen. Zelf was de TAC ook benieuwd naar de verschillen en de werkbaarheid ervan en komt tot de volgende constateringen. De TAC was verheugd dat initiatieven/ plannen die volgens de oude Hoofdgroenstructuur nog geen onderdeel van de Hoofdgroenstructuur zijn, maar vanuit de nieuwe Hoofdgroenstructuur eraan zijn toegevoegd al wel worden voorgelegd voor toetsing. Er is geen zicht op het aantal gevallen waarin dit niet gebeurd is, maar in negen gevallen is dit wel gebeurd. Formeel had dit niet gehoeven. Vanuit transparantie, zorgvuldigheid en rekening houdend met vaststelling van nieuw Hoofdgroenstructuur beleid op termijn is hier wel voor gekozen.
Veelal ging het hierbij om initiatieven/ plannen in stadsnatuur(verbindingen), die voorheen onderdeel waren van de Amsterdamse Ecologische Structuur en waar tot dan toe niet consequent op getoetst werd of een advies van de stadsecoloog ontbrak. Door aan deze initiatieven/ plannen een TAC advies te verbinden wordt deze groen-
Evaluatie van verlopen tijdelijke ontheffingen In 2023 zijn vijf tijdelijke ontheffingen verlopen, waarvan de TAC volgens haar taakstelling verslag doet. Voor twee gevallen loopt ten tijde van schrijven nog een procedure om de vergunning te verlengen. Eén geval betrof een tijdelijke uitbreiding van een asielzoekerscentrum in een voormalige sporthal en behoefde geen herstelwerkzaamheden voor het groen. In de overige twee gevallen zijn de projecten uiteindelijk niet gerealiseerd.
waarde dus beter ‘bewaakt’ dan voorheen. In veel gevallen bleken het formele en informele advies identiek. Het nieuwe Hoofdgroenstructuur beleid is een voortzetting van het oude Hoofdgroenstructuur beleid, waar slechts in geringe mate grenscorrecties of wijziging van groentypen in heeft plaatsgevonden. Over het geheel genomen leidde toetsing aan het nieuwe beleidskader Hoofdgroenstructuur tot een strengere toetsingsuitslag (positief onder voorwaarden of negatief) ten opzichte van toetsing aan het oude Hoofdgroenstructuurbeleid. Hetzij omdat hier het label stadsnatuur op een locatie ligt, hetzij omdat het nieuwe beleid meer vanuit totaalvisies op een park een initiatief vraagt te beoordelen. Dergelijke visies zijn veelal niet beschikbaar. Het omgekeerde kwam in een sporadisch geval ook voor daar waar er grenscorrectie- en/of groentype correcties hebben plaatsgevonden van de Hoofdgroenstructuur en waarbinnen er meer mogelijk is. Over de toevoeging van de flexibiliteitsparagraaf aan het nieuwe Hoofdgroenstructuurbeleid lopen de meningen in de stad sterk uiteen. De paragraaf bevat spelregels voor hoe er binnen gebiedsontwikkelingen ruimte geboden kan worden aan bouwdoelstellingen in ruil voor optimalisering of vergroten van de Hoofdgroenstructuur.
De raad vroeg in dat kader om een evaluatie nadat de voorgestelde werkwijze vijf keer is toegepast, met als streven deze evaluatie uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van dit beleidskader aan de raad voor te leggen. Informatie of de beoogde versterking van de Hoofdgroenstructuur is bereikt en of de spelregels en de indicatieve kaart goed werken dienen hier onderdeel van uit te maken. Een evaluatie binnen één jaar na vaststelling van het beleidskader acht de TAC erg optimistisch. Tussen realisatie van het project en de planvorming zit immers al snel
tien jaar. Pas dan kan aangetoond worden of de beoogde versterking door optimalisatie of vergroten van de Hoofdgroenstructuur is bereikt. De TAC heeft het afgelopen jaar slechts in één geval (de Nieuwe Meervaart) met een initiatief te maken gehad dat in aanmerking hiervoor komt.
Aanbevelingen Op basis van wat de TAC aan casussen in 2023 de revue heeft zien passeren geven de TAC leden op thematische en beschouwende wijze een aantal concrete aanbevelingen mee aan het gemeentebestuur. De aanbevelingen staan hieronder op een rij. In het volgende hoofdstuk worden deze verder toegelicht door de leden. 1. Voer een breder gesprek met de stad over wijze van rigoureus vergroenen en grenzen daaraan. Een vraagstuk dat de reikwijdte van het beleidskader Hoofdgroenstructuur overstijgt. 2. Vervul als hoofdstad een pioniersrol bij het opstellen van beleid voor landbouw in Amsterdams ommeland. 3. Voer stedelijke en kwalitatieve regie op de uitrol van de kabel- en buizennetwerken in de Hoofdgroenstructuur samenhangende met de energietransitie opgave. 4. Voorkom dat grote iconische opgaven worden opgesplitst in kleine deelprojecten waarin elke sector het belang van de eigen opgave en het eigen budget voorop stelt. 5. Zet in op intensivering van bestaande sportparken met behoud en versterking van natuurwaarden.
Tuinen van West
4
5
Aanbevelingen Op basis van wat de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) aan casussen in 2023 de revue heeft zien passeren geven de TAC leden op thematische en beschouwende wijze een aantal concrete aanbevelingen mee aan het gemeentebestuur.
y
1. Voer een breder gesprek met de stad over wijze van rigoureus vergroenen en grenzen daaraan. Een vraagstuk dat de reikwijdte van het beleidskader Hoofdgroenstructuur overstijgt. In het Meerjarenverslag TAC 2022 is de TAC uitvoerig ingegaan op tien jaar advieswerkzaamheden over de Hoofdgroenstructuur. De conclusie was positief, maar het kan altijd beter. Zowel de Hoofdgroenstructuur zelf, als ook de werkwijze van de TAC. Een werkwijze die in de loop van de jaren was verbreed van een advies op het eind van een planproces, naar één of meer preadviezen gedurende de planvorming. Met deze ontwikkeling zijn alle betrokken partijen tevreden. Intussen was er binnen de gemeente een nieuw Concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur gereed dat 25 januari 2023 werd besproken in de commissie Ruimtelijke Ordening van de Gemeenteraad. Een beleidskader waar de TAC zich goed in kon vinden. Om er een paar elementen uit te lichten: y De Hoofdgroenstructuur is in omvang toegenomen, mede doordat er nu aandacht is voor de relatie tussen groen en water. Er zijn groene verbindingen toegevoegd tussen belangrijke parken en groengebieden. y De Amsterdamse Ecologische Structuur is in de Hoofdgroenstructuur geïntegreerd.
Door het label ‘stadsnatuur’ te introduceren en toe te kennen aan delen van de Hoofdgroenstructuur is een historische stap binnen het Amsterdamse groenbeleid gezet: er wordt duidelijkheid geboden waar de natuurwaarde als prioritaire groenwaarde geldt. Met de daaraan verbonden ingangseis voor een TAC advies dat ecologische gevolgen van een initiatief helder in beeld moeten zijn gebracht om die gevolgen te kunnen betrekken bij de beoordeling van inpasbaarheid. Dat vraagt naast een quick scan flora en fauna voor initiatieven in stadsnatuur in de Hoofdgroenstructuur ook om een beoordeling hiervan door een stadsecoloog. y De beschermingscriteria per groentype zijn verduidelijkt op basis van erkenning van een grote diversiteit aan groenwaarden. y De TAC is blij met de in het nieuwe beleidskader voorziene uitgebreide rol voor de TAC. De TAC gaat vaker toetsen en in een eerder stadium van de planvorming. y Hetzelfde blijft dat de TAC adviseert aan het college van B&W. Het college blijft (met instemming van de raad) de mogelijkheid behouden om contrair te gaan aan een TAC advies vanuit een bredere afweging.
y
y
Het type initiatieven waar de TAC over adviseert (belegd in de Verordening) wordt uitgebreid: naast de producten waar ze al op adviseerde gaat de TAC vaker en eerder adviseren over gebiedsontwikkelingen. Formeel gebeurde dat tot nu toe alleen bij de eindtoets (fase 4 plaberum); dan moest standaard een negatief advies gegeven worden als de gebiedsontwikkeling gevolgen had voor de Hoofdgroenstructuur, ook al omvatte het een kwaliteitsimpuls). Of de Hoofdgroenstructuur was bij een actualisatieronde in gebieden waar gebiedsontwikkeling was voorzien uit de Hoofdgroenstructuur gehaald waardoor de TAC geen adviesrol hier had. Algemeen geldt dat de TAC voor deze locaties of gebieden waar sprake is van een gebiedsontwikkeling of een speci¬fieke opgave niet alleen toetst ‘of’ het kan worden ingepast, maar vooral ook ‘hoe’ (in welke mate, met welke ruimtelijke structuur en met welke inrichting/vormgeving). Dit aangezien over deze opgaven al bestuurlijke besluitvorming heeft plaatsgevonden. De uitkomst van dit ‘hoe’-advies is positief, positief onder voorwaarden of negatief en volgt dezelfde werkwijze als reguliere TAC adviezen. Vanuit de TAC-verordening (2019) zijn bepaalde elementen uitgesloten van toetsing, omdat het beleidskader Hoofdgroenstructuur hier niet over gaat en daar specifiek beleid voor bestaat (bv. evenementen; houtopstanden).
De TAC is blij dat deze taak bij haar is weggehaald op het moment dat het beleid hiervoor beschikbaar kwam.
Hoewel er zorg is of deze spelregels ook nageleefd zullen worden, vindt de TAC wel dat borging van realisatie van kwalitatief groen start met het stellen van regels. Waar de één deze regels als te flexibel en onvoldoende borgend beoordeelt, ziet de ander hierin een uitgelezen kans om de Hoofdgroenstructuur als geheel te versterken. Anders gezegd: waar de één vindt dat behoud van het buurtgroen uitgangspunt moet zijn bij stedelijke verdichting, ziet de ander kansen om hier te investeren in aantrekkelijk groen vanuit de meegegeven spelregels. Ook de omvang van de verdichtingsopgave heeft velen overvallen; reden waarom velen de kaart met verdichtingsgebieden graag geschrapt zien uit het nieuwe beleidskader Hoofdgroenstructuur. Daarbij past de kanttekening dat het beleidskader Hoofdgroenstructuur een uitwerking betreft van de in de Omgevingsvisie Amsterdam geformuleerde stedelijke verdichtingsopgave en dat dit beleidskader geen zeggenschap heeft over het aantal en begrenzing van de gebiedsontwikkelingen. Daar gaat de Omgevingsvisie over. Ook de stedelijke discussie over of en waar windturbines in Amsterdam mogen landen kan vanuit het Hoofdgroenstructuurbeleid niet beslecht worden, anders dan het ‘nee, tenzij’ principe uit de Omgevingsvisie Amsterdam. Een principe dat ook al gold vanuit het Hoofdgroenstructuur beleid uit 2011.
De bal ging rollen en inmiddels is, ondersteund door vele handtekeningen van bezorgde burgers, een referendum over het nieuwe Beleidskader Hoofdgroenstructuur gepland. Tegelijkertijd hebben de ambtelijke indieners van alle stadsdelen al bij voorbaat rekening gehouden met het nieuwe Beleidskader Hoofdgroenstructuur, dat tot op heden dus niet is vastgesteld. Om praktische redenen: om te voorkomen dat plannen alsnog moeten worden getoetst en daarbij vertraging oplopen, voor het geval dat het Beleidskader na het referendum (in welke vorm dan ook) wordt vastgesteld. Dit bood de TAC dit jaar de mogelijkheid om alle ingediende plannen te toetsen aan twee kaders, uitmondend in een formeel advies op basis van het bestaande beleidskader (uit 2011) en een informeel advies op basis van het nog niet vastgestelde nieuwe Beleidskader. De TAC gaat ook in 2024 door met een dubbele toetsing. Met het referendum hebben de Amsterdammers een belangrijke invloed op het te beschermen groen, waarbij het voor de TAC duidelijk is dat het nieuwe Beleidskader meer bescherming en zekerheden biedt dan het bestaande. De burger is nu aan zet. Marijke van Schendelen planoloog, sociaal geograaf en voorzitter
Het liep echter anders. Vanuit politieke en publieke opinie volgde veel commentaar. Commentaar dat de TAC niet goed kon plaatsen en dat zich lijkt te concenteren op het achterblijven van de rigoreuze vergroeningsbelofte in relatie tot de stedelijke verdichtingsopgave in Amsterdam. Men ziet groen verdwijnen, groennormen lijken niet te worden gehaald en binnen gebiedsontwikkelingen is er onvoldoende oog voor kwalitatief ontworpen groen. Dat zijn zaken waar het Hoofdgroenstructuurbeleid als instrument geen antwoord op kan bieden en die vaak betrekking hebben op het buurt- en wijkgroen dat geen onderdeel uitmaakt van de Hoofdgroenstructuur. Waar deze gebiedsontwikkelingen de Hoofdgroenstructuur raken zijn in het nieuwe beleidskader Hoofdgroenstructuur spelregels meegegeven aan welke eisen de vergroening moet voldoen. Zo kan de vorm van groen in het projectgebied binnen de Hoofdgroenstructuur aangepast worden in een planuitwerking, maar moet de omvang ervan minimaal gelijk blijven. Als een onderdeel van de Hoofdgroenstructuur (gemotiveerd) in een projectgebied verdwijnt, moet er Hoofdgroenstructuur-waardig groen van minimaal dezelfde omvang en kwaliteit binnen de gebiedsontwikkeling worden gecompenseerd. Versnippering van het groen wordt hierbij voorkomen.
Bestaande groengebieden of – verbindingen die vanwege monumentale, cultuurhistorische, landschaps-architectonische of ecologische waarden onvervangbaar zijn, zijn hiervan uitgezonderd. Waterland gezien vanaf de Durgerdammerdijk
6
7
2.
Vervul als hoofdstad een pioniersrol bij het opstellen van beleid voor landbouw in Amsterdams ommeland
Eén van de casussen in 2023 was een veehouderijbedrijf y in een verdienmodel waarin permanente schaalverdat uitbreiding van het erf (de bouwkavel) vroeg om een groting de motor is; neventak (recreatie) uit te breiden. Het boerenbedrijf y in een dure, met hypotheken beladen outillage; zelf werd niet groter. Dit zal in de toekomst vaker voory met vee dat zich moet aanpassen aan ander voedsel; komen. Boerenbedrijven kunnen niet uitbreiden vany op grond die kunstmatig duur is omdat de landwege de stikstofgrenzen, maar moeten dat wel omdat bouwsubsidies aan hectaren gebonden zijn; ze vastzitten in een verdienmodel waarin permanente y op grond die minder waard wordt als de vriendelijke schaalvergroting de motor is. Dat leidt ertoe dat zij zoelandbouw erop wordt uitgeoefend (zodat verpachken naar neveninkomsten. Zo komen de zorgboerderijen, ters weigeren mee te werken en banken de waardeminicampings, kinderopvangen, reparatiebedrijven met vermindering terug willen zien). de daarbij behorende bebouwing in het landschap. Dat schept twee dilemma’s. De eerste is die van het In de vriendelijke landbouw, met lagere opbrengsten koekoeksjong: de neventak groeit en heeft meer ruimte maar ook lagere investeringen, kan ook een inkomen en bebouwing nodig. Het boerenbedrijf krimpt en per verdiend worden – maar met moeite: saldo is het bedrijf nauwelijks meer agrarisch.
Het twee- y de productie gaat omlaag; de dilemma is dat de bebouwing van de neventak niet y de benodigde oppervlakte-uitbreiding om verlies vanzelf verdwijnt als de neventak wordt beëindigd. Daar aan productie op te vangen wordt bemoeilijkt door komt ander gebruik in, waardoor de neventak steeds de (kunstmatig) hoge grondprijzen (die bovendien verder verwijderd raakt van het boerenbedrijf. niet financierbaar zijn, om dat de grond bij omschaBeide dilemma’s hebben dezelfde uitkomst: brancheverkeling in waarde daalt); vaging. Het eerste dilemma is echter ook een kans. De y de boeren moeten zelf vermarkten (supermarkten stad (en de stedelingen) zijn erbij gebaat in hun omgewerken niet mee); ving een vriendelijker vorm van veeteelt te hebben dan y de bankschulden blijven bestaan; de meedogenloos intensiverende ‘gangbare’ veehoude- y de consumentenprijzen gaan weliswaar omhoog – rij, die natuur en water vervuilt, overmatig CO2 uitstoot, maar het aantal consumenten dat bereid/in staat is de bodem doet dalen, het landschap versaait en de die hogere prijzen te betalen is gelimiteerd (onzeboeren tot slaaf van de banken maakt.
Die vriendelijkere kerheid, dus moeilijke financiering); veehouderij kan bestaan, de boeren kunnen er een inko- y (bij akker- en tuinbouw:) biologische mest is duur en men verdienen en dit kan een waardevolle bijdrage zijn moeilijk te krijgen (terwijl de gangbare akkerbouw aan het ommeland van de stad: met meer natuur, een geld toe krijgt voor mest); fraaier landschap en fijnere recreatie. y in de transitietijd (de twee jaar waarin de overgang Maar de overgang van meedogenloos naar vriendelijk is van gangbaar naar biologisch plaatsvindt (om het niet eenvoudig. De boeren, met name de veehouders, keurmerk te krijgen) zijn geen subsidies beschikbaar. zitten vast:
Waterland
8
Het komt erop neer dat een mogelijk gewenste toekomst van de veehouderij in de omgeving van de stad niet vanzelf zal ontstaan. Het is een onwaarschijnlijke toekomst. Als een onwaarschijnlijke toekomst gewenst is, is hulp nodig. Kan de overheid helpen? Het bestaansrecht van de overheid is alle belangen te betrekken. Dat is de definitie van het algemeen belang, waarvoor de overheid is uitgevonden. Daartoe behoren vooral de belangen die niet zouden worden behartigd als de overheid het niet deed (natuur, landschap, recreatie, bodem, water). En met de overheid komt beleid, actie en regelgeving in het spel: een visie op de gewenste toekomst, een programma om daar te komen (als het niet vanzelf gaat) en regels die voorkomen dat het misgaat. Alledrie dus, niet alleen de regels. De gemeenteraad heeft vooralsnog besloten geen eigen landbouwbeleid te maken. Rijk en Provincie doen dat al. Maar in nauwelijks verhulde vorm is dat beleid er al: Amsterdam heeft niet voor niets het landelijk gebied (kop van de Amstelscheg, de landerijen in Zuidoost, Tuinen van West en Waterland) tot onderdeel van de Hoofdgroenstructuur gemaakt. De stad wil een schoon, gezond, natuurlijk en recreatief aantrekkelijk ommeland. Dat gaat niet met de gangbare veehouderij. Voor Waterland is daarvoor in 2012 zelfs een specifiek toetsingskader opgesteld, waar de TAC aan toetst.
Ook het landelijk gebied van Weesp wordt binnenkort aan de Hoofdgroenstructuur toegevoegd. De stedelijke visie op wat gewenst is is er al. Zij het onvolledig en vaag geformuleerd. Dat kan beter. En wat ontbreekt: een strategie hoe dat wat gewenst is te bereiken. Hoe komen we daar? Wat moet de stad, die het wensbeeld koestert, doen om het tot werkelijkheid te maken? Het komt erop neer dat de omschakeling van gangbare naar vriendelijke landbouw ook tot de verantwoordelijkheid van de stad behoort. Als wij wat willen, moeten we iets doen om dat te realiseren. Het is een verantwoordelijkheid waarbij wordt meegedacht: het gaat niet in de eerste plaats om regels die verbieden en klemzetten (dan laat je het aan de ander over), maar om de vraag hoe de stad de boeren kan helpen de omschakeling te maken. Zelf wat doen: helpen, faciliteren, ondersteunen, bijdragen. Er zijn vele vormen denkbaar en mogelijk. Dit vraagt om nadenken over een heldere visie vooraf (waarheen je wilt) en consequenties die eruit voortvloeien. De TAC doet graag een voorzet wat de rol van de gemeente kan zijn in deze. Uit het mislukken van het Landbouwakkoord kan de conclusie getrokken worden dat de materie ingewikkeld is.
Het gaat gepaard met vele belangen die juist aansturen op géén beleid (geen nieuw beleid, want liever geen verandering) en gebrek heeft aan visie hoe de toekomstige landbouw er dan WEL uit zou moeten of kunnen zien. Als de gemeente met een eigen landbouwbeleid nog even wacht tot Rijk en Provincie hun werk gedaan hebben (dat kan lang duren), kan het geen kwaad in de
tussentijd wel zo een visie te ontwikkelen. Al was het maar om te zien of er na het huiswerk van Rijk en Provincie nog aanleiding is voor een gemeentelijke precisering. Die aanleiding kan liggen in het feit dat de landbouw nabij de stad zowel kansen als beperkingen heeft, juist door die ligging nabij de stad. Ruimtelijke beperkingen, veroorzaakt door stedelijke infrastructuur en weinig eigen grondbezit; economische kansen door de nabijheid van stedelijke consumenten. En het kan zomaar zijn dat juist die beperkingen het grijpen van de kansen vergemakkelijken. Hoe zou zo een gemeentelijke visie eruit kunnen zien? Omdat zo een visie ten doel heeft daarop beleid te funderen luidt deze vraag anders geformuleerd: wat willen we niet (beleid is dan: verbieden en betrokkenen helpen met andere oplossingen) en wat willen we wel (beleid is dan: helpen daar te komen, inclusief het wegnemen van belemmeringen om daar te komen). De twee kanten van het algemeen belang. Bijvoorbeeld:
Wel: y
y
y
y y y
Een landbouw die zichzelf in stand kan houden (een positief en stabiel verdienmodel: agrarisch + nevenbedrijf) Nevenactiviteiten die passen in de visie op stad en ommeland y Door leveren van diensten gerelateerd aan landgebruik (natuurbeheer, waterbeheer) y Door leveren van stedelijke diensten (zorg, kinderopvang, recreatieve diensten, educatie) Landbouw voor de stedelijke consument (biologisch geteeld voedsel: korte ketens, reden voor de stedeling om het boerenland in te gaan) Een rijk landschap en meer biodiversiteit Diversificatie van de agrarische producten Productie met minder stikstof en CO2 (= minder (kunst)mest en krachtvoer, behoud van het veen)
Niet: y y y y y
Activiteiten die leiden tot bodemdaling in het veen (CO2, waterbeheer i.v.m. zeespiegelrijzing) Vervuiling met pesticiden De huidige omvang van krachtvoer en kunstmest (= stikstofuitstoot) Natuurbederf Landschapsbederf.
9
Beide lijstjes zijn uit te breiden, maar dat moet terughoudend en prioriterend gebeuren: elke uitbreiding maakt de haalbaarheid kleiner. Uiteindelijk is het doel inhoud te geven aan de verantwoordelijkheid van de stad voor wat zij wil in het landelijk gebied. Dat is de wijze waarop de stad de landbouwers wil helpen daar te komen waar de stad hen wil hebben. Én waar zij een goed inkomen kunnen verwerven. Op de schouders van Rijks- en Provinciaal beleid, maatwerk op basis van overleg, gerichte en lokale steun, voorzien in wat ontbreekt om te overgang te maken. Dat kan deze stad. Het is niet gemakkelijk, maar laten we het niet moeilijker maken dan het is. De TAC heeft de antwoorden niet, maar wel enig inzicht in wat in het landelijke gebied gaande is. Ze nodigt College en de Raad uit over de toekomst van haar landelijk gebied ideeën te vormen. Daarbij is de TAC graag behulpzaam. Rob van Leeuwen landschapsarchitect en vice-voorzitter
3. Voer stedelijke en kwalitatieve regie op de uitrol van de kabel- en buizennetwerken in de Hoofdgroenstructuur samenhangende met de energietransitie opgave De TAC merkt in haar adviespraktijk dat energieleveranciers in toenemende mate aanspraak maken op de Amsterdamse ondergrond en soms ook in de Hoofdgroenstructuur. Daarbij gaat het regelmatig ook om voorzieningen die slechts ten dele ten dienste staan aan het Amsterdamse energienetwerk en haar afnemers en waarop de Gemeente Amsterdam weinig juridische sturingsmogelijkheden heeft. Het kan wat de TAC betreft echter niet zo zijn dat deze leidingen zonder meer aangelegd kunnen worden waar dit makkelijk kan in het groen. Zeker niet als dit gepaard gaat met (monumentale) bomenkap, minder hoge natuurwaarden of om een landschappelijke inbreuk. Als leidingentracés niet via ondergrondse boringen gerealiseerd kunnen worden, zijn open, soms diepe ontgravingen (tot circa twintig meter beed en enkele meters diep), boorputten, bodemegalisering en bomenkap nodig. Opslagdepots en verharde wegen voor onderhoudswerkzaamheden zijn daarbij geen uitzondering. Vaak gaat het ook niet om een eenmalige actie maar moet rekening gehouden worden met de mogelijkheid van uitbreiding van het netwerk, waarbij de grond opnieuw open moet en het herstel van het groen verstoord wordt.
Daarbij is er nog veel onbekend over de levensduur van dergelijke netwerken en wat er nadien mee gebeurt. Kortom, allemaal aspecten met tijdelijke of permanente impact op de Hoofdgroenstructuur boven (leesbaarheid van het landschap) en onder het maaiveld (de samenstelling van de bodem, het bodemleven en het wortelstelsel van bomen), die betrokken dienen te worden bij de vraag of een tracé wel of niet inpasbaar 10
is en waar de boorputten te situeren. Hoewel op dit moment de focus ligt op de grootschalige energietransitie opgave vraagt de TAC tegelijkertijd aandacht voor het omvangrijke aantal extra benodigde 10-20 kv leidingen en bovengrondse transformatorhuisjes die ergens in de openbare ruimte een plek moeten krijgen. Het verschijnsel dat de TAC waarneemt is een symptoom: een onderdeel van een grootschalige ombouw van stedelijke infrastructuur die overal in de stad merkbaar zal worden – en waarvan de consequenties nog niet ten volle doorgrond zijn. Maar het moet wel gebeuren, zowel de ombouw als het doorgronden. Om te voorkomen dat de gemakkelijkste en goedkoopste oplossing wordt gekozen, in plaats van degene die het best bijdraagt aan de kwaliteit van de ruimte in Amsterdam, is het essentieel op dit onderwerp stedelijke regie te organiseren. Deze dient gegrondvest te worden in een gemeentelijke visie op de uitrol van nieuwe kabelen buizennetwerken (en bijkomende bovengrondse voorzieningen zoals onderstations) die de energietransitie met zich meebrengt. De gevolgen voor de publieke ruimte en het groen maken daar wat de TAC betreft onderdeel van uit. Dit advies is in lijn met het Nationaal Plan Energiesysteem (december 2023) die vanuit macro niveau aandacht hiervoor vraagt.
Evenals het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit ( september 2022) dat voornamelijk betrekking had op de onderstations, maar overigens vanuit eenzelfde betrokkenheid met de publieke ruimte van Amsterdam is geformuleerd. De TAC doet daarvoor de volgende suggesties, die zich beperken tot de omgang met het groen. Allereerst: inzichtelijk maken wat er allemaal komt kijken bij deze energietransitie en daar de ruimteljke component van in beeld brengen. Eervaring elders leert dat de stedelijke organisaties die voor de transitie verantwoordelijk zijn, als gevolg van uitbestedingsbeleid in het verleden, soms een groot en pijnlijk gebrek aan kennis hebben over wat met deze operatie samenhangt; niet weten wat zij niet weten. Dan: criteria ontwikkelen voor de situering van de netwerkonderdelen en bovengrondse bouwwerken in het groen (waar kan het wel en waar niet in de Hoofdgroenstructuur). Dit gaat zowel over of (ja/nee) als over hoe, in lijn met de voorstellen in de vernieuwing van het Hoofdgroenstructuurbeleid. Uitgangspunt daarbij is het voorkomen van bomenkap en de instandhouding van de leesbaarheid van het (cultuurhistorisch) landschap, het groen en het karakter van de Hoofdgroenstructuur. Dat kan zowel met betrekking tot de tracékeuze van de leidingen, als in de toepassing van speciale technieken, alsook in de vorm van herstelvereisten na aanleg van de leidingen.
Criteria en visie moeten betrekking hebben op wat gebeurt op het maaiveld en in de vijf meter daaronder en daarboven. Zowel tijdens aanleg en onderhoud als eventuele latere uitbreidingen. Waar het desondanks noodzakelijk is een tracé in de Hoofdgroenstructuur aan te leggen, moet elke
inpassingsvraag - om een goede toetsing mogelijk te maken - gepaard gaan met informatie over: y De directe consequenties voor de Hoofdgroenstructuur, tijdens aanleg, onderhoud en eventuele uitbreiding van het netwerk. y De alternatieve aanlegmogelijkheden (zonder deze vooraf te selecteren op de mogelijke nadelen voor de aanlegger). Dat kan bijvoorbeeld gaan over verlenging van ondergrondse tracédelen, of over aanpassingen in de architectuur van tussenstations. y Wat het kan opleveren voor de kwaliteit van de Hoofdgroenstructuur als we op een innovatieve manier omgaan met de aanleg. Uitgaande van de waarde die de gemeente hecht aan de Hoofdgroenstructuur adviseert de TAC om kwaliteitseisen te verbinden aan de aanleg van kabels, leidingen en bovengrondse bouwwerken in de Hoofdgroenstructuur. Zo zou elke inpassing in de Hoofdgroenstructuur een kwalitatieve bijdrage moeten leveren aan één of meerdere prioritaire waarden van het er geldende groentype. Los daarvan zou een eis moeten zijn dat al het gekapte hout/ groen op de plek dient te blijven en terug te komen in de vorm van nieuwe ecologische structuren zoals houtwallen of takkenrillen. De TAC wijst met nadruk op de mogelijkheden van innovatie ten aanzien van standaard technische richtlijnen die vanuit de energieleverancier worden meegeven.
Deze standaard richtlijnen houden in beginsel geen rekening met wat nodig is om de omgeving in ons dichtbevolkte land en hoofdstad kwalitatief leefbaar te houden. Innovatie kan bijvoorbeeld leiden tot bijstelling van de afstandsnormen door toepassing van technische maatregelen (zoals wortelschermen) waardoor het groen dichter aangeplant kan worden op en om kabels en leidingen. Daarbij vraagt de TAC specifiek aandacht voor mogelijkheden om de ondergronds te overbruggen afstanden op te rekken door technische innovatie voor te schrijven. De TAC dringt verder aan op proces- en ontwerpmatig clustering van tracés in ruimte en tijd. Het verbaast de TAC bijvoorbeeld dat er buiten de Hoofdgroenstructuur geen plek is voor een gasleiding omdat er ten noorden van de Oude Haagseweg kort daarvoor al besloten was tot realisatie van hoogspanningsleidingen. Dit advies betreft alleen de outillage van de energietransitie (kabels, leidingen en onderstations) in de Hoofdgroenstructuur. Maar een soortgelijke opgave ligt er met betrekking tot de outillage van het communicatienetwerk: de zendmasten. Deze worden keer op keer in de Hoofdgroenstructuur geprojecteerd, hoewel het staande beleid dat expliciet uitsluit.
De TAC is zich ervan bewust dat de energietransitie en de klimaataanpassingen regelmatig soortgelijke ‘generieke’ aanpassingen in de ruimte en daarmee ook in de Hoofdgroenstructuur noodzakelijk zullen maken. Zonder de omvangrijke opgave in deze te willen vertragen, adviseert ze om deze soort van aanpassingen te inventa-
riseren en daarop (verder) beleid te ontwikkelen – opdat niet per definitie de meest voor de hand liggende (meestal de goedkoopste) oplossing wordt gekozen, maar de oplossing die het best bijdraagt aan de kwaliteit van de ruimte in Amsterdam. De TAC pleit ervoor om dergelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk buiten de Hoofdgroenstructuur te houden. Tenzij het niet anders kan in verband met ruimtegebrek. Dit moet dan zeer goed worden onderbouwd in een alternatievenstudie. Sjef Jansen bioloog
4. Voorkom dat grote iconische opgaven worden opgesplitst in kleine deelprojecten waarin elke sector het belang van de eigen opgave en het eigen budget voorop stelt. Vroeger of later. Wie kan het zich herinneren? Een straat was netjes opgeknapt en vlak na oplevering brak de PTT de boel weer open. Enkele maanden later moest plots het riool hersteld. Het jaar daarop ging de straat nog één keer open voor de nieuwe bomen. Vier keer lag het open. Chagrijn alom; veel geld verspild, een matig resultaat. Je ziet het niet veel meer. De opdrachtverlening in de openbare ruimte is sterk verbeterd, zeg maar integraler. Het resultaat is beter, mooier en goedkoper. Maar... met grote toonaangevende opgaven gaat het nog steeds een beetje zo. Pak de Nieuwe Meervaart in het Sloterpark. We tekenen eerst het gebouw. Inpassing in het park, logistiek, kansen met het water? Dat komt allemaal veel later. Of neem het Flevopark: de focus ligt op het overdekte nieuwe zwembad. En verder? Een betere, gedeelde entree van bad en park, of een efficiënte en mooie aansluiting op het OV tussen Oost en het Zeeburgereiland? Dat zien we wel, dat is een zorg voor later. Elke sector maakt het eigen plannetje, regelt de eigen financiering en is blind voor het geheel.
Dit kan toch ook veel beter, mooier en goedkoper? Met aandacht voor de opdrachtverlening? Opdat de openbare ruimte meer is dan wat na het bouwen over blijft. Die ruimte kan toch integraal meedoen in en bijdragen aan het hoogwaardig functioneren van stadse investeringen? De iconen van de metropolitane stad verdienen echt veel beter. Wim Timmermans fysisch geograaf
11
5. Zet in op intensivisering van bestaande sportparken met behoud en versterking van natuurwaarden.
Flevoparkbad
Het aanbod aan sportparken in Amsterdam is ongelijk verdeeld over de stad. In Nieuw-West is een overaanbod, terwijl er elders zoals in (Zuid)Oost claims zijn op de Hoofdgroenstructuur om sportvelden uit te breiden. Spreiding van sportvelden is geen optie. Er zal gestreefd moeten worden naar optimale benutting van het bestaande aanbod aan sportruimte in een stad die aan het verdichten is, ook als hiervoor iets verder gereisd moet worden. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden over welke sporten we per stadsdeel willen aanbieden. De sportparken hebben een betekenis voor zowel omliggende buurten als verder weg geleden wijken. De opgave is naast realisatie van vernieuwend aanbod, om bestaande sportparken te moderniseren en te intensiveren, maar altijd in relatie tot sportfuncties waarbij tegelijk ook in ruimtelijk en ecologisch opzicht een bijdrage geleverd wordt aan de Hoofdgroenstructuur. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met veranderingen in het gebruik van sportparken. Enerzijds kan er onderbenutting zijn. Het gaat niet goed met tal van voetbalverenigingen in Noord, Zuidoost en Nieuw-West. In meerdere wijken in Zuidoost en Nieuw-West is het aandeel sportende bewoners per wijk het laagst van Amsterdam. Dit roept de vraag op hoe de sportparken weer meer betekenis kunnen krijgen voor de bewoners van de naastgelegen wijken. Anderzijds is er een nieuwe ruimtevraag.
Het aantal hockeyvelden, pedel- en tennisbanen neemt toe. Natuurlijk gras wordt omgezet in kunstgrasvelden die intensiever gebruik toelaten. Ook is er meer vraag naar individuele urban sports. De TAC ziet een toename van aanvragen voor urban sports, van pump tracks tot callesthenicsparken, die extra verharding met zich meebrengen. In de sportparken komen ook andere aan sporten gerelateerde functies (zoals gezondheid) en bebouwing terecht. De opgave is om sportparken te intensiveren met behoud en versterking van de kwaliteit van de Hoofdgroenstructuur en natuurwaarden. Meer inzicht is nodig in de voortgang van de optimalisatie opgave en ook welke ambitie hierbij wordt nagestreefd.
Tot nu toe waren visies op sportparken vooral sociaal ingestoken zonder duidelijke ruimtelijke uitwerking. De TAC vindt het daarom positief dat er ruimtelijke totaalvisies op de grootschalige sportparken Nieuw Sloten en Ookmeer worden gemaakt. Iets wat bij de beoordeling van losse initiatieven tot nu toe vaak gemist wordt. Zo is de zonering van typen sport en groen en bijbehorende bebouwing ruimtelijk relevant in relatie tot de beoordeling van de inpasbaarheid in de Hoofdgroenstructuur. Toch is nog niet altijd even duidelijk wat een groen en open sportpark ruimtelijk precies betekent, welke ambitie Amsterdam hierbij nastreeft en op welke termijn en hoe de kwaliteit van het groen is geborgd. De TAC houdt daarom de ontwikkelingen op de sportparken goed in de gaten. Dit betreft ook de in aanloop van het nieuwe Hoofdgroenstructuur beleid geuite wens om sommige sportparken van de Hoofdgroenstructuur te gaan uitsluiten. Waakzaamheid is tegelijkertijd geboden bij nieuw te ontwikkelen sportterreinen. In de Omgevingsvisie Amsterdam is hiervoor ruimte geboden in de vorm van zes zoekgebieden voor sportlandschappen, onder andere in de scheggen. Hier zal zich een sterke spanning tussen sport en groen voordoen. Ivan Nio sociaal geograaf en stadssocioloog
Wanneer voldoet een sportpark aan een optimale ruimtelijke inrichting die naast functioneel ook aantrekkelijk is? Het beleidskader Hoofdgroenstructuur hanteert regels hoeveel verharding en bebouwing is toegestaan. Een dilemma is hoeveel ruimte men geeft aan formele sporten op sportvelden versus urban sports. De TAC is van mening dat urban sports te vaak als toverformule wordt opgevoerd om de sportparken aantrekkelijker te maken. Ruimte voor urban sports op sportparken mag echter niet ten koste gaan van formele sport(velden) waarvoor elders dan weer ruimte gezocht moet worden in de Hoofdgroenstructuur.
Noorderpark
12
13
2.
De Hoofdgroenstructuur en de TAC
2.1
Wat is de Hoofdgroenstructuur?
De Hoofdgroenstructuur is bedoeld om de belangrijkste groengebieden in de stad te behouden voor de toekomst en hierin te investeren. Het is een juridisch-planologisch instrument om zorgvuldige afwegingen te maken over de inpasbaarheid van ruimtelijke plannen of initatieven in de stedelijke groen- en waterstructuur in afwijking van bestemmingsplannen (per 1 januari Omgevingsplan). Versterkende initiatieven zijn welkom, aantasting ervan niet. De Hoofdgroenstructuur bevat de minimaal benodigde hoeveelheid areaal groen dat Amsterdam wil borgen, bestaande uit gebieden die waardevol zijn voor de stad. De Amsterdamse Hoofdgroenstructuur bestaat uit groengebieden en groene verbindingen: y Waarvan de groenfunctie dominant is; y Dat bestaand of in aanleg is op het moment van actualisering van dit beleidskader; y Met een wijkoverstijgende functie; y Dat van grote waarde is voor mens, plant en dier; y Dat een cruciale verbindende of structurerende functie vervult; y Of op een andere wijze bijzonder of zeldzaam is.
2.2 In het groen aanwezige en eraan gerelateerde bebouwing en verharding maken ook onderdeel uit van de Hoofdgroenstructuur. Meestal is het groen van de Hoofdgroenstructuur openbaar toegankelijk en in eigendom van de gemeente, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Het instrument van de Hoofdgroenstructuur gaat niet over: reserveringen van nieuw groen voortkomend uit de woningbouwopgave, bestendiging van buurtgroen, groen- en sportnormen en het wel of niet behalen ervan, de wens van een stedelijke groenverordening en de discussie over waar wel of niet windturbines in de stad mogen landen. Het werkingsgebied van de Hoofdgroenstructuur beperkt zich tot en met de gemeentegrens van Amsterdam. Dit gezien de rechtstreekse koppeling met het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplannen) en Amsterdamse zeggenschap daarover. Dit neemt niet weg dat Amsterdam in relatie tot het groen ook in diverse samenwerkingsverbanden met buurgemeenten en regio participeert (zoals recreatieschap Spaarnwoude, Twiske en Groengebied Amstelland) en zelfs groen in eigendom heeft (zoals het Amsterdamse Bos en de Waterleidingduinen), waardoor de groenstructuur niet letterlijk stopt bij de gemeentegrens. Deze groene gebieden zijn immers destijds speciaal als recreatievoorzieningen voor Amsterdammers gerealiseerd.
Actualisatie van het beleidskader Hoofdgroenstructuur
Bij vaststelling van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (OVA; 2021) is bepaald dat de Hoofdgroenstructuur zoals vastgelegd in de Structuurvisie Amsterdam 2040
Economisch sterk en duurzaam (2011) van kracht blijft totdat er een nieuw beleidskader Hoofdgroenstructuur door de gemeenteraad wordt vastgesteld.
Toetskaart Hoofdgroenstructuur (nu nog geldend)
Het Vliegenbos
14
15
Als uitwerkingsactie van de OVA is in de tweede helft van 2021 daarom de Hoofdgroenstructuur op verzoek van het voormalige college geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de in de OVA opgenomen
wensbeeld Hoofdgroenstructuur en belegde stedelijke opgaven. In dit wensbeeld wordt een beeld geschetst van een grotere Hoofdgroenstructuur waar tot 2050 in stappen naartoe wordt gewerkt.
Kaartbeeld Omgevingsvisie Wensbeeld Hoofdgroenstructuur 2050
Vanuit de strategische keuze ‘rigoureus vergroenen’ uit de OVA is bij de opstelling van het nieuwe beleidskader Hoofdgroenstructuur gestreefd naar een aaneengesloten groen-blauw netwerk op de schaal van de stad. De nieuwe Hoofdgroenstructuur is omvangrijker en omvat naast meer groen nu ook belangrijke groenverbindingen en stukken water die onlosmakelijk met het groen uit
Toetskaart nieuwe Hoofdgroenstructuur (niet vastgesteld)
Vaststelling van het nieuwe beleidskader Hoofdgroenstructuur is door de gemeenteraad op 25 januari 2023 aangehouden tot nader order, in verband met het referendum Hoofdgroenstructuur. Dat vindt plaats op 6 juni 2024, tezamen met de Europese Verkiezingen, met
16
de Hoofdgroenstructuur zijn verbonden. Daarnaast is de Amsterdamse ecologische structuur ook opgenomen in de Hoofdgroenstructuur, onder de naam ‘stadsnatuur’. Verder zijn de stedelijke opgaven vanuit de OVA met consequenties voor de Hoofdgroenstructuur in het beleidskader Hoofdgroenstructuur gebundeld en doorvertaald in een apart hoofdstuk.
als vraagstelling: bent u voor of tegen het voorgenomen besluit over de Hoofdgroenstructuur? De gemeenteraad beslist op basis van de uitkomst van het referendum over wijze van vaststelling van het beleidskader Hoofdgroenstructuur.
17
2.3
De Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC)
De TAC heeft vanaf het begin van de Hoofdgroenstructuur een rol vervuld. De TAC is door de gemeenteraad ingesteld om vanuit een onafhankelijke positie activiteiten en plannen te beoordelen die de Hoofdgroenstructuur raken in afwijking van wat het bestemmingsplan toelaat. Haar advies aan het college van burgemeester en wethouders over de inpasbaarheid is gebaseerd op het gemeentelijke Hoofdgroenstructuurbeleid zoals opgenomen in de in 2023 nog vigerende Structuurvisie Amsterdam 2040 (Deel 3 Instrumentarium; Hoofdstuk 5 Groen en Water). De onafhankelijkheid is cruciaal. Het oordeel van de TAC wordt noch door het gemeentebestuur, noch door de stadsdelen gestuurd. De TAC ziet erop toe dat de Hoofdgroenstructuur intact blijft, versterkt wordt en niet bezet raakt met functies waarvoor elders moeilijk ruimte kan worden gevonden. Draagt een initiatief of plan bij aan de versterking van de Hoofdgroenstructuur, dan is dit inpasbaar en volgt een positief advies (eventueel onder voorwaarden). Als het initiatief een aantasting van de Hoofdgroenstructuur tot gevolg heeft, volgt een negatief advies. De toewijzing van gebieden aan de Hoofdgroenstructuur, de begrenzing en de inkleuring van groentypen behoort niet tot de rol van de TAC. Dit is een bevoegdheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Hetzelfde geldt voor voorstellen om hier wijzigingen in aan te brengen.
Het oordeel van de TAC over de inpasbaarheid van initiatieven in de Hoofdgroenstructuur heeft de vorm van een advies aan het college van B&W. Voorafgaand aan een definitief advies bestaat de mogelijkheid om in een vroeg stadium van de planvorming een preadvies te vragen. Als het college van B&W wil meewerken aan een initiatief dat de TAC als niet-inpasbaar heeft beoordeeld, wordt het initiatief voorgelegd aan de gemeenteraad. Stemt deze in met B&W, dan wordt contrair gegaan aan het TAC-advies. De verdere werkwijze en taakstelling staan beschreven in de TAC-verordening (2019) en de nog vigerende Structuurvisie 2040 (2011; Deel 3 Instrumentarium; paragraaf 5.1). In het nieuw voorziene beleidskader Hoofdgroenstructuur wordt dezelfde werkwijze aangehouden, echter staat deze verder uitgeschreven en verhelderd in Hoofdstuk 5. Samenstelling TAC De TAC is samengesteld uit onafhankelijke deskundigen op het gebied van landschap(-sarchitectuur), cultuurhistorie, ecologie, sport en recreatie, stedenbouw en duurzaamheid. De leden worden door de gemeenteraad benoemd. Herbenoeming vindt gefaseerd plaats om continuïteit in de opgebouwde kennis te waarborgen. In 2023 bestond de TAC uit: y Sjef Jansen y Vincent Kompier (t/m mei 2023) y Rob van Leeuwen (vice-voorzitter) y Ivan Nio (vanaf juni 2023) y Marijke C. van Schendelen (voorzitter) y Wim Timmermans 18
De TAC vergaderde in 2023 volgens een vast agendaschema, gemiddeld om de vijf weken. Vergaderen deed de commissie net als vorige jaren online, wat effectief en efficiënt is gebleken. Vergaderschema en aanleverdata van stukken zijn te raadplegen op de TAC-website. Adviezen zijn opvraagbaar bij het secretariaat en online te vinden op maps. amsterdam.nl/hoofdgroenstructuur. Indieners van een adviesaanvraag, te weten de behandelend ambtenaar, hebben de mogelijkheid om casussen in de vergadering toe te lichten en bij de discussie hierover aanwezig te zijn. In 2023 is het TAC-formulier om casussen te agenderen geactualiseerd, zodat gerichter informatie wordt meegegeven die de TAC nodig heeft om de inpasbaarheid te beoordelen. Samenstelling secretariaat Het secretariaat van de TAC wordt verzorgd door de afdeling Ruimte en Duurzaamheid (R&D) van de Gemeente Amsterdam. Het secretariaat plant en coördineert de bijeenkomsten, bereidt de agendering van casussen voor en stelt de conceptadviezen op op basis van de input uit de vergadering. Het secretariaat stelt een jaarverslag op en is verantwoordelijk voor de actualisatie van de TAC-website. Als er politiek gevoelige plannen of thema’s langs komen brengt het secretariaat de wethouder Ruimtelijke Ordening hiervan tijdig op de hoogte.
Het secretariaat bestaat momenteel uit: y Niek Bosch 06 23 45 70 13 y Olivier van den Hooven 06 48 48 73 65 y Hannah Kok 06 53 87 85 66 y SecretariaatTAC@amsterdam.nl
3.
TAC adviezen in 2023
3.1
Adviezen
In 2023 zijn in totaal 45 adviezen door de TAC gegeven. Net als in vorige jaren zijn er aanzienlijk minder negatieve adviseringen gegeven, wat nogmaals de voordelen van vroege betrokkenheid van de TAC bij
planvorming benadrukt. De meeste aanvragen voor een (pre)advies kwamen uit stadsdeel Oost (14), gevolgd door Nieuw-West (10) en Noord (10).
TAC-adviezen 2015-2023 2015 20
2016 16
2017 25
2018 26
2019 24
2020 41
2021 22
2022 34
2023 25
Positief of neutraal Positief onder voorwaarde(n) Negatief Totaal
03
14
14
12
5
13
9
5
9
07 30
12 42
12 51
02 40
9 38
19 73
12 43
11 50
11 45
Preadvies Definitief advies
12 18
08 34
15 36
10 30
13 25
17 58
12 31
11 39
13 32
Website TAC: http://www.amsterdam.nl/TAC
TAC vergadering via MS Teams
Toetskaart Hoofdgroenstructuur met de TAC adviezen uit 2023
19
3.2
Kwalitatief hoogwaardige advies aanvragen 2023
Het waken over de Hoofdgroenstructuur is de kerntaak van de TAC. In elke fase van de planvorming en ongeacht de omvang van het initiatief vraagt dat om het vinden van de juiste balans tussen de wens om het bestaande te behouden, of juist te ontwikkelen en vernieuwen. Het vraagt ook om een zorgvuldige planvoorbereiding en uitwerking. Een goed, inpasbaar plan is daarmee soms een ingewikkelde puzzel. Gelukkig komt de TAC voorbeelden tegen die erin slagen deze puzzel goed op te lossen. Omdat de kwaliteit van de aanvragen die de TAC voorgelegd krijgt voor advies nogal uiteenloopt, licht de TAC hieronder graag enkele adviesaanvragen uit 2023 uit die een compliment verdienen. Hiervoor hanteert ze drie specifieke criteria: (1) de kwaliteit van de planvorming zelf in relatie tot de omgeving, (2) of het een impuls aan het bestaande groen geeft en (3) of het getuigt van een toekomstgerichte blik die de Hoofdgroenstructuur helpt te versterken.
Casus 1: VO Strandeiland De projectorganisatie heeft de TAC al bij aanvang van de planvorming aangehaakt met de vraag hoe hier Hoofdgroenstructuur waardig groen te realiseren. De in het TAC advies ‘Stedenbouwkundig Plan Strandeiland’ meegegeven aandachtspunten over de versterkingsmogelijkheden van de ecologische kwaliteiten van de zuidoever zijn ter harte genomen. Het Voorlopig Ontwerp Strandeiland scoort hoog op het 1e criterium: de kwaliteit van de planvorming in relatie tot de omgeving. Er is heel veel aandacht aan de ecologische inrichting van de zuidoever besteed. Qua ecologische deskundigheid is het ontwerp van hoog niveau. Ook de illustraties zijn zeer informatief en goed vormgegeven. Met name de dwarsdoorsnedes, de foto’s en de kaartjes maken het plan zeer voorstelbaar. Er is met liefde aan gewerkt. Ook goed dat de beheervisie al realistisch is en al een aantal mogelijke problemen transparant beschrijft.
Strandeiland
Casus 2: Lutkemeerpolder Er is veel te doen over de al dan niet groene toekomst van de bedrijfsreserveringen in de Lutkemeer – maar daarover gaat dit stukje niet. Dit gaat over een grenscorrectie van bedrijventerrein en Hoofdgroenstructuur waarop de TAC al sinds 2013 aandringt. Uitmondend in een goede integratie van dit deel van de Hoofdgroenstructuur met het inrichtingsplan voor de grenzen van het bedrijventerrein. Dat leidt tot een kwaliteitsimpuls die de TAC in eerdere adviezen als randvoorwaarde meegaf. Daarnaast gaat ook over het opnemen van drie hectaren stadslandbouw in het bedrijventerrein, waarbij de tijdelijke stadslandbouw op dit terrein permanent wordt en uitbreidingsmogelijkheden geniet. Ook de introductie van een centrale groene ruimte in het Bedrijvenpark/ Waterpark zijn veelbelovend. Met mogelijkheden voor een boomgaard, horeca, buitenrecreatie, waterpark en aanvullende wandel- en fietsroutes. Het voorziene DO inrichtingsplan Businesspark Amsterdam Osdorp Fase 2 maakt inzichtelijk hoe men voornemens is om te investeren in de groen- en natuurwaarde van dit bedrijventerrein. De TAC heeft waardering voor de zorgvuldigheid waarmee deze inpassingen zijn ontworpen. Zij maken deel uit van het nieuwe beleidskader Hoofdgroenstructuur, dat in de Lutkemeer groter is geworden dan het oude - al zijn er die dat nog niet voldoende vinden.
De TAC ziet de groene omlijsting van het bedrijventerrein Lutkemeer na realisatie bij een actualisatieronde ook graag toegevoegd aan de Hoofdgroenstructuur. Casus 3: Diemerpark uitbreiding sportvelden Deze casus geeft een van de spanningsvelden weer waarmee de TAC regelmatig wordt geconfronteerd, in dit geval tussen het belang van groen en het belang van sport. Het Diemerpark is een bijzonder gebied. In het verleden was het een van de grootste vuilstortplaatsen in de Amsterdamse regio. Nu is het een geliefd park en deel van IJburg. Dankzij ingenieuze methoden is de vervuilde ondergrond stabiel en de parkoppervlakte inmiddels een groen paradijs. Een paradijs met verschillende natuurkwaliteiten en zeer geliefd bij de bewoners van IJburg. Bij de aanleg van het Diemerpark is er ook een sportpark aangelegd (inmiddels met zes sportvelden) dat druk wordt gebruikt. Met de groei van IJburg en daarmee met vele sportliefhebbers is er bij de TAC het verzoek binnengekomen om aan het huidige sportpark nog enkele sportvelden (voor voetbal en hockey) toe te voegen, de accommodatie daaraan aan te passen en ruimte voor (fiets-)parkeren te creëren. Diverse planvoorstellen hebben de afgelopen jaren de revue gepasseerd, waarop vanuit de TAC kritisch op is geadviseerd. Met de meest recente bijstelling van het planvoorstel lijkt de planvorming op een positief keerpunt te zijn aangekomen.
We zijn in ons preadvies dan ook voorzichtig positief. Als voorwaarden zijn hieraan wel verbonden dat: de huidige voorgestelde compacte begrenzing van het sportpark tevens als eindsituatie wordt bestendigd van de groei van dit sportpark en dat de voorgestelde bebouwing en verharding beperkt blijft tot wat het bestemmingsplan (per 1 januari 2024 Omgevingsplan) op dit moment toestaat. De TAC stond hierbij voor een dilemma. Het belang van sport is evident. Uitbreiding van het sportpark betekent tegelijkertijd op IJburg vermindering van de categorie ‘struinnatuur’, een categorie die voor flora en fauna van groot belang is. Dat betekent dat er na enkele intensieve discussieronden tussen de TAC en het Planteam er nu een voorstel ligt waarbij het huidige sportpark uitgebreid zou kunnen worden tot in totaal 8 velden (een hockey- en een voetbalveld erbij) in plaats van 10 velden waarvoor ruimte in het nieuwe (nog niet vastgestelde) beleidskader Hoofdgroenstructuur wordt geboden. Het voorstel heeft een compacte vorm, er zal sprake zijn van een groene inpassing in het Diemerpark, de parkeeropgave wordt opgelost binnen het sportpark en de accommodaties blijven binnen de toegestane 2000 m2. De oppervlakte van het toekomstige uitgebreide sportpark blijft onder de in het Bestemmingsplan IJburg 1e fase vergunde 9 hectare voor sport.
Wel dient er vanwege een zo efficiënt mogelijk indeling enige juridische en feitelijke uitruil plaats te vinden tussen de bestemming ‘sport’ en ‘groen’. Dankzij deze uitruil komt er zelfs in totaal meer ruimte voor groen (1,3 van de 9 hectare), iets wat we als een winstpunt zien bij dit al lang lopende planproces. En waarbij de TAC ook vraagt om na realisatie ervan de resterende bestemde sportruimte terug te geven aan de natuur door hier weer het groentype natuurpark op te leggen binnen de Hoofdgroenstructuur. Gedurende het constructieve proces van overleg met het Planteam heeft de TAC een flinke invloed kunnen uitoefenen met dit voorstel als resultaat. Het wachten is nu op de definitieve uitwerking van het voorstel. Op basis daarvan zal blijken of het definitieve advies van de TAC positief dan wel negatief uitvalt.
Schematische weergave van de uitbreiding van het sportpark in relatie tot de begrenzing van de sport bestemming in het Omgevingsplan
20
21
Casus 4: Ontwerp bestemmingsplan en ruimtelijke visie spoorpark Dijksgracht Oost De ruimtelijke inpassing van de ontwikkelingen op en langs het water van de Dijksgracht zijn in de ruimtelijke visie Dijksgracht Oost in samenhang bekeken. Naast de in het bestemmingsplan voorziene ontwikkelingen zijn er twee groene ontwikkelingen buiten de bestemmingsplan (Per 1 Januari Omgevingsplan) begrenzing die in relatie tot de toekomstige Hoofdgroenstructuur relevant zijn. Tussen het nieuwe fiets- en wandelpad langs de kade van de Dijksgracht en de damwand van het spooremplacement blijft een strook van circa 3,5 meter over. Deze strook krijgt een nieuwe groeninrichting (bloemrijk grasland) welke ook aantrekkelijk is voor de vleermuizen. Deze (vanuit de nieuwe Hoofdgroenstructuur voorziene) ‘groene verbinding met stadsnatuur-laag’ blijft